CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Afdoening technische vragen Wbmgp Groenlinks

Gemeenteraad 30 januari 2025, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Aanvraag Wbmgp-aanwijzing (Rotterdamwet)2.109 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen

Onderwerp: Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (‘Rotterdamwet’) Indiener(s): Yasmine Bouchrit (Groenlinks) Datum vragen: 15 januari 2025 Portefeuillehouder: Ivana Somers-Gardenier Datum beantwoording: 16 januari 2025

Vraag 1 Welke factoren dragen volgens de gemeente bij aan de verschillen in leefbaarheid tussen buurten met en zonder een Wbmgp-gebiedsaanwijzing? Antwoord Voor de Zuidbuurt, Wetering en Lage Weide zijn of worden sloop/nieuwbouwplannen gemaakt conform de Woonvisie en het Uitvoeringsprogramma. Een deel van de sociale huurwoningen worden verduurzaamd en gerenoveerd. Op de kaart op pagina 4 van de WBMGP-aanvraag en op pagina 20 van het Uitvoeringsprogramma is dit met kleur aangegeven. In aanloop naar de uitvoering is een negatief effect op de leefbaarheid te verwachten doordat minder onderhoud wordt uitgevoerd aan sloopwoningen en tijdelijke verhuur op basis van de leegstandswet leidt tot een hogere mutatiegraad en minder gebondenheid met de buurt. Ter overbrugging van de tijd tot de uitvoering van de plannen wordt de Wbmgp ingezet om de leefbaarheid te versterken. https://www.vlaardingen.nl/Onderwerpen/Wonen/Visie_op_wonen Vraag 2 Hoe wordt gemeten of de integrale aanpak vanuit het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid resultaten oplevert? Antwoord De aanpak van het NPLV wordt zowel landelijk als lokaal gemonitord. Vanuit Rijkniveau wordt dit op het dashboard Zicht op wijken https://zichtopwijken.nl/dashboard/58 inzichtelijk gemaakt. Lokaal doen we dit op drie verschillende niveaus: 1. Macrocijfers van de wijk op het gebied van o.a.

inkomen, startkwalificatie, maar ook een kwalitatieve beleving van inwoners 2. Monitoring op interventieniveau (met name de sociale interventies) 3. Storytelling (door het delen van verhalen over de inzet). Waterweg Wonen en de gemeente Vlaardingen maken deel uit van de stuurgroep NPLV. Jaarlijks brengt de stuurgroep NPLV in mei een jaarverslag uit. Waar langs deze lijnen inzichtelijk wordt gemaakt welke resultaten geboekt worden. Vraag 3 Hoe wordt gecontroleerd/gemeten of de instroomsturing via de Wbmgp leidt tot een betere leefbaarheid in de wijk? Antwoord Een belangrijk instrument voor het meten van de leefbaarheid is de Leefbaarometer. Die is ontwikkeld in opdracht van het ministerie van VRO (voorheen BZK) en door iedereen raad te plegen. De Leefbaarometer geeft een modelmatige schatting van de leefbaarheid en maakt gebruik van gegevens afgeleid uit het WoonOnderzoek Nederland, transacties op de woningmarkt en 94 variabelen afkomstig uit landelijke registraties. https://www.leefbaarometer.nl/page/FAQ#hoegemeten In de Leefbaarometer worden uitkomsten gepresenteerd op verschillende schaalniveaus. Het laagste schaalniveau bestaat uit rasters (grids) met blokken van 100 bij 100 meter. De scores per grid zijn

Een titel toevoegen weergegeven op een kaart. Schermafbeeldingen van de Leefbaarometer zijn opgenomen in de Wbmgp-aanvraag. Per complex is in de Leefbaarometer gekeken in welke grid(s) het complex ligt. Omdat een grind 100 x 100 meter beslaat kan het zijn dat er ook andere woningen in het grid liggen en de ontwikkeling dus niet uitsluitend betrekking heeft op het vermelde complex. De Leefbaarometer wordt eens per twee jaar bijgewerkt. Vraag 4 Welke nieuwe uitdagingen zijn ontstaan sinds de vorige gebiedsaanwijzingen die de noodzaak van een nieuwe aanvraag rechtvaardigen? Antwoord Ondanks een brede inzet van gemeente, corporatie en organisaties uit het maatschappelijk middenveld om de Westwijk te versterken staat de leefbaarheid nog steeds onder druk. Zowel in de buurten met een eerdere Wbmgp-gebiedsaanwijzing als in Hoogkamer waar dit niet het geval was. Ter onderbouwing van de inzet van de Wbmgp dient de noodzaak onderzocht te worden. De leefbaarheidssituatie in de Westwijk vormt daarvoor de belangrijkste indicator. De leefbaarheid staat in alle buurten van de Westwijk structureel onder druk. In Zuidbuurt scoort de leefbaarheid voor 96% van de woningen in 2022 een ‘onvoldoende’ of lager, in Lage Weide 78% en in Hoogkamer 61%. In de buurt Wetering is dat 40% en scoort de leefbaarheid voor 74% van de woningen in 2022 ‘zwak’ of lager.

Bij sommige complexen is er zelfs sprake geweest van een verdere verslechtering van de leefbaarheid tussen 2020 en 2022, die in 2020 een zwakke/onvoldoende leefbaarheid hadden (bron: Leefbaarheid onder de loep, analyse en verdieping meting 2022 (Atlas Research / In Fact.Research)). Voor het onderzoeken van de ontwikkeling van de leefbaarheid in de Westwijk in de periode 2020 tot 2023 gebruiken we ook het Woononderzoek uit 2022. In dit onderzoek zijn bewoners in Vlaardingen bevraagd over hun woonsituatie en woonomgeving. Aan de bewoners is gevraagd of zij ervaren dat hun wijk vooruit of achteruit is gegaan in het afgelopen jaar. In de Westwijk vinden de meeste bewoners dat hun wijk het afgelopen jaar achteruit is gegaan (57,6%). Hiermee scoort de wijk het slechtst van alle wijken in Vlaardingen. Een deel van de bewoners (34,4%) vindt dat de wijk gelijk is gebleven en 8,1% van de inwoners vindt dat de Westwijk juist vooruit is gegaan. Vraag 5 Hoe wordt geborgd dat de selectieve woningtoewijzing geen ongewenste bijeffecten heeft, zoals verdringing naar andere wijken? Antwoord De 802 woningen vormen 29% van het totaal aantal sociale huurwoningen in de Westwijk. Dat betekent dat 71% niet onder de Wbmgp-aanwijzing valt. Bij mutaties worden ze aangeboden via Woonnet Rijnmond of vindt directe bemiddeling plaats.

Er blijven dus voldoende kansen voor afgewezen kandidaat-huurders elders in de Westwijk, Vlaardingen of de regio. Vraag 6 Waarom is specifiek gekozen voor de uitbreiding naar 802 woningen, en hoe is dit aantal bepaald? Antwoord In overleg met Waterweg Wonen, het Kernteamoverleg Westwijk en het Programmabureau Wij de Westwijk is een afweging gemaakt. Voorgesteld wordt om voor de 650 woningen uit de vorige aanvraag een nieuwe aanvraag in te dienen omdat hier de leefbaarheid wordt beoordeeld als onvoldoende/ ruim onvoldoende / zeer onvoldoende (zie vraag 3). Bij twee complexen (Coornhertstraat in Hoogkamer en Kamerlingh Onnesstraat in Lage Weide blijkt uit gesprekken met de wijkmanager van de gemeente en gebiedscoördinator van Waterweg Wonen ook sprake een verslechterde leefbaarheid. Voor de overige huurwoningen van Waterweg Wonen in de Westwijk is afgesproken om op een andere manier woningen passend toe te wijzen. Voor de gehele Westwijk is het streven om jaarlijks 50% van de vrijkomende sociale huurwoningen toe te wijzen aan de primaire doelgroep (inkomen onder de huurtoeslaggrens).

Een titel toevoegen Vraag 7 In de aanvraag staat: Er is sprake van enige beperking van vestigingsvrijheid voor woningzoekenden in combinatie met een licht afnemend percentage sociale huur en dat is vanuit het oogpunt van de woningzoekende misschien zorgelijk. Maar dit weegt niet op tegen de noodzaak om in de Westwijk de leefbaarheid te versterken met alle mogelijke maatregelen. Hoe voorkomt de gemeente dat de uitbreiding van de gebiedsaanwijzing leidt tot het uitsluiten van bepaalde groepen woningzoekenden op deze oververhitte woningmarkt? Antwoord In heel Vlaardingen zijn 16.000 sociale huurwoningen. De 802 woningen die onder Wbmgpgebiedsaanwijzing vallen vormen slechts 5% van de voorraad sociale huurwoningen in de hele stad. De is veel minder dan het maximale percentage volgens de eisen van proportionaliteit (8%). Er blijven dus voldoende kansen voor woningzoekenden die niet in aanmerking komen voor woningen die met een Wbmgp-label worden geadverteerd. Van verdringing is dus geen sprake. Omdat de sociale huurwoningen gespreid over de stad in verschillende buurten staan doet zich geen concentratie voor van afgewezen kandidaat-huurders in complexen elders in de stad. Zie verder de beantwoording bij vraag 5.

Vraag 16 Hoe verhoudt de uitbreiding van de gebiedsaanwijzing zich tot andere beleidsinstrumenten die de gemeente inzet in de Westwijk voor leefbaarheid en veiligheid? Hoe is te herleiden dat de inzet van de Wbmgp tot dusver heeft geleid tot verbetering van de leefbaarheid? Antwoord Bij het inzetten van de Wbmgp is het een wettelijk voorwaarde dat er reeds gewerkt wordt aan het verbeteren van de leefbaarheid in de wijk. De Wbmgp is namelijk bedoeld als aanvulling, bovenop andere eerder uitgevoerde of bestaande (gemeentelijke) interventies. In hoofdstuk 6. Subsidiariteit van de aanvraag wordt dit uitgebreid beschreven. Hieruit blijkt dat de gemeente met de partners al sterk heeft ingezet op een verbetering van de situatie in de wijken en buurten. De resultaten zijn bemoedigend, maar nog fragiel. Aangezien de gebiedsaanwijzing op grond van artikel 9 en 10 van de Wbmgp moet worden gezien als aanvulling op alle andere bovengenoemde maatregelen is ons inziens de aanwijzing van 802 woningen in Lage Weide, Wetering, Zuidbuurt en Hoogkamer gerechtvaardigd en wordt voldaan aan de eisen van subsidiariteit. In hoofdstuk 9 (Monitoring en evaluatie) van de aanvraag is een analyse geschetst van de resultaten van de vorige periode van inzet van de Wbmgp.

Vanuit verschillende wetenschappelijke onderzoeken is reeds bekend dat het directe effect op de leefbaarheid in de buurt niet goed aan te tonen is, omdat tal van andere factoren hier ook invloed op hebben. Wel is feitelijk het aandeel verhuringen aan huishoudens met een inkomen boven de huurtoeslaggrens (de secundaire doelgroep) in 2020-2023 iets hoger (77% respectievelijk 72%) dan in de eerste periode 2016-2020. In deze woningen (totaal meer dan 140) zijn dus de gewenste woningzoekenden met een wat hoger inkomen ingestroomd. Dit heeft geleid tot een gedifferentieerdere samenstelling van huishoudens in de complexen qua inkomen dan zonder de toepassing van de Wbmgp het geval zou zijn geweest. Vraag 17 Hoe wordt de voortgang van de Wbmgp-maatregelen geëvalueerd en teruggekoppeld naar de gemeenteraad? Antwoord Halverwege de termijn van de gebiedsaanwijzing (vier jaar) zal de uitvoering en het effect van deze maatregel op de leefbaarheid worden geëvalueerd. Dan is ook een nieuwe update van de Leefbaarometer beschikbaar. De tussenevaluatie besteedt ook aandacht aan de werking van artikel 10, omdat dit nieuw is voor Vlaardingen. De resultaten worden met een raadsmemo teruggekoppeld aan de gemeenteraad. Vraag 18 Hoe wordt beoordeeld of het verhogen van het aandeel huurders met een vitaal beroep daadwerkelijk bijdraagt aan de leefbaarheid van de wijk?

Een titel toevoegen Antwoord Waterweg Wonen zal monitoren hoeveel woningen die worden aangeboden met een Wbmgp-label verhuurd worden aan woningzoekenden met een vitaal beroep. Het directe effect van deze specifieke deelmaatregel op de leefbaarheid in de wijk zal lastig aan te tonen zijn. Zie verder antwoord op vraag 16. Vraag 19 Wat gebeurt er als een kandidaat-huurder niet door de screening komt? Worden alternatieve huisvestingsopties aangeboden? Antwoord Kandidaat-huurders die op grond van artikel 10 niet in aanmerking komen, kunnen via Woonnet Rijnmond reageren op andere sociale huurwoningen (zonder Wbmgp-label) die worden aangeboden. Ze moeten hier zelf het initiatief voor nemen. Zo voorkomen we dat slimme woningzoekenden strategisch inschrijven op aangeboden woningen met een Wbmgp-label om zo een alternatieve vorm van urgentie te krijgen en andere woningzoekenden passeren. Vraag 20 Hoe wordt bepaald welke woningzoekenden onder artikel 9 en artikel 10 van de Wbmgp vallen? Wat is de exacte procedure? Antwoord De procedure volgt de Verordening Toegang Woningmarkt, die onderdeel is van het raadsbesluit Aanvraag Wbmgp-aanwijzing (artikel 2.6 Voorrang op sociaaleconomische gronden en artikel 2.7 Huisvestingsvergunning om overlast of criminaliteit te voorkomen).

Vraag 21 In het raadsvoorstel staat: artikel 10 wordt pas uitgevoerd als dit binnen de gemeente organisatorisch, financieel en personeel is geregeld. Welke specifieke organisatorische aanpassingen zijn nodig om artikel 10 effectief uit te voeren? Antwoord Voor de behandeling van aanvragen voor een huisvestingsvergunning (bevoegdheid het college) en woonverklaringen op basis van politieonderzoek (bevoegdheid burgemeester) moet capaciteit, expertise en een mandaat worden geregeld. Dit wordt nog verder onderzocht. Vraag 22 Welke criteria worden gebruikt in het politieonderzoek om te beoordelen of een woningzoekende een risico vormt voor overlast en criminaliteit? Antwoord Dit staat vermeldt in de Verordening Toegang Woningmarkt, die onderdeel is van het raadsbesluit Aanvraag Wbmgp-aanwijzing (Zie Artikel 2.9 Onderzoek naar overlast of criminaliteit; woonverklaring). Vraag 23 Welke instanties zijn betrokken bij het uitvoeren van politieonderzoeken en hoe wordt de samenwerking gecoördineerd? Antwoord Wat de uitvoering van art. 10 concreet betekent, wie dit moet doen en wat de kosten zijn wordt nog verder onderzocht. Vraag 24 Hoeveel extra financiële middelen en personeel zijn er nodig om de uitvoering van artikel 10 mogelijk te maken? Antwoord Dit zal onderzocht worden zodra de minister een aanwijzingsbesluit heeft genomen.

Een titel toevoegen Vraag 25 Wat zijn de geschatte jaarlijkse kosten voor het uitvoeren van de screenings onder artikel 10? Antwoord Zie antwoord op vraag 24 Vraag 26 Zijn er voorbeelden van gemeenten die artikel 10 Wbmgp uitvoeren, wat zijn de kosten die zij maken en hoeveel weigeringen heeft dit opgeleverd? Antwoord Artikel 10 wordt door de volgende gemeenten uitgevoerd, allemaal in combinatie met artikel 8 en/of 9: Schiedam Dordrecht Den Bosch Rotterdam Tilburg Zaanstad Nissewaard Nijmegen Bij Schiedam is een indicatie van de kosten opgevraagd. Het gaat om 250.000 euro per jaar aan gemeentelijke personeelskosten. In Schiedam vallen 2094 woningen onder de Wbmgp. Bij de start van de gebiedsaanwijzing kwamen 500 á 600 aanvragen voor een huisvestingsvergunning per jaar binnen, dat is teruggezakt naar 350 á 400 aanvragen per jaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15052557/1