RV Zienswijze Kadernota Veiligheidsregio Utrecht (VRU) 2027 en geactualiseerde begroting 2026
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaaknummer 1706178 Onderwerp: Zienswijze Kadernota Veiligheidsregio Utrecht (VRU) 2027 en geactualiseerde begroting 2026 Vergaderdatum raad: 5 februari 2026 Geheim: Nee Steller: Gordon van Wijk Portefeuillehouder: Burgemeester Fröhlich
Beslispunten 1. Een zienswijze in te dienen bij het bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) op de uitwerking toekomstscenario “op orde” en de Kadernota VRU 2027; 2. In de 1e Bestuursrapportage 2026 een incidentele verhoging van € 84.000 voor de gemeentelijke bijdrage aan de VRU op te nemen, waardoor deze bijdrage wordt vastgesteld op € 4.504.000. Dit bedrag is als volgt opgebouwd € 4.353.000 (GBTP) en € 151.000 (IPGG); 3. In de gemeentelijke kadernota 2027 een structurele verhoging voor de gemeentelijke bijdrage aan de VRU op te nemen, waardoor de financiële effecten worden bijgesteld voor de jaren 2027 - 2030.
Inleiding Jaarlijks stelt de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) een kadernota op. Deze kadernota bevat de uitgangspunten voor de begroting van het volgende jaar. Voor 2027 vormt deze nota de basis voor het opstellen van de begroting. Daarnaast is de actualisatie van de begroting 2026 in het document opgenomen. In de kadernota worden zowel financiële als beleidsmatige kaders geschetst. De VRU nodigt de gemeenteraad van Vijfheerenlanden uit om een zienswijze te geven op deze kadernota. Gemeenteraden hebben na ontvangst 12 weken de tijd om een zienswijze in te dienen (bij voorkeur voor 25 februari 2026). Daarnaast wordt door de VRU het nieuwe dekkingsplan aangeboden. Hierin is de overgang naar gebiedsgerichte opkomsttijden (GGO) uitgewerkt conform de landelijke systematiek en de voorgenomen wetswijziging. Het plan heeft een beleidsarme insteek en brengt geen wijzigingen aan in de bestaande kazerneconfiguratie, spreiding van voertuigen, slagkracht en specialismen. De focus ligt op de beoordeling van de dekking volgens de nieuwe systematiek, waarbij naast opkomsttijd ook aspecten als capaciteit, paraatheid en werkdruk worden betrokken. Het dekkingsplan heeft een dynamisch karakter en wordt in 2026 geactualiseerd, waarbij onder meer bestaande aandachtspunten en aanvullende inhoudelijke thema's worden uitgewerkt.
Beoogd effect Met de vaststelling van de Kadernota VRU 2027 - Kaders begroting 2027 en de geactualiseerde begroting 2026 - worden de uitgangspunten voor de begroting van de VRU vastgesteld. Dit zorgt ervoor dat het opstellen van de begroting daarna soepel verloopt. Daarnaast kan bij het opstellen van de eigen begroting al rekening worden gehouden met het nieuwe tarief. De gemeenteraad
kan via een zienswijze invloed uitoefenen op de begroting 2027 en de geactualiseerde begroting 2026.
Argumenten 1.1 De gemeenschappelijke regeling (GR) Veiligheidsregio Utrecht is aangemerkt als samenwerkende partij met prioriteit ‘Hoog’. De gemeenteraad heeft op 8 februari 2024 de Nota Samenwerking vastgesteld. Daarin is de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht aangemerkt als samenwerkende partij met prioriteit ‘Hoog’. Voor samenwerkende partijen in die categorie vindt de gemeenteraad het onder andere belangrijk zijn zienswijze te kunnen geven. 1.2 De bevoegdheden van de gemeenteraad moet worden gerespecteerd. De Veiligheidsregio heeft de kadernota 2027 aan de raden en colleges van de deelnemende gemeente aangeboden. Daarop kan een zienswijze ingediend worden. Het besluit om een zienswijze in te dienen is een bevoegdheid van de gemeenteraad. 1.3. De raad wordt voorgesteld een zienswijze in te dienen om invloed uit te oefenen op de (ontwerp-)begroting 2027 en geactualiseerde begroting 2026. De kadernota 2027 bevat belangrijke informatie over taakuitvoering, paraatheid en budgetten. Het indienen van een zienswijze biedt de mogelijkheid om zorgen en gewenste voorwaarden te uiten. Niet (tijdig) reageren ontneemt de kans om invloed uit te oefenen op besluitvorming.
De zienswijze van de gemeente Vijfheerenlanden benadrukt de noodzaak om de huidige compensatieregeling via het individueel gemeentelijk plus pakket (IGGP) te integreren in het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP), omdat Vijfheerenlanden inmiddels volledig deel uitmaakt van de VRU en transparantie en eenvoud in de financiële afhandeling hiermee wordt bevorderd. Op dit moment is er sprake van een maatwerkafspraak in de taakuitvoeringsovereenkomst tussen de gemeente Vijfheerenlanden en de VRU. Een van deze afspraken betreft de compensatie van het structureel nadelig verschil als gevolg van het in de plaats treden van Vijfheerenlanden voor Vianen. Deze afspraak is besproken tijdens het periodiek overleg tussen de VRU en de gemeente van 17 december 2025, waarbij is afgesproken dat dit wordt meegenomen in het voorstel voor de nieuwe financieringssystematiek van de VRU. Deze systematiek zal in maart 2026 in de vergadering van het algemeen bestuur worden voorgelegd. Daarnaast vraagt de raad aandacht voor een voorspelbare en beheersbare kostenontwikkeling, waarbij financiële besluiten tijdig en zorgvuldig worden gecommuniceerd om onverwachte budgettaire druk te voorkomen.
De raad ondersteunt de voorgenomen investeringen in digitale veiligheid en personele paraatheid, erkent het belang van het toekomstscenario ‘op orde’ met heldere financiële onderbouwing en vraagt om regelmatige voortgangsinformatie. Tevens wordt nadrukkelijk gevraagd om actieve monitoring van risico’s zoals Europese wetgeving, PFAS-problematiek en nieuwe wetgeving, zodat tijdig passende maatregelen kunnen worden genomen. Tot slot wordt spoedige duidelijkheid gevraagd over het huisvestingsmodel van de VRU om continuïteit, kwaliteit en betaalbaarheid te waarborgen. 2.1 De financiële dekking moet tijdig worden geregeld. Door de raad voor te stellen om de structurele aanpassing van de gemeentelijke bijdrage aan de VRU te verwerken in de gemeentelijke kadernota 2027 wordt er zorg voor gedragen dat (mits de raad hiermee instemt) er tijdig dekking is voor de hogere kosten in 2027. 2.2 De knelpunten binnen de geactualiseerde begroting VRU 2026 moeten worden opgelost. Voor 2026 zijn er incidenteel extra middelen nodig om noodzakelijke investeringen binnen de VRU te kunnen betalen. Dit bedrag is € 2.921.000. Dit bedrag is opgebouwd uit de volgende posten:
• • • • • •
Bijstelling van de roosterfactor voor beroepspersoneel om de paraatheid te waarborgen: € 500.000; Wijziging in EU-wetgeving duikteams: € 44.000; Investeringen in digitale veiligheid: € 1.705.000; Investeringen in IT-continuïteit: € 448.000; Versterking van de vakbekwaamheid van medewerkers: € 100.000; Dekking personele paraatheid bestrijding water ongevallen: € 124.000
Tijdens de vergadering van het algemeen bestuur van de VRU is besloten om een deel van het verwachte positieve resultaat van 2025, namelijk € 1.200.000, in mindering te brengen op deze kosten. Dit bedrag wordt tijdelijk aan de algemene reserves VRU onttrokken om via de resultaatbestemming 2025 weer terug te laten vloeien naar deze algemene reserves. Voor het resterende bedrag van € 1.721.000 is een incidentele verhoging van de gemeentelijke bijdrage in 2026 nodig. Mocht het resultaat van 2025 lager uitvallen dan verwacht, dan kan er een tekort ontstaan. In dat geval zal bij de geactualiseerde begroting 2026 een aanvullende bijdrage worden voorgesteld. Dit risico wordt beheerst doordat de VRU heeft aangegeven dat het benodigde resultaat van de jaarrekening op basis van de cijfers tot en met augustus 2025 reeds voorziet in het bedrag van € 1.200.000. 2.3. De korting op de BDuR gelden is structureel doorgevoerd. De financiering van de veiligheidsregio is hybride; de veiligheidsregio’s worden voor ongeveer 85% gefinancierd door de deelnemende gemeenten en voor ongeveer 15% door het Rijk via de BDuR (Brede Doeluitkering Rampenbestrijding). Op grond van het hoofdlijnenakkoord en de uitwerking in het regeerprogramma is de rijksbijdrage BDuR vanaf 2026 met 10% gekort voor alle veiligheidsregio's. In de voorjaarsnota 2025 van het Rijk is de korting van 10% niet gerepareerd.
De omvang van de rijksbijdrage BDuR voor de VRU bedraagt voor 2026 € 14,1 miljoen. Hierin is de structurele korting van 10% (€ 1,4 miljoen) verwerkt. Zonder aanvullende maatregelen leidt dit vanaf 2026 tot een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage voor het Gezamenlijk Basis Taken Pakket (GBTP). Voor 2026 is ter dekking van deze verhoging een incidentele onttrekking aan de bedrijfsvoeringsreserve begroot. In de merenjarenraming van de vastgestelde begroting 2026 is vanaf 2027 een verhoging van het GBTP opgenomen. 2.4 Uitputting financiële rek binnen de Veiligheidsregio Utrecht. De veiligheidsregio Utrecht heeft geen financiële ruimte meer in de begroting. Verdere bezuinigingen dreigen directe negatieve gevolgen te hebben voor de paraatheid en arbeidsveiligheid. Hierdoor bestaat het risico dat de VRU niet meer volledig kan voldoen aan haar wettelijke taken, wat uiteindelijk gevolgen heeft voor gemeenten in de regio. De afgelopen jaren zijn de financiën niet structureel meegegroeid met de groei van de inwonersaantallen en de toegenomen complexiteit van risico’s. Zonder de verhoging van de gemeentelijke bijdrage dreigt een tekortschietende taakuitvoering en vermindering van veiligheid. 3.1 De gemeentelijke bijdrage aan de Veiligheidsregio Utrecht stijgt. De gemeentelijke bijdrage wordt berekend op basis van zogenaamde ijkpuntscores.
Deze scores zijn aangepast op basis van de nieuwe gegevens over inwonersaantallen, bedrijvigheid en woonkernen. Voor onze gemeente betekent dit een lichte stijging van het aandeel in de gemeentelijke bijdrage (3,73% naar 3,75%). Dit houdt in dat de gemeente een groter deel bijdraagt aan het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP). Een andere oorzaak van de stijging heeft te maken met stijgende kosten voor VRU als gevolg van loon- en prijsstijgingen. Voor 2027 is een loonstijging van 5,7% geraamd en daarnaast stijgen de kosten voor investeringen en algemene uitgaven door inflatie. Deze indexeringen zorgen voor een structurele verhoging van de bijdrage.
3.2 Afbouw van het compensatiemechanisme wordt voorzien in 2028. De financieringssystematiek van de VRU is sinds 2015 gebaseerd op de verdeling van het subcluster ‘crisisbeheersing en brandweer’, binnen het Gemeentefonds. Hierdoor draagt iedere gemeente evenredig bij aan het budget voor het GBTP. Bij vaststelling van dit financieringsmodel is afgesproken dat gemeenten geen nadeel mogen ondervinden door de overgang naar dit model. Gemeenten die voordeel behaalden dragen daarom een deel van hun voordeel af om gemeenten die nadeel ondervinden te compenseren. Dit compensatiemechanisme moet worden afgebouwd, want het houdt als een open-einde regeling onvoldoende rekening met de actuele kosten ontwikkelingen per gemeente. Er zijn vier gemeenten die jaarlijks compensatie ontvangen via dit mechanisme; Houten (€ 341K), IJsselstein (€ 129K), Nieuwegein (€ 110K) en Veenendaal (€ 779K). De implementatie van de besluitvorming is gepland in de Kadernota VRU 2028 en kan voor onze gemeente voor wat financiële ruimte zorgen (€ 211K). 3.3 Het toekomstscenario op orde dwingt tot structurele aanpassingen. De VRU staat voor de uitdaging om de paraatheid en veiligheid op langere termijn te garanderen.
Als gevolg van de instabiele geopolitieke situatie in de wereld, maatschappelijke onrust in Nederland, klimaatveranderingen en cyberbedreigingen vraagt dit om structurele investeringen en aanpassingen. Tijdens de vergadering van het algemeen bestuur is op 1 december2025 unaniem besloten het toekomstscenario "op orde" vast te stellen. De alternatieven met een 0%- of 3% bezuinigingslijn zijn onrealistisch geacht want zij bedreigen de wettelijke taakuitvoering door onder andere het sluiten van brandweerposten. 3.4 Er zijn onvermijdelijke extra middelen nodig om vanaf 2030 weer op orde te komen. De analyse laat zien dat er vanaf 2027 structureel bijna 5 miljoeneuro nodig is, oplopend tot ruim 10 miljoen euro tot 2030. Deze middelen zijn noodzakelijk om de wettelijke taken goed te kunnen blijven uitvoeren en om te investeren in het toekomstscenario "op orde". 3.5 De uitwerking van het toekomstscenario "op orde" biedt bestuurlijk comfort door gefaseerde investeringen. De noodzakelijke middelen worden gefaseerd ingezet waardoor de financiële impact voor de gemeenten gespreid wordt. Hierdoor is er oog voor de huidige en toekomstige financiële positie van de deelnemende gemeenten. Daarnaast blijft de financiële druk hierdoor beheersbaar.
Risicoparagraaf 1.1. Onderhavig besluit ziet op het indienen van een zienswijze. De VRU heeft de bevoegdheid om de zienswijze van de gemeenteraad, mits onderbouwd, naast zich neer te leggen. De gemeente heeft daarna nog wel een verdere zienswijze mogelijkheid bij de totstandkoming van de daadwerkelijke begroting 2027. 2.1 De knelpunten voor de geactualiseerde begroting worden niet tijdig opgelost. Er is een risico dat het operationele knelpunt door te weinig personeel niet wordt opgelost. Ook is er een risico dat het huidige niveau van digitale beveiliging niet meer voldoet aan de wettelijke eisen. Dit komt door het veranderende dreigingslandschap met meer bedreigingen, zoals hacktivisme, ransomware en geopolitieke motieven. Daarnaast bestaat het risico dat de kosten voor continuïteit en licentie-uitbreidingen hoger zijn dan verwacht. Deze risico’s kunnen worden beheerst door een goede personeelsplanning, regelmatige beveiligingsupdates en een realistische, goed bewaakte begroting. 3.1 Risico’s gevolgen visie op huisvesting VRU kunnen leiden tot verdere structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Er bestaat op dit moment nog geen definitieve bestuurlijke keuze over het toekomstige
organisatie- en financieringsmodel van de huisvesting van de VRU. Er zijn drie mogelijke scenario’s die onderling sterk variëren in de mate van centrale sturing, eigendom en uitvoering. Dit leidt tot onzekerheid over de continuïteit, kwaliteit en betaalbaarheid van de huisvesting op de middellange en lange termijn. Deze onzekerheid brengt het risico met zich mee dat de kwaliteit en de uniformiteit van de huisvesting uiteenlopen, dat de financiële lastenverdeling tussen gemeenten onvoorspelbaar is en dat uitvoering en besluitvorming vertraging oplopen. Het ontbreken van bestuurlijke duidelijkheid vormt daarmee een belemmering voor een toekomstige en robuuste huisvestigingsorganisatie binnen de VRU. Het is daarom van belang dat er in 2026 helderheid komt om verdere risico’s en knelpunten te voorkomen. Het is de verwachting dat dit in 2026 middels een separaat voorstel ter besluitvorming wordt aangeboden. 3.2 De invoering van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) brengen financiële onzekerheden met zich mee. De evaluatie over de financiële gevolgen van dit stelselherziening is nog niet afgerond. Hoewel het uitgangpunt is dat het Rijk de meerkosten vergoedt, zijn er tot nu toe geen extra middelen toegekend aan de veiligheidsregio's. Dit risico wordt beheerst door de toezegging van het Rijk om bij substantiële overschrijdingen naar oplossingen te zoeken.
3.3 De huidige kazernering en consignatie van vrijwilligers voldoen mogelijk niet aan Europese wetgeving. De Europese deeltijdrichtlijnen kunnen ertoe leiden dat vrijwilligers als werknemers worden beschouwd met recht op volledige arbeidsvoorwaarden, waaronder loon, pensioen en vakantiedagen. Dat brengt extra kosten met zich mee, die volgens schattingen kunnen oplopen tot circa € 3,1 miljoen bij omzetting van kazernering naar 24-uursdiensten en tot € 4,5 miljoen bij aanpassing van consignatie naar parttime aanstellingen. De kans dat deze regelgeving wordt gehandhaafd is aanzienlijk, gezien de lopende landelijke en Europese discussies. 3.4 De VRU kan worden geconfronteerd met onvoorziene exploitatierisico's. De VRU kan worden geconfronteerd met onvoorziene kosten binnen het begrotingsjaar als gevolg van exogene ontwikkelingen (zoals premiestijgingen, kostenfluctuaties die samenhangen met incidenten en crises). In de begroting van de VRU zijn geen posten voor onvoorziene uitgaven opgenomen. 3.5 PFAS ontwikkelingen hebben mogelijk gevolgen voor de aansprakelijkheid van veiligheidsregio’s. Voor veiligheidsregio’s liggen de belangrijkste risico’s op twee terreinen, gezondheidsrisico’s voor medewerkers door blootstelling aan blusschuim en bluspakken en mogelijke bodem- en grondwaterverontreiniging op (oefen)locaties door het gebruik van PFAS-houdend blusschuim.
De VRU is aansprakelijk gesteld door een grondeigenaar van een voormalige brandweerlocatie. Juridisch wordt onderzoek verricht naar de mogelijke verantwoordelijkheid van de VRU. Tegelijkertijd is de provincie Utrecht gestart met onderzoek naar 13 (voormalige) brandweerlocaties. Structurele middelen voor sanering of aanvullende beschermingsmiddelen zijn nu niet beschikbaar. 3.6 De vitaalverklaring voor veiligheidsregio's kan leiden tot aanzienlijke kosten. De VRU is als vitale aanbieder aangewezen bij besluit van het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) Hiermee is de VRU verantwoordelijk voor de continuïteit van brandweer, crisiscoördinatie en communicatie met hulpdiensten. Een recente audit toont onvoldoende digitale veiligheid, terwijl structurele weerbaarheid is vereist. Versterkingsmaatregelen kunnen aanzienlijke kosten veroorzaken, waarvoor nu geen middelen zijn. De kans op noodzakelijke extra investeringen is groot (75%). Het financiële risico wordt in 2026 duidelijk en wordt opgenomen als aandachtspunt in de begroting 2027.
3.7 Het is onzeker welke financiële gevolgen het nieuwe dekkingsplan heeft op de gemeentelijke bijdrage. Tijdens de vergadering van het algemeen bestuur van 1 december 2025 is besloten om conform de nieuwe landelijke systematiek van gebiedsgebonden opkomsttijden (GGO) te werken. Dit betreft een eerste, beleidsarme versie van deze systematiek. Deze versie richt zich op de implementatie van de gebiedsgebonden opkomsttijden, waarbij de huidige kazerneconfiguratie als uitgangspunt dient. Een toekomstig plan beschrijft onder andere structurele financiering van materieel, besluiten over de implementatie van hulpverlening als specialisme en de effecten van de energietransitie. Het is niet uitgesloten dat toekomstige besluitvorming over deze onderwerpen leidt tot verhoging van de gemeentelijke bijdrage aan het GBTP.
Gevolgen voor mensen met een beperking Voor inwoners met een beperking betekent dit dat zij kunnen rekenen op een goed georganiseerde en financieel gezondere crisisbeheersings- en brandweerorganisatie die ook hun specifieke veiligheidsbehoeften meeneemt, waardoor hun woon- en leefomgeving veilig en beter beschermd is in noodsituaties.
Betrokkenheid pers Informeren via besluitenlijst.
Financiële paragraaf 1. Financiële paragraaf In de begroting van onze gemeente is structureel een bedrag van € 4.420.000 opgenomen. De geactualiseerde begroting 2026 bedraagt € 4.504.000. Dit bedrag is opgebouwd uit: · € 4.353.000 voor het Gezamenlijk Basistakenpakket (GBTP). · € 151.000 voor het Individueel Gemeentelijk Pluspakket (IGPP). Financiële knelpunten, overbruggingsmaatregelen en toekomstscenario’s Ten opzichte van de gemeentelijke begroting 2026 is sprake van een toename van € 84.000. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door loon- en prijsontwikkelingen conform de CPBindexen. Daarnaast is er in 2026 sprake van incidentele overbruggingsmaatregelen om financiële knelpunten op te lossen, zoals investeringen in digitale veiligheid, een hogere roosterfactor voor beroepspersoneel en bedrijfscontinuïteit. Deze maatregelen hangen samen met de toekomstscenario’s die door de VRU zijn uitgewerkt. De totale omvang van deze overbruggingsmaatregelen bedraagt € 2,9 miljoen, waarvan € 1,2 miljoen wordt gedekt door een onttrekking aan de algemene reserve. Het resterende bedrag wordt incidenteel via de gemeentelijke bijdrage opgevangen. Deze incidentele verhoging werkt niet structureel door in onze gemeentelijke bijdrage, maar is relevant voor het totaalbeeld van de VRU.
________________________________________ De begroting 2027 van de VRU bedraagt € 4.852.000, opgebouwd uit: · € 4.701.000 voor het GBTP. · € 151.000 voor het IGPP. Ten opzichte van de gemeentelijke begroting 2027 is sprake van een toename van € 241.000. Ook deze stijging komt hoofdzakelijk door loonontwikkeling (5,7%) en prijsbijstellingen (2,5%), zoals opgenomen in de Kadernota VRU 2027. De financiële effecten vanaf 2027 worden opgenomen in de gemeentelijke kadernota 2027.
De meerjaren financiële effecten zijn als volgt: 2028 € 4.881.000 2029 € 4.881.000 2030 € 4.905.000 ________________________________________ Individueel Gemeentelijk Pluspakket (IGPP) De kosten van het IGPP bestaan uit: · € 140.000 als compensatie voor het toetreden van de gemeente Vijfheerenlanden in 2019 tot de Gemeenschappelijke Regeling VRU. Dit bedrag blijft vast en wordt niet geïndexeerd. · € 11.000; Kosten voor een watertankauto voor de brandweerpost Schoonrewoerd.
Participatieparagraaf De VRU geeft uitvoering aan de taken die voortvloeien uit de regionale brandweerzorg en crisisorganisatie voor de gemeente Vijfheerenlanden.
Duurzaamheidsparagraaf De kadernota 2027 van de VRU draagt bij aan duurzame ontwikkeling in Vijfheerenlanden door te zorgen voor een financieel gezonde en toekomstbestendige crisisbeheersings- en brandweerorganisatie. Dit versterkt de veiligheid en veerkracht van de gemeenschap. Daarnaast stimuleert de nota het gebruik van duurzame en innovatieve middelen om milieubelasting te verminderen. Zo wordt ingespeeld op maatschappelijke uitdagingen zoals klimaatverandering. Hiermee ondersteunt de kadernota een veilige en duurzame leefomgeving.
Communicatieparagraaf Na uw besluit wordt het bestuur van de VRU schriftelijk geïnformeerd over de zienswijze van de gemeente Vijfheerenlanden. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden, de secretaris,
de burgemeester,
ValidSigned door Judith de Jonge {{signer1}} op 06-01-2026
ValidSigned door Sjors Fröhlich {{signer2}} op 06-01-2026
W.J. (Judith) de Jonge
S. (Sjors) Fröhlich
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Aanbiedingsbrief toekomstscenario's en kadernota VRU 2027 Aanbiedingsbrief dekkingsplan VRU Bijlage 1a. Toekomstscenario's Bijlage 1b. Toekomstscenario's - alle scenario’s toegelicht Bijlage 1c. Kadernota VRU 2027 Bijlage 1d. Overzicht prognose gemeentelijke bijdrage meerjarenraming ontwerpbegroting VRU 2027 inclusief IGPP 7. Bijlage 2a. Dekkingsplan VRU 8. Concept zienswijze