CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

26-22 Bijlage 3 - Begroting 2027 GR GGD-RR

Gemeenteraad 11 juni 2026, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Vaststellen zienswijze op ontwerpbegroting 2027 GR GGD-RR15.263 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Pagina 39 van 62

Gezondheidsmonitor

Doelgroep

Dataverzameling

Publicatie

Jongvolwassenen

16 t/m 25 jaar

2024

2025

Volwassenen en ouderen

18 t/m 64 jaar en 65+

2024

2025

Kinderen

0 t/m 3 en 4 t/m 11 jaar

2026

2026

Jeugd

klas 2 en klas 4 VO

2027

2028

Kernboodschappen lokaal gezondheidsbeleid

0 t/m 100 jaar

2025

2026

Kengetallen • • • •

Aantal schoolrapportages (voor scholen voor voortgezet onderwijs) Aantal presentaties/adviezen gemeenten Aantal informatie aanvragen waarvoor verdiepende analyses nodig zijn Aantal training/workshops over de Gezondheid in Kaart (op aanvraag)

Prestatie-indicatoren • •

•

Doorlopen vierjaarlijkse monitoringscyclus. Beschikbaarheid website Gezondheid in Kaart waar alle informatie digitaal beschikbaar is. Na elk monitormoment worden de gegevens via deze website ontsloten en ontvangt elke gemeente een rapportage met een begeleidende brief. Hierin staan de meest opvallende resultaten van de eigen gemeente en vergelijking met regio Rotterdam-Rijnmond. Na elk monitormoment verschijnen minimaal drie inhoudelijke feitenkaarten met gegevens over trends, risicogroepen en samenhang met andere uitkomstmaten.

Bijzonderheden Aanvullend op het basisproduct kunnen verschillende plusproducten worden afgenomen: Steekproefophoging: de enquête kan op dusdanige schaalgrootte worden uitgevoerd dat er statistisch verantwoorde uitspraken mogelijk zijn op lagere geografische eenheden zoals wijkniveau, of wijkteamindeling. De resultaten van de wijkophoging worden ontsloten via een tabellenboek. Beantwoording van meer uitgebreide verdiepende vragen. Informatievragen met een maximale urenbesteding van acht uur per vraag worden tot het basisproduct gerekend.

Pagina 40 van 62

A5. Coördinatie Psychosociale Hulpverlening (PSHi) Wettelijke basis Wet maatschappelijke ondersteuning, Wet Publieke Gezondheid en Justitiële maatregelen. Doel van het product Het doel van PSHi is vermindering of voorkomen van maatschappelijke onrust door het bieden van psychosociale hulp bij ingrijpende gebeurtenissen (die niet onder de GRIP-procedure van de GHOR vallen). Daarnaast wordt ingezet op coördinatie bij PSHi incidenten (incidenten of zedenzaken, samenhangend met psychosociale klachten en/of gezondheidsproblemen). Doelgroep van het product De (in)direct getroffenen. Activiteiten Het PSHi-coördinatieteam heeft onder meer de volgende taken: • • • • •

Het treffen van maatregelen om het hoofd te kunnen bieden aan de gevolgen van het incident ter voorkoming van maatschappelijke onrust; Het coördineren van de hulpverlening met behulp van bij de bestrijding betrokken diensten en organisaties; Het identificeren van personen die dringend psychische hulp behoeven. En deze hulp faciliteren; Het bevorderen van herstel van het psychisch evenwicht van de getroffenen; Het vroegtijdig herkennen van verwerkingsstoornissen bij getroffenen en het bevorderen van een adequate behandeling ervan; Het organiseren van de opvang, de voorlichting en de hulp aan de (in)direct getroffenen.

De PSHi-procesleider zorgt voor het up-to-date houden van het procesboek PSH en het productenboek ‘coördinatie psychosociale hulpverlening PSHi’. Prestatie-indicatoren/kengetallen • •

Geactualiseerd productenboek. De toepasbaarheid wordt jaarlijks getoetst op basis van de voorgekomen incidenten en te verwachte ontwikkelingen. Minimaal 10 opgeleide PSHi coördinatoren.

Bijzonderheden Gezien de verantwoordelijkheid van de GGD voor psychosociale opvang bij ingrijpende gebeurtenissen van collectieve aard, is een vertegenwoordiger van de GGD aangewezen als PSH-procesleider. De coördinatie bij een concreet incident wordt gedaan door de zogeheten PSHi-coördinator. Het coördinatieteam bestaat o.a. uit vertegenwoordigers van de volgende organisaties: • • • • • • • • • • • • •

GGD Rotterdam-Rijnmond, PSHi-coördinator; Parnassia BAVO groep; GGZ Delfland; Politie Rotterdam-Rijnmond (waaronder zedenpolitie en wijkagent); Centrum voor Dienstverlening; Kwadraad; Minters; Jeugdbescherming Rotterdam-Rijnmond; Slachtofferhulp Nederland; Ambtenaar Openbare Veiligheid; CJG; Veilig thuis; Stichting Seksueel Geweld.

PSHi is 24/7 beschikbaar. Tijdens kantooruren door de PSHi coördinator en buiten kantooruren door de crisisdienst van het Centrum van Dienstverlening.

Pagina 41 van 62

Bijzonderheden De capaciteit is berekend op 6 uur inzet PSHi-coördinator per 10.000 inwoners per jaar. De inzet per gemeente kan per jaar sterk wisselen. Het aantal zaken is gegroeid maar de capaciteit is nog steeds wel toereikend en wordt jaarlijks geëvalueerd. De deelnemers aan een PSHi-coördinatieteam worden (aanvullend) opgeleid voor deze specifieke taak. De GGD heeft hiervoor een scholings- en trainingsplan. Er wordt onder andere jaarlijks een training georganiseerd waarbij de PSHi- protocollen als uitgangspunt dienen.

Pagina 42 van 62

B.1 Infectieziektebestrijding Wettelijke basis Wet publieke gezondheid Productomschrijving De GGD Rotterdam-Rijnmond houdt zich dagelijks bezig met het voorkomen en bestrijden van infectieziekten. Infectieziekten zijn ziekten die veroorzaakt worden door virussen, bacteriën, schimmels of parasieten (micro-organismen). Mensen kunnen infectieziekten aan andere mensen overdragen. Bij de GGD werken dagelijks artsen, verpleegkundigen, deskundigen infectiepreventie, doktersassistentes, administratief medewerkers, beleidsadviseurs, onderzoekers en data-analisten om infectieziekten in de regio Rotterdam-Rijnmond te voorkomen en te bestrijden. Het kan om één persoon met een infectieziekte gaan: de bron wordt opgespoord en contacten worden zo nodig beschermd. Er kan ook een uitbraak zijn, bijvoorbeeld van norovirus of scabiës onder bewoners van een verpleeghuis. In het meest extreme geval gaat het om een pandemie zoals Covid-19. De regio Rotterdam-Rijnmond is een uitdagende regio met een bovengemiddelde infectiedruk die o.a. is toe te schrijven aan: •

De grote variëteit aan migratieachtergronden van de inwoners draagt bij aan een verhoogd risico op infectieziekten (sommige infectieziekten komen in groepen met een migratieachtergrond aantoonbaar vaker voor);

•

De omvang van de bevolking met achterstanden is bovengemiddeld, wat uitdagingen en extra opgaven met zich meebrengt t.a.v. taalvaardigheid en gezondheidsvaardigheden;

•

Een hoge dichtheid en verscheidenheid van woon-zorgcentra, ziekenhuizen, laboratoria en maatschappelijke opvang waar de GGD mee samenwerkt, wijkt sterk af van het landelijk gemiddelde;

•

De regio heeft twee grote ‘toegangspoorten’ en daarmee extra risico op infectieziekten, te weten een A-haven2 en Rotterdam The Hague Airport (RTHA). Hierdoor is er extra risico op import van infectieziekten wat meer taken voor de GGD met zich meebrengt.

Doel van het product Het voorkomen van introductie en (verdere) verspreiding van infectieziekten en waar nodig bestrijden van infectieziekten. Het via surveillance monitoren van de ontwikkeling van infectieziekten, beleid, strategie en kennis op dit terrein ontwikkelen, het nemen van algemene preventieve maatregelen op het gebied van infectieziekten en waar nodig de bestrijding van infectieziekten coördineren. Doelgroep van het product Bevolking van het werkgebied van de GGD Rotterdam-Rijnmond. Specifieke doelgroepen zijn groepen die een hoger risico hebben voor infectieziekten of waar infectieziekten relatief vaker voorkomen: ouderen, zwangeren, bewoners van woon-zorginstellingen, kinderen en jongeren, migranten, dak- en thuislozen, druggebruikers en mensen met verminderde weerstand door onderliggende ziektes of medicatie. Activiteiten Landelijk zijn zeven kerntaken voor de infectieziektebestrijding vastgesteld: 1.

Bestrijden van infectieziekten en voorkomen van verdere verspreiding Verificatie van een melding van een infectieziekte, uitvoeren bron- en contactonderzoek (BCO), bepalen en inzetten bestrijdingsmaatregelen en diagnostiek (bv. isolatie, medicatie/ vaccinatie, hygiënemaatregelen), individuele zorg (bv. advisering aan behandelaren), outbreak-management en vangnetfunctie (bv. als mensen niet via reguliere weg benodigde ondersteuning ontvangen met als doel om de ziektelast beperkt te houden voor het individu en zijn omgeving).

2

Per ministeriële regeling is de haven van Rotterdam als ‘plaats van binnenkomst’ met typering A-haven aangewezen. Daarmee worden eisen gesteld voor de preventie en bestrijding van internationale volksgezondheidsdreigingen en laagdrempelige toegang tot medische zorg, zoals beschreven in de Wpg.

Pagina 43 van 62

2.

Surveillance Het consequent verzamelen, analyseren en interpreteren van data over infectieziekten met als doel om gericht acties uit te voeren voor het tegengaan van verspreiding van infectieziekten. Het detecteren van ernstige/gevaarlijke infectieziekten of varianten hiervan. Informeren van zorgprofessionals, ketenpartners en beleidsmakers (regionaal en landelijk) over infectieziektesignalen en adviseren over de te nemen preventieve- of bestrijdingsmaatregelen. Ontwikkelen en onderhouden van een risicoprofiel van de eigen GGD-regio, met behulp van het dashboard infectieziekte en MUIZ (Regionaal Meldpunt Uitbraken Infectieziekten).

3.

Beleidsadvisering Advisering en ondersteuning van de Directeur Publieke Gezondheid, bestuur, stakeholders en ketenpartners over de publieke gezondheid en het regionale en lokale volksgezondheidsbeleid. Inclusief integrale samenwerking met andere GGD-professionals die zich bezighouden met gezondheidsbescherming en preventie. Plus het volgen (en beïnvloeden) van landelijke ontwikkelingen op inhoudelijk en bestuurlijk niveau, zoals besluitvorming vanuit het Rijk, adviezen van de gezondheidsraad, veranderende wetgeving etc. Informatievoorziening: proactief en reactief informatie verstrekken en kennis uitwisselen. Visievorming op het gebied van innovatie van preventieprogramma’s gericht op infectieziektebestrijding en infectiepreventie. En visievorming op samenwerkingsthema’s met andere public health professionals.

4. Preventieactiviteiten Preventieactiviteiten zijn met name gericht op primaire preventie: het zo goed mogelijk voorkomen dat mensen een infectieziekte krijgen door te voorkomen dat ze besmet raken (bv. hygiëneadviezen/ vaccinatie) en te voorkomen dat besmetting tot ziekte leidt. Daarbij houdt het team IZB zich bezig met vroege opsporing van een infectieziekte (secundaire preventie, bv. testen/ screening) en het beperken van gezondheidsschade door een infectieziekte (tertiaire preventie, bv. medicatie). Met de inzet van een doelgroepgerichte aanpak waar nodig (om de op dat moment specifieke doelgroep te bereiken). 5.

Netwerk en regie Het samenwerken met en verbinden van (zorg) professionals en andere ketenpartners is essentieel om (bedreigingen van) infectieziekten effectief te kunnen voorkomen of indammen. Team IZB heeft regie in het onderhouden van contact met ketenpartners in de eigen regio (zoals ziekenhuizen, verpleeghuizen, huisartsen, verloskundigen, laboratoria etc.), met landelijke ketenpartners zoals het RIVM, de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) en met andere GGD’en.

6.

Voorbereiding op grootschalige infectieziekte-uitbraken Voorbereidingen treffen voor regionale uitvoering van infectieziektebestrijding bij een grootschalige infectieziekte-uitbraak heeft als doel om tijdig en adequaat te kunnen handelen bij een uitbraak. Voorbereidingen zijn o.a. oefenen, scholing, actueel houden van werkprocessen, infrastructuur en opschalingsplan.

7.

Kennis en onderzoek Kennis en onderzoek zijn de basis voor een kwalitatief stevige infectieziektebestrijding. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het opzetten, uitvoeren en begeleiden van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van preventie, publieke gezondheid en infectieziektebestrijding in nauwe samenwerking met academische werkplaatsen en andere professionals. Met als doel het genereren van inhoudelijke vakkennis, praktisch implementeerbare kennis en aanscherping van beleid. De onderzoeksresultaten moeten vervolgens vertaald worden naar praktisch implementeerbare kennis gericht op specifieke (kwetsbare) doelgroepen. Implementatie en inbedding van evidencebased werken en ondersteuning bij landelijke richtlijnontwikkeling. De GGD Rotterdam-Rijnmond is opleidingsinstituut voor IZB-professionals, studenten en coassistenten. Naast richtlijnontwikkeling en het zelf opleiden van voldoende IZB-professionals betreft dit ook professionalisering en academisering van het vakgebied.

Kengetallen • •

Aantal afgehandelde vragen van burgers en/ of professionals: ≥2000 Aantal meldingen meldingsplichtige infectieziekten volgens de Wet publieke gezondheid: 1000

Pagina 44 van 62

• • • • •

Aantal uitbraken/clusters: 400 Oefeningen ter voorbereiding op grootschalige uitbraken infectieziekten: 3 Aantal meldingen van schepen/ adviezen aan schepen (Maritime Declaration of Health (MDoH)beoordelingen): 300 Aantal netwerkbezoeken (zorginstellingen en andere partners): ≥100 Aantal opgeleide zorgprofessionals: ≥20

Bijzonderheden Uitgangspunt voor de afhandeling van meldingsplichtige ziekten en de bestrijding van uitbraken van infectieziekten zijn de protocollen en draaiboeken van de Landelijke Coördinatie Infectieziekten (LCI)/ Centrum Infectieziektebestrijding (CIb). Bij bestrijding van uitbraken in het werkgebied wordt de betreffende gemeente actief geïnformeerd over de afhandeling en wordt afgestemd over eventuele communicatie richting burgers en andere betrokkenen. In de Wet publieke gezondheid worden in het kader van de door de Wereldgezondheidsorganisatie opgestelde ‘Internationale Gezondheidsregeling’ eisen gesteld aan zee- en luchthavens. Voor het gehele havengebied in de regio Rijnmond (A-haven) geldt dat bij ernstige dreiging op of bij uitbraken van infectieziekten voorzieningen aanwezig moeten zijn en procedures worden geïmplementeerd. Dit heeft de GGD in een convenant geregeld met diverse verantwoordelijke instanties. De doelgroep kan zich wenden tot de Port Health Authority Rotterdam (PHAR). Bijgaande productbeschrijving betreft alle regionale basistaken. Extra taken en eventuele extra financiering vanuit de gemeente Rotterdam en het Rijk zijn hierin niet meegenomen.

Pagina 45 van 62

B2. Tuberculosebestrijding Wettelijke basis Wet publieke gezondheid Doel van het product Het voorkomen van introductie en (verdere) verspreiding van tuberculose in het werkgebied door het vroegtijdig opsporen en behandelen van tuberculose en tuberculose-infecties, surveillance van de verspreiding van tuberculose en het ontwikkelen van beleid. Doelgroep van het product Bevolking van het werkgebied van de GGD Rotterdam-Rijnmond. Specifieke doelgroepen die een hoger risico hebben voor tuberculose of tuberculose-infectie: immigranten, asielzoekers reizigers, zeevarenden, kinderen van ouders uit risicolanden en werkers met een beroepsrisico. Activiteiten Landelijk zijn zeven deeltaken voor de infectieziektebestrijding vastgesteld, echter, door afname van tuberculose is er binnen de tuberculosebestrijding extra focus op het op het kwaliteitsbeleid. Dit ter borging van de algehele kwaliteit van de tuberculosezorg en het voldoen aan de vereiste expertiseveldnormen. Bestrijden van tuberculose en voorkomen van verspreiding • •

Behandelen en begeleiden van tuberculosepatiënten en personen met een tuberculose-infectie. Het verwerken van afgiftemeldingen en registratie van tuberculose in het kader van de Wet publieke gezondheid. • Naar aanleiding van een melding van tuberculose of vaststelling van een tuberculose-infectie (bronopsporing) het onderzoeken van contacten op tuberculose. • Het adviseren van individuele burgers (meestal telefonisch en/of online), gemeentebesturen en andere relevante partners zoals zorginstellingen, maatschappelijke opvang, AZC’s, etc. • Het bieden van een vangnet aan tuberculose- patiënten en personen met een tuberculose- infectie die niet via de reguliere weg de benodigde ondersteuning ontvangen (en inclusief zorg aan onverzekerden). Surveillance •

Het monitoren van de verspreiding van tuberculose om zo nodig maatregelen te kunnen nemen.

Netwerk- en regiefunctie •

Het onderhouden van contacten met relevante (medische) ketenpartners (bijvoorbeeld medische opvang asielzoekers, medische diensten penitentiaire inrichtingen, verslavingszorg, medische specialisten, etc.) en waar nodig het coördineren van activiteiten.

Preventie • • •

Screenen van groepen met een verhoogd risico op tuberculose of tuberculose-infectie (zeevarenden, immigranten, asielzoekers, gedetineerden). BCG-vaccinatie bij kinderen van ouders uit landen waar tuberculose veel voorkomt en bij personen die langdurig in risicolanden gaan verblijven. Voorlichten van specifieke groepen.

Voorbereiding op grootschalige infectieziekte- uitbraken • •

•

Het bestrijden van verheffingen van tuberculose ter voorkoming van verspreiding en vermindering van eventuele onrust. GGD Rotterdam-Rijnmond, GGD Haaglanden, GGD Hollands-Midden en GGD Zuid-Holland Zuid werken sinds 2015 samen mee in het REC TBC. Door krachten te bundelen op het gebied van tbcbestrijding kunnen we de pieken in de workload en bij (grootschalige) crisissituaties goed opvangen en de veiligheid van de tbc-zorg toekomstgericht waarborgen. Uitvoering van deze taak vindt plaats via het Regionale Expertise Centrum (REC) Tuberculosebestrijding (TBC) Zuid-Holland (ZH). REC-TBC ZH betreft een samenwerkingsverband op het gebied van tuberculosebestrijding tussen de GGD-en van Zuid-Holland.

Pagina 46 van 62

Beleidsadvisering •

Het (on)gevraagd adviseren van het gemeentebestuur, de beleidslijn en andere relevante lokale, regionale en landelijke partners zoals zorginstellingen maatschappelijke opvang, AZC’s, etc.

Kennis en Onderzoek •

Onderzoek en kennisborging, gekoppeld aan de directe tuberculosepreventie en bestrijding.

Kwaliteitsbeleid • • •

Inzetten op het behouden van de kwaliteit van tuberculose-zorg en het versterken van de regionale samenwerkingsstructuur Het uitvoeren van REC-visitaties (intercollegiale toetsing en deskundigheidsontwikkeling) op regionaal niveau. Fungeren als opleidingsinstelling voor professionals in de tuberculosebestrijding.

Prestatie-indicatoren/kengetallen • • • • • • •

Aantal meldingen van tuberculosepatiënten: ≥ 90 Aantal registraties van tuberculose-infectie: ≥ 90 Aantal cliëntcontacten: ± 8.000 - 9.000 Aantal uitgevoerde tbc-verrichtingen/onderzoeken (longfoto’s, Mantoux- en IGRA-testen): ± 6.000 6.500 Aantal BCG-vaccinaties: ± 1.000- 1.500 Percentage tbc-patiënten dat behandeling voltooit: ≥ 85% Percentage geïnfecteerde personen dat preventieve behandeling voltooit: ≥ 85%

Bijzonderheden Wanneer na een tbc-besmetting een contactonderzoek gaat plaatsvinden wordt de gemeente actief geïnformeerd en wordt er waar nodig afgestemd over eventuele communicatie richting burger en andere betrokkenen.

Pagina 47 van 62

B.3 Soa/hiv-preventie en –bestrijding en bevordering seksuele gezondheid Wettelijke basis Wet publieke gezondheid (Wpg) Doel van het product Het voorkomen van introductie en (verdere) verspreiding van seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) waaronder hiv (humaan immunodeficiëntievirus) en waar nodig bestrijden van soa en hiv. Het via surveillance monitoren van de ontwikkeling op het gebied van soa/hiv, beleid op dit terrein ontwikkelen en waar nodig de bestrijding van soa/hiv coördineren en het bevorderen van seksuele gezondheid bij mensen met een verhoogd risico. Productomschrijving Team seksuele gezondheid staat voor het bevorderen van seksuele gezondheid bij mensen met verhoogd risico in de regio Rotterdam Rijnmond. Het Centrum Seksuele Gezondheid van de GGD Rotterdam-Rijnmond is een klantvriendelijk en goed bereikbaar expertisecentrum voor de inwoners van de regio Rotterdam-Rijnmond. Wij bieden oordeelvrije zorg op maat aan onze cliënten, volgen en signaleren hiervoor trends en ontwikkelingen en verwijzen waar nodig door. Daarbij werken we samen met lokale en landelijke organisaties.We werken aan de preventie van soa en kwesties op het gebied van seksuele gezondheid en beantwoorden vragen. Uitgangspunt is het bevorderen van zelfredzaamheid en de regie van de cliënt over eigen leven en gezondheid.

In onze dienstverlening benutten en ontwikkelen wij de mogelijkheden voor online contact. GGD Rotterdam-Rijnmond is een opleidingscentrum voor professionals. Wij voeren wetenschappelijk onderzoek uit ter verbetering van de seksuele gezondheid. Doelgroep van het product Mensen met een verhoogd risico op soa3 woonachtig in het werkgebied van de GGD RotterdamRijnmond. Cliënten van het centrum seksuele gezondheid kunnen rekenen op vertrouwelijkheid en discretie. Deeltaken soa waaronder hiv Uitvoering van taken in het kader van de Wet publieke gezondheid. Alle deeltaken die voor de algemene infectieziektebestrijding (B1) gelden, zijn ook van toepassing op soa/hiv. 1.

Bestrijden van infectieziekten in het bijzonder soa, en voorkomen van verdere verspreiding. Het bestrijden van toename van soa ter voorkoming van verspreiding en ter vermindering van eventuele onrust. Dit gebeurt door vroege opsporing en behandeling van soa en het informeren/voorlichten van iemand die geïnfecteerd is met een soa over mogelijkheden om het doorgeven van een soa te voorkomen. Bron- en contactonderzoek Bij iedereen met een soa wordt geïnventariseerd welke sekspartners mogelijk een bron geweest zijn of welke blootgesteld zijn geweest. De cliënt krijgt ondersteuning hoe (ex)partners te informeren. De GGD neemt de partnerwaarschuwing op zich, mocht het nodig zijn. Ook biedt de GGD ondersteuning aan huisartsen bij partnerwaarschuwing.

3

Het Centrum Seksuele Gezondheid maakt onderdeel uit van het Regionaal Centrum Seksuele gezondheid Zuid-Holland Zuid, één van de 8 regio’s voor aanvullende seksuele gezondheid in Nederland. Je kunt een afspraak maken voor een consult seksuele gezondheid als je aan een van onderstaande voorwaarden voldoet. Namelijk als je: -

jonger bent dan 25 jaar; een man bent die seks heeft met mannen; afkomstig bent uit een land waar veel soa voorkomt, of je partner is dat; door een (ex)partner gewaarschuwd bent voor een soa; klachten hebt die wijzen op een soa; sekswerker bent; te maken had met seksueel geweld.

Pagina 48 van 62

2.

Surveillance Het monitoren van de verspreiding van soa/hiv om zo nodig beleidswijzigingen in bijvoorbeeld testen te kunnen nemen.

3.

Beleidsadvisering Het adviseren van gemeentebesturen en van andere relevante partners (scholen etc.).

4. Preventieactiviteiten Het uitvoeren van preventieve activiteiten gericht op soa/hiv en seksuele gezondheid, via outreachende activiteiten bij relevante evenementen. Denk aan bemensing van een kraam bij een Roze Zaterdag. Vangnetfunctie: mensen die tussen wal en schip dreigen te vallen poogt de GGD hulp te bieden en ze zo nodig door te verwijzen naar de juiste instanties. 5.

Netwerk en regie Het onderhouden van contacten met relevante (medische) ketenpartners en waar nodig coördineren van activiteiten.

6.

Voorbereiding op grootschalige infectieziekte-uitbraken Voorbereidingen treffen voor regionale uitvoering van infectieziektebestrijding bij een grootschalige infectieziekte-uitbraak door een soa heeft als doel om tijdig en adequaat te kunnen handelen bij een uitbraak. Voorbereidingen zijn o.a. oefenen, scholing, actueel houden van werkprocessen, infrastructuur en opschalingsplan. Dit doet team seksuele gezondheid in samenspraak met team infectieziektebestrijding.

7.

Kennis en onderzoek In het basistakenpakket betreft het onderzoek dat gekoppeld is aan de directe preventie en bestrijding (bijvoorbeeld bij stijging van een soa onder een bepaalde groep) en verdiepend onderzoek bijvoorbeeld met het laboratorium bij soa die vaker in ons werkgebied voorkomen. GGD RR is opleidingsinstelling voor professionals in de seksuele gezondheidszorg, alsmede artsen Maatschappij & Gezondheid/infectieziektebestrijding, dermatologen en microbiologen.

Kengetallen •

• • • •

•

• •

Onderstaande activiteiten betreffen regio-gefinancierde wettelijke basistaken waarvoor de GGD zich verantwoordt middels de haljaarrapportage voor het Algemeen Bestuur GGD RR en de gemeenteraden. Outreach: Deskundigheidsbevordering 6 trainingen Voorlichting in kleine groep 12 De GGD RR bezoekt wekelijks Door2Door Informatie- en dienstencentrum voor sekswerkers. Bij het open spreekuur kunnen sekswerkers - ook mannelijke sekswerkers - terecht voor soaonderzoek, hepatitis B vaccinaties en/of vragen over seksuele gezondheid: 160 Festivals/informatiemarkt bereikt 4.000 mensen in de regio Rotterdam-Rijnmond. Om een indruk te krijgen over de invloed van de activiteit doen we een klanttevredenheidsonderzoek en betrekken de doelgroep bij verbetering van de dienstverlening. Aantal mensen dat geïnformeerd is over: Partnerwaarschuwing (passieve vorm). Verpleegkundige brengt bij een eerste consult partnerwaarschuwing onder de aandacht met de vraag: stel je hebt een soa, weet je dan wie je zou moeten informeren?: 10.780 Test een cliënt positief voor soa dan zet de verpleegkundige tijdens het behandelconsult in samenspraak met client de partnerwaarschuwing in gang. Gewaarschuwde partners hebben voorrang bij het testen: 2.000

Bijzonderheden De GGD verzorgt op het gebied van soa waaronder hiv, naast de basistaken, een aantal aanvullende activiteiten die gefinancierd worden vanuit de Rijksoverheid of andere specifieke financiering:

Pagina 49 van 62

•

• • • • •

•

Testen en behandelen van soa voor specifieke doelgroepen met verhoogd risico op soa wordt gefinancierd door rijksmiddelen (ministerie van VWS) vanuit de regeling Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg (ASG); Outreach aanvullend op de basis preventieactiviteiten (basistaak) gefinancierd vanuit de ASG; Pre-expositie profylaxe zorg (PrEP zorg) gefinancierd vanuit rijksmiddelen (VWS) via de tijdelijke subsidieregeling PrEP Keuzehulpgesprekken, gefinancierd via GGD GHOR Nederland vanuit Rijksmiddelen; Centrum Seksueel Geweld (CSG) gefinancierd door gemeente Rotterdam (via DUVO-middelen), centrumgemeenten Vlaardingen, Nissewaard (en Dordrecht vanuit regio GGD Zuid-Holland Zuid); Gastlessen seksuele gezondheid in het kader van de Gezonde School thema Relaties en Seksualiteit gefinancierd door de tijdelijke stimuleringsregeling Gezonde Relaties & Seksualiteit van VWS; Onderzoek Seks onder je 25e is een landelijk onderzoek dat eens in de 5 jaar wordt gehouden. De GGD werkt zo veel als mogelijk data gedreven en heeft zich daarom gecommitteerd aan dit onderzoek. Overig onderzoek - onderzoek dat niet ten dienste van de basistaak staat - wordt bekostigd met externe financiering (VWS, subsidie van bijvoorbeeld ZonMw).

Elke financier stelt zijn eigen verantwoordingseisen. Het ministerie van VWS vraagt een inhoudelijke verantwoording van activiteiten uit de ASG-regeling en een single information, single audit (SiSa) verantwoording van de uitgevoerde consulten. De GGD heeft een inspanningsverplichting richting subsidiegever en verantwoordt zich aan de betreffende partij. Gelden die niet aantoonbaar zijn ingezet op de specifieke activiteiten en bijbehorende doelstellingen, worden teruggevorderd.

Pagina 50 van 62

B4. Technische hygiënezorg Wettelijke basis • • •

Wet publieke gezondheid (Wpg). Hygiënerichtlijnen van het Landelijk Centrum voor Hygiëne en Veiligheid. International Health Regulations (IHR)/ Wet publieke gezondheid, Algemene Plaatselijke Verordening, Warenwet.

Productomschrijving De GGD Rotterdam-Rijnmond houdt zich dagelijks bezig met het geven van hygiëneadviezen aan particulieren, professionals, instellingen en bedrijven om infectieziekten door micro-organismen (bacteriën, virussen, schimmels en parasieten) te voorkomen. De technische hygiënezorg richt zich vooral op het voorkomen van infectieziekten op plekken of bij gebeurtenissen waar veel mensen komen en er kans op besmetting is. Zoals bij tattoo- en piercingshops en seksinrichtingen. Bij evenementen wordt onder ander gecontroleerd of sanitaire- en watervoorzieningen (legionellapreventie) in orde zijn. Ook bij bijvoorbeeld mud runs of natuurspeeltuinen geven wij advies. Maar ook locaties waar kwetsbaren verblijven, zoals de opvang voor dak- en thuislozen of opvanglocaties voor asielzoekers. De deskundige infectiepreventie of technisch hygiënist gaat langs bij een opvang, doet een inspectie en geeft advies. Doel van het product Het beschermen en bevorderen van de gezondheid van burgers door controle op een veilige en hygiënische omgeving van basisvoorzieningen en deze indien nodig te bevorderen. Doelgroep van het product Bevolking van de gemeenten van het werkgebied van GGD Rotterdam-Rijnmond.

Specifieke doelgroepen zijn groepen die een hoger risico hebben voor infectieziekten of waar door de leefomstandigheden een groter risico is op verspreiding van infectieziekten zoals bewoners dak- en thuislozenopvang, vrouwenopvang of instelling voor verstandelijk gehandicapten. Activiteiten • •

• • • • • •

Advisering gemeente, bijvoorbeeld in het traject van vergunningaanvraag evenementen Hygiëne-bezoeken bij o.a. o Verblijfsinrichtingen (opvangvoorzieningen voor dak- en thuislozen, sociale pensions) o Seksinrichtingen o Evenementen Bereikbaar voor vragen en klachten vanuit burgers en professionals Legionellapreventie Voorlichting en advisering bij uitbraken van infectieziekten Surveillance Beleidsadvisering Regie- en netwerkactiviteiten Onderzoek

Activiteiten uitgevoerd voor regio Rotterdam-Rijnmond met andere financieringsbron: • • •

Vergunningverlening tattoo- en piercing en PMU (permanente make up) studio’s Hygiëne-bezoeken bij asielzoekerscentra Verstrekken Ship Sanitation Certificates (Wpg/IHR)

Kengetallen • • • •

Aantal adviezen aan burgers: 150 Aantal adviezen aan professionals: 130 Aantal hygiëne bezoeken (per categorie; verblijfsinrichtingen, asielzoekerscentra, seksinrichtingen, evenementen, overige): ≥100 Aantal bezoeken vergunningverlening tattoo-en piercing en PMU (permanente make up): 130

Pagina 51 van 62

• •

Aantal voorlichtingen: 6 Aantal scheepsinspecties: ≥1700

Bijzonderheden Klant gefinancierde taken Volgens het Warenbesluit Tatoeëren en Piercen zijn de eigenaren van de bedoelde voorzieningen verplicht tegen betaling advies bij de GGD in te kopen. Het gaat hier om een Rijksverantwoordelijkheid, die krachtens mandaat wordt uitgeoefend op het grondgebied van binnen de regeling deelnemende gemeenten. De GGD verstrekt (in mandaat) een vergunning aan eigenaren die aan de eisen van Hygiëne en veiligheid voldoen. De beschikkingen worden door de GGD namens het Rijk afgegeven. De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit is toezichthouder. Volgens de International Health Regulations van de WHO dienen zeeschepen over een geldig Ship Sanitation Certificate te beschikken. Een dergelijk certificaat is een half jaar geldig. In de zeehavens van Nederland kan het certificaat via de betreffende GGD worden aangevraagd. Deze taak wordt door de GGD RR tegen betaling uitgevoerd. Voor vergunningverlening tattoo- en piercing en PMU (permanente make up) studio’s en verstrekken Ship Sanitation certificates zijn de inkomsten volgens landelijk vastgestelde leges/tarieven. Hygiëne-bezoeken bij asielzoekerscentra worden conform de PGA-afspraken (Publieke Gezondheidszorg Asielzoekers) uitgevoerd en vergoed via GGD-GHOR Nederland.

Pagina 52 van 62

B5. Beschermen en bevorderen gezonde leefomgeving Het beschermen en bevorderen van de gezondheid van burgers door het contact met milieuverontreiniging te beperken en een veilige en aantrekkelijke leefomgeving te bevorderen die uitnodigt tot gezond gedrag. B5a. Medische milieukunde Wettelijke basis Wet publieke gezondheid Productomschrijving Voor zowel bewoners als gemeenten is het team Gezondheid en Milieu van de GGD het aanspreekpunt voor vragen over milieu en gezondheid. Bij incidenten en nieuwe ontwikkelingen in de leefomgeving kunnen bewoners zich zorgen maken over hun gezondheid. Zo kan bijvoorbeeld bodemverontreiniging, een windturbine of een weg onrust veroorzaken onder omwonenden. De GGD beantwoordt dan vragen over de gezondheid van ongeruste bewoners. Gaat de vraag over een huurwoning (bijvoorbeeld schimmel in huis of asbest)? Dan kunnen wij contact opnemen met de verhuurder om de staat van de woning te bespreken. De GGD adviseert op aanvraag (reactief) de gemeenten, de bevolking, milieudiensten en -afdelingen, de gezondheidszorg, ruimtelijke planners, stedenbouwers en anderen over kwesties in de leefomgeving die raken aan gezondheid. De afgelopen jaren is bijvoorbeeld enkele malen advies uitgebracht over uitstoot van chemische stoffen nabij, of hoogspanningslijnen dwars door een wijk. Er bestaan zorgen in de wijk over de gezondheid van met name kinderen.

Er wordt regelmatig onderzoek gepubliceerd over deze onderwerpen. De GGD kan helpen met het duiden van dit wetenschappelijk onderzoek voor de specifieke situatie en uitleg geven aan bewoners en andere betrokkenen. Daarnaast signaleert de GGD ongewenste situaties, geeft advies in de nazorg bij incidenten met gevaarlijke stoffen en werkt mee aan onderzoek. Het gaat dan bijvoorbeeld over luchtverontreiniging, loden waterleidingen, bodemverontreiniging, geluidshinder door wegen of vliegtuigen en elektromagnetische velden. Doel van het product Het beschermen van de gezondheid van burgers door het contact met milieuverontreiniging te voorkomen/ te beperken. Doelgroep van het product Bevolking van de gemeenten van het werkgebied van GGD Rotterdam-Rijnmond. Activiteiten • • • •

Signalering van ongewenste situaties; Reactieve advisering aan gemeente, bevolking, milieudiensten en –afdelingen, gezondheidszorg, ruimtelijke planners, stedenbouwers etc. bij vragen en incidenten; Advisering in de nazorg bij de incidenten met gevaarlijke stoffen; Behandeling van vragen en klachten bij de bevolking (meldingen); Voorlichting en risicocommunicatie, reactief; Onderzoek, reactief (beoordeling, begeleiding).

Kengetallen • •

Aantal meldingen medische milieukunde: 250 Aantal adviezen medische milieukunde: 200

Pagina 53 van 62

Bijzonderheden Medische mileukunde De GGD-RR heeft bilaterale contracten met GGD’en in Zuid-Holland voor tweedelijns ondersteuning op het gebied van milieu en gezondheid. De Wet publieke gezondheid (Wpg) is het kader waarbinnen de GGD namens de gemeenschappelijke regeling de basistaak ‘Medische Milieukunde (B5a) uitvoert voor de deelnemende gemeenten (reactieve werkzaamheden). Daarnaast is vanwege de Omgevingswet het basisproduct 'Collectieve advisering gezonde leefomgeving’ (proactieve werkzaamheden) in de gemeenschappelijke regeling opgenomen (zie B5b).

Pagina 54 van 62

B5b. Collectieve advisering leefomgeving Wettelijke basis De Omgevingswet verplicht gemeenten gezondheid mee te wegen in ruimtelijke processen/beslissingen. Met deze basistaak verzorgt de GGD Rotterdam-Rijnmond de collectieve taken voor gemeenten t.b.v. gezondheid. Productomschrijving Deze basis (B5b) zorgt ervoor dat de GGD ten behoeve van de gehele regio beschikt over adviseurs met specifieke expertise en ervaring (medisch-inhoudelijk en gemeentelijk-procesmatig), over de tools en over het netwerk om inhoudelijk werkbare adviezen te geven voor een gezonde leefomgeving op regionale schaal. Het biedt een basiszekerheid voor inwoners van Rotterdam-Rijnmond, waar de gemeenten als collectief verantwoordelijkheid voor dragen. Adviesvragen van individuele gemeenten vallen onder het plusproduct ‘Gemeentelijke advisering gezonde leefomgeving’ en kunnen gemeenten aanvullend op de basistaak inkopen. Het gemeenschappelijke doel van de basistaak ‘Collectieve advisering leefomgeving (B5b)’ en het plusproduct ‘Gemeentelijke advisering gezonde leefomgeving’ is het bevorderen van de gezondheid van burgers door een veilige en aantrekkelijke leefomgeving te bevorderen die uitnodigt tot gezond gedrag.

Doel van het product Het doel van de basistaak is een gelijkwaardig uitgangspunt voor (of: een gelijkwaardige positie voor alle bewoners bij) advisering over gezondheidsaspecten voor gemeentegrens-overstijgende taken. Doelgroep van het product Bevolking van de gemeenten van het werkgebied van GGD Rotterdam-Rijnmond. Activiteiten • • • • •

•

•

•

Ter beschikking hebben, houden en doorontwikkelen van een toolbox (zoals richtlijnen publieke gezondheid, kernwaarden gezonde leefomgeving, ontwerpprincipes, omgevingsscan) Vertegenwoordiging publieke gezondheid in regionale gremia zoals Rijnmondberaad Omgevingswet en programma Gezond en veilig Zuid-Holland; Faciliteren van gemeenten in hun rol voor een gezonde leefomgeving: trainingen, bestuurdersontmoeting, e.a., in samenwerking met de provincie; Kunnen werken met basisinstrumenten en -processen van de Omgevingswet, waaronder het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO); Samenhang in de uitvoeringsdiensten DCMR (milieudienst Rijnmond), de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (VRR) en de GGD voor efficiënte dienstverlening aan de gemeenten; Participatie in landelijke inhoudelijk vak- en expertisegroepen met RIVM; Advisering bij ruimtelijke opgaven die de gemeentegrenzen overstijgen en waarbij meerdere gemeenten gezamenlijk optrekken. Denk aan de regionale energiestrategie (o.a. windmolens, biomassa, ammoniak), aanleg en/of uitbreiding infrastructuur, Rotterdam-The Hague Airport, dossier Havengeluid en omgeving i.r.t. de woningbouwopgave, etc. Gevoelige opgaven waarbij het wenselijk is dat de gezondheidsbescherming van alle inwoners op eenzelfde wijze geborgd is, ongeacht de gemeente waar je woont.

Adviesvragen van individuele gemeenten maken geen onderdeel uit van deze basis maar kunnen geleverd worden als plusproduct; Netwerk onderhouden, regionaal en landelijk.

Kengetal •

• •

4-maandelijks- kennisbericht voor ambtenaren Volksgezondheid, Ruimtelijke Ordening, Omgevingswet, Milieu. Dit kennisbericht ontsluit kennis en levert handvaten om gezondheid mee te wegen in ruimtelijke processen. Het maakt bovendien zichtbaar wat de GGD voor dit product doet. Gemeentegrens-overstijgende adviestrajecten met impact op gezondheid van inwoners en een groot effect gebied. 100 overleggen waar actief aan is deelgenomen ten behoeve van gezonde regionale leefomgeving, veelal intergemeentelijk, of op regionaal en landelijk niveau.

Pagina 55 van 62

Bijzonderheden Dit product leunt en borduurt voort op de basistaak Medische Milieukunde (B5a). Door deze ‘verwevenheid’ kunnen beide producten relatief efficiënt worden aangeboden, waarmee de kostprijs laag wordt gehouden. Adviesvragen van individuele gemeenten vallen onder het plusproduct ‘Gemeentelijke advisering gezonde leefomgeving’ en kunnen gemeenten aanvullend op de basistaak inkopen.

Pagina 56 van 62

C.1 Inspecties kinderopvang en gastouderopvang Wettelijke basis Wet kinderopvang Productomschrijving De GGD houdt voor de gemeenten toezicht volgens de Wet kinderopvang. De toezichthouders doen jaarlijks inspecties bij alle kinderdagverblijven, locaties buitenschoolse opvang, gastouderbureaus en bij 50% van de gastouders. Soms is het nodig om vaker in een jaar langs te komen. De vorm en omvang van de inspectie verschilt per type voorziening en situatie. Toezichthouders inspecteren risicogestuurd, minder intensief bij locaties waar geen zorgen over bestaan en intensiever bij locaties waar wél zorgen over zijn. Doel van het product Toezicht op de kwaliteitseisen uit de Wet kinderopvang. De kern van de kwaliteitseisen is dat kinderen volop de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen en veilig en gezond op te groeien. Toezichthouders van de GGD zien toe op het naleven van de eisen en dragen zo bij aan het waarborgen van de kwaliteit van de kinderopvang. Doelgroep van het product Alle kinderopvangvoorzieningen die zijn geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang. Een kinderopvangvoorziening is een kinderdagverblijf (KDV), een buitenschoolse opvang (BSO), een gastouderbureau (GOB) of een voorziening voor gastouderopvang (VGO; een gastouder). Activiteiten In de Wet kinderopvang worden de inspecties onderscheiden in verschillende onderzoeken 4: •

• •

• • •

• •

Jaarlijks onderzoek bij alle KDV, BSO en GOB waarbij deze voorzieningen minimaal 1x per kalenderjaar moeten worden geïnspecteerd volgens de wettelijke 100% inspectie-eis waarop de Inspectie van het Onderwijs toezicht houdt. Toezichthouders inspecteren hierbij risicogestuurd. Jaarlijks steekproefonderzoek bij 50% van de VGO. Minimaal wordt iedere 3 jaar 5 bij een VGO een onderzoek gedaan. Onderzoek voor registratie (OVR) bij startende voorzieningen. Onderzoek na registratie (ONR) binnen 3 maanden na registratie. Incidentele onderzoeken op basis van signalen en klachten. Nader onderzoeken bij tekortkomingen (overtredingen) op basis van handhaving door de gemeente. .Behandeling van meldingen en klachten van ouders en/of beroepskrachten over de kwaliteit van een voorziening. Deze kunnen leiden tot een incidenteel onderzoek en/of worden meegenomen bij een jaarlijks onderzoek. Jaarlijks afstemmingsoverleg met de gemeenten. Jaarlijkse gesprekken met alle houders in de regio waarin de resultaten van het afgelopen jaar worden besproken en afspraken voor het komend jaar worden gemaakt. Regionaal overleg beleidsmedewerkers regiogemeenten waarin de voortgang van de inkoop van de inspecties wordt besproken en de ontwikkelingen in de kinderopvang.

Continue registratie in Gemeenschappelijke Inspectie Ruimte (GIR) met planning en verrichte aantallen inspecties per soort opvang en inzicht in besteed bedrag t.o.v. inkoop.

Kengetallen •

Alle ingekochte inspecties van de gemeenten: 2.000.

4

In de Wet kinderopvang worden de inspecties beschreven als onderzoeken. Dit is niet standaard iedere twee jaar. In de praktijk kan bijvoorbeeld VGO X jaarlijks worden geïnspecteerd en VGO Y eens in de drie jaar. 5

Pagina 57 van 62

Bijzonderheden De inkoop van de inspecties wordt gedaan aan de hand van landelijke risicoprofielen. Toezichthouders maken het risicoprofiel van alle voorzieningen van kinderopvang (KDV, BSO en GOB) ondergebracht in vier risicoprofielen (groen, geel, oranje en rood). Dit zijn oplopende risicoprofielen qua inzet capaciteit. Bij groen heeft toezicht de minste zorgen, bij rood de meeste. Bij het invoeren van het risicogestuurd toezicht hebben de GGD’en en gemeenten deze risicoprofielen verbonden aan een hoeveelheid uren per inspectie. Naarmate zij het risico aan de hand van deze vier klassen hoger inschatten loopt het aantal uren per inspectie op. Dit risicogestuurd werken en de risicoprofielen zijn daarmee een instrument van bedrijfsvoering en een planningsinstrument. Vanaf 1 januari 2024 is het wettelijk verplicht om kinderopvanglocaties flexibel te inspecteren. Hiermee is er ruimte voor meer maatwerk en/of diepgaander onderzoek. Alle KDV’s, BSO’s en GOB’s moeten jaarlijks geïnspecteerd worden maar de inspectieactiviteiten kunnen voor iedere locatie gerichter worden ingezet en zijn niet of minder voorspelbaar omdat minder kwaliteitseisen verplicht beoordeeld hoeven te worden. In 2022 en 2023 zijn ervaringen opgedaan met flexibel inspecteren. Flexibel inspecteren is budgetneutraal. De gastouderopvang wordt steekproefsgewijs geïnspecteerd.

Sinds 2022 zijn er door het Rijk financiële middelen beschikbaar gesteld waarmee gemeenten 50% van de gastouderlocaties kunnen inspecteren. In 2018 is de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) ingevoerd (onderdeel van de Wet kinderopvang). Doel van deze wet is om de pedagogische kwaliteit te verbeteren. De verbeteringen zijn gefaseerd ingevoerd met als laatste de invoering van het minimum taalniveau en de specifieke scholingseis voor het werken met baby’s. Deze eisen worden vanaf 1 januari 2025 ingevoerd.

Pagina 58 van 62

D.1

Regionale aanpak suïcidepreventie

Wettelijke basis Wet publieke gezondheid Productomschrijving In 2026 is door het rijk extra geld toegekend aan alle gemeenten om vorm te geven aan suïcidebeleid dat met ingang van dat jaar een wettelijke taak is geworden. In de vergadering van het algemeen bestuur van 30 oktober 2025 is besloten om de helft van de rijksbijdrage aan de gemeenten te besteden aan de regionale aanpak van suïcidepreventie, waarbij in ieder geval een coördinator wordt aangesteld (die samen met de gemeenten een werkplan zal opstellen) en de rest van de middelen ingezet wordt voor de toepassing van preventiemethoden, vooralsnog de inkoop van gatekeeperstrainingen en daarnaast het vertalen van de landelijke campagne naar de regionale schaal. Doel van het product Uitvoering geven aan regionaal suïcidebeleid. Doelgroep van het product Alle inwoners en professionals in het werkgebied Kengetallen Nog nader te bepalen. Activiteiten • •

Coördinator (die samen met de gemeenten een werkplan zal opstellen) regionale aanpak suïcidepreventie Toepassing van preventiemethoden, vooralsnog de inkoop van gate-keeperstrainingen en daarnaast het vertalen van de landelijke campagne naar de regionale schaal.

Bijzonderheden De aard van de wettelijke taak, het unaniem beleggen bij de GGD en het aangaan van structurele personele verplichtingen past zoals in de inleiding gesteld het best bij het opnemen als basistaak. Het meest consistent zou opnemen in het vaste deel van het basistakenpakket zijn. De bijdrage voor de (vaste) taken van het basistakenpakket is eenvoudigweg voor elke gemeente te berekenen: de inwonerbijdrage is het totaal aan alle kosten van de basistaken gedeeld door het totaal aan alle inwoners in het werkgebied. De inwonerbijdrage vermenigvuldigd met het aantal inwoners van een gemeente is dan het bedrag dat elke gemeente betaalt. Echter, gemeenten krijgen de bijdrage voor suïcide preventie vanuit het Rijk in het gemeentefonds in een andere verdeling (niet enkel gebaseerd op aantal inwoners) waardoor de feitelijke bijdrage per gemeente dan niet overeenkomt met de beoogde 50% van de beschikbare middelen. Om die reden is ervoor gekozen om bij dit product de inkomsten uit de rijksmiddelen van een gemeente als uitgangspunt te nemen. Daarmee is het dus een variabele basistaak geworden (net als kinderopvanginspecties), waarbij het te betalen bedrag per gemeente varieert.

Uitgangspunt is de verdeling van middelen die in 2026 door het rijk is bepaald waarbij voor de opvolgende jaren de gebruikelijke indexatie methode van de wethouders financiën worden toegepast voor deze basistaak, net zoals bij het gehele basistakenpakket.

Pagina 59 van 62

Bijlage 4: Wet publieke gezondheid De Wet publieke gezondheid (Wpg) is het kader waarbinnen de GGD namens de gemeenschappelijke regeling de basistaken uitvoert voor de deelnemende gemeenten. De kern van de wet is dat deze het college van burgemeester en wethouders van alle gemeenten opdraagt om de totstandkoming en de continuïteit van en de samenhang binnen de publieke gezondheidszorg, en de afstemming ervan met de curatieve gezondheidszorg en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen te bevorderen. Ter uitvoering van de bij wet opgedragen taken draagt het college van burgemeester en wethouders zorg voor de instelling en instandhouding van een gemeentelijke gezondheidsdienst. Ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak draagt het college van burgemeester en wethouders in ieder geval zorg voor: a. b.

c. d. e. f. g. h.

het verwerven van, op epidemiologische analyse gebaseerd, inzicht in de gezondheidssituatie van de bevolking, het elke vier jaar, voorafgaand aan de opstelling van de nota gemeentelijke gezondheids-beleid, bedoeld in artikel 13, tweede lid, op landelijk gelijkvormige wijze verzamelen en analyseren van gegevens over deze gezondheidssituatie, het bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke beslissingen, het bijdragen aan opzet, uitvoering en afstemming van preventieprogramma’s, met inbegrip van programma’s voor de gezondheidsbevordering, het bevorderen van medisch milieukundige zorg, het bevorderen van technische hygiënezorg, het bevorderen van psychosociale hulp bij rampen, het geven van prenatale voorlichting aan aanstaande ouders.

Specifiek voor de uitvoering van de algemene infectieziektebestrijding worden in de wet vervolgens de onderstaande taken genoemd: a. b. c.

het nemen van algemene preventieve maatregelen op dit gebied, het bestrijden van tuberculose en seksueel overdraagbare aandoeningen, inclusief bron- en contactopsporing, bron- en contactopsporing bij meldingen

Het merendeel van de algemene taken (a t/m g) en de taken op het terrein van infectieziektebestrijding vormen de kern van het basistakenpakket dat de gemeenschappelijke regeling GGD-RR uitvoert. Daarnaast worden in de wet specifiek nog de taken voor de jeugdgezondheidszorg en de ouderengezondheidszorg genoemd. Voor de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg zijn dit: a. b. c.

d. e.

het op systematische wijze volgen en signaleren van ontwikkelingen in de gezondheids-toestand van jeugdigen en van gezondheidsbevorderende en -bedreigende factoren, het ramen van de behoeften aan zorg, de vroegtijdige opsporing en preventie van specifieke stoornissen, met uitzondering van het perinatale onderzoek op phenylketonurie (PKU), congenitale hypothyroïdie (CHT) en adrenogenitaal syndroom (AGS) en het aanbieden van vaccinaties voorkomend uit het Rijksvaccinatieprogramma, het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding, het formuleren van maatregelen ter beïnvloeding van gezondheidsbedreigingen.

Artikel 6b van de Wet publieke gezondheid bepaalt dat er een rijksvaccinatieprogramma (RVP) is. Dit is vormgegeven in artikel 11 van het Besluit publieke gezondheid. De inhoud van het RVP (het vaccinatieschema) en een aanduiding welk gedeelte van het RVP onder verantwoordelijkheid van de gemeenten valt, is in een Algemene maatregel van bestuur (Amvb) geregeld. De uitvoering van het RVP is vanaf 1 januari 2019 vastgelegd op drie niveaus: de Wpg, een Amvb en deze professionele richtlijn. De gemeenten hebben de uitvoering van het RVP belegd bij de Jeugdgezondheidszorg.

Pagina 60 van 62

In de regio Rotterdam-Rijnmond zijn de stichting Centrum Jeugd en Gezin (CJG) Rijnmond enhet CJG Capelle aan den IJssel de uitvoerders van de doelstellingen op het terrein van de jeugdgezondheidszorg. Voor de uitvoering van de ouderengezondheidszorg worden in de Wet publieke gezondheid de volgende taken omschreven: a. b. c. d. e.

het op systematische wijze volgen en signaleren van ontwikkelingen in de gezondheidstoestand van ouderen en van gezondheidsbevorderende en -bedreigende factoren; het ramen van de behoeften aan zorg; de vroegtijdige opsporing en preventie van specifieke stoornissen als comorbiditeit; het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding; het formuleren van maatregelen ter beïnvloeding van gezondheidsbedreigingen.

In de Wet publieke gezondheid wordt tevens omschreven dat alle gemeenten binnen twee jaar na openbaarmaking van de landelijke gezondheidsnota een nota gemeentelijk gezondheidsbeleid vaststellen. Een ander belangrijk deel van de Wpg richt zich op allerlei bepalingen rond de uitbraak van infectieziekten en de controle daarop rond havens en vliegvelden. Voorts regelt de wet de samenhang met de omvang van de veiligheidsregio’s en het hanteren van een meldcode voor huiselijk geweld voor GGD’en. In 2021 is de tijdelijke wet maatregelen covid-19 in de Wpg opgenomen. Er is daarvoor een nieuw hoofdstuk toegevoegd (artikelen 58a tot en met 58u Wpg) waarin de veilige afstand (artikel 58h Wpg), het groepsvormingsverbod (artikel 58g Wpg), het evenementenverbod (artikel 58i Wpg) en de sluiting van publieke locaties (artikel 58h Wpg) is geregeld. De wet regelt verder nog een aantal bijzondere mogelijkheden, zoals het verplichten van mondkapjes, het reguleren van contactberoepen en de bezettingsgraad van hotels. Deze mogelijkheden staan in artikel 58j Wpg. Tevens is opgenomen dat de burgemeester bevoegd gezag wordt voor handhaving (artikel 58d Wpg). Artikel 58r Wpg maakt het mogelijk om via de Wpg zelf of aangevuld met een ministeriële regeling extra eisen aan de kinderopvang te stellen.

De volledige wettekst is in te zien op: https://wetten.overheid.nl/BWBR0024705/2024- 02-01 Naar aanleiding van de coronapandemie wordt de wet in diverse tranches herzien. Eventuele (financiële) consequenties voor de GGD zijn nog niet duidelijk.

Pagina 61 van 62

Pagina 62 van 62

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16937618/1