2022-12-13 Beantwoording technische vragen verordeningen Verordeningen maatschappelijke ondersteuning, Jeugd en Leerlingenvervoer
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Onderwerp: Verordeningen maatschappelijke ondersteuning, Jeugd en Leerlingenvervoer. Datum vragen: 1 december 2022 Portefeuillehouder: J.J. Silos-Knaap Datum beantwoording: 13 december 2022
Tijdens de raadscommissie Samenleving van 1 december jl. zijn tijdens de beeldvormende/oordeelsvormende behandeling van de Verordeningen maatschappelijke ondersteuning, Jeugd en Leerlingenvervoer diverse vragen gesteld. Hieronder geef ik antwoord op uw vragen.
Verordening maatschappelijke ondersteuning MVS/derde wijzigingsbesluit Vraag: Tarieven pgb: de tabel vermeldt niet hoe dit is georganiseerd voor sociale netwerk. Waar heeft men recht op: is dat 80% of 90%? Antwoord: Zowel in de conceptverordening Wmo als in de conceptverordening jeugdhulp staat dat het pgb-tarief (formeel) ten hoogste de kostprijs van de goedkoopst adequate voorziening in natura is. In de vigerende verordening jeugdhulp is de maximale hoogte gesteld op 90% van het tarief voor gecontracteerde jeugdhulp in natura. Omdat vanaf 1 januari 2023 niet meer gewerkt wordt met arrangementen is dit aangepast aansluitend op recente jurisprudentie. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat met het pgb de noodzakelijke hulp moet kunnen worden ingekocht. Het bedrag moet hoog genoeg zijn om de hulp bij minimaal één passende aanbieder in te kunnen kopen, dit kan ook de door de gemeente gecontracteerde aanbieder zijn (CRvB 26-02-2020, ECLI:NL: CRVB: 2020:456). In artikel 10, derde lid onder c van de verordening Wmo staat: Het tarief voor een pgb bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura. In de verordening jeugdhulp staat een vergelijkbare bepaling.
In artikel 13, eerste lid van de verordening jeugdhulp staat: Het pgb is niet hoger dan de kosten van de goedkoopste voorziening in natura die past bij wat de jeugdige of zijn ouders nodig hebben. Voor pgb informeel (inzet sociaal netwerk) is er wel een verschil tussen beide verordeningen. Omdat de afspraken tussen de cliënt en de persoon uit het sociaal netwerk als een arbeidscontract wordt beschouwd moet het pgb-tarief minimaal het wettelijk bruto minimumloon bedragen. De bedragen bij de Wmo zijn gebaseerd op het bruto minimumloon, vermeerderd met 8% vakantiegeld en 25% sociale lasten bij maatwerkvoorziening schoon huis en maaltijd-/kinderverzorging. Voor de voorzieningen meedoen in de stad begeleiding en persoonlijke verzorging geldt brutoloon trede 1 functieschaal 40 GGZ, vermeerderd met 8% vakantiegeld en 25% sociale lasten. Bij de Wmo is dus aangesloten bij het bruto minimumloon en cao. Bij jeugdhulp hanteren we een standaardbedrag van € 20. Bij de Wmo is het hanteren van een standaardbedrag ook mogelijk maar er is voor gekozen om aan te sluiten bij de cao’s, dit door meer recht aan de verschillen tussen de maatwerkvoorzieningen.
Vraag: Hoe borgt het college (DB) dat een client/vertegenwoordiger bij verdenking van fraude niet in de kou komt te staan? (hoe voorkom je situaties als Toeslagenaffaire?) Antwoord: In de Wmo 2015 is bepaald dat alleen tot terugvordering bij de cliënt mag worden overgegaan indien de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid. Dit komt zelden voor en bij de enkele casussen die er zijn wordt er dan altijd een mogelijkheid tot een betalingsregeling aangeboden. Van een ‘toeslagenaffaire’ is dus geen sprake. Meestal is de opzettelijkheid ook niet eenvoudig aan te tonen en het gaat ook bijna nooit om het verstrekken van onjuiste gegevens tijdens de aanvraagprocedure. Veelal blijkt dat een cliënt ondanks 1
screening vooraf op pgb-vaardigheid het beheren van het pgb door de cliënt toch onvoldoende blijkt. Dan kiezen we voor het beëindigen van het pgb (zonder terugvordering) en het aanbieden van Zorg in Natura.
Verordening Jeugd 2023 Vraag: Kunt u de vraag over art. 10 met betrekking tot de (on-)mogelijkheid om een voorziening voor te schieten alsnog beantwoorden? Antwoord: In artikel 10 lid 3 staat: Een individuele voorziening wordt niet eerder verstrekt dan nadat het ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 8 is ondertekend. Alleen in bijzondere gevallen kan daarvan worden afgeweken. De Jeugdwet vereist dat het college de hulpvraag onderzoekt en de aard en omvang van de jeugdhulp bepaalt (=toeleiding naar jeugdhulp) en dat de jeugdige en/of zijn ouders toestemming geven voor het verlenen van de jeugdhulp (= uitvoering jeugdhulp). Zonder voorafgaand onderzoek en toestemming kan de jeugdhulp niet aanvangen. Binnen het MVS-jeugdmodel wordt de jeugdhulp zo veel mogelijk door Mevis zelf uitgevoerd, voorafgaande toestemming voor deze jeugdhulp - door middel van ondertekening van het ondersteuningsplan - is daarvoor vereist. Alleen in bijzondere gevallen kan daarvan worden afgeweken, bijvoorbeeld wanneer buiten de schuld van de jeugdige en zijn ouders het ondersteuningsplan nog niet is ondertekend. Vraag: Waar zijn KPI’s terug te vinden in de verordening of in beleid? Antwoord: Het benoemen van KPI’s is geen onderdeel van de verordening. Vraag: Waarom is deze terminologie ‘in natura genoten jeugdzorg terugvorderen’ gehanteerd?.
Antwoord: Deze bepaling heeft voornamelijk een preventieve werking. In de verordening (artikel 15 lid 3) wordt gesproken over “de geldswaarde van de ten onrechte genoten individuele voorziening (….)”. Er wordt in de verordening dus niet gesproken over ‘in natura genoten jeugdzorg” maar er wordt hetzelfde mee bedoeld. Je kunt jeugdhulp ontvangen in de vorm van een pgb of in natura. Met “in natura” wordt bedoeld dat de jeugdige/ouders de hulp niet zelf inkopen met een pgb maar dat de hulp wordt verleend door een door de gemeente ingekochte hulp bij een jeugdhulpaanbieder.
Verordening Leerlingenvervoer MVS Vraag: Is het mogelijk om meer kwalitatieve eisen op te nemen in de verordening? Antwoord: De gemeente wilt dat de jeugdhulpaanbieder jeugdhulp van goede kwaliteit levert. In hoofdstuk 4 van de Jeugdwet zijn kwaliteitseisen opgenomen waaraan jeugdhulpaanbieders moeten voldoen. Deze zijn nader uitgewerkt in de overeenkomst met de jeugdhulpaanbieder. Opnemen van kwaliteitseisen in de verordening heeft geen meerwaarde omdat dit niet afdwingbaar is. De in een overeenkomst opgenomen kwaliteitseisen zijn wel afdwingbaar.
2