023 Art 34 Schriftelijke vragen - Parkeernormen bij nieuwbouw nabij openbaar vervoer - Heel de Stad
Tekst van het document
SCHRIFTELIJKE VRAGEN Op grond van artikel 34 van het Reglement van Orde Vlaardingen hebben raadsleden de mogelijkheid schriftelijk aan de burgemeester of het College van burgemeester en wethouders vragen te stellen .
DATUM: 13 februari 2025 Onderwerp: Parkeernormen bij nieuwbouw nabij openbaar vervoer Aan het college van B&W, TOELICHTING Naar aanleiding van de recente ontwikkelingen in de nieuwbouwwijk Park Vijfsluizen, waar per woning slechts één parkeerplaats is voorzien, hebben wij enkele kritische vragen over de wettelijke haalbaarheid en rechtmatigheid van deze parkeernorm. Volgens de Beleidsregel Parkeernormen 2019 van de gemeente Vlaardingen wordt een hoge parkeerdruk gedefinieerd als 90% of meer bezetting van de openbare parkeerplaatsen. Het is ons bekend dat de parkeernormen per gebied kunnen variëren en dat er maatwerk mogelijk is. Aangezien Park Vijfsluizen een locatie betreft die goed bereikbaar is met het openbaar vervoer – met name door de nabijheid van een metrostation – begrijpen wij dat hier mogelijk een aangepaste parkeernorm wordt gehanteerd. Dit roept echter de vraag op of deze aanpassing realistisch en juridisch houdbaar is, gezien de ervaren parkeerdruk en de bezwaren van bewoners.
VOORSTEL HEEL DE STAD De discussie over parkeernormen in nieuwbouwprojecten nabij openbaar vervoer, zoals in Park Vijfsluizen, laat zien dat het huidige beleid tot problemen leidt. In deze wijk is de parkeernorm vastgesteld op één parkeerplaats per woning, terwijl de standaard in Vlaardingen 1,7 parkeerplaatsen per woning bedraagt. Dit heeft nu al geleid tot parkeertekorten en onvrede onder bewoners, wat blijkt uit een petitie die inmiddels meer dan 150 keer is ondertekend. Hoewel de ambitie om autoluwe wijken te ontwikkelen begrijpelijk is, is het essentieel dat het parkeerbeleid realistisch en juridisch houdbaar blijft. Een nieuwe woonwijk, zeker voor het hogere segment, met veelal tweeverdieners in combinatie met een té lage parkeernorm kan leiden tot onvoorziene overlast en frustratie onder bewoners. HEEL DE STAD stelt daarom een evenwichtige en haalbare aanpak voor, waarbij wordt gezorgd voor voldoende parkeermogelijkheden zonder de ambities van duurzame mobiliteit te ondermijnen. 1. Realistische parkeernormen gebaseerd op gebruiksonderzoek − − −
1
Voer een onafhankelijk parkeeronderzoek uit in nieuwbouwwijken zoals Park Vijfsluizen om te achterhalen hoeveel auto's bewoners daadwerkelijk bezitten en gebruiken. Evalueer bestaande autoluwe wijken in andere gemeenten en onderzoek welke parkeernorm in praktijk goed functioneert. Stel parkeernormen vast die passen bij de werkelijke behoeften van bewoners, in plaats van rigide modellen die onvoldoende rekening houden met de realiteit.
2. Flexibele parkeernormen op basis van omgevingsfactoren − −
Pas parkeernormen aan afhankelijk van de nabijheid van hoogwaardig openbaar vervoer. o Nabij metro-/treinstations: min. 1,2 parkeerplaatsen per woning o Buiten OV-knooppunten: min. 1,5 parkeerplaatsen per woning. Zorg ervoor dat bewoners die geen eigen parkeerplaats hebben toegang hebben tot deelmobiliteit (deelauto’s, deelfietsen, e-scooters) als alternatief.
3. Extra parkeervoorzieningen buiten woonstraten − − −
Creëer centrale parkeerhubs net buiten de wijk, zodat bewoners zonder privéparkeerplaats alsnog dichtbij hun auto kunnen parkeren. Maak gebruik van multi-functionele parkeervoorzieningen, bijvoorbeeld in combinatie met buurtvoorzieningen of kantoren. Onderzoek of bewoners goedkopere abonnementen kunnen krijgen voor bestaande parkeergarages in de omgeving.
4. Duidelijke en eerlijke communicatie bij woningverkoop − − −
Verplicht projectontwikkelaars om kopers en huurders expliciet te informeren over de parkeernorm en de beperkingen in parkeermogelijkheden. Laat toekomstige bewoners schriftelijk bevestigen dat ze hiervan op de hoogte zijn, zodat teleurstelling achteraf wordt voorkomen. Zet bij nieuwe projecten digitale tools en 3D-simulaties in om bewoners inzicht te geven in de parkeersituatie.
5. Monitoring en aanpassingen indien nodig − − −
Implementeer een evaluatieperiode van drie jaar na oplevering van een nieuwbouwproject om te monitoren of de parkeernorm voldoet. Indien blijkt dat parkeeroverlast ontstaat, moet de gemeente: o De parkeernorm in vergelijkbare projecten herzien. o Extra parkeerplekken creëren indien de overlast structureel is. Stel een heldere klachtenprocedure in voor bewoners met parkeerproblemen, zodat de gemeente tijdig kan bijsturen.
SCHRIFTELIJKE VRAGEN Het college wordt verzocht de volgende vragen te beantwoorden:
Communicatie en transparantie 1. Zijn kopers volledig en transparant geïnformeerd over de parkeersituatie in de wijk? 2. Werd dit duidelijk vermeld in verkoopbrochures, contracten en tijdens gesprekken met ontwikkelaars? 3. Zijn er – naast de petitie - klachten binnengekomen van kopers die zich misleid voelen over de parkeermogelijkheden? 4. Heeft de gemeente zich ervan verzekerd dat ontwikkelaars informatie over de parkeermogelijkheden op een correcte en begrijpelijke manier hebben gecommuniceerd? 5. Hoe zijn toekomstige bewoners geïnformeerd over de beperkte parkeermogelijkheden in Park Vijfsluizen? 6. Is er voorafgaand aan de oplevering een evaluatie gedaan om in te schatten of deze parkeernorm realistisch is voor de doelgroep die in deze wijk komt wonen? 7. Zijn er maatregelen getroffen om bewoners te compenseren of alternatieven te bieden voor het beperkte aantal parkeerplaatsen?
2
8. Worden er bij toekomstige projecten betere afspraken gemaakt over parkeernormen en hoe deze aan bewoners worden gecommuniceerd? Wettelijke kaders en afwijkingen 9. Welke specifieke parkeernorm hanteert de gemeente Vlaardingen voor nieuwbouwwoningen in gebieden die goed bereikbaar zijn met openbaar vervoer, zoals Park Vijfsluizen? 10. Op basis van welke wettelijke of beleidsmatige gronden is besloten af te wijken van de reguliere norm van parkeerplaatsen per woning naar één parkeerplaats per woning in deze wijk? 11. Is er een formeel besluit genomen om deze afwijking toe te staan? Zo ja, kunnen wij dit besluit inzien? Toepassing op andere locaties 12. Is de gemeente voornemens om in andere nieuwbouwprojecten, zoals aan de Pieter Karel Drossaartstraat, waar de niet haalbare norm een reden was voor projectontwikkelaars om af te zien van verdere plannen, eveneens af te wijken van de standaard parkeernormen, met het argument dat deze locaties goed bereikbaar zijn met openbaar vervoer? 13. Zo ja, op basis van welke criteria wordt besloten om de parkeernorm aan te passen? 14. Is er een bredere beleidswijziging gaande waarbij bij alle toekomstige projecten nabij openbaar vervoer minder parkeergelegenheid wordt opgenomen? Evaluatie en monitoring 15. Wordt de parkeerdruk in Park Vijfsluizen actief gemonitord? 16.
Zo ja, wat zijn de resultaten tot nu toe? Hoeveel auto’s zijn er per huishouden daadwerkelijk in gebruik? 17. Welke stappen worden ondernomen als blijkt dat de huidige parkeernorm tot overlast of ontoereikende parkeermogelijkheden leidt? 18. Is de gemeente bereid om de parkeernormen te herzien als blijkt dat er structurele parkeerproblemen ontstaan?
NAAM EN FRACTIE, Indiener(s): Ron Boers Fractie(s): HEEL DE STAD
3
TOELICHTING In artikel 34 van het Reglement van Orde staat: In het Reglement van Orde, artikel 34 staat dat raadsleden het recht hebben om vragen te stellen en dat de vragen moeten gaan over onderwerpen die behoren tot het dagelijks bestuur van de gemeente. De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. De vragen worden bij de griffie ingediend. Deze draagt er zorg voor, dat de vragen terstond in afschrift aan de raadsleden, de steunleden, de burgemeester en de wethouders worden toegezonden. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, krijgt de vragensteller daarvan gemotiveerd schriftelijk bericht van de burgemeester dan wel het college, waarbij aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaats vinden. De antwoorden met de daarbij behorende vragen worden door het college toegezonden aan het betreffende raadslid en door de griffie door middel van plaatsing in het raadsinformatiesysteem ter kennis gebracht van alle raadsleden en steunleden. Goede schriftelijke vragen hebben een politiek karakter, immers technische vragen kunnen direct ambtelijk afgedaan worden. Vragen moeten niet met ‘ja’ of ‘nee’ beantwoord kunnen worden.
U vraagt dus bijvoorbeeld naar wie, wat vind u, waarom, hoe. U bent zelf verantwoordelijk voor het onder de aandacht brengen van de media van uw vragen.
4