RV Visie op hubs in Vijfheerenlanden
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaaknummer 1026391
Onderwerp: Visie op hubs in Vijfheerenlanden Vergaderdatum raad:25 april 2024 Geheim: Nee Steller: Martijn Schutte Portefeuillehouder: Wethouder Van Montfoort
Beslispunten 1. Het document 'Visie op hubs in Vijfheerenlanden' integraal vast te stellen als visie voor de langere termijn en als kader voor het verder (samen)werken aan de ontwikkeling van mobiliteitshubs in onze gemeente.
Inleiding In de onlangs door u vastgestelde omgevingsvisie zetten we onder andere in op een transitie naar een meer duurzame mobiliteit. Dat betekent dat het reizen met fiets en openbaar vervoer (OV) aantrekkelijker moet worden en dat we de auto wat vaker laten staan of combineren met andere vervoersmiddelen zoals OV, fiets en deelmobiliteit. Mobiliteitshubs of verder in dit voorstel kortweg 'hubs' genoemd, spelen daarbij een belangrijke rol. In essentie is een hub een plek waar OV en verschillende vervoerssoorten samenkomen, waar je op- of over kunt stappen en waar ook voorzieningen zijn die reizen en verblijven aantrekkelijk maken. Daarnaast kunnen hubs bijdragen aan het mogelijk maken van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken en recreëren en aan leefbaarheid in onze kernen. In de uitwerking van het coalitieakkoord is afgesproken om deze visie op hubs op te stellen. Ook in de omgevingsvisie staat dat specifiek benoemd. Daarnaast wordt er in regionaal verband gesproken over de ontwikkeling van hubs en bijbehorende voorzieningen zoals bijvoorbeeld P+R (parkeren en rijden) en dat daarbij ook gekeken wordt naar welke bijdrage Vijfheerenlanden daaraan kan leveren. Een concrete vraag ligt er nog niet en komt pas op z'n vroegst in de loop van dit jaar. Om daar goed op in te kunnen spelen, willen we eerst zelf een visie vaststellen.
Tijdens het VHL-plein op 9 oktober 2023 hebben wij u al geïnformeerd over wat hubs zijn en de aanleidingen voor ons om deze visie op te stellen. Afgelopen tijd is gewerkt aan een visie op hubs in onze gemeente op de lange termijn. In deze visie op hubs beschrijven we waarom, hoe, waar en voor wie we hubs willen inzetten als middel om onze doelen te bereiken. Ook beschrijven we aan welke kwaliteiten deze moeten voldoen en
welke voorzieningen wenselijk zijn. We sluiten af met een doorkijk naar het vervolgproces. Voor de inhoud van de visie wordt verwezen naar de bijlagen. Hoofdstuk 1 van het visiedocument is als zelfstandige samenvatting te lezen.
Beoogd effect Met de visie op hubs en het ontwikkelen van hubs in onze gemeente willen we bijdragen aan verschillende maatschappelijke doelen. Zo zal de ontwikkeling van hubs bijdragen aan een meer duurzame invulling van mobiliteit, in lijn met de doelen en ambitie in de omgevingsvisie. Duurzame mobiliteit betekent bijdragen aan CO2-reductie en klimaatdoelstellingen. Reizen via kwalitatief goede hubs kan bijdragen aan meer reizen via het OV in combinatie met lopen, fietsen en andere vervoermiddelen en minder met de auto. We leveren daarmee een bijdrage aan de mobiliteitstransitie. Er ligt ook een relatie met gebiedsontwikkeling (wonen, werken, recreëren) in de buurt van hubs. Op loopafstand van hubs is het mogelijk om lagere parkeernormen toe te passen. Dit kan bijdragen aan en meer autoluwe omgeving en daarmee minder uitstoot en overlast en meer ruimte voor andere ontwikkelingen. Nieuwe (en bestaande) bewoners in de omgeving kunnen gebruiken maken van vervoer op deze hubs waardoor het ook aantrekkelijk wordt om in de buurt van hubs te wonen, werken en recreëren. Daarnaast draagt de ontwikkeling van hubs volgens deze visie uiteindelijk bij aan de volgende beleidsdoelen: • Doordat meer reizen via hubs ook zal leiden tot meer lopen en fietsen, dragen ze ook bij aan gezondheid.
• Ook bieden hubs een mogelijkheid om bij te dragen aan opgaven op het gebied van zelfredzaamheid en ontwikkelingen in het doelgroepenvervoer. • Hubs bieden kansen voor het bevorderen van leefbaarheid in kernen en het tegengaan van eenzaamheid en vervoersarmoede. Reizen via hubs moet voor iedereen aantrekkelijk zijn, ook als je een beperking hebt. • Hubs kunnen ook een rol vervullen als toeristisch overstappunt. • Tot slot biedt het kansen om naast duurzame mobiliteit ook bij te dragen aan andere duurzaamheidsdoelstellingen waarbij hubs als proeftuin kunnen dienen (denk aan elektrisch opwekken en laden, dubbel grondgebruik, klimaatrobuustheid, biodiversiteit en circulair bouwen).
Argumenten 1.1 We hebben als gemeente geen duidelijke visie of standpunt als het gaat om de ontwikkeling van mobiliteitshubs. Intern en zeker extern zal het wel steeds vaker nodig zijn om standpunten in te nemen. Deze hebben we nodig om het gesprek hierover te voeren met o.a. Provincie en Rijk. In het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (BO-MIRT) van 2021 en 2022 hebben Rijk en regio bestuurlijke afspraken gemaakt over het ontwikkelen van plannen voor snelbussen met hubs tussen Breda, Gorinchem en Utrecht (BGU) en voor Regiopoorten. Dit laatste is een concept uit het Integraal Ruimtelijk Perspectief 2040 (U10) waarbij gebiedsontwikkeling plaatsvindt bij knooppunten aan de rand van het stedelijk gebied. Bij beide ontwikkelingen speelt de ontwikkeling van hubs, en in het bijzonder in Vianen en Meerkerk, een grote rol. Het realiseren van P+R (een voorziening om de autoreiziger van de snelweg makkelijk te laten overstappen op
andere vervoermogelijkheden) is daarbij een vraagstuk. Om in deze trajecten op een goede manier input te kunnen leveren, hebben we de visie op de hubs nodig. Daarnaast vormt een visie op hubs een uitgangspunt bij het opstellen van andere gemeentelijke plannen, bijvoorbeeld aan plannen voor OV en fiets, gebiedsvisies, maar ook voor wat belangrijk is binnen het sociaal domein, op het gebied van toegankelijkheid, voor gebiedsontwikkelingen bij hubs en recreatie. 1.2 Met dit visiedocument voor hubs in 2040 hebben we ondanks dat er nog veel zaken verder uitgewerkt moeten worden, een duidelijk kader waarmee we verder kunnen werken aan het vormgeven van mobiliteitshubs. In deze visie benoemen we wat we belangrijk vinden, waar we aan willen bijdragen en wat dat betekent voor de toekomstige plannen zonder dat we die plannen alvast invullen. 1.3 Door de keuze voor een integrale benadering, kijken we niet alleen naar de bijdrage die hubs kunnen leveren aan duurzame mobiliteit, maar ook naar andere doelstellingen. Dit biedt mogelijkheden om werk met werk te maken en om meer kansen en mogelijke financieringsbronnen te benutten. 1.4 Doordat we als eerste stap deze visie vaststellen, zijn enerzijds de ambities helder en is er anderzijds nog voldoende ruimte om de vertaalslag naar concrete plannen te maken.
Met de vaststelling kiest de raad voor een visie op de lange termijn en doet daarbij nog geen uitspraken over exacte locaties, programma’s van eisen of ruimtelijke verschijningsvormen. En dus ook niet over investeringen en het aandeel van de gemeente Vijfheerenlanden daarin. Onzekerheden zijn onvermijdelijk. Tussen nu en 2040 zal er geleidelijk aan steeds meer duidelijk worden en kunnen we op basis van deze visie plannen invullen en hubs realiseren.
Risicoparagraaf Met het vaststellen van deze visie nemen we nog geen besluit over investeringen of een concrete inzet in een onderhandelingstraject behorende bij plannen voor individuele hubs. Bij het vaststellen van deze visie kunnen we de volgende risico's benoemen: 1.1 De ambities blijken niet realistisch en we scheppen te hoge verwachtingen. Op korte termijn staat het OV onder druk (financieel, tekort aan chauffeurs) en het ontbreekt aan noemenswaardige middelen voor grootschalige knooppuntontwikkeling. Ook zijn er technische uitdagingen bij het ontwikkelen van hubs bij snelwegen en is het onduidelijk hoe het Rijk inzet op de mobiliteitstransitie. Dat neemt niet weg dat de visie weergeeft waar we naar streven en wat wij denken dat nodig is om reizen via hubs op een optimale manier te laten werken. Vanuit die visie kunnen we verder werken. 1.2 Omdat samenwerking noodzakelijk is, kunnen we zelf beperkt sturen op het realiseren van deze visie. Er is kans dat andere partijen (als Rijk, Provincie, U10 en marktpartijen) andere prioriteiten stellen. Dit geldt bij hubs in het bijzonder omdat de provincie over OV gaat en we als gemeente niet de kennis en middelen hebben om zelf complete hubs te realiseren. Wellicht blijkt ons ambitieniveau qua voorzieningen en kwaliteiten te hoog of hebben partners andere prioriteiten.
Dat neemt niet weg dat we vanuit de visie altijd kunnen (mee) werken aan investeringen die bijdragen aan het eindbeeld.
1.3 Er is nog geen zicht op financiering, ook niet bij onszelf. Dit risico hangt samen met bovengenoemde risico's. Er zijn op dit moment nog teveel onzekerheden, waardoor een uitvoeringsprogramma plus begroting op dit moment niet zinvol en eigenlijk niet mogelijk is.
Gevolgen voor mensen met een beperking Er is bij het opstellen van kwaliteiten en voorzieningen al rekening gehouden met mensen met een beperking die gebruik (willen) maken van hubs. Bij het realiseren van deze visie wordt reizen via hubs voor iedereen aantrekkelijker.
Vervolgstappen Deze visie is de eerste stap. Implementatie kan in praktijk alleen via regionale samenwerking omdat andere partijen veelal een leidende rol spelen vanuit hun verantwoordelijkheid voor OV, snelwegen maar ook vanuit kennis en capaciteit en financiële draagkracht. De vervolgstappen staan beschreven in hoofdstuk 6 van het visiedocument. Er wordt een aanpak in meerdere sporen vastgesteld. Het ontwikkelen van de grotere hubs (RegioHub Vianen en lokale hubs als Meerkerk) zal nog enkele jaren aan planvorming en het zoeken naar financiering vergen. De verwachting is dat er pas op langere termijn substantieel middelen vrijkomen bij het Rijk. Dat betekent dat we ook moeten blijven werken aan tijdelijke tussentijdse verbeteringen. Zo zijn er bijvoorbeeld in 2023 al extra fietsenstallingsplaatsen gerealiseerd op Vianen-Lekbrug en bij Meerkerk/N214. In aanloop naar meer grootschalige investeringen zijn in de komende jaren meer kleinere ingrepen denkbaar, al dan niet naar aanleiding van lokale initiatieven. Dit loopt parallel aan een aantal andere vervolgopgaven in het verlengde van deze visie. Ten eerste gaat het om voortzetten en intensiveren van lobby en samenwerking in regionaal verband: zowel op het gebied van hubs als daaraan gerelateerde zaken als OV, deelmobiliteit, parkeren, fiets en knelpunten op het wegennet.
Er van uitgaande dat er in regionaal verband in 2024 vervolgstappen worden gezet voor enkele hubs die ook besluiten van onze gemeente vragen, zal het college zodra dat zinvol en nodig is een uitvoeringsprogramma opstellen met daarin aandacht voor participatie, financiering en vormgeven samenwerking.
Betrokkenheid pers Informeren via besluitenlijst.
Financiële paragraaf De ontwikkeling van hubs volgens deze visie zal uiteindelijk financiering behoeven. Hoeveel is niet bekend omdat er nog geen sprake is van concrete plannen. Daarnaast is niet duidelijk hoe verschillende overheden en marktpartijen investeringen zullen verdelen. Het ligt in de lijn der verwachting dat provincie(s) en Rijk een groot deel van deze investeringen op zich zullen nemen
vanuit hun rol als verantwoordelijke voor het openbaar vervoer en het co-financieren van investeringen in diverse vervoersnetwerken en voorzieningen. Eerste studies naar hubs Vianen en Meerkerk in het kader van de ontwikkeling van snelle bussen tussen Utrecht, Gorinchem, Breda/Oosterhout en Rotterdam/Drechtsteden laten zien dat de opgave complex en kostbaar is en dat zicht op financiering nog ontbreekt. Zelf zullen we in de toekomst waarschijnlijk (al dan niet met subsidie) moeten investeren in openbare ruimte op of rondom hubs, bepaalde voorzieningen in de openbare ruimte en voetgangersroutes en fietsroutes van en naar hubs. In de komende jaren zal er een adaptief uitvoeringsprogramma plus begroting worden opgesteld op basis waarvan verder gewerkt kan worden.
Participatieparagraaf Er is bij de start van het traject bewust gekozen voor het opstellen van een intern document en nu nog geen participatietraject te starten met bewoners en bedrijven enerzijds en collega-overheden anderzijds. De redenen om dit pas op een later moment te doen zijn: • • • •
De visie op hubs is nog abstract en benoemt vooral ambities. Er is nog geen sprake van concrete plannen of ruimtelijke vertalingen. In de dorps(woon)visies en de gebiedsvisies komt mobiliteit en reizen als belangrijk thema terug. De hubs zijn in dat kader al wel een thema in participatie. De uitwerking van deze visie in concrete afzonderlijke plannen per hubs lenen zich beter voor participatie want dan gaat het om concrete locaties en is er ook meer bekend over randvoorwaarden, (on)mogelijkheden et cetera. We hebben wel gekeken naar het beleid van andere overheden, maar hebben bewust gekozen om eerst een eigen visie te formuleren en op basis daarvan met andere overheden en partners de samenwerking te zoeken. Het gevaar is anders dat de visie op voorhand al allerlei compromissen zou bevatten terwijl we zover nog niet zijn.
Wanneer in het vervolg plannen voor (individuele) hubs worden uitgewerkt zal een passend participatietraject worden opgestart.
Duurzaamheidsparagraaf Reizen via hubs draagt bij aan een meer duurzame vorm van mobiliteit en bereikbaarheid en levert daarmee een bijdrage aan de mobiliteitstransitie en reductie van uitstoot en overlast (zie ook bij beoogd effect). Ook biedt de ontwikkeling van hubs mogelijkheden om te experimenten met laadtechnieken, dubbel grondgebruik (zonnepanelen boven parkeerplaatsen) en zaken als circulair, klimaatrobuust en natuur-inclusief bouwen.
Communicatieparagraaf Op het VHL-plein van 9 oktober2023 is dit onderwerp toegelicht via een interactieve presentatie en een kleine workshop. In de dorps(woon)visies en de gebiedsvisies Vianen en Meerkerk komt mobiliteit en reizen als belangrijk thema terug. Wanneer in het vervolg plannen voor (individuele) hubs worden uitgewerkt zal een passend participatietraject worden opgestart (zie bij participatie).
De visie op de hubs wordt na vaststelling via de gebruikelijke gemeentelijke kanalen bekend gemaakt. Ook wordt er intern via het intranet aandacht aan besteed. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden, de secretaris,
de burgemeester,
12/03/2024 18:10:37 CET {{signer1}}
12/03/2024 18:30:16 CET {{signer2}}
Signed By: j.de.jonge@vijfheerenlanden.nl ID: 38053696-1825-4c8e-badd-f17250d0b285 Auth: Consent
W.J. (Judith) de Jonge
Bijlagen 1. Visie hubs in Vijfheerenlanden 2. Verbeelding Lokale Hub 3. Verbeelding MiniHub
Signed By: s.frohlich@vijfheerenlanden.nl ID: 38053696-1825-4c8e-badd-f17250d0b285 Auth: Consent
S. (Sjors) Fröhlich