2024-12-18 afdoening toezeggingen 2e VGR (469) en belastingverordening rioolheffing (470)
Tekst van het document
Toezeggingen
18 december 2024 Leden van de gemeenteraad Aan uw raad is op 12 december 2024 toegezegd schriftelijk terug te komen op de vraag van de heer van Rij over de inhoud van de budgetten voor Pollux en op de vraag van de heer Hoogendijk over het geconstateerde verschil van €1,2 miljoen tussen de eerste en de tweede VGR als het gaat om personeelskosten (toezegging nr 469, bespreking 2e Voortgangsrapportage 2024) en om u nader te informeren over de toegepaste indexatie bij het bepalen van het tarief voor de rioolheffing in het kader van de Verordening rioolheffing 2025 naar aanleiding van een vraag van mevrouw Solleveld. (toezegging nr 470, bespreking belastingverordeningen).
Naar aanleiding daarvan: SPUK gelden Het klopt dat de toegekende SPUK Sport-middelen worden terugbetaald als ze niet worden uitgegeven. De verwachting is dat er voldoende projecten tegenover staan om de BTW-compensatie (daar is de SPUK Sport voor bedoeld) in te zetten. Sportvelden De gemeente heeft als uitgangspunt dat bij de vervanging van sportvelden er 1 op 1 wordt vervangen. Dit wil zeggen, een zand ingestrooid hockeyveld wordt vervangen voor eenzelfde type veld. De wens van Pollux was om het zand ingestrooide veld 3 te upgraden naar een waterveld. Veld 2 is een zand ingestrooid veld gebleven. De kosten voor een waterveld zijn meegenomen in de raming. Pollux heeft aan de upgrade een eigen bijdrage van 30k geleverd. Verschil personeelskosten 1e en 2e Voortgangsrapport 2024 Bij de 1e voortgangsrapportage 2024 bent u geïnformeerd dat de loonkosten met €2,8 miljoen moesten worden verhoogd als gevolg van de ontwikkelingen binnen de CAO. De in de 2e voortgangsrapportage genoemde €3,7 miljoen betreffen aanvullende kosten voor externe inhuur. Deze stijging in inhuurkosten is een gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt. Daarnaast functioneert de gemeente als een ontwikkelgemeente, waarbij bewust wordt gekozen om projecten tijdelijk te bemensen met inhuurkrachten.
Tarief rioolheffing In het coalitieakkoord 2022 - 2026 ‘Groei en bloei voor Vlaardingen’ is opgenomen dat de komende jaren de lokale lasten alleen worden aangepast aan de inflatieontwikkeling. Voor de lokale lasten geldt in dit geval dat deze stijgen met de consumentenprijsindex zoals gepubliceerd door het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) in januari van het jaar voorafgaand aan de begroting. Voor 2025 bedraagt deze indexering 3.2% (CPI januari 2024). De verhoging van het tarief van de rioolheffing is echter afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten voor het beheer en onderhoud van het gemeentelijk rioolstelsel. De tarieven worden derhalve kostendekkend berekend en niet met het algemene indexatiepercentage van 3,2% geïndexeerd. In het tarief van de rioolheffing 2025 is gerekend met de voorziene stijging van 2,5% (conform PSW), de reguliere indexatie van 3,8% én een eenmalige extra stijging van 1,4%. Daarnaast zijn in het
Een titel toevoegen geactualiseerde kostendekkingsplan ook een aantal besparingsvoorstellen opgenomen die voor meer financiële ruimte zorgen in de gemeentebegroting. Dit heeft geleid tot het tarief van € 206,90. De hierboven genoemde reguliere indexatie van 3,8% ziet op de gehanteerde indexatie in de begroting 2025 ten aanzien van de lasten, conform CBS inflatie jaar 2023. Dit is ook logisch gezien het feit dat de rioolheffing kostendekkend zou moeten zijn. Ik beschouw deze toezeggingen hiermee als afgedaan. Met vriendelijke groet, Bart Bikkers Wethouder gemeente Vlaardingen