2025-09-17 Afdoening toezegging 593 en 594 bij raadsvoorstel nota Vastgoedbeleid
Tekst van het document
Toezeggingen
19 september 2025 Leden van de gemeenteraad Aan uw raad heb ik op 11 september jl. bij de bespreking van het raadsvoorstel Nota Vastgoedbeleid toegezegd om na te gaan of met dit voorstel aan de BBV-eisen wordt voldaan en, wanneer dit niet het geval is, het voorstel in de Auditcommissie te consulteren (toezegging 593) en om schriftelijk terug te komen op de vraag of het krediet kan worden aangevuld wanneer het volledige bedrag is gebruikt, of dat hier een amendement voor nodig is (toezegging 594). Naar aanleiding daarvan: Beantwoording toezegging 593: U vroeg of het voorliggende besluit aan de BBV-regels voldoet. Het korte antwoord is ja. Hieronder leg ik u uit waarom. Artikel 63 BBV — Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. “De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten.’’ Art. 64 lid 3 Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. Artikel 65 BBV — Waardeverminderingen / afwaardering en gaat o.a. over “Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. De verplichting om in de paragraaf grondbeleid van begrotingen en jaarstukken duidelijkheid te geven over grondbeleid, risico’s, winst- en verliesneming etc.
(Artikel 16 BBV). Naast het BBV zegt artikel 190 van de Gemeentewet het volgende over strategische aankopen of bevoegdheden van het college of de raad: “Het college is bevoegd verplichtingen aan te gaan en uitgaven te doen voor zover de raad hem daartoe bij de begroting of door het verlenen van een krediet heeft gemachtigd.” Conclusie: met het voorliggende raadsbesluit wordt voldaan aan de bevoegdheid van de raad om in te stemmen met een investeringskrediet conform de vigerende financiële verordening. Wat afwijkt van de BBV qua volgorde maar niet op rechtmatigheid is om in de meerjarenbegroting geen ruimte te reserveren voor de mogelijke duurzame waardevermindering (afschrijvingslasten) die een aankoop tot gevolg kan hebben, maar het gevolg dat een aankoop een waardevermeerdering realiseert is gezien de marktontwikkelingen zeker niet uitgesloten. Het gevolg is dat een eventuele aankoop een financieel effect heeft wat op een later moment via de Voortgangsrapportage alsnog in de begroting verwerkt zal worden. Dit is inherent aan het zorgvuldig, maar snel te willen handelen binnen het verkregen krediet om een strategische aankoop te realiseren.
Dat geldt ook voor rentelasten als gevolg van de aankoop, een mogelijk afwaardering bij een lagere marktwaarde (in geval van een bedrijfseconomische functie) of de inbreng van het gekochte vastgoed in een (op een later moment) vast te stellen grondexploitatie. Beantwoording toezegging 594: Wanneer een uitgave wordt gedaan vanuit het genoemde krediet van € 2,5 miljoen, wordt dit krediet niet automatisch aangevuld. Als dit (of een deel van) dit budget wordt ingezet voor een strategische aankoop, zal het krediet pas weer worden aangevuld zodra de raad daar een besluit over heeft genomen. Dit kredietvoorstel zal afhankelijk van de hoogte middels een raadsvoorstel ter vaststelling worden voorgelegd. De raad heeft bij raadsvoorstellen te allen tijde de mogelijkheid deze te amenderen.
Een titel toevoegen Ik beschouw deze toezeggingen hiermee als afgedaan. Met vriendelijke groet, Koen Kegel Wethouder gemeente Vlaardingen