CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

21b. Bijlage bij VNG Ledenbrief ALV 12 februari 2021

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente VlaardingenBij agendapunt: A Lijst5.435 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verantwoording uitvoering moties ALV 25 september 2020 stand van zaken 3 december 2020 Bijlage bij ledenbrief 3 december 2020 “Voorbereiding ALV 12 februari 2021” Samenvatting Hierbij geeft het VNG bestuur de leden een stand van zaken over de uitvoering van moties die zijn aangenomen in de ALV van 25 september 2020 en aangehouden moties uit eerdere ledenvergaderingen. Uiterlijk 15 januari a.s. dient het bestuur een definitief voorstel met de verantwoording over de uitvoering van moties aan de leden voor te leggen. Besluitvorming daarover vindt plaats in de ALV van 12 februari a.s. Gelet op de samenhang en overlapping van moties zijn bij deze verantwoording de moties in een aantal gevallen geclusterd. Aan de verantwoording over de uitvoering is steeds een voorstel gekoppeld om de motie aan te houden of als uitgevoerd te beschouwen. Dat een motie is uitgevoerd betekent nadrukkelijk niet dat alle VNG doelen op het betreffende thema geheel zijn behaald of dat de VNG-inzet op het betreffende thema stopt. De inzet van de motie is in de meeste gevallen onderdeel geworden/gebleven van de reguliere VNG-inzet. Langer aanhouden van de motie heeft dan geen toegevoegde waarde. Sowieso zal de VNG de strekking van de moties en de verantwoording over de uitvoering benutten ten behoeve van een breed gedragen VNG-inzet richting de kabinetsformatie.

Inhoudsopgave: - Moties inzake gemeentefinanciën, inclusief onderzoeken jeugd/abonnementstarief en herverdeling gemeentefonds (p.2) - Motie “Werkgebied belastingdienst”, Alkmaar (p.5) - Motie “Compensatieregeling coronaschade zwembaden”, Leusden (p.6) - Motie “Bekostiging onderwijshuisvesting”, Noordoostpolder (p.7) - Motie Specifieke uitkering stimulering sport/rijkscompensatie verruimde Btw-vrijstelling sport, Lelystad (p.8) - Motie “Nieuwe inburgeringstelsel”, Almere (p.9) - Motie “Handhaving vuurwerkverbod”, Utrechtse Heuvelrug (p.10) - Moties inzake Klimaatakkoord Regionale Energiestrategieën (RES) (p.11) - Motie “Duidelijkheid over Warmtewet en toepassing warmtetransitie”, Deventer (p.12) - Motie “Garantie op financiële randvoorwaarden nodig om uitvoering door gemeenten over de gehele eerste tranche tot 2030 nu te starten” van Zaanstad (p.13) - Motie “Budgetneutrale overgang Omgevingswet” Noordoostpolder (p.14) - Motie “Budget volgt bodemtaak” Haarlemmermeer (p.16) - Motie “Aanpak Amerikaanse rivierkreeft”, Langedijk (p.17) - Motie “Aanvullende overeenkomst bij Raamovereenkomst Verpakkingen”, Schiedam (p.17) - Motie “Structurele afspraken Nationale Parken”, Utrechtse Heuvelrug (.18).

1

Gemeentefinanciën (inclusief jeugd, abonnementstarief en herverdeling) Onderwerp:

Gemeentefinanciën, inclusief onderzoeken jeugd/abonnementstarief en herverdeling gemeentefonds

Moties, indieners en inhoud/ oproep: (samengevat)

1. Motie Breda, Zeist, Opsterland e.a. “Resolutie eerlijke financiële verhoudingen!” Oproep aan ALV om resolutie met eisen aan het huidige kabinet en verwachtingen van het nieuwe kabinet te onderschrijven. Verzoek aan VNG bestuur om inhoud resolutie over te brengen aan fondsbeheerders en te betrekken bij voorbereiding op kabinetsformatie. 2. Motie Schagen e.a. “Resolutie: Los financiële problemen Jeugd en WMO op in alle gemeenten” Uitspraak tegen voorgestelde herverdeling van het gemeentefonds voor het sociaal domein en verzoek aan bestuur om te pleiten voor structureel meer middelen in sociaal domein voor alle gemeenten. 3. Motie Zoetermeer e.a. ‘Gemeenten hebben acuut meer structureel geld nodig’ Initiatief van actiecomité ‘Raden in Verzet’. De inzet is om snel structurele financiële oplossingen te bewerkstelligen voor gemeenten. 4. Motie Enschede “Herstel de structurele weeffout in de financiering van het Rijk naar gemeenten” Oproep aan kabinet en Tweede Kamer om: weeffouten te herstellen en te borgen dat er structureel voldoende middelen zijn, onmiddellijk afschaffen opschalingskorting en terugtredende rol van Rijksoverheid in sociaal domein 5. Motie Krimpenerwaard e.a.

“Tijdelijke financiële ruimte gemeenten” In afwachting van structurele maatregelen te overleggen met het kabinet om te zorgen dat gemeenten in de resterende kabinetsperiode financiële ruimte krijgen en dat gemeenten vanaf 2021 worden gecompenseerd voor de werkelijke kosten jeugdzorg en extra kosten door invoering abonnementstarief. 6. Motie Beesel e.a. “Voorstel herijking Gf onverantwoord, bijsturen is noodzaak” In het kader van herverdeling gemeentefonds met de minister in gesprek te gaan over de financiële impact van de herverdeling in relatie tot alle opgaven die er liggen voor gemeenten. 7. Motie Sluis e.a. “Voldoende middelen voor de regio” Zich hard blijft maken voor het terugdraaien van de opschalingskorting substantieel vergroten van de structurele middelen voor het gemeentefonds.

2

Onderwerp:

Gemeentefinanciën, inclusief onderzoeken jeugd/abonnementstarief en herverdeling gemeentefonds 8. Moties De Fryske Marren, Terschelling (ALV 2019) “Compensatie extra kosten invoering abonnementstarief WMO-voorzieningen” Oproep aan bestuur om bij kabinet aan te dringen op een volledige compensatie van de extra kosten, die een gevolg zijn van de gewijzigde wetgeving op het terrein van WMO-voorzieningen. 9. Motie Groningen (ALV 2019) “Stevige borging gelijkwaardig partnerschap IBP” Oproep aan bestuur om met kabinet alleen afspraken te maken over nieuwe taken of verzwaring van taken, indien randvoorwaarden zijn vastgesteld en door het Rijk worden geborgd. Dit door bij herziening Code IBV met kabinet afspraken te maken over toepassing artikel 2 FVw. Daarnaast de opschalingskorting ter discussie blijven stellen en de groei Gf te laten meebewegen met de groei van de gemeentelijke kosten. 10. Motie “Naar een structureel financieel totaalkader GGZ op basis van feiten” (Breda, ALV 2019) Oproep aan bestuur om bij ondertekening Hoofdlijnenakkoord GGZ als voorwaarde te stellen om samen met het Rijk twee onderzoeken te doen die moeten leiden naar voldoende macrobudget voor herverdeling en doordecentralisatie van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang.

Gezamenlijk met Rijk en zorgverzekeraars de noodzakelijke opbouw van ambulante infrastructuur te monitoren en de uitkomsten in periodiek bestuurlijk overleg te bespreken. 11. Motie “Naar een passend financieel en sturingskader jeugd op basis van feiten” (Assen, Leiden, ALV 2019) Oproep aan bestuur in te zetten op structurele compensatie, ook de structurele doorwerking van de volumegroei 2015 – 2017 mee te wegen, om aandacht te vragen voor de situatie in 2022 en het gesprek te voeren met het kabinet om de sturingsmogelijkheden te vergroten.

3

Onderwerp:

Gemeentefinanciën, inclusief onderzoeken jeugd/abonnementstarief en herverdeling gemeentefonds

Verantwoording:

De indieners van de moties roepen enerzijds op tot structureel voldoende middelen en anderzijds tot het aanpassen van de financiële verhouding zodat gemeenten bij nieuwe taken ook de bijbehorende middelen krijgen. Verder hebben de leden aangeven alleen akkoord te willen gaan met een herverdeling van het gemeentefonds als er structureel meer geld komt in het gemeentefonds. Mede naar aanleiding van deze moties heeft de VNG de volgende acties ondernomen:

Voorstel:

•

Herverdeling: de VNG heeft aangeven alleen met de herverdeling in te kunnen stemmen als de koek groter wordt. Deze boodschap is aan de minister van BZK doorgegeven.

•

Kabinetsformatie: de VNG heeft haar inzet voor de kabinetsformatie bekend gemaakt. De inzet bestaat uit vier sporen waarbij de sporen 1 en 2 randvoorwaardelijk zijn voor de sporen 3 en 4. Spoor 1: structurele financiële middelen voor gemeenten. Spoor 2: een wet op de decentrale overheden ter verbetering van de interbestuurlijke verhoudingen. Spoor 3: een aanbod aan het Rijk voor de bijdrage van gemeenten in samenwerking met de overige decentrale overheden op de thema’s: wonen, klimaat, regionale economie en digitalisering. Spoor 4: focus op uitvoering waarbij kwetsbare inwoners centraal staan.

•

Normering: Naar aanleiding van de evaluatie van de normering van het gemeentefonds (de wijze waarop de hoogte van het jaarlijks accres voor het gemeentefonds wordt bepaald) is het bestuur akkoord gegaan met handhaving van de brede koppeling. Wel is er behoefte aan meer stabiliteit van de accresramingen.

•

WMO abonnementstarief: de VNG heeft aangeven dat naar aanleiding van het onderzoek naar de effecten van het abonnementstarief gemeenten hiervoor gecompenseerd moeten worden. De stelling van het Rijk ‘dat dit onderdeel uitmaakt van de afspraken in het IBP’ klopt niet. Deze boodschap dragen wij ook uit naar de Tweede Kamer ivm de begrotingsbehandeling VWS en in de media (o.a. 10-11 Eén vandaag)

•

Dit jaar worden de uitkomsten van de onderzoeken naar de structurele middelen jeugdwet bekend gemaakt. Over hoe om wordt gegaan met de uitkomsten zijn afspraken gemaakt met het rijk. Uiteraard houden wij de gemeenten op de hoogte als er ontwikkelingen zijn.

Aanhouden

4

Onderwerp:

Werkgebied belastingdienst

Motie en indiener:

“Werkgebied belastingdienst” , Alkmaar

Inhoud/oproep: (samengevat)

Vraag aan het VNG bestuur om: 1. zijn invloed aan te wenden bij het ministerie van Financiën om onze zorgen te delen over de doelmatigheid en de doeltreffendheid van de uitbreiding van het werkgebied van de belastingdienst met het oog op de effectiviteit van het Nederlandse openbaar bestuur 2. het kabinet aan te sporen oog te hebben voor een pragmatische verdeling van het werkgebied van de belastingdienst in relatie tot gemeenten.

Verantwoording:

Om uitvoering aan deze motie te geven stellen wij voor voorbeelden op te halen bij gemeenten waar de opstelling van de rijksbelastingdienst ten opzichte van gemeente problemen geeft en of de samenwerking beter kan. Een soort zwartboek dus. De uitvraag is gedaan. We verwachten de komende maand nog reacties en kunnen dan een brief aan de staatssecretaris van Financiën opstellen.

Voorstel:

Op basis van het voorgaande stellen wij voor om de motie aan te houden

Sociaal domein

5

Onderwerp:

Rijkscompensatie financiële coronaschade zwembaden en ijsbanen

Motie en indiener:

Compensatieregeling coronaschade zwembaden, gemeente Leusden.

Inhoud/oproep: (samengevat)

Het belang van zwembaden bij het ministerie onderstrepen en een compensatieregeling vanuit het Rijk voor hen laten realiseren om faillissementen vanwege coronaschade te voorkomen.

Verantwoording:

(informatie ontvangen via de Vereniging Sport en Gemeenten): • Als compensatie van de coronaschade in de lokale amateursport is door het Rijk tot 1 juni 2020 reeds € 89,5 miljoen ter beschikking gesteld aan gemeentelijke en andere verhuurders om huur kwijt te schelden. Daarnaast is er tot 1 september € 44,5 miljoen uitgetrokken als rijkscompensatie voor andere vaste lasten van de sportorganisaties. Deze bedragen zijn aanvullend op de algemene coronasteun b.v. via de NOW en TOGS/TVL. • De gesprekken over de doorlopende schade bij de zwembaden en ijsbanen in geheel 2020 zijn inmiddels gaande en in de eindfase. In de week van 2-6 november heeft overleg plaatsgevonden tussen het Ministerie van VWS Directie Sport en het Ministerie van Financiën. We hebben een goede onderbouwing kunnen geven. Op dit moment is het tijdpad dat op 20 november in de brief aan de vaste Kamercommissie Sport voor het Wetgevingsoverleg van 30 november een beschikbaar bedrag genoemd gaat worden. Het bedrag dat besproken is met de ministeries van VWS en Financiën is € 150 miljoen in 2020. Grofweg verdeeld in € 130 miljoen voor de zwembaden en € 20 miljoen voor de ijsbanen. Of dat het ook gaat worden is uiteraard nog even afwachten. • Het uitgangspunt is dat er rijkscompensatie komt op basis van de jaarcijfers 2020 in combinatie met een vergelijk met 2019.

Eventuele winst (2019) wordt niet meegenomen ter compensatie. Er wordt dus aangevuld tot 0 zou je kunnen zeggen, zodat er in 2020 geen financiële coronaschade meer is. Wij hebben de cijfers voor 2020 tot nu toe van zo’n 250 zwembaden kunnen aanleveren en vrijwel alles van de ruim 20 ijsbanen uiteraard in combinatie met de realisatie 2019. • Formeel weten we dus pas na het Wetgevingsoverleg waar we staan. De regeling zou dan opengaan in het eerste kwartaal 2021. • Er komt nog wel “gedoe” in combinatie met een NOW-korting vanuit het ministerie van SZW/UWV als gemeenten een coronabijdrage geven aan de zwembaden en ijsbanen. Daarvoor wordt aan een oplossing gewerkt.

Voorstel:

Aanhouden.

Onderwerp:

Onderwijshuisvesting

Motie en indiener:

“Bekostiging onderwijshuisvesting” (Noordoostpolder, ALV 2020) 6

Onderwerp:

Onderwijshuisvesting

Inhoud/oproep: (samengevat)

-

-

Verantwoording:

Hoge prioriteit te geven aan de lobby voor de benodigde financiële middelen om te kunnen voldoen aan wettelijke eisen, verbetering van het binnenmilieu en verduurzaming van onderwijsgebouwen. Hiertoe in gesprek te gaan met kabinet en parlement met als inzet een toezegging voor het beschikbaar stellen van deze financiële middelen. Er voor te waken dat deze noodzakelijke extra financiering niet ten koste gaat van andere onderdelen van de algemene uitkering.

Op advies van het Expertiseteam Onderwijshuisvesting heeft het VNG-bestuur zich geschaard achter de ambities in scenario 5 van de routekaart PO/VO. In dit scenario worden de komende 30 jaar de kwaliteit en duurzaamheid van alle scholen aangepakt. Hiervoor is jaarlijks € 700 miljoen extra investering nodig, bovenop de bedragen die gemeenten en schoolbesturen zelf al investeren in onderwijshuisvesting. Daarnaast brengt de beweging naar inclusief onderwijs en de eisen die dit stelt aan de huisvesting mogelijk nog extra kosten met zich mee. Na deze unaniem aangenomen motie van de gemeente Noordoostpolder is op 12 oktober 2020 de sectorale routekaart van de PO-raad, VO-raad en de VNG gepubliceerd. Deze brengt de weg naar verduurzaming en verbetering van de kwaliteit van schoolgebouwen in beeld. De routekaart PO/VO vormt de onderlegger voor de inzet vanuit de VNG in de gesprekken met het kabinet over de noodzaak van verbetering van de onderwijshuisvesting en de daarbij horende financiering. De financiële opgave rond onderwijshuisvesting maakt deel uit van de input van de VNG op de investeringsagenda voor de volgende kabinetsformatie. In de lobby rondom onderwijshuisvesting werkt de VNG nauw samen met de PO-Raad en de VO-Raad.

De Rijksoverheid is een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) gestart waarbij wordt onderzocht welke opgaven er liggen op het gebied van onderwijshuisvesting en hoe hieraan voldaan kan worden. Het resultaat van het onderzoek zal naar verwachting in maart 2021 beschikbaar zijn. Voor de VNG zijn dit IBO en de ontwikkelingen in het klimaatakkoord de belangrijk aanknopingspunten in de lobby voor de noodzakelijke extra financiering voor onderwijshuisvesting. De VNG zal dit onderwerp in de aanloop naar het nieuwe kabinet onophoudelijk blijven agenderen.

Voorstel:

Aanhouden.

Onderwerp:

Rijkscompensatie verruimde Btw-vrijstelling sport

Motie en indiener:

Specifieke uitkering stimulering sport/rijkscompensatie verruimde Btw-vrijstelling sport, gemeente Lelystad.

7

Onderwerp:

Rijkscompensatie verruimde Btw-vrijstelling sport

Inhoud/oproep: (samengevat)

Aandringen bij het kabinet op een volledige compensatie van het Btw nadeel dat gemeenten (en hun sportbedrijven) leiden door verruiming van de Btwvrijstelling sport per 1 januari 2019.

Verantwoording:

(informatie ontvangen via de Vereniging Sport en Gemeenten) Gemeenten hebben € 228 miljoen bij het Rijk via Dus-I aangevraagd voor 2019, terwijl er € 185 miljoen rijkscompensatie beschikbaar was. De verantwoording van dit aangevraagde bedrag, zoals in de motie van de gemeente Lelystad benoemd, gebeurt op basis van de goedgekeurde jaarrekeningen van de gemeenten. Die hebben inmiddels hun jaarrekeningen ingediend, dit moest voor 15 juli 2020.De definitieve (eind)beschikkingen zijn op dit moment in de maak. Informeel is inmiddels bekend dat er macro gezien onderuitputting van het totaalbudget is. Dat wil zeggen dat in principe 100% aan gemeenten wordt uitgekeerd. Echter, er zitten voor sommige gemeenten wat plussen in en voor andere wat minnen. Bijvoorbeeld. Een gemeente heeft € 1 miljoen aangevraagd, maar bij de jaarrekening blijkt het slechts om € 750.000,- te gaan. En uiteraard het omgekeerde bestaat ook. Een gemeente heeft bij de vaststelling meer recht op rijkscompensatie, omdat deze meer heeft gerealiseerd dan in de aanvraag voorzien. De gemeenten waren tevoren ermee bekend dat er “onderling verrekend” zou kunnen worden. Bovendien is het financieel gebruikelijk dat aanvraag/verlening iets anders is dan verantwoording/vaststelling.

Resumerend kan worden gemeld dat in 2019 gelet op de beschikbare € 185 miljoen de rijkscompensatie aan gemeenten voor de verruimde Btw-vrijstelling in de sport voldoende is. Voor de volledigheid kan bovendien gemeld worden dat ten aanzien van de jaren erna reeds de volgende bedragen aan rijkscompensatie bekend zijn: 2020 € 188 miljoen, 2021 en 2022 jaarlijks € 178 miljoen. Voor 2020 zijn alle aanvragen van gemeenten via Dus-I gehonoreerd tot 80% van het aangevraagde bedrag, ook hier zullen de gemeentelijke jaarrekeningen leidend zijn voor de definitieve vaststelling eind 2021.Het principe blijft dat het Rijk het volledige Btw nadeel aan gemeenten vergoedt.

Voorstel:

Op basis van het voorgaande stellen wij voor om de motie aan te houden tot de definitieve communicatie over de rijkscompensatie verruimde Btwvrijstelling sport 2019 vanuit het ministerie van VWS.

Onderwerp:

Inburgering

Motie en indiener:

Motie Almere e.a. over het nieuwe inburgeringstelsel

8

Onderwerp:

Inburgering

Inhoud/oproep: (samengevat)

De VNG wordt gevraagd om zich in te zetten voor een uitvoerbaar en betaalbaar inburgeringstelsel. Enerzijds door te blijven aandringen op een onafhankelijk kostenonderzoek onder gezamenlijk opdrachtgeverschap naar de financiële gevolgen van het nieuwe stelsel. De motie noemt hierbij expliciet commitment vanuit het Rijk aan de uitkomsten van het onderzoek. Anderzijds door ervoor te zorgen dat het Rijk de gesignaleerde knelpunten bij het uitvoeren van de regierol serieus oppakt.

Verantwoording:

In 2019 heeft de VNG delegatie een kostenonderzoek afgedwongen door een bestuurlijk overleg met de minister af te breken. Op 24 april jl. zijn er op basis van dit onderzoek afspraken gemaakt over de financiën van het nieuwe stelsel en de regierol van gemeenten. Deze zijn inmiddels verwerkt in de kaderwet die is aangenomen door de tweede kamer. Op 10 december staat inburgering weer op de agenda op het BO SZW-VNG. Hier zal met name over het uitstel van de wet naar januari 2022 worden gesproken. Ook steunen we gemeenten bij de implementatie van de nieuwe wet en is een projectorganisatie opgezet bij de VNG o.l.v. een implementatiemanager.

Voorstel:

Gelet op de actualiteit, waaronder de taakstelling huisvesting statushouders volgend jaar, stellen wij voor om de motie aan te houden.

Veiligheid 9

Onderwerp: Motie en indiener:

Vuurwerk Motie “Handhaving vuurwerkverbod”. Indienende gemeente: Utrechtse Heuvelrug. .

Inhoud/oproep: (samengevat)

De indieners van de motie vragen het VNG-bestuur om in gesprek te gaan met de minister voor Milieu en Wonen en de minister van Justitie en Veiligheid over het eenduidig implementeren het landelijk verbod op het afsteken door consumenten van knalvuurwerk en vuurpijlen. Daarnaast om in gesprek te gaan over de vormgeving van een lokale aanpak. Het gesprek moet gevoerd worden op basis van de volgende uitgangspunten: • Het lokaal gezag dient ondersteund te worden aan de hand van een ministeriele handreiking met de meest effectieve handhavingsmethoden, bij voorkeur ondersteund door het beschikbaar stellen van voldoende politiecapaciteit en of additionele financiële middelen • Intensivering van opsporing en vervolging van de handel in illegaal vuurwerk door politie en Openbaar Ministerie, bij voorkeur ondersteund door voldoende politiecapaciteit en additionele financiële middelen • Het agenderen van het landelijk verbod op Europees niveau, ter ondersteuning van de implementatie op nationaal niveau

Verantwoording:

De VNG heeft in 2020 meerdere malen in bestuurlijk overleg met onder meer de minister van Justitie en Veiligheid gesproken over de te nemen maatregelen tegen de overlast en excessen van de jaarwisseling. Onderwerpen die zijn besproken en/of waar het VNG-bureau ambtelijk bij betrokken is geweest: • Het inventariseren en breder beschikbaar maken van het bestuurlijk instrumentarium voor de aanpak van overlast tijdens de jaarwisseling • Landelijk handelingskader politie-OM over de aanpak, opsporing en vervolging van de handel in en bezit van illegaal vuurwerk (vastgesteld) • Afspraken met politie over hun inzet aan de landsgrenzen en controles op (grotere partijen) illegaal vuurwerk • Versterking van (regeling) bevoegdheden van politie en BOA’s, onder meer om te handhaven op vervoer van vuurwerk en carbidschieten • Via het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid zijn handreikingen en andere hulpmiddelen beschikbaar voor de aanpak van verstoringen van de openbare orde tijdens de jaarwisseling • Het kabinet, met instemming van de VNG, zet zich er binnen de EU voor in om de illegale handel in professioneel vuurwerk te verhinderen, waarbij ze enkele initiatieven heeft ontwikkeld die op de belangstelling van de Europese commissie kunnen rekenen.

Ook in Benelux-verband werkt de rijksoverheid aan concrete maatregelen die het moeilijker moeten maken dat zwaar, professioneel vuurwerk niet in verkeerde handen komt • De commissie Bestuur en Veiligheid heeft zich uitgesproken voor een heldere en eenduidige handhaving van het door het kabinet aangekondigde tijdelijke vuurwerkverbod .

Voorstel:

Op basis van het voorgaande stellen wij voor om de motie af te doen.

Klimaatakkoord 10

Onderwerp:

Klimaatakkoord Regionale Energiestrategieën (RES)

Motie en indiener:

Geclusterde verantwoording over twee moties: 1. ‘Regionale Energiestrategieën (RES): wind in de zeilen en schouder aan schouder’ van Amersfoort; 2. ‘Uitbreiding RES energieopwekkings-soorten’ van Buren; .

Inhoud/oproep: (samengevat)

‘RES: wind in de zeilen en schouder aan schouder’ Deze motie roept VNG op te zorgen dat het Rijk zich meer zichtbaar achter de doelen van het klimaatakkoord en de RES schaart. Zodat duidelijk wordt dat duurzame energie een overheidsbrede ambitie is om het gezamenlijke doel te behalen. Hiervoor zien indieners graag dat er interbestuurlijk een continue gezamenlijke communicatieaanpak wordt ingericht om noodzaak en urgentie van verduurzamingsmaatregelen uit te leggen. De VNG moet daarnaast in gesprekken met het Rijk erop aandringen dat bewindslieden in mediaoptredens en bij werkbezoeken de noodzaak tot het opwekken van elektriciteit met zonnepanelen en windmolens blijven benadrukken. Uitbreiding RES energieopwekkings-soorten’ Deze motie roept op om: - bij een eerste mogelijkheid tot actualisatie van het Klimaatakkoord bij het Rijk aan te dringen op verbreding van de RES-systematiek in het Nationaal Programma na 2030 met meerdere energie opwekkingsmogelijkheden naast zon en wind, waaronder waterkracht - met spoed met het Rijk in overleg te treden om te zorgen voor, tussen nu en de formele wijziging van de warmtewet, een werkend handelingsperspectief voor gemeenten om de doelstellingen van het klimaatakkoord mogelijk te maken - De voortgang van de besprekingen te rapporteren tijdens de ALV van juni 2020.

Verantwoording:

De oproep om ‘zij aan zij te staan’ is bekend bij Rijk, decentrale overheden en hieraan wordt invulling gegeven. In het Bestuurlijk Overleg van 6 november is de toezegging gedaan door de minister om ‘zij-aan-zij te staan’ en de gezamenlijkheid bij het Klimaatakkoord en de RES te onderschrijven. Technieken als waterkracht kunnen worden opgenomen in de RES als bewezen techniek, maar tellen niet mee in de 35 TWh doelstelling. Als een regio hiermee onderbouwd een substantieel aandeel kan realiseren, dan kan worden overwogen om ook waterkracht op te nemen in de RES. Mits daarbij wordt voldaan aan de daarvoor geldende voorwaarden (zie criteria factsheet NPRES). Deze motie sluit verder aan bij de VNG inzet en gemeentelijke belangen en wordt uitgevoerd in interbestuurlijke gesprekken.

Voorstel:

Beide moties aan te houden.

11

Onderwerp:

Klimaatakkoord Warmtewet en -transitie

Motie en indiener:

‘Duidelijkheid over Warmtewet en toepassing warmtetransitie’ van Deventer

Inhoud/oproep: (samengevat)

De motie draagt het bestuur op te blijven aandringen op intensieve betrokkenheid van gemeenten bij de totstandkoming van de nieuwe Warmtewet en onder andere de volgende afspraken te maken in de Warmtewet: 1. Ruimte te laten voor de uitvoeringspraktijk van gemeenten; dit gaat er o.a. over om naast de bestaande praktijk de keuze op te nemen om publiek eigendom (transport en distributie) van alle warmteinfrastructuur mogelijk te maken; 2. Een onafhankelijk onderzoek naar de omvang van de noodzakelijke publieke bijdrage voor warmtenetten om deze ‘haalbaar en betaalbaar’ te realiseren, de uitkomsten zijn weerklank te laten hebben in de afspraken tussen gemeenten en Rijk en bijvoorbeeld mogelijk te maken dat deze publieke bijdrage ook kan worden aangewend door decentrale overheden of overheidsbedrijven; 3. Met het Rijk in overleg te gaan over aanpalende afspraken die voor de uitvoering van belang zijn maar niet in de Warmtewet behoren, zoals vraagstukken m.b.t. de vormen van beheer, exploitatie, vormen van aan- en inbesteding, bewonersparticipatie, verbinding met nieuwe vormen van energie en opslag.

Verantwoording:

Het Rijk en decentrale overheden voeren overleg over de nieuwe Warmtewet, waarbij de genoemde onderwerpen aan bod komen. In de gesprekken over de Warmtewet 2.0 wordt ook gesproken over aanvullende financiering om warmtenetten mogelijk te maken en invulling te geven aan afspraken in het Klimaatakkoord. Hiertoe wordt een aanvullend onderzoek uitgezet om inzicht te krijgen in de business case van warmte en de eventuele ondersteunende benodigde instrumenten. De motie sluit aan bij de gesprekken over de Warmtewet 2.0 zoals deze tussen het Rijk en de decentrale overheden worden gevoerd.

Voorstel:

Aanhouden

12

Onderwerp:

Klimaatakkoord en financiële randvoorwaarden

Motie en indiener:

Garantie op financiële randvoorwaarden nodig om uitvoering door gemeenten over de gehele eerste tranche tot 2030 nu te starten’ van Zaanstad

Inhoud/oproep: (samengevat)

De motie constateert dat het Klimaatakkoord overeenkomt met gemeentelijke ambities. Wel willen gemeenten gelet op de opstapeling van taken ruimte houden om, afhankelijk van de uitkomsten artikel 2-onderzoek, de afspraken uit het klimaatakkoord als onuitvoerbaar te bestempelen. Het bestuur wordt opgedragen hiertoe: •

met het Klimaatakkoord in te stemmen waarbij borging van essentiële randvoorwaarden voor gemeenten voorwaardelijk is voor de uitvoering;

•

naar het Rijk duidelijk te maken dat er na het artikel 2-onderzoek financiële middelen komen om de volledige uitvoeringskosten te dekken;

•

met het Rijk in gesprek te gaan over de uitvoering van het Klimaatakkoord om zowel de financiële als de wettelijke randvoorwaarden voor gemeenten te borgen en dit vast te leggen in interbestuurlijke afspraken;

•

over voortgang te rapporteren op de ALV van juni 2020;

•

uiterlijk op de ALV van 2021 over het artikel 2-onderzoek en de voortgang van het Klimaatakkoord te rapporteren.

Verantwoording:

Het bestuur onderschrijft het dictum en de vraag die aan haar gesteld wordt. De indieners delen het advies van het VNG bestuur: nu van start gaan met het Klimaatakkoord maar ruimte houden om tempo en reikwijdte aan te passen afhankelijk van hoe randvoorwaarden worden ingevuld. Intussen hebben VNG en medeoverheden de opdracht gegeven aan ROB om de hoogte en financieringsmogelijkheden van uitvoeringslasten te onderzoeken.

Voorstel:

Aanhouden (totdat de uitkomsten van het artikel 2-onderzoek zijn besproken met de leden).

13

Omgevingswet Onderwerp:

Budgetneutrale overgang Omgevingswet

Motie en indiener:

Budgetneutrale overgang Omgevingswet - Noordoostpolder

Inhoud/oproep: (samengevat)

De motie vraagt het VNG bestuur: de gemeenten te consulteren over de financiële effecten van de Omgevingswet, bijvoorbeeld in een (bijzondere) algemene ledenvergadering, in 2021 op basis van de kostenraming, en over de daadwerkelijke kosten op de belangrijke momenten in het interbestuurlijke financiële proces tot 2027. daarbij het uitgangspunt te bevestigen dat de overgang naar de Omgevingswet voor gemeenten op middellange termijn (<10 jaar) budgetneutraal moet kunnen verlopen en een beroep op het Rijk te doen om extra middelen ter beschikking te stellen als blijkt dat deze budgetneutrale overgang voor gemeenten onhaalbaar is

Verantwoording:

De inwerkingtreding van de Omgevingswet is in mei 2020 uitgesteld met één jaar naar 1 januari 2022. Een van de consequenties hiervan voor gemeenten is, dat er nog een jaar wordt toegevoegd aan de implementatieperiode, en dus aan de implementatiekosten. Ook wordt het eind van de overgangstermijn voor gemeenten verschoven, naar 31 december 2029. Daarmee zullen naar verwachting de structurele effecten van de wet ook later plaatsvinden, uiteraard afhankelijk van het lokale implementatietempo. Specifiek ten aanzien van de Financiële effecten van de invoering van de wet hebben we na het Financieel Hoofdlijnenakkoord (2016), waarop de motie zich baseert, in de Beheerovereenkomst DSO-LV (2018) verdergaande procesafspraken gemaakt met de minister en de andere bestuurlijke partners. Deze afspraken betreffen de wijze waarop de financiële effecten van de Omgevingswet worden gemonitord en de momenten waarop we daarover met elkaar in gesprek gaan met de mogelijkheid om de bestaande financiële afspraken te herzien.

14

Onderwerp:

Budgetneutrale overgang Omgevingswet De belangrijkste momenten in dit financiële proces zijn: Eind 2020/begin 2021: raming van de transitiekosten en de structurele financiële effecten in het Integraal Financieel Beeld. De VNG speelt een actieve rol in de Interbestuurlijke Werkgroep Financiën Omgevingswet, die opdrachtgever is voor deze onderzoeken. 2021: ontwikkeling van monitoringsinstrument voor de transitiekosten en structurele financiële effecten. Vanaf 2022: start van de monitoring van de werkelijke structurele financiële effecten. Uiterlijk eind 2022: evaluatie van de werkelijke transitiekosten tot inwerkingtreding. Eind 2023: 1e integrale evaluatie op basis van de monitoring van de werkelijke transitiekosten en structurele financiële effecten. Uiterlijk eind 2026: 2e integrale evaluatie op basis van de monitoring van de werkelijke transitiekosten en structurele financiële effecten. In 2022, 2023 en 2026 kan de evaluatie van de kosten en baten leiden tot herziening van de gemaakte financiële afspraken. Voor de uitvoering van de motie betekent dit het volgende: •

•

•

Voorstel:

Wanneer de raming, het ‘Integraal Beeld’ begin 2021 beschikbaar is, zullen de gemeenten, conform verzoek, geconsulteerd worden over de uitkomst van deze raming. Vanaf 2022 zal een monitor operationeel zijn, die de effecten van de omgevingswet op de gemeentelijke financiën meet. De gemeenten zullen over de uitkomsten hiervan geconsulteerd worden. Wanneer uit de ramingen, of uit de monitor blijkt dat niet aan het uitgangspunt van een budgetneutrale overgang kan worden voldaan zal de VNG het onderwerp bestuurlijk ter tafel brengen.

Op basis van het voorgaande stellen wij voor om de motie aan te houden.

15

Onderwerp:

Decentralisatie van de bodemtaken onder de Omgevingswet

Motie en indiener:

“Budget volgt bodemtaak” (Haarlemmermeer, ALV 2020)

Inhoud/oproep: (samengevat)

-Bij de gesprekken met het rijk in te zetten op het beschikbaar stellen van voldoende financiële middelen voor de uitvoering van de gedecentraliseerde bodemtaken onder de Omgevingswet -Bij de verdeling van de financiële middelen rekening te houden met de bodemopgaven per gemeente (oppervlakte, bouwactiviteiten en verontreinigingsgraad) -Er bij het rijk op aan te dringen snel duidelijkheid te bieden over het verkrijgen van financiële middelen per gemeente

Verantwoording:

Onder de Omgevingswet gaat de verantwoordelijkheid voor de bodemkwaliteit over van 12 provincies en 29 gemeenten, naar alle gemeenten. Gemeenten moeten dus in 2021 voorbereid zijn op de nieuwe bodemtaken per 2022. Met deze nieuwe taken zijn apparaatskosten gemoeid. Deze omvatten kosten voor het uitvoeren van de wettelijke taken (vergunningverlening, handhaving en toezicht), maar ook voor beleidscapaciteit bij gemeenten o.a. voor het integreren van de bodemopgaven in omgevingsplannen en de aansturen van de omgevingsdiensten. VNG is op dit moment betrokken bij de onderhandelingen over de bodemmiddelen op de begroting van I&W. Er is discussie over de inzet van deze middelen ten behoeve van de apparaatskosten. De inzet van de VNG in de onderhandelingen hierover is als volgt: Budget volgt opgave. Als er geen vergoeding komt voor de apparaatskosten kunnen we niet tekenen voor de reeks van afspraken met I&W over de bredere bodemopgave na 2020. Wij zijn hier altijd heel helder in geweest, ook bestuurlijk. De basis (d.w.z. voldoende middelen, capaciteit en kennis binnen de gemeente voor het uitvoeren van de bodemtaken) moet op orde zijn als vorens wij namens de gemeenten bestuurlijke afspraken kunnen maken over de bredere opgaven en samenwerking ten aanzien van de bodem.

Deze VNG inzet zal zowel in de onderhandelingen met I&W en in de bestuurlijke overleggen met BZK over de Omgevingswet leidend zijn. Ook dringt de VNG er bij het rijk op aan spoedige duidelijkheid te verschaffen over de bodemmiddelen, dat wil zeggen vóór de voorjaarsnota van 2021, zodat gemeenten in staat zijn om deze taak voor 2022 te organiseren.

Voorstel:

Aanhouden

16

Fysieke leefomgeving Onderwerp:

Overlast exoten

Motie en indiener:

Motie “Aanpak Amerikaanse rivierkreeft” van Langedijk

Inhoud/oproep: (samengevat)

Bij het ministerie van LNV voor het einde van het jaar aandringen op deelname in een taskforce met de Unie van Waterschappen (UvW), gemeenten en andere betrokken partijen, om in gezamenlijkheid met experts te werken aan een bruikbare en implementeerbare aanpak van deze destructieve invasieve exoot.

Verantwoording:

Door het aannemen van de motie heeft het onderwerp rivierkreeften veel media-aandacht gekregen. In de tussentijd zijn een aantal dingen in werking gezet. Op dit moment is de belangrijkste vraag wie de regie moet voeren. Er zijn gesprekken gevoerd tussen wethouder Jongenelen van de gemeente Langedijk en het ministerie van LNV. De gemeente neemt contact op met de provincie om te kijken of het IPO betrokken kan worden. Vanuit VNG is contact opgenomen met de UvW, maar zij hebben dit onderwerp nog niet bestuurlijk besproken. Dat kan pas in maart 2021. Door de UvW is wel een ambtelijke werkgroep gestart voor een onderzoek naar de rivierkreeften en daar zijn ook de VNG en gemeenten voor uitgenodigd. Ook het ministerie van LNV zit aan tafel. Met Langedijk wordt gekeken naar betrokkenheid, we wachten eerst de onderzoeksresultaten af. Met de gemeente Langedijk is afgesproken om in de komende periode gezamenlijk op te trekken om te kijken hoe we deze motie het best tot uitvoering kunnen brengen.

Voorstel:

Op basis van het voorgaande stellen wij voor om de motie aan te houden.

Onderwerp:

Verpakkingen

Motie en indiener:

Aangehouden motie “Aanvullende overeenkomst bij Raamovereenkomst Verpakkingen” (Schiedam, BALV 2019)

Inhoud/oproep: (samengevat)

Oproep aan het VNG-bestuur om Schiedam en steden met een vergelijkbare situatie (combinatie van bron- en nascheiding van Plastic verpakkingen, Metalen en Drinkpakken) te steunen in het vinden van een maatwerkoplossing.

Verantwoording:

Momenteel wordt gewerkt aan verdere invulling van de oproep die in de motie werd gedaan. Er is afgesproken dat de gemeente Schiedam nauw betrokken wordt bij de uitwerking van de onderliggende afspraak om bron- én nascheiding van verpakkingsafval te combineren in één gemeente. Het is nog te vroeg om te bepalen of de uitwerking tegemoet komt aan de ‘wensen’ van Schiedam, omdat een eerste overleg nog moet plaatsvinden.

Voorstel:

Aan te houden.

17

Onderwerp:

Nationale parken

Motie en indiener:

Motie “Structurele afspraken Nationale Parken” van Utrechtse Heuvelrug

Inhoud/oproep: (samengevat)

De motie roept het VNG-bestuur op om met de minister van LNV, het IPO en maatschappelijke partners in overleg te treden met als doel structurele afspraken te maken over de aanpak en de financiering voor de lange termijn van de instandhouding en doorontwikkeling van de Nationale Parken.

Verantwoording:

In onze eerste reactie op de concept bossenstrategie van het ministerie van LNV is deze problematiek onder de aandacht gebracht. Voordat gemeenten verantwoordelijk worden voor de aanleg van vele hectare extra bos moet hierover eerst duidelijkheid bestaan.

Voorstel:

Aanhouden.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9596613/1