RV Verklaring van geen bedenkingen i.v.m. planologische procedure niet-agrarisch bedrijf Lakerveld Lexmond - ondertekend
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaaknummer 1122092
Onderwerp: Verklaring van geen bedenkingen in verband met de planologische procedure voor de vestiging en uitbreiding van een niet-agrarisch bedrijf aan het Lakerveld in Lexmond
Vergaderdatum raad: 17 december 2024 Geheim: Nee Steller: Sander de Kluijver Portefeuillehouder: Wethouder Meijdam
Beslispunten 1. Een ontwerpbesluit Verklaring van geen bedenkingen als bedoeld in artikel 6.5 Besluit omgevingsrecht af te geven voor de aanvraag van de vestiging en uitbreiding van een nietagrarisch bedrijf aan het Lakerveld 252-254 in Lexmond (OVU-2024-004619/8293161) en dit ontwerpbesluit zes weken ter inzage te leggen, tezamen met de ontwerpomgevingsvergunning.
Inleiding Voorafgaand aan de vergunningsaanvraag is afgelopen september 2023 een principeverzoek ingediend. Dit principeverzoek is na de ambtelijke beoordeling besproken met gemachtigde en initiatiefnemer. Bij dat gesprek is, bij monde van de vergunningverlener, aangegeven dat de gemeente voornemens is om geen medewerking te verlenen aan het initiatief. Vervolgens heeft de gemachtigde namens de initiatiefnemer het principeverzoek ingetrokken. Zodoende kent deze zaak wel een voorgeschiedenis, maar geen principe-uitspraak. Vervolgens is in lijn met het (afgebroken) principeverzoek eind 2023 voorliggende vergunningsaanvraag ingediend. Na diverse aanvullingen is de aanvraag ontvankelijk verklaard en in behandeling genomen. De aanvankelijke insteek van het college- en raadsvoorstel was om in lijn met overwegingen naar aanleiding van het principeverzoek medewerking aan het plan te weigeren. Na een verhelderend gesprek met gemachtigde en initiatiefnemer en eerdere raadsvragen over deze zaak is de aanvraag heroverwogen. Bij nader inzien is er voldoende aanleiding om medewerking te verlenen aan het plan voor het vestigen van het betreffende nietagrarisch bedrijf ter plaatse van de agrarische bedrijfslocatie aan het Lakerveld 252-254 in Lexmond. Het plan past niet binnen de regels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan ´(Reparatieplan) Buitengebied Zederik´.
De initiatiefnemer heeft een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor de activiteit ´Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening´, als bedoeld onder artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht (Wabo). Conform artikel 3.10 lid 1 onder a Wabo is de uitgebreide voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Awb) van toepassing en kan de vergunning slechts verleend worden indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Het college van B&W stelt de gemeenteraad voor om de Verklaring van geen bedenkingen af te geven en deze tezamen met de ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage te leggen voor zienswijze.
Beoogd effect • •
Goede ruimtelijke ordening. Passende vervolgfunctie voormalige agrarische bedrijfslocatie
Argumenten 1.1 In verband met de uitgebreide afwijkingsprocedure op grond van de Wabo is een verklaring van geen bedenkingen van de raad nodig. Het voorliggende plan is getoetst aan de regels van het bestemmingsplan. Het gebruik en bebouwen van de agrarische bestemming voor een niet-agrarisch bedrijf is in strijd met de regels van het bestemmingsplan 'Reparatieplan Buitengebied Zederik'. Medewerking of weigering van de aanvraag kan enkel via de uitgebreide afwijkingsprocedure voor een omgevingsvergunning voor buitenplans afwijken, het vroegere projectbesluit, worden afgedaan. De Wabo biedt de mogelijkheid om afwijkingen van het bestemmingsplan mogelijk te maken door middel van een buitenplanse afwijking op grond van een limitatieve lijst met gevallen. De gemeenteraad heeft op 10 februari 2022 de 'lijst met categorieën verklaring van geen bedenkingen 2021 Vijfheerenlanden' vastgesteld. Er is geen verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad nodig als een plan is opgenomen in een bepaalde categorie. Dit project valt niet onder de beschreven categorieën. Op grond van artikel 6.5 Besluit omgevingsrecht zal de raad een verklaring van geen bedenkingen moeten verlenen of weigeren te verlenen. 1.2 Het nieuwe bedrijf past qua schaal, aard en impact op de omgeving op deze locatie.
De gemeente Vijfheerenlanden heeft geen specifiek beleid ten aanzien van het herbestemmen van agrarische bedrijfslocaties ten behoeve van niet-agrarische bedrijvigheid. Wat dat betreft worden in de toelichting van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Zederik’ (2015) en onze omgevingsvisie (2024) uitgangspunten genoemd voor de ‘toelaatbaarheid’ van niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied. De herbestemmingsmogelijkheden voor deze locatie voor niet-agrarische bedrijfsactiviteiten zijn divers en ruim, maar verbonden aan strikte voorwaarden (zie argument 1.3). In het vigerende bestemmingsplan zijn er beperkte ontwikkelmogelijkheden voor niet-agrarische bedrijven. De bestaande bedrijfssituaties worden geëerbiedigd en de gebruiks- en bouwmogelijkheden van niet-agrarische bedrijven in het buitengebied zijn tot een minimum beperkt, als ware als een soort uitsterfbeleid. Een achterliggende gedachte is om bedrijvigheid die niet gerelateerd of ondersteunend aan buitengebied gerelateerde activiteiten is uit het buitengebied te krijgen. De gemeente Vijfheerenlanden is terughoudend met de herontwikkeling van agrarische bedrijfslocaties voor niet-agrarische bedrijfsactiviteiten. Agrarische bedrijven hebben van oudsher relatief veel gebruiks- en bouwruimte in vergelijking met andere (niet-agrarische) functies in het
buitengebied. Dat kan betekenen dat onder het mom van de moderne en bedrijfsefficiënte agrarische bedrijfsvoering de bewuste bedrijfslocaties in de loop der tijd worden ingericht met industrieel ogende, niet karakteristieke bedrijfsgebouwen en bouwwerken (stal, wagenloods, (sleuf-)silo’s e.d.) en grote delen van de bedrijfslocatie worden verhard voor buitenopslag van goederen en materiaal en/of rij- en manoeuvreerruimte. Alhoewel de ruimtelijke uitstraling van een dergelijke bedrijfslocatie niet aansluit bij het beoogde beeld van een traditioneel, karakteristiek (vooroorlogs) compact en kleinschalig boerenerf aan het lint en niet of nauwelijks is ingepast in het landschap, is dat een bepaald compromis dat is gemaakt mede gelet op het belang van agrarische bedrijven voor de ontwikkeling en beheer van landschap en natuur in het buitengebied. Dat betekent dat als een agrarische bedrijfslocatie haar agrarische functie verliest, bij herbestemming naar een niet-agrarische functie het perceel op een dusdanige manier opnieuw wordt ingericht dat deze aansluit bij de traditionele erfopzet en zich voegt naar de waarden en kwaliteiten van het cultuurlandschap. Niet karakteristieke elementen, zoals de oppervlakteverharding en moderne bedrijfsgebouwen, worden verwijderd en de activiteiten en bebouwing die gemoeid zijn met de vervolgfunctie passen naar aard en schaal in de omgeving.
In de wijzigingsbevoegdheid onder artikel 3.6.6.Reparatieplan Buitengebied Zederik is een uitzondering gemaakt op voorgenoemde sloop- en saneringsvereiste met dien verstande dat de nieuwe vervolgfunctie qua schaal, aard en impact op de omgeving passend is op de betreffende locatie. In de toelichting op het bestemmingsplan worden een aantal specifieke functiecriteria genoemd en meer algemene ruimtelijke uitgangspunten genoemd voor de ´toelaatbaarheid´ van niet-agrarische bedrijfsactiviteiten. Dan gaat het specifiek om bijvoorbeeld de verkeersontsluiting, het behoud van het stille (stiltegebied) en open karakter van het buitengebied, de milieuoverlast voor de omgeving en omwonenden en meer algemeen of de schaal en aard van de activiteit past in de omgeving. Het bedrijf in kwestie zou gedefinieerd kunnen worden als agrarisch aanverwant bedrijf, zoals bepaald in art. 1.9 van het bestemmingsplan Buitengebied Leerdam (2010). Volgens datzelfde bestemmingsplan wordt een agrarisch aanverwant bedrijf aangemerkt als 'aan het buitengebied gebonden functie': 'een functie die door de activiteiten aan het buitengebied is gebonden, zoals agrarische bedrijven, agrarisch aanverwante bedrijven en buitengebied gebonden bedrijven;'. Alhoewel het hier gaat om een begripsbepaling uit een ander bestemmingsplan, kan de regelsystematiek van dit plan worden toegepast in dit geval.
Aan (ruilverkavelings-)linten in het buitengebied met een overwegend agrarisch karakter is een agrarisch aanverwant bedrijf een passende vervolgfunctie met dien verstande dat het qua schaal en aard past in de omgeving en qua producten en dienstverlening van toegevoegde waarde kan zijn voor onze agrariërs en in bredere zin het onderhoud en behoud van ons landelijk gebied. De bedrijfslocatie is in vergelijking met andere niet-agrarische bedrijfslocaties aan het Lakerveld relatief klein, de verkeersaantrekkende werking is beperkt, de hoeveelheid buitenopslag is beperkt, het terrein is aan de noord- en zuidzijde groen omsloten en aan de achterzijde (oostkant) voorzien van een afscheiding en de historische woonboerderij wordt behouden. De agrarische uitstraling van het perceel blijft grotendeels hetzelfde en de agrarische functie wordt nog deels gehandhaafd. Bovenal levert het bedrijf diensten en producten voor agrariër, gemeente, waterschap en provincie op het gebied van weg- en waterbouw en grondverzet in het buitengebied en kan zodoende tot op zekere hoogte van toegevoegde waarde en betekenis zijn voor de waterhuishouding en landschaps- en natuurbeheer van het landelijk gebied.
1.3 Het voorgestelde plan sluit grotendeels aan bij het de wijzigingsbepalingen van het bestemmingsplan 'Reparatieplan Buitengebied Zederik'. In artikel 3.6.6. van het bestemmingsplan 'Reparatieplan Buitengebied Zederik' is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen genaamd ‘Wijzigingsbevoegdheid naar Bedrijf, Dienstverlening, Maatschappelijk en Kantoor’. De gemeenteraad van voormalig gemeente Zederik heeft bij het vaststellen van genoemd bestemmingsplan bepaald dat het college van burgemeester en wethouders binnen bepaalde grenzen het bestemmingsplan mogen wijzigen. Aan de hand van diverse bepalingen wordt deze mogelijkheid begrensd. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is het niet meer mogelijk om aan de hand van genoemde wijzigingsbevoegdheid een wijzigingsplan op te stellen en te laten vaststellen. De wijzigingsbevoegdheid wordt echter, bij het ontbreken van specifiek beleid op dit onderwerp, gebruikt als beoordelingskader. De gemeenteraad van voormalig gemeente Zederik heeft immers bij het vaststellen van het bestemmingsplan en meer specifiek deze wijzigingsbevoegdheid bepaald dat een bedrijfsbestemming, onder bepaalde voorwaarden, een passende vervolgbestemming kan zijn voor een voormalige agrarische bedrijfslocatie. Deze wijzigingsbevoegdheid ziet op de bestemmingswijziging van de gronden ter plaatse van het agrarisch bouwvlak.
Er is beoordeeld of het plan doorgang kan vinden als het voldoet aan de uitgangspunten van de wijzigingsbevoegdheid. In de wijzigingsbepalingen is, gelet op eerdere uitgangspunten, expliciet aangegeven eerst de haalbaarheid en wenselijkheid van andere vervolgfuncties binnen de wijzigingsbevoegdheid te onderzoeken alvorens een bedrijfsfunctie als vervolgfunctie te overwegen (zie onderdeel g artikel 3.6.6 Reparatieplan Buitengebied Zederik). Hieruit blijkt ook impliciet de voorkeursvolgorde van de mogelijke vervolgfuncties: wonen en in mindere mate dienstverlening, agrarische gerelateerde bedrijvigheid en kleinschalige bedrijven met beperkte milieuoverlast en hinder voor de omgeving (categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten). Ondanks deze voorkeursvolgorde is een bedrijfsfunctie als vervolgfunctie voor de agrarische bedrijfslocatie op basis van deze bepaling niet uitgesloten. Gelet op de eerdere overwegingen (argument 1.2) en met inachtneming van het advies van de omgevingsdienst kan geconcludeerd dat voorliggend plan op de bepaling m.b.t. sloop-nieuwbouw (onderdeel d) na kan voldoen aan de bepalingen van de wijzigingsbevoegdheid onder artikel 3.6.6. van het bestemmingsplan 'Reparatieplan Buitengebied Zederik'.
Risicoparagraaf 1.1 Medewerking verlenen aan dit plan is in afwijking van de gedragslijn van afgelopen jaren. Bij het toevoegen van een nieuwe stedelijke functie in het buitengebied is in zowel het gemeentelijk als provinciaal beleid vastgelegd dat dit gepaard gaat met een substantiële ruimtelijke kwaliteitswinst die het toevoegen van een stedelijke functie kan rechtvaardigen. We waarderen de landschappelijke en natuurlijke waarden van ons buitengebied en zullen bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen in het buitengebied altijd kijken naar de mogelijkheid om deze waarden te herstellen, ontwikkelen en te behouden ten einde het natuurlijke, open (en dus onbebouwd) (cultuur-)landschap in stand te houden. In het kader van het herbestemmen van agrarische bedrijfspercelen betekent dit doorgaans de sloop van overtollige bedrijfsbebouwing en het saneren van oppervlakteverharding ('ontstenen') en in navolging daarvan worden grote delen van de agrarische bedrijfslocatie teruggebracht naar onbebouwd en onverhard grasland en worden deze gronden als ware 'teruggeven' aan het landelijk gebied. Daar is in dit geval geen sprake van. Er is geen evidente ruimtelijke kwaliteitswinst die het toevoegen van deze stedelijke functie kan rechtvaardigen. Er is ook geen sprake van een evidente ruimtelijke kwaliteitsverslechtering.
In principe verandert er in het voorliggende plan weinig aan de hoofdopzet van de erfinrichting. De oude melkveestal wordt gehandhaafd voor het op kleine schaal houden van vee en het stallen van machines/apparatuur voor het houden van het vee. Verouderde bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en in plaats daarvan wordt een nieuwe bedrijfsloods gerealiseerd. Per saldo neemt de hoeveelheid bedrijfsbebouwing en oppervlakteverharding niet toe. Op het bestaande terrein is een oppervlak van 600 m2 gereserveerd voor buitenopslag. De bestaande oppervlakteverharding wordt gehandhaafd. Aan de achterzijde van het perceel (lees: oostkant) staat een hekwerk als erfafscheiding op de kadastrale grens. Het is een beleidsmatige keuze geweest bij de vaststelling van het bestemmingsplan 'Reparatieplan Buitengebied Zederik' om voor het herbestemmen van een agrarisch bedrijfsperceel voor, in dit geval, een agrarisch aanverwant bedrijf af te zien van voornoemde ruimtelijke kwaliteitswinst bij het toevoegen van stedelijke functies in het buitengebied. Merkwaardig aangezien in het verleden diverse pogingen zijn gedaan om niet-agrarische bedrijvigheid uit het buitengebied te krijgen richting de bedrijventerreinen. Op basis van voorgaande argumenten kan beargumenteerd worden waarom dit besluit wordt genomen. Dit besluit kan een precedentwerking hebben.
Aangezien dit in lange tijd een uitzondering is op de voorgaande gedragslijn is het des te meer zaak om in deze zaak een zorgvuldige belangenafweging te maken en het besluit degelijk te motiveren. De provincie Utrecht biedt in artikel 9.11 van haar omgevingsverordening, onder bepaalde voorwaarden, de mogelijkheid om af te wijken van het verstedelijkingsverbod van het landelijk gebied met dien verstande dat het nieuwe bedrijf past in het landschap (artikel 7.11). 1.2 De effecten op vleermuizen en vogels met jaarrond beschermde nesten zijn onvoldoende onderzocht. Omdat muren, daken, goten en andere gebouwelementen van de wooneenheden buiten beschouwing zijn gelaten is geen volledige effectanalyse op gebouw-bewonende soorten uitgevoerd. Overigens is in de effectanalyse van de sloop onvoldoende aangetoond dat gebouwonderdelen van de te slopen stal geen geschikte paarverblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig zijn. De beschrijving van nokpannen en ruimtes om de gorten/dakrandafwerking is daarvoor onvoldoende. Momenteel wordt het ecologisch onderzoek op genoemde onderdelen aangevuld. De uitkomst kan zijn dat er nader onderzoek nodig is of dat voldoende aannemelijk is dat er geen belangen van de beschermde diersoorten in het geding zijn.
De vergunning wordt niet verleend voordat negatieve effecten op de beschermde diersoorten zijn uitgesloten of indien nodig mitigerende maatregelen zijn genomen.
Gevolgen voor mensen met een beperking Niet van toepassing.
Betrokkenheid pers Informeren via besluitenlijst.
Financiële paragraaf De procedurekosten worden conform de geldende legesverordening in rekening gebracht bij de initiatiefnemer. Voorafgaand aan de vergunningverlening wordt nog een overeenkomst nadeelcompensatie afgesloten, zodat een eventuele claim op planschade voor risico en rekening is van de initiatiefnemer. Zodoende zijn de financiële kosten en risico's die gemoeid zijn met de
ontwikkeling geheel voor rekening van de initiatiefnemer.
Participatieparagraaf Via de gebruikelijke kanalen is bekendgemaakt dat er een aanvraag omgevingsvergunning is ingediend voor deze locatie. De omwonenden zijn zodoende op de hoogte van de aanvraag.
Duurzaamheidsparagraaf De historische woonboerderij wordt opgeknapt en behouden voor toekomst. Het bedrijf in kwestie kan een rol spelen in het onderhoud van het landelijk gebied en waardevolle diensten en producten leveren aan de agrarische sector, gemeente, waterschap e.d.
Communicatieparagraaf Het besluit zal op wettelijk voorgeschreven wijze worden bekendgemaakt. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden, de secretaris, Signed By: j.de.jonge@vijfheerenlanden.nl
12/11/2024 15:39:58 CET {{signer1}}
de burgemeester, Signed By: s.frohlich@vijfheerenlanden.nl
12/11/2024 16:01:23 CET {{signer2}}
ID: c1af3033-37b5-4965-ac78-f4d12df4f343
ID: c1af3033-37b5-4965-ac78-f4d12df4f343
Auth: Consent
Auth: Consent
W.J. (Judith) de Jonge
S. (Sjors) Fröhlich
Bijlagen 1. Aanvraagformulier 2. Akkoord sloopmelding ODRU 3. Asbestinventarisatie 4. Begeleidingsbrief afvoer asbest 5. Constructieberekening t.b.v. bedrijfsloods 6. DO plattegrond, doorsnede en gevelaanzicht bedrijfsloods (september 2024) 7. DO tekening verbouw en renovatie woonboerderij (mei 2023) 8. Fotobijlage 9. Funderingsberekening t.b.v. bedrijfsloods 10. Inspectierapport eindbeoordeling asbestsanering 11. Notitie stikstof 12. Quickscan Ecologie 13. Reactie ODRU melding activiteitenbesluit 14. Ruimtelijke onderbouwing (oktober 2024) 15. Situatietekening (september 2024) 16. Situatietekening verharding bestaand nieuw 17. Verkennend bodemonderzoek 18. Vooronderzoek_Archeologie