21e. Bijlage bij VNG Ledenbrief ALV 12 februari 2021
Tekst van het document
26
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Ontwikkeling begroting VNG (bedragen x € 1.000) 120.000 110.000 100.000 90.000 80.000 70.000 60.000 50.000 2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Financiële kaders Tijdens de ledenraadpleging in juni 2020 hebben de leden ingestemd met het contributievoorstel 2021. Dit voorstel is een voortzetting van de vastgestelde contributiestructuur; een afbouw van het vermogen tot een passend weerstandsniveau en daaraan gekoppeld een volledige dekking van de kernorganisatie uit de contributie. De uitkomst van de ledenraadpleging is bekrachtigd in de ALV van 25 september 2020. Naast de contributie en de inzet van het eigen vermogen zijn er andere bronnen waaruit de kosten van de organisatie als geheel worden gedekt. Ook subsidies en bijdragen aan het fonds GGU vormen een wezenlijke bron van inkomsten. In het overzicht, weergegeven onder Begroting 2021, is een eerste raming weergegeven van de verwachte inkomsten en uitgaven van het VNG Bureau. De dochterondernemingen zijn, zoals in de inleiding aangegeven, geen onderdeel van deze raming. Voor de dochterondernemingen geldt dat in de aandeelhoudersvergaderingen afzonderlijke afspraken zijn en/of worden gemaakt over de financiële ontwikkelingen. De dochterondernemingen zullen dan ook in de aandeelhoudersvergaderingen de eigen begroting voor 2021 presenteren en vast laten stellen. Naast de hierboven geschetste ontwikkelingen en kaders zijn bij de opstelling van de begroting ook een aantal financiële uitgangspunten of voorwaarden van belang. • De contributie stijgt met 3,9%.
Hiervan is 2,9% bedoeld voor compensatie van loon- en prijsstijgingen en is 1% bedoeld om te komen richting de volledige dekking van de kosten van de kernorganisatie vanuit de contributie. • De bijdrage voor het GGU stijgt met 1,9% naar € 2,55 per inwoner, (in 2020 was het € 2,502 per inwoner). • De begrote salarislasten zijn doorgerekend op basis van de formatie zoals deze is vastgesteld voor de begroting van 2020. Eventuele aanpassingen op deze formatie zullen worden vastgesteld in het ADT. Belangrijk om hierbij op te merken: per 1 januari 2020 is het nieuwe (generieke) functiehuis voor de Vereniging en haar dochterondernemingen geïntroduceerd. Hiervoor vindt een vertaling plaats van het oude functiehuis naar het nieuwe. De financiële impact hiervan is opgenomen in de begroting van de salarislasten. • In 2019 is de laatste stap gezet van het driejarig plan om de pensioenpremie naar een structureel hoger niveau te brengen. Voor 2021 hanteert het ABP ‘normaal’ pensioenbeleid. In 2021 zal de premie door het pensioenbeleid en de daarin gemaakte afspraken gaan stijgen. De hoogte van de stijging is op het moment van opstellen van deze begroting nog niet bekend. • Voor de invulling van prioriteiten wordt hetzelfde bedrag gereserveerd als in 2020. Dit is € 1 miljoen voor de Directie Beleid en € 1 miljoen voor de staf- en ondersteuningsafdelingen.
• De afschrijvingskosten van de herhuisvesting zullen, net als in voorgaande jaren, worden gedekt uit de hiervoor gevormde bestemmingsreserve. • Conform de contributiesystematiek komt 17% van de dekking voor de kernorganisatie vanuit het eigen vermogen van de Vereniging. Dit komt voor 2021 neer op € 5,049 miljoen. In het contributievoorstel 2021 is in het kader van het weerstandsvermogen en de ontwikkeling daarvan, opgenomen dat de Vereniging volgend jaar zal werken met een taakstelling van € 0,3 miljoen. Deze is nodig om de financiën van de Vereniging meerjarig op orde te houden. De dekking uit het eigen vermogen komt daarmee (afgerond) op € 4,750 miljoen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
27
Begroting 2021 Omschrijving (Bedragen x € 1.000)
Begroting 2021
Begroting 2020
Realisatie 2019
Contributie
24.500
23.400
22.787
Bijdragen projecten
77.817
77.615
84.488
Overige bedrijfsopbrengsten
5.404
5.599
6.816
Som van bedrijfsopbrengsten
107.721
106.614
114.091
Salariskosten (inclusief sociale lasten)
26.737
24.323
22.084
Overige personeelskosten
1.880
1.833
12.908
Bedrijfsopbrengsten
Bedrijfslasten
Afschrijvingen
1.650
1.950
1.410
Activiteitskosten
76.443
78.187
71.096
Kantoor- en huisvestingskosten
4.867
3.872
7.826
Overige bedrijfskosten
1.501
2.190
1.894
Som van bedrijfslasten
113.078
112.355
117.218
-5.357
-5.741
-3.127
607
607
1.953
4.750
5.134
858
-
-
-316
Resultaat gewone bedrijfsuitoefening Dekking uit bestemmingsreserve Dekking uit eigen vermogen Ongedekt resultaat van de Vereniging
Toelichting begroting Contributie De contributie-inkomsten voor 2021 nemen toe met € 1,1 miljoen. De vastgestelde contributiestijging bedraagt 3,9%. Dit is, conform de vastgestelde contributiesystematiek, 2,9% indexatie voor loon- en prijsstijging en 1% ingroei van de kernorganisatie. Bijdragen projecten In onderstaande tabel staan projecten waarvoor de VNG vrijwel zeker subsidie krijgt. Verplichtingen ten laste van de onderstaande subsidies worden pas aangegaan als toezegging definitief is. Hierdoor worden mogelijke risico’s geminimaliseerd. Bijdrage projecten (Bedragen x € 1.000) Instrumentegids Dennis en Eva UMW - Gemeenten
2.500
Totaal Driedimensionaal
3.380
Haal Centraal Ketenbureau I- Sociaal Domein
590 1.971
Verbinden trajecten Schuldenproblematiek 2020-2023
795
Implementatie Lokaal Spoor VN-verdrag 2017-2021
766
Implementatie Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg 2018-2021
64
Jongvolwassenenaanpak 2018-2021
258
Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (OZJ) 2019-2021
28
370
4.720
Doorontwikkeling cliëntondersteuning 2019-2021
916
Opvang en bescherming 2.0 2019-2021
455
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Bijdrage projecten (Bedragen x € 1.000) Ondersteuningstraject lokale preventieakkoorden 2019-2021
799
Implementatieplan Programma Verbeteren aansluiting onderwijs-zorg-jeugd 2019 - 2021
685
Ondersteuningstraject Rookvrije Omgeving
220
Verbindend Landelijk OndersteuningsTeam (VLOT)
148
Visite-commissie Financiële beheersbaarheid 2020-2021
200
Verbeteragenda Hulpmiddelen
186
Samenwerken aan een betere Toegang Sociaal Domein 2020 - 2022
137
Gegevensuitwisseling SD, zorgdomein en veiligheidsdomein
51
Zo werkt het Sociaal Domein
61
Programma Betere Dienstverlening en Regelgeving 2020-2023
250
Omgevingsveiligheid
800
Opzetten ondersteuningsstructuur tbv transitiefase Covid-19
496
Wet Kwaliteitborging Bouw
900
Omgevingswet 2021 (moeder)
2.619
Programma ADS
300
Brandweerkamer
22
inzet TAZ WSGO
93
Kinderopvang
566
Ondersteuning gemeenten binnen de LSI structuur
2.806
WMO 2015 en jeugdwet 2019
1.020
Voorschoolse Educatie Handhaving en Naleving Participatiewet Totaal Subsidiebijdragen
93 496 29.732
Collectief gefinancierde activiteiten: Fonds GGU
44.381
Overige geldstromen
3.704
Totaal collectief gefinancierde activiteiten
48.085
Totaal bijdragen projecten (subsidie + GGU)
77.817
Subsidieprojecten De omvang van de subsidieprojecten is meegenomen voor de op dit moment vrijwel zekere projecten. De projecten hebben geen resultaatseffect. Voor bovengenoemde projecten geldt dat ook de bijbehorende kosten in de begroting zijn opgenomen. Deze kosten zijn gespecificeerd bij de rubriek activiteitskosten. Bij het opstellen van de begroting 2021 bedragen de kosten van de gesubsidieerde projecten € 29,732 miljoen (in 2020 was dat € 23,170 miljoen). Collectief gefinancierde activiteiten Tijdens de ALV van 15 juni 2017 besloten de leden nagenoeg unaniem dat de gezamenlijke gemeentelijke uitvoering (GGU) een prioriteit voor alle gemeenten is, en dus een belangrijke prioriteit en taak voor de VNG. Alle gemeenten dragen daar naar rato van het aantal inwoners aan bij In de ALV van september 2020 zijn de leden akkoord gegaan met de bijdrage van €2,55 excl btw (€3,09 incl btw). Op basis van de indexatie en een toename van het inwonertal van gemeenten, groeit het Fonds GGU ten opzichte van vorig jaar met € 1,2 miljoen euro naar een totaal van € 44,4 miljoen .Aanvullend op het Fonds GGU zijn er derde geldstromen mogelijk,zoals bijdragen vanuit het Rijk en reserveringen uit eerdere jaren. De begroting van het totaal jaarprogramma van het GGU 2021 bedraagt, inclusief de overige geldstromen € 48,085 miljoen (in 2020 was dat € 54,445 miljoen).
De begroting daalt ten opzicht van het GGU 2020, omdat er in 2020 nog gebruik gemaakt kon worden van de hoge onderuitnutting van de Gemeentefonds projecten uit eerdere jaren.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
29
Overige bedrijfsopbrengsten Ten opzichte van de begroting 2020 dalen de overige bedrijfsopbrengsten met € 0,174 miljoen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door dalende inkomsten vanuit de dienstverleningsovereenkomsten. De overige bedrijfsopbrengsten zijn opgebouwd uit de volgende opbrengsten: • interne omzet bedrijven • opbrengsten van derden (doorbelastingen dienstverleningsovereenkomsten, royaltyvergoedingen) • vacatiegelden • doorbelaste salariskosten van de gelieerde instellingen • opbrengst belastingadviezen • opbrengst reprorecht
Bedrijfslasten Salariskosten inclusief sociale lasten De begrote salarislasten zijn doorgerekend op basis van de cao voor het Rijk (2018- 2020). Ten tijde van het opstellen van deze begroting lopen de gesprekken tussen het Rijk en de vakbonden over de cao-ontwikkeling voor de komende jaren. De uitkomsten hiervan zijn nog niet bekend. Daarom is er in deze begroting op de salarislasten een marge aangehouden om daar waar nodig een stijging van de kosten op te vangen. In 2019 heeft uitbreiding van de formatie plaatsgevonden conform de doelstelling om een flexibele schil te creëren van medewerkers die we kunnen inzetten op extern gefinancierde activiteiten. Het doel is een evenwichtigere verhouding tussen eigen personeel en de inzet van externen. Om invulling te kunnen geven aan de ambities en de groei van de organisatie heeft bij Directie Beleid een verdere versterking plaatsgevonden naar een vaste formatie van 130,16 fte. Hiervan wordt 110,5 fte gefinancierd vanuit de contributie (kernorganisatie), 12,69 fte vanuit GGU en 6,90 fte vanuit de projectsubsidies. Voor 2021 blijft deze formatie gehandhaafd. Bij de stafafdelingen vindt een correctie plaats, waarbij ook de ondersteuning van de GGU en subsidie gefinancierde activiteiten voor een klein deel door vaste formatie wordt ingevuld.
Ten opzichte van 2020 stijgen de salariskosten met € 2,414 miljoen, wat vooral wordt veroorzaakt door een grotere flexibele schil (tijdelijke inzet op gesubsidieerde taken). Ook de implementatie van het nieuwe functiegebouw en arbeidsvoorwaardenregeling zorgen voor een deel van de stijging. Op het moment van opstellen van deze begroting is de wijziging in de pensioenpremie nog niet bekend. Hiervoor is in de salariskosten een marge aangehouden, waarmee de stijging van de pensioenpremie gedekt kan worden. Overige personeelskosten De overige personeelskosten zijn ten opzichte van de begroting 2020 vrijwel gelijk gebleven. Een verschuiving had kunnen plaatsvinden door het van kracht worden van de nieuwe AVR. Hierin is een nieuwe regeling m.b.t. de reiskosten (woon-werk) en flexbudget opgenomen. Op het moment van opstellen van deze begroting loopt de inventarisatie welke medewerkers er vanuit de oude regeling over willen gaan naar de nieuwe regeling nog. Op peildatum 21-9 heeft 55% van de medewerkers een keuze gemaakt, waarvan 9% aan heeft gegeven over te gaan naar de nieuwe regeling. Voor de begroting is dit aanleiding om bij de bepaling van de hoogte van de posten uit te gaan van de oude methodiek. Omschrijving (Bedragen x € 1.000)
Begroting 2021
Begroting 2020
Realisatie 2019
Uitzendkrachten en personeel van derden
163
163
10.751
Arbokosten
42
42
26
Studiekosten
505
507
668
Rechtspositionele kosten
327
328
389
Reis-en verblijfskosten personeel
207
180
273
Onttrekkingen/Dotatie voorzieningen
260
236
236
Werving- en selectie
75
75
91
Overige personeelskosten
301
303
474
1.880
1.833
12.908
Totaal Overige Personeelskosten
30
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Ten opzichte van de realisatie 2019 valt op dat de post uitzendkrachten en personeel van derden fors hoger is dan begroot. Deze post uitzendkrachten en personeel van derden bestaat voor een groot deel uit project gerelateerde inhuur van personeel. Daarnaast wordt een deel veroorzaakt door de tijdelijke invulling van vacatures met extern personeel. De kosten die hiermee gepaard gaan, worden gecompenseerd vanuit de vacatureruimte die gedurende het boekjaar is ontstaan. Dat compenseren wordt ook nagestreefd in 2021. Afschrijvingen Zoals in de realisatie van 2019 al zichtbaar is, wordt niet het volledige bedrag dat gereserveerd is voor de afschrijvingslasten benut. Het aantal investeringen dat wordt gedaan ligt lager dan de vrijval vanuit de afschrijvingsmodule. Dit effect is in 2020 versterkt doordat door COVID-19 er weinig grote investeringen plaats hebben gevonden. Deze zullen de komende jaren wel plaats gaan vinden, maar op basis van de investeringsplannen zal de afschrijvingslast de komende jaren structureel lager zijn. Hierdoor zal de afschrijvingslast in 2021 met € 0,3 miljoen dalen ten opzichte van 2020. Activiteitskosten De post activiteitskosten is de grootste kostenpost in de begroting en bestaat voor het merendeel uit kosten van subsidieprojecten en projecten uit het fonds GGU. De kosten voor de inzet op deze projecten zijn opgenomen onder Advies derden.
Ten opzichte van de begroting van 2020 nemen de totale activiteitskosten af met € 1,744 miljoen. Deze daling ontstaat door de hogere dekking uren (inzet ten laste van subsidie). Omschrijving (Bedragen x € 1.000)
Begroting 2021
Begroting 2020
Realisatie 2019
Voorlichting en publicaties
491
602
1.006
Bijeenkomsten
230
230
4.035
Onderzoek en beleidsontwikkeling
3.861
3.969
1.106
Advies derden
77.817
77.615
64.493
Bijdragen en lidmaatschappen
553
663
456
Dekking uren en toegerekend
-6.509
-4.892
-
Totaal Activiteitskosten
76.443
78.187
71.096
Kantoor- en huisvestingskosten De begrote kantoor- en huisvestingskosten nemen ten opzichte van de begroting 2020 toe met € 0,995 miljoen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de hogere automatiseringskosten en de omzetting van de kosten voor het reprorecht. Deze laatste post is in de begroting van 2020 opgenomen onder de overige bedrijfskosten. Voor een betere verantwoording van deze kosten zijn deze voor 2021 meegenomen onder de Bibliotheekkosten. Omschrijving (Bedragen x € 1.000)
Begroting 2021
Begroting 2020
Realisatie 2019
Huisvestingskosten
721
710
775
Onderhoudskosten en inventaris
375
375
388
2.489
2.097
5.840
Bibliotheekkosten
794
149
763
Restauratieve kosten
382
435
450
Telecommunicatie
64
63
-415
Drukwerk
42
42
25
4.867
3.872
7.826
Automatiseringskosten
Totaal Kantoor en huisvestingskosten
Overige bedrijfskosten Ten opzichte van de begroting van 2020 nemen de overige bedrijfskosten af met € 0,689 miljoen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de omzetting van de kosten van het reprorecht. Zie hiervoor ook de toelichting bij de kantoor- en huisvestingskosten.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
31
Omschrijving (Bedragen x € 1.000)
Begroting 2021
Begroting 2020
Realisatie 2019
Accountantskosten
85
65
80
Algemene Lidmaatschappen
264
230
531
Resultaat BTW
120
200
181
Declaraties derden
18
18
230
Inleen chauffeur/taxi
124
122
74
Overige bedrijfskosten
890
1.555
798
1.501
2.190
1.894
Totaal Overige bedrijfskosten
Dekking uit bestemmingsreserve Onder de dekking uit de bestemmingsreserve is een onttrekking opgenomen t.b.v. de afschrijvingslasten van de Willemshof (incl. verbouwing begane grond).
Begroting per organisatieonderdeel Eén van de genoemde uitgangspunten voor de begroting van 2021, is een begroting als sturingsinstrument. Daarvoor hebben we de kosten per organisatieonderdeel inzichtelijk gemaakt. Het gaat om Algemene Directie, Communicatie, Concernstaf incl. secretariaat, Bedrijfsvoering en Directie Beleid. De in het overzicht genoemde salariskosten onder directie en bestuur betreffen 2,0 fte. Deze salariskosten zijn WNT getoetst. Omschrijving
Begroting 2021
Directie en Bestuur
Concernstaf
Communicatie
Bedrijfsvoering
Directie Beleid
(Bedragen x € 1.000) Bedrijfsopbrengsten Contributie
24.500
Bijdragen projecten
77.817
Overige bedrijfsopbrengsten
5.404
Som van bedrijfsopbrengsten
107.721
Salariskosten (inclusief sociale lasten)
24.500 77.817 45
193
4.813
353
-
45
193
29.313
78.170
26.737
368
2.971
2.636
4.427
16.335
Overige personeelskosten
1.880
26
185
134
1.181
354
Afschrijvingen
1.650
Activiteitskosten
76.443
Kantoor- en huisvestingkosten
4.867
Overige bedrijfskosten
1.501
Som van bedrijfslasten
Bedrijfslasten
Resultaat bedrijfsuitoefening Dekking uit bestemmingsreserve Dekking uit eigen vermogen Ongedekt resultaat van de Vereniging
32
1.650 1.906
1.185
449
72.903
21
50
4.783
13
552
33
15
802
99
113.078
2.852
4.395
3.284
12.843
89.704
-5.357
-2.852
-4.350
-3.091
16.470
-11.534
607
607
4.750
4.750
-
-2.852
-4.350
-3.091
21.827
-11.534
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
VNG-formatie 2021 De VNG kent voor haar organisatie meerdere financieringsstromen. In hoofdlijn zijn deze in twee delen op te splitsen: contributie en projecten. Onder projecten wordt verstaan de gesubsidieerde taken door het Rijk en GGU. Ook de inkomensstroom vanuit de projecten kent, ondanks dat deze flexibel is, een vaste basis. Voor de beleidsteams van het VNG Bureau is er in de vaste formatie een aantal fte gefinancierd vanuit deze geldstromen. Bij de staf en ondersteuningsteams wordt hiervoor ook inzet geleverd, deze wordt gedekt vanuit de overheadkosten die ten laste van de projecten worden gebracht. Vaste formatie (in fte’s)
Contributie Projecten / GGU
Totaal 2020
Contributie Projecten / GGU
Directie
2,00
2,00
2,00
Communicatie
30,38
30,38
30,38
Bedrijfsvoering algemeen
1,00
1,00
1,00
Totaal 2021 2,00
2,00
32,38 1,00
I&A
6,60
6,60
6,60
Financiën en Control
11,90
11,90
11,90
2,00
13,90
HR
7,31
7,31
7,31
1,00
8,31
Facilitaire Dienst
14,21
14,21
14,21
Beleidsteams
110,50
130,11
110,50
Concernstaf
19,55
19,55
19,55
19,55
Secretariaten
18,23
18,23
18,23
18,23
Participatiebudget
6,00
6,00
6,00
6,00
247,29
227,68
Totaal
227,68
19,61
19,61
6,60
14,21 19,61
24,61
130,11
252,29
Opmerkingen op basis van de weergegeven formatie: 1. De directie bestaat uit een algemeen directeur en een plaatsvervangend algemeen directeur. 2. De teams Financiën & Control, Human Resource Management, Informatisering & Automatisering en Facilitaire Dienst vormen samen het geheel van Bedrijfsvoering, welke wordt aangestuurd door het hoofd Bedrijfsvoering. 3. De VNG geeft invulling aan de Participatiewet. We streven naar het in dienst hebben van zes medewerkers (6 fte).
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
33
Treasurybeleid We hebben een treasurystatuut. Hierin geven we aan dat we jaarlijks een treasuryplan opstellen. Dit plan maakt deel uit van de begroting. De volgende onderwerpen komen aan bod: 1 De rentevisie van banken 2 De beleggingsvisie van de vermogensbeheerder 3 Renterisico (voor zover van toepassing) 4 Beschikbaarheid van kasgeld 5 Geld- en kapitaalmarktpartijen Voor zover deze onderwerpen niet ergens anders in de begroting staan, bespreken we ze hieronder kort. 1 Over de rentevisie van banken kunnen we melden dat ze verwachten dat kortlopende rente ten opzichte van het huidige begrotingsjaar niet veranderd. Dat wil zeggen zij denken dat het renteniveau zal blijven bewegen tussen licht positief en licht negatief (dus rond de 0%). Vanwege de blijvend lage renteniveaus op kort vermogen zijn er hier dan ook ten opzichte van het voorgaande begrotingsjaar geen extra aanpassingen noodzakelijk. Het lang vlottend vermogen van de VNG is volledig belegd in de effectenportefeuille. 2 Het beleggingsbeleid is gericht op een horizon van vijf tot tien jaar. De doelstelling van de beleggingen is zowel gericht op inkomens- als op vermogensbehoud op lange termijn. De beleggingsvisie staat in de samenstelling van de normportefeuille, de bandbreedtes per beleggingscategorie en de beleggingsrichtlijnen en compliance.
De beleggingsrichtlijnen en compliance die we hierbij hanteren zijn de volgende: • Voor aandelen de MSCI World Index in euro 10% • Voor vastrentende waarden 75% a Bank of America Merrill Lynch Euro Government Index 40% b iBoxx Euro Corporate Overall TR index 20% c iBoxx Euro Corporate Non-Financial TR index 15% • Voor onroerend goed FTSE EPRA-Nareit Europe TR 5% • Voor Absoluut rendement HFRX Global Index (euro) 10% Op basis van de overeengekomen beleggingsrichtlijnen zijn bandbreedten vormgegeven waarbinnen de effectenbeheerder kan opereren naar eigen inzicht. De bandbreedtes zijn zo vormgegeven dat de vermogensbeheerder voldoende ruimte heeft te anticiperen op veranderingen in de markt zonder dat deze het risicoprofiel van de portefeuille aantast. 3 Zoals onder 2 vermeld, is de visie van banken dat de kortlopende rente niet wezenlijk verandert. Per saldo heeft de VNG over een jaar gemeten geen buitensporige tekorten. Met betrekking tot roodstanden zien we dan ook geen grote renterisico’s. Sinds het afgelopen jaar moet VNG rente betalen over het aanhouden van geld op de lopende rekening. Het hierdoor ontstane renterisico wordt weggenomen door aan te houden gelden beperkt te plaatsen op bedrijfsspaarrekeningen. 4 De VNG houdt een zodanige omvang aan direct opeisbare liquide middelen aan dat zij steeds aan haar korte-termijn-betalingsverplichtingen kan voldoen.
In principe streven we een zo laag mogelijk saldo na van direct beschikbare en opeisbare liquide middelen. Ter financiering van kortstondige liquiditeitsbehoefte (korter dan één jaar) houden we minimaal zo’n € 3,7 miljoen aan. Dit is voldoende om te kunnen voldoen aan de korte-termijn-verplichtingen van één tot twee maanden. 5 De VNG heeft haar lang vlottend vermogen belegd in de effectenportefeuille. Kempen Capital Management beheert de effectenportefeuille. Het kort vermogen houden we aan bij huisbankier BNG. Overtollige kortlopende middelen worden op deposito of op een bedrijfsspaarrekening gezet. Vanwege het zeer matige depositorendement en het ontbreken van bedrijfsspaarvormen bij de huisbankier, worden gelijk aan 2020 (zij het in beperktere omvang) extra bedrijfsspaarrekeningen aangehouden bij ABN AMRO Mees Pierson, ING en SNS Reaal.
34
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Rendement effectenportefeuille De beleggingsstrategie vatten we samen in de normportefeuille met daaraan gekoppeld de bandbreedtes per beleggingscategorie. Door de COVID-19 pandemie verwacht de vermogensbeheerder een meer dan uitdagende macro-economische omgeving. Verwacht wordt dat, de economische omstandigheden langer verslechterd zullen blijven dan aanvankelijk gedacht. Gezien het voorgaande, zal de ECB naar verwacht haar beleid van kwantitatieve verruiming voortzetten. Dit zal vrijwel zeker leiden tot lage rentestanden waardoor de beleggingscategorie vastrentende waarden (staatsobligaties) sterk onder druk zal blijven staan. De vermogensbeheerder zal dan ook voor het komende jaar het aandeel staatsobligaties zo veel mogelijk onderwogen houden. De vermogensbeheerder verwacht dat het sinds 2018 toegenomen belang van bedrijfsobligaties in de effectenportefeuille ook in 2021 in zal stand blijven. Gezien het gebrek aan alternatieven en het feit dat staatsobligaties, gezien de blijvend lage rentestand een reëel koersrisico zijn gaan vormen, is het de verwachting dat binnen de met de vermogensbeheerder overeengekomen portefeuilleverdeling de beleggingscategorieën aandelen en beleggingen in hegdefunds zwaarder zullen gaan meewegen in de portefeuille.
Of er binnen portefeuille veel liquide wordt gehouden is afhankelijk van de economisch vooruitzichten op de korte termijn, de hieruit noodzakelijke aanpassingen in de effectenportefeuille en in hoeverre er noodzaak is tot afromen. Op basis van de huidige omstandigheden is het de verwachting dat meer dan normaal volume liquide zal worden gehouden. De verwachte opbrengst uit het vermogen wordt brekend door het bronvermogen te vermenigvuldigen met het langjarige rendement, waarbij met de ongerealiseerde waarde mutaties (koersstijgingen en koersdalingen), voor zover zij gedekt worden door de herwaarderingsreserve, geen rekening wordt gehouden. Het bronvermogen is hierbij gemiddelde gewogen stand van het renderende vermogen van het afgelopen jaar. Voor de bepaling van het bronvermogen van de effectenportefeuille zijn twee zaken van belang: * Het besluit om de contributie gefinancierde deel van de begroting aan te vullen * Een toekomstige afbouw als gevolg van de dekking van het negatieve werkkapitaal (=vorderingen + liquide middelen -/- korte schulden). De aanvulling van het contributie gefinancierde deel uit het vermogen komt uit op € 4,75 miljoen. De overige posten die ten laste van vermogen komen, zullen naar verwacht op € 0,6 miljoen uitkomen. Het negatieve werkkapitaal komt per ultimo 2020 naar verwacht uit op € 28,95 miljoen euro negatief.
De effectenportefeuille dient als dekking voor de hierboven genoemde punten. Totaal dient dus, op dit punt voor € 34,3 miljoen gedekt te worden. Door dit alles zal het bronvermogen van de effectenportefeuille uitkomen op € 28.32 miljoen. Bij een langjarig rendement van 4% komt het rendement op effecten 2020 dan uit op € 1,13 miljoen. Jaar
Waarde begin jaar
Waarde einde jaar
2015
54.115
54.979
2016
54.979
57.671
2017
57.671
59.915
2018
59.915
58.757
2019
58.757
63.665
Verwacht 2020
63.665
62.842
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
35
Meerjarenraming 2021 - 2023 De ontwikkelingen rondom COVID-19 hebben zonder twijfel gevolgen voor de meerjarenraming van de Vereniging. Zoals in de inleiding op de begroting 2021 al geschreven, is het moeilijk te bepalen wat de precieze impact zal zijn. Een veranderende kijk op het werk, thuiswerken, huisvesting en de impact van de economische crisis brengen veel onzekerheid met zich mee. Zowel voor de VNG als voor haar leden. In 2021 zal verder duidelijk worden wat de meerjarige impact op de begroting van de Vereniging zal gaan zijn. Op basis van de uitgangspunten van de begroting 2021 is een doorrekening gemaakt voor 2022-2023. Deze meerjarenraming is opgesteld om een eerste inzicht te geven in de financiële ruimte voor beleids-en bedrijfsvoeringprioriteiten. Omschrijving (Bedragen x € 1.000)
Begroting 2021
Raming 2022
Raming 2023
Contributie
24.500
25.235
25.992
Bijdragen projecten
77.817
77.817
77.817
Overige bedrijfsopbrengsten
5.404
5.431
5.436
Som van bedrijfsopbrengsten
107.721
108.483
109.245
Salariskosten (inclusief sociale lasten)
26.737
27.156
27.533
Overige personeelskosten
1.880
1.857
1.859
Afschrijvingen
1.650
1.650
1.650
Activiteitskosten
76.443
76.485
76.505
Kantoor- en huisvestingskosten
4.867
4.931
4.996
Bedrijfsopbrengsten
Bedrijfslasten
Overige bedrijfskosten
1.501
1.464
1.465
Som van bedrijfslasten
113.078
113.543
114.008
Resultaat bedrijfsuitoefening
-5.357
-5.060
-4.763
Dekking uit bestemmingsreserve
607
607
607
Dekking uit eigen vermogen
4.750
4.453
4.156
-
-
-
Ongedekt resultaat van de Vereniging
Contributie Conform de contributiesystematiek komt 17% van de dekking voor de kernorganisatie vanuit het eigen vermogen van de Vereniging. Dit komt voor 2021 neer op € 5,049 miljoen. In het contributievoorstel 2021 is in het kader van het weerstandsvermogen en de ontwikkeling daarvan, opgenomen dat de Vereniging vanaf volgend jaar zal werken met een structurele taakstelling van € 0,3 miljoen. Deze is nodig om de financiën van de Vereniging meerjarig op orde te houden.
Salarissen Voor 2021 hebben we bij het begroten van salariskosten rekening gehouden met de toekenning van de reguliere periodieken aan medewerkers. Hiernaast hielden we rekening met een indexatie voor 2022 en 2023. Dit is op basis van de raming van het CPB voor de te verwachten inflatie.
36
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Indexatie Bij de overige personeelskosten, activiteitskosten, kantoor- en huisvestingskosten en overige bedrijfskosten hebben we rekening gehouden met de te verwachten indexatie. De afschrijvingskosten zijn in de meerjarenraming gelijk gehouden aan de begroting van 2021. Daarnaast zijn de bijdragen projecten gelijk gehouden in de raming. Daarmee blijft ook dat deel van de activiteitskosten gelijk.
Dekking uit bestemmingsreserve De opgenomen dekking uit de bestemmingsreserve heeft betrekking op de kosten van de herinrichting van de begane grond. Het resultaat uit 2016 dekt deze herinrichtingskosten. De onttrekking vindt plaats tot en met het jaar 2029.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
37
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag +31 70 373 83 93 info@vng.nl december 2020