CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

26-13 Bijlage 2- Ontwerp-Luchthavenbesluit Rotterdam

Gemeenteraad 11 juni 2026, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Vaststellen zienswijze tegen ontwerp-Luchthavenbesluit Rotterdam45.669 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Besluit van

tot vaststelling van een luchthavenbesluit voor de luchthaven Rotterdam (Luchthavenbesluit Rotterdam) [KetenID WGK002936] Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van, nr. IENW/BSK-PM, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken; Gelet op artikel 8.70, eerste lid, van de Wet luchtvaart; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van, nr. ); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van, nr. IenW/BSK-, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken; Hebben goedgevonden en verstaan: HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.

Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: APU: Auxiliary Power Unit of hulpaandrijvingseenheid; bedrijfswoning: woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein, slechts bestemd voor het huishouden van een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de functie van het gebouw of terrein, noodzakelijk is; beperkt kwetsbaar gebouw: gebouw met een kantoor-, cel-, industrie-, sport- of logiesfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; circuitvlucht: vliegtuigbeweging in de onmiddellijke omgeving van de luchthaven, in het bijzonder verband houdend met het starten, het oefenen voor het landen en het landen en waaronder inbegrepen het uitvoeren van touch and go's en missed approaches; exploitant: de exploitant van de luchthaven Rotterdam zijnde Rotterdam Airport B.V.; extramurale opslag of verwerking: opslag of verwerking anders dan in een volledig afgesloten gebouw; gebouw: gebouw als bedoeld in bijlage 1.1 van de Omgevingswet; geluidgevoelig gebouw: gebouw met een onderwijs- of gezondheidszorgfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; handelsverkeer: verkeersvluchten van luchtvaartmaatschappijen die open staan voor individuele boekingen voor passagiers, vracht of post, en die betreffen:

a.

-

-

-

-

geregelde vluchten, zijnde lijnvluchten of commerciële vluchten, uitgevoerd op een vaste route volgens een gepubliceerde dienstregeling, en; b. niet-geregelde vluchten, zijnde chartervluchten in het passagiers- en vrachtvervoer of commerciële vluchten met een ongeregeld karakter; kwetsbaar gebouw: gebouw met een onderwijs- of gezondheidszorgfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; landing: het moment waarop een luchtvaartuig contact met de grond maakt; obstakel: object dat zich boven het maaiveld bevindt en zich niet voortbeweegt; Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat; overig gebouw: gebouw, niet zijnde een woning, een beperkt kwetsbaar gebouw of een kwetsbaar gebouw; positievlucht: een vlucht zonder lading (passagiers, vracht, post) van een luchthaven om vanaf de volgende luchthaven een vlucht met lading uit te voeren; proefvlucht: vlucht die wordt uitgevoerd ter beproeving van de eigenschappen en goede werking van een luchtvaartuig of voor de levering van bewijs van het voldoen aan de luchtwaardigheidsvoorschriften; spoedeisende hulpverlening: vluchten ter bestrijding van brand, vluchten van een Search and Rescue-dienst als bedoeld in artikel 1 van de Regeling inzake de SAR-dienst 1994, traumavluchten, ambulancevluchten, humanitaire vluchten, donorvluchten en vluchten in het kader van de rampenbestrijding of

crisisbeheersing; start: het moment waarop een luchtvaartuig contact met de grond verbreekt; vliegtuigbeweging: de aankomst of het vertrek van een luchtvaartuig op of van de luchthaven; woning: gebouw dat geheel of gedeeltelijk voor bewoning is bestemd; zakelijke overlandvluchten: verkeersvluchten die geen handelsverkeer betreffen, met luchtvaartuigen ingericht voor personenvervoer met een maximaal toegelaten totaalmassa van ten hoogste 45 ton, waarvan de maximale binnenruimte waarvoor het bepaalde type luchtvaartuig toestemming is verleend ten hoogste 19 passagiersstoelen bevat, de stoelen voor de bemanning niet meegerekend.

Artikel 2. Reikwijdte Dit besluit is van toepassing op de luchthaven Rotterdam, bedoeld in artikel 8.1, derde lid, aanhef en onder d, van de Wet luchtvaart, en de gebieden die zijn opgenomen in de bijlagen. Artikel 3. Gebruiksjaar Het gebruiksjaar van de luchthaven omvat de periode van 1 november van enig jaar tot en met 31 oktober van het daaropvolgende jaar. HOOFDSTUK 2. LUCHTHAVENLUCHTVERKEER § 2.1. Regels en grenswaarden met het oog op de geluidbelasting. Artikel 4. Grenswaarden voor de geluidbelasting 1. De geluidbelasting in een handhavingspunt dat is aangegeven op de kaart in bijlage 1b, met uitzondering van de geluidbelasting van vluchten ten behoeve 2

2. 3.

van spoedeisende hulpverlening of de uitoefening van politietaken, bedraagt niet meer dan de bij dat punt aangegeven waarde. Onverminderd het eerste lid geldt voor positievluchten en handelsverkeer een grenswaarde van maximaal 17.860 vliegtuigbewegingen per gebruiksjaar. Voor vluchten ten behoeve van spoedeisende hulpverlening of de uitoefening van politietaken geldt een grenswaarde van maximaal 7.540 vliegtuigbewegingen per gebruiksjaar.

Artikel 5. Algemene regels en grenswaarden voor de geluidbelasting 1. Het uitvoeren of doen of laten uitvoeren van starts en landingen op de luchthaven is enkel toegestaan in de periode van 07.00 tot 23.00 uur. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. het uitvoeren of doen of laten uitvoeren van starts en landingen met luchtvaartuigen die in nood verkeren of met luchtvaartuigen die worden ingezet voor spoedeisende hulpverlening of de uitoefening van politietaken; b. het uitvoeren of doen of laten uitvoeren van landingen met luchtvaartuigen waarbij sprake is van technische storingen of bijzondere meteorologische condities, waardoor uitwijken naar de luchthaven gerechtvaardigd is. 3. In afwijking van het eerste lid is het uitvoeren of doen of laten uitvoeren van een landing in de periode van 6.30 tot 07.00 uur toegestaan voor luchtvaartuigen waarmee een positievlucht wordt uitgevoerd. Voor deze landingen geldt per gebruiksjaar een grenswaarde van maximaal 48 vliegtuigbewegingen. Artikel 6. Aanvullende regels en grenswaarden in verband met de geluidbelasting van bepaalde vormen van handelsverkeer 1. In de periode van 07.00 tot 09.00 uur worden maximaal 10 starts per dag uitgevoerd met luchtvaartuigen die worden ingezet voor handelsverkeer, onverminderd artikel 5, tweede lid, aanhef en onderdeel a en b. 2.

In de periode van 07.00 tot 09.00 uur worden geen landingen uitgevoerd met luchtvaartuigen die worden ingezet voor handelsverkeer, met uitzondering van positievluchten en onverminderd artikel 5, tweede lid, aanhef en onderdeel a en b. 3. In de periode van 21.00 tot 23.00 uur worden maximaal 10 landingen per dag uitgevoerd met luchtvaartuigen die worden ingezet voor handelsverkeer onverminderd artikel 6, tweede lid, aanhef en onderdeel a en b. 4. In afwijking van artikel 5, eerste lid, is het uitvoeren of doen of laten uitvoeren van een landing in de periode van 23.00 uur tot 00.00 uur toegestaan voor luchtvaartuigen die worden ingezet voor handelsverkeer en die volgens schema eerder dan 23.00 uur hadden moeten arriveren. Voor het aantal van deze landingen geldt per kalendermaand en per gebruiksjaar een grenswaarde van maximaal het in de tabel aangegeven aantal: Gebruiksjaar

Aantal landingen per kalendermaand

Aantal landingen per gebruiksjaar

2028

45

225

2029

45

210

Vanaf 2030

40

180 3

5.

In afwijking van artikel 5, eerste lid, is het uitvoeren of doen of laten uitvoeren van starts door luchtvaartuigen die worden ingezet voor handelsverkeer en die die niet voldoen aan de eisen uit: a. ICAO hoofdstuk 14 waarbij het verschil tussen de som van de gecertificeerde geluidsniveaus en de som van de hoofdstuk 3 limietwaarden groter of gelijk is aan 21 EPNdB, of; b. ICAO hoofdstuk 4 waarbij het verschil tussen de som van de gecertificeerde geluidsniveaus en de som van de hoofdstuk 3 limietwaarden groter of gelijk is aan 21 EPNdB of; c. ICAO hoofdstuk 3 gecertificeerde vliegtuigen waarvan het verschil tussen de som van de gecertificeerde geluidsniveaus en de som van de hoofdstuk 3 limietwaarden groter of gelijk is aan 21 EPNdB; in de in de volgende tabel bedoelde gebruiksjaren enkel toegestaan vanaf het bij die gebruiksjaren aangegeven tijdstip: Gebruiksjaren 2028 en 2029 2030 tot en met 2033 Vanaf 2034

Openingstijden starts, niet eerder dan 07.15 uur 07.45 uur 08.30 uur

Artikel 7. Zakelijke overlandvluchten en circuitvluchten 1.

2.

In afwijking van artikel 5, eerste lid, is het uitvoeren of doen of laten uitvoeren van een landing voor luchtvaartuigen die worden ingezet voor een zakelijke overlandvlucht toegestaan: a. in de periode van 23.00 tot 00.00 uur; en b. in de periode van 00.00 tot 07.00 uur, met als grenswaarde een maximum van 20 per gebruiksjaar. In afwijking van artikel 5, eerste lid, is het uitvoeren of doen of laten uitvoeren van starts en landingen met luchtvaartuigen die worden ingezet voor circuitvluchten enkel toegestaan: a. op werkdagen na 08.00 uur en voor 18.00 uur; b. op zaterdagen na 09.00 uur en voor 13.00 uur, met dien verstande dat dit niet is toegestaan voor luchtvaartuigen uitgerust met turbinestraalmotoren.

§ 2.2. Regels met het oog op de lokale luchtverontreiniging. Artikel 8. Voorzieningen aan stilstaande vliegtuigen 1. De exploitant van de luchthaven draagt er zorg voor dat elektriciteitsvoorziening aan stilstaande vliegtuigen die worden ingezet ten behoeve van handelsverkeer aanwezig en van voldoende kwaliteit is. 2. De exploitant van de luchthaven draagt er zorg voor dat de afhandelingsplaatsen uiterlijk 1 januari 2040 beschikken over infrastructuur en voorzieningen van voldoende kwaliteit voor de toevoer van geconditioneerde lucht aan stilstaande vliegtuigen die worden ingezet ten behoeve van handelsverkeer. 3. De exploitant van de luchthaven draagt er zorg voor dat de elektriciteit voor de elektriciteitsvoorziening en voor de toevoer van geconditioneerde lucht uiterlijk 1 januari 2030 afkomstig is van het elektriciteitsnet of ter plaatse wordt opgewekt zonder gebruikmaking van fossiele brandstoffen. 4

4.

5.

Bij de afhandeling van een vliegtuig aan de afhandelingsplaats draagt de gezagvoerder er zorg voor dat er geen gebruik gemaakt wordt van de in het vliegtuig aanwezige APU, voor zover de infrastructuur en voorzieningen voor de elektriciteitsvoorziening en de toevoer van geconditioneerde lucht beschikbaar en operationeel zijn. De gezagvoerder kan afwijken van het vierde lid indien naleving van dat lid naar het oordeel van de gezagvoerder om veiligheidsredenen geen doorgang kan vinden.

Artikel 9. Taxiën 1. De gezagvoerder draagt er zorg voor dat het vliegtuig met gebruikmaking van het minimale noodzakelijke aantal motoren van, naar en over de start- en landingsbaan taxiet. 2. De gezagvoerder kan afwijken van het eerste lid indien naleving van dat lid naar het oordeel van de gezagvoerder onveilig is of aan de normale operatie van het vliegtuig in de weg staat. HOOFDSTUK 3. RUIMTELIJKE INDELING Artikel 10. Luchthavengebied 1. Het luchthavengebied is het gebied dat als zodanig is aangewezen op de kaart in bijlage 1a. 2. De gronden die bestemd zijn voor de start- en landingsbaan zijn aangegeven op de kaart in bijlage 1a. Artikel 11. Aanduiding beperkingengebieden in verband met het plaatsgebonden risico en de geluidbelasting 1. De contouren ter aanduiding van het 10-5 en 10-6 plaatsgebonden risico zijn aangegeven op de kaart in bijlage 2a. Met ingang van 1 november 2034 zijn deze contouren aangegeven op de kaart in bijlage 2b. 2. De contouren ter aanduiding van de geluidbelasting van 70 Lden, 56 Lden en 48 Lden zijn aangegeven op de kaart in bijlage 3a. Met ingang van 1 november 2034 zijn deze contouren aangegeven op de kaart in bijlage 3b. Artikel 12. Aanduiding beperkingengebieden in verband met de vliegveiligheid 1. De contouren ter aanduiding van de veiligheidsgebieden zijn aangegeven op de kaart in bijlage 4. 2.

De gebieden met hoogtebeperkingen in verband met de vliegveiligheid zijn aangegeven op de kaarten in de bijlagen 5a tot en met 5i. 3. De contouren ter aanduiding van de gebieden met hoogtebeperkingen in verband met de goede werking van de apparatuur voor luchtverkeerscommunicatie, -navigatie of -begeleiding zijn aangegeven op de kaarten in de bijlagen 5j tot en met 5y. 4. Het gebied met beperkingen ten aanzien van vogelaantrekkende functies en grondgebruik is aangegeven op de kaart in bijlage 6. 5. Het laserstraalvrij gebied is aangegeven op de kaart in bijlage 7.

5

Artikel 13. Ruimtelijke beperkingen binnen de beperkingengebieden in verband met het externe veiligheidsrisico 1. In het gebied als bedoeld in artikel 11, eerste lid, binnen een 10-5plaatsgebonden risicocontour: a. worden woningen, niet zijnde bedrijfswoningen, en kwetsbare gebouwen aan hun bestaande functie onttrokken; b. is nieuwbouw van een gebouw niet toegestaan. 2. Beëindiging van het bestaande gebruik van een woning gelegen in het gebied, bedoeld in het eerste lid, kan niet worden gevergd van degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit rechtmatig gebruiker is van een woning als bedoeld in het derde lid. 3. Van bestaand gebruik als bedoeld in het tweede lid is sprake indien op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit: a. een woning rechtmatig aanwezig was en voor bewoning werd gebruikt; of b. een omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend voor een woning op de desbetreffende plaats, mits binnen zes maanden na die datum een begin met de werkzaamheden is gemaakt. 4. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b: a. is vervangende nieuwbouw van bedrijfswoningen toegestaan; b. kan door Onze Minister een verklaring van geen bezwaar worden afgegeven voor vervangende nieuwbouw van een beperkt kwetsbaar gebouw en voor nieuwbouw van een overig gebouw. 5.

In het gebied dat gelegen is op een 10–6-plaatsgebonden risicocontour en tussen deze contour en de daarbinnen liggende 10–5-plaatsgebonden risicocontour is nieuwbouw van een gebouw, niet zijnde een bedrijfswoning, niet toegestaan. 6. In afwijking van het vijfde lid kan door Onze Minister voor nieuwbouw van een gebouw een verklaring van geen bezwaar worden afgegeven. 7. Ten aanzien van een woning en een kwetsbaar gebouw wordt de verklaring, bedoeld in het zesde lid, slechts afgegeven: a. bij nieuwbouw op een open plek in de bestaande bebouwing; b. bij verandering van de functie van een gebouw; of c. bij verplaatsing van een woning of een kwetsbaar gebouw naar een minder risicodragende locatie binnen het gebied. 8. Het zevende lid, aanhef en onder c, wordt niet eerder toegepast dan nadat de oude woning of het oude kwetsbare gebouw aan de bestaande functie is onttrokken. Artikel 14. Ruimtelijke beperkingen binnen de beperkingengebieden in verband met de geluidbelasting 1. In het gebied dat gelegen is op of binnen de contour van 70 Lden, als bedoeld in artikel 11, tweede lid, worden woningen, niet zijnde bedrijfswoningen, en geluidgevoelige gebouwen aan hun bestaande functie onttrokken. Artikel 13, derde, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. 2.

In het gebied dat gelegen is op of binnen de contour van 56 Lden is nieuwbouw van een woning, niet zijnde een bedrijfswoning, en een geluidgevoelig gebouw niet toegestaan. 3. In afwijking van het tweede lid: a. is nieuwbouw van een bedrijfswoning toegestaan, en b. kan door Onze Minister een verklaring van geen bezwaar worden afgeven voor een woning of een geluidgevoelig gebouw, gelegen op de 6

4.

contour van 56 Lden of in het gebied tussen de contour van 56 Lden en de contour van 70 Lden die: 1° een open plek in de bestaande bebouwing opvult; 2° zal dienen ter vervanging van op die plaats reeds aanwezige bebouwing; of 3° binnen het desbetreffende gebied wordt verplaatst naar een locatie waar de geluidbelasting ten gevolge van het luchthavenluchtverkeer minder is. Het derde lid, onderdeel b, aanhef en onder 3°, wordt niet eerder toegepast dan nadat de oude woning of het oude geluidgevoelige gebouw aan de bestaande functie is onttrokken.

Artikel 15. Ruimtelijke beperkingen binnen het beperkingengebied in verband met veiligheid 1. Op de gronden gelegen in de veiligheidsgebieden als bedoeld in artikel 12, eerste lid: a. is een obstakel niet toegestaan, tenzij dit breekbaar en licht van constructie is en voldoet aan de voorschriften, bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Regeling burgerluchthavens; b. zijn hellingen niet groter dan 5%; c. zijn hellingovergangen zo geleidelijk mogelijk; en d. zijn abrupte overgangen en plotseling tegengestelde hellingen niet toegestaan. 2. Het eerste lid geldt niet indien: a. het obstakel of de helling is opgericht, geplaatst of aangelegd overeenkomstig een omgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit; b. voor het obstakel of de helling vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een omgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit is verleend; of c. het obstakel een boom of struik betreft, tenzij de Inspectie Leefomgeving en Transport op schriftelijk verzoek van de exploitant van de luchthaven oordeelt dat de boom of struik een onaanvaardbaar risico voor de vliegveiligheid oplevert of leidt tot ernstige operationele beperkingen in het gebruik van de luchthaven. 3.

Het is verboden om op de gronden, bedoeld in het eerste lid, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid uit te voeren voor zover dit werk of deze werkzaamheid niet voldoet aan de eisen met betrekking tot de vlakheid van het terrein, bedoeld in het eerste lid. Artikel 16. Hoogtebeperkingen in het beperkingengebied in verband met de vliegveiligheid 1. Op de gronden gelegen binnen de gebieden met hoogtebeperkingen, bedoeld in artikel 12, tweede lid, zijn geen obstakels toegestaan hoger dan de op de kaarten in de bijlagen 5a tot en met 5i aangegeven waarden. 2. Het eerste lid geldt niet indien: a. het obstakel is opgericht, geplaatst of aangelegd overeenkomstig een omgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit; 7

b.

3.

voor het obstakel vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een omgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit is verleend; of c. het obstakel een boom of struik betreft, tenzij de Inspectie Leefomgeving en Transport op schriftelijk verzoek van de exploitant van de luchthaven oordeelt dat de boom of struik een onaanvaardbaar risico voor de vliegveiligheid oplevert of leidt tot ernstige operationele beperkingen in het gebruik van de luchthaven. Op de gronden als bedoeld in het eerste lid, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid uit te voeren voor zover dit werk of deze werkzaamheid niet voldoet aan de eisen met betrekking tot de vlakheid van het terrein, genoemd in artikel 15, eerste lid.

Artikel 17. Beperkingen binnen het beperkingengebied in verband met de goede werking van de apparatuur voor luchtverkeersdienstverlening 1. Op de gronden gelegen binnen het beperkingengebied in verband met de goede werking van de apparatuur voor luchtverkeersdienstverlening als bedoeld in artikel 12, derde lid, is geen obstakel toegestaan hoger dan de op de kaarten in de bijlagen 5j tot en met 5y aangegeven waarden. 2. Het eerste lid geldt niet indien: a. het obstakel is opgericht, geplaatst of aangelegd overeenkomstig een omgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit; b. een omgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit is verleend; of c. het obstakel een boom of struik betreft, tenzij de Inspectie Leefomgeving en Transport op schriftelijk verzoek van de exploitant van de luchthaven of LVNL beoordeelt dat de boom of struik een onaanvaardbaar risico voor de goede werking van de apparatuur, bedoeld in artikel 11, derde lid, oplevert. 3. Op de gronden als bedoeld in het eerste lid, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid uit te voeren voor zover dit werk of deze werkzaamheid niet voldoet aan de eisen met betrekking tot de vlakheid van het terrein, bedoeld in artikel 15, eerste, lid.

Artikel 18. Beperkingen in verband met vogelaantrekkende functies en grondgebruik 1. Op de gronden gelegen binnen het beperkingengebied met vogelaantrekkende activiteiten, bedoeld in artikel 12, vierde lid, is een functie of een grondgebruik binnen de volgende categorieën niet toegestaan: a. industrie in de voedingsopslag met extramurale opslag of overslag; b. viskwekerij met extramurale opslag; c. opslag of verwerking van afvalstoffen met extramurale opslag of verwerking; d. natuurgebied of vogelgebied; e. moerasgebied of oppervlaktewater of een combinatie daarvan groter dan drie hectare dan wel waarvan het totaal van de opgesplitste delen groter is dan drie hectare. 2. Het eerste lid geldt niet: 8

a. b.

voor zover een functie of een grondgebruik rechtmatig was op de dag vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit; of wanneer op basis van een studie naar de vogelaantrekkende werking kan worden geconcludeerd dat een functie of een grondgebruik geen onaanvaardbaar risico voor de vliegveiligheid oplevert of leidt tot ernstige operationele beperkingen in het gebruik van de luchthaven.

Artikel 19. Laserstraalvrij gebied 1. Op de gronden gelegen binnen het laserstraalvrij gebied, bedoeld in artikel 12, vijfde lid, is een functie voor of een gebruik door een laserstraal die de vliegveiligheid kan verstoren niet toegestaan. 2. Het eerste lid geldt niet voor zover de functie of het gebruik rechtmatig was op de dag vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit. HOOFDSTUK 4. Wijziging Luchthavenbesluit Eelde Artikel 20. Wijziging Luchthavenbesluit Eelde In artikel 1 van het Luchthavenbesluit Eelde wordt in de begripsbepaling van ‘spoedeisende hulpverlening’ ‘humanitaire vluchten en donorvluchten’ vervangen door ‘humanitaire vluchten, donorvluchten en vluchten in het kader van de rampenbestrijding of crisisbeheersing;’. HOOFDSTUK 5. SLOTBEPALINGEN Artikel 21. Intrekken Omzettingsregeling De Omzettingsregeling luchthaven Rotterdam The Hague Airport wordt ingetrokken. Artikel 22. Wijziging artikel 4 Met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip wordt artikel 4 als volgt gewijzigd: In het tweede lid wordt ‘maximaal 17.860 vliegtuigbewegingen per gebruiksjaar’ vervangen door ‘maximaal 22.240 vliegtuigbewegingen per gebruiksjaar’. Artikel 23.

Evaluatiebepaling Onze Minister zendt binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van dit besluit en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit, waaronder de milieueffecten, in de praktijk. Artikel 24. Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Artikel 25. Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Luchthavenbesluit Rotterdam.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

9

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

10

PM Rechtsmiddelenclausule

11

BIJLAGEN BIJ HET LUCHTHAVENBESLUIT ROTTERDAM Bijlage 1a als bedoeld in artikel 10 van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:10.000) met aanduiding van het luchthavengebied en de ruimtelijke indeling Bijlage 1b als bedoeld in artikel 4 van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met de locatie van de handhavingspunten en de grenswaarde in de handhavingspunten Bijlage 2a als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met de contouren ter aanduiding van het 10-5 en 10-6 plaatsgebonden risico, geldend vanaf inwerkingtreding van het Luchthavenbesluit Bijlage 2b als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met de contouren ter aanduiding van het 10-5 en 10-6 plaatsgebonden risico, geldend vanaf 1 november 2034 Bijlage 3a als bedoeld in de artikelen 11, tweede lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met de contouren ter aanduiding van de geluidbelasting van 70 Lden, 56 Lden en 48 Lden, geldend vanaf inwerkingtreding van het Luchthavenbesluit Bijlage 3b als bedoeld in de artikelen 11, tweede lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met de contouren ter aanduiding van de geluidbelasting van 70 Lden, 56 Lden en 48 Lden, geldend vanaf 1 november 2034 Bijlage 4 als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000)

met veiligheidsgebieden Bijlage 5a als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met hoogtebeperkingen: Take-off climb Surfaces Bijlage 5b als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met hoogtebeperkingen: Take-off climb Surface oostelijk deel Bijlage 5c als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met hoogtebeperkingen: Take-off climb Surface westelijk deel Bijlage 5d als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met hoogtebeperkingen: Approach en Transitional Surfaces Bijlage 5e als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met hoogtebeperkingen: Approach en Transitional Surfaces middendeel Bijlage 5f als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met hoogtebeperkingen: Approach en Transitional Surfaces oostelijk deel 12

Bijlage 5g als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met hoogtebeperkingen: Approach en Transitional Surfaces westelijk deel Bijlage 5h als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met hoogtebeperkingen: Inner horizontal en Conical Surface Bijlage 5i als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met hoogtebeperkingen: Outer horizontal Surface Bijlage 5j als bedoeld in artikel 12, derde lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met hoogtebeperkingen: ILS-surface voor baan 06 Bijlage 5k als bedoeld in artikel 12, derde lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met hoogtebeperkingen: ILS-surface voor baan 24 Bijlage 5l als bedoeld in artikel 12, derde lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met hoogtebeperkingen: Directional DME surface voor baan 06 Bijlage 5m als bedoeld in artikel 12, derde lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met hoogtebeperkingen: Directional DME surface voor baan 24 Bijlage 5n als bedoeld in artikel 12, derde lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met hoogtebeperkingen: Surface voor Glide Path antenne van baan 06 Bijlage 5o als bedoeld in artikel 12, derde lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met

hoogtebeperkingen: Surface voor Glide Path antenne van baan 24 Bijlage 5p als bedoeld in artikel 12, derde lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met hoogtebeperkingen: Surface voor de DVOR Bijlage 5q als bedoeld in artikel 12, derde lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met hoogtebeperkingen: Surface voor ontvangstation A Bijlage 5r als bedoeld in artikel 12, derde lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met hoogtebeperkingen: Surface voor ontvangstation B Bijlage 5s als bedoeld in artikel 12, derde lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met hoogtebeperkingen: Surface voor zendstation A Bijlage 5t als bedoeld in artikel 12, derde lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met hoogtebeperkingen: Surface voor zendstation B Bijlage 5u als bedoeld in artikel 12, derde lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met hoogtebeperkingen: Surface voor noodzendstation Bijlage 5v als bedoeld in artikel 12, derde lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met hoogtebeperkingen: Surface voor noodontvangstation Bijlage 5w als bedoeld in artikel 12, derde lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met hoogtebeperkingen: Surface voor de VDF-peiler

13

Bijlage 5x als bedoeld in artikel 12, derde lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met hoogtebeperkingen: Windturbine-surface voor de DVOR/DME Bijlage 5y als bedoeld in artikel 12, derde lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met hoogtebeperkingen: Windturbine-surface voor de VDF-peiler Bijlage 6 als bedoeld in artikel 12, vierde lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met het gebied met beperkingen ten aanzien van vogelaantrekkende activiteiten en grondgebruik Bijlage 7 als bedoeld in artikel 12, vijfde lid, van het Luchthavenbesluit Rotterdam Kaart (1:50.000) met het laserstraalvrije gebied

14

NOTA VAN TOELICHTING Algemeen deel

Inhoud 1. 1.1 1.2

Inleiding Aanleiding Leeswijzer

18 18 20

2. 2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 139/2014 2.1.5 2.1.6 2.1.7 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5

Wettelijk kader en procedures 21 Wettelijk kader 21 Wet luchtvaart 21 Besluit burgerluchthavens (Bbl) 23 Regeling burgerluchthavens (Rbl), Doc29 en NORAH 23 Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen (Rvglt) en EU- Verordening 24 Omgevingswet en Omgevingsbesluit 25 Algemene wet bestuursrecht 27 EVRM 27 Voormalige juridische grondslag voor luchthaven Rotterdam 27 Procedure van totstandkoming 27 Proces tot aanvraag van het Luchthavenbesluit 27 Regionale verkenning 28 Initiatief en reikwijdte en detailniveau 28 Inhoudelijke analyses voor de aanvraag van het Luchthavenbesluit 30 Besluitvorming 31

3. 3.1 3.1.1 3.1.2 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Beleidskader luchthaven Rotterdam Luchtvaartnota 2020-2050 34 Algemeen 34 Luchthaven Rotterdam 35 Programma Luchtruimherziening 35 Volgen van luchtverkeersroutes 36 Nota Ruimte 37 Ruimtelijk beleid provincie Zuid-Holland Ruimtelijk beleid gemeente Rotterdam 37

4. 4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5 4.2.6 4.3 4.3.1 4.3.2

Economische effecten 39 Algemeen 39 Vervoersprognoses 40 Groei en historische ontwikkeling 40 Nulalternatief: referentiesituatie 40 Voorgenomen gebruik: standstill en innovatieruimte Vergelijking vliegtuigbewegingen en passagiers Vervoer per type segment 41 Scenario’s Hoog en Laag 41 Bedrijfseconomische haalbaarheid 41 Investeringen (CAPEX) 42 Operationele kosten (OPEX) 42

34

37

40 41

15

4.3.3 4.3.4 4.3.5 4.3.6 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4 4.5

Opbrengsten 42 Exploitatieresultaat 42 Effecten voor luchtvaartmaatschappijen 43 Innovatieruimte: SAF, elektrisch en waterstof 43 Maatschappelijk-economische effecten 44 Reizigerseffecten 44 Klimaateffecten45 Omgevingseffecten 45 Overige elementen 46 Toetsing van de economische onderbouwing 47

5. 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4 5.3.5 5.3.6 5.3.7 5.4 5.4.1 5.4.2 5.4.3 5.4.4 5.4.5 5.5 5.5.1 5.5.2 5.5.3 5.6 5.6.1 5.6.2 5.6.3 5.6.4 5.7 5.7.1 5.7.2 5.8 5.8.1 5.8.2 5.8.3 5.9 5.10

Milieueffecten 49 Algemeen 49 Uitgangspunten MER 49 Inleiding 49 Doelstellingen 50 Alternatieven 50 Geluidbelasting van het luchthavenverkeer 54 Inleiding 54 Methode 54 Geluidbelasting gedurende het etmaal (Lden) 55 Geluidbelasting gedurende de nacht (Lnight) 55 Verwacht aantal passages boven de 65 dB 56 Overige geluidaspecten 56 Conclusie 57 Externe veiligheid 57 Plaatsgebonden risico 58 Totaal risicogewicht (TRG) 59 Groepsrisico 60 Industrieën binnen de 10-8 PR-contour met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen 60 Externe veiligheidsrisico als gevolg van de aanvoer en opslag van vliegtuigbrandstof 60 Emissies en luchtkwaliteit 61 Algemeen 61 Huidige situatie en autonome ontwikkeling 62 Effecten 62 Natuurbehoud en biodiversiteit 66 Verstoring van beschermde soort en leefgebieden 67 Verstoring van Natura 2000-gebieden 67 Verstoring van Natuurnetwerk Nederland (NNN) 67 Stikstofdepositie 67 Gezondheid 68 Beoordelingscriteria en methode 68 Uitkomsten beoordeling gezondheidseffecten 70 Ruimtelijke ordening 70 Geluid 70 Externe veiligheid 70 Vliegveiligheid 71 Bereikbaarheid en verkeer 72 Gevoeligheidsanalyse passagiersaantallen 72

6. 6.1 6.2

Regionale verkenning 73 Algemeen 73 Periode 2013 – 2019: jaren tot aan participatietraject 73

16

6.3 6.3.1 6.3.2 6.4 6.5 6.6

Participatietraject (2020-2022) 74 Zorgvuldig proces 74 Input van betrokkenen bij proces 74 Zienswijzeprocedure Notitie Reikwijdte en Detailniveau (2023) Nadere gesprekken na het Participatietraject (2023-2024) 78 Resultaten (opbrengsten) 78

7. 7.1 7.2 7.3

Parallelle trajecten en procedures 81 Uitgevoerde toetsen op het Luchthavenbesluit 81 Veiligheidscertificaat 89 Militair medegebruik 89

8. 8.1 8.2 8.3 8.3.1 8.3.2 8.3.3 8.4 8.5 8.5.1 8.5.2 8.5.3 8.5.4 8.5.5 8.5.6 8.5.7 8.6 8.7 8.7.1 8.7.2 8.7.3 8.7.4 8.7.5 zichtjaar 8.8

Overwegingen 90 Algemeen 90 Afweging van economische belangen 90 Afweging van milieu- en veiligheidsbelangen 91 Milieueffecten 91 Veiligheidseffecten 92 Conclusies 92 Afweging van participatieproces 93 Afweging en overweging innovatieruimte 95 Inleiding 95 Aanvraag innovatieruimte en doelstelling klimaatneutrale luchtvaart 96 Slotcoördinatie 96 Milieu- en omgevingsaspecten 97 Economische aspecten 97 Overige overwegingen 97 Afweging 98 Afweging en overweging hinderbeperkende maatregelen 99 Overwegingen aanvullende maatregelen 102 Exclusieve grenswaarde voor maatschappelijk verkeer 102 Additionele grenswaarden en regels vanwege geluidbelasting 104 Additionele grenswaarden en regels vanwege lokale luchtverontreiniging 111 Additionele grenswaarden en regels vanwege (externe) veiligheid 114 Vastleggen grenswaarden en contouren geluidbelasting en externe veiligheid startjaar en 115 Afweging in relatie tot EVRM 116

9. 10. 11. 12. 12.1 12.2 12.3 12.4 12.5 13. 14.

Evaluatie 118 Verwerking reactie voorhang- en zienswijzenprocedure Samenvatting besluit 120 Handhaving 123 Handhaving door ILT 123 Ruimtelijke doorwerking en handhaving door gemeenten Verslaglegging 125 Overleg en klachten 125 Planschade en nadeelcompensatie 126 Regeldruk en administratieve lasten 126 Inwerkingtreding 129

Artikelsgewijze toelichting

78

119

124

130 17

1. Inleiding 1.1

Aanleiding

Met de inwerkingtreding van de Wijzigingswet Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens (hierna: Wet RBML) op 1 november 2009 is een nieuw stelsel van bepalingen voor luchthavens, met uitzondering van Schiphol, in werking getreden 1. Dit stelsel bevat regels om de milieuruimte en externe veiligheidsruimte van luchthavens te bepalen, zowel voor het gebruik van de luchthaven door vliegverkeer als voor de ruimtelijke indeling van het gebied in de nabijheid van luchthavens. Om dit nieuwe stelsel volledig te implementeren schrijft de Wet RBML voor dat de gebruiksvergunning van de luchthaven Rotterdam vervangen moet worden door een luchthavenbesluit. Om het nieuwe stelsel al zo spoedig mogelijk na inwerkingtreding van de Wet RBML van toepassing te laten zijn, is voor de luchthaven Rotterdam al in 2013 de zogenoemde Omzettingsregeling vastgesteld en van kracht geworden 2. De Omzettingsregeling vormt een soort overgangsbesluit tussen het aanwijzingsbesluit dat in het verleden op grond van de Luchtvaartwet is vastgesteld en het Luchthavenbesluit dat voor de luchthaven Rotterdam op grond van de nieuwe regelgeving moet worden vastgesteld. Met de grenswaarden voor maximale geluidbelasting in handhavingspunten zoals opgenomen in de Omzettingsregeling, was de bescherming van de omgeving geborgd.

Daarnaast zijn ter bescherming van de omgeving nog enkele andere beperkingen gesteld aan het gebruik van de luchthaven via onder andere de tijden waarop en de voorwaarden waaronder verschillende soorten luchthavenluchtverkeer van de luchthaven Rotterdam gebruik kunnen maken. De Omzettingsregeling is van kracht gebleven tot het moment waarop voor de luchthaven een luchthavenbesluit is vastgesteld en deze in werking is getreden. Om te komen tot een luchthavenbesluit wordt het proces gevolgd zoals beschreven in de Luchtvaartnota 2020–2050 3 (hierna: de Luchtvaartnota). Hierbij is het uitgangspunt dat de exploitant een onderbouwde aanvraag, inclusief milieuonderzoeken (een milieueffectrapport (MER) of mer-beoordelingsnotitie) en een economische onderbouwing, indient bij de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Voor de besluitvorming over de aanvraag is het namelijk van belang dat alle relevante informatie in kaart wordt gebracht met betrekking tot de aspecten veiligheid, economie, milieu en leefomgevingskwaliteit en er daarmee een goede kennisbasis ligt waarmee publieke belangen in kaart worden gebracht. In 2011 is de beroepsprocedure over het wijzigingsbesluit van de aanwijzing luchtvaartterrein Rotterdam The Hague Airport van 22 september 2010 afgerond en is het wijzigingsbesluit onherroepelijk geworden.

Direct nadat het bevoegd gezag dit besluit heeft omgezet in een omzettingsregeling. is de luchthaven gestart met het traject voor de aanvraag van een luchthavenbesluit. Daarbij zijn verschillende stappen gezet, zoals het indienen van een Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD), het uitvoeren van een MER en een kosten-baten-analyse. Door verschillende factoren, waaronder fouten in de invoergegevens voor geluidberekeningen en gebrek aan draagvlak, is de aanvraag uiteindelijk uitgebleven en is gewacht op de Luchtvaartnota 2020-2050. Nadien is een participatietraject gestart. Hoewel dit niet heeft geleid tot een gedragen voorkeursalternatief, heeft het wel de nodige inzichten opgeleverd, mede op basis waarvan de luchthaven een aanvraag voor een luchthavenbesluit heeft voorbereid. Stb. 2008, 561. Stcrt. 2013, 11153. 3 Bijlage bij Kamerstukken I 2020–2021, 31 936, nr. 820. 1 2

18

Mede in het licht van bovenstaande heeft de exploitant van de luchthaven Rotterdam, Rotterdam Airport B.V. (hierna: de initiatiefnemer), op 1 oktober 2025 bij de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (hierna: het bevoegd gezag) een aanvraag gedaan voor een luchthavenbesluit voor de luchthaven Rotterdam (met kenmerk: 2025-LHB01). Onder de Omzettingsregeling was het aantal bewegingen onbeperkt binnen de geluidsruimte. Voor de aantallen in de aanvraag is gekeken naar het gebruiksjaar 2019. Op jaarbasis vraagt de initiatiefnemer ruimte aan voor het kunnen accommoderen van 59.689 vliegtuigbewegingen in het startjaar (2027) en 64.069 in het zichtjaar (2035). Het gaat om 17.860 bewegingen handelsverkeer, 7.540 bewegingen maatschappelijk verkeer 4, 1.020 bewegingen business aviation en 27.980 overig general aviation (GA) verkeer (zie verder hoofdstuk 2 en 3). Het verschil tussen startjaar en zichtjaar zit in de aangevraagde innovatieruimte van 4.380 vliegtuigbewegingen voor handelsverkeer in het zichtjaar. Voor militair verkeer zijn 350 bewegingen aangevraagd en voor de overheid (regeringsvluchten) 78 vliegtuigbewegingen. Voor uitwijkers en luchtvaartuigen in nood blijft de luchthaven Rotterdam altijd toegankelijk.

Daarbij is ook een aantal wijzigingen ten opzichte van de huidige gebruiksvergunning, de Omzettingsregeling luchthaven Rotterdam, (hierna: Omzettingsregeling), gevraagd. Het gaat om: Bevriezen handelsverkeer op niveau 2019 tot 5 jaar na inwerkingtreding van dit besluit waarna onder een aantal voorwaarden gedurende vier jaar een jaarlijkse toename van 1.095 vliegtuigbewegingen handelsverkeer binnen de beschikbaar gekomen geluidsruimte; Het aantal vertraagde landingen van handelsverkeer na 23.00 uur neemt stapsgewijs af naar maximaal 180 in 2032. Dit is een halvering ten opzichte van gebruiksjaar 2019. Vertraagde landingen mogen tot uiterlijk 0.00 uur landen, waar dat nu onder voorwaarden tot 01.00 uur mogelijk is. Tussen 07.00 en 09.00 uur maximaal 10 starts en geen landingen. In gebruiksjaar 2019 was op circa 70 dagen sprake van 10 of meer starts in dit tijdsblok (waarvan circa 30 dagen meer dan 10 starts). Op de overige dagen varieert het aantal starts tussen 1 en 9 per dag. In gebruiksjaar 2025 was op geen enkele dag sprake van meer dan 10 starts. In dit jaar varieert het aantal starts per dag tussen 3 en 8. In gebruiksjaar 2019 was op circa 120 dagen sprake van 1 tot 3 landingen en op 1 dag 6 landingen in dit tijdsblok. In gebruiksjaar 2025 varieerde op circa 160 dagen het aantal landingen tussen 1 en 3.

De starttijd van 07.00 uur blijft voor stillere vliegtuigen gehandhaafd. Voor minder stille vliegtuigen wijzigt de starttijd gefaseerd naar 08.30 uur. Tussen 21.00 en 23.00 uur maximaal 10 landingen en geen starts. In gebruiksjaar 2019 was op 5 dagen sprake van meer dan 10 landingen in dit tijdsblok. Voor het overige varieerde het aantal landingen in dit tijdsblok tussen de 2 en 10. In gebruiksjaar 2025 was er geen sprake van meer dan 10 landingen in dit tijdsblok. Het aantal landingen in dit tijdsblok varieerde tussen de 1 en 8. In gebruiksjaar 2019 was op circa 100 dagen sprake van 1 tot 3 starts in dit tijdsblok en in gebruiksjaar 2025 was dat op circa 75 dagen het geval. Geen business aviation tussen 00.00 en 07.00 uur, met uitzondering van 20 intercontinentale landingen. In gebruiksjaar 2019 vonden 229 vluchten plaats en in gebruiksjaar 2025 vonden 154 vluchten plaats. Voor militair en regeringsverkeer wordt hetzelfde regime aangevraagd als voor business aviation. Business aviation is In de toelichting op het Luchthavenbesluit wordt voor de vluchten ten behoeve van spoedeisende 19 hulpverlening en de uitoefening van politietaken de term “maatschappelijk verkeer” gebruikt. 4

nu de gehele nacht mogelijk, zowel landend als startend, militair en regeringsverkeer ook. Positievluchten vanaf 06.30 uur en maximaal 48 per gebruiksjaar in plaats van ongelimiteerd 06.00 uur. In gebruiksjaar 2019 was sprake van 25 positievluchten en in gebruiksjaar 2025 van 15 positievluchten. Aparte gebruiksruimte voor maatschappelijk verkeer, waar er nu één geluidsruimte is voor alle verkeer. Het bevoegd gezag heeft het verzoek van de initiatiefnemer en de daarbij geleverde onderbouwing overwogen en na de beoordeling van de ingediende zienswijzen en de voorhangprocedure bij de Eerste en Tweede Kamer een luchthavenbesluit voorbereid conform de daartoe strekkende bepalingen in de Wet luchtvaart. Het voorliggende besluit betreft een luchthavenbesluit op grond van de Wet luchtvaart voor de luchthaven Rotterdam. Met het Luchthavenbesluit Rotterdam (hierna: het Luchthavenbesluit) kan de initiatiefnemer de beoogde ontwikkeling en exploitatie van de luchthaven Rotterdam realiseren. Het Luchthavenbesluit vervangt de Omzettingsregeling die door het bevoegd gezag is vastgesteld op grond van het overgangsrecht in de Wet RBML. De Omzettingsregeling heeft het Aanwijzingsbesluit luchtvaartterrein Rotterdam van 17 oktober 20015, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 22 september 2010 6, vervangen.

1.2 Leeswijzer In de nota van toelichting is in hoofdstuk 2 het wettelijk kader beschreven dat voor de luchthaven Rotterdam geldt. Hoofdstuk 3 gaat in op de beleidskaders voor de luchthaven Rotterdam en omgeving zoals deze door het Rijk en de regionale en lokale overheden is vastgesteld. De hoofdstukken 4 en 5 beschrijven achtereenvolgens de te verwachten effecten van het Luchthavenbesluit op de economie, het milieu en de ruimtelijke kwaliteit. In hoofdstuk 6 wordt weergegeven hoe de initiatiefnemer de belangen van haar omgeving in kaart heeft gebracht door middel van zijn participatietraject. In hoofdstuk 7 worden de relevante parallelle trajecten en procedures geschetst, bijvoorbeeld ten aanzien van de toetsen die zijn uitgevoerd op het Luchthavenbesluit. Hoofdstuk 8 laat zien welke overwegingen tot het besluit hebben geleid. Hoofdstuk 9 gaat in op de evaluatiebepaling. Hoofdstuk 10 gaat in op de zienswijzen op het ontwerp Luchthavenbesluit en de reactie vanuit de Eerste en Tweede Kamer. In hoofdstuk 11 wordt aangegeven welk besluit het bevoegd gezag heeft genomen. Hoofdstuk 12 geeft aan op welke wijze het besluit wordt gehandhaafd en hoofdstuk 13 geeft een overzicht van de regeldruk en administratieve lasten. Hoofdstuk 14 geeft tenslotte informatie over de inwerkingtreding van het Luchthavenbesluit.

De artikelsgewijze toelichting volgt na het algemene deel van de nota van toelichting.

5 6

Stcrt. 2001, 209. Stcrt. 2010, 16205.

20

2. Wettelijk kader en procedures 2.1

Wettelijk kader

2.1.1 Wet luchtvaart Het Luchthavenbesluit valt onder het regime van de Wet luchtvaart. In artikel 8.1, derde lid, van de Wet luchtvaart wordt bepaald dat de luchthaven Rotterdam van nationale betekenis is. Voor luchthavens van nationale betekenis wordt het Luchthavenbesluit ingevolge artikel 8.70, eerste lid, van de Wet luchtvaart bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) vastgesteld. De voordracht voor het Luchthavenbesluit wordt gedaan door het bevoegd gezag. Het is op grond van artikel 8.1a, derde lid, van de Wet luchtvaart verboden om een (burger)luchthaven van nationale betekenis in bedrijf te hebben indien voor deze luchthaven geen luchthavenbesluit geldt. Een luchthavenbesluit bevat bepalingen omtrent het luchthavenluchtverkeer (waaronder grenswaarden met het oog op de geluidbelasting, het externe veiligheidsrisico of de lokale luchtverontreiniging) en de ruimtelijke indeling van het gebied van en rond de luchthaven. Deze richten zich tot sectorpartijen als de exploitant, de luchtverkeersleidingorganisatie(s) en de gezagvoerders die van de luchthaven gebruikmaken, alsmede, wat de bepalingen omtrent de ruimtelijke indeling betreft, tot gemeenten.

In een luchthavenbesluit kan op grond van artikel 8.70, tweede lid, in combinatie met artikel 8.44, tweede lid, van de Wet luchtvaart binnen de totale gebruiksruimte een grenswaarde met het oog op de geluidbelasting exclusief worden toegewezen voor vluchten ten behoeve van spoedeisende hulpverlening en de uitoefening van politietaken als bedoeld in artikel 3 van de Politiewet 2012 (hierna: maatschappelijk verkeer). Vluchten ten behoeve van spoedeisende hulpverlening zijn (militaire) vluchten ter bestrijding van brand, vluchten van een Search and Rescue-dienst als bedoeld in artikel 1 van de Regeling inzake de SAR-dienst 1994, traumavluchten, ambulancevluchten, humanitaire vluchten, donorvluchten en vluchten in het kader van de rampenbestrijding of crisisbeheersing. Met dit laatste is niet alleen de brandweerzorg, maar ook de bij en krachtens de Wet veiligheidsregio’s geregelde rampenbestrijding en crisisbeheersing afgedekt. Ook bij rampenbestrijding en crisisbeheersing is acuut optreden noodzakelijk waarbij (militaire) luchtvaartuigen kunnen worden ingezet. Daarmee ontstaat een aparte gebruiksruimte voor maatschappelijk verkeer.

Ook kunnen op grond van artikel 8.70, tweede lid, in combinatie met artikel 8.44, derde lid, van de Wet luchtvaart regels of grenswaarden worden opgenomen die noodzakelijk zijn met het oog op het externe veiligheidsrisico of de lokale luchtverontreiniging. Naast de grenswaarden en gebruiksregels bevat het Luchthavenbesluit de aanduiding van het luchthavengebied en de bestemmingen die daarbinnen gelden. De regels binnen het luchthavengebied beperken zich tot het aanwijzen van de gronden bestemd voor de start- en landingsbanen. Ook bevat het Luchthavenbesluit de beperkingengebieden buiten het luchthavengebied met de daarin geldende ruimtelijke regels in verband met de geluidbelasting, het externe veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer en in verband met de vliegveiligheid. De regels in de beperkingengebieden kennen verschillende regimes. Zo gelden in de beperkingengebieden in verband met de geluidbelasting en het externe veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer regels omtrent de toelaatbaarheid van gebouwen. Er zijn gebieden waar voor bepaalde gebouwen geldt dat ze aan hun functie moeten worden onttrokken en gebieden waar bepaalde nieuwe gebouwen verboden zijn. In bepaalde gebieden leiden de regels onder21

andere tot hoogtebeperkingen voor nieuwe objecten, gebouwen of bouwwerken (zoals windmolens) in verband met de vliegveiligheid en daarnaast tot beperking van nieuwe vogelaantrekkende activiteiten. Met het vastleggen van de gebieden en regels in verband met de vliegveiligheid wordt uitvoering gegeven aan bepalingen die door de Internationale burgerluchtvaartorganisatie in bijlage 14 van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart zijn vastgesteld (hierna: ICAO-verdrag). 7 Nederland heeft deze regels geïmplementeerd in de Wet luchtvaart, het Besluit burgerluchthavens (hierna: Bbl), de Regeling burgerluchthavens (hierna: Rbl) en de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen (hierna: Rvglt). Anders dan de beperkingengebieden in verband met de geluidbelasting en het externe veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer, is de omvang van de gebieden in verband met de vliegveiligheid niet gerelateerd aan de verwachte hoeveelheid luchtvaartuigen. Deze beperkingengebieden zijn gerelateerd aan het type luchtvaart dat van de luchthaven gebruik gaat maken, de openstellingstijden en het feit dat het luchthavenluchtverkeer wordt gecoördineerd door een luchtverkeersleidingorganisatie.

De bepalingen in het Luchthavenbesluit omtrent de ruimtelijke indeling van het luchthavengebied en de beperkingengebieden richten zich niet tot de sectorpartijen, maar tot de betrokken gemeenten. Op grond van artikel 8.70, tweede lid, in samenhang met artikel 8.47, tweede lid, en artikel 8.8 van de Wet luchtvaart dienen de gemeenten het luchthavengebied en de beperkingengebieden, alsmede de beperkingen die daarin gelden, binnen een jaar na inwerkingtreding van het Luchthavenbesluit dan wel binnen een andere bij het besluit te bepalen termijn in hun omgevingsplan op te nemen. Op grond van artikel 8.70, tweede lid, in samenhang met artikel 8.47, tweede lid, en de artikelen 8.8, tweede lid, van de Wet luchtvaart kan het bevoegd gezag, in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, een voorbereidingsbesluit nemen als bedoeld in artikel 4.16, tweede lid, van de Omgevingswet. In het derde lid van artikel 4.16 van de Omgevingswet is bepaald dat het voorbereidingsbesluit het omgevingsplan wijzigt met voorbeschermingsregels. Uit artikel 8.70, tweede lid, in samenhang met artikel 8.47, tweede lid, en artikel 8.9, tweede lid, van de Wet luchtvaart volgt verder dat bij de verlening van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit het Luchthavenbesluit in acht moet worden genomen.

Als het Luchthavenbesluit de bouw- of aanlegactiviteit niet toestaat, kan de gevraagde omgevingsvergunning niet worden verleend. Met het opleggen van ruimtelijke regels worden diverse belangen gediend. Naast de vliegveiligheid is dat de bescherming van de omgeving tegen de gevolgen van de geluidbelasting en het externe veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer. Het is mogelijk dat in bijzondere gevallen deze belangen ook worden gediend zonder dat aan het Luchthavenbesluit strikt de hand wordt gehouden. Voor die gevallen is in artikel 8.9, derde tot en met vijfde lid, van de Wet luchtvaart, een afwijkingsmogelijkheid opgenomen met een verklaring van geen bezwaar. Deze verklaring wordt afgegeven door de Inspectie Leefomgeving en Transport (hierna: ILT) namens het bevoegd gezag.

Het op 7 december 1944 tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart 22 (Trb. 1973, 109). 7

2.1.2 Besluit burgerluchthavens (Bbl) Het Bbl regelt onder meer, als nadere uitwerking van de Wet luchtvaart, welke gebieden en voorschriften in het Luchthavenbesluit opgenomen moeten worden en volgens welke bepalingen en waarden deze worden vastgesteld. Bij het vaststellen van de ruimtelijke beperkingengebieden en de regels die daarin gelden, is in het besluit overeenkomstig artikel 8.70, vierde lid, van de Wet luchtvaart het Bbl in acht genomen. Het Luchthavenbesluit bevat op grond van artikel 8 van het Bbl voor het luchthavenluchtverkeer in ieder geval: één handhavingspunt met een grenswaarde voor de geluidbelasting aan beide zijden in het verlengde van de middellijn van de start- en landingsbaan op 100 meter van de uiteinden van de baan waarbinnen het gebruik plaatsvindt, en één handhavingspunt met een grenswaarde voor de geluidbelasting op elke locatie waar woonbebouwing met een aaneengesloten karakter gelegen is op of in de nabijheid van een geluidcontour van 56 Lden 8.

Verder bevat het Luchthavenbesluit op grond van artikel 9 van het Bbl in ieder geval: contouren ter aanduiding van het 10-5- en 10-6-plaatsgebonden risico (externe veiligheid); een geluidcontour van 48 Lden; een geluidcontour van 56 Lden; een geluidcontour van 70 Lden; contouren ter aanduiding van de veiligheidsgebieden; een gebied met hoogtebeperkingen in verband met de vliegveiligheid; contouren ter aanduiding van de gebieden met hoogtebeperkingen in verband met de goede werking van de apparatuur voor luchtverkeerscommunicatie, -navigatie of -begeleiding; een gebied van 6 kilometer rondom de start- en landingsbaan met beperkingen ten aanzien van vogelaantrekkende activiteiten en grondgebruik; een laserstraalvrij gebied. Binnen deze contouren en gebieden gelden ruimtelijke beperkingen die in de artikelen 10 tot en met 17 van het Bbl zijn beschreven. In deze artikelen is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen in de vorm van een verklaring van geen bezwaar. Deze verklaring wordt afgegeven door de ILT namens het bevoegd gezag. Voor de geluidcontour van 48 Lden gelden geen generieke ruimtelijke beperkingen. Voor deze contour geldt op grond van artikel 19 van het Bbl dat bij de vaststelling van het Luchthavenbesluit een afweging wordt gemaakt over de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in relatie tot het gebruik van de luchthaven.

2.1.3 Regeling burgerluchthavens (Rbl), Doc29 en NORAH De Rbl bevat rekenvoorschriften om de omvang te bepalen van de gebieden waar ruimtelijke beperkingen gelden als gevolg van geluid, externe veiligheid en vliegveiligheid. Daarnaast zijn er ook rekenvoorschriften om de geluidbelasting in de omgeving van de luchthaven te bepalen en bepalingen die relevant zijn voor de handhaving van het Luchthavenbesluit. De maximaal toegestane geluidbelasting wordt in elk geval vastgelegd in de vorm van grenswaarden in handhavingspunten in de omgeving van de luchthaven Rotterdam. 8

Waar in het Luchthavenbesluit wordt gesproken over Lden wordt bedoeld dB(A) Lden.

23

Met ingang van 30 juli 2024 zijn onder begeleiding van de European Union Aviation Safety Agent (EASA) Europese rekenmethoden voor geluid, afkomstig van vliegtuigen en helikopers, ontwikkeld. Het betreft de rekenmethoden Doc29 (Report on Standard Method of Computing Noise Contours around Civil Airports) voor geluid afkomstig van vliegtuigen en NORAH (Noise of Rotorcraft Assessed by a Hemisphere-approach) voor geluid afkomstig van helikopters. Deze rekenvoorschriften zijn opgenomen in de Rbl. Voorheen werd gebruikgemaakt van het Nederlands Rekenmodel (hierna: NRM), waarmee ook de grenswaarden voor de maximale geluidbelasting in de Omzettingsregeling zijn bepaald. Door het gebruik van Doc29 en NORAH wordt de geluidbelasting rond regionale burgerluchthavens nauwkeuriger bepaald, onder andere door gebruik te maken van uitgebreidere vliegtuiggegevens en een verbeterde modellering van de vliegoperaties rondom de luchthavens. Hierdoor sluiten de berekeningen nauwkeuriger aan bij het werkelijke geluid in de leefomgeving rond de luchthavens. De leefomgeving wordt hierdoor beter beschermd tegen de hinder die vliegtuiggeluid met zich meebrengt. Het vervangen van de bepalingsmethoden voor de geluidbelasting sluit aan bij de aanbevelingen van de Programmatische Aanpak Meten van Vliegtuiggeluid (PAMV).

9 Het sluit ook aan bij de Europese bepalingsmethoden en er wordt invulling gegeven aan het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage uit 2016 10. De geluidbelasting in de grenswaarden en in de beperkingengebieden vanwege de geluidbelasting in het Luchthavenbesluit zijn dan ook bepaald volgens de methoden van Doc29 en NORAH. Geluidbelasting in Lden De Lden-geluidbelasting, die conform het hierboven genoemde rekenvoorschrift wordt berekend, heeft betrekking op al het luchthavenluchtverkeer op een luchthaven. Daarbij hoort het geluid van landende en startende vliegtuigen (op de start- en landingsbaan en in de lucht), maar ook het geluid op de grond (van bijvoorbeeld het taxiën van en naar de baan). Alhoewel dit laatste lokaal tot hinder kan leiden, is het effect van taxiënde vliegtuigen op de totale berekende jaargemiddelde geluidbelasting verwaarloosbaar. Daarom wordt dit effect niet in kaart gebracht in de bepalingsmethode Doc29. 2.1.4

Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen (Rvglt) en EUVerordening 139/2014 Op grond van artikel 8.1a, vierde lid, van de Wet luchtvaart is het verboden een overige luchthaven waarvoor een luchthavenbesluit vereist is, in bedrijf te hebben zonder een geldig veiligheidscertificaat. De Rvglt stelt eisen aan de aanleg, de inrichting, de uitrusting en het veilig gebruik van luchthavens en andere terreinen met het oog op de orde en veiligheid op die luchthavens en terreinen op basis van artikel 8a.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart. Vanaf 31 december 2017 dienen luchthavens te beschikken over een veiligheidscertificaat op basis van EU-verordening 139/2014. 11 Op het moment dat luchthavens over een certificaat op basis van de EU-verordening 139/2014 beschikken zijn de regels uit de Rvglt over de certificering dan ook niet langer van toepassing. Een aantal bepalingen, genoemd in artikel 2, tweede lid, van de Rvglt, blijft echter wel van toepassing omdat deze voorschriften bevatten die niet op EU-niveau worden

Kamerstukken II 2023/2024, 31 936 nr. 1156. Commissie mer, Advies 3052, Nieuw Normen- en Handhavingsstelsel Schiphol 2016, 25 augustus 2016. 11 Verordening (EU) nr. 139/2014 van de Europese Commissie van 12 februari 2014 tot vaststelling van eisen en administratieve procedures met betrekking tot luchtvaartterreinen, overeenkomstig 24 Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2014, L 44). 9

10

gereguleerd. De initiatiefnemer beschikt over een Europees veiligheidscertificaat. De wijzigingen in dit Luchthavenbesluit vergen niet dat er een nieuw veiligheidscertificaat aangevraagd moet worden door de initiatiefnemer. De ILT heeft dit bevestigd. 2.1.5 Omgevingswet en Omgevingsbesluit Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht geworden. Hierin zijn onderdelen van de (voormalige) Wet milieubeheer, de Wet natuurbescherming de Wet ruimtelijke ordening opgenomen. Milieueffectrapportage en beoordeling Op basis van artikel 16.43 van de Omgevingswet worden bij algemene maatregel van bestuur de projecten en de daarvoor benodigde besluiten aangewezen die (a) aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben en waarvoor bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport (MER) moet worden gemaakt en waarvoor (b) moet worden beoordeeld of die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben en, als dat het geval is, waarvoor bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Een milieueffectrapport is verplicht bij een project wanneer (1) het project is opgenomen in kolom 1 van de tabel in bijlage V bij het Omgevingsbesluit en (2) er een projectbesluit of een besluit nodig is, als genoemd in kolom 4 van die tabel.

Als het project voldoet aan de voorwaarden in kolom 2 van de tabel in bijlage V Omgevingsbesluit, dan is het opstellen van een project-MER verplicht. Voldoet het project niet aan die voorwaarden, dan is kolom 3 van de tabel van toepassing en mag eerst een mer-beoordeling gedaan worden. Met een mer-beoordeling bepaalt het bevoegd gezag of het project aanzienlijke milieueffecten heeft en dus of een milieueffectrapport nodig is. De aanvraag betreft enkel een wijziging van het gebruik van de luchthaven Rotterdam en is daarmee een activiteit als bedoeld in categorie J7 kolom 3 van Bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Dit verplicht tot een mer-beoordelingsnotitie. Desondanks heeft de initiatiefnemer ervoor gekozen een MER op te stellen en deze aangeboden aan het bevoegd gezag als onderdeel van de aanvraag voor het Luchthavenbesluit. Natuur, flora en fauna De Omgevingswet bevat verder regels die zijn gericht op het behoud van biodiversiteit en van aanwezige flora en fauna in Nederland. Activiteiten die mogelijk schade opleveren voor de natuur en de flora en fauna behoeven vergunningen, waarbij negatieve effecten eventueel moeten worden gemitigeerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16861682/2