CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan - Doelakkerweg 56, Ameide

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 4 februari 2021, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Doelakkerweg 56 Ameide11.517 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bestemmingsplan ‘Doelakkerweg 56, Ameide’

26

compensatie in het kader van waterberging plaats te vinden. Om te berekenen welke hoeveelheid watercompensatie noodzakelijk is heeft het Waterschap Rivierenland voor dit gebied de stelregel dat er 436 m 3 waterberging moet worden gerealiseerd bij een toename van het verhard oppervlak van 10.000 m2. Tabel 2: Verhardingsbalans Bestaande situatie Voormalige bedrijfsloods

Oppervlakte 242 m²

Totaal bestaande situatie

242 m2

Nieuwe situatie Twee-onder-een-kapper Erfverharding (70% van erf)

145 m² 466 m²

Totaal nieuwe situatie

611 m²

Verschil

369 m² toename

Afbeelding 14: Verharding bestaande en nieuwe situatie

Het onderhavige plan resulteert in een toename aan verharding van 369 m2. Op basis hiervan is het realiseren van watercompensatie noodzakelijk. Op basis van de stelregel dient 248 ÷ 10.000 × 436 = 16,1 m³ aan water gecompenseerd te worden. Rekening houdend met een peil van 0,2 m betekent dit een oppervlak van 80,5 m². De watercompensatie zal op een nader te bepalen locatie plaatsvinden. Voor het realiseren van water dient een watervergunning aangevraagd te worden. Omdat de toename aan verharding onder de 500 m² blijft kan de initiatiefnemer eventueel gebruik maken van de eenmalige particuliere vrijstelling indien hier nog geen gebruik van is gemaakt. In dat geval zijn watercompenserende maatregelen niet noodzakelijk. Bij de afdeling Vergunningen van het waterschap Rivierenland dient te worden nagegaan of er gebruik kan worden gemaakt van de vrijstelling. Hemelwater- en vuilwaterafvoer (riolering) Conform de Leidraad Riolering en het waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden:

Bestemmingsplan ‘Doelakkerweg 56, Ameide’

27

• • • • • •

Het gebruiken van het hemelwater; Het opvangen van het hemelwater op een vegetatiedak; Het infiltreren van het hemelwater zonder overloop; Het infiltreren van hemelwater met overloop naar oppervlaktewater; Het afvoeren van het hemelwater naar het oppervlaktewater; Het afvoeren van het hemelwater naar rioolwaterzuiveringsinstallatie.

Het beleid van het Waterschap Rivierenland is erop gericht om hemelwater van dak- en wegoppervlakken af te koppelen van de riolering en af te voeren naar het oppervlaktewater. Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem geldt een verbod op het toepassen van zink, lood, koper en PAK'shoudende bouwmaterialen. Met de inwerkingtreding van het Besluit lozen buiten inrichtingen per 1 juli 2011, worden door het waterschap geen voorschriften meer gesteld voor het zuiveren van afvloeiend hemelwater. Conform artikel 3.3 en 3.4 van dit besluit is het lozen van hemelwater op het oppervlaktewater toegestaan. Indien schoon hemelwater vervuild wordt door het oppervlak waar het over afstroomt kan maatwerk mogelijk blijven. Hemelwater van verhardingen stroomt rechtstreeks af op het gescheiden rioolstelsel. In het plan wordt ervan uitgegaan dat het hemelwater en vuil water wordt afgevoerd via het bestaande gescheiden rioleringsstelsel (DWA). De nieuwe woningen worden aangesloten op het bestaande gescheiden rioleringsstelsel. Het rioleringsstelsel valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Vijfheerenlanden. In het plangebied ligt geen rioolwaterpersleiding van het Waterschap Rivierenland Waterkering Het plangebied is niet gelegen binnen de kernzone en/of (buiten)beschermingszone van een waterkering.

Plangebied

Afbeelding 15: Uitsnede legger waterkeringen

Conclusie Het onderhavige plan heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem.

Bestemmingsplan ‘Doelakkerweg 56, Ameide’

28

5.7 Ecologie Beleidskader Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming ingegaan. Deze wet vervangt de 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Het doel van de nieuwe Wet natuurbescherming is het in stand houden en beschermen van in het wild voorkomende plant- en diersoorten, Natura 2000-gebieden en bossen. Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als onder de Flora- en faunawet, een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat u werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. In de Wet natuurbescherming geldt tevens dat onderzocht moet worden of ruimtelijke ingrepen effect hebben op beschermde soorten, beschermde gebieden en beschermde bosopstanden (ecologische quickscan). Ter bescherming van natuurwaarden is er door de Europese Unie een netwerk van speciale beschermingszones aangewezen onder de naam Natura 2000. De richtlijnen zijn in Nederland onder meer verankerd in de Wet Natuurbescherming (Wnb).

De Nederlandse Natura 2000-gebieden worden op basis van de Wet Natuurbescherming vastgelegd, waarbij de bescherming gericht is op beheer en instandhouding van natuurlijke habitats en leefgebieden van plant- en diersoorten. Kaders hiervoor zijn uitgewerkt in het Natura 2000-doelendocument. Op basis van de Wet Natuurbescherming worden speciale beschermingszones aangewezen. Voor deze gebieden worden instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd. Het Nationaal Natuurnetwerk (NNN) is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Het Nationaal Natuurnetwerk is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Robuuste leefgebieden voor planten en dieren zijn nodig om soorten van uitsterven te behoeden. Onderzoek Het onderhavige plan gaat uit van het slopen van een voormalige bedrijfsloods en de realisatie van twee woningen. In het kader van flora en fauna voorziet het plan hiermee in werkzaamheden welke nadelige gevolgen kunnen hebben voor de verblijfsplaatsen van beschermde plant- en diersoorten. Op basis hiervan is door Kingfisher Natuurprojecten een ecologische quickscan uitgevoerd. De conclusie uit dit onderzoek luidt: ‘Soortenbescherming Op basis van de uitgevoerde QuickScan kunnen de onderzoeksvragen t.a.v. soortenbescherming worden beantwoord: S1.

Welke WNB-beschermde soorten maken (mogelijk) gebruik van de planlocatie? Jaarrond beschermde broedvogels (huismus en kerkuil), tijdens het broedseizoen algemene beschermde soorten (bijv. merel). S2. Wat zijn de effecten van de voorgenomen werkzaamheden op deze beschermde soorten? Zonder voorzorgsmaatregelen worden algemene broedvogels die we kunnen verwachten in de particuliere tuin verstoord. Door buiten de broedperiode te werken is er geen sprake van negatieve effecten op algemene broedvogels. Er worden geen effecten op kerkuil en huismus verwacht omdat deze soorten niet aanwezig zijn op de locatie. Door de locatie bovendien ongeschikt te maken kunnen we effecten op deze soorten voorkomen.

Bestemmingsplan ‘Doelakkerweg 56, Ameide’

29

S3. Is aanvullend ecologisch onderzoek naar één of meerdere soorten noodzakelijk? Nee, de geschiktheid van de locatie voor broedvogels met jaarrond beschermde nesten kan in vraag worden gesteld. Bovendien is er bij deze QuickScan specifiek gelet op de aanwezigheid van sporen of aanwezigheid van soorten uit deze groep. S4. Welke voorzorgsmaatregelen dienen te worden uitgevoerd om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen of te beperken? Soort (groep) Vogels (alle)

Vogels met jaarrond beschermde nesten (Cat 1 t/m 4)

Maatregelen Werken buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli) of na voorafgaande broedvogelcontrole Ongeschikt maken van de loods voor Kerkuil. Dichtmaken van het raam om te voorkomen dat deze soort van de locatie gebruik kan maken (reeds na ons bezoek voldaan)

Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen werkzaamheden een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen? Nee. Gebiedsbescherming Op basis van de uitgevoerde QuickScan kunnen de onderzoeksvragen t.a.v. gebiedenbescherming worden beantwoord: G1. Ligt het plangebied in of nabij een Natura 2000-gebied of binnen het NNN? Het plangebied ligt op 1 km van Natura 2000-gebieden en ligt buiten het NNN. G2. Kunnen negatieve effecten op beschermde gebieden bij voorbaat worden uitgesloten? Nee, De gewenste activiteit (wonen), de omvang van het plangebied, de afstand (minder dan 1 kilometer) tot beschermde natuurgebieden en de NNN en de huidige activiteiten kunnen de meeste negatieve effecten ten aanzien van gebiedsbescherming op voorhand worden uitgesloten. Alleen de mogelijke depositie van Stikstof boven de toegestane drempelwaarden als gevolg van de bouwfase van het project kan niet op voorhand worden uitgesloten. Wij adviseren ter onderbouwing een Aeriusberekening toe te voegen waaruit blijkt of de stikstofdepositie als gevolg van het project relevant is. G3. Is een nadere toetsing aan de gebiedenbescherming noodzakelijk? Nee.’ Stikstofdepositie Naar aanleiding van de conclusie van de ecologische quickscan is door Van den Heuvel Milieuadvies B.V. een stikstofdepositieonderzoek opgesteld.

De conclusie van dit onderzoek luidt: ‘In dit stikstofdepositieonderzoek is voor het plan de stikstofdepositie vanwege de aanleg- en gebruiksfase ter plaatse van stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden berekend middels de AERIUS Calculator 2019A. Uit de berekening blijkt dat als gevolg van de aanleg- en gebruiksfase van het plan geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Ten aanzien van stikstofdepositie ondervinden stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden geen negatieve effecten als gevolg van het plan. Er is geen sprake van vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming in het kader van stikstofdepositie.’

Bestemmingsplan ‘Doelakkerweg 56, Ameide’

30

Conclusie Het onderhavige plan ondervindt voor wat betreft het aspect ecologie geen belemmeringen, mits de voorzorgsmaatregelen genomen worden. Tevens zijn er geen belemmeringen ten aanzien van stikstofdepositie.

Bestemmingsplan ‘Doelakkerweg 56, Ameide’

31

5.8 Luchtkwaliteit Beleidskader Binnen de Europese Unie zijn normen voor de luchtkwaliteit vastgesteld (richtlijn 1999/30 EG van de Raad van Europese Unie). Met haar Besluit Luchtkwaliteit 2005 (Blk 2005) implementeert Nederland de Europese richtlijn in de Nederlandse wetgeving. Het Besluit Luchtkwaliteit is echter op 15 november 2007 vervangen. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit is sindsdien opgenomen in de Wet milieubeheer. Deze wet heeft als doel dat bij toekomstige ontwikkelingen de grenswaarden zoals in de wet gesteld (grenswaarde voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijnstof, lood, koolmonoxide en benzeen) niet worden overschreden. Voor de ruimtelijke ordening van onderhavig plan zijn met name stikstofdioxide en fijnstof relevant. De grenswaarden die de wet hieraan stelt bedragen: Tabel 3: Grenswaarden Stof Toetsing van Stikstofdioxide Jaargemiddelde (NO2) concentratie

Grenswaarde 40 μg/m3

Geldig Vanaf jan. 2015

Fijnstof (PM10)

Jaargemiddelde concentratie

40 μg/m3

Vanaf 11 juni 2011

24-uurgemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie

Max. 35 keer p.j. meer dan 50 μg/m3 25 μg/m3

Vanaf 11 juni 2011

Fijnstof (PM2,5)

Vanaf jan. 2015

Voor roet gelden thans nog geen grenswaarden. Daarnaast hanteert de Wereldgezondheidsorganisatie voor het jaar 2030 een advieswaarde voor fijn stof van 10 µg/m3 PM2,5 en 20 μg/m3 PM10. Onderzoek Voor de omgeving van het plangebied geeft de NSL-monitoring 2019 het volgende overzicht: • Een stikstofconcentratie van 18,2 μg/m³ NO2; • Een fijnstofconcentratie van 18,5 μg/m³ PM2,5; • Een fijnstofconcentratie van 11,3 μg/m³ PM2,5; En voor het jaar 2030 het volgende overzicht: • Een stikstofconcentratie van 8,4 µg/m³ PM2,5; • Een fijnstofconcentratie van 15,2 µg/m³ PM10 Voor het plangebied kan worden geconstateerd dat ten aanzien van de luchtkwaliteit aan de wettelijke grenswaarden wordt voldaan en tevens voldoet aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie voor het jaar 2030. Besluit Niet In Betekenende Mate Om de toetsing van kleinschalige plannen ten aanzien van de luchtkwaliteit overzichtelijk te houden heeft de wetgever het Besluit Niet In Betekenende Mate (NIBM) vastgesteld. In dit besluit is vastgelegd in welke gevallen de planontwikkeling niet in betekenende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. In het Besluit NIBM en de bijbehorende regeling is bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst.

Hierbij zijn twee situaties te onderscheiden: • Een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10;

Bestemmingsplan ‘Doelakkerweg 56, Ameide’

32

•

Een project valt in de categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of niet meer dan 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen.

Conclusie Het onderhavige plan is kleinschalig van aard. Hiermee valt het plan in het besluit NIBM, waardoor kan worden gesteld dat het plan geen tot nihil invloed heeft op de luchtkwaliteit en dat toetsing niet noodzakelijk wordt geacht. Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit de uitvoering van het plan niet in de weg staat.

Bestemmingsplan ‘Doelakkerweg 56, Ameide’

33

5.9 Externe veiligheid Beleidskader Bij de invloed van de externe veiligheid wordt bezien in hoeverre de veiligheidsrisico’s door de gewenste bestemmingen worden overschreden. Het gaat hierbij om risico’s door stationaire (inrichtingsgebonden) activiteiten met gevaarlijke stoffen en risico’s door het transport van gevaarlijke stoffen. In beide gevallen wordt de afweging gebaseerd op de omvang van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen, de mogelijke effecten die optreden en de kans dat die effecten ook daadwerkelijk manifest worden. Nieuwe (beperkt) kwetsbare bestemmingen mogen niet voorkomen op plaatsen waar het plaatsgebonden risico groter is dan 10-6 per jaar. De normen voor het plaatsgebonden risico zijn bedoeld als grenswaarden volgens de wet milieubeheer. Onderzoek Invloed van stationaire bronnen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken en LPG-tankstations. Deze bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij huizen, ziekenhuizen, scholen of winkels. Het besluit verplicht gemeenten en provincies wettelijk vanaf de inwerkingtreding van het besluit bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van bestemmingsplannen met externe veiligheid rekening te houden.

Het besluit is - op enkele onderdelen na - op 27 oktober 2004 in werking getreden. Nieuwe kwetsbare objecten mogen niet worden gerealiseerd in gebieden waar sprake is van een plaatsgebonden risico van meer dan 10-6 per jaar. Voor het PR geldt als norm dat dit kleiner dan 10-6 per jaar moet zijn. De kans per jaar dat één persoon, die op een bepaalde plaats verblijft, komt te overlijden door een ongeval van het vervoer van gevaarlijke stoffen moet kleiner zijn dan 1 op 1 miljoen. Ook het vaststellen van een bestemmingsplan geldt als een nieuwe situatie, waarbij voldaan moet worden aan de eisen uit het Bevi. Concreet betekent dit dat kwetsbare objecten binnen de 10-6 per jaar contour niet zijn toegestaan. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder voorwaarden toegestaan. Wanneer zich binnen de 10-6 per jaar contour kwetsbare objecten kan een bestemmingsplan worden vastgesteld mits er zodanige voorschriften aan het besluit zijn verbonden dan wel er een traject van wijziging van de milieuvergunning is ingezet, zodat binnen 3 jaar na vaststelling van het besluit voldaan wordt aan de grenswaarde (artikel 8 lid 3 Bevi). Wel dient in de tussentijd voldaan te worden aan de grenswaarde van 10-5 per jaar. Naast Bevi-inrichtingen zijn er ook inrichting die niet onder het Bevi vallen, maar waar wel opslag van risicovolle stoffen plaatsvindt.

Regulering van de risicoaspecten die samenhangen met de opslag van deze stoffen vindt plaats middels het Activiteitenbesluit dan wel de WM-vergunning. Een belangrijke richtlijn voor opslag en gebruik vormen de zogenaamde PGSrichtlijnen. De PGS-richtlijnen beschrijven de eisen voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen waarmee een aanvaardbaar beschermingsniveau voor mens en milieu kan worden bereikt. Volgens de risicokaart bevinden zich in de omgeving van het plangebied geen Bevi-inrichtingen of inrichtingen waar opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en/of wegen waarover bekend is dat daarover transport van gevaarlijke stoffen worden vervoerd die een bedreiging kunnen vormen voor het onderhavige plan. In het plangebied en de omgeving daarvan zijn tevens geen hoogspanningsmasten aanwezig.

Bestemmingsplan ‘Doelakkerweg 56, Ameide’

34

472 meter 300 meter Plangebied

Afbeelding 16: Uitsnede Risicokaart Nederland

Invloed transport gevaarlijke stoffen In en om het plangebied zijn geen voor het aspect externe veiligheid relevante wegen, spoorwegen en buisleidingen gelegen. Het plangebied is op een afstand van 300 meter gelegen van de Lek. De Lek is in het Basisnet water aangewezen als een transportroute van gevaarlijke stoffen. Dat betekent dat het plan moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Het Basisnet Water gaat uit van de kaart met alle vaarwegen van CEMT klasse II en hoger. • Categorie zeevaart (rood): Belangrijke toegangen naar zeehavens; • Categorie binnenvaart met frequent vervoer van gevaarlijke stoffen (zwart): Belangrijke binnenvaarwegen; • Categorie scheepvaart zonder frequent vervoer van gevaarlijke stoffen (groen): Minder belangrijke vaarwegen. De Lek wordt in het rapport Basisnet Water aangeduid als zwarte vaarweg. Voor belangrijke binnenvaarwegen (zwart) geldt: • Geen nieuwe bestemmingen binnen de waterlijn; • Plasbrand Aandacht Gebied (PAG) 25 meter vanaf de waterlijn en in de uiterwaarden. Bouwen binnen een PAG is mogelijk in afweging met de gemeente; • Verantwoordingsplicht van het groepsrisico. Berekening nodig indien bevolkingsdichtheid > 1.500 personen/ha dubbelzijdig of 2.250 personen/ha enkelzijdig.

Voor het onderhavige plangebied geldt dat de afstand tussen de waterlijn en het plangebied meer dan 25 meter bedraagt (300 meter). Daarnaast valt de bevolkingsdichtheid in Ameide ruim onder de 1.500 personen/ha, waardoor een verantwoordingsplicht van het groepsrisico niet aan de orde is. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het invloedsgebied van het transport over de Lek bepaald. Over de Lek vindt vervoer plaats van de stofcategorieën LF1, LF2 en GF3. Hierbij is stofcategorie GF3 maatgevend met een invloedsgebied van 355 meter. Gezien de nieuwe woningen worden gerealiseerd op een afstand van 472 meter vanaf het midden van de rivier kan tevens gesteld worden dat de woningen zijn gelegen buiten het invloedsgebied. Hoogspanningsmasten In de omgeving van het plangebied zijn geen hoogspanningsmasten gelegen. Conclusie Het onderhavige plan ondervindt voor wat betreft het aspect externe veiligheid geen belemmeringen. Bestemmingsplan ‘Doelakkerweg 56, Ameide’

35

5.10 Kabels en leidingen Beleidskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Onderzoek In het plangebied zijn geen planologisch relevante leidingen, hoogspanningslijnen of straalpaden gelegen. Er wordt derhalve geconcludeerd dat het aspect kabels en leidingen geen belemmering oplevert voor de uitvoering van het onderhavige plan. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect kabels en leidingen de uitvoering van het plan niet in de weg staat.

Bestemmingsplan ‘Doelakkerweg 56, Ameide’

36

6 JURIDISCHE PLANOPZET 6.1 Inleiding Het bestemmingsplan ‘Doelakkerweg 56, Ameide’ bestaat uit drie delen de verbeelding en regels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De regels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels. In dit hoofdstuk wordt de systematiek van de regels uiteengezet en wordt een uitleg per bestemming gegeven. De systematiek van het bestemmingsplan sluit aan bij de gestandaardiseerde opbouw uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Het voorliggende bestemmingsplan ‘Doelakkerweg 56, Ameide’ is conform de landelijke ROstandaarden (2012) opgesteld. Het plan voldoet daarmee aan de digitale verplichting.

6.2 Systematiek van de regels Voor wat betreft de regels van het onderhavige bestemmingsplan ‘Doelakkerweg 56, Ameide’ is aansluiting gezocht bij het vigerende bestemmingsplan ‘Kernen Zederik (herziening)’, vastgesteld op 15 september 2017 door de voormalige gemeente Zederik. De regels bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.

6.3 Bestemmingen Tuin Ten behoeve van de voortuin wordt de bestemming ‘Tuin’ gehandhaafd. Voor de twee-onder-een-kapper zal een deel van de tuinbestemming worden gewijzigd naar ‘Wonen’. Wonen De woonbestemming zal gehandhaafd blijven en de huidige bedrijfsbestemming zal gewijzigd worden naar ‘Wonen’. Hiermee komt het huidige en toekomstige gebruik overeen met de planologische situatie. Waarde – Archeologie – 8 De dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie – 8’ is mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden in de bodem.

6.4 Aanduidingen • • •

Bouwvlak; Maatvoering ‘maximum aantal wooneenheden: 2’; Maatvoering ‘maximum bouwhoogte (m), maximum goothoogte (m): 10, 6’.

Bestemmingsplan ‘Doelakkerweg 56, Ameide’

37

7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7.1 Exploitatie Vanwege het private initiatief komt het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het bouwplan, voor verantwoordelijkheid van de opdrachtgever, welke aangeeft dat de financiële haalbaarheid gewaarborgd is. Ter zekerheid voor de gemeente is er een planschadeovereenkomst met de initiatiefnemer getekend, waarin is geregeld dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. Conclusie Op basis van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is.

8 OVERLEG EN INSPRAAK 8.1 Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) artikel 3.1.1 geeft aan dat de gemeente Vijfheerenlanden bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met haar overlegpartners. In het kader van het vooroverleg is het plan besproken met de provincie Utrecht, het waterschap Rivierenland en de Veiligheidsregio Utrecht.

8.2 Zienswijzen Op de voorbereiding van een ruimtelijke procedure is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het ontwerpbestemmingsplan en bijbehorende stukken hebben vanaf vrijdag 25 september 2020 tot en met donderdag 5 november 2020 zes weken ter inzage gelegen (Gemeenteblad nr. 241230), waarbij een ieder in de gelegenheid is gesteld om zienswijzen kenbaar te maken. Er zijn geen zienswijzen ingediend.

Bestemmingsplan ‘Doelakkerweg 56, Ameide’

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=d00bfe30-ccda-4ee1-be06-6c52f85072de