RV De Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 U16.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaaknummer 301214
Onderwerp: De Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 U16
Vergaderdatum raad: 30 september 2021 Geheim: Nee Steller: Pedro van Eeuwijk Portefeuillehouder: Wethouder Hendriksen
Beslispunten 1.
2. 3. 4. 5. 6. 7.
De Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 U16 vast te stellen met daarin opgenomen: a. Het regionale bod in de U16 om 1,8 TWh aan duurzame elektriciteit op te wekken in 2030, vergund voor 1 januari 2025, bestaande uit zonne- en windenergie, opgebouwd uit de bouwblokken 1) ‘gerealiseerde duurzame opwek en projecten in de pijplijn met de status zeker’, 2) ‘ambities voor zon op dak’, 3) ‘bijdrage gemeenten die voortkomen uit de lokale zoekprocessen’ en 4) ‘continue samenwerking en permanente zoektocht naar zoekgebieden voor duurzame energie’; b. Onze bijdrage voor het eerste en derde bouwblok bestaat uit 0,072 TWh, zoals uitgewerkt in bijlage 1 in de RES. c. De Regionale Structuur Warmte (RSW) 1.0 met daarin 1) een gespreksleidraad bij bovengemeentelijke warmtebronnen, afspraken over 2) monitoren en afstemmen van regionale warmtebronnen en 3) samenwerking en kennisuitwisseling over drie hoofdthema’s te weten: afnemer (energiebesparing), warmtebronnen en het netwerk; d. De kaders voor de organisatie van het vervolg waaronder ijkmomenten om gezamenlijk sturing te geven, uitgangspunten voor participatie en uitgangspunten voor de governance. e. Bijlage 1 t/m 15. Uitvoering te geven aan de RES 1.0 (warmte en elektriciteit) onder andere door uitwerking in ruimtelijk beleid en regelgeving.
De zoekgebieden Autena en Zijderveld aan te wijzen om nader te onderzoeken op haalbaarheid voor het realiseren van 3 windturbines met daaronder zonnepanelen. De zoekgebieden Autena en Zijderveld nader te onderzoeken via een plan m.e.r. en participatie. Zoekgebied Lexmond vooralsnog niet nader te onderzoeken. Na de plan m.e.r. de te hanteren normeringen zo nodig aan te scherpen en/of nadere voorwaarden te stellen. De mogelijkheden te onderzoeken voor een proeftuin t.b.v. innovatie in samenspraak met u als gemeenteraad.
Inleiding De RES U16 is een van de dertig Regionale Energie Strategieën die in de afgelopen jaren in Nederland zijn opgesteld. Aanleiding vormde het Nationaal Klimaatakkoord dat op 28 juni 2019 is gepresenteerd. Het akkoord is tot stand gekomen in samenwerking met veel overheden en andere partijen waaronder andere de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (UvW). De RES is een uitwerking van de landelijke opgave voor de ruimtelijke inpassing van 35 TWh duurzame elektriciteits-opwek op land in 2030. In de RES 1.0 brengen de deelnemende overheden in beeld hoeveel en waar zij duurzame elektriciteit denken op te kunnen wekken in 2030 met zonne- en windenergie. Daarnaast is de Regionale Structuur Warmte, waarin de verdeling van bovengemeentelijke warmtebronnen centraal staat, een onderdeel van de RES. Proces In het RES-proces zijn drie hoofdproducten benoemd waarover de raad een besluit neemt: 1) een startnotitie (2019), 2) een ontwerp-RES (2020) en 3) een RES 1.0 met het definitieve regiobod. In dit voorstel wordt de RES 1.0 met het definitieve regiobod voorgelegd voor besluitvorming. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de raad vóór 1 juli 2021 een besluit moest nemen over de RES 1.0.
Vanuit RES-U16 verband is richting het Nationaal Programma RES (NPRES) aangegeven dat het streven is vóór 1 oktober 2021 een besluit over de RES 1.0 te nemen. De RES 1.0 is onder voorbehoud van besluitvorming in de RES U16 parlementen, op 30 mei 2021, aan het NPRES gestuurd. De RES wordt elke twee jaar geactualiseerd om voldoende flexibel te zijn en in te kunnen spelen op nieuwe technieken en andere ontwikkelingen. De RES 1.0 is de eerste uitgewerkte Regionale Energie Strategie van de regio U16. Over twee jaar wordt u de RES 2.0 ter besluitvorming voorgelegd. Voor het pad tot 2050 wordt verwezen naar bijlage 1. RES Pad tot 2050. Besluitvorming in 21 parlementen De RES 1.0 is opgesteld in afstemming met 21 overheden. Deze 21 overheden hebben ervoor gekozen om met andere samen te werken aan realisatie van de klimaatdoelen en bij te dragen aan de landelijke doelstelling voor grootschalige opwek. Moties en amendementen hebben een impact op de RES 2.0 en de besluitvorming daarover bij andere overheden. Dat betekent dat de instrumenten die je normaal gesproken gebruikt als parlement in een andere context kunnen komen te staan. Alle moties en amendementen worden gezamenlijk bestuurlijk besproken op de bestuurstafel Klimaatneutrale regio (KNR) om te bepalen welk regionaal vervolg er aan gegeven kan worden. Aan moties kan hierbij relatief goed invulling worden gegeven.
De uitvoering van een motie kan bijvoorbeeld worden opgenomen in het Regionaal Uitvoeringsplan of uitgewerkt worden in de RES 2.0 zonder dat de besluitvorming in andere parlementen wordt doorkruist. Een motie heeft daarom de voorkeur boven een amendement. In deze laatste fase van de RES 1.0 betekent een amendement op de RES 1.0 dat het college gevraagd wordt de onderhandelingen met de 20 andere partijen te heropenen. Om goed uitvoering te kunnen geven aan een amendement helpt het daarom als bij het amendement is aangegeven hoe het moet worden gelezen bijvoorbeeld als 1) opdracht aan het dagelijks bestuur om in te brengen in de regionale samenwerking 2) een opdracht om te verwerken in het regionale uitvoeringsplan of RES 2.0 of 3) een aanpassing moet worden doorgevoerd in de RES 1.0. In het laatste geval betekent dit dus een verzoek aan de andere overheden tot een nieuwe besluitvormingsronde.
U10 Governance: Met dit raadsvoorstel sluiten we zoveel mogelijk aan op de afspraken over regionale voorstellen zoals is toegelicht in de U10 Governance 2020 – 2025 (hoewel niet alle 21 deelnemers deel uitmaken van de RES U16). In het Governance voorstel is voor de besluitvorming opgenomen dat voor regionale voorstellen; 1) voor grote strategische opgaven gewerkt wordt met twee-fasen besluitvorming; 2) altijd een lokale vertaling wordt bijgevoegd, en 3) gestimuleerd wordt om de methode van consent toe te passen. In het kader van de twee-fasen besluitvorming vormen de eerder vastgestelde Startnotitie RESU16 en het ontwerp-RES de eerder vastgestelde kaders. In deze tweede fase ligt een definitief RES 1.0 ter besluitvorming voor. Aangezien de landelijke afspraak in het Klimaatakkoord is om de raden, algemeen besturen van waterschappen en de provinciale staten in te laten stemmen met de RES 1.0, passen we niet de methode van consent toe, maar vragen we in te stemmen met de RES 1.0.
Beoogd effect Met de RES 1.0 beogen we de CO2-uitstoot in de RES U16 te beperken door het verduurzamen van de gebouwde omgeving en het opwekken van duurzame elektriciteit. Daarmee leveren we een eerste bijdrage aan de landelijke doelstelling van 95% reductie van CO2-uitstoot in 2050. Binnen de gemeente Vijfheerenlanden sluit dit aan op het vastgestelde samenhangend duurzaamheidsbeleid en legt het ook verbinding met de Global Goals en met de Landschapsvisie welke momenteel wordt opgesteld.
Argumenten 1.1 De RES 1.0 is volgens de eerder vastgestelde kaders van de Startnotitie U16 en de OntwerpRES uitgewerkt. In 2019 heeft u de ‘Startnotie RES U16’ vastgesteld en werd u daarmee deelnemer in de RES U16. In 2020 stelde u de ‘Ontwerp RES inclusief concept bod’ vast, een tussenstand van verkenningen met nadere kaderstelling en een concept bod van 1,8 TWh duurzame elektriciteitsopwek. De RES 1.0 is de uitwerking van deze eerdere besluiten en is opgesteld binnen de daarin gegeven kaders. 1.2 De RES 1.0 is een tussenstap in een permanente opgave van het klimaatbeleid tot 2050. De RES U16 maakt onderdeel uit van het Klimaatakkoord en het Nationaal Programma RES. Dit programma heeft tot doel bij te dragen aan de landelijke doelstellingen voor een CO 2-reductie van 95% in 2050. De RES 1.0 is daarmee een tussenstap in een programma, bedoeld om over een lange periode sturing te geven aan de energietransitie. 1.3 Samenwerking in de RES U16 biedt meerwaarde. De energieopgave houdt zich niet aan gemeente- of waterschapsgrenzen en de oplossingen doen dat ook niet. Duurzame opwek van elektriciteit en warmte kunnen zichtbaar zijn vanuit omliggende gemeenten. We maken allemaal gebruik van dezelfde netinfrastructuur, die maar beperkt ruimte biedt. En om te voorzien in de warmtebehoefte helpt regionale samenwerking, zeker bij warmtebronnen met een regionaal potentieel.
We werken aan een gezamenlijk resultaat, met ruimte voor lokale verschillen. Tot de RES 1.0 is de RES vooral een beleidsmatig traject geweest, nu gaan we een nieuwe fase in waarin we starten met realisatie.
1.4 De RES wordt iedere twee jaar geactualiseerd zodat de nieuwste inzichten kunnen worden meegenomen. De RES is een samenwerking voor de lange termijn. In het Klimaatakkoord is opgenomen dat de RES elke twee jaar wordt geactualiseerd. Zo is er voldoende flexibiliteit om nieuwe technieken en innovaties te benutten, af te stemmen met andere ruimtelijke opgaven en bovendien concretiseringen en bijstellingen met regelmaat democratisch vast te stellen. De volgende RES 2.0 moet in 2023 worden vastgesteld. Om de besluitvorming goed voor te bereiden en tijdig bestuurlijk zicht te krijgen op stremmingen in de uitvoering (zoals planuitval) zijn er in de RES 1.0 bestuurlijk informele ijkmomenten opgenomen. Op die momenten kunnen bestuurlijk mogelijkheden worden besproken, verkend en uitgewisseld waardoor afstemming tussen de deelnemers soepel verloopt. 1.5 Het bod van 1,8 TWh is realistisch en haalbaar en wordt onderbouwd met 4 bouwblokken. Het concept bod uit de Ontwerp RES om uiterlijk in 2030 1,8 TWh duurzame elektriciteit op te wekken, is haalbaar. De onderbouwing van het regionale bod in de RES 1.0 bestaat uit vier bouwblokken. Zie bijlage 2. 1. Duurzame elektriciteit die we al hebben opgewekt en projecten in de pijplijn met de status ‘zeker’; 2. De ambitie voor zon op dak; 3.
Bijdrage van gemeenten die voortkomen uit de lokale zoekprocessen naar zoekgebieden voor zonne- en windenergie; 4. De permanente samenwerking en zoektocht naar zoekgebieden voor duurzame energie. Voor projecten die we al hebben gerealiseerd of die met de status ‘zeker’ in de pijplijn zitten (bouwblok 1) kunnen we met grote zekerheid zeggen wat de opbrengsten zijn. De bijdrage uit lokale zoekprocessen van gemeenten (bouwblok 3) en realisatie van zon op dak (bouwblok 2) kennen een minder grote zekerheid. Deze bouwblokken moeten we de komende jaren concreter maken door het uitwerken van zoekgebieden naar concrete projecten en het gericht benutten van de potentie van zon op dak. In de praktijk kan deze concretiseringslag betekenen dat plannen anders worden ingevuld of zelfs dat plannen uitvallen. Hier houden we als regio rekening mee. Bouwblok 2 heeft een bandbreedte omdat de realisatie van zon op dak veel afhankelijkheden kent, zoals de medewerking van de eigenaar en de beschikbare netcapaciteit. Bouwblok 3 moet als een tussentijds resultaat worden gelezen. Dit bouwblok is namelijk in beweging en bij het concreet maken van de zoekgebieden kunnen de getallen hoger of lager uitvallen. Dit onderstreept het belang van bouwblok 4 waarin de samenwerkende overheden van de RES U16 samen kansrijke gebieden voor duurzame opwek blijven verkennen.
Deze nieuwe plannen zijn nodig in het geval dat huidige plannen niet haalbaar blijken. 1.6 Gemeenten zijn zelf aan zet geweest voor zoekgebieden en ruimtelijke inpassing. De regionale ambitie is in eerste instantie op basis van lokale planvorming gevuld. Wij gaan over tot het nader onderzoeken van de betreffende zoekgebieden om na te gaan binnen welke kaders en uitgangspunten gaan gelden voor het ontwikkelen van windenergie en het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Overstijgende samenwerkingsthema's zijn vanuit regionale coördinatie opgezet, ondersteund en gemonitord. 1.7 Ruimtelijke kwaliteit is een belangrijk uitgangspunt. De meest duurzame energie is energie die niet hoeft te worden opgewekt. Besparen is daarom het uitgangspunt. Bij de bepaling van de hoogte van het concept bod van 1,8 TWh bij de Ontwerp RES
is rekening gehouden met een stevige besparing. Met besparingen kan het bod dus niet worden verlaagd, dat zit al verwerkt in de hoogte van het bod. De landschappelijke impact van zon op dak is kleiner dan die van zonnevelden en windturbines. De techniek kan rekenen op grote maatschappelijke acceptatie. Bovendien is het streven om invulling te geven aan zon op dak vastgelegd in diverse beleidsstukken zoals de NOVI en de POVI (Nationale en Provinciale OmgevingsVisie). Daarom zetten we maximaal in op zon op dak. Dit vraagt zowel een lokale als een regionale aanpak. Regionaal ontwikkelen we een aanpak voor zon op dak, waarbij we in overleg bepalen welke activiteiten op regionale schaal moeten worden opgepakt en welke zaken door de gemeenten moeten worden uitgevoerd. We verwachten tot 2030, 0,3-0,5 TWh op te (kunnen) wekken. Dit is gebaseerd op onderzoeken naar het theoretisch potentieel aan dakoppervlak, de aansluitbaarheid op het net en rekening houdend met technische belemmeringen zoals de draagkracht van dakconstructies. Overigens tellen door landelijke keuzes alleen installaties vanaf 15 kWp (circa 55 panelen) mee voor het regionale bod. Kleinere installaties dragen bij aan landelijke CO2 reductie doelstelling, maar vallen buiten de RES-opgave. Aan de resterende elektriciteitsbehoefte geven we invulling met zonnevelden en windturbines.
Daarmee wordt een nieuw element toegevoegd aan het landschap. Door voort te bouwen op de ruimtelijke uitgangspunten uit de Ontwerp-RES (maximale inzet op zon op dak, benutten van potentie van windenergie langs infrastructuur, bedrijventerreinen en in agrarische gebieden en toepassing van de zonneladder bij het zoeken naar ruimte voor zonnevelden) hebben we geprobeerd hier op verantwoorde wijze invulling aan te geven. De in de RES aangewezen zoekgebieden worden niet ‘automatisch’ ingevuld: in navolgende stappen worden onder andere de effecten op de omgeving en de natuur, veiligheid en aansluitbaarheid verder onderzocht. Het ruimtelijk beleid waarin de zoekgebieden worden opgenomen alsmede de uiteindelijke vergunningaanvraag voor een concreet project doorlopen participatie en wettelijke inspraakprocedures en worden uiteraard ter vaststelling aan u voorgelegd. 1.8 De Regionale Structuur Warmte (RSW) gaat over bovenlokale en regionale afstemming en samenwerking en heeft een wisselwerking met de transitie visies warmte (TVW) van gemeenten. De RSW 1.0 richt zich op bovenlokale en regionale afstemming ten behoeve van de warmtetransitie.
Daartoe bevat het afspraken over monitoring en afstemming, een gespreksleidraad voor overleg over bovengemeentelijke warmtebronnen (bronnen met de potentie om in meerdere gemeenten warmte te leveren) en afspraken over thema’s waarop samengewerkt wordt. De RSW 1.0 bevat ook een eerste inventarisatie van de warmtebronnen in de regio. Deze inventarisatie geeft input aan de lokale Transitievisie warmte (TVW) die voor eind 2021 door iedere gemeente moet worden vastgesteld. De TVW’s bieden informatie over de warmtevraag in de gemeenten en welke duurzame warmtebronnen het meest waarschijnlijke alternatief zijn. Er is dus een wisselwerking tussen de RSW en de TVW. Daarom is regionaal afgesproken om de TVW’s te monitoren en te gebruiken als input voor de RSW 2.0 die in 2023 moet worden geactualiseerd. Op dat moment is mogelijk ook meer bekend over de daadwerkelijke beschikbaarheid van aardwarmte in de RESU16. 1.9 Bijlagen 1 t/m 15 zijn onlosmakelijk verbonden met de RES 1.0. Deze bijlagen zijn onlosmakelijk verbonden met de RES 1.0 en worden daarom ter besluitvorming aangeboden. Zij zijn een verdieping op, onderbouwing van of geven richting aan het vervolg op de RES 1.0.
1.10 De RES is een bouwsteen van het Integraal Ruimtelijk Perspectief U16. De energietransitie is één van de zes thematische pijlers in het Integraal Ruimtelijk Perspectief U16. Om voor alle pijlers zorgvuldig en in samenhang oplossingen te ontwikkelen, werken de zestien gemeenten in de regio ook samen aan het Integraal Ruimtelijk Perspectief en Programma (IRP). Het IRP, voorheen REP, vormt de regionale ontwikkelrichting en het platform voor integrale ruimtelijke samenwerking en afstemming in de uitvoering. De gemeenten hebben gelijktijdig met de RES 1.0 het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) ontwikkeld. De besluitvorming over het IRP volgt kort na de besluitvorming over de RES 1.0. Bij de besluitvorming over het IRP wordt daarom een memo gevoegd: ‘Samenhang voorstel RES 1.0 - voorstel IRP’. In deze memo staat beschreven waar de energieopgave andere opgaven aanvult en waar belangen kunnen botsen. In de volgende fase zullen de gemeenten het IRP verder uitwerken en concretiseren. In de programmeringsfase kunnen gemeenten de opgaven in samenhang bekijken en verbinden. Dit biedt ruimte om lusten en lasten in evenwicht te houden. 1.11 Moties en amendementen aangenomen bij de Startnotitie RES U16 of de Ontwerp RES U16 zijn verwerkt. Bij de besluitvorming over de ‘Ontwerp RES inclusief bod’ zijn door de parlementen verschillende moties en amendementen aangenomen.
In bijlage 12 is opgenomen hoe vorm en inhoud is gegeven aan moties en amendementen. Ook bij de besluitvorming over de Startnotitie zijn al diverse moties en amendementen aangenomen. Een notitie met de wijze waarop met deze moties en amendementen wordt omgegaan was bijlage bij de Ontwerp RES. Bij een aantal moties werd aangegeven dat dit later in het traject wordt opgepakt. Daarom zijn ook alle eerdere moties en amendementen opgenomen in bijlage 12. 2.1 RES 1.0 wordt gerealiseerd door uitwerking in het eigen beleid en regelgeving. De RES samenwerking heeft geen juridische status en de RES heeft niet geleid tot verandering van de bevoegdheidsverdeling van de verschillende overheidslagen. Zo zijn gemeenten het bevoegd gezag voor zonneparken tot 50 MW en windparken tot 5 MW (waarschijnlijk 15 MW in de nieuwe Energiewet). De provincie is het bevoegd gezag voor initiatieven tot 100MW. De RES 1.0 heeft na besluitvorming de status van beleidsstuk. Voor realisatie moet de RES 1.0 uitgewerkt worden door de deelnemende overheden in het instrumentarium van de omgevingswet, pas dan is er sprake van een juridische status. In de Startnotitie hebben alle deelnemende overheden daarom al afgesproken om instrumenten als omgevingsvisies en -plannen in te zetten bij het behalen van de doelen van de RES.
3.1 Door het aanwijzen van de zoekgebieden Autena en Zijderveld kan over worden gegaan tot het doen van nader onderzoek. In de RES wordt het regionale aandeel zo concreet mogelijk uitgewerkt en dat betekent dat er nader onderzoek moet worden uitgevoerd om de mogelijkheden voor de plaatsing van windturbines inzichtelijk te krijgen. 3.2 Door het aanwijzen van de zoekgebieden Autena en Zijderveld, wordt helderheid gecreëerd. Hierdoor is het voor belanghebbenden van de desbetreffende gebieden duidelijk wat er gaat gebeuren en waarop zij zich kunnen voorbereiden. 3.3 Het aanwijzen van de zoekgebieden Autena en Zijderveld doet het meeste recht aan de richting die de commissie heeft gegeven en aansluit bij het conceptbod wat is gedaan.
De richting van de commissie in combinatie met het conceptbod en de afspraken in de regio kunnen het beste worden ingevuld via de zoekgebieden Autena en Zijderveld. Voor deze conclusie wordt verwezen naar de Visienotitie: bijlage 4. Visienotitie nav richting na opiniërende commissie RVE 05-07-21 v2.3 4.1 Door het doen van onderzoek van Autena en Zijderveld via een plan m.e.r. en participatie worden alle belangrijke aspecten inzichtelijk gemaakt. Hiermee wordt het totale spectrum van onderzoeksinstrumenten ingezet zodat er een gefundeerde Milieu Effect Rapportage (MER) komt en er uitgebreide participatie mogelijk is, waardoor er gewerkt wordt aan meer draagvlak. 4.2 Met een plan m.e.r. wordt een juridische onderbouwing gegeven voor de te hanteren normeringen. Vanwege de uitspraak van de Raad van State van 30 juni 2021 dient de gemeente/initiatiefnemer een goede onderbouwing te formuleren voor de te hanteren normeringen (o.a. op het gebied van geluid, slagschaduw en veiligheid). Via een plan m.e.r. kan dit op een uitgebreide en goed wijze gefundeerd onderbouwd worden. 4.3 Op basis van vervolgonderzoek kan de raad een vervolgbesluit kan nemen. Door het uitvoeren van vervolgonderzoek worden technisch haalbare en maatschappelijk aanvaardbare keuzes inzichtelijk gemaakt. Hierop volgend worden de keuzemogelijkheden aan u als gemeenteraad voorgelegd ter verdere besluitvorming.
5.1 Door het niet nader onderzoeken van zoekgebied Lexmond, wordt voor belanghebbenden van dit zoekgebied duidelijkheid gecreëerd. Omdat de andere zoekgebieden Autena en Zijderveld nader worden onderzocht, hoeft zoekgebied Lexmond vooralsnog niet te worden onderzocht, wat duidelijkheid en rust geeft. 6.1 Door de uitkomsten van de nadere onderzoeken van de zoekgebieden Autena en Zijderveld voor te leggen aan u, wordt de gelegenheid geboden aan u als gemeenteraad om, indien gewenst, nadere voorwaarden te kunnen stellen. Om moverende redenen kunt u als gemeenteraad nadere voorwaarden stellen die wenselijk kunnen worden geacht zoals bijvoorbeeld op het gebied van geluidsnormeringen, slagschaduw, landschappelijke inpassing, etc. 6.2 De raad kan het bod voor de RES 2.0 bijstellen. Indien uit de uitkomsten van de nadere onderzoeken blijkt dat aanpassing van het RES 2.0 bod noodzakelijk is, kan de raad daartoe besluiten. 7.1 Door het uitvoeren van onderzoek naar een proeftuin t.b.v. de innovatie voor duurzame opwek van elektriciteit en/of opslag wordt invulling gegeven aan de wens van de raad. We denken hierbij aan de suggesties die in de commissie zijn gedaan zoals de inzet van basaltaccu’s. Hierdoor kunt u als gemeenteraad de gemeente Vijfheerenlanden nog duurzamer op de kaart zetten en inwoners en bedrijven stimuleren om mee te gaan in de verduurzaming.
Risicoparagraaf 1.1 De RES 1.0 is een momentopname. De tijdspanne van de energietransitie is groot. De RES1.0 is daarom een momentopname van waar alle deelnemende overheden nu staan als het gaat om het realiseren van zon en wind tot 2030. De RES 1.0 biedt het kader om in U16 verband gezamenlijk verder te werken aan deze grote opgave. Veel zoekgebieden in de RES 1.0 zullen de komende tijd verder worden uitgewerkt waarbij (ruimtelijke) afwegingen en het maatschappelijke gesprek nog moeten worden gevoerd, zoals ook in de gemeente Vijfheerenlanden. Dit betekent dat rekening gehouden moet worden met planuitval. Daarom is afgesproken om elk jaar de voortgang van de projecten te monitoren en zo nodig bij te sturen als voorbereiding op de RES 2.0. Bijsturen op bepaalde onderdelen kan dan tussentijds plaatsvinden. 1.2 Indien de landelijke doelstelling niet wordt gehaald is een aanvullende regionale opgave mogelijk. Als de landelijke taakstelling van 35 TWh duurzame elektriciteitsopwek niet wordt gehaald, zullen regio’s onderling in gesprek gaan om tot een verdeling over de resterende opgave te komen. Als deze gesprekken tussen de regio’s niet tot een resultaat leiden, wordt vanuit het NPRES een landelijke verdeelsystematiek ingezet die vanuit de landelijke koepels (VNG, Interprovinciaal overleg IPO en de Unie van Waterschappen) is opgesteld.
Uit de appreciatie van het Planbureau van de Leefomgeving (PBL) die in februari 2021 verscheen, is op basis van de ingediende Ontwerp-RES’en een bandbreedte van 31,2 TWh - 45,7 TWh duurzame elektriciteitsproductie in 2030 opgeteld. Het is dus op basis van de Ontwerp-RES’en niet zeker dat de landelijke taakstelling van 35 TWh wordt gehaald. 1.3 De realisatie van de RES 1.0 is afhankelijk van diverse randvoorwaarden. Voor een succesvolle realisatie van de RES 1.0 zijn we afhankelijk van diverse randvoorwaarden. Dit noemen we afhankelijkheden. Het Rijk moet de energietransitie beleidsmatig en financieel mogelijk maken en stimuleren. Denk aan de subsidies voor duurzame elektriciteitsopwek maar ook aan financiering aan de RES-deelnemers om invulling te geven aan de RES-taken. Bovendien leven er maatschappelijk zorgen over de energietransitie, de impact op de leefomgeving en betaalbaarheid voor de inwoners. Deze afhankelijkheden zijn benoemd in de RES 1.0. Waar mogelijk wordt rekening gehouden met de afhankelijkheden (bijvoorbeeld bij de bandbreedte voor zon op dak) of wordt de afhankelijkheid verkleind (denk aan de omvang van het Regionaal Uitvoeringsplan afhankelijk maken van rijks-financiering). 1.4 Er zijn knelpunten in het elektriciteitsnetwerk maar het bod is maakbaar.
Netbeheerder Stedin heeft de in maart 2021 aangeleverde zoekgebieden getoetst aan de elektriciteitsinfrastructuur en vastgesteld welke netinvesteringen waar en wanneer nodig zijn om de RES-opgave maakbaar te maken. In de netimpactrapportage zijn 19 ‘knelpunten’ benoemd waar netinvesteringen nodig zijn om de opgegeven opwekvermogens aan te kunnen sluiten. Daarvan zijn er 2 urgent. Om de knelpunten te kunnen oplossen is concreetheid en zekerheid nodig van gemeenten over hun plannen en Stedin roept daarom op om zo spoedig mogelijk het proces in gang te zetten over de ruimtelijke inpassing van de additionele netinfrastructuur. In het 3e kwartaal van 2021 vindt overleg plaats tussen Stedin en onze gemeente. Stedin benadrukt het belang om in het 4e kwartaal van 2021 een nieuwe toets uit te voeren als ijkpunt voor de
maakbaarheid van het RES-bod en als vertrekpunt voor een uitvoeringsprogramma. De verwachting is dat het RES-bod in Q4 namelijk verder is uitgewerkt en dat diverse gemeenten meer zekerheid kunnen bieden over hun bijdrage aan het bod. 1.5. Innovatie en kernenergie is niet meegenomen in het bod. Op basis van afspraken in het Klimaatakkoord kunnen alleen zon op dak (vanaf ca. 55 panelen), zonnevelden en windturbines meegerekend worden voor het regionale bod. Deze technieken zijn momenteel haalbaar (technical readiness level is hoog) en op grote schaal in te zetten voor de opwek van duurzame elektriciteit. Hiermee kunnen deze voor 2030 een bijdrage leveren aan onze doelstellingen. Kernenergie valt om deze reden af, het is onmogelijk in 10 jaar een kerncentrale te realiseren. Voor de periode na 2030 is nog niet bepaald met welke technieken gerekend kan worden. 1.6. Het landelijke indieningsmoment voor de RES 1.0 was 1 juli 2021. De minister heeft vooralsnog aangeven aan het indieningsmoment van 1 juli 2021 vast te houden. Het is niet bekend wat de gevolgen zijn van het drie maanden later opleveren van de RES1.0 door de U16. De RES1.0 is onder voorbehoud van besluitvorming in de U16 parlementen, op 30 mei 2021, aan het NPRES gestuurd. 2.1 Uitwerking in ruimtelijk beleid en regelgeving schept verwachtingen en mogelijkheden.
Als in gemeentelijk beleid en/of in ruimtelijk beleid gelegenheid wordt gecreëerd voor realisatie van wind- en/of zonne-energie, kunnen initiatiefnemers deze ook benutten, waardoor sturing wellicht minder goed mogelijk is. 3.1 De commissie heeft richting gegeven die geïnterpreteerd kan worden dat alleen zoekgebied Autena aangewezen wordt voor nader onderzoek. Door die beperking is het onmogelijk om de eerdere gedane toezegging (in het conceptbod) van 0,072 TWh bij te gaan dragen aan de RES U16 (door 3 extra windturbines). De gemeente Vijfheerenlanden wordt dan binnen de U16 gezien als bestuurlijk onbetrouwbaar. Verder zou dit kunnen leiden tot een aanwijzingsbesluit vanuit de provincie Utrecht en/of het Rijk, waardoor wij de regie verliezen. Een aanwijzingsbesluit betekent dat de provincie en/of het Rijk dan bepalen dat er toch windturbines in de gemeente Vijfheerenlanden geplaatst moeten worden. 4.1 Onderzoek via een plan m.e.r. en participatie vraagt tijd en kost geld. De tijd voor een plan m.e.r. kan 2 jaar in beslag nemen waardoor de vergunningverlening voor 2025, afgesproken voor de RES, in gevaar komt. Ook kan de uitkomst van de onderzoeken zijn dat het niet mogelijk is om windturbines te plaatsen waardoor de geïnvesteerde kosten niet via de opbrengsten van windturbines kunnen worden terugverdiend.
5.1 Door zoekgebied Lexmond niet nader te onderzoeken kan het beeld ontstaan dat er dan ook nooit windturbines zullen komen. Door het niet uitvoeren van nader onderzoek in zoekgebied Lexmond wordt onterecht de indruk gewekt dat dit zoekgebied toch niet kansrijk is voor windturbines. 6.1 Door de mogelijkheid te creëren voor het opleggen van nadere voorwaarden door de raad, kan leiden tot overmatige strenge voorwaarden waardoor initiatiefnemers wegblijven. Als overmatig strenge voorwaarden opgesteld zijn, zal dit een negatieve invloed hebben op de
opbrengsten waardoor niet alleen de initiatiefnemer, maar ook de lokale participanten minder rendement zullen ontvangen. 7.1 Het doen van onderzoek voor een proeftuin t.b.v. innovatie kan geld kosten zonder directe opbrengsten te genereren. Immers, een proeftuin t.b.v. innovatie is vooral gericht op het geven van inzicht (over rendement en (on)mogelijkheden van die innovatie) en niet primair op het genereren van opbrengst.
Betrokkenheid pers Informeren via besluitenlijst Informeren via persgesprek Informeren via persbericht
Financiële paragraaf De RES 1.0 heeft geen directe financiële consequenties. De regionale uitvoeringskosten worden uitgewerkt in het Regionaal Uitvoeringsplan dat kort na besluitvorming over de RES 1.0 aan de dagelijks besturen ter besluitvorming voorgelegd wordt. Naar verwachting gaat het Rijk een financiële ondersteuning leveren voor de volgende fase van de uitvoering van het Klimaatakkoord, waaronder een bijdrage voor de uitvoering van de RES. De omvang van deze bijdrage is nog niet bekend. De RES samenwerking is tot op heden gefinancierd uit: ‘om niet’ inzet van ambtelijke uren, een rijksbijdrage (uitgekeerd aan de centrumgemeente) en een deelnemersbijdrage (provincie 1/4, waterschappen 1/8, gemeenten 5/8 verdeeld naar rato inwonertal, ca. € 0,0027 per inwoner). Wij verwachten dat deze bedragen indicatief zijn voor de kosten in de volgende fase.
Participatieparagraaf De energietransitie is niet van de overheden en kan alleen slagen met inzet van vele inwoners, energiecoöperaties, grondeigenaren, maatschappelijke organisaties, ontwikkelaars, woningcorporaties en andere bedrijven bij de vraag hoe we de energietransitie in onze regio vormgeven. Daarom hebben we inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers betrokken bij het opstellen van de RES. Zowel regionaal als lokaal heeft participatie over de RES plaatsgevonden. Na het vaststellen van de Ontwerp-RES is vooral op lokaal niveau aan de slag gegaan met het zoeken naar gebieden voor duurzame elektriciteitsopwek. Daarmee sloten we aan bij de lokale context en verschillende fasen waarin gemeenten zich bevonden, is doorgebouwd op bestaande participatiestructuren en konden inwoners en andere belanghebbenden het beste betrokken worden. Meer hierover vindt u in bijlage 1 en 11 van de RES. Vanuit de regio zijn de lokale processen ondersteund met onderzoek, kennis en afstemming. Daarnaast zijn er regelmatig zowel brede bijeenkomsten als kleinere tafelgesprekken geweest met regionale stakeholders. Ook zijn een-op-een gesprekken met enkele organisaties uit het maatschappelijke veld met een belang in natuur, milieu, ruimtegebruik, landbouw en energie gevoerd. Ten aanzien van warmte is in warmteateliers gesproken met energiecoöperaties en regionale stakeholders.
De resultaten uit de participatie hebben bijgedragen en sturing gegeven aan de totstandkoming van de RES 1.0 en verschillende bijlagen (o.a. rapport LandID en de thematische agenda elektriciteit en warmte). In 2019 is de participatie in de gemeente Vijfheerenlanden opgestart met masterclasses, gevolgd
door een energiecongres en de opzet van de website NatuurlijkVijfheerenlanden.nl. Inwoners konden daar reageren via een enquête en recent via inwonersgesprekken. Ook zijn er vele andere participatiemomenten georganiseerd in de periode 2019-2021. Dit is ook opgenomen binnen de RES zelf en wordt continu voortgezet. Ook bij de vervolgstappen worden inwoners en lokale organisaties weer betrokken om mee te praten en mee te denken. Naast het meedenken en meepraten, gaat het ook om meedoen, bijvoorbeeld in de vorm van 50% lokaal eigenaarschap of andere vormen van financiële participatie bij duurzame initiatieven. Het streven naar 50% eigenaarschap is als uitgangspunt in de RES 1.0 opgenomen. Verwezen wordt naar bijlage 3. Participatiestrategie vervolgproces zoeklocaties 21-07-16 v1.2. De regionale participatie zal worden versterkt met landelijke en regionale organisaties om een continue dialoog te voeren. Het doel hiervan is om belanghebbenden als samenwerkingspartners bij de RES U16 te betrekken, zodat zij een structurele inbreng leveren voor de realisatie van de projecten en initiatieven. Op deze manier kunnen ook landelijke of regionale belanghebbenden tijdig worden gekoppeld aan lokale participatietrajecten.
Als een initiatiefnemer voor een bepaalde zoeklocatie binnen onze gemeente zich meldt, zullen wij als gemeente daarin ook een actieve rol nemen om die participatie te stimuleren en faciliteren.
Duurzaamheidsparagraaf Het betreft een belangrijke bijdrage aan het klimaatbeleid. Immers, via duurzame opwek van elektrische energie kunnen de doelstellingen op het gebied van de energietransitie en het klimaatbeleid in zicht komen. Ondanks dat door deze bijdrage vanuit het bod van 0,072 TWh de gemeente Vijfheerenlanden slechts zo’n 23% van het eigen verbruik in de gemeente duurzaam opwekt, is deze bijdrage een goede eerste stap in de richting van het streven van 70% afgesproken in het Klimaatakkoord.
Communicatieparagraaf Verwezen wordt naar: bijlage 3. Participatiestrategie vervolgproces zoeklocaties 21-07-16 v1.2. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden, {{signer1}} 28/07/2021 13:13:07 CEST
Signed By: n.van.ameijde@vijfheerenlanden.nl ID: 5b985ed7-957e-4122-8f9c-bbd672fe51b5 Auth: Consent
{{signer2}} 29/07/2021 08:02:25 CEST
Signed By: m.van.middelkoop@vijfheerenlanden.nl ID: 5b985ed7-957e-4122-8f9c-bbd672fe51b5 Auth: Consent
de secretaris,
de loco burgemeester,
N. (Nanette) van Ameijde-Poortman
M. (Maks) van Middelkoop
Bijlagen Bijlage 0. RES 1.0 – U16 -31.05.2021.pdf (original), Bijlage 1. RES Pad tot 2050.docx (original), Bijlage 2. Tabel onderbouwing van het regionale bod in de RES 1.0 bestaande uit vier
bouwblokken v1.xlsx (original), Bijlage 4. Visienotitie nav richting na opinierende commissie RVE 05-07-21 v2.3.docx (original), Bijlage 6. Factsheet Milieueffectrapportage in een notendop.pdf (original), Bijlage 7. 06-07-21 ministerie EZK Gevolgen_van_de_uitspraak_van_de_Raad_van_State_over_de_milieubeoordeling_voor_windturb inenormen.docx (original), Bijlage 8. Uitleg modellen Lokale opbrengsten windenergie - juni 2021.docx (original), Bijlage 9. kamerbrief-over-informatie-over-te-maken-politieke-keuzes-overde-inzet-van-burgerfora-rond-het-klimaat-en-energiebeleid.pdf (original), Persbericht 210623 Vijfheerenlanden maakt RES 1.0 bekend.docx (original), bijlage 3. Participatiestrategie vervolgproces zoeklocaties 21-07-16 v1.2.docx (original), bijlage 5. Notitie gezondheidseffecten windturbines74.pdf (original)