RV Zienswijze gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaaknummer 1347283
Onderwerp: Ontwerp-gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht Vergaderdatum raad: Geheim: Steller: Portefeuillehouder:
Nee Ria Driessen Wethouder Van Montfoort
Beslispunten 1. Een zienswijze in te dienen bij het college over de ontwerp-gemeenschappelijke regeling voor de voorgenomen oprichting van één Omgevingsdienst in de provincie Utrecht;
Inleiding Op 7 december 2023 hebben de algemeen besturen van de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) en de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD Utrecht) gezamenlijk besloten om te starten met het traject om te komen tot één robuuste omgevingsdienst voor de hele provincie Utrecht. Dit traject bestaat uit drie fasen: richten, inrichten en verrichten. In een gezamenlijke vergadering van de algemeen besturen op 17 oktober 2024 zijn de producten uit fase 1 ‘richten’ (Richtingsplan, Rudimentaire begroting, Routekaart fase 2 en de ontwerp Gemeenschappelijke regeling) goedgekeurd en is ingestemd met de start van fase 2 ‘inrichten’. Naar aanleiding van deze vergadering is een addendum gemaakt met belangrijke aanvullende afspraken. In de bijlage ‘Overzicht eindproducten fase 1’ bij dit voorstel worden de eindproducten van fase 1 toegelicht. Samen geven deze producten het kader en de koers waarin de RUD Utrecht, de ODRU en de 27 beoogd deelnemers willen gaan bij de oprichting van de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht (ODU). In de eindproducten is aandacht voor de kansen en risico’s van het traject. Alle colleges in de provincie Utrecht zijn gevraagd om in te stemmen met de ontwerp gemeenschappelijke regeling en deze voor zienswijze aan hun gemeenteraad/provinciale staten voor te leggen.
Later volgt conform de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) een traject waarbij om uw toestemming wordt gevraagd om de definitieve regeling daadwerkelijk te treffen. Bij dit raadsvoorstel is een concept-zienswijze gevoegd. Wij nodigen u van harte uit om deze aan te vullen met andere aspecten die u belangrijk vindt. De start van de taakuitvoering door de nieuwe omgevingsdienst Utrecht is voorzien per 1 januari 2026.
Beoogd effect Door de ontwerp Gemeenschappelijke regeling nu aan u voor te leggen voor een zienswijze voldaan aan de wettelijke plicht uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het vormen van één robuuste omgevingsdienst in de provincie Utrecht verhoogt en waarborgt de
kwaliteit van de taakuitvoering. Het levert voordelen op voor zowel bedrijven, inwoners als deelnemers en zekerheid voor de kwaliteit in de uitvoering van het werk aan een betere kwaliteit van de leefomgeving in de provincie Utrecht. De wet vraagt bevoegd gezagen hun basistaken in te brengen bij een omgevingsdienst.
Argumenten 1.1 De voorgestelde gemeenschappelijke regeling voldoet aan de eisen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het juridisch kader voor de nieuwe omgevingsdienst staat beschreven in de conceptgemeenschappelijke regeling die is opgesteld aan de hand van de richtlijnen uit de Wgr. Om flexibiliteit te behouden worden alleen de wettelijke vereisten opgenomen in de gemeenschappelijke regeling en overige bepalingen in “uitwerkingsregelingen”. De juridische uitgangspunten zijn: • De Omgevingsdienst Utrecht bestaat uit gelijkwaardige deelnemers: • Ieder lid van het algemeen bestuur heeft één stem; dit geldt ook voor het dagelijks bestuur • Er zijn geen gewogen stemmen; dit geldt ook voor het dagelijks bestuur • Het quorum in het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur is de helft plus 1 van het aantal zittende leden • Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur beslissen bij meerderheid • In het algemeen bestuur geldt een gekwalificeerde meerderheid van drie vierde van de stemmen voor de vaststelling van de: o Bijdrageverordening o Kadernota o Begroting(swijziging) o Wijziging/opheffing/toetreding/uittreding van de GR 1.2 Aansluiten bij een omgevingsdienst is een wettelijke verplichting. Het laten uitvoeren van de basistaken op het gebied van VTH door een omgevingsdienst is een wettelijke verplichting (artikel 18.21 van de Omgevingswet).
Lid 3 van dit artikel luidt: “Het werkgebied van een omgevingsdienst komt overeen met het werkgebied van een of meer regio’s als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s of met het grondgebied van een kring van aangewezen gemeenten.”. Eén omgevingsdienst voor de hele provincie sluit aan bij het werkgebied van de Veiligheidsregio Utrecht. De Nota Samenwerking (februari 2024) bevat een afwegingskader voor participatie in nieuwe verbonden partijen. In dit geval gaat het om het treffen van een nieuwe gemeenschappelijke regeling, maar dan wel om een die wettelijk verplicht is (en in zekere zin een voorzetting is van een al bestaande regeling).De eerste vraag van het afwegingskader, of samenwerking noodzakelijk is, kan daarmee met ‘ja’ beantwoord worden. 1.3 Het indienen van een zienswijze is een bevoegdheid van de raad. Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (art 1, lid 3) moet de concept regeling voor zienswijze aan de raad worden aangeboden. De raad kan binnen acht weken na ontvangst van het ontwerp een zienswijze over het ontwerp van de regeling naar voren brengen. Indien de raad geen zienswijze naar voren wenst te brengen stelt zij het college van burgemeester en wethouders hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte. 1.4 Onduidelijkheid rond de kosten van de omgevingsdienst is aanleiding voor zienswijze.
De ontwerp GR zelf geeft geen aanleiding voor het indienen van een zienswijze. Er is echter nog geen duidelijkheid over de financiële bijdrage per deelnemer aan de nieuwe omgevingsdienst. Met
de rudimentaire begroting is een beeld geschetst van de betaalbaarheid van de nieuwe organisatie, zonder dat alle gegevens van de nieuwe dienst al zijn bepaald. De rudimentaire begroting geeft geen inzicht in de bijdrage per gemeente. Volgens de planning van fase 2 worden de gemeenteraden na het gezamenlijk Algemeen Bestuur van 18 april 2025 gevraagd om uiterlijk medio september 2025 toestemming te geven voor het treffen van de gemeenschappelijke regeling. Op dat moment is inzicht in de omvang van de financiële bijdrage (dringend) gewenst. De Ontwerpbegroting 2026 ODU wordt echter pas na het zomerreces 2025 voor zienswijzen aangeboden aan de raden en staten. U wordt daarom geadviseerd een zienswijze te geven en daarin aan te geven dat vanwege de bezuinigingsopgave waar de gemeente voor staat, een significante kostenstijging (anders dan stijging van de kosten als gevolg van indexering en/of toename van het aantal producten en diensten dat wordt afgenomen) niet wenselijk is. Dat kan door de bijdrage over 2025 aan te merken als plafond voor volgende jaren. Een concept-zienswijze is bijgevoegd. 1.5 Vorming van één robuuste omgevingsdienst heeft voordelen. Eén omgevingsdienst in de provincie Utrecht geeft de volgende voordelen: • Duidelijkheid en een gelijk speelveld op voor inwoners en bedrijven voor de hele provincie Utrecht.
• Verhoging en waarborging van de kwaliteit van de taakuitvoering. • Meer kansen voor het vinden en behouden van goed personeel in een krappe arbeidsmarkt. De nieuwe organisatie kan zich ontwikkelen tot een (nóg) interessantere en aantrekkelijkere werkgever. • Stijgende kosten kunnen beter worden beheerst. • Een omgevingsdienst die congruent is met het werkgebied van de provincie, de GGD en de Veiligheidsregio kan slagvaardiger optreden. 1.6 Een omgevingsdienst die voldoet aan de robuustheidscriteria. Het vormen van één omgevingsdienst zorgt ervoor dat de provincie en de gemeenten in Utrecht een omgevingsdienst hebben die voldoet aan de landelijke eisen voor robuustheid. De kwetsbaarheid van de dienstverlening wordt hiermee verkleind. Ook ontstaat er meer ruimte voor specialistisch experts voor complexe vraagstukken. Indien de deelnemers niet instemmen met de vorming van de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht zal het moeilijker zijn voor de twee huidige omgevingsdiensten om te voldoen aan de robuustheidscriteria die landelijk bepaald zijn. Door in te stemmen met de oprichting van de Omgevingsdienst Utrecht kan automatisch beter voldaan worden aan de robuustheidscriteria.
Risicoparagraaf 1.1 Dekking van de kosten van vorming één omgevingsdienst is nog onzeker. Het traject om te komen tot één omgevingsdienst brengt eenmalige kosten met zich mee. Voor fase 2 waren deze geschat op bijna € 5 miljoen. In de nieuwe routekaart is dit met € 1,5 miljoen naar beneden bijgesteld doordat de personele inzet vanuit de omgevingsdiensten vanuit hun eigen begroting wordt bekostigd, in plaats van als extra capaciteit. Hiermee zijn de totale te verwachten kosten voor fase 2 van het fusietraject € 3,5 miljoen. Hiervan kan een bedrag van € 2,7 miljoen worden bekostigd uit de toegezegde bijdrage van de provincie Utrecht (€ 1,7 miljoen) en een aanvullende bijdrage van het ministerie van I&W (€ 1 miljoen). In totaliteit resteert een bedrag van € 789.000 dat zal worden gedekt uit het beschikbare vermogen van de ODRU en de RUD Utrecht. Mogelijk dienen de deelnemers bij te dragen via een eenmalige (project)factuur/bijdrage.
Het ministerie van I&W is overigens met een positieve grondhouding aan het onderzoeken of het mogelijk is meer middelen ter beschikking te stellen dan de huidige toegezegde middelen van 1 miljoen euro. Voorwaarden voor de middelen zijn bestuurlijke toezegging tot fusie en het bereiken van robuustheid in het traject vóór 1 april 2026, volgens de vastgestelde KPI's en randvoorwaarden voor robuustheid. 1.2 De financiële gevolgen zijn nog niet bekend. In de volgende fase ‘inrichten’ wordt de financieringssystematiek voor de nieuwe omgevingsdienst bepaald. Daarmee worden de financiële gevolgen voor de individuele deelnemers duidelijk. Maar dat is dus pas in de loop van 2025. Door meerdere gemeenten is dit als mogelijk knelpunt aangegeven. Daarom zijn in het addendum als aanvullende afspraken opgenomen: 1. Dat de verdeelsleutel zo wordt ontworpen dat er uiteindelijk een eerlijke verdeling komt die in beginsel aansluit bij de huidige verdeling van de kosten; 2. Deze verdeelsleutel wordt geregeld in de Bijdrageverordening, die de eerste keer aan de deelnemers wordt voorgelegd voor zienswijze. Het vaststellen van de Bijdrageverordening is een bevoegdheid van het algemeen bestuur (artikel 28 van de ontwerp-gemeenschappelijke regeling).
De eerste keer zal deze weliswaar aan de deelnemers (raden/staten) worden voorgelegd voor zienswijze, maar omdat een ¾ meerderheid voldoende is loopt een individuele gemeente hier een risico. Bijvoorbeeld voor Vijfheerenlanden als een verdeelsleutel op basis van grondoppervlak zou zijn. 2.1 Nadelen/risico’s van vorming één omgevingsdienst. ‘Nabijheid’ was een van de kernwaarden van de ODRU, bij een grotere omgevingsdienst kan dat onder druk komen te staan. Invloed/zeggenschap zal afnemen. De ODRU kent 15 deelnemers, kleine en middelgrote gemeenten. De nieuwe Omgevingsdienst krijgt 27 deelnemers, waaronder een aantal grotere gemeenten en de provincie. 3.1 Toestemming nodig van de raden/staten voor treffen van een nieuwe gemeenschappelijke regeling. Voordat de colleges kunnen besluiten over de ontwerp-gemeenschappelijke regeling is toestemming van de raden/staten nodig. Deze mogen toestemming weigeren wegen strijd met het recht of het algemeen belang. Als er een financieel zeer nadelige situatie ontstaat kan dit het algemeen belang zodanig raken dat een raad toestemming weigert. Dit is echter pas in de volgende fase aan de orde.
Gevolgen voor mensen met een beperking De vorming van een nieuwe omgevingsdienst heeft geen directe gevolgen voor mensen met een beperking.
Betrokkenheid pers Informeren via besluitenlijst.
Financiële paragraaf De Routekaart fase 2 is op 17 oktober 2024 vastgesteld door de gezamenlijke Algemeen Besturen van de RUD Utrecht en de ODRU. Het traject “Naar één omgevingsdienst in Utrecht” brengt eenmalige kosten met zich mee. In hoofdstuk 4 van de Routekaart fase 2 zijn de verwachte kosten en mogelijke dekking opgenomen. De structurele financiële effecten van de oprichting van de Omgevingsdienst Utrecht komen aan de orde in fase 2 bij het opstellen van de begroting.
Incidentele kosten De vorming van één omgevingsdienst brengt eenmalige kosten met zich mee. Zoals in de risicoparagraaf is aangegeven zal een deel daarvan (€ 789.000) gedekt worden uit het beschikbare vermogen van de ODRU en de RUD Utrecht. De mogelijkheid bestaat echter ook dat de deelnemers om een extra bijdrage wordt gevraagd. Structurele effecten (Omgevingsdienst in bedrijf) De structurele financiële effecten van de oprichting van de Omgevingsdienst Utrecht komen aan de orde in fase 2 bij het opstellen van de kadernota 2026 en begroting 2026 (zie ook onder risico’s).
Participatieparagraaf Bewoners en bedrijven zijn niet direct betrokken bij het traject om te komen tot één omgevingsdienst. Zij kunnen wel met de nieuwe Omgevingsdienst te maken krijgen, deze gaat immers (milieu)taken voor de gemeente uitvoeren. Artikel 16 van de ontwerp-gemeenschappelijke regeling is gewijd aan participatie van inwoners en belanghebbenden: “Ingezetenen van de gemeenten en de provincie en belanghebbenden worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling slechts betrokken, voor zover dat bij of krachtens wet is vereist, of voor zover dat door het algemeen bestuur is bepaald. Bij de participatie kan een andere procedure dan die van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd worden.”
Duurzaamheidsparagraaf Een goede uitvoering van de (milieu)taken door de omgevingsdienst levert een bijdrage aan een duurzame ontwikkeling van Vijfheerenlanden en aan gezonde leefomgeving.
Communicatieparagraaf Aan het begin van het traject (voorjaar 2024) zijn er twee webinars voor raads- en statenleden en collegeleden georganiseerd om hen te informeren over het beoogde proces. Half juni volgden er twee bijeenkomsten voor raads- en statenleden over hun rol in het proces en in de nieuwe omgevingsdienst in Utrecht. Om tot de missie, visie en bestuurlijke uitgangspunten voor de Omgevingsdienst Utrecht te komen zijn werkbijeenkomsten georganiseerd voor de algemeen bestuursleden, voor medewerkers uit beide organisaties en voor de klankbordgroep (bestaande uit regievoerders van de ODRU en RUD Utrecht). Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden, de secretaris,
de burgemeester,
17/12/2024 10:47:44 CET {{signer1}}
17/12/2024 11:17:10 CET {{signer2}}
Signed By: j.de.jonge@vijfheerenlanden.nl
Signed By: s.frohlich@vijfheerenlanden.nl
ID: ceb68b49-ea63-42af-ac91-84f2dc0a1f17
ID: ceb68b49-ea63-42af-ac91-84f2dc0a1f17
Auth: Consent
Auth: Consent
W.J. (Judith) de Jonge
S. (Sjors) Fröhlich
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Bijlage 1a – Ontwerp GR Omgevingsdienst Utrecht Versie 3.0 Bijlage 1b - Artikelsgewijze toelichting bij ontwerp Gemeenschappelijke Regeling Bijlage 2 – Addendum Bijlage 3 – Richtingsplan versie 3.0 Bijlage 4 – Rudimentaire begroting versie 3.0 Bijlage 5 – Routekaart fase 2 versie 3.0 Bijlage 6 – Stroomschema besluitvorming GR Bijlage Overzicht eindproducten fase 1 Concept zienswijze Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Utrecht