09.7 BP De Parkhoven Zwanensingel - Bijlage 5 - Onderzoek Externe Veiligheid
Tekst van het document
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 140 slachtoffers en een frequentie van 8.80E-009. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.017 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 0.00 en stationing 260.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.2. Figuur 4.2 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 9100_leiding-A-517-06-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 10 van 16
4.2 Figuur 4.3 Groepsrisico screening voor 9100_leiding-A-517-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 453 slachtoffers en een frequentie van 3.81E-008. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.781 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 3530.00 en stationing 4530.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.4. Figuur 4.4 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 9100_leiding-A-517-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 11 van 16
4.3 Figuur 4.5 Groepsrisico screening voor 9100_leiding-W-521-06-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 348 slachtoffers en een frequentie van 1.19E-008. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.144 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 690.00 en stationing 1690.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.6. Figuur 4.6 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 9100_leiding-W-521-06-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 12 van 16
4.4 Figuur 4.7 Groepsrisico screening voor 9100_leiding-W-521-28-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 196 slachtoffers en een frequentie van 8.65E-008. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.332 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 0.00 en stationing 1000.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.7. Figuur 4.7 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 9100_leiding-W-521-28-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 13 van 16
5 FN curves Voor elk van de eerder genoemde leidingen is het groepsrisico berekend. Een samenvatting van de resultaten hiervan is gegeven in het voorgaande hoofdstuk; in dit hoofdstuk wordt voor elk van de leidingen de daadwerkelijke FN-curve gegeven van de (in termen van groepsrisico) kilometer van het betreffende tracé. 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 9100_leiding-A-517-06-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 0.00 en stationing 260.00
5.2 Figuur 5.2 FN curve voor 9100_leiding-A-517-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 3530.00 en stationing 4530.00
Pagina 14 van 16
5.3 Figuur 5.3 FN curve voor 9100_leiding-W-521-06-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 690.00 en stationing 1690.00
5.4 Figuur 5.6 FN curve voor 9100_leiding-W-521-28-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 0.00 en stationing 1000.00
Pagina 15 van 16
6 Referenties [1]
Handleiding Risicoberekeningen Bevb. Versie 1.0. 20 december 2010.
[2]
Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Brief 390/06 CEV Lah/pbz-1191. 6 november 2006.
[3]
Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Ministerie van VROM. Brief 2006.334302. 7 december 2006.
[4]
Laheij GMH, Vliet AAC van, Kooi ES. Achtergronden bij de vervanging van zoneringafstanden hogedruk aardgastransportleidingen van de N.V. Nederlandse Gasunie. Rijksinstituut 620121001/2008. 2008.
[5]
voor
Volksgezondheid
en
Milieu.
RIVM-rapport
M. Gielisse, M.T. Dröge, G.R. Kuik. Risicoanalyse aardgastransportleidingen. N.V. Nederlandse Gasunie. DEI 2008.R.0939. 2008.
Pagina 16 van 16