2024-10-24 Beantwoording technische vragen GroenLinks inzake asiel oriëntatie bod
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Onderwerp: Asiel opvang Vlaardingen Indiener (s): Neill Voorburg, Groen Links Datum vragen: 21-10-2024 Portefeuillehouder: A. Proos Datum Beantwoording: 24-10-2024
Geachte heer Voorburg, Op 21 oktober 2024 heeft u onderstaande vragen gesteld over het asiel oriëntatie document. Hieronder het antwoord op uw vragen. Vraag 1: Welke concrete data ondersteunen het verband tussen de komst van asielzoekers en de toename van druk op huisartsen, zorg- en onderwijsvoorzieningen? Antwoord: De data zoals genoemd in de aan u verzonden presentatie. Deze is gebaseerd op kwantitatieve data en kwalitatieve data (interviews). Hieruit blijkt o.a. dat de druk op huisartsen weliswaar groot is maar relatief beperkt is voor asielzoekers omdat het COA zelf een digitaal spreekuur organiseert met haar eigen GZA dienst (Gezondheidszorg Asielzoekers). Het COA heeft aangegeven dat er geen druk zal zijn op de huisartsen capaciteit in Vlaardingen. Er zal wel meer druk ontstaan op specialistische zorg na doorverwijzing van de GZA arts. De grootste belasting geldt voor het onderwijs. Vraag 2: Zijn andere factoren, zoals bestaande tekorten in de zorg en het onderwijs, meegenomen die deze druk ook kunnen verklaren? Antwoord: De bestaande tekorten in de zorg en het onderwijs zijn een landelijk probleem dat hierin meespeelt. De gemeente kan lokaal invloed uitoefenen op de druk op het onderwijs, door bijvoorbeeld asielzoekers te spreiden over (onderwijs)locaties, of door het COA te vragen om met name volwassen asielzoekers te plaatsen.
Vraag 3: Hoe groot is daadwerkelijk de te verwachten druk op bijvoorbeeld huisartsen wanneer we de rol van het COA hierbij in ogenschouw nemen? En in welke gevallen komen asielzoekers terecht bij huisartsen in Vlaardingen? Klopt de rekensom dat wanneer we op basis van de norm (1 fte huisarts per 2.095 inwoners) en wanneer álle 351 asielzoekers volledig gebruik zouden maken van reguliere huisartsenzorg in Vlaardingen dit ongeveer 0,17 fte extra zou bedragen, op een huidig totaal van 31,2 fte? En hoe staat dit in relatie tot de daadwerkelijk te verwachten druk wanneer we de rol van het COA hierin meenemen, hoeveel lager valt de ter verwachten druk dan nog uit, onder andere in fte? Antwoord: Zie ook het antwoord bij vraag 1. Vraag 4: Is er bewijs dat de stijging van overlastmeldingen en criminaliteit in Vlaardingen gerelateerd is aan de komst van asielzoekers, of spelen er andere factoren, zoals de sociaal-economische situatie in de stad, een grotere rol? Antwoord: Er is geen eenduidig bewijs dat de komst van asielzoekers op zichzelf direct leidt tot een stijging van de criminaliteit. Wel toont de praktijk aan dat veel criminaliteitsincidenten worden gepleegd door een relatief kleine groep ‘veilige landers’. Zie ook de jarenlange problematiek in Ter Apel met deze
Een titel toevoegen groepen. Vraag 5 Is er onderzoek gedaan naar de lange termijn bijdrage van asielzoekers aan de lokale economie? Welke mogelijkheden zijn er voor hun participatie op de arbeidsmarkt, en in welke sectoren kan hun bijdrage juist oplossingen bieden voor personeelstekorten in Vlaardingen? Antwoord: Nee daar is geen onderzoek naar gedaan. Indien de raad besluit tot het beschikbaar stellen van opvangplekken dan kan hiernaar een onderzoek worden gedaan. Vraag 6 Hoe beïnvloeden bevolkingsdichtheid en inkomensniveau specifiek de participatie van asielzoekers? Is er bewijs dat deze factoren leiden tot grotere participatieproblemen, of spelen andere factoren, zoals huisvestings- en begeleidingsbeleid, een grotere rol? Antwoord: Er is geen specifiek inzicht in de mogelijke relatie tussen bevolkingsdichtheid en inkomensniveau enerzijds en de mate van participatie anderzijds. Daarentegen is het aannemelijk dat huisvestings- en begeleidingsbeleid wel van betekenis kan zijn. Vraag 7 Wat is het kwantitatieve bewijs dat de komst van asielzoekers bestaande sociaal -economische problemen verergert, of kan goede begeleiding en participatie juist helpen deze problemen te mitigeren, bijvoorbeeld door arbeidsparticipatie? Antwoord: Deze aanname wordt niet gedaan; het gaat om algemene achtergrondcijfers.
Het college onderschrijft dat goede begeleiding en participatie door het COA daarbij nodig is. Vraag 8: Waarom wordt in het document een negatieve connotatie gelegd tussen sociale problematiek en lagere inkomens en sociale huur in Vlaardingen? Waarom worden hogere- en middeninkomens niet genoemd in de analyse? Welke relatie is er tussen sociale huurwoningen en participatieproblemen van asielzoekers in een opvang? Zijn er onderzoeken die dit verband in vergelijkbare gemeenten ondersteunen? Antwoord: Er wordt in het document geen negatieve connotatie gelegd. Het gaat om feitelijke cijfers die een samen met andere factoren de achtergronden schetsen van dit complexe vraagstuk. De cijfers laten zien dat Vlaardingen de nodige sociale problematiek kent en dat de komst van vluchtelingen een extra beroep doet op met name huisvesting en het onderwijs. Vraag 9: Is er onderzoek gedaan naar succesvolle participatieprojecten in andere gemeenten met een vergelijkbaar aandeel sociale huurwoningen, waaruit blijkt dat een sterke sociale huursector een positief effect kan hebben op de opvang van asielzoekers? Antwoord: Nee.
Vraag 10: Welke maatschappelijke organisaties en vrijwilligersinitiatieven zijn actief in Vlaardingen op het gebied van de ondersteuning en participatie van nieuwe Vlaardingers, en waarom zijn hun inspanningen niet meegenomen in de analyse van de opvangcapaciteit? Antwoord: In Vlaardingen is er een structureel netwerkoverleg waarin diverse maatschappelijke organisaties en vrijwilligersinitiatieven actief zijn die bijdragen aan de ondersteuning en participatie van nieuwe
Een titel toevoegen Vlaardingers, waaronder statushouders. Dit netwerk omvat onder andere Stichting AanZet, Kledingbank Vlaardingen, Klik Vrijwilligers, Stichting Inclusia, Wijkteams, De Windwijzer, Vluchtelingenwerk, Kade40, Vlaardingen in Beweging, Bibliotheek De Plantaan, Minters, Echt NL en Horizontaal. Deze organisaties leveren al een waardevolle bijdrage aan de integratie van nieuwe inwoners door middel van taalondersteuning, maatschappelijke begeleiding, werkervaringsplekken en culturele activiteiten. Hoewel deze organisaties betrokken zijn bij de ondersteuning van nieuwe Vlaardingers, zijn hun inspanningen niet expliciet zijn meegenomen in de analyse van de opvangcapaciteit, omdat de focus van die analyse primair lag op de formele opvanglocaties en niet op het bredere maatschappelijke netwerk.
Wij zullen ons actief inzetten om het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) te verbinden met deze initiatieven, zodat hun expertise optimaal kan worden benut in de opvang en participatie van asielzoekers Vraag 11: Is er een overzicht van beschikbare vrijwilligersorganisaties en maatschappelijke initiatieven die kunnen bijdragen aan de opvang en participatie van asielzoekers? Hoe kunnen deze worden ingezet? Antwoord: Er is een breed scala aan vrijwilligersorganisaties en maatschappelijke initiatieven in Vlaardingen die kunnen bijdragen aan de opvang en participatie van asielzoekers. Deze organisaties, waarmee de gemeente nauw samenwerkt, bieden uiteenlopende ondersteuning, zoals taallessen, sociale integratie, vrijwilligerswerk en werkervaringsplekken. Voorbeelden hiervan zijn de Bibliotheek (Taalcafé en taallessen), Stichting AanZet (taalontwikkeling en sociale activiteiten), de Voedselbank, Kledingbank Vlaardingen, Humanitas (vrijwilligerstolken), en verschillende werkervaringsplekken zoals Puttens Interieurbedrijf en supermarkt Warszawa. Deze organisaties hebben wel behoefte aan begeleiding en coördinatie om hun rol in de opvang en participatie van asielzoekers effectief te vervullen. Stichting Inclusia, met hun ervaring en uitgebreide netwerk in Vlaardingen, zou deze coördinerende rol kunnen invullen.
Zo zorgen we ervoor dat alle beschikbare middelen en expertise optimaal worden ingezet voor de opvang van asielzoekers in onze gemeente. Vraag 12: Wat zijn de ervaringen van maatschappelijke organisaties en vrijwilligers bij de opvang van Oekraïense vluchtelingen, en welke lessen kunnen we daaruit trekken voor toekomstige opvang? Antwoord: Voor de opvang van de Oekraïners is locatiemanagement ingehuurd met een 3-ledige opdracht: • ondersteuning bieden bij alle voorkomende sociaal maatschappelijke vragen, • doorverwijzen naar partijen in het sociaal domein voor specifieke zorg en ondersteuning, • verbinding leggen met de stad. Bij uitvoering van alle 3 die taken wordt intensief en succesvol samengewerkt met de reguliere partners in de stad. Grootste barrière daarbij blijkt het taalprobleem, waardoor het is lastig voor reguliere partijen om goede ondersteuning te bieden. Vraag 13: Zijn er voorbeelden van eerdere succesvolle samenwerking tussen de gemeente en maatschappelijke organisaties in Vlaardingen die de participatie van nieuwe Vlaardingers hebben bevorderd, en waarom zijn deze niet als model gebruikt voor de mogelijke opvang? Antwoord: De nadruk van de oriëntatie lag op het bod dat gedaan kan worden in het kader van de Spreidingswet. Zie verder ook ons antwoord op vraag 10.
Een titel toevoegen Vraag 14: Hoe kunnen we succesvolle voorbeelden van participatie en maatschappelijke betrokkenheid uit andere gemeenten of eerdere ervaringen in Vlaardingen meenemen? Antwoord: Over deze vraag kunnen we ons na het raadsbesluit buigen. Uiteraard kunnen eerdere ervaringen, ook elders in Nederland, waardevolle inzichten aanreiken voor de eventuele aanstaande opvang. Vraag 15: Is er onderzoek gedaan naar de bereidheid van vrijwilligers om bij te dragen aan de opvang en participatie van asielzoekers? Hoe kunnen we deze betrokkenheid stimuleren en coördineren? Antwoord: Nee. Over deze vraag kunnen we ons na het raadsbesluit buigen in samenspraak met Klik. Vraag 16: Welke lokale initiatieven, zoals buurtcentra, kerken, sportclubs of andere sociale organisaties (zoals vluchtelingenwerk), kunnen bijdragen aan de opvang en participatie van asielzoekers, en waarom zijn deze niet als onderdeel van de oplossingsrichting meegenomen? Antwoord: Daar is geen onderzoek naar gedaan. Zie ook ons antwoord op vraag 10. Vraag 17: Hoe kunnen regionale netwerken van maatschappelijke organisaties worden ingezet om de opvang en participatie in Vlaardingen te ondersteunen? Zijn deze mogelijkheden voldoende onderzocht? Antwoord: Zie ons antwoord op vraag 16.
Vraag 18: Zijn er samenwerkingen met andere gemeenten of provinciale initiatieven die kunnen worden benut om de lokale druk te verlichten, bijvoorbeeld door gezamenlijke initiatieven voor participatie? Antwoord: Daar is geen onderzoek naar gedaan.