CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting.pdf

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 8 juli 2021, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Leerbroek26.113 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘Ontwikkeling Leerbroek’

NL.IMRO.1961.BPOntwLeerbroek-VA01 Status: Vastgesteld Versie: 2.0

Langerak, 07-06-2021

Inhoudsopgave 1 INLEIDING ..............................................................................................................2 1.1 Aanleiding ........................................................................................................2 1.2 Ligging en begrenzing plangebied ..................................................................2 1.3 Vigerend bestemmingsplan .............................................................................3 1.4 Leeswijzer ........................................................................................................5 2 BESTAANDE SITUATIE.........................................................................................6 2.1 Algemeen ........................................................................................................6 2.2 Ruimtelijke structuur ........................................................................................6 2.3 Huidig gebruik ..................................................................................................6 3 PLANBESCHRIJVING ............................................................................................9 3.1 Plan..................................................................................................................9 3.2 Stedenbouwkundig ontwerp .........................................................................

12 3.3 Beeldkwaliteit/welstand ................................................................................ 14 3.4 Verkeer, parkeren en verkeersgeneratie ...................................................... 15 4 BELEIDSKADER ................................................................................................. 19 4.1 Rijksbeleid .................................................................................................... 19 4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ..................................... 19 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ........................... 19 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) .......................................................... 19 4.2 Provinciaal beleid ......................................................................................... 21 4.2.1 Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM) ........................................................... 21 4.2.2 Provinciale Verordening Ruimte (PVR) ................................................. 31 4.3 Regionaal beleid ........................................................................................... 37 4.3.1 Regionale structuurvisie ‘Open voor elkaar’ .......................................... 37 4.3.2 Regionale woonvisie ..............................................................................

37 4.4 Gemeentelijk beleid ...................................................................................... 39 4.4.1 Toekomstvisie Zederik........................................................................... 39 4.4.2 Woonvisie gemeente Vijfheerenlanden 2020-2025 .............................. 39 4.4.3 Bestemmingsplan ‘buitengebied Zederik’.............................................. 40 4.4.4 Bestemmingsplan ‘Reparatieplan Buitengebied Zederik’ ...................... 41 4.5 Conclusie ...................................................................................................... 41 5 ONDERZOEK/VERANTWOORDING ................................................................. 42 5.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.)...................................................... 42 5.2 Geluidhinder ................................................................................................. 45 5.3 Bedrijven en milieuzonering ......................................................................... 47 5.4 Bodem .......................................................................................................... 55 5.5 Archeologische en cultuurhistorische waarden ............................................ 58 5.6 Watertoets ....................................................................................................

61 5.7 Flora en fauna .............................................................................................. 67 5.8 Stikstofdepositie ........................................................................................... 73

5.9 Luchtkwaliteit ................................................................................................ 74 5.10 Externe veiligheid ....................................................................................... 76 5.11 Brandveiligheid ........................................................................................... 78 6 JURIDISCHE PLANOPZET ................................................................................. 80 6.1 Inleiding ........................................................................................................ 80 6.2 Systematiek van de regels ........................................................................... 80 6.3 Bestemmingen .............................................................................................. 80 6.4 Aanduidingen ................................................................................................ 81 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .............................................................. 84 7.1 Exploitatie ..................................................................................................... 84 8 OVERLEG EN INSPRAAK .................................................................................. 84 8.1 Maatschappelijk draagvlak (inloopavond) ....................................................

84 8.2 Vooroverleg/inspraak .................................................................................... 84 8.3 Zienswijzen ................................................................................................... 84 Bijlage

Omschrijving

Auteur

Referentie

Datum

1

Beeldkwaliteitsplan

Buro BEUK

26-11-2020

2 3

Verkeersonderzoek Marktanalyse woningmarkt Leerbroek

4

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Notitie stemgeluid basisschool te Leerbroek Verkennend en aanvullend bodemonderzoek (inclusief asbestonderzoek) Recht van ter Leede 40/40a Verkennend bodemonderzoek Recht van ter Leede 38a Archeologisch onderzoek

Megaborn Hofstede Makelaardij Meerkerk B.V. Voortman Ingenieurs Voortman Ingenieurs Bakker Milieuadviezen

Slagboomlocatie Leerbroek GVh1904 Woningmarkt Leerbroek R-JVO/1434

22-09-2020

19.1274 - 1535

22-09-2020

BM/24203-2018

November 2019

Bakker Milieuadviezen

BM/2602-2020

Februari 2020

ADC ArcheoProjecten Adcim B.V.

Rapport 4902

02-06-2020 12-10-2020

Blom Ecologie Blom Ecologie

20190081-D-WA001 BE/2019/102 BE/2019/191

Blom Ecologie

BE/2019/191/n

30-11-2020

Van den Heuvel Milieuadvies -

17100

20-10-2020

Leerbroek

07-06-2018

Gemeente Vijfheerenlanden

Ontwerpbestemmingsplan ‘Ontwikkeling Leerbroek’ Bestemmingsplan ‘Ontwikkeling Leerbroek’

April 2021

5 6

7

8 9 10 11 12 13 14 15

16

Waterhuishoudkundig plan Ecologische quickscan Huismus- en vleermuisonderzoek Notitie huismus en vleermuis Stikstofdepositieonderzoek Verslag inloopavond (geanonimiseerd) Nota beantwoording zienswijzen

Nota ambtshalve wijzigingen

Gemeente Vijfheerenlanden

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

24-06-2020 Juni 2020

03-12-2019 30-11-2020

April 2021

1

1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Op het perceel Recht van ter Leede 40-40a te Leerbroek is een melkveehouderij gelegen. In het kader van de toekomstbestendigheid van het agrarisch bedrijf is, gezien de huidige schaalvergroting in de agrarische sector, uitbreiding van het bedrijf noodzakelijk. De huidige locatie biedt voor het agrarisch bedrijf geen mogelijkheden voor het doorvoeren van de, vanuit het oogpunt van de bedrijfscontinuïteit, noodzakelijke modernisering van het agrarisch bedrijf. Gezien de huidige locatie in Leerbroek hiervoor niet passend is, heeft de agrariër zijn melkveehouderij verplaatst naar elders. De locatie aan het Recht van ter Leede is hierdoor vrijgekomen en leent zich voor een functiewijziging. De voormalige gemeente Zederik heeft aangegeven op zoek te zijn naar een nieuwe schoollocatie voor een basisschool in Leerbroek. Uit een verkenningsstudie van diverse locaties in en rondom Leerbroek is de vrijkomende locatie als voorkeurslocatie naar voren gekomen voor de realisatie van een nieuwe basisschool. Om de realisatie van de basisschool te kunnen bekostigen en de locatie Recht van ter Leede te Leerbroek te herontwikkelen zullen naast de basisschool 32 burgerwoningen worden gerealiseerd. Het plan voorziet hiermee in een maatschappelijke en een huisvestingsfunctie. Middels het onderhavige plan zal deze ontwikkeling mogelijk worden gemaakt.

Verder voorziet het plan in het realiseren van één burgerwoning op het naastgelegen perceel Recht van ter Leede 38a. Het voorgenomen plan is echter strijdig met het vigerend bestemmingsplan ‘buitengebied Zederik’, vastgesteld op 29 juni 2015 door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Zederik. Het perceel Recht van ter Leede 40-40a heeft een agrarische bestemming. Binnen deze bestemming is het realiseren van een basisschool en burgerwoningen juridisch-planologisch niet toegestaan. Het naastgelegen perceel Recht van ter Leede 38a heeft een bedrijfsbestemming, waardoor het realiseren van een burgerwoning tevens niet is toegestaan. Middels een herziening van het bestemmingsplan wordt het plan juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen ten oosten van de kern Leerbroek en bestaat uit het agrarisch bedrijf Recht van ter Leede 40-40a en het naastgelegen bedrijfsperceel Recht van ter Leede 38a. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Kerkweg en aan de oostzijde begrensd door het open slagenlandschap en het perceel Recht van ter Leede 38. De openbare weg Recht van ter Leede zorgt voor de zuidelijke begrenzing. Ten westen wordt het plangebied begrensd door de perceelsgrenzen van de percelen Leerbroekse Kerkweg 3a, Recht van ter Leede 42, 44 en 46. Het plangebied maakt onderdeel uit van de kadastrale percelen ZDR00 – D – 182, 738, 862, 864 en 865.

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

2

Afbeelding 1: Begrenzing plangebied

1.3 Vigerend bestemmingsplan Bestemmingsplan ‘buitengebied Zederik’ Het plangebied is gelegen binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘buitengebied Zederik’, vastgesteld op 29 juni 2015 door de voormalige gemeente Zederik. De grond waarop het plangebied is gelegen heeft de enkelbestemmingen:  Agrarisch;  Bedrijf. Met de dubbelbestemming:  Waarde – Ecologie. En de aanduidingen:  Bouwvlak;  Functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – verhuur van bouw- en sloopmachines’  Maatvoeringsaanduiding ‘maximaal aantal wooneenheden: 2’.

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

3

Afbeelding 2: Uitsnede bestemmingsplan 'buitengebied Zederik'

Bestemmingsplan ‘Reparatieplan Buitengebied Zederik’ Op 29 november 2018 is het bestemmingsplan ‘Reparatieplan Buitengebied Zederik’ vastgesteld. In de herziening zijn regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van o.a. omissies en nieuw beleid. Het plangebied is gelegen binnen de contouren van dit bestemmingsplan. Voor het plangebied betekent dat de volgende dubbelbestemmingen zijn toegevoegd:  Waarde – Archeologie 1;  Waarde – Archeologie 2;  Waarde – Archeologie 3.

Afbeelding 3: Uitsnede bestemmingsplan 'Herziening Buitengebied Zederik'

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

4

1.4 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van het plan zijn beschreven. - Hoofdstuk 2: Beschouwing van de bestaande situatie; - Hoofdstuk 3: Planbeschrijving; - Hoofdstuk 4: Vigerende beleidskaders; - Hoofdstuk 5: Milieuonderzoeken en nadere verantwoording; - Hoofdstuk 6: Juridische planopzet - Hoofdstuk 7: Economische uitvoerbaarheid; - Hoofdstuk 8: Overleg en inspraak.

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

5

2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Algemeen Leerbroek is een dorp gelegen in de gemeente Vijfheerenlanden, welke per 1 januari 2019 is ontstaan uit de fusie van de gemeenten Leerdam, Vianen en Zederik. Deze gemeente behoort tot de provincie Utrecht. De gemeente Vijfheerenlanden telt circa 54.000 inwoners. Het dorp Leerbroek telt circa 1.700 inwoners.

2.2 Ruimtelijke structuur De planlocatie in Leerbroek is gelegen in de lintbebouwing. Kenmerkend voor lintbebouwing ter plaatse van het plangebied is de afwisseling van woningen, agrarische bedrijven en overige niet-agrarische of agrarisch georiënteerde bedrijvigheid. Langs het Recht van ter Leede ziet men een afwisseling van grote karakteristieke boerderijen, kleinere arbeidershuisjes en modernere vrijstaande woningen. De woningen zijn relatief dicht op het Recht van ter Leede gerealiseerd. De overige bebouwing bevindt zich in de tweede bebouwingslijn.

2.3 Huidig gebruik Het perceel Recht van ter Leede 40-40a betreft een agrarisch perceel met bijbehorend weiland. Op het perceel zijn twee bedrijfswoningen en enkele agrarische bedrijfsgebouwen gebouwd. De bedrijfswoningen bevinden zich in het gebouw aan het Recht van ter Leede, de uitbouw en in het achterhuis. De bedrijfsgebouwen zijn verouderd en op het perceel vindt veel opslag plaats. Het perceel heeft hierdoor thans een verrommelde uitstraling. Door de verplaatsing van het agrarisch bedrijf naar elders heeft het perceel zijn functie verloren en is vrijgekomen voor herontwikkeling. Het perceel Recht van ter Leede 38a wat deel uitmaakt van het plangebied betreft een bedrijfsperceel ten behoeve van de in- en verkoop van automobielen (auto’s, boten, caravans, aanhangers en dergelijke).

Afbeelding 4: Vooraanzicht op de twee bedrijfswoningen vanaf het Recht van ter Leede

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

6

Afbeelding 5: Verouderde veestal op het perceel

Afbeelding 6: Andere verouderde veestal op het perceel

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

7

Afbeelding 7: Perceel Recht van ter Leede 38a

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

8

3 PLANBESCHRIJVING 3.1 Plan Het perceel Recht van ter Leede 40-40a te Leerbroek betreft een agrarische bedrijfslocatie. In het kader van de toekomstbestendigheid van het agrarisch bedrijf is, gezien de huidige schaalvergroting in de agrarische sector, uitbreiding van het bedrijf noodzakelijk. De huidige locatie biedt voor het agrarisch bedrijf geen mogelijkheden voor het doorvoeren van de, vanuit het oogpunt van de bedrijfscontinuïteit, noodzakelijke modernisering van het agrarisch bedrijf. Gezien de huidige locatie in Leerbroek hiervoor niet passend is, heeft de agrariër zijn melkveehouderij verplaatst naar elders. De locatie aan het Recht van ter Leede is hierdoor vrijgekomen en leent zich voor een functiewijziging. De voormalige gemeente Zederik heeft aangegeven op zoek te zijn naar een nieuwe schoollocatie voor een basisschool in Leerbroek. Uit een verkenningsstudie van diverse locaties in en rondom Leerbroek is de vrijkomende locatie als voorkeurslocatie naar voren gekomen voor de realisatie van een nieuwe basisschool. Om de realisatie van de basisschool te kunnen bekostigen en de locatie aan het Recht van ter Leede te Leerbroek te herontwikkelen worden – naast het behoud van de huidige 2 woningen – 31 burgerwoningen toegevoegd. Het plan heeft hiermee een maatschappelijke en een huisvestingsfunctie. Middels het onderhavige plan wordt deze ontwikkeling mogelijk gemaakt.

Verder voorziet het plan in het realiseren van één burgerwoning op het naastgelegen perceel Recht van ter Leede 38a. Middels het plan wordt alle agrarische bebouwing en verharding gesloopt, behoudens de bestaande karakteristieke twee bedrijfswoningen. Vervolgens worden de basisschool, de burgerwoningen en infrastructuur gerealiseerd. Voor wat betreft de burgerwoningen voorziet het plan in het behouden van de huidige 2 woningen en de bouw van 14 rijwoningen, 10 geschakelde woningen en 7 vrijstaande woningen op de voormalige agrarische bedrijfslocatie. De nieuwe woningen worden gefaseerd opgeleverd. Daarnaast wordt op het perceel Recht van ter Leede 38a één vrijstaande woning gerealiseerd. Per saldo voorziet het plan hiermee in het toevoegen van 31 nieuwe woningen en een basisschool op de voormalige agrarische bedrijfslocatie en één nieuwe woning op het naastgelegen perceel aan het Recht van ter Leede. Op het perceel Recht van ter Leede 38a is een autodealer gevestigd. Tevens kunnen hier juridisch-planologisch bedrijven tot en met milieucategorie 2 zich hier vestigen. Omdat het plangebied wordt gewijzigd in een milieugevoelig gebied, dienen milieugevoelige objecten op een minimale afstand van 10 meter van het bedrijf gerealiseerd te worden, zodat de bedrijfsvoering van het bedrijf niet (verder) beperkt wordt (zie tevens §5.3).

Om te voorkomen dat toekomstige woningeigenaren vergunningsplichtige bouwwerken ten behoeve van een milieugevoelige functie binnen 10 meter van het bedrijf realiseren, is in de specifieke gebruiksregels opgenomen dat tot een strijdig gebruik in elk geval wordt gerekend het gebruik van gebouwen en bouwwerken voor milieugevoelige functies ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten milieugevoelige functies'. Deze aanduiding is opgenomen op 10 meter afstand van de bedrijfsbestemming waar bedrijven tot en met categorie 2 worden toegestaan. Hierdoor wordt juridisch-planologisch voldoende afstand geborgd van het bedrijf en mogelijk nieuwe vergunningsplichte en milieugevoelige objecten. Hiermee zijn vergunningsvrije en milieugevoelige objecten (zoals een bijgebouw ten behoeve van een beroep-aan-huis) echter niet uitgesloten. Om te voorkomen dat toekomstige wooneigenaren vergunningsvrije bouwwerken ten behoeve van een milieugevoelige functie op minder dan 10 meter van het bedrijf realiseren en daarmee de bedrijfsvoering van het bedrijf beperken, wordt middels dezelfde aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding uitgesloten – milieugevoelige functie’ vergunningsvrije en voor milieugevoelige functie bedoelde ‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

9

bijbehorende bouwwerken uitgesloten. Dit is bewerkstelligd door deze gronden niet aan te merken als erf, zoals bedoeld in artikel 1 behorende bij bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, zover het gaat om voor milieugevoelige functie gebruikte bijbehorende bouwwerken. Met deze regeling wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd en ontstaat er geen belemmering voor de bedrijfsvoering van het bestaande bedrijf. De wettelijke regeling ten behoeve van vergunningsvrij bouwen mag niet zomaar worden doorkruist in bestemmingsplannen. Uit uitspraken van de Raad van State blijkt dat inperkingen van de mogelijkheden voor vergunningsvrij bouwen soms wordt toegestaan, bijvoorbeeld als dat noodzakelijk is in verband met locatiespecifieke omstandigheden (uitspraak 201909275/1/R3, 17 juni 2020). Nu in het onderhavige plan sprake is van een locatie-specifieke omstandigheid, namelijk de noodzaak tot voldoende afstand houden ten opzichte van het bestaande bedrijf in het kader van bedrijven- en milieuhinder, kan gesteld worden dat het inperken van het vergunningsvrij bouwen gerechtvaardigd is.

Afbeelding 8: Stedenbouwkundig ontwerp

Afbeelding 9: Ontwerp nieuwe basisschool

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

10

Afbeelding 10: Vogelvluchtimpressie nieuwe basisschool

Afbeelding 11: Vogelvluchtimpressie nieuwe basisschool

10 m Zone milieugevoelige functies uitgesloten 10 m

10 m

Bedrijven t/m categorie 2 toegestaan

Bedrijven t/m categorie 1 toegestaan

Afbeelding 12: Milieugevoelige zone ten opzichte van toegestane bedrijfscategorieën

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

11

3.2 Stedenbouwkundig ontwerp Het stedenbouwkundig plan betreft feitelijk gezien een uitbreiding van het dorp in de tweede oksel van de zo kenmerkende T-structuur tussen het lint Recht van ter Leede en de Kerkweg die hier haaks op aansluit. De centrale route van de bestaande boerderijwoning voor aan het lint tot achterin het buurtje aan de rand met het landschap vormt de belangrijkste ruimtelijke drager. Deze lijn volgt de bestaande water en groenstructuur in het gebied en wordt beëindigd met een bijzondere plek. De wegenstructuur van het nieuwe buurtje sluit aan op de bestaande hoofdstructuur van beide routes, zoals eerder ook al gebeurt is bij de dorpsuitbreiding aan de andere zijde van de Kerkweg. De Hoogstraat wordt doorgetrokken over de Kerkweg en ontsluit hier de nieuwe school. Over de bestaande sloot sluit deze aan op de centrale route van de boerderij naar het landschap. Ook de bestaande Raadhuisstraat wordt aangesloten op het nieuwe buurtje. Aan de andere zijde van de Kerkweg verbindt een nieuw voetgangersbruggetje deze weg met het woonpad en de bijzondere plek.

Afbeelding 13: Stedenbouwkundig plan – routes en infrastructuur

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

12

De bestaande watergangen zijn het vertrekpunt geweest voor de indeling van het nieuwe buurtje. De groenstructuur sluit hierop aan. Langs de lange waterlopen zijn groensingels gerealiseerd, die de lange landschappelijke slagen in deze nieuwe buurt blijven benadrukken en versterken. Zij zorgen voor beschutting langs het ‘struinpad’ of op de begrenzing met de bedrijvigheid op het buurperceel. De andere waterlopen worden aangezet met eenvoudiger en meer transparante rijen knotwilgen. Op specifieke plekken, zoals het voorerf, de bijzondere plek aan het landschap en de Schoolstraat is op een andere manier met groen gewerkt. Hier zijn afhankelijk van de functie een of meer grotere, meer zelfstandige, bomen ingepast. Vanwege de beperkte omvang, wordt dit buurtje als één geheel beschouwd en uitgewerkt volgens één eenduidige benadering.

Afbeelding 14: Stedenbouwkundig plan – groen- en watersturcturen

Hierna worden de verschillende elementen van het plan beschreven en de accentverschillen toegelicht. Boerderijwoning behouden De bestaande boerderij aan het Recht van Ter Leede betreft een karakteristieke boerderij uit 1862. Het pand aan de straat bestaat uit twee boerderijwoningen. De achterliggende schuur is hieraan vastgebouwd en uitgevoerd met een karakteristieke mansardekap. De twee boerderijwoningen blijven behouden en de bestaande voortuin met hagen, bomen en grind blijft goeddeels bewaard. De inrit aan de zuidzijde van het pand zal worden aangepast en ontsluit in de toekomst

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

13

alleen nog maar de oostelijke woning van de bestaande boerderij. De achtergelegen schuur wordt gesloopt en vervangen door nieuwbouw. De schuur met karakteristieke mansardekap dient als inspiratie voor de nieuwbouw van de rij woningen direct achter de boerderijwoning aan het Recht van Ter Leede. Onderstaande beelden (weliswaar zonder mansardekap) dienen als referentie.

Afbeelding 15: Referentieafbeeldingen schuurwoningen

3.3 Beeldkwaliteit/welstand Aansluitend om het stedenbouwkundig plan is door Buro BEUK een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan heeft tot doel en hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit te waarborgen bij de ontwikkeling van het plangebied. Het bevat de stedenbouwkundige randvoorwaarden en welstandscriteria voor nieuwbouw en herinrichting van de Slagboomlocatie in Leerbroek. Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van welstandscriteria. De welstandscriteria voor het onderhavige plan zijn opgedeeld in twee gebieden: de Lint Leerbroek (langs de Kerkweg en Recht van ter Leede) en Woongebied Slagboomlocatie (de basisschool en omliggende woningbouw). Voor het volledige beeldkwaliteitsplan wordt verwezen naar de bijlage van de toelichting.

Afbeelding 16: Welstandsgebieden Leerbroek

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

14

3.4 Verkeer, parkeren en verkeersgeneratie Middels het onderhavige plan wordt het mogelijk gemaakt om de huidige basisschool Eben-Haëzer aan de Leerbroekseweg te Leerbroek te verplaatsen naar het Recht van ter Leede. Tevens worden binnen het plangebied 32 nieuwe woningen gerealiseerd. Om inzicht te krijgen in de verkeersveiligheid rondom de nieuwe school, weginrichting, verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte van de te ontwikkelen locatie is door Megaborn een verkeersonderzoek opgesteld voor de ontwikkeling op het perceel Recht van ter Leede 40-40a. Vermeld dient te worden dat het gemeentelijk parkeerbeleid vanaf 1 januari 2021 is komen te vervallen. De drie verschillende beleidsstukken op het gebied van parkeren van de voormalige gemeenten Leerdam, Zederik en Vianen zijn niet binnen twee jaar na de herindeling geharmoniseerd en zijn daardoor van rechtswege vervallen. In het verkeersonderzoek is echter wel rekening gehouden met het gemeentelijk parkeerbeleid. Dit parkeerbeleid gaat uit van de parkeerkencijfers uit de meest recente CROW publicatie. In het verkeersonderzoek is daarom gerekend met de meest recente parkeerkencijfers van het CROW (kennisinstituut voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer, en werk en veiligheid).

Daarmee wordt gesteld dat, ondanks dat het gemeentelijk parkeerbeleid niet meer rechtsgeldig is, de parkeerbehoefte uit het onderzoek wel gebaseerd is op algemeen aanvaardbare en verifieerbare parkeerkencijfers. Het verkeersonderzoek is toegevoegd in de bijlage van de toelichting. De aanbevelingen uit het onderzoek luiden: Verkeer ‘Op basis van de conclusies van het uitgevoerde onderzoek worden de volgende aanbevelingen gedaan: Ontsluiting  Locatie laten aansluiten op de Kerkweg en het Recht van Ter Leede met een gelijkwaardig kruispunt. Aanbevolen wordt om dit kruispunt vorm te geven als kruispuntplateau: een verhoogd kruisingsvlak met bij voorkeur een afwijkende kleur en textuur. Wanneer dit niet mogelijk is wordt minimaal een vormgeving voorgesteld overeenkomstig de kruispunten op de Dorpsweg; Kerkweg  Afwaarderen van de Kerkweg binnen de bebouwde kom naar erftoegangsweg (30 km/uur);  Herinrichten van de Kerkweg als erftoegangsweg (minimaal overeenkomstig de vormgeving van de Dorpsweg). Hiervoor zal een ontwerp opgesteld moeten worden. Benodigde aanpassingen op hoofdlijnen: o Gelijkwaardig maken van bestaande kruisingen (eventueel in combinatie me kruispuntplateau; o Verwijderen van het aanliggende fietspad ten noorden van de Hoogstraat; o Verbreden trottoir ten noorden van de Hoogstraat.

De gewenste breedte is 1,80 meter; o Aanbrengen fietssuggestiestroken aan beide zijden van de weg; o Aanbrengen van een snelheidsremmende maatregel ter hoogte van de aansluiting van De Slagboom (kruispuntplateau);  Aanleggen van een oversteekvoorziening op de Kerkweg, direct ten zuiden van de aansluiting van de locatie Slagboom. In principe worden er binnen 30 km/uur-zones geen voetgangersoversteekplaatsen (zebra) aangelegd. Wanneer er sprake is van een geconcentreerde oversteekbeweging kan dit wel overwogen worden. Geadviseerd wordt om en voetgangersoversteekplaats aan te leggen en deze te combineren met het hiervoor geadviseerde kruispuntplateau. ‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

15

Kruispunt Kerkweg – Dorpsweg  Verbreden van het kruispunt in westelijke richting om te voorkomen dat vrachtverkeer over de trottoirs rijdt;  Trottoir langs de Kerkweg verlengen tot op de Dorpsweg;  Aanleggen van een oversteekvoorziening op de Dorpsweg, direct ten westen van het kruispunt.’ Bovenstaande aanbevelingen van Megaborn zijn in het onderhavige plan overgenomen. Op deze manier ontstaat er op het gebied van verkeersveiligheid en bereikbaarheid een goede situatie.

Afbeelding 17: Nieuwe situatie kruising Recht van ter Leede - Kerkweg

Parkeren ‘Ten aanzien van parkeernormen voor het bepalen van de theoretische parkeerbehoefte van ruimtelijke ontwikkelingen wordt aangesloten bij de kencijfers van het CROW. Het in het parkeerbeleid opgenomen normenschema is gebaseerd op CROW-publicatie 182 ‘Parkeerkencijfers – Basis voor parkeernormering’. In het parkeerbeleid is aangegeven dat de gemeente uitgaat van nieuwe kencijfers zodra deze geactualiseerd worden. De meest actuele kencijfers zijn opgenomen in CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’. In dit onderzoek is van deze kengetallen uitgegaan. De kencijfers kennen een bepaalde bandbreedte. Binnen deze bandbreedte kunnen gemeenten, op basis van plaatselijke omstandigheden, parkeernormen vaststellen. In dit onderzoek is uitgegaan van het gemiddelde kencijfer. Voor de totale ontwikkeling van het gebied is de parkeerbehoefte bepaald, waarbij is uitgegaan van gecombineerd gebruik van parkeerplaatsen.  Woning koop, vrijstaand: 2,3 parkeerplaatsen per woning;  Woning koop, twee-onder-een-kap: 2,2 parkeerplaatsen per woning;  Woning koop, tussen/hoek: 2,0 parkeerplaatsen per woning. Bij de berekeningen is er van uitgegaan dat de woningen ‘duur’ (vrijstaand) en ‘middel’ (twee-onder-een-kap) over één parkeerplaats op eigen terrein beschikken. Deze plaatsen zijn niet openbaar en zijn daarom niet in de berekeningen meegenomen.

Voor de functies basisschool en BSO/kinderopvang is gebruik gemaakt van rekenprogramma ‘Parkeren en verkeer’.

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

16

De werkdagochtend en –middag zijn maatgevend. In theorie is er dan behoefte aan 55 openbare parkeerplaatsen. Door het halen en brengen is deze piekbehoefte maar kortstondig. De vraag naar parkeerplaatsen is meestal maar voor een korte periode. Het soort en de locatie van de voorzieningen moet zorgvuldig worden gekozen. Voor een veilige schoolomgeving is het belangrijk om kortparkeerplaatsen aan te leggen in de nabijheid van de school voor het halen en brengen van kinderen. Voor personeel dienen aparte parkeervoorzieningen beschikbaar te zijn. De berekende parkeervraag is inclusief het halen en brengen van kinderen. Het stedenbouwkundige plan voor de ontwikkeling van de locatie Slagboom lijkt te voorzien in 56 openbare parkeerplaatsen. Zoals hiervoor beschreven is er in de berekening van de parkeercapaciteit van uitgegaan dat de vrijstaande en tweeonder-een-kapwoningen beschikken over (minimaal) één parkeerplaats op eigen terrein. In dat geval wordt er voldaan aan de parkeereis. Conclusie  Het plan lijkt te voorzien in voldoende openbare parkeerplaatsen;  Ook tijdens piektijden bij de basisschool zijn er voldoende plekken.’ Geconcludeerd kan worden dat het plan voorziet in voldoende parkeerplaatsen om de toekomstige parkeerbehoefte op te kunnen vangen.

Verkeersgeneratie ‘Het CROW heeft kengetallen ontwikkeld voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer die wordt gegenereerd bij nieuwe ontwikkelingen. Zowel bij de kencijfers voor parkeren als voor de verkeersgeneratie is sprake van een bandbreedte (minimum en maximum). Ook voor de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van het gemiddelde kengetal per functie. Voor woningen zijn die als volgt:  Woning koop, vrijstaand: 8,2 ritten per woning per dag;  Woning koop, twee-onder-een-kap: 7,8 ritten per woning per dag;  Woning koop, tussen/hoek: 7,4 ritten per woning per dag. De verkeersgeneratie van de woningen binnen de ontwikkeling is bepaald door de aantallen geplande woningen te vermenigvuldigen met de bijbehorende kencijfers. De weekdag is omgerekend naar werkdag door de kencijfers, conform de hiervoor geldende richtlijn, te vermenigvuldigen met 1,11.

De grootste parkeer- en verkeersdruk bij basisscholen en kinderdagverblijven ontstaat door het brengen en halen van kinderen. De hoeveelheid auto’s is afhankelijk van het aantal kinderen op de betreffende locatie, de hoeveelheid kinderen die begeleid naar school gaat of met de auto wordt gebracht en hoeveel kinderen er overblijven. Door CROW is het rekenprogramma ‘Parkeren en verkeer’ ontwikkeld waarmee de hoeveelheid auto’s kan worden berekend. Uitgaande van de standaardinstellingen van het programma ten aanzien van halen/brengen en overblijven (landelijk gemiddelde op basis van ervaringscijfers) is de verkeersgeneratie van de schoollocatie als volgt:

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

17

In theorie genereert het plangebied 274 + 282 = 556 m.v.t. per werkdagetmaal. Door de ontwikkeling van de locatie zal het verkeersaanbod op de centrale assen toenemen. Ervan uitgaande dat het verkeer van en naar de locatie zich gelijkmatig verdeelt over beide ontsluitingen zal de intensiteit op Dorpsweg en het Recht van Ter Leede toenemen tot ongeveer 2.100 motorvoertuigen per werkdagetmaal. Deze wegen hebben voldoende restcapaciteit om het extra verkeer ten gevolge van de ontwikkeling op een verkeersveilige manier te verwerken. Naar verwachting zullen er in de toekomstige situatie ongeveer 1.800 motorvoertuigen per werkdagetmaal gebruik maken van de Kerkweg. Gelet op de bebouwde omgeving, het huidig en toekomstig gebruik van de Kerkweg (hoeveelheid verkeer) en de beperkte ruimte om aparte fietsvoorzieningen aan te leggen, is het wenselijk om de Kerkweg binnen de kom af te waarderen naar een erftoegangsweg. Daarbij is het van belang dat de weg dusdanig wordt ingericht dat de rijsnelheden omlaag gaan. Langs beide centrale assen zijn goede voorzieningen voor voetgangers aanwezig. Binnen 30 km/uur zones worden in principe geen oversteekvoorzieningen aangebracht. Alleen wanneer er sprake is van geconcentreerde oversteekbewegingen is dit aan de orde. Het is wenselijk om een oversteekvoorziening te creëren op de Kerkweg, ter hoogte van de ontsluiting van de locatie.

Tijdens schoolspitsen kan oversteken worden begeleid door verkeersbrigadiers, zoals in de huidige situatie ook gebeurt op de Dorpsweg. Om kinderen veilig de Dorpsweg over te laten steken is ook een oversteekvoorziening gewenst ter hoogte van het kruispunt Kerkweg – Dorpsweg. Deze oversteek dient ten westen van het kruispunt te worden gesitueerd. Het trottoir langs de Kerkweg ligt ook aan de westzijde. Daarnaast is het zicht op langzaam verkeer aan de westzijde van het kruispunt beter.’ Gesteld kan worden dat, indien de gestelde maatregelen getroffen worden, de verkeersgeneratie vanwege het plan goed opgevangen kan worden door de Kerkweg en het Recht van ter Leede. Het plan voorziet in het nemen van de gestelde maatregelen. Met betrekking tot de toevoeging van één woning op het perceel Recht van ter Leede 38a is aangesloten bij het onderzoek van Megaborn. Dit betekent dat deze woning een parkeerbehoefte heeft van 2,3 parkeerplaatsen en 9 (8,2) ritten per dag genereert. Op het perceel zal voldoende ruimte zijn voor het parkeren van minimaal 3 auto’s. De openbare wegen in Leerbroek kunnen verder, bovenop de verkeersgeneratie vanwege de overige 32 woningen en de basisschool, de extra verkeersgeneratie vanwege de woning op het perceel Recht van ter Leede 38a opvangen. De nieuwe woning wordt ontsloten via de bestaande in- en uitrit op het Recht van ter Leede.

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

18

4 BELEIDSKADER 4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Het Rijk streeft naar een Nederland dat concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig is. Dit wil zij doen met een krachtige aanpak, die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker vooropzet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is nodig om deze nieuwe aanpak vorm te geven. Daarnaast geven nieuwe politieke accenten, veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen aanleiding voor herziening van het rijksbeleid. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders.

Afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering laat het Rijk los. Het Rijk geeft aan dat landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten identiteit geven aan een gebied en culturele voorzieningen en cultureel erfgoed bovendien van groeiend belang zijn voor de concurrentiekracht van Nederland. In de nieuwe structuurvisie is aangegeven dat het Rijk verantwoordelijk blijft voor het cultureel en natuurlijk UNESCO Werelderfgoed (inclusief de voorlopige lijst), kenmerkende stads- en dorpsgezichten, rijksmonumenten en het maritieme erfgoed. Het beleid ten aanzien van landschap is niet langer een Rijksverantwoordelijkheid en laat het Rijk over aan de provincies. Het onderhavige plan is op rijksniveau kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in het Barro. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen.

Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het onderhavige plan is op rijksniveau kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting op een ruimtelijk besluit voor nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen bepaalde duurzaamheidsaspecten van het voornemen te motiveren. Per 1 juli 2017 is artikel 3.1.6. van de Bro op een aantal punten gewijzigd. In het geval in het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, dient de toelichting een beschrijving te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

19

ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Dit artikel wordt ook wel de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ genoemd. Provincies hebben de mogelijkheid aanvullende regels voor de ladder te stellen. Toetsing aan de ladder is hierom opgenomen in het provinciaal beleid (paragraaf 4.2.2).

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

20

4.2 Provinciaal beleid Per 1 januari 2019 maakt Leerbroek onderdeel uit van de gemeente Vijfheerenlanden na de fusie van de gemeenten Leerdam, Vianen en Zederik en behoren daarbij tevens bij de provincie Utrecht. De provincie Utrecht heeft op 10 maart 2021 de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht vastgesteld. Omdat dit bestemmingsplan voor 1 april 2021 als ontwerp ter inzage is gelegd, geldt het overgangsrecht voor dit plan en dient het plan nog getoetst te worden aan het voormalige provinciaal beleid; het beleid van de provincie Zuid-Holland. 4.2.1 Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM) De provincie stuurt op (boven)regionaal niveau op de inrichting van de ruimte. De Visie ruimte en mobiliteit (VRM) geeft op hoofdlijnen sturing aan de ruimtelijke ordening en maatregelen op het gebied van verkeer en vervoer. Hoofddoel van de VRM is het scheppen van voorwaarden voor een economisch krachtige regio. Dat betekent ruimte bieden om te ondernemen, het mobiliteitsnetwerk op orde brengen en zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving. De VRM bevat een nieuwe sturingsfilosofie. De kern daarvan is:  Ruimte bieden aan ontwikkelingen.  Aansluiten bij de maatschappelijke vraag naar woningen, bedrijfsterreinen, kantoren, winkels en mobiliteit.  Allianties aangaan met maatschappelijke partners.  Minder toetsen op regels en meer sturen op doelen.

In de VRM zijn 4 thema's te onderscheiden: 1. Beter benutten en opwaarderen van wat er is; 2. Vergroten van de agglomeratiekracht; 3. Versterken van de ruimtelijke kwaliteit; 4. Bevorderen van de transitie naar een water- en energie-efficiënte samenleving. 1. Beter benutten en opwaarderen De provincie vangt de groei van de bevolking, de mobiliteit en de economische activiteit vooral op in de bestaande netwerken en bebouwde gebieden. Beter benutten en opwaarderen leidt tot een intensiever, compact ruimtegebruik. Het onderhavige plangebied betreft een agrarische bedrijfslocatie welke vrijkomt door verplaatsing van het melkveebedrijf. Middels het onderhavige plan wordt het huidige agrarische bedrijfsperceel opgeruimd en krijgt het perceel een nieuwe invulling in de vorm van woningbouw. De twee bestaande cultuurhistorische bedrijfswoningen blijven behouden. Tevens wordt een basisschool gerealiseerd en een extra burgerwoning op het perceel Recht van ter Leede 38a. Middels het wegnemen van de agrarische bestemming is nieuwvestiging van een volwaardig agrarisch bedrijf (incl. bedrijfsverkeer) op deze locatie uitgesloten. In het kader van bedrijf- en milieuhinder, in relatie tot de omliggende woningen, is hiermee sprake van een verbeterde situatie.

Gezien volwaardige agrarische bedrijfsactiviteiten niet wenselijk zijn in de lintbebouwing en nabij een dorpskern, kan de aanpassing van een agrarisch perceel naar woningbouw en basisschool gezien worden als een opwaardering en het beter benutten van het perceel, met name omdat het plangebied een entreefunctie heeft voor het dorp Leerbroek. 2. Versterken van de agglomeratiekracht Meer concentratie en specialisatie van locaties die onderling goed verbonden zijn, leidt tot de versterking van de kennis- en bedrijvencentra op het Europese en wereldtoneel. De provincie wijst de concentratielocaties met goede ontsluiting aan. Daarnaast werkt de provincie aan een goede aantakking van de Zuid-Hollandse economie op het nationale, Europese en wereldwijde netwerken van goederen- en personenvervoer. Detailhandel is een belangrijke drager voor levendige centra. De VRM concentreert winkels zoveel mogelijk in bestaande winkelgebieden om leegstand in de kern te voorkomen. ‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

21

Dit thema is niet van toepassing op het plan. 3. Versterken ruimtelijke kwaliteit Het provinciale landschap valt onder te verdelen in drie typen, gekenmerkt door veenweiden, rivieren en kust. Het verstedelijkingspatroon, de natuurwaarden en het agrarisch gebruik sluiten daarop aan. De versterking van de kwaliteiten van de gebieden wordt centraal gesteld. De voorwaarde hierbij is dat de maatschappelijke behoefte is aangetoond en de nieuwe ontwikkeling bijdraagt aan het behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Bij ruimtelijke kwaliteit gaat het om een integrale benadering waarbij de samenhang tussen bruikbaarheid, duurzaamheid én belevingswaarde in acht wordt genomen. Het onderhavige plan zorgt voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De bestaande verouderde agrarische gebouwen worden gesloopt. Om een optimale ruimtelijke kwaliteitswinst te bereiken wordt de vrijgekomen locatie op een passende wijze ingericht. De karakteristieke bedrijfswoningen blijven behouden en de 32 nieuwe grondgebonden woningen sluiten qua bouwstijl en maatvoering aan bij de directe omgeving. Ook de basisschool zal aansluiten bij de bebouwing in de directe omgeving door de basisschool te voorzien van maximaal één bouwlaag met een kap. Het stedenbouwkundig ontwerp is zo opgezet dat de rooilijnen van de woningen de slagenrichting van het landschap volgen.

Het plan sluit met deze rechte structuren stedenbouwkundig aan bij de bebouwde kom van Leerbroek. De nieuwbouwwijk zal hierdoor ‘samensmelten’ met de huidige kern en één geheel vormen. Doordat het plangebied een entreefunctie heeft voor de kern Leerbroek is het onderhavige plan stedenbouwkundig gezien passend. Met het wegbestemmen van de agrarische bestemming wordt tevens ongewenst zwaar verkeer uit de dorpskern Leerbroek weggenomen. Daarnaast wordt verdere veroudering van de agrarische bebouwing en daarmee verpaupering en aantasting van de ruimtelijke kwaliteit voorkomen. Met de verplaatsing van het agrarisch bedrijf uit een locatie tegen de kern van Leerbroek voorziet het plan tevens in een verbetering van het woon- en leefklimaat aan het Recht van ter Leede. Kwaliteitskaart Met de kwaliteitskaart worden de kwaliteitsambities van de provincie getoond. De kwaliteitskaart staat met de bijbehorende uitwerking in richtpunten aan de basis van de gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit, die een handreiking vormen voor het gebiedsspecifiek omgaan met ruimtelijke kwaliteit. De kwaliteitskaart toont in vier lagen de gebiedskenmerken en kwaliteiten die de provincie belangrijk vindt. Doel van de kaart is om nieuwe ontwikkelingen binnen de provincie op een logische en aantrekkelijke manier te verbinden.

De vier lagen betreffen de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving. Laag van de ondergrond De laag van de ondergrond gaat over de grondslag van de provincie en de natuurlijke (landschapsvormende) processen. Deze laag bestaat uit de bodem, de geomorfologische kenmerken en het water. Echte natuurlijke landschappen kent de provincie nauwelijks. Wel zijn de verschillen tussen drie deltalandschappen nog steeds goed herkenbaar, ook in de ondergrond: het kustlandschap als complex van strand, duinen, strandwallen en strandvlakten, het veenlandschap als complex van (natte) veengronden, droogmakerijen en plassen, en het rivierdeltalandschap als complex van zeekleipolders, buitendijkse gronden en wateren van de delta. Ieder complex stelt zijn eigen eisen aan ontwikkelingen. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt aandacht gevraagd voor (het gebruiken van) de bestaande bodem en het watersysteem, de natuurlijke dynamiek en landschapsvormende processen, met het oog op het versterken van de toekomstwaarde van de provincie.

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

22

Water als structuurdrager Rivierklei en veen

Afbeelding 18: Uitsnede kwaliteitskaart - laag van de ondergrond

Het plangebied is gelegen binnen de contouren van gebieden opgenomen als ‘water als structuurdrager’ en ‘rivierklei en veen’. Voor ontwikkelingen in gebieden gekenmerkt als ‘water als structuurdrager’ stelt de provincie de volgende richtpunten:  Ontwikkelingen houden rekening met hun invloed op het watersysteem als geheel en dragen bij aan een duurzame en zo eenvoudig mogelijke werking van dit systeem.  Ontwikkelingen versterken de samenhang en continuïteit in het watersysteem als dragende ecologische en recreatieve structuur van ZuidHolland. Ruimte voor natuurlijke dynamiek is hierbij een uitgangspunt.  Ontwikkelingen dragen bij aan het verbeteren van de zichtbaarheid en toegankelijkheid van het oppervlaktewater. En voor ‘rivierklei en veen’ de volgende richtpunt:  Ontwikkelingen in het rivierengebied houden het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar. Toetsing op laag van de ondergrond In het nieuwe woongebied wordt water als belangrijke structuurdrager ontwikkeld en is ingezet op een duurzaam watersysteem. Het nieuwe systeem is zo gekozen dat het water vertraagd afvoert. De parkeerplaatsen in het plangebied worden aangelegd door middel van grasbetontegels, waardoor het verhard oppervlak kleiner wordt en het water via deze parkeerplaatsen kan infiltreren.

Uiteindelijk moet er door het neerslagoverschot in Nederland altijd nog water afgevoerd worden uit het plangebied. Daarnaast is met het plan rekening gehouden dat er geen ‘dood’ water kan ontstaan. Doordat er geen doodlopende stukken in het oppervlaktewatersysteem aanwezig zijn, spoelt het systeem goed door. Daarnaast zijn de uitstroomvoorzieningen van het HWA systeem goed verdeeld over het oppervlaktewatersysteem en stroomt water van de straat gelijkmatig over het hele plangebied het oppervlaktewater in, wat de kwaliteit ten goede komt. Onderhavige ontwikkeling zorgt er niet voor dat het verschil tussen komgronden en oeverwallen verloren gaat. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen In het buitengebied zijn agrarische landschappen en natuurlandschappen veelal beeldbepalend. Dicht bij de stad vinden we een grote diversiteit aan verschillende natuur- en cultuurlandschappen met bijbehorende (lint)bebouwing. Ook in deze laag zijn de drie deltalandschappen terug te vinden: de zeekleipolders met ‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

23

omringende dijken in het rivierdeltalandschap, de bollenteelt en de landgoederen in het kustlandschap, en als derde het veenlandschap dat grotendeels is opgebouwd uit het uitgestrekte veenweidegebied met zijn langgerekte kavels en de droogmakerijen met hun kenmerkende rechthoekige structuur. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt aandacht gevraagd voor de kenmerken en waarden van de verschillende landschapstypen in de provincie.

Linten

Veen(weide) landschap

Afbeelding 19: Uitsnede kwaliteitskaart - laag van de cultuur- en natuurlandschappen

Het plangebied is gelegen binnen de contouren van gebieden opgenomen als ‘veen(weide)landschap’ en ‘linten’. Voor ontwikkelingen in het veen(weide)landschap heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld:  Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden;  Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen;  Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden;  Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/linten en niet in de veenweidepolders;  Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar. En voor ‘linten’ de volgende richtpunten:  Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied;  Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst;  Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend;  Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm.

Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht.

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

24

Toetsing aan laag van de cultuur- en natuurlandschappen Met betrekking tot het plan is het uitgangspunt om de bestaande landschappelijke kernkwaliteiten in het ontwerp te verwerken. De huidige landschappelijke kernkwaliteiten betreffen de lange slagen met daaraan parallel de watergangen. Het ontwerp speelt hierop in door de watergangen door te trekken en in het ontwerp op te nemen. Hierdoor wordt gerefereerd naar het omliggende landschap en wordt het oorspronkelijke slotenpatroon hersteld. Het plangebied is verder gelegen aan de cultuurhistorische lintbebouwing. De cultuurhistorische lintbebouwing kenmerkt zich door een afwisseling van (grotere) boerderijen en (kleinere) arbeiders-/knechtenhuisjes. Hier en daar is de traditionele bebouwing vervangen door nieuwbouw (vrijstaande woningen) en hebben de bestaande boerderijen de agrarische functie verloren en zijn volledig in gebruik als woonfunctie. De traditionele bebouwing is overwegend haaks in de eerste bebouwingslijn gesitueerd. De vervangende nieuwbouw is zowel haaks als parallel aan de openbare weg gebouwd. De hoofdvolumes (zowel traditioneel als nieuwbouw) zijn hoofdzakelijk rechthoekig opgebouwd uit bakstenen gevels met een gebakken pan of riet als dakbedekking.

De vervangende nieuwbouwwoningen hebben doorgaans een modernere bouwstijl dan de traditionele (woon)boerderijen en de arbeidershuisjes welke meer klassiek zijn vormgegeven. De gebruikte materialen zijn bij zowel de traditionele bebouwing als de nieuwbouw overwegend traditioneel (streekeigen). De gebruikte kleuren zijn ingetogen en zijn in harmonie met het omliggende slagenlandschap. Met betrekking tot het ontwerp en materiaalgebruik van de nieuwe woningen en de basisschool wordt hierop aangesloten. De bestaande karakteristieke woningen op het perceel Recht van ter Leede 40-40a blijven behouden. Het blok rijwoningen achter de te behouden twee bedrijfswoningen krijgt een schuuruitstraling, waarmee wordt gerefereerd naar een boerenerf. De woningen aan de Kerkweg worden georiënteerd op de Kerkweg, waardoor een karakteristiek beeld van woningen aan het dorpslint ontstaat. Dit wordt versterkt door de woningen te laten ontsluiten op de Kerkweg middels bruggetjes naar de erven. Het lint behoud hierdoor zijn eigen traditionele en streekeigen gezicht. Het plan is in overeenstemming met de richtpunten. Een en ander is opgenomen in het beeldkwaliteitsplan welke deel uitmaakt van de bijlage van deze toelichting. Laag van stedelijke occupatie Zuid-Holland is een dynamisch gebied met veel steden en dorpen.

Ook de bebouwde ruimte en de wijze waarop deze is ontstaan en gegroeid zijn zichtbaar geënt op de drie deltalandschappen. Dit heeft geleid tot specifieke kwaliteiten. Het voortbouwen op de eigen identiteit van steden en dorpen, in relatie tot het landschap, zorgt voor herkenbare en onderscheidende woon- en werkmilieus. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt aandacht gevraagd voor het behouden of versterken van de identiteit en gebruikswaarde van stads- en dorpsgebied. Zo kunnen ontwikkelingen bijdragen aan versterking van levendige centra en interactiemilieus. Ook het contrast tussen de dynamische stedelijke regio’s en het tussengelegen luwe gebied is een belangrijke kwaliteit. Aan de stads- en dorpsranden zijn die contrasten het meest uitgesproken. Aan deze randen is nadrukkelijk aandacht nodig voor de doorgaande landschappelijke structuren, de recreatieve verbindingen tussen stad en land en het ontwerp en de inrichting van de stads- en dorpsrand zelf. De stedelijke groen- en waterstructuur vormt als het ware het haarvatenstelsel van het landschap in de stad. De verbindende en geleidende functie is een belangrijke kwaliteitsdrager.

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

25

Stads- of dorpsrand

Verspreid glas buiten glastuinbouwgebied Afbeelding 20: Uitsnede kwaliteitskaart - laag van de stedelijke occupatie

Het plangebied is in de derde laag van de kwaliteitskaart opgenomen als ‘stads- of dorpsrand’ en ‘verspreid glas buiten glastuinbouwgebied’. Voor ontwikkelingen in de stads- of dorpsrand’ is de volgende richtpunt opgenomen:  Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Uitgangspunt bij ontwikkelingen aan dorpsranden is de contactkwaliteit. En voor ‘verspreid glas buiten glastuinbouwgebied’ de volgende richtpunt:  Kassen buiten de glastuinbouwgebieden, die geen tuinbouwfunctie meer hebben (en een grote invloed hebben op het omliggende landschap), worden gesaneerd. Hergebruik voor ander functies is uitgesloten. In kassen op locaties, waar sanering geen verbetering van de ruimtelijke kwaliteit oplevert, is passend hergebruik of herontwikkeling mogelijk. Toetsing op laag van de stedelijke occupatie De stads- en dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap. Het is het deel van het dorp met potentie voor een hoogwaardig en geliefd woonmilieu, doordat hier de genoegens van stedelijk en buiten wonen bij elkaar komen; de nabijheid van voorzieningen gecombineerd met het vrije zicht en het directe contact met het buitengebied.

De relatie tussen bebouwd gebied en landschap is afhankelijk van de karakteristieken van de bebouwingsrand en die van het aangrenzende landschap. Daarbij worden drie typen ‘overgangskwaliteiten’ onderscheiden. Het front, het contact en de overlap. Uitgangspunt bij ontwikkelingen aan dorpsranden is de contactkwaliteit. 1. De kwaliteit van het front (contrast) Een scherpe rand tussen bebouwing en land, waarbij de bebouwing en landschap ‘met het gezicht naar elkaar’ zijn gekeerd. Er zijn verschillende situaties denkbaar, waarbij landschappelijke grenzen zorgen voor een scherp contrast tussen bebouwing en landschap. De stad aan de rivier of aan zee (waterfront, zeefront), appartementsgebouwen langs de duinrand of de bebouwingsrand rond een (verder vrij onbebouwde) droogmakerij. Stad en buitengebied brengen hun eigen eigenschappen maximaal tot expressie. Vormen van hoogbouw kunnen hier aan het karakter bijdragen. Bij water- en zeefronten bieden combinaties met de waterkering kansen voor kwaliteit. Het ‘wegfront’ vraagt om extra aandacht voor verbindingen tussen stad en ommeland. Hier is het vaak niet het geval dat bebouwing en landschap met het gezicht naar elkaar zijn gekeerd. De grens is scherp,

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

26

maar men mist de kwaliteiten van het ‘zicht op elkaar’. 2. Contactkwaliteit Bebouwd gebied en landschap zijn verbonden door zichtbare en begaanbare doorlopende structuren, zoals wegen, paden, dijken, lanen, linten of waterlopen. De structuur die stad en land verbindt, kan een herkenbare landschappelijke onderlegger hebben als een strandwal of rivier. In andere situaties is het kavelpatroon doorlopend. Stad en ommeland blijven beide in hun eigen hoedanigheid herkenbaar en onderscheidend, maar worden in staat gesteld in elkaar door te dringen. Deze soort overgang is typisch voor dorpen of buitenwijken, waarbij de stedenbouwkundige opzet bijvoorbeeld geënt is op het oorspronkelijke landschappelijke (kavel)patroon. 3. De kwaliteit in de overlap (‘contract’) Tussen bebouwd gebied en landschap is een geleidelijke overgang. Stedelijke en landelijke programma’s vloeien in elkaar over. Het zijn gebieden met een hybride uitstraling en betekenis: recreatiegebieden, sportvelden, volkstuincomplexen, golfbanen, enzovoorts. Er wordt een geïntegreerde ontwikkeling ontworpen van woon-, werk-, productie- en vrijetijdslandschappen die zoveel mogelijk aansluiten bij de ruimtelijke kwaliteiten van het omringende landschap en met een goede dooradering van recreatieve routes. Met de realisatie van het onderhavige plan wordt de dorpsrand van Leerbroek verplaatst.

Door in het stedenbouwkundig ontwerp in te spelen op de karakteristieken van het omliggende landschap wordt contact gemaakt tussen enerzijds de bebouwde omgeving en anderzijds het omliggende open slagenlandschap. Het omliggende slagenlandschap waar de nieuwe dorpsrand van Leerbroek aan grenst, kenmerkt zich door verre doorzichten, de weidsheid, het rechte verkavelingspatroon met lange watergangen en weteringen. In het planontwerp zijn rechte watergangen in het plangebied getrokken in dezelfde lengterichting als de watergangen in het omliggende landschap zodat het oorspronkelijke slotenpatroon wordt hersteld en wordt aangesloten bij het landschap. Op deze manier ontstaan er herkenbare structuren van het landschap in de nieuwbouwwijk. Over de nieuwe centrale ontsluitingsweg – welke de richting van de slagen volgt – loopt een doorzicht naar het achtergelegen open slagenlandschap, waardoor vanaf het Recht van ter Leede zicht is op het slagenlandschap. Het dorp en ommeland dringen hiermee in elkaar door. Op het einde van de ontsluitingsweg komen buurt en het landschap bij elkaar. De ontsluitingsweg vormt hierdoor een belangrijke ruimtelijke drager. De zichtas aan het uiteinde van de ontsluitingsweg krijgt extra landschappelijke aandacht door hier een verblijfsplek te creëren .

Verder worden de woningen aan de noordoostzijde/de landschapszijde met de voorgevel naar het landschap toe gerealiseerd. Op deze manier worden dorp en ommeland in hun eigen hoedanigheid herkenbaar en onderscheidend. Door het aanbrengen van streekeigen knotwilgen en het realiseren van een ommetje en een ecologische oever tussen de nieuwbouw en het veenweidegebied wordt een zachtere overgang gecreëerd. Tevens wordt door het ommetje een stadlandverbinding gerealiseerd, waardoor het landschap nog beter beleefbaar wordt. Doordat het ontwerp voorziet in de integratie van herkenbare structuren van het landschap in het plangebied, een ruimtelijke drager in de vorm van een doorzicht naar het veenweidegebied met aan het uiteinde een verblijfsplek en het realiseren van woningen aan de landschapszijde met de voorgevel naar het landschap, blijven dorp en ommeland beide in hun eigen hoedanigheid herkenbaar en onderscheidend, maar worden in staat gesteld in elkaar door te dringen. Deze

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=bba60d4d-8fe0-4ad5-bc3e-ca311e67ae7d