10. 1839081 Kaderbrief 2022 RBG
Tekst van het document
REGIONALE BELASTING GROEP
Kaderbrief 2022 RBG In deze kaderbrief staan de ontwikkelingen voor de komende jaren beschreven en worden de financiële en beleidsmatige kaders voor de begroting 2022 en het meerjarenperspectief van de RBG weergegeven. De komende jaren zullen we naast externe/wettelijke ontwikkelingen ook aandacht blijven besteden aan ontwikkelingen die gericht zijn op de kwaliteit van onze gegevens, informatiebeveiliging, privacy en klantgerichtheid. We streven ernaar nieuwe activiteiten en werkzaamheden met bestaande middelen te financieren. Dit betekent dat de kosten die hiervoor worden gemaakt, niet met een ophoging van de begroting worden opgenomen, het gaat om de volgende activiteiten: Digitalisering Dienstverlening Voormelding objectgegevens Wet modernisering elektronisch verkeer Wet open overheid Wet verbetering rechtsbescherming WOZ Wijziging Wet GR Rechtmatig he id sve ra ntwoo rd i ng Uitstroom ivm AOW-gerechtigde leeftijd In hoofdstuk 1.3 staan deze activiteiten uitgeschreven.
1. Organisatorische ontwikkelingen Als organisatie zijn we continu in ontwikkeling. We willen onderscheidend zijn op het gebied van heffen en invorderen van lokale belastingen. Het visiedocument 'De RBG 2.0 onderscheidend in Belastingen' vormt voor de periode 2020-2025 de basis voor onze uitvoering van de werkzaamheden. We richten ons op vier veranderlijnen: Wij sturen op kwaliteit en zijn klantgericht. Wij willen op een maatschappelijk verantwoorde, eigentijdse en pragmatische wijze onze taak uitvoeren. Wij hebben bevlogen en vakkundige medewerkers. Wij optimaliseren de schaalvoordelen van de organisatie door samenwerking met andere belastingsamenwerkingen en stimuleren groei vanuit maatschappelijk oogpunt. Klanten en deelnemers moeten erop kunnen vertrouwen dat de RBG juiste, tijdige en betrouwbare aanslagen oplegt en dat de inning goed verloopt. Een goede kwaliteit van geleverde diensten is een voorwaarde voor een klantgerichte organisatie. We zullen onze klant altijd centraal stellen. Als klanten vragen hebben, kunnen ze via diverse kanalen contact opnemen met de RBG en worden ze snel en deskundig geholpen. We willen dat klanten een positief gevoel overhouden als zij aan de dienstverlening van de RBG denken. Om dit te bereiken, hebben wij continu aandacht voor vernieuwing van onze werkprocessen.
We maken gebruik van de mogelijkheden die ontwikkelingen op het gebied van digitalisering, data en dienstverlening bieden. De mogelijkheden voor selfservice via digitale diensten worden verder uitgebouwd. We zijn op zoek naar beproefde (nieuwe) methoden en technieken die onze uitvoering kunnen verbeteren. Ook investeren we in bevlogen vakkundige medewerkers, deze zijn voorwaardelijk om tevreden klanten en deelnemers te hebben. We willen een aantrekkelijke werkgever zijn die medewerkers een
10.03.21-5
1
uitdagende werkomgeving biedt. Daarnaast blijft de intentie van de RBG om te groeien (zie paragraaf 1.4).
1.1. Ontwikkelingen deelnemers en Rijksoverheid Dit zijn ontwikkelingen van het belastingbeleid van een deelnemer of de Rijksoverheid, die van invloed kunnen zijn op de uitvoeringskosten van de RBG. Duurzame alternatieven in fiscale verordeningen De noodzaak voor de overheid om de duurzaamheid te bevorderen neemt toe. De lokale belastingen kunnen een rol spelen om duurzaam gedrag te beïnvloeden en investeringen in duurzaamheid te stimuleren. De Rijksoverheid heeft onderzocht hoe vormen van verduurzaming in de toekomst niet ontmoedigd worden door middel van hogere lokale lasten. Gemeenten hebben twee mogelijkheden om verduurzamingsmaatregelen (fiscaal) te stimuleren, namelijk: • een deel van een onroerende zaak vrijstellen voor de ozb. • een subsidie verstrekken voor het nemen van verduurzamingsmaatregelen. Voor nieuwe maatregelen zijn er fiscaal twee mogelijkheden: 1. de specifieke wetgeving van de belasting (bijv. de ozb) aanpassen, zodat verduurzamingsmaatregelen buiten de heffingsmaatstaf blijven; 2. de WOZ-regelgeving aanpassen door bepaalde verduurzamingsmaatregelen buiten de WOZ-waardering te laten. Het Ministerie van Binnenlandse zaken gaat met gemeenten in gesprek over hoe op lokaal niveau verduurzaming door huiseigenaren bevorderd kan worden.
Duurzaamheidsinvestering voor de RBG Vanuit de Wet WOZ moeten zonnepanelen en andere energiebesparende en -opwekkende voorzieningen (duurzaamheidsinvesteringen) in de objectkenmerken meegenomen worden. De zonnepanelen en waterpompen zijn inmiddels geïnventariseerd, maar nog niet van een waarde voorzien. De Waarderingskamer zal in haar toezicht beoordelen of wij dit op een juiste wijze betrekken in de marktanalyse. Verruiming/aanpassing van het lokale belastinggebied Gemeenten Het ministerie van Financiën heeft samen met andere departementen onderzoek gedaan naar de vraag hoe wij ons belastingstelsel beter en toekomstbestendig kunnen maken. De onderzoeken hebben geresulteerd in een ambtelijk rapport zonder politieke sturing, met als doel om uitgewerkte beleidsopties te leveren voor de volgende kabinetsformatie. Eén van de onderdelen is de herziening van het gemeentelijke belastinggebied. De herziening van het gemeentelijke belastinggebied kan een deel van de oplossing voor enkele knelpunten (o.a. beperkte financiële autonomie van gemeenten, grote belastingdruk op arbeid) zijn. Het rapport stelt een aantal beleidsopties voor:
10.03.21-5
2
Beleidsopties Verruimen gemeentelijk belastinaaebied (6 3.3) Verbreden belastinggrondslag Moderniseren overige gemeentelijke Belastingen
Uitbreiden belastinqinstrumentarium
Bouwstenen Herinvoeren OZB-gebruikers woningen - Invoeren inoezetenenhefflno Afschaffen één of meer waarderinqsuttzondertnqen WOZ / OZB - Toeristenbelasting wordt nachtverblijfsbelasting - Vermakelijkhedenretributie wordt dagverblijfsbelasting - Afschaffen hondenbelasting - Revitaliseren baatbelasting Invoeren qebiedsontwikkelinqsheffinq
-
Het is aan een volgend kabinet om deze beleidsopties al dan niet te gebruiken voor een nieuw of aangepast belastingstelsel. Waterschappen Op 11 december 2020 stelden de waterschappen het definitieve voorstel voor de aanpassing van hun belastingstelsel vast. Het voorstel lost een aantal knelpunten op en is aangeboden aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat. De waterschappen vragen hierbij om een voortvarend wetgevingstraject en om vervolgstappen om de bekostiging van het waterbeheer nog toekomstbestendiger te maken. Eén van de wijzigingen is de introductie van een tariefdifferentiatie bij de watersysteemheffing gebouwd. Hierdoor zijn verschillende tarieven mogelijk voor woningen en niet-woningen. De WOZ-waarden van woningen zijn de laatste jaren veel harder gestegen dan de WOZ-waarden van niet-woningen. Via tariefdifferentiatie kan rekening worden gehouden met toekomstige verschillen en kunnen de waterschappen binnen de categorie gebouwd tot een meer gelijkmatige lastenontwikkeling komen. Het Uniebestuur zal een nadere duiding over de bedoeling van deze bepaling in de brief aan het ministerie opnemen. Tevens komt er een handreiking voor de waterschappen over een juiste toepassing van bovengenoemde bepaling. Implementatie van het nieuwe belastingstelsel wordt op zijn vroegst voorzien in 2023.
Effecten corona Volgens een rapport van Planbureau voor de Leefomgeving, zullen de Coronamaatregelen ertoe leiden dat de leegstand van winkels en kantoorpanden in de periode 2021-2022 kan oplopen tot 25 à 40%. Naast het feit dat dit gevolgen heeft voor de WOZ-waarden en de OZB-opbrengsten, zal dit ook leiden tot meer WOZ-mutaties en afbakenings-onderzoeken als gevolg van mogelijke bestemmingswijzigingen (bijvoorbeeld van winkel of kantoor naar woningen). Deelnemers In verband met de gevolgen van Corona, kunnen de deelnemers zelf maatregelen nemen voor aanpassing van de belastingverordeningen waarop dit van invloed is. Hierbij valt te denken aan toeristen-, precario- en reclamebelasting. Aanpassing op Wet Lijkbezorging Het ministerie van Binnenlandse Zaken is bezig met de voorbereiding van een aanpassing van de Wet op de lijkbezorging (verwachte consultatie voorjaar 2021). Deze aanpassing heeft ook gevolgen voor het gemeentelijk beleid inzake begraven en de verordening lijkbezorgingsrechten. Wij zullen deze ontwikkeling volgen.
10.03.21-5
3
Omgevingswet De inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld naar 1 januari 2022. Met de nieuwe wet neemt het vergunningsvrije bouwen toe en neemt de meldingsplicht af. Bij het bepalen van de WOZ-waarde moeten we rekening houden met verbouwingen. Dit betekent dat de controlewerkzaamheden beperkt zullen toenemen. Samenhangende Objectenregistratie Een samenhangende objectenregistratie is een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen, terreindelen, aangevuld met enkele (registratieve) objecten als woonplaatsen, gemeentegrenzen en openbare ruimten. In de objectenregistratie gaan in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) op. Daarnaast is het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZ-administratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objecten registratie worden opgenomen.
10.03.21-5
4
1.2. {wettelijke) Ontwikkelingen met financiële consequenties Een aantal wettelijke ontwikkelingen dat relevant is voor de uitvoering van het takenpakket van de RBG, zal de komende jaren gevolgen hebben voor de begroting van de RBG. 1.2.1 Ontwikkelingen reeds vanuit jaarrekening en meerjarenbegroting verwerkt Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding Vanaf 1 januari 2022 wordt het administratief beroepschrift bij het bestuur vervangen door een bezwaarprocedure, met daarna de mogelijkheid van beroep, hoger beroep en beroep in cassatie. De wijziging is onderdeel van de stroomlijning van de invorderingsregelgeving voor belastingschulden en toeslagschulden door de overheid. De wijziging in de invorderingswet brengt naast een wettelijke behandeltermijn (artikel 236 lid 2 Gemeentewet) van 6 weken, extra kosten met zich mee. De kosten van deze wijziging (€ 300.000) zijn reeds in de begroting 2021 verwerkt. Europese aanbesteding Belastinginformatiesysteem Voor het uitvoeren van onze belastingtaken maken wij gebruik van een belastinginformatiesysteem en een frontoffice-applicatie. Beide contracten lopen af in mei 2022. De voorbereidingen voor een Europese aanbesteding zijn in het vierde kwartaal van 2020 gestart. Publicatie staat gepland in het tweede kwartaal van 2021. Voor projectleiding en inkoopadvies is € 300.000 beschikbaar via de bestemmingsreserve voorbereiding aanbestedingen.
In onze begroting 2022 wordt geen rekening gehouden met de kosten van een implementatie van een (mogelijk) nieuw belastinginformatiesysteem inclusief conversie van de huidige databestanden naar een nieuwe omgeving. Deze kosten komen niet aan de orde, als de aanbesteding wordt gegund aan de huidige leverancier Centric. Europese aanbesteding Kantoorautomatisering Na de afronding van de Europese aanbesteding van het belastinginformatiesysteem zal worden gestart met een aanbesteding van de kantoorautomatisering. Ook dit contract loopt af in mei 2022. De kosten van implementatie en projectleiding kunnen gedekt worden uit de bestemmingsreserve voorbereiding aanbesteding ad€ 150.000. Huisvesting Sinds mei 2014 beschikken wij over een eigen huisvesting in Schiedam. Het afgesloten huurcontract (met huurcompensatie van de vorige huurder van onze kantoorruimte, te weten de gemeente Schiedam) loopt af in 2024. Op dat moment vervalt ook de huurcompensatie ad€ 145.000 per jaar die we van de gemeente Schiedam hebben ontvangen. Het wegvallen van deze jaarlijkse compensatie vanaf mei 2024 is reeds verwerkt in de meerjarenbegroting 2021-2025. In de coronacrisis zijn ook voordelen van thuiswerken gebleken. In de aanloop naar het einde van het huurcontract zal worden bezien of mogelijk met minder te huren m2 kan worden volstaan.
In de te bepalen benodigde m2 wordt ook betrokken het mogelijke groeipotentieel met nieuwe deelnemers. 1.2.2 Ontwikkelingen te verwerken in komende meerjarenbegroting 2022-2026 Corona Door het kabinet zijn veel maatregelen ingesteld in het kader van de bestrijding van het coronavirus. Medio 2020 is een officiële begrotingswijziging voor het jaar 2020 opgesteld, waarin rekening is gehouden met de financiële gevolgen van de coronacrisis voor de exploitatiebegroting 2020 van de RBG.
10.03.21-5
5
Wij zullen deze procedure herhalen voor het begrotingsjaar 2021. Medio 2021 kunnen wij een goede inschatting maken van de financiële gevolgen voor het jaar 2021. Wij zullen dan wederom een bijstelling van de exploitatiebegroting 2021 aan zowel de deelnemers alsmede het algemeen bestuur voorleggen. Het is moeilijk in te schatten wat de situatie in 2022 zal zijn. In deze kaderbrief, maar ook in de in april op te stellen begroting 2022, gaan wij globaal in op de mogelijke gevolgen van de coronacrisis voor het jaar 2022. Wij zullen in 2021 net als in 2020, periodiek blijven rapporteren over de mogelijke financiële gevolgen voor de deelnemers voor de heffing en invordering van de belastingen. Het risico oninbaar voor particulieren en ondernemers, de mogelijke toename van de toewijzingen kwijtschelding voor particulieren en bedrijven, alsmede de daling van de opbrengst dwanginvordering als onderdeel van de exploitatiebegroting van de RBG, zullen in deze rapportages specifiek (per deelnemer) aan de orde komen. Daling opbrengst dwanginvordering (opnemen in meerjarenperspectief) Ten opzichte van onze jaarrekening 2019 (voor Corona!) zal de inkomstenpost opbrengst dwanginvordering in de exploitatiebegroting van de RBG fors afnemen. Het meest duidelijk is de daling van de renteopbrengst. Het kabinet heeft de invorderingsrente vanaf 23 maart 2020 verlaagd van 4% naar 0,01 %.
Deze verlaging is een maatregel in het kader van de coronacrisis. Het lijkt onwaarschijnlijk dat deze rente in 2022 zal worden verhoogd. Wij komen bij de opstelling van de begroting 2022 in april met een actuele raming van de opbrengst dwanginvordering, die zeer waarschijnlijk neerwaarts aangepast moet worden ten opzichte van het meerjarenperspectief 2021 - 2025 (zie bijlage 1). Het meerjarenperspectief 2021-2025 wordt zoals gebruikelijk in onze kaderbrief ter informatie bijgevoegd. Invordering RBG (maatwerk) In 2020 is het betaalgedrag van de klanten ondanks de coronacrisis goed gebleven. De cashflow naar onze deelnemers in 2020 is goed verlopen. Onze inspanningen om de betalingen te blijven ontvangen, zijn steeds gericht geweest op het vroegtijdig benaderen van de klanten en te zorgen voor een passende betalingswijze (het bieden van maatwerk per klant). Het fysieke klantcontact via de deurwaarders is in de lockdown periode achterwege gebleven. We hebben (proactief) zelf de klanten gebeld en/of gemaild. Dit hebben wij met name vanaf het 2e kwartaal in 2020 voor de groep ondernemers gedaan. In eerste instantie konden ze uitstel van betaling aanvragen. De nieuwe manier van incasseren is arbeidsintensief, maar we konden dit in 2020 uitvoeren binnen de bestaande formatie van de RBG.
Zolang de coronacrisis voort duurt, blijven wij deze methode van de klantbenadering op maat toepassen, om het betaalgedrag positief te beïnvloeden.
1.2.3 Ontwikkelingen die op een later moment van invloed kunnen zijn op de meerjarenbegroting 2022-2026 Btw-koepelvrijstelling De inperking van de koepelvrijstelling, die de dienstverlening van samenwerkingsverbanden aan hun deelnemers vrijstelt van BTW, is opgeschort. De inperking was in eerste instantie per 1 januari 2019 aangekondigd, als gevolg van arresten van het Europese Hof. Het Kabinet spant zich in voor reparatie via Europese regelgeving. Inmiddels is duidelijk geworden dat benodigde unanimiteit van alle lidstaten voor de aanpassing van de Europese regelgeving niet waarschijnlijk is. In 2020 zijn er vanwege de Corona-uitbraak en de Brexit geen verdere ontwikkelingen geweest. De verdere afhandeling is onduidelijk.
10.03.21-5
6
Indien de koepelvrijstelling verdwijnt, dan wordt de RBG btw-plichtig en zullen wij BTW in rekening moeten brengen op de deelnemersbijdrage. De impact hangt af van de deelnemer. Gemeenten kunnen, zolang er ruimte is in het BTW-compensatiefonds, de extra BTW verreken. De waterschappen hebben deze mogelijkheid niet. Het gaat hierbij alleen om de 'extra' BTW-druk die ontstaat op met name personeelskosten, aangezien de huidige deelnemersbijdrage al een (compensabele) BTW component bevat. Dit betreft de BTW op de ingekochte diensten en producten. Wijziging Invorderingswet Eén op de tien huishoudens heeft problematische schulden. Daarnaast loopt een grote groep het risico om problematische schulden te krijgen. Het kabinet is zich hiervan bewust en heeft in juli 2018 wetsaanpassingen aangekondigd die moeten leiden tot het terugdringen van het aantal mensen met problematische schulden. Daarnaast is in het Interbestuurlijk Programma afgesproken dat alle overheden zich inzetten om iets te doen aan de problematische schuldenproblematiek. 1. Beslagvrije voet Het kabinet beoogt met de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (WvBVV) een transparante en eenvoudig te controleren norm voor de berekening en vaststelling van de beslagvrije voet te verkrijgen.
Schuldeisers moeten een beslagvrije voet hanteren om te voorkomen dat de schuldenaar na de verrekening of beslag onder het absolute bestaansminimum (het bedrag dat iemand nodig heeft om van te leven) terechtkomt. De nieuwe, uniforme berekening van het vrij te laten bedrag geldt nu ook bij beslag op een bankrekening. 2. Betalingsvordering en elektronisch derdenbeslag De Invorderingswet is aangepast met betrekking tot de vereenvoudiging van de dwanginvordering van belastingschulden. De betalingsvordering is een vereenvoudigde procedure van beslag bij de banken. Momenteel heeft alleen de Rijksbelastingdienst de mogelijkheid om de betalingsvordering toe te passen. De verwachting is dat na een positieve evaluatie het middel ook kan worden toegepast door lokale overheden. 3. Administratief beslag op motorrijtuigen Per 1 april 2021 wordt het mogelijk om zogenaamd administratief beslag te leggen op motorrijtuigen en aanhangwagens. Bij een administratief beslag hoeft een deurwaarder het voertuig niet te zien om beslag te kunnen leggen. Het beslag wordt ingeschreven in het Kentekenregister. Dit leidt tot een tenaamstellingsblokkade. Een voertuig met een tenaamstellingsblokkade kan niet worden overgeschreven op naam van een andere kentekenhouder.
Zodra de belastingschuld is voldaan of er een andere reden is waardoor het beslag komt te vervallen, moet de inschrijving in het Kentekenregister weer worden verwijderd. 4. Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag Dit wetsvoorstel regelt de verbetering van de gegevensuitwisseling tussen beslagleggende partijen in geval van samenloop van derdenbeslagen en verrekeningen. Met dit wetsvoorstel wordt invulling gegeven aan de breed gedragen maatschappelijke - en politieke wens om het huidige beslagregister te verbreden met overheidspartijen. Het beslagregister zal bij samenloop van incassohandelingen informatie verstrekken over de identiteit van de coördinerend deurwaarder en de hoogte van de vastgestelde beslagvrije voet. Hiermee wordt een volgende stap gezet in het traject om het bestaansminimum van mensen met schulden beter te borgen en om ophoging van schulden met onnodige proces- en executiekosten te voorkomen. De inwerkingtreding is voorzien vanaf 2022. Financiën We moeten nog nader onderzoeken wat dit betekent voor onze uitvoering en of we de extra werkzaamheden kunnen dekken uit de reguliere begroting.
10.03.21-5
7
Tegengaan problematische schulden We zijn in 2020 een pilot gestart met een groep van 7.000 klanten die problematische schulden hebben. De pilot heeft als doel om kennis op te doen om toe te werken naar de nieuwe wet- en regelgeving en te komen tot eventueel nieuw beleid in 2021. Door de beperkende maatregelen omtrent het Coronavirus, heeft het project vertraging opgelopen. Het afleggen van huisbezoeken is mede hierdoor stilgelegd. De resultaten van de pilot kunnen pas worden bepaald als de beperkingen worden opgeheven en het project volledig is uitgevoerd. Werkwijze We zijn met de huidige schuldenpositie per 1 januari 2020 aan de slag gegaan en we proberen deze klanten voor de toekomst op weg te helpen. Wij werken in de geest van de wet en zijn gestart met een proactieve klantgerichte invordering. We zoeken persoonlijk contact, onder andere via huisbezoeken, leveren maatwerk om deze groep hulp te bieden en gezamenlijk te zoeken naar een gepaste oplossing. Klanten die niet aan hun betalingsverplichting kunnen voldoen en te maken hebben met andere schuldeisers, worden doorgestuurd naar de schuldhulpverlening. We proberen ervoor te zorgen dat verdere schulden worden voorkomen. Hiermee sluiten wij aan op de kaders die zijn opgesteld door de Nationale ombudsman. Voor klanten die wel kunnen, maar niet willen betalen, hanteren wij de bestaande manier van invorderen.
Borging binnen processen Parallel aan het project wordt gekeken naar alle zaken die nodig zijn om de nieuwe wet- en regelgeving structureel in de processen te incorporeren. Denk hierbij aan: Meer inzicht in de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar; Vroegtijdige herkennen van betalingsachterstanden en het actief doorgeven aan schuldhulpverleningsinstanties; Proactieve en duidelijke communicatie Ontwikkeling vroegsignalering schulden Door een wetswijziging is het per 1 januari 2021 niet meer toegestaan om informatie te delen met partijen zoals EMMA. Het samen optreden van lokale overheden is daarmee ernstig verhinderd. De doelstelling om gezamenlijk mensen te behoeden voor achterstanden is hierdoor een stuk verder weg komen te liggen. Financiën (structureel) We verwachten dat we de beleidsevaluatie met beleidswijzigingen op zijn vroegst medio 2021 kunnen afronden. Dit is afhankelijk van de afronding van de huisbezoeken. Bij de evaluatie van de uitgevoerde pilot zullen ook eventuele financiële consequenties worden meegenomen. In de op te stellen begroting 2022 en de meerjarenbegroting 2022-2026 zijn dus geen extra uitvoeringskosten voor het tegengaan van stapelen van schulden, meegenomen. Wijziging besluit proceskosten bestuursrecht De wetgever zoekt naar mogelijkheden om de maatschappelijke kosten van proceskostenvergoedingen te verminderen.
Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) heeft opdracht gekregen onderzoek te doen naar de proceskostenvergoedingen. Het doel is inzicht te krijgen in de werkwijze en het verdienmodel van de NCNP-bureaus en de administratieve lasten en kosten van de bestuursorganen. Het onderzoek zou in juli 2020 worden afgerond, dit is later bijgesteld naar eind 2020. Het rapport is onlangs opgeleverd. Er komt nog overleg met de VNG over het rapport. Vervolgens zal een algemene reactie richting de Tweede Kamer gaan.
10.03.21-5
8
1.3. Ontwikkelingen te bekostigen uit bestaande begroting We houden met onderstaande ontwikkelingen rekening in onze toekomstige dienstverlening en systemen. We zullen deze ontwikkelingen financieren zonder hiervoor extra budgetaanpassingen in de begroting op te nemen. Daarmee continueert de RBG de ingezette lijn om geen extra kosten op te nemen in de begroting, de zogenoemde 'verborgen efficiency". Digitalisering De Wet digitale overheid heeft als doel het regelen van het veilig en betrouwbaar kunnen inloggen voor Nederlandse burgers en bedrijven bij de (semi-)overheid. Publieke dienstverleners worden verplicht om identificatiemiddelen van het betrouwbaarheidsniveau 'substantieel' of 'hoog' te gebruiken om toegang te geven tot hun onlinediensten. De wet stelt daarnaast open standaarden verplicht. Hiermee implementeert Nederland de EUrichtlijn over toegankelijkheid van overheidswebsites en apps. De wet biedt ook grondslagen voor de verwerking van persoonsgegevens in het authenticatieproces, waaronder het burgerservicenummer, bij het geven van de digitale toegang tot publieke dienstverlening voor burgers en bedrijven. De wet digitale overheid zal naar verwachting in 2022 gefaseerd in werking treden. RBG is samen met andere belastingkantoren gestart met de noodzakelijke voorbereidingen.
Kosten In 2017 heeft de Ministerraad besloten dat alle kosten voor beheer en exploitatie van de Wet digitale overheid (voorheen Generieke Digitale Infrastructuur) worden doorbelast aan de gebruikers. Inmiddels heeft de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangegeven, dat het kabinet het voornemen heeft de financiering van de GDI met ingang van 2022 meer centraal gefinancierd in te richten. Naar verwachting stelt de Ministerraad de uitgewerkte plannen in het voorjaar 2021 vast. Mocht deze aanpassing doorgang vinden, dan komt de huidige doorbelasting van het gebruik van de GDI op basis van een 40/60 verdeling aan de gemeenten (via het Ministerie van Binnenlandse Zaken) en de waterschappen te vervallen. Indien de aanpassing niet doorgaat, dan zal de RBG de kosten voor de GDI in 2022 pro-rato blijven doorbelasten. Ontwikkeling MijnOverheid Wij kiezen ervoor om de digitale dienstverlening rondom MijnOverheid zeer beperkt uit te breiden. Er wordt wel ingezet op uitbreiding van diensten via het eigen MijnRBG kanaal. Deze afweging is kostentechnisch gestuurd. Dienstverlening Wij sturen op kwaliteit en zijn hierbij klantgericht. Het bieden van moderne betaalfaciliteiten en het snel en in lx goed helpen van onze klanten, ongeacht het gekozen kanaal, zijn hierbij belangrijk. Onze klantgegevens zijn op orde met betrouwbare data.
We willen onnodige gesprekken voorkomen en betrekken de klant proactief bij wat we doen. Een pragmatische aanpak staat hierbij steeds voorop, we moeten het niet ingewikkeld maken voor onze klanten. We zullen maximaal inzetten op online gebruikersgemak voor onze klant, waarbij we streven naar een toegankelijke, gebruiksvriendelijke en veilige omgeving, waarbij we zelfservice stimuleren. Recent hebben we een nieuwe website in productie genomen en is MijnRBG ook volledig vernieuwd. Hiermee verwachten we de klantbehoefte nog beter te kunnen vervullen. Verdere ontwikkelingen zullen we ook uit eigen middelen bekostigen. Voormelding objectgegevens Ieder jaar stellen we de WOZ-waarde vast van alle objecten in de gemeenten Delft, Vlaardingen en Schiedam. Deze WOZ-waarde wordt via het aanslagbiljet gecommuniceerd. De Waarderingskamer heeft de wens geuit de klant (particuliere eigenaren) een voorziening te bieden waarin gegevens van de woning (zoals een dakkapel, aanbouw en zonnepanelen) inzichtelijk zijn en wijzigingen gemeld kunnen worden.
10.03.21-5
9
Doel is om samen met de klant een juiste WOZ-waarde vast te stellen, zodat een correcte aanslag wordt verstuurd. We hebben software aangekocht waarmee klanten via MijnRBG toegang krijgen tot de gegevens van hun woning, deze kunnen bekijken en eventuele wijzigingen kunnen doorgeven. Om dit onder de aandacht te brengen zullen we in 2021 starten met het actief en wijkgericht benaderen van de particuliere eigenaren. Eventuele correcties die hieruit voorvloeien, worden meegenomen bij de herwaardering van de WOZwaarden 2022. Wet modernisering elektronisch verkeer In 2022 zal de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer in werking treden (WMEBV). Deze wet regelt dat burgers en bedrijven het recht krijgen om elektronisch zaken te doen met de overheid. Klanten kunnen op dit moment digitaal hun zaken regelen via MijnRBG. De RBG moet de digitale kanalen aanwijzen die burgers en ondernemers daarvoor kunnen gebruiken. Bij het gebruik van de digitale weg gelden nieuwe waarborgen, zoals notificatie, ontvangstbevestiging en termijnverlenging bij storing. Ook wordt de overheid verplicht om passende ondersteuning te bieden bij bestuurlijk verkeer. Deze ondersteuning moet zijn afgestemd op de aard van de dienstverlening en de doelgroepen. Wij zullen nog bezien welke gevolgen deze wetgeving met zich meebrengt.
Wet open overheid De wet geeft regels over het actief openbaar en toegankelijkheid maken van overheidsinformatie en moet ervoor zorgen dat deze beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Begin januari 2019 is bekend geworden dat het wetsvoorstel voor de Wet open overheid (Woo) in verband met uitvoeringsproblemen en hoge kosten gewijzigd gaat worden. Overheden hoeven hierdoor niet langer registers op te gaan tuigen met alle ingekomen en uitgaande stukken. In plaats van een register met alle ingekomen en uitgaande stukken, wordt er in het gewijzigde wetsvoorstel een 'overheidsbreed meerjarenplan' opgenomen, dat gericht is op een verbeterde informatiehuishouding en -voorziening door overheden. Bestuursorganen moeten binnen de nieuwe invulling een contactpersoon aanwijzen die de burgers de weg kan wijzen naar de gewenste informatie. Ook wordt voorgesteld dat overheden gefaseerd werk kunnen maken van actieve openbaarmaking van stukken, in plaats van de harde verplichting dat alle overheidsinformatie na vijf jaar openbaar moet zijn. De Woo moet op termijn de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangen. De parlementaire behandeling wordt naar verwachting in 2021 afgerond, waardoor de Woo in 2022 in werking treedt. Door het voornamelijk uitvoeringsgerichte karakter van de RBG zal de impact van de invoering van de Woo beperkt zijn.
Wet verbetering rechtsbescherming WOZ Dit wetsvoorstel moet de rechtsbescherming van de klant bij de WOZ-waarde verbeteren. Die rechtsbescherming is op dit moment niet sluitend geregeld in gevallen waarin klanten tegenstrijdige belangen hebben bij dezelfde WOZ-waarde. Het wetsvoorstel probeert dit te regelen, maar dat heeft ingrijpende gevolgen voor de uitvoering van de Wet WOZ. Er is dan ook veel gereageerd op het voorstel. Die reacties hebben ertoe geleid dat het Ministerie van Financiën even pas op de plaats maakt met het verder brengen van het wetsvoorstel. Wijziging Wet GR Het doel van de wijziging is om • de democratische legitimiteit van Gemeenschappelijke regelingen (hierna GR) te vergroten en • de controlerende rol van gemeenteraden en algemene besturen van waterschappen t.a.v. GR-en te versterken.
10.03.21-5
10
De wijzigingen voor de RBG en de deelnemers lijken overigens gering. Dit komt omdat de RBG vooral een uitvoeringsorganisatie is en geen beleidsbepalende organisatie. Het is nog niet bekend wanneer de wijziging in werking treedt. De verwachting is 1 januari 2022. Wij zullen het verloop uiteraard volgen. Rechtmatig he idsve ra ntwoo rd i ng Om het onderscheid tussen getrouwheid en rechtmatigheid verder te benadrukken, zullen gemeenten en gemeenschappelijke regelingen die vallen onder de BBV regels (Besluit Begroting en Verantwoording) van de gemeenten, zelf moeten gaan rapporteren over de rechtmatigheid in de jaarrekening. Deze toetsing gebeurt thans nog door de accountant. Deze bestuurlijke toetsing zal vermoedelijk voor het eerst plaatsvinden in 2022 over het boekjaar 2021. Voor de waterschappen en de RBG geldt deze verplichting (nog) niet, omdat die vallen onder de BBVW regels (Beleidsvoorbereiding en Verantwoording Waterschappen) van de waterschappen. De RBG zal zorgen dat een verantwoording richting de gemeenten kan worden gegeven. Hierbij dient het dagelijks bestuur van de RBG verantwoording af te leggen over de mate van (financieel) rechtmatig handelen en over hoe de beheersing en sturing van de processen (uit het perspectief van financiële rechtmatigheid) zijn geborgd. Het DB maakt een zogenaamd " in control" statement.
De accountant toetst vervolgens of er binnen de organisatie voldoende waarborgen zijn getroffen om deze verantwoording op te stellen en op te nemen in de jaarrekening 2021. Uitstroom ivm AOW-gerechtigde leeftijd Het sturen op de kwaliteit van het personeelsbestand blijft de komende jaren een belangrijk aandachtspunt. In de periode tot 2024 zal jaarlijks een aantal medewerkers als gevolg van pensionering uittreden. Het is van belang dat wij dit gemis van kennis en ervaring (tijdig) kunnen opvangen. Coaching en ontwikkeling van onze medewerkers wordt ingezet om het toekomstige verlies zoveel als mogelijk met eigen medewerkers op te vangen. In 2021 wordt er een nieuw leerplatform voor de RBG academie geïmplementeerd dat een bijdrage zal leveren aan de ontwikkeling van onze medewerkers.
10.03.21-5
11
1.4. Groei RBG - Samenwerking De intentie bij de groei van de RBG blijft gericht op toetreding tot de RBG van inliggende gemeenten. Een eerste stap daarin kan ook zijn het overnemen of aanbieden van diensten voor inliggende gemeenten, bijvoorbeeld kwijtschelding, invordering of WOZ. Als zich kansen voordoen, laten we die niet liggen. Groei is vanuit betrouwbaarheid en robuustheid geen must. Vanuit oogpunt van doelmatigheid is er altijd voordeel te behalen. Uit maatschappelijk oogpunt is uitbreiding van de RBG met nieuwe gemeenten een goede zaak. De totale uitvoeringskosten worden lager en het is ook voor de klant prettiger. De klant heeft dan immers met één uitvoeringsorganisatie te maken voor zijn lokale belastingen. Hij hoeft dan bijvoorbeeld maar eenmaal te bellen, te betalen, bezwaar te maken of kwijtschelding aan te vragen voor al zijn lokale belastingen. We werken samen met andere belastingorganisaties om investeringen gezamenlijk te dragen. Tevens kunnen wij profiteren van (elders) ontwikkelde best practices. Samenwerking deelnemers Ook werken we samen met onze deelnemers om het bepalen van de m2 van woningen structureel voor hen uit te voeren. Dat betekent dat de gemeenten dit onderdeel van de BAG-werkzaamheden niet meer hoeven te doen. De levering van deze gegevens door de RBG aan de gemeenten zal om niet plaatsvinden.
Het is uit een oogpunt van rechtszekerheid voor zowel de RBG als de gemeenten van belang dat deze werkwijze wordt geformaliseerd. Samen met de gemeenten zijn er werkafspraken opgesteld en deze worden in 2021 ook formeel vastgelegd.
10.03.21-5
12
2. Uitgangspunten Bij het opstellen van de (meerjaren)begroting was gerekend met 2,5% jaarlijkse stijging van de eigen personeelskosten (loon- en premiestijgingen inclusief pensioenkosten werkgever). Wij zullen deze stijging vermoedelijk ook gaan opnemen in de nieuwe meerjarenbegroting, in afwachting van de nieuwe CAO voor de waterschappen. Voor de prijsontwikkelingen van goederen en diensten wordt gerekend met de nationale consumentenprijsindex (CPI). De CPI is gebaseerd op de in de macro economische verkenning 2021 (MEV 2021) van september 2020 van het Centraal Planbureau opgenomen indexcijfers. Voor 2022 wordt uitgegaan van een prognose van 1,6% voor de materiële kosten volgens de CPI (bijlage 9, prijzen en lonen, 1970-2025). In de op te stellen begroting 2022 zal met 1,6% CPI worden gerekend, dat is gelijk aan de bestaande meerjarenraming. Het laatste door ons algemeen bestuur vastgestelde meerjarenperspectief 2021-2025 vormt uiteraard ook de basis voor het opstellen van de begroting 2022 en dit is als bijlage bij deze kadernota ter informatie toegevoegd. Als gevolg van de coronacrisis zullen we medio 2021 een gewijzigde begroting 2021 gaan opstellen. De effecten uit het jaarrekeningsresultaat 2020 zullen ook in de begroting 2021 e.v. worden meegenomen.
Vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep d.d. 10 maart 2021. Het dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep, directeur,
10.03.21-5
voorzitter,
13
Bijlage 1: Bestaand financieel meerjarenperspectief 2021-2025 zonder wijzigingen
Meerjarenperspectief RBG 2021-2025 Lasten
Personeel & Organisatie Loonkosten Reiskostenvergoeding Opleidingen Personeel van derden Subtotaal Goederen en diensten van derden Druk- & bindwerk Onderhoud derden Portokosten Huur-, service- en facilitaire kosten Kantoorautomatisering en telefonie WOZ-kosten Bankkosten Gegevensverstrekking Overi e diensten incl. klanteninformatie Subtotaal
bedragen in (
Primaire begroting 2020
Gewijzigde begroting 2020
Totaal
Totaal
Totaal
Totaal
Totaal
2021
2022
2023
2024
2025
8.092.000 257.100 192.700 848.200
8.092.000 257.100 192.700 848.200
8.377.200 237.900 197.500 800.000
8.586.630 243.848 202.438 820.000
8.801.296 249.944 207.498 840.500
9.021.328 256.192 212.686 861.513
9.246.861 262.597
9.390.000
9.390,000
9,612.600
9.852.915 10,099,238 10.351.719
10,610.512
218.003 883.050
403.900
303.900
310.400
315.366
320.412
325.539
330.747
1.214.100 475.800 865.800 709.700 2.356.900 308.000 612.200 1.080.900
1.214.100 475.800 815.800 709.700 2.356.900 338.000 562.200 1.030.900
1.233.500 483.400 829.700 721.100 2.394.600 342.900
1.253.236 491.134 842.975 732.638 2.432.914 348.386
572.000 1.348.200
581.152 1.369.771
1.273.288 498.993 856.463 744.360 2.471.840 353.961 590.450 1.391.688
1.293.660 506.976 870.166 756.270 2.511.390 359.624 599.898 1.413.955
1.314.359 515.088 884.089 768.370 2.551.572 365.378 609.496 1.436.578
8.027.300
7.807.300
8.235.800
8.367.573
8.501.454
8.637.477
8.775.677
Onvoorzien Onvoorzien Toevoeging aan voorziening dubieuze debiteuren Toevoeging aan voorziening bedrijfsvoering Toevoe in aan reserve matchin invorderin Subtotaal
250.000 700.000 200.000 550.000
250.000 1.200.000 200.000 550.000
250.000 1.200.000 100.000 550.000
250.000 1.100.000 200.000 550.000
250.000 1.100.000 200.000 550.000
250.000 1.100.000 200.000 550.000
250.000 1.100.000 200.000 550.000
1.700.000
2.200.000
2.100.000
2.100.000
2.100.000
2.100.000
2.100.000
Totaal ex loitatielasten
19.117.300 19.397.300 19.948.400 20.320.488 20.700.692 21.089.196
21.486.189
Rente en afschrijving
195.600
189.800
182.000
182.000
182.000
182.000
182.000
Kwijtschelding HHD en HHSK
450.000
450.000
450.000
450.000
450.000
450.000
450.000
Totaal lasten
19.762.900 20.037.100 20.580.400 20.952.488 21.332.692 21.721,196
22.118.189
Bijdrage van deelnemers
14.715.600
15.789.800
15.958.600
16.130.688
16.510.892
16.986.296
17.445.389
Opbrengst vervolging
4.875.500
4.075.500
4.450.000
4.650.000
4.650.000
4.650.000
4.650.000
149.000 22.800
149.000 22.800
149.000 22.800
149.000 22.800
149.000 22.800
62.100 22.800
0 22.800
19.762.900 20,037.100 20.580.400 20.952.488 21.332.692 21.721.196
22.118.189
Onttrekking aan reserve huurcompensatie Financiële baten Totaal baten RBG
10.03.21-5
14
Bijdragen per deelnemers op basis van het bestaande meerjarenperspectief 2021-2025 inclusief gewijzigde begroting 2020
Totale netto-kosten RBG x € 1.000
Bijdragen deelnemers HHDelfland HHSchieland en de Krirrpenerwaard Gerreente Delft Gerreente Vlaardingen Gerreente Schiedam
10.03.21-5
gewijzigd 2020 15.790
7.472 3.736 1.890 1.368 1.324 15.790
2021
2022
15.959
16.131
7.547 3.773 1.915 1.382 1.341 15.959
7.628 3.814 1.935 1.397 1.356 16.131
2023
16.511
7.808 3.904 1.981 1.430 1.388 16.511
2024
2025
16.986
17.445
8.033 4.016 2.038 1.471 1.428 16.986
8.250 4.125 2.093 1.511 1.466 17.445
15