20260203 Rekenkamerrapport Vlaardingen - Jeugdhulp
Tekst van het document
Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? Rekenkamer Vlaardingen
Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 3-2-2026 Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 1.
Colofon Datum: 3-2-2026 Rekenkamer Vlaardingen: Hayke Veldman, directeur Emilie Stumphius, plv. directeur Contactgegevens: Arco de Baat, secretaris 06 82 87 87 03 / arco@necker.nl Onderzoekers: Lauryan Bakker Nick Woudstra Manon Deterd Oude Weme Hannah Bout
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 2.
Inhoudsopgave Colofon
2
Inhoudsopgave
3
Inleiding
5
Aanleiding Definities Doelstelling en vraagstelling Leeswijzer
5 5 6 7
Conclusies en aanbevelingen
8
Reactie van college van B&W
14
Nawoord rekenkamer
19
1. Beleid
21
1.1 Van transitie naar transformatie: jeugdhulp in beweging 1.2 Structuur van het regionale en lokale beleid 1.3 Uitgangspunten voor de inkoop van jeugdhulp door GRJR en MVS 1.4 De visie binnen het MVS Jeugdmodel en het realiseren van de transformatie 1.5 Aansluiting tussen regionaal en lokaal beleid jeugdhulp
21 21 23 24 29
2. Uitvoering, samenwerking en doelrealisatie
30
2.1 Uiteenzetting van de governance 2.2 Toegang tot jeugdhulp 2.3 Blik op de toekomst
30 35 38
3. Informatievoorziening door het college en sturing door de raad
40
3.1 Informatievoorziening aan de gemeenteraad 3.2 Sturing door de gemeenteraad
40 42
Bijlage 1. Geraadpleegde bronnen
46
Bijlage 2. Overzicht van doelen per netwerk volgens het Transformatieplan
47
Bijlage 3. KPI's Rogplus – Mevis, kwartaalrapportage Q3 en Q4 2024
52
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 3.
Bestuurlijke nota
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 4.
Inleiding Aanleiding Sinds 2023 hebben de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam een fundamentele verandering doorgevoerd in de organisatie van jeugdhulp. De drie gemeenten hebben een bijzondere positie binnen de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) gekregen om de door hun gewenste transformatie te realiseren. Hiervoor is het MVS Jeugdmodel geïntroduceerd. Het MVS Jeugdmodel vertegenwoordigt een ambitie om jeugdhulp dichter bij kinderen en gezinnen te organiseren, met nadrukkelijke aandacht voor preventie en versterking van het voorliggend veld. Daarnaast moet het MVS Jeugdmodel de sturing op kosten en kwaliteit verbeteren. Deze transformatie raakt direct aan de kwaliteit en toegankelijkheid van hulp voor kwetsbare kinderen en gezinnen in de regio. De transformatie vraagt daarnaast veel van de samenwerking binnen het netwerk van beleidsmakers, inkopers, uitvoerders en het voorliggend veld. Ook is er sprake van aanzienlijke budgettaire druk: de kosten voor jeugdhulp zijn flink gestegen, wat vragen oproept over de doelmatigheid en houdbaarheid van het gekozen model. Daarnaast zijn er signalen over implementatieproblemen, capaciteitstekorten en onduidelijkheden in de samenwerking tussen betrokken organisaties, die directe gevolgen hebben voor kinderen en gezinnen die hulp nodig hebben.
Tijdens het overleg tussen rekenkamer en raad, hebben raadsleden aangegeven recent veel informatie te hebben ontvangen over financiële tekorten binnen het MVS Jeugdmodel en Mevis, de gecontracteerde uitvoerder van jeugdhulp. Een rekenkameronderzoek naar de werking van het MVS Jeugdmodel werd daarom door de raadsleden interessant geacht. Met dit onderzoek geeft de Rekenkamer Vlaardingen de gemeenteraad van Vlaardingen inzicht in het functioneren van de toegang tot jeugdhulp in Vlaardingen1, en in het bijzonder de rol en (meer)waarde van het MVS Jeugdmodel daarbij.
Definities In dit onderzoek hanteert de rekenkamer de volgende definities voor jeugdbeleid, jeugdhulp, jeugdzorg, preventie en vroegsignalering: Begrip
Definitie
Jeugdbeleid
Alles wat de gemeente, samen met maatschappelijke partners, doet voor jeugd in haar gemeente
Jeugdhulp
Alle vormen van hulp en ondersteuning variërend van hulp bij psychische problemen en opvoedvraagstukken, jeugdhulp zonder verblijf (vanuit wijkteams, op school of thuis) tot en met intensieve, gespecialiseerde zorg met verblijf (bijvoorbeeld in een pleeggezin of instelling)
Jeugdzorg
De gehele jeugdhulp en daarnaast ook jeugdbescherming en jeugdreclassering
Preventie
Preventie in de jeugdhulp richt zich op het vroegtijdig voorkomen en signaleren van jeugdproblematiek, het bevorderen van de opvoedkundige
1 Onder ‘toegang tot jeugdhulp’ wordt verstaan de toegang via alle organisaties en professionals die actief zijn vanaf het moment
dat de hulpvraag voor het eerst wordt gesignaleerd tot het moment dat de kinderen/jongeren en ouders/verzorgers passende hulp ontvangen. Wettelijk moet de toegang tot jeugdhulp worden georganiseerd door gemeenten zodat inwoners weten waar zij terecht kunnen met hun vragen en de hulp krijgen die ze nodig hebben.
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 5.
vaardigheden en het opvoedkundig klimaat en het versterken van het eigen probleemoplossend vermogen om (gespecialiseerde) jeugdhulp te voorkomen Vroegsignalering
Het zo vroeg mogelijk signaleren en onderkennen van dreigende risico’s op diverse terreinen en deze ook doorgeven/oppakken, zodat er tijdig gehandeld wordt. Vroegsignalering is breder kijken dan de hulpvraag en vraagt een integrale blik.
Doelstelling en vraagstelling De start van de samenwerking tussen de gemeenten Vlaardingen, Maassluis en Schiedam om de uitvoering van de jeugdhulp vanaf 2023 samen vorm te geven is een ingrijpende verandering geweest in de wijze waarop de toegang tot jeugdhulp is geregeld. Landelijk zijn er momenteel verschillende ontwikkelingen gaande die gemeenten voor nieuwe uitdagingen (gaan) stellen bij het inrichten van jeugdhulp, en Vlaardingen kent daarnaast grote financiële uitdagingen die de uitvoering van de jeugdhulp raken. Tegen deze achtergrond kiest de rekenkamer er, na een raadsconsultatie, voor om een onderzoek uit te voeren naar toegang tot de jeugdhulp in Vlaardingen. De doelstelling is om inzicht te krijgen in het functioneren van de toegang van de jeugdhulp in Vlaardingen voor de zorg die wordt ingekocht via het MVS Jeugdmodel, in relatie tot de gestelde beleidsdoelen en –ambities. Daarbij hanteren we de volgende hoofdvraag: In welke mate is het beleid en de uitvoering van toegang tot jeugdhulp in Vlaardingen doeltreffend en doelmatig? De centrale onderzoeksvraag is uitgesplitst in negen deelvragen. Deze deelvragen vallen onder de drie thema’s (1) beleid, (2) uitvoering en doelrealisatie en (3) informatievoorziening door het college en sturing door de raad. De deelvragen zijn:
Beleid 1. 2. 3.
Welke ambities, visie en uitgangspunten hanteert de gemeente met betrekking tot de (toegang tot) jeugdhulp en welke rol speelt het MVS-stelsel hierin? Welke doelstellingen en resultaten wil de gemeente behalen met het MVS-stelsel? Hoe verhoudt het MVS-stelsel zich formeel tot de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond?
Uitvoering en doelrealisatie 4. 5.
6. 7.
Welke beleidsinstrumenten zet de gemeente in om haar doelstellingen en resultaten te behalen? Hoe zijn de rollen en verantwoordelijkheden ten aanzien van jeugdhulp, in het bijzonder ten aanzien van het MVS-stelsel, verdeeld binnen de gemeente en tussen de gemeente en andere organisaties, specifiek de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond? Welke toegangsroutes tot jeugdhulp zijn er voor kinderen, jongeren en ouders met een hulpvraag in Vlaardingen en welke rol speelt met MVS-stelsel hierin? Wat zijn de ervaringen van betrokken organisaties met betrekking tot de verdeling van rollen en verantwoordelijkheden en de samenwerking met de gemeente binnen het MVS-stelsel?
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 6.
Informatievoorziening door het college en sturing door de raad 8. 9.
Hoe wordt de raad geïnformeerd over het bereiken van de doelstellingen met betrekking tot toegang tot de jeugdhulp? Hoe vult de raad haar kaderstellende en controlerende rol met betrekking tot jeugdhulp in?
Leeswijzer Dit rapport bestaat uit twee delen: de bestuurlijke nota en de nota van bevindingen. De bestuurlijke nota bevat deze onderzoeksverantwoording, die wordt gevolgd door de kernbevindingen, de conclusies en de aanbevelingen. Daarna is de bestuurlijke reactie van het college integraal opgenomen in de bestuurlijke nota. De nota van bevindingen bevat de bevindingen die op basis van het onderzoek naar de deelvragen zijn gedaan.
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 7.
Conclusies en aanbevelingen De rekenkamer heeft conclusies en aanbevelingen opgesteld op basis van de nota van bevindingen. Er is een hoofdconclusie opgesteld die als reflectie dient op de toekomst.
Conclusies Binnen het Vlaardingse jeugdstelsel wordt zichtbaar met grote inzet en betrokkenheid gewerkt voor kinderen, jongeren en hun gezinnen. De professionals in wijkteams, scholen, huisartsenpraktijken en specialistische jeugdhulp zetten zich dagelijks in om passende ondersteuning te bieden. Dit onderzoek geeft geen oordeel over de kwaliteit van hun werk, maar richt zich op de werking van het gekozen model en de bestuurlijke en organisatorische randvoorwaarden waarbinnen professionals hun werk moeten doen. Het MVS Jeugdmodel is ontstaan vanuit een duidelijke inhoudelijke ambitie: jeugdhulp dichter bij gezinnen organiseren, het voorveld versterken en door preventie en vroegsignalering de behoefte aan zwaardere zorg terugdringen. In de praktijk bleek deze visie de afgelopen jaren moeilijk te realiseren. Het model kende een valse start: de aanbesteding mislukte één keer, Mevis moest de uitvoering in zeer korte tijd overnemen, en cruciale informatie over caseloads en wachtlijsten bleek onvolledig of onjuist. Hierdoor begon het werken volgens dit model met een achterstand. Tegelijkertijd waren governance, rolverdeling en monitoring nog onvoldoende uitgekristalliseerd en de werkwijzen nog niet volledig geharmoniseerd, terwijl de zwaarte van de casuïstiek toenam en ambtelijke en uitvoerende capaciteit onder druk stond.
Deze combinatie maakte – ondanks alle inzet en constructieve samenwerking - dat het model langere tijd vooral moest reageren op urgente operationele problemen, waardoor de beoogde transformatie onvoldoende tot uitvoering kwam en komt. Inmiddels oriënteert Vlaardingen zich, in lijn met landelijke ontwikkelingen en hervormingskaders, op een hernieuwde aansluiting bij de GRJR. Hoewel deze koers begrijpelijk is vanuit wettelijke, financiële en uitvoeringsrisico’s, betekent dit ook dat afscheid wordt genomen van een model dat nog volop in ontwikkeling is en waarvan de beoogde effecten nog onvoldoende gerealiseerd zijn. Daarmee wordt een model verlaten dat op inhoudelijke gronden nog steeds breed gedragen wordt, maar nooit de benodigde tijd, rust en randvoorwaarden heeft gekregen om zich te bewijzen.
1. Conclusies over beleid en governance 1.1 De visie achter het MVS Jeugdmodel vormt een inhoudelijk sterk kader, maar de beleidsmatige uitgangspunten kregen onvoldoende landingsruimte in de praktijk. De ambitie om jeugdhulp dichtbij gezinnen te organiseren en het voorveld te versterken wordt breed gedeeld en sluit nog steeds aan bij landelijke kaders. Ook nu blijft die inhoudelijke lijn relevant. Tegelijk blijkt dat de vertaling van deze visie naar de uitvoeringspraktijk en bestuurlijke keuzes moeizaam verloopt. Zowel in de beginfase als nu ontbreken eenduidige, gedeelde doelstellingen tussen gemeenten, Rogplus en Mevis. De beleidsmatige uitgangspunten zijn actueel, maar de randvoorwaarden om ernaar te werken blijven beperkt, waardoor ambitie en realiteit ook nu nog uit elkaar lopen. 1.2 De samenwerking tussen Maassluis, Vlaardingen en Schiedam is constructief, met een gezamenlijke visie die nog steeds wordt gedeeld.
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 8.
Vanuit een gezamenlijke visie zijn de drie gemeenten een andere koers gaan varen ten opzichte van de overige gemeenten binnen de GRJR. Deze visie wordt nog steeds gedeeld, ondanks de complexiteit van de te realiseren transformatie en de verschillende werkwijzen en bestuursculturen van de drie gemeenten. De samenwerking op bestuurlijk niveau is constructief en wordt gewaardeerd. 1.3 De governance binnen het MVS-stelsel kent structureel onduidelijkheden in rolverdeling en verantwoordelijkheid, en dat beïnvloedt ook de samenwerking in het heden. Hoewel de bestuurlijke structuren formeel staan, blijven rollen, verwachtingen en verantwoordelijkheden in de dagelijkse praktijk diffuus. Vlaardingen vervult een regisserende rol zonder eigen formatie in het MVS-team Jeugd, wat in de praktijk ten koste gaat van de balans binnen het samenwerkingsverband. Het strategisch partnerschap tussen gemeenten, Rogplus en Mevis is tot op heden onvoldoende uitgewerkt, waardoor afstemming over strategische keuzes, monitoring en inhoudelijke koers onzeker blijft en verantwoordelijkheden op dit vlak onvoldoende duidelijk zijn belegd.
2. Conclusies over de uitvoering 2.1 De belofte van het MVS Jeugdmodel wordt niet ingelost: er is (nu nog) te weinig sprake van transformatie en het bieden van lichtere vormen van ondersteuning. De valse start legde de basis voor blijvende achterstanden; ook nu is er sprake van langdurige wachtlijsten, een overbelast voorveld en wijkteams die onvoldoende toekomen aan lichte ondersteuning. Ondanks verbeteringen in monitoring door Mevis, blijft de instroom naar specialistische zorg hoog en is samenwerking tussen specialistische aanbieders, wijkteams en POH’s niet altijd stabiel. De druk op de uitvoering maakt dat het systeem ook nu vooral reactief functioneert, waardoor het moeilijk is om de beoogde preventieve werkwijze daadwerkelijk vorm te geven. De ambitie om het voorveld te versterken, wachtlijsten te verkorten en integraliteit te vergroten is nog steeds relevant. In de praktijk kost het echter moeite om van een reactieve naar een proactieve werkwijze te komen. Netwerken rond onderwijs, gezondheid en buurt zijn nog niet stevig of zelfstandig functionerend. De noodzakelijke leermechanismen zijn beperkt ontwikkeld, mede door personele wisselingen, capaciteitstekorten en voortdurende druk op de uitvoering. Hierdoor leert het stelsel wel, maar niet met de schaal en diepgang die nodig zijn voor structurele verandering.
2.2 De wachtlijsten vormen een structureel en hardnekkig knelpunt en beïnvloeden zowel de kwaliteit als de toegankelijkheid van de jeugdhulp. Vanaf de start van het MVS Jeugdmodel was sprake van een hoger dan verwachte instroom en een groot aantal jeugdigen zonder gekoppelde jeugdprofessional. In 2023 betrof dit 572 kinderen, waarvan 349 in Vlaardingen, die geen actieve regie hadden in het wijkteam. Deze achterstand is in de jaren daarna niet volledig ingelopen. De wachttijden zijn lang en hardnekkig omdat de uitvoeringscapaciteit van wijkteams en specialistische aanbieders onvoldoende aansluit op de vraag. Hierdoor ontstaat een vicieuze cirkel: wijkteams komen onvoldoende toe aan lichte problematiek, waardoor deze problematiek verergert en overgaat in zwaardere casusposities die meer tijd, expertise en kosten vragen. Ook de inzet van het voorveld, bedoeld om door vroegsignalering en preventie zwaardere hulp te voorkomen, heeft in de praktijk weinig effect op de wachtlijsten. Door capaciteitsdruk kunnen wijkteams en POH’s in huisartsenpraktijken maar beperkt preventief werken. Daarbij ervaren
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 9.
jeugdprofessionals dat specialistische aanbieders regelmatig terughoudend zijn in het oppakken van casuïstiek of onderling geen afspraken weten te maken, wat leidt tot stagnatie in doorverwijzing. Hoewel Mevis inmiddels e-learning, telefonische opvolging en verwijzing naar het voorveld aanbiedt tijdens de wachtperiode, wordt dit door betrokken professionals niet als voldoende compenserend ervaren. De druk op ouders en jeugdigen blijft daardoor hoog, en het risico op verzwaring van problematiek neemt toe.
3. Conclusies over monitoring en evaluatie 3.1 De bestuursrapportages boden de afgelopen jaren onvoldoende basis voor effectieve sturing. Ze kwamen laat op gang, sloten niet goed aan op de bestuurlijke informatiebehoefte en gaven geen integraal beeld van de uitvoering, financiën en transformatie, waardoor tijdig bijsturen beperkt mogelijk was. In de beginfase van het MVS Jeugdmodel ontbraken tijdige en volledige rapportages, waardoor het college en de raden beperkt zicht hadden op de ontwikkeling van de caseload, de voortgang van de transformatie en de financiële risico’s. Voor veel KPI’s ontbraken bruikbare nulmetingen, wat het duiden van trends bemoeilijkte, en de indicatoren die wél beschikbaar waren sloten niet altijd aan bij de strategische doelen van het MVS Jeugdmodel. Daarnaast bleef de afstemming tussen Rogplus, Mevis en de gemeenten over de inhoud van de rapportages fragmentarisch. Mevis ervaart dat sommige KPI’s niet passen bij de aard van de transformatie, terwijl Rogplus en gemeentelijke bestuurders juist behoefte hebben aan indicatoren die de uitvoering en kostenontwikkeling in control brengen. Hierdoor ontstond geen gedeeld informatiekader waarop partners gezamenlijk konden sturen.
Voor het gemeentebestuur betekende dit dat signalen over financiële overschrijdingen, wachtlijsten en knelpunten in casusregie te laat of te onvolledig zichtbaar werden, waardoor gerichte sturing en tijdig bijsturen beperkt mogelijk was. De huidige rapportages zijn een verbetering ten opzichte van deze beginfase, maar geven nog steeds geen integraal beeld van prestaties, kwaliteit, transformatie en financiële ontwikkeling. Daarmee blijven de bestuursrapportages een belangrijke belemmering voor effectieve sturing binnen een stelsel dat juist vraagt om tijdige, betrouwbare en gezamenlijke informatievoorziening. 3.2 Het bestuurlijk gesprek functioneert onvoldoende, omdat Mevis en andere sleutelpartners niet structureel deelnemen, waardoor gedeelde sturing en inhoudelijke afstemming ontbreken. Binnen het MVS-stelsel is het bestuurlijk gesprek bedoeld als de plaats waar koers, uitvoering en transformatie gezamenlijk worden besproken. In de praktijk neemt Mevis, verantwoordelijk voor de fysieke toegang en uitvoering van vrijwel alle jeugdhulp, niet deel aan dit gesprek. Hierdoor vindt de afstemming vooral indirect en via Rogplus plaats. Dit beperkt de mogelijkheid om inhoudelijke knelpunten, casuïstiekontwikkelingen en uitvoeringsvragen rechtstreeks te bespreken.
Tegelijkertijd ervaren zowel gemeenten als uitvoerders dat afspraken, verwachtingen en verantwoordelijkheden onvoldoende scherp worden belegd. Het ontbreken van een gedeelde tafel belemmert het strategisch partnerschap dat voor dit model noodzakelijk is, versterkt bestaande misverstanden en maakt dat het bestuurlijk gesprek onvoldoende richtinggevend is voor gezamenlijke sturing op uitvoering, kosten en transformatie.
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 10.
Aanbevelingen Het huidige MVS Jeugdmodel functioneert nog onvoldoende: de uitvoering staat onder voortdurende druk, wachtlijsten blijven hoog en de transformatie komt niet tot volle werking. Tegelijkertijd laten de ervaringen van de afgelopen jaren zien dat er wél aanknopingspunten zijn om verbetering te realiseren. De visie op nabijheid, integraliteit en vroegtijdige ondersteuning wordt breed gedragen, en in verschillende onderdelen van het stelsel, zoals wijkteams, onderwijs en het voorveld, is de bereidheid aanwezig om hier verder invulling aan te geven. Deze aanknopingspunten kunnen echter alleen worden benut als partners elkaar weten te vinden, er onderling vertrouwen is en samenwerking structureel wordt georganiseerd. Een stabiele basis, met duidelijke rollen en gezamenlijke sturing, is nodig om van goede intenties en ambities naar duurzame verbetering te komen. Met de mogelijke hernieuwde aansluiting bij de GRJR ontstaat een spanning tussen pragmatisme en inhoudelijke wens. Het besluit om terug te keren naar een bredere regionale samenwerking biedt mogelijk een oplossing voor uitvoeringsproblemen, maar adresseert niet vanzelf de ideologische en beleidsmatige voorkeur voor een kleinschaliger model met meer lokale regie en sturingsruimte.
De toekomst vraagt daarom om expliciete keuzes: welke elementen van het MVS Jeugdmodel moeten worden behouden, welke voordelen verwacht Vlaardingen van een regionale inrichting, en hoe kunnen nabijheid en preventie structureel worden geborgd in een stelsel dat regionaal wordt georganiseerd? Alleen als deze vragen helder worden beantwoord, kan de overgang naar een andere inrichting leiden tot een stabieler, beter uitvoerbaar en inhoudelijk gedragen jeugdstelsel.
1. Aanbevelingen over de governance 1.1 Herstel een gezamenlijke en heldere rolverdeling Zorg voor een expliciete en bestuurlijk vastgestelde rolverdeling tussen gemeente, Rogplus, Mevis en het MVS-team Jeugd. Het moet voor alle betrokkenen duidelijk zijn wie strategisch opdrachtgever is, wie accounthouder is, wie verantwoordelijk is voor de dagelijkse aansturing en welke taken bij welke bestuurslaag horen. Een stabiele rolverdeling verkleint het risico dat vraagstukken blijven zweven of op het verkeerde niveau worden belegd. De volgende onderdelen vallen daar onder: • Richt een bestuurlijk gesprek in met alle sleutelpartners (Mevis, Rogplus): Organiseer een vast bestuurlijk overleg waarin naast de drie MVS-gemeenten ook Mevis en Rogplus structureel deelnemen. Dit bevordert gezamenlijke koersvorming, tijdige bespreking van knelpunten en gedeelde verantwoordelijkheid voor uitvoering en transformatie. • Leg het strategisch partnerschap opnieuw vast op basis van gezamenlijke doelen: Formuleer gezamenlijk (gemeenten, Rogplus, Mevis) één set doelen, uitgangspunten en werkafspraken. Een gedeelde doelenset vergroot bestuurlijke voorspelbaarheid en maakt het mogelijk om als partners één koers te varen, ook in een veranderende regionale context.
2. Aanbevelingen over de uitvoering 2.1 Investeer gericht in extra uitvoeringscapaciteit waar de druk het hoogst is De huidige druk in wijkteams, bij POH-Jeugd en in het plusteam maakt dat zij structureel onvoldoende toekomen aan lichte ondersteuning en preventie. Hierdoor schuift problematiek door en verergert deze, wat de druk op specialistische zorg verder verhoogt. Een tijdelijke, gerichte impuls is nodig om deze vicieuze cirkel te doorbreken: het maakt het mogelijk om wachtlijsten actief te reduceren, caseloads te stabiliseren en lichte casuïstiek weer regulier op te pakken. Pas wanneer de basisbelasting omlaag gaat ontstaat er ruimte om duurzaam volgens de bedoelde werkwijze te werken. Richt je daarbij primair op de volgende problemen: • het wegwerken van wachtlijsten
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 11.
• •
het stabiliseren van caseloads Het hervatten van lichte ondersteuning
De rekenkamer beveelt aan de volgende oplossingen in overweging te nemen: • Richt een ‘doorstroommandaat’ in voor wijkteams en Mevis: Wijkteams en Mevis krijgen dan formeel mandaat om bij stagnatie direct door te verwijzen naar andere aanbieders of aanvullende expertise in te schakelen zonder extra schijven of overleg. Dit voorkomt dat casussen blijven zweven door onenigheid tussen aanbieders of door langdurige afstemming. Doorstroom is op deze manier niet afhankelijk van onderhandelingen in de keten. • Ontwikkel een “lichte toegang” die functioneert, ook bij grote drukte in specialistische zorgvragen: De huidige toegang raakt structureel verstopt doordat alle casuïstiek via dezelfde route binnenkomt en lichte hulp telkens wordt verdrongen door zwaardere problematiek. Daardoor wordt vroege ondersteuning niet ingezet, escaleren problemen sneller, en blijven jeugdigen langer aangewezen op specialistische zorg. Een aparte en robuuste “lichte toegang” is nodig om dit patroon te doorbreken. • Dit kan worden gerealiseerd door een klein, stabiel team te vormen, bijvoorbeeld bestaande uit een combinatie van wijkteamprofessionals, POH-Jeugd en jeugdprofessionals op school, dat uitsluitend lichte en matige problematiek oppakt en snelle interventies kan bieden zonder uitgebreide indicatieprocedures.
De werkwijze moet zowel uniform als laagdrempelig zijn, en afgestemd met onderwijs, welzijn en huisartsenzorg. 2.2 Bereid je voor op de toekomst; borg wat goed gaat. De keuze om wel of niet een hernieuwde samenwerking aan te gaan met de GRJR is nog niet gemaakt. Mocht er in de toekomst wel toegewerkt worden naar een meer regionale inrichting van de jeugdhulp is het belangrijk om van het huidige systeem te borgen wat werkt. Denk hierbij aan de laagdrempelige ondersteuning en de samenwerking binnen de wijkteams.
3. Aanbevelingen over monitoring en evaluatie 3.1 Ontwikkel één gedeelde en bestuurlijk vastgestelde monitor en combineer kwantitatieve en kwalitatieve informatie om de informatiepositie te versterken. Stel een gezamenlijke monitor op voor gemeente, Rogplus en Mevis waarin alle partijen werken met dezelfde definities, indicatoren en verantwoordingsstructuur. De huidige versnippering (met eigen KPI’s en uiteenlopende meetmethoden) belemmert sturing. Voeg aan sturingsinformatie niet alleen cijfers toe over caseload, wachttijden en kosten, maar ook kwalitatieve inzichten over casuïstiek, samenwerking, wachtlijsten en voortgang op de transformatie. Dit maakt trends, risico’s en uitzonderingen beter te duiden en versterkt het bestuurlijk gesprek. Doe dit bijvoorbeeld via de Pilot Klantreis, zoals ook in Maassluis succes heeft gehad. Een klantreis in de jeugdhulp: wat is dat? Door een klantreis op papier te zetten wordt zichtbaar gemaakt welke reis inwoners langs organisaties en diensten afleggen bij hulpvragen. Er wordt helder gemaakt welke werkprocessen de inwoner tegen gaat komen en hoe de toegang eruit ziet in de gemeente. De klantreis wordt opgesteld door gemeenten samen met organisaties en diensten. Doordat samenwerkingspartners met elkaar uitdenken hoe de ideale klantreis eruit ziet, worden knelpunten in het systeem gesignaleerd.
In de gezamenlijke bespreking van casuïstiek door deze organisaties kan worden vastgesteld waar inwoners vastlopen in de klantreis en welke verbetering kan worden voorgesteld.
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 12.
Om de monitoring te verbeteren zijn de volgende zaken randvoorwaardelijk: • Leg verantwoordelijkheid voor datakwaliteit expliciet vast: Zorg dat duidelijk is wie verantwoordelijk is voor de volledigheid, tijdigheid en juistheid van gegevens. Onvolledige caseloadinformatie aan de start van het model heeft de uitvoering langdurig belast; dit mag zich niet herhalen. Afstemming tussen gemeente, Rogplus, Mevis en aanbieders over datakwaliteit is hierbij noodzakelijk. • Evalueer jaarlijks het functioneren van de toegang en ketensturing: Voer jaarlijks een ketenevaluatie uit waarin de toegangsroutes, samenwerking tussen wijkteams, POH-Jeugd en specialistische aanbieders, en doorstroom worden beoordeeld. Gebruik deze evaluatie om het stelsel continu te verbeteren, ook tijdens de overgang naar een meer regionale inrichting.
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 13.
Reactie van college van B&W
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 14.
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 15.
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 16.
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 17.
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 18.
Nawoord rekenkamer De rekenkamer wil het college van B&W hartelijk danken voor de uitgebreide en reflectieve bestuurlijke reactie op het rekenkamerrapport ‘Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst?’. Wij hopen dat de gemeenteraad van Vlaardingen met dit rapport aan de slag kan om het functioneren van het jeugdmodel en de jeugdhulp binnen de gemeente doeltreffender en doelmatiger te maken. De rekenkamer zou, naar aanleiding van de bestuurlijke reactie van het college, graag nog stil staan bij enkele bevindingen in het rapport: •
•
In het rapport concludeert de rekenkamer dat de governance binnen het MVS-stelsel structurele onduidelijkheden in de rol- en verantwoordelijkheidsverdeling kent. In de bestuurlijke reactie geeft het college van B&W aan dit deels te herkennen. De rekenkamer vindt het belangrijk om mee te geven dat in het onderzoek naar voren komt dat de gemeente vooral een systeemverantwoordelijke rol aanneemt, en zich ook zo opstelt richting de strategisch partners Rogplus en Mevis. De rekenkamer wil benadrukken dat de gekozen governancestructuur niet betekent dat de gemeente ook de verantwoordelijkheid voor de ondersteuning van jeugdigen op afstand heeft geplaatst. Wij hopen dan ook dat de gemeente, juist over de inhoud van de geleverde ondersteuning en zorg, in gesprek blijft met de strategisch partners, naast de sturing op contractafspraken, governance en financiën. De rekenkamer heeft geconstateerd dat hier bij de strategische partners ook een sterke behoefte aan is. De rekenkamer doet op basis van het onderzoek een concrete aanbeveling om extra uitvoeringscapaciteit in te zetten waar de druk het hoogst is. De rekenkamer constateert dat het college van B&W hier niet afwijzend tegenover staat, maar in verband met het budgetrecht dit niet kan overnemen. Wij adviseren de gemeenteraad dan ook om nadrukkelijk het gesprek hierover te voeren.
Bijvoorbeeld in een open setting waarbij ook Mevis en Rogplus zijn aangesloten.
De rekenkamer dankt het college van B&W, de ambtelijke organisatie en de betrokken partners voor medewerking aan het onderzoek. Met vriendelijke groet, namens de Rekenkamer Vlaardingen Hayke Veldman – directeur
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 19.
Nota van Bevindingen
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 20.
1. Beleid In dit hoofdstuk geven we inzicht in het beleid voor jeugdhulp van de gemeente Vlaardingen, zoals gezamenlijk met de gemeenten Maassluis en Schiedam (hierna: MVS-gemeenten) opgesteld en uitgevoerd binnen de zogenaamde MVS-constructie. De rekenkamer brengt allereerst in kaart hoe de MVS-gemeenten zich verhouden tot de regionale samenwerking op het gebied van jeugdhulp binnen de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond. Daarna is er aandacht voor de ambities, visie en uitgangspunten voor de toegang tot jeugdhulp en de wijze waarop het MVS Jeugdmodel hieraan moet bijdragen. Dit hoofdstuk beantwoordt daarmee onderstaande deelvragen (in volgorde van behandeling): 3. Hoe verhoudt het MVS-stelsel zich formeel tot de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond? 1. Welke ambities, visie en uitgangspunten hanteert de gemeente met betrekking tot de (toegang tot) jeugdhulp en welke rol speelt het MVS-stelsel hierin? 2. Welke doelstellingen en resultaten wil de gemeente behalen met het MVS-stelsel?
1.1 Van transitie naar transformatie: jeugdhulp in beweging Sinds 2015 zijn gemeenten vanuit de Jeugdwet verantwoordelijk voor jeugdhulp. Gemeenten zijn daarmee verantwoordelijk voor de toegang tot deze hulp, welke aanbieders de hulp leveren en hoe deze hulp wordt bekostigd. Het idee achter deze decentralisatie in de jeugdzorg was dat het dichter bij de inwoner organiseren van de dienstverlening ertoe zou leiden dat er minder zware zorg verleend zou hoeven worden en dat daarmee de jeugdzorg goedkoper zou worden. Uit het landelijke beeld blijkt dat deze transformatie nog niet voldoende op gang komt: het aantal ontvangers van jeugdhulp blijft stijgen en de duur van trajecten wordt steeds langer. 2 Ook de kosten nemen toe, waardoor gemeenten zich zorgen maken om de druk die jeugdzorg op hun begroting legt. Cliëntenorganisaties (MIND en Ieder(in)), professionals (Samenwerkende Beroepsverenigingen Jeugd), aanbieders (Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd), de gemeenten (VNG) en het Rijk hebben in 2023 de Hervormingsagenda Jeugd vastgesteld.3 In deze hervormingsagenda staan afspraken over verbeteringen van de jeugdzorg en ingrepen om de transformatie te versnellen. Ook in de gemeente Vlaardingen wordt (vooral regionaal) actief gewerkt met de Hervormingsagenda Jeugd.
1.2 Structuur van het regionale en lokale beleid Kernbevinding: De MVS-gemeenten hebben binnen de regionale samenwerking van de GRJR een eigen koers ontwikkeld voor de organisatie van jeugdhulp. Vanuit de wens om meer grip te krijgen op kosten, kwaliteit en inhoudelijke sturing hebben zij het MVS Jeugdmodel vormgegeven, waarin zij een deel van de jeugdhulp zelf inkopen en uitvoeren. Daarmee combineren de gemeenten een regionale inbedding met meer lokale beleidsruimte voor de transformatie van de jeugdhulp. De jeugdhulp in Vlaardingen was voornamelijk regionaal georganiseerd. Er zijn diverse regionale en lokale documenten die bijdragen aan het jeugdbeleid. Het geheel aan maatregelen, plannen en acties richt zich op het welzijn, de ontwikkeling en bescherming van kinderen en jongeren. Het doel is hen 2 Uit cijfers van het CBS blijkt dat het aantal jeugdhulpontvangers blijft stijgen: van 363 duizend in 2015 naar 461.000 in 2021:
Landelijke Jeugdmonitor CBS (2022). 3 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (20 juni 2023). Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 21.
veilig, gezond en kansrijk te laten opgroeien, met ondersteuning waar nodig. In onderstaande tabel is de beleidsstructuur van de gemeente Vlaardingen toegelicht. In de rest van het hoofdstuk zal worden ingegaan op de structuur van de regionale samenwerking en de visie en uitgangspunten die voortkomen uit het beleid. Tabel 1. Overzicht van beleidskaders jeugdhulp
Niveau
Relevante (beleids)documenten
Betrokken overheden
Regionale visie Regionaal MVS
Koersdocument MVS Jeugdmodel (2021)
Gemeenten Vlaardingen, Maassluis en Schiedam
Regionaal
Regiovisie ‘Nabij en Passend’, regio Rijnmond (2021)
Gemeenten Vlaardingen, Albrandswaard, Barendrecht, Voorne aan Zee, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Goeree-Overflakkee, Ridderkerk, Rotterdam en Schiedam
Lokale visie Lokaal
Gemeente Vlaardingen Coalitieakkoord ‘Groei en bloei voor Vlaardingen’ 2022-2026 Visie ‘Transformatie sociaal domein: samen veranderen’ (2024) ‘Inwoner voorop, nu samen doorpakken’, 2020 Uitwerking regionale visie
Regionaal MVS
Transformatieplan ‘Opgroeien naar een kansrijke toekomst’ MVS Jeugdmodel (2023) Verordening Jeugdhulp Vlaardingen (2025)
Lokaal
Gemeenten Vlaardingen, Maassluis en Schiedam
Gemeente Vlaardingen
De gemeente Vlaardingen is onderdeel van de regio Rijnmond in de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (hierna: GRJR). Via de GRJR kopen dertien gemeenten gezamenlijk jeugdhulp in. De regionale visie is vastgelegd in de Regiovisie ‘Nabij en Passend, regio Rijnmond (2021)’. Deze regiovisie bevat maatregelen die ook in de landelijke Hervormingsagenda Jeugd te vinden zijn. De Regiovisie verwoord de ambitie om de hulp te laten passen bij het gewone leven, en eenvoudig en toegankelijk te laten zijn. Daarnaast is er in kleiner regionaal verband – binnen de MVS-gemeenten – een ‘Koersdocument MVS Jeugdmodel (2021)’ (hierna: Koersdocument) en een uitwerking hiervan in een ‘Transformatieplan ‘Opgroeien naar een kansrijke toekomst ’MVS Jeugdmodel (2023) (hierna: Transformatieplan). Het Koersdocument wordt binnen de contouren van de GRJR geïmplementeerd en tussen de twee visiestukken is veel verbinding. De twee beleidsstukken zijn kort na elkaar tot stand gekomen, waardoor er een vertaling van het Koersdocument in de Regiovisie mogelijk was. Onder andere voor de positie van de MVS-gemeenten binnen de GRJR en op inhoudelijk ambitieniveau. Op lokaal niveau heeft de gemeente Vlaardingen richting aan jeugdhulp gegeven via het Coalitieakkoord 2022-2026 en een verordening op jeugdhulp.
1.2.1 Wens vanuit de drie MVS-gemeenten om de (sturing op) jeugdhulp te transformeren In 2020 signaleerden de portefeuillehouders voor het sociaal domein in de drie MVS-gemeenten dat zij binnen het GRJR-verband onvoldoende regie konden voeren op kosten en kwaliteit. Binnen de GRJR – als inkoop- en uitvoeringsorganisatie – ging het volgens hen vooral over de cijfers en de kosten van de
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 22.
jeugdhulp. De portefeuillehouders hadden naast financiële sturing, behoefte aan meer aandacht voor inhoudelijke discussies. De wens binnen de drie gemeenten was daarom om een transformatie van de jeugdhulp te realiseren, waarin meer sturingsmogelijkheden op gemeentelijk niveau lagen. Binnen de MVS-gemeenten werd al langere tijd samengewerkt in het sociaal domein. Onder andere op het gebied van uitvoering van de Wmo, waarvoor de gemeenten de Gemeenschappelijke Regeling Rogplus hebben opgericht. Vanwege de langere samenwerking op andere gebieden en de vergelijkbaarheid van de gemeenten, is ervoor gekozen om deze samenwerking uit te breiden met het onderdeel Jeugdhulp. Begin 2020 is daarom een start gemaakt met het ontwerp van het MVS Jeugdmodel.4 In eerste instantie was het voornemen van de drie gemeenten om uit de GRJR te stappen en alle onderdelen op het gebied van jeugdzorg in MVS-verband te organiseren en in te kopen (zie ook hoofdstuk 3).
Uiteindelijk is na advies van het ministerie van VWS en overleg met de GRJR in november 2020 besloten om voor de onderdelen jeugdreclassering, de jeugdbescherming, Veilig Thuis en het Landelijk Transitie Arrangement gebruik te blijven maken van de GRJR.5 De beoogde transformatie van de jeugdhulp en een andere wijze van inkopen in het nieuwe MVS Jeugdmodel, zou moeten zorgen voor meer grip op de kosten (goedkoper) en kwaliteit en ruimte bieden voor lokale keuzes (meer sturing). Ook zou dit naar verwachting de wachtlijsten korter maken en op lokaal niveau meer mogelijkheden bieden om zorg makkelijker af te schalen.
1.2.2 Ruimte voor een eigen jeugdmodel MVS-gemeenten binnen de GRJR De drie MVS-gemeenten nemen gezamenlijk binnen de GRJR een speciale positie in. Per 1 januari 2023 krijgen zij binnen de GRJR de ruimte om het door de drie gemeenten ontwikkelde Jeugdmodel te implementeren. De MVS-gemeenten kopen sinds 1 januari 2023 zelf alle specialistische jeugdhulp in. Daarnaast geldt dat jeugdbescherming, jeugdreclassering en Veilig Thuis worden gesubsidieerd. Het Landelijk Transitie Arrangement en Jeugdhulp plus worden door de GRJR ingekocht. Tot slot maken de MVS-gemeenten ook gebruik van het Crisisinterventieteam.
1.3 Uitgangspunten voor de inkoop van jeugdhulp door GRJR en MVS Kernbevinding: De MVS-gemeenten participeren binnen de GRJR (voor bepaalde taken), maar hanteren een eigen taakgericht inkoopmodel voor jeugdhulp dat afwijkt van het resultaatgerichte model van de GRJR. Beide modellen streven naar nabije en passende jeugdhulp, maar verschillen in sturing en verantwoording. De MVS-gemeenten maken onderdeel uit van de GRJR voor de onderdelen Veilig Thuis, jeugdbescherming en -reclassering, de landelijke transitie-arrangementen en de JeugdhulpPlus-zorg. De GRJR heeft twee hoofdtaken: het inkopen van regionale jeugdhulp en jeugdbescherming/jeugdreclassering en het bevorderen van overleg. De gemeenten kopen de lokale jeugdhulp afzonderlijk in. Binnen deze gemeenschappelijke regeling en op basis van data en monitoring willen de MVS-gemeenten en de 10 overige gemeenten van elkaar leren.6 MVS heeft ervoor gekozen om de jeugdhulp taakgericht, als één integrale opdracht en met populatiebekostiging in te kopen. De GRJR koopt resultaatgericht in met een arrangementenmodel.
4 Vlaardingen, Maassluis en Schiedam. (2021). Koersdocument MVS Jeugdmodel. 5 Gemeenteraad Vlaardingen (2020). Raadsbesluit 11 november 2020 6 Vlaardingen, Maassluis en Schiedam. (2023). Opgroeien naar een kansrijke toekomst. Transformatieplan MVS Jeugdmodel
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 23.
De aanbieder bepaalt hoe de hulp wordt vormgegeven en de financiering is gericht op het behalen van het resultaat.7 Inkoop- en bekostigingsmodellen binnen de jeugdhulp Eén van de manieren om te sturen op de inspanningen die een aanbieder van jeugdhulp levert, is de bekostiging van de jeugdhulp. De bekostigingsmethode bepaalt in hoge mate welke prikkels de aanbieder ervaart om het werk te leveren. Er zijn drie hoofdmodellen in de bekostiging van jeugdhulp te onderscheiden: inspanningsgerichte bekostiging, resultaat- of outputgerichte bekostiging (GRJR), en taakgerichte of lumpsum bekostiging (MVS). Functiegerichte- en populatiebekostiging zijn varianten van taakgerichte bekostiging.8 Taakgerichte inkoop, zoals in het MVS Jeugdmodel, gaat er vanuit dat de gemeente de taak voor jeugdhulp uit handen geeft aan een aanbieder, en dat de aanbieder de vrijheid heeft om de invulling van de volledige taak vorm te geven. Er worden geen losse producten of arrangementen ingekocht, en financiering en verantwoording zijn niet aan producten of trajecten gekoppeld.9 Bij resultaatgerichte inkoop, zoals in de GRJR, wordt gebruik gemaakt van een arrangementenmodel. De gemeente, het wijkteam, de (huis)arts of de Gecertificeerde Instelling stelt een arrangement samen uit de verschillende ondersteuningselementen die beschikbaar zijn.
Er wordt besloten wat er bereikt moet worden, en nadat in een behandelplan wordt vastgelegd wat het gewenste resultaat is bepaalt de aanbieder zelf hoe de hulp wordt vormgegeven. In de inkoopstrategie van de GRJR staat verder beschreven dat beide inkoopregimes zoveel mogelijk op elkaar worden afgestemd, zodat de continuïteit van de zorg niet onder druk komt te staan. Ook hanteren de GRJR en MVS “reële kostprijzen” voor de inkoop van opdrachten, en “zoveel mogelijk dezelfde vergelijkbare monitorings- en verantwoordingsafspraken”, zodat gebruikers en aanbieders van jeugdhulp geen last krijgen van het werken met twee modellen.10 De financiële resultaten tot nu toe binnen het MVS Jeugdmodel worden behandeld in hoofdstukken 2 en 3.
1.4 De visie binnen het MVS Jeugdmodel en het realiseren van de transformatie Kernbevinding: Het MVS Jeugdmodel is opgezet om de jeugdhulp lokaal en integraal te organiseren, met een netwerkgerichte samenwerking tussen gemeenten, Rogplus en Mevis. Binnen dit stelsel bestaan echter verschillende doelen en prestatie-indicatoren die enerzijds gericht zijn op kwantitatieve resultaten en (financiële) beheersbaarheid van de jeugdhulp en anderzijds kwalitatieve resultaten en het realiseren van de beoogde transformatie. Deze verschillende perspectieven vragen om voortdurende afstemming om inzicht te houden in de voortgang en samenhang van de transformatie. Het regionale beleid van de drie MVS-gemeenten is vastgelegd in het Koersdocument MVS Jeugdmodel. Het Jeugdmodel richt zich op ‘een goede start en een goede toekomst’ voor alle kinderen in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam, met hulp van alle mensen die een rol hebben in de opvoeding van het kind, zoals het gezin, de school, sportverenigingen en de huisarts. Dit alles moet in de
7 Regiovisie ‘Nabij en Passend’, Jeugdhulp Regio Rijnmond (2021). 8 VNG. (2015). Factsheet Bekostigingsmodellen. 9 Jeugdmonitor CBS. (2020). Verkenning taakgericht werken in Jeugdwet en WMO 10 GRJR. (2023). Inkoopstrategie
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 24.
omgeving van het kind worden gerealiseerd.11 Voor de cliënten zou dit betekenen dat er een regisseur is waarmee contact wordt onderhouden en waarmee aan een gemeenschappelijk plan wordt gewerkt, of zoals het MVS Jeugdmodel omschrijft: “één kind, één gezin, één plan, één regisseur”. Het MVS-team Jeugd is verantwoordelijk voor het realiseren van de transformatie Deze transitie wordt uitgevoerd door het MVS-team Jeugd (8.67 fte). Het MVS-team Jeugd is gevormd uit ambtenaren die in dienst zijn bij één van de drie gemeenten (Schiedam is de hostende gemeente), maar werken voor de MVS als geheel onder aansturing van een programmamanager. Het zijn dus geen ‘uitvoeringsambtenaren’ zoals jeugdconsulenten dat wel zijn. De formatie is als volgt georganiseerd: • Elke gemeente levert 0,3 FTE voor strategisch adviseurs • De netwerkregisseurs voor de transformatie voor alle drie de gemeenten (twee zijn in dienst van Schiedam, één is extern in dienst van Schiedam) • Programmamanager (extern in dienst van Schiedam) Het MVS-team Jeugd heeft de opdracht om de beoogde transformatie te realiseren, ze is verantwoordelijk voor het accounthouderschap richting de GRJR en Rogplus en het beleid en P&C cyclus zijn eveneens bij dit team belegd.
Dat houdt onder andere in dat er netwerkregisseurs in het team werkzaam zijn die verantwoordelijk zijn voor het verkleinen van de afstand tussen de verschillende organisaties die betrokken zijn bij het kind. Daarnaast heeft het team ook de opdracht om co-creatie te faciliteren tussen partners in het zoeken naar oplossingen voor problemen. Verder adviseren beleidsadviseurs over het jeugdbeleid en de ontwikkelingen daarvan. Rogplus en Mevis als uitvoerende partijen De Gemeenschappelijke Regeling Rogplus werd vanaf 2023 verantwoordelijk voor het inkoop, contract- en informatiemanagement en contractbeheer (gedelegeerd) voor de jeugdhulp in de drie gemeenten. Daarnaast is Rogplus verantwoordelijk voor het toezicht op rechtmatigheid en de backofficetaken (gemandateerd). Sinds 2023 voert het consortium Mevis de toegang en uitvoering van vrijwel alle ondersteuning van jeugdigen en gezinnen uit. Het idee van het jeugdmodel is dat Mevis, Rogplus, de MVS-gemeenten en verschillende andere maatschappelijke partners een strategisch partnerschap aangaan. Iedereen werkt mee aan de transformatiedoelen vanuit de eigen rol, en de partijen versterken elkaar door met elkaar in dialoog te zijn over de uitvoering. In het contract met Mevis is daarom opgenomen: ● Het Jeugd- en Gezinsteam binnen het wijkteam vormgeven. Dit team moet vaker zelf hulp verlenen, in plaats van door te verwijzen.
Vanuit de wijkteams wordt hulp verleend en casusregie gevoerd. Er wordt intensief samengewerkt met de teams die zich bezighouden met 18+ zorg en hierop wordt integraal regie gevoerd. In Schiedam en Maassluis coördineren de gemeenten de wijkteams, in Vlaardingen wordt dat door Mevis gedaan; ● Een plusteam vormen; vanuit dit plusteam kan direct specialistische expertise worden ingezet; ● Een praktijkondersteuner Jeugd in elke huisartsenpraktijk plaatsen, die laagdrempelige ondersteuning biedt zodat niet elke hulpvraag uitmondt in een doorverwijzing naar specialistische hulp. En het plaatsen van een jeugdprofessional op iedere school.12
1.4.1 Beoogde transformatie van de jeugdhulp volgens het MVS Jeugdmodel In gesprekken is aangegeven dat met de decentralisatie van de jeugdhulp naar gemeenten in 2015 al flinke stappen zijn gezet in de transformatie. Denk aan de komst van de wijkteams, de gezinsspecialisten (nu de Jeugdprofessional op School) en de lokale jeugdhulp. De MVS-gemeenten willen een stap verder gaan en alle ondersteuning en hulp aan jeugdigen en gezinnen zoveel mogelijk 11 Vlaardingen, Maassluis en Schiedam. (2021). Koersdocument MVS Jeugdmodel 12 Vlaardingen, Maassluis en Schiedam (2023). Opgroeien naar een kansrijke toekomst, Transformatieplan MVS Jeugdmodel.
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 25.
lokaal bieden, in de wijk waar dat kan en rond gezinnen. De jeugdprofessional krijgt daarbij het mandaat te doen wat nodig is en de zorg erbij te halen die nodig is. Deze visie wordt samengevat binnen het MVS Jeugdmodel. “Het MVS Jeugdmodel maken we samen met het kind en iedereen die voor een kind iets kan betekenen. We spreken dezelfde taal en streven naar hetzelfde doel voor het kind. We werken samen als een netwerk vanuit ieders toegevoegde waarde. We leren samen het beter te doen, creëren overzicht of we de goede dingen doen en voelen ons ervoor verantwoordelijk het systeem betaalbaar te houden. Vertrekpunt voor alles wat we doen is de vraag van het kind en het gezin.”13 Deze visie – zowel opgenomen in het Koersdocument, als uitgewerkt in het Transformatieplan MVS Jeugdmodel - moet gerealiseerd worden aan de hand van zes bouwstenen die samen zouden leiden tot het verbeteren van de jeugdhulp. Daarnaast is er een aantal leidende principes vastgesteld. Deze principes zijn deels verweven in specifieke bouwstenen. Sommige daarvan zijn overstijgend, zoals het principe dat de veiligheid van het kind en de jongere altijd de ondergrens is of dat de inhoud altijd leidend moet zijn en nooit het systeem. Met dit laatste principe wordt ruimte geboden aan professionals om een eigen afweging te maken en om maatwerk toe te passen.
De overige principes zijn verwerkt in de zes bouwstenen hieronder: 1. Netwerk rondom het kind, de ouder/opvoeder in het gewone leven Vanuit de gedachte dat zorg dicht bij de leefomgeving van het kind geboden moet worden, is dit de eerste bouwsteen van het MVS Jeugdmodel. Hierin worden de leidende principes vormgegeven dat de beste omgeving voor het kind om op te groeien dicht bij huis is en dat hulp het beste tot zijn recht komt in het dagelijks leven. Gewoon opvoeden van het kind is hierbij een belangrijk principe. Ook het principe dat kinderen, jongeren en opvoeders samen bepalen wat passend is en het kind nodig heeft. 2. Versterk de positie van het onderwijs Het onderwijs heeft een eigen verantwoordelijkheid door haar eigen ondersteuningsstructuur en het pedagogisch klimaat op orde te hebben. Daarnaast dient de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp te verbeteren en laagdrempeliger te worden, zodat er kennis en expertise uitgewisseld kan worden. In het Transformatieplan worden hier voorbeelden voor gegeven. Het basisonderwijs wordt versterkt door familieklassen, speltherapie en betrokken zorgprofessionals. Het voortgezet onderwijs zet meer in op informatiebijeenkomsten met professionals in de zogenaamde zorgdriehoek. 3. Wijkteam In het MVS- Jeugdmodel wordt gewerkt aan de versterking van wijkteams in competentie en vaardigheden.
Via de wijkteams wordt gestreefd naar duurzame oplossingen in het normale leven. Dat betekent dat de wijkteams zich inzetten op laagdrempelige zorg en het bieden van de juiste vraagverheldering, aanpak en passende en tijdige hulp. Per wijk kan het profiel van het wijkteam verschillen, om zo lokaal aansluiting te vinden. 4. Een praktijkondersteuner in elke huisartsenpraktijk Het doel van deze bouwsteen is om op elke huisartsenpraktijk een praktijkondersteuner (POH) speciaal voor de jeugd zit. De POH moet een laagdrempelige manier zijn om voor ouders en andere betrokkenen hulp te vinden en moet huisartsen ontlasten. Op dit niveau kan maatwerk goed worden toegepast en kan ervoor worden gezorgd dat er onnodig wordt doorverwezen. 13 Koersdocument MVS jeugdmodel (2021), p.2.
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 26.
5. Flexibel netwerk van specialisten op MVS-niveau Een van de lessen van andere gemeenten die de jeugdhulp meer nabij hebben georganiseerd, is om een specialistisch jeugdteam, zonder eigen caseload, op de achtergrond te hebben werken. Zij kunnen direct ingezet worden door wijkteams, scholen en huisartsen en zijn beschikbaar voor kennisoverdracht, diagnose en interventie. Dit team is niet direct toegankelijk, maar biedt aanvullende ondersteuning bij complexere trajecten. Zij werken zonder indicatie en verantwoordingslast. 6. Specialistische jeugdhulp op MVS-niveau In de opbouw van dit bouwstenenmodel is ervan uitgegaan dat de realisatie van eerdere bouwstenen leidt tot veel minder specialistische jeugdzorg. Dit resulteert in een minder grote opdracht voor de GRJR, die verantwoordelijk blijft voor de specialistische jeugdzorg. De wens is wel om deze specialistische zorg integraal aan te pakken, hierbij is de wens om te blijven samenwerken met het wijkteam, praktijkondersteuner en het onderwijs uit de jeugdhulp. Hierin wordt het laatste principe gerealiseerd: de jongere en het kind worden niet losgelaten tot een ander ze vast heeft. De realisatie van deze zes bouwstenen en bijbehorende leidende principes, moet leiden tot de realisatie van het MVS Jeugdmodel. Daarbij is het model niet in beton gegoten, maar heeft het een duidelijk lerend karakter.
Veel van de uitgangspunten in de bouwstenen, zijn dan ook feitelijk ontwikkelingen die gaandeweg verder uitgedacht dienen te worden. Denk aan de profilering van wijkteams en POH’s binnen verschillende huisartsenpraktijken. Het model moet “aansluiten bij de uitvoeringspraktijk en daarvan leren”. Ook voor de samenwerking binnen de GRJR zijn dergelijke afspraken gemaakt over het monitoren en leren van de ervaringen met verschillende inkoopmodellen. Om daadwerkelijk van de ervaringen te leren, is een begin gemaakt het vormgeven van een leermodel.14 Infographic 1. Bouwstenen en netwerkgerichte samenwerking uit het Koersdocument en het Transformatieplan
14 Koersdocument MVS jeugdmodel (2021) en Vlaardingen, Maassluis en Schiedam (2023). Opgroeien naar een kansrijke toekomst,
Transformatieplan MVS Jeugdmodel.
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 27.
Netwerkgerichte benadering Het Transformatieplan gaat uit van een netwerkgerichte benadering. Dit betekent dat er wordt gewerkt aan versterking van de netwerken rond de gezinnen. Daarbij worden vijf netwerken onderscheiden: 1. het netwerk opgroeien in de buurt: dit netwerk richt zich op het versterken van het netwerk rond het kind en gezin, en het voorliggend veld; 2. het netwerk opgroeien naar volwassenheid: dit netwerk richt zich op de verbetering van de overgang van zorg van 18- naar 18+; 3. het netwerk opgroeien in gezondheid: dit netwerk richt zich op de samenwerking met huis-, jeugden kinderartsen en de GGZ-zorg; 4. het netwerk opgroeien in veiligheid: dit netwerk richt zich op de veiligheid rond de jeugdige en het gezin; en 5. het netwerk opgroeien door spelen en leren: dit netwerk richt zich op de samenwerking met het onderwijs, de voor- en vroegschoolse educatie en kinderdagverblijven. Per netwerk wordt een netwerkregisseur aangewezen binnen het MVS-team Jeugd, die met het netwerk een concept plan van aanpak opstelt om de doelen van de transformatie te realiseren.15 Doelstellingen van het MVS Jeugdmodel De MVS-gemeenten hebben gezamenlijk kwantitatieve doelen vastgesteld voor de resultaten die de netwerkgerichte benadering binnen het MVS Jeugdmodel moet opleveren. Deze doelen, afkomstig uit het Transformatieplan, zijn opgenomen in bijlage 2.
Daarnaast hebben de gemeenteraden van de MVSgemeenten eigen doelstellingen en (prestatie indicatoren) geformuleerd voor wat Mevis moet realiseren. Deze zijn gebaseerd op een addendum bij de afspraken tussen Rogplus en Mevis uit 2024 en staan in bijlage 3.16 Hoewel deze doelstellingen allemaal betrekking hebben op hetzelfde jeugdstelsel, verschillen ze in inhoud, meetbaarheid en verantwoordelijkheidsverdeling. De gemeentelijke doelen zijn overwegend kwantitatief van aard en richten zich op concrete resultaten, zoals daling van wachtlijsten, vermindering van meldingen, en vergelijking met andere GRJR-gemeenten. Rogplus en Mevis hanteren daarentegen vooral kwalitatieve doelen, gericht op de inhoud en organisatie van de zorg zoals nabijheid van ondersteuning, minder administratieve lasten en kortere trajecten. Ook op specifieke thema’s, zoals onderwijs, preventie en vroegsignalering, is de samenhang beperkt. Gemeenten hebben hiervoor afzonderlijke KPI’s vastgesteld, maar deze zijn niet één op één terug te vinden in de afspraken tussen Rogplus en Mevis. Daardoor ontbreken op die onderdelen gezamenlijke doelen. Daarnaast verschilt de mate waarin doelen te meten of te realiseren zijn door Mevis. Sommige gemeentelijke doelen, bijvoorbeeld het leren van verschillende inkoopmodellen of het delen van kennis tussen maatschappelijke partners, liggen primair bij de gemeenten zelf.
Andere doelen, zoals de uitvoering van zorg en de vermindering van wachtlijsten, zijn juist afhankelijk van Mevis.
15 Vlaardingen, Maassluis en Schiedam (2023). Opgroeien naar een kansrijke toekomst, Transformatieplan MVS Jeugdmodel. 16 Mevis. (2025). Bestuursrapportage Q3 + 4 2024
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 28.
1.5 Aansluiting tussen regionaal en lokaal beleid jeugdhulp Kernbevinding: De lokale beleidskaders van Vlaardingen sluiten aan bij de uitgangspunten van het MVS Jeugdmodel. In het Coalitieakkoord, de Verordening jeugdhulp en de Transformatievisie sociaal domein wordt ingezet op preventie, vroegsignalering, maatwerk en samenwerking met partners. Deze documenten geven lokaal richting aan de verdere uitvoering van de transformatieagenda binnen het MVS-verband. De gemeente Vlaardingen heeft naast het regionale beleid, ook richting gegeven aan haar ambities voor jeugdhulp in een aantal lokale stukken: het Coalitieakkoord ‘Groei en Bloei voor Vlaardingen’ (2022-2026), de Verordening Jeugdhulp Vlaardingen (2025), de Visie transformatie sociaal domein ‘Samen veranderen’(2024) en de beleidsnota ‘De inwoner voorop, nu samen doorpakken’ (2020). De eerste drie lokale beleidsstukken sluiten aan op de visie van het MVS Jeugdmodel. Zo staat het lerend vermogen centraal, net als het bieden van snelle hulp die dichtbij en op maat is en een focus op preventie en vroegsignalering om onnodige doorverwijzing naar zwaardere hulp te voorkomen. Ook meer procesgerichte ambities sluiten aan op het MVS Jeugdmodel: verbetering van efficiëntie en samenwerking binnen het netwerk.
1718 In de Verordening wordt een ‘technische basis’ gegeven voor deze ambities, door bijvoorbeeld regels te stellen aan de wijze van het verlenen van voorzieningen en de toekenning daarvan. Het beleidsstuk ‘De inwoner voorop, nu samen doorpakken’ stamt van vóór de inrichting van het MVS Jeugdmodel, maar ook hierin wordt een focus gelegd op vroegsignalering en hulp dichtbij.19 In de Programmabegroting 2025 van de gemeente staat daarnaast dat het MVS Jeugdmodel na de opstartfase van het model en het vormgeven van de transformatieagenda in 2024, in 2025 wordt gewerkt aan de uitvoering van de transformatieagenda. De gemeente zal de landelijke ontwikkelingen rond de Hervormingsagenda Jeugd, het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming en het Besluit verbetering beschikbaarheid jeugdzorg blijvend van invloed laten zijn op het MVS Jeugdmodel.20
17 Samen veranderen. Een visie op de transformatie binnen het sociaal domein van Vlaardingen (2024). 18 Coalitieakkoord 2022-2026: Groei en Bloei voor Vlaardingen (2022). 19 De inwoner voorop: nu samen doorpakken (2022). 20 Programmabegroting 2025 Sociaal Domein. Geraadpleegd op 7 oktober 2025 van
https://vlaardingen.begrotingsapp.nl/programmabegroting-2025/programma/sociaal-domein#onderdeel-3803334-actueleontwikkelingen
Rekenkamer Vlaardingen | Een jeugdmodel met een kansrijke toekomst? | 29.
2. Uitvoering, samenwerking en doelrealisatie In dit hoofdstuk wordt uiteengezet hoe het Transformatieplan dat hoort bij het MVS Jeugdmodel tot uitvoering komt. Allereerst wordt uiteengezet hoe de governance van de jeugdhulp in de MVSgemeenten is ingericht, waar welke bevoegdheden belegd zijn en welke rol de bestuurder van Vlaardingen speelt in de verschillende structuren. Ook wordt in beeld gebracht welke toegangsroutes er zijn tot jeugdhulp en welke instanties daarin een rol (kunnen) spelen. De rekenkamer heeft daarnaast de ervaring van de betrokken actoren over de uitvoering en samenwerking uitgevraagd. In dit hoofdstuk worden onderstaande deelvragen beantwoord: 4. Welke beleidsinstrumenten zet de gemeente in om haar doelstellingen en resultaten te behalen? 5. Hoe zijn de rollen en verantwoordelijkheden ten aanzien van jeugdhulp, in het bijzonder ten aanzien van het MVS-stelsel, verdeeld binnen de gemeente en tussen de gemeente en andere organisaties, specifiek de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond? 6. Welke toegangsroutes tot jeugdhulp zijn er voor kinderen, jongeren en ouders met een hulpvraag in Vlaardingen en welke rol speelt met MVS-stelsel hierin? 7. Wat zijn de ervaringen van betrokken organisaties met betrekking tot de verdeling van rollen en verantwoordelijkheden en de samenwerking met de gemeente binnen het MVS-stelsel?