CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Belastingverordeningen 2026

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 16 december 2025, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Belastingverordeningen 20266.053 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Zaaknummer 1679317

Onderwerp: Belastingverordeningen 2026 Vergaderdatum raad: 16 december 2025 Geheim: Steller: Portefeuillehouder:

Nee Cemre Madak-Ilkinci Wethouder Van Maanen

Beslispunten 1. De volgende verordeningen en het kostenbesluit vast te laten stellen: 1.1 Verordening staangeld 2026 1.2 Verordening toeristenbelasting 2026 1.3 Verordening marktgelden 2026 1.4 Verordening parkeerbelastingen 2026 1.5 Kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen 2026 1.6 Verordening reclamebelasting 2026 1.7 Verordening liggelden passantenhaven 2026 1.8 Verordening onroerendezaakbelastingen 2026 1.9 Verordening afvalstoffenheffing 2026 1.10 Verordening riool-en waterzorgheffing 2026 1.11 Legesverordening 2026 1.12 Verordening precariobelasting 2026 1.13 Verordening kwijtschelding 2026 1.14 Verordening lijkbezorgingrechten 2026

Inleiding Om de in de begroting 2026 opgenomen belastingopbrengsten te kunnen realiseren, is het nodig de belastingverordeningen door de raad te laten vaststellen. De gemeentelijke heffingen worden conform de programmabegroting 2026 verhoogd met 3% (inflatiecorrectie). Voor sommige belastingsoorten geldt dat hiervan wordt afgeweken. In dit voorstel wordt hier per belastingsoort een toelichting op gegeven.

Beoogd effect Het realiseren van de in de begroting 2026 opgenomen belastingopbrengsten.

Argumenten In deze paragraaf staan in het kort de wijzigingen per belastingverordening beschreven ten opzichte van 2025. De wijzigingen sluiten aan bij de paragraaf lokale heffingen van de begroting 2026. Omdat bij de vaststelling van de begroting 2026 de exacte gegevens nog niet bekend zijn, wijken de OZB tarieven en de tarieven riool-en waterzorgheffing die genoemd worden in de paragraaf lokale heffingen af van de tarieven zoals opgenomen in de belastingverordeningen 2026. Aanpassingen in de verordeningen 1.1 Verordening staangeld 2026. Onder de naam ‘staangeld’ wordt een recht geheven voor het hebben van een standplaats voor een woonwagen. Het tarief wordt met 3% verhoogd (inflatiecorrectie). Tarief 2025 € 3.320,00 per jaar Tarief 2026 € 3.419,00 per jaar Tarief wordt berekend over het niet afgeronde bedrag van 2025. Vervolgens wordt deze rekenkundig afgerond naar een geheel bedrag. 1.2 Verordening toeristenbelasting 2026. Toeristenbelasting wordt geheven bij een overnachting in hotels, vakantieonderkomens, mobiele kampeeronderkomens, logiesverblijf, campings en recreatieve vaartuigen van personen die niet als ingezetenen van de gemeente in de gemeentelijke basisadministratie zijn ingeschreven. Het tarief wordt met 3% verhoogd (inflatiecorrectie). Alleen het tarief voor campings zoals benoemd in artikel 6 lid 3 van de verordening toeristenbelasting 2026 blijft gelijk.

Tarieven 2025 per persoon per overnachting • Hotel: € 2,30 • Andere vakantieonderkomens: € 1,45 • Campings: 7,0 % van de vergoeding voor het verblijf die in rekening wordt gebracht Tarieven 2026 per persoon per overnachting • Hotel: € 2,35 • Andere vakantieonderkomens: € 1,50 • Campings: 7,0 % van de vergoeding voor het verblijf die in rekening wordt gebracht De bij de gemeente bekende ondernemers zijn geïnformeerd over de prijsontwikkeling.

De tarieven worden berekend over het niet afgeronde bedrag van 2025. Vervolgens worden deze rekenkundig op eenheden van 5 cent afgerond. 1.3 Verordening marktgelden 2026. Marktgelden worden geheven voor het innemen van een standplaats als bedoeld in de Marktverordening Vijfheerenlanden. De tarieven worden verhoogd met 3% (inflatiecorrectie). De tarieven worden berekend over het niet afgeronde bedrag van 2025. Vervolgens worden deze rekenkundig op eenheden van 5 cent afgerond Omdat de verordening marktgelden een groot aantal tarieven kent, wordt voor een overzicht van de tarieven kortheidshalve verwezen naar de verordening. In de verordening zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd. Met deze wijzigingen zijn geen inhoudelijke beleidswijzigingen beoogd. Toelichting wijzigingen Het huidige tarief voor elektriciteit in de marktgeldenverordening bedraagt € 0,50 per kWh. Uit de kostprijsberekening voor 2024 blijkt echter dat de totale kosten inclusief gebruikskosten, kapitaallasten, onderhoud en servicekosten € 1,30 per kWh bedragen. Het tarief wordt daarom per 2026 verhoogd naar € 1,30 per kWh om de voorziening kostendekkend te maken. Deze verhoging is aanzienlijk, zowel in absolute zin als in vergelijking met tarieven in andere gemeenten. Het hogere tarief is het gevolg van het uitgangspunt om de voorziening volledig kostendekkend te maken. Daarnaast wordt artikel 4.1.2.

(krachtstroom per kWh) geschrapt. Anders dan bij het dagdeeltarief maakt het bij verrekening per kWh geen verschil of er sprake is van gewone stroom of krachtstroom; beide worden immers op basis van werkelijk verbruik afgerekend. 1.4 Verordening parkeerbelastingen 2026. De parkeerbelasting heeft een regulerend karakter. Met de parkeerbelasting wordt het parkeergedrag van bewoners of bezoekers van een gemeente gereguleerd. De tarieven in de tarieventabel worden met 3% (inflatiecorrectie) verhoogd. De tarieven worden berekend over het niet afgeronde bedrag van 2025. Vervolgens worden deze rekenkundig op eenheden van 5 cent afgerond. Voor de tarieven wordt kortheidshalve verwezen naar de tarieventabel bij de belastingverordening. 1.5 Kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen 2026. De gemeente Vijfheerenlanden voert de handhaving van de parkeerbelastingen uit en heft het maximale overheidstarief voor de naheffingsaanslag 2026 van € 82,00. 1.6 Verordening reclamebelasting 2026. Deze belasting mag worden geheven voor een 'openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg'. De belasting wordt geheven met een vast bedrag en een percentage van de WOZwaarde. Het vaste tarief wordt verhoogd met de inflatiecorrectie van 3%.

Tarieven 2025: 1. a. in wijk ‘Centrum’ in Leerdam: € 333,65 b. het bedrag onder onderdeel a van dit artikel wordt vermeerderd met 0,1456% van de voor het belastingjaar vastgestelde waarde als bedoeld in de Wet waardering onroerende zaken. 2. a. in wijk ‘Centrum’ in Vianen: € 490,35 b. het bedrag onder onderdeel a van dit artikel wordt vermeerderd met 0,1456% van de voor het belastingjaar vastgestelde waarde als bedoeld in de Wet waardering onroerende zaken. c. het maximumbedrag van onderdeel b bedraagt € 1.000,Tarieven 2026: 1. a. in wijk ‘Centrum’ in Leerdam: € 343,65 b. het bedrag onder onderdeel a van dit artikel wordt vermeerderd met 0,1456% van de voor het belastingjaar vastgestelde waarde als bedoeld in de Wet waardering onroerende zaken. 2. a. in wijk ‘Centrum’ in Vianen: € 505,05 b. het bedrag onder onderdeel a van dit artikel wordt vermeerderd met 0,1456% van de voor het belastingjaar vastgestelde waarde als bedoeld in de Wet waardering onroerende zaken. c. het maximumbedrag van onderdeel b bedraagt € 1.000,De tarieven worden berekend over het niet afgeronde bedrag van 2025. Vervolgens worden deze rekenkundig op eenheden van 5 cent afgerond. 1.7 Verordening liggelden passantenhaven 2026. Onder de naam liggeld wordt een recht geheven voor het gebruik van de steiger in de passantenhaven in Vianen met een vaartuig.

Het tarief voor een vaartuig per meter per dag wordt verhoogd met de inflatiecorrectie van 3%. Tarieven 2025: • Bedrag per meter 2025: € 1,52. • Tarief voor stroom: € 0,50 per kWh en • Tarief voor water € 0,50 per 100 liter water Tarieven 2026: • Bedrag per meter 2026: € 1,55. • Tarief voor stroom: € 1,70 per kWh • Tarief voor water: € 0,50 per 100 liter water In de verordening zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd. Met deze wijzigingen zijn geen inhoudelijke beleidswijzigingen beoogd. Toelichting wijzigingen Voor de haven is de kostprijs van elektriciteit vastgesteld op € 1,70 per kWh. Deze kostprijs is opgebouwd uit zowel variabele als vaste componenten. De variabele kosten omvatten het verbruik, inclusief netbeheerkosten en belastingen. De vaste kosten bestaan uit:

• • • •

aanschaf- en plaatsingskosten van de stroomvoorziening (met een afschrijvingstermijn van 15 jaar), kosten voor het gebruik van het platform AanUit.net, servicecontractkosten met Seijsener, en een reservering voor onvoorziene reparaties.

Hoewel het tarief aanzienlijk stijgt ten opzichte van het huidige bedrag van € 0,50 per kWh, blijft de impact voor passanten relatief beperkt. Waar voorheen een gemiddeld verblijf aan de haven ongeveer € 3,- aan stroomkosten met zich meebracht, zal dit nu uitkomen op circa € 10,-. Dit bedrag blijft, gezien de totale verblijfskosten, binnen redelijke proporties. Het bedrag is ook hoog t.o.v. de kostprijs van stroom bij de markten. Dit verschil met de markten zit hem vrijwel volledig in de kapitaallasten. De aanschafkosten zijn zowel voor markten en havens gelijkwaardig, maar door het grote verschil in verbruik in kWh (markten hebben een meer dan twee keer zo groot verbruik) komt de kostprijs bij de havens hoger uit. Uitgangspunt bij het vaststellen van de tarieven is 100% kostendekkendheid. 1.8 Verordening onroerendezaakbelastingen 2026. De onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2026 wordt vastgesteld als een percentage van de WOZwaarde met als peildatum 1 januari 2025. Bij het bepalen van het tarief voor 2026 wordt het tarief van 2025 vermenigvuldigd met de gewenste opbrengstverhoging van 7%. Deze opbrengstverhoging bestaat uit 3% inflatiecorrectie en 4% voortkomend uit de kadernota 2026 (ombuigingen). Vervolgens wordt gecorrigeerd voor de verwachte stijging van de WOZ-waarden tussen waardepeildatum 1 januari 2024 en 1 waardepeildatum 1 januari 2025.

Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de voorlopige resultaten van het taxatiebureau. Voor ruim 93% van de objecten was begin november 2025 de nieuwe WOZ-waarde bekend. Woningen De gemiddelde stijging van de WOZ-waarde tussen waardepeildatum 1 januari 2024 en 1 waardepeildatum 1 januari 2025 voor woningen bedraagt 10,95%. Deze stijging wordt grotendeels verklaard door de algemene waardeontwikkeling op de vastgoedmarkt voor woningen in Vijfheerenlanden. Daarnaast is er sprake van waardeveranderingen als gevolg van wijzigingen in de WOZ-administratie (bijvoorbeeld door sloop of verbouw) of door het wijzigen van woningen in niet-woningen (en omgekeerd). Niet-woningen De gemiddelde stijging van de WOZ-waarde tussen waardepeildatum 1 januari 2024 en 1 waardepeildatum 1 januari 2025 voor niet-woningen bedraagt 6,45%. Deze stijging wordt grotendeels verklaard door de algemene waardeontwikkeling op de vastgoedmarkt voor nietwoningen in Vijfheerenlanden. Daarnaast is er sprake van waardeveranderingen als gevolg van wijzigingen in de WOZ-administratie (bijvoorbeeld door sloop of verbouw) of door het wijzigen van niet-woningen in woningen (en omgekeerd). Tarieven 2025: • Eigenaar woning: 0,0877%

• •

Eigenaar niet-woning: 0,2487% Gebruiker niet-woning: 0,1967%

Tarieven 2026: • Eigenaar woning: 0,0846% • Eigenaar niet-woning: 0,2500% • Gebruiker niet-woning: 0,1977% 1.9 Verordening afvalstoffenheffing 2026. De kosten van de afvalinzameling en -verwerking van particuliere huishoudens worden via de afvalstoffenheffing verhaald. Uitgangspunt bij het vaststellen van de tarieven is 100% kostendekkendheid. In de tarieven wordt een onderscheid gemaakt tussen één- en meerpersoonshuishoudens. Tarieven 2025 • Bij het gebruik van een perceel door één persoon: € 386,-. • Bij het gebruik van een perceel door meerdere personen: € 486,-. Tarieven 2026 • Bij het gebruik van een perceel door één persoon: € 397,-. • Bij het gebruik van een perceel door meerdere personen: € 502,-. • Het in verband met verloren goederen openen van een ondergrondse container: € 150,00 • Het vervangen van een verloren geraakte milieupas: € 15,00 In de verordening zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd. Met deze wijzigingen zijn geen inhoudelijke beleidswijzigingen beoogd. Toelichting wijzigingen In artikel 5 van de Verordening afvalstoffenheffing 2026 zijn nieuwe tarieven opgenomen voor onder andere hulp bij het terughalen van verloren goederen uit een ondergrondse container en voor het verstrekken van een extra milieupas. Deze tarieven waren voorheen niet opgenomen in de verordening.

Ze zijn nu toegevoegd omdat Waardlanden deze diensten in rekening brengt en het juridisch vereist is dat deze kosten via de gemeentelijke verordening worden vastgelegd. Deze tarieven zijn bepaald door Waardlanden en zijn kostendekkend. Voor het heffen van deze tarieven wordt er mandaat verleend aan Waardlanden door de heffings- en invorderingsambtenaar via een mandaatbesluit. 1.10 Verordening riool-en waterzorgheffing 2026. Onder de naam riool- en waterzorgheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

Uitgangspunt bij het vaststellen van de tarieven is 100% kostendekkendheid. De invoering van de riool- en waterzorgheffing, inclusief de nieuwe heffingssystematiek, is ter besluitvorming voorgelegd aan de raad op 25 september 2025. Op basis van het op 25 september 2025 aangenomen amendement is besloten om de riool- en waterzorgheffing gefaseerd in te voeren voor zowel eigenaren als gebruikers, volgens onderstaande verdeling. Omdat eigenaren voor het eerst in de heffing worden betrokken, is gekozen om in drie jaar naar de gewenste verdeling te groeien (ingroeivariant): 2026 in een 10% verdeling voor eigenaren - 90% verdeling voor gebruikers; 2027 in een 15% verdeling voor eigenaren - 85% verdeling voor gebruikers; 2028 in een 20% verdeling voor eigenaren - 80% verdeling voor gebruikers; Tarief 2025 Gebruikersheffing € 168,00 per 300 m³ waterverbruik.

Onderstaande tarieven zijn berekend met een 10% en 90% verdeling voor het jaar 2026: Tarieven 2026 Eigenarenheffing • percelen met een WOZ-waarde < € 75.000: € 10,80 • percelen met een WOZ-waarde tussen € 75.000 en € 600.000: € 18,00 • percelen met een WOZ-waarde ≥ € 600.000: € 21,60 Gebruikersheffing Woningen: • Vast bedrag van 1 m³ tot en met 900 m³ waterverbruik: € 172,44 • Vanaf 901 m³ wordt verhoogd voor iedere volle eenheid van 100 m³ (of een gedeelte daarvan): € 65,52 Niet-woningen: • Vast bedrag van 1 m³ tot en met 900 m³ waterverbruik: € 258,60 • Vanaf 901 m³ wordt verhoogd voor iedere volle eenheid van 100 m³ (of een gedeelte daarvan): € 65,52 1.11 Legesverordening 2026. Leges zijn retributies voor diensten die door de gemeente worden verleend. Hieronder worden de wijzigingen in de Legesverordening 2026 ten opzichte van 2025 kort uiteengezet en toegelicht. Gedetailleerde informatie over de inkomsten is opgenomen in de paragraaf lokale heffingen van de begroting. De wet stelt als eis dat de verordening in zijn geheel niet meer dan kostendekkend mag zijn. Dit voorschrift geldt niet voor de individuele prestatie voortvloeiend uit de legesverordening, maar

alleen voor het totaal van baten en lasten van de dienstverleningen. De tarieven van de leges worden per 1 januari 2026 met 3% verhoogd. De tarieven worden berekend over het niet afgeronde bedrag van 2025. Vervolgens worden deze rekenkundig op eenheden van 5 cent afgerond. Een aantal legestarieven is aan een wettelijk maximum gebonden (tarieven in de tarieventabel met een *). Omdat de legesverordening een groot aantal tarieven kent, wordt voor een overzicht van de tarieven kortheidshalve verwezen naar de tarieventabel bij de verordening. Op een aantal artikelen is geen inflatiecorrectie toegepast, maar is het tarief vanwege andere redenen verhoogd, verlaagd of gelijk gebleven. Deze artikelen worden hieronder toegelicht. In de tarieventabel van de verordening is een aantal wijzigingen doorgevoerd, onder andere door de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarnaast zijn tekstuele wijzigingen doorgevoerd, zodat zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de modelverordening van de VNG. Met deze wijzigingen zijn geen inhoudelijke beleidswijzigingen beoogd.

Toelichting wijzigingen Paragraaf 1.2 · artikel 1.11 a Modaliteiten: de zin “voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen 1.9 en 1.10, onder a, genoemd document, zijnde een toeslag op de in die artikelen genoemde bedragen:” gewijzigd naar “voor een aanvraag met spoed van een in de artikelen 1.9 en 1.10, onder a, genoemd document, zijnde een toeslag op de in die artikelen genoemde bedragen:” · artikel 1.11 c toegevoegd: Voor het op locatie aanvragen van een in de artikelen 1.9 en 1.10 genoemd document, zijnde een toeslag op de in de artikelen 1.9 en 1.10 en onder a genoemde bedragen: 19,00* (2026) € 18,65* (2025) In paragraaf 1.9 · Aan artikel 1.29 lid 4 toegevoegd. Door de toenemende vraag naar huisvesting zowel voor reguliere als aandachtsgroepen wordt het steeds belangrijker om de bestaande woningvoorraad efficiënter te benutten. Een mogelijke oplossing voor de krapte op de woningmarkt is het verruimen van mogelijkheden voor kamergewijze verhuur en woningsplitsing. Ook woningcorporaties zien kansen om (grotere) eengezinswoningen toegankelijk te maken voor meerdere doelgroepen, waarmee het aanbod aan betaalbare woningen vergroot kan worden. In eerdere huisvestingsverordeningen waren wijzigingen in de woningvoorraad nog niet opgenomen; dit is pas vanaf 2025 geregeld. De Huisvestingsverordening is voorgelegd aan de raad op 20 maart 2025.

Met de nieuwe verordening willen we meer flexibiliteit creëren in het gebruik van bestaande woningen. Voor kadastrale splitsing is een gemeentelijke splitsingsvergunning wenselijk. Het bepaalde tarief van € 101,90 sluit in ieder geval aan bij de andere vergunningen voor Volkshuisvesting. · Artikel 1.32 is tekstueel aangepast vanwege gewijzigde grondslag (Telecommunicatieverordening gemeente Vijfheerenlanden in plaats van Telecommunicatiewet) en is het jaartal 2025 weggehaald zodat het niet elk jaar aangepast hoeft te worden. ·

In artikel 1.33 j zijn de locaties verwijderd: j. Tot het verlenen van een ontheffing

geslotenverklaring (inrijverboden). De reden dat de locaties zijn verwijderd is dat de inrijverboden ook op andere locaties ingesteld kunnen worden voor de ontheffingen. · Aan artikel 1.33 k is toegevoegd: k. tot het verlenen van een ontheffing voor toegang tot de autoluwe binnenstad Leerdam 1. voor 1 jaar € 3,00 2. voor 1 dag € 3,00. Het invoeren van autoluwe binnenstad is ter besluitvorming voorgelegd aan de raad op 21 september 2023. Het college heeft de regeling ontheffingen vastgesteld op 2 september 2025 besloten door het college. Paragraaf 2.1 · In artikel 2.1 lid 3 is de nieuwe bijlage I opgenomen waarin de kleine buitenplanse afwijkingen staan vermeld. Dit betreft geen inhoudelijke wijziging maar een verduidelijking ten opzichte van de huidige versie waarin naar (vervallen) wetgeving werd verwezen. Paragraaf 2.2 · Artikel 2.4 is aangepast aan de huidige werkwijze en daarbij gehanteerde termen. Alle voor de voorfase van toepassing zijnde leges staan nu logisch bij elkaar. Het tarief van artikel 2.4 is niet geïndexeerd. Het bedrag is ooit vastgesteld als drempel om initiatiefnemers erop te wijzen dat er ambtelijke kosten aan hun verzoek verbonden zijn. In de praktijk is het gehanteerde bedrag voldoende gebleken: er worden ieder jaar honderden serieuze verzoeken ingediend, maar het aantal niet serieuze verzoeken is geminimaliseerd.

De leges worden bij positieve afronding in mindering gebracht op de definitieve aanvraag. Verhogen van de leges is daardoor financieel gezien niet zinvol. Paragraaf 2.3 · In artikelen 2.5 en 2.6 is het platte tariefstelsel omgezet naar een degressief stelsel met acht schijven. Dit sluit enerzijds beter aan bij de door omliggende gemeenten gehanteerde methode, maar maakt het ook mogelijk om de kostendekkendheid op product niveau bij te sturen. Na analyse blijkt dat met de nu voorgestelde tarieven en percentages de kostendekkendheid voor hoofdstuk 2 op 100% uit komt. Het risico op onverbindend verklaard worden van de legesverordening wordt hiermee weggenomen. Paragraaf 2.3a · Artikel 2.7a was eerder ondergebracht in artikel 2.6 lid 2 onderdeel b sub 1. Ter verduidelijking is dit nu in een apart artikel ondergebracht. Hiermee wordt duidelijker dat de leges voor een afwijking van het omgevingsplan boven op de kosten voor de omgevingsplanactiviteit (ruimtelijk deel) komen. Opzet en indeling zijn verder ongewijzigd. · In artikel 2.7a lid 1 onderdeel b sub 1 wordt weer verwezen naar de nieuwe bijlage I waarin de kleine buitenplanse afwijkingen staan vermeld. Dit betreft geen inhoudelijke wijziging maar een verduidelijking ten opzichte van de huidige versie waarin naar een (vervallen) regeling wordt verwezen.

· Artikel 2.7a lid 1 onderdeel b sub 5. is aangevuld met een nieuwe categorie bouwwerken. In de oude regeling was niets opgenomen voor de categorie “bouwwerken geen gebouw zijnde”. Door deze toevoeging is het straks mogelijk om ook leges te heffen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten voor bijvoorbeeld windturbines of infrastructurele werken waarbij van het omgevingsplan afgeweken wordt. Paragraaf 2.5 · Artikel 2.12 t/m 2.20. Na twee jaar ervaring met de Omgevingswet blijkt dat er slechts vier aanvragen voor milieubelastende activiteiten zijn voorgekomen. In plaats van 10 specifieke artikelen met identieke leges wordt nu voorzien in 1 algemeen geformuleerd artikel. Het tarief is gebaseerd op (landelijke) kengetallen vermenigvuldigd met het uurtarief van de Omgevingsdienst Utrecht. · Artikel 2.12a is nieuw, maar is geen beleidswijziging. Met invoering van de Omgevingswet is het namelijk mogelijk om ook voor milieu gerelateerde aanvragen leges te heffen. Op basis van deze regeling kunnen de kosten verhaald worden die de Omgevingsdienst Utrecht maakt voor het verstrekken van milieu gerelateerde besluiten. Bij invoering van de Omgevingswet zijn leges ingevoerd voor milieubelastende activiteiten. Dat is echter ook mogelijk voor de ontheffing gevaarlijke stoffen. Er is dus geen sprake van een beleidswijziging, maar van een reparatie van een omissie.

Het tarief is gebaseerd op (landelijke) kengetallen vermenigvuldigd met het uurtarief van de Omgevingsdienst Utrecht. Paragraaf 2.7 · In artikel 2.27 (uitweg/inrit) is het tarief niet geïndexeerd, maar meer kostendekkend op product niveau gemaakt (van nog geen 20% naar 55%). Dit tarief komt overeen met het tarief van de reclamevergunning. Paragraaf 2.8 · Artikel 2.30 is tekstueel aangepast omdat de APV als grondslag voor het kappen is vervallen. Met vaststelling van de Bomenlijst en Groene Kaart is het niet aannemelijk dat er nog veel aanvragen voor het kappen van meerdere bomen worden ingediend. Daardoor kan de opzet vereenvoudigd worden tot één regel met één vast tarief. Voor het tarief is aangesloten bij het tarief van andere vergunningen met een vergelijkbare tijdsbesteding. · De artikelen 2.31/32/33 zijn tekstueel aangepast omdat de APV als grondslag is vervallen. · In artikel 2.34 staat in plaats van drie specifieke regels nu één algemeen geformuleerde regel. Paragraaf 2.9 · Artikel 2.35 lid a. De tekst van lid a is ten opzichte van de vorige verordening algemener geformuleerd, terwijl lid b juist specifieker is geformuleerd. Dit volgt uit ervaring met het werken onder de Wet kwaliteitsborging.

Op basis van landelijke ervaring blijkt dat de behandeling van een maatwerkverzoek dat betrekking heeft op de ingebruikname van een bouwwerk met een geringe afwijking van het Besluit bouwwerken leefomgeving al snel enkele uren inzet vraagt. Met het voorgestelde tarief zijn de kosten van circa vijf uur gedekt. · In artikel 2.36 staat in plaats van vier specifieke regels met identiek tarief nu één algemeen geformuleerde regel. Het tarief is niet geïndexeerd, maar gebaseerd op de aangescherpte

tijdsbesteding op basis van (landelijke) kengetallen vermenigvuldigd met het uurtarief van de Omgevingsdienst Utrecht. Paragraaf 2.10 · Artikel 2.38 voldeed met het vermelden van diverse uurtarieven niet aan de juridische eis dat de initiatiefnemer op voorhand inzicht moet hebben in de totaal verschuldigde kosten. Daarom omgezet naar begroting. Paragraaf 2.11 · Artikel 2.40 is ter verduidelijking voorzien van een lid 2. · Artikel 2.45 is omgezet naar begroting. De meeste werkzaamheden voor wijziging van het omgevingsplan worden op aanvraag uitgevoerd door extern ingehuurde partijen met specifieke kennis en/of softwareprogramma’s. De offerte voor deze werkzaamheden wordt met een opslag voor ambtelijke inzet doorberekend. Paragraaf 2.12 · In artikel 2.47 is de formulering aangepast. De afgelopen jaren is het maximumtarief van € 1.500 nog nooit bereikt. In toenemende mate wordt echter al gestart met de werkzaamheden voordat de vergunning daadwerkelijk verleend is. Omdat hierbij vaak sprake is van grote(re) projecten is het maximumbedrag opgehoogd. De verhoging van het tarief van maximaal € 1.500 naar maximaal € 10.000 is bewust zo fors om enig effect te bereiken bij calculerende aanvragers. · Artikel 2.48 is omgezet van drie specifieke regels met identiek tarief naar één algemeen geformuleerde regel.

· In artikel 2.49 zijn de tarieven niet geïndexeerd omdat per product minder tijd wordt besteed dan eerder ingeschat. Deze lagere tijdsbesteding, vermenigvuldigd met het uurtarief van de Omgevingsdienst Utrecht vormt het nieuwe tarief. · In artikel 2.50 is de opzet vereenvoudigd. Lid 1 onderdeel b sub 1 is overgeheveld naar artikel 2.4 (vooroverleg). Lid 1 onderdeel b sub 2 is vervallen omdat meer dan vier behandelingen niet voor zijn gekomen. Lid 1 onderdeel e is samengevoegd tot één regel omdat de diverse leden niet of nauwelijks gebruikt zijn. De kosten voor de meest gebruikte regel is als algemeen tarief opgenomen. De tarieven van artikel 2.50 lid 1 onderdeel b zijn niet geïndexeerd. De advieskosten die de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Erfgoed ons in rekening brengt zijn voor 2026 namelijk gelijk gebleven. Paragraaf 2.13 · In artikel 2.52 komen de bij artikel 2.4 doorgevoerde wijzigingen terug. · In artikel 2.53 is een toelichting opgenomen hoe de vermindering wordt berekend als het maximum legesbedrag van toepassing is. Paragraaf 2.14 · In artikelen 2.56 en 2.57 is de regeling vereenvoudigd. In de praktijk leverden de diverse termijnen en daaraan gerelateerde percentages discussie op. · In artikel 2.58 is de termijn van 24 maanden teruggebracht naar 12 maanden. Deze termijn sluit aan bij de Omgevingswet.

1.12 Verordening precariobelasting 2026. De precariobelasting is een heffing voor het hebben van voorwerpen op, in of boven gemeentegrond die voor de openbare dienst bestemd is. De overheid kan een vergoeding vragen voor het gebruik (mogen) maken van gemeentegrond. Om te voorkomen dat de gemeentelijke overheid met elke afzonderlijke particulier of bedrijf een contract moet sluiten, is gebruik gemaakt van de publiekrechtelijke weg via een belastingverordening. De tarieven worden per 1 januari 2026 met 3% verhoogd. De tarieven worden berekend over het niet afgeronde bedrag van 2025. Vervolgens worden deze rekenkundig op eenheden van 5 cent afgerond. Voor de tarieven wordt kortheidshalve verwezen naar de tarieventabel bij de belastingverordening. Toelichting wijzigingen Het huidige tarief voor elektriciteit in de precarioverordening bedraagt € 0,50 per kWh. Uit de kostprijsberekening voor 2024 blijkt dat de totale kosten inclusief gebruikskosten, kapitaallasten, onderhoud en servicekosten € 1,30 per kWh bedragen. Het tarief wordt daarom per 2026 verhoogd naar € 1,30 per kWh om de voorziening kostendekkend te maken. Deze verhoging is aanzienlijk, zowel in absolute zin als in vergelijking met tarieven in andere gemeenten. Het hogere tarief is het gevolg van het uitgangspunt om de voorziening volledig kostendekkend te maken.

Daarnaast wordt artikel 6.2.2.(krachtstroom per kWh) geschrapt. Anders dan bij het dagdeeltarief maakt het bij verrekening per kWh geen verschil of er sprake is van gewone stroom of krachtstroom; beide worden immers op basis van werkelijk verbruik afgerekend. 1.13 Verordening kwijtschelding 2026. De gemeente Vijfheerenlanden hanteert een zo ruim mogelijk kwijtscheldingsbeleid. Gemeenten mogen zelf bepalen of en voor welke belastingen zij kwijtschelding verlenen. Kwijtschelding van gemeentelijke heffingen is mogelijk voor de volgende belastingen: · Afvalstoffenheffing; · Riool-en Waterzorgheffing woningen (voor de eerste 900 m3) voor het gebruik woningen. In de verordening is een wijziging doorgevoerd. Met deze wijziging is geen inhoudelijke beleidswijziging beoogd. Toelichting wijziging In artikel 7 zijn lid 1 en 2 aangepast naar: Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026. 1.14 Verordening lijkbezorgingrechten 2026. De verordening lijkbezorgingsrechten regelt de in rekening te brengen bedragen die samenhangen met de begraafplaatsen in de gemeente. In het kader van de ombuigingen heeft de raad besloten dat er in 2026 € 50.000 extra moet worden gegenereerd uit lokale heffingen. Bij het bepalen waar deze extra opbrengst het beste

gerealiseerd kan worden, is gekeken naar de kostendekkingspercentages van de verschillende taakvelden. Voor het taakveld Begraven wordt in 2026 een kostendekkingspercentage van slechts 62% verwacht. Dit betekent dat de huidige tarieven slechts een beperkt deel van de werkelijke kosten dekken. Juist hier is dus ruimte om de tarieven te verhogen zonder het maximale kostendekkingspercentage van 100% te overschrijden. Om aan de opgelegde taakstelling van € 50.000 te voldoen, is het noodzakelijk om de tarieven voor begraven in 2026 zodanig aan te passen dat deze extra opbrengst wordt gerealiseerd. De tarieven lijkbezorgingsrechten worden per 1 januari 2026 met 3% (inflatiecorrectie) en met 5% verhoogd. Het tarief wordt berekend over het niet afgeronde bedrag van 2025. Vervolgens wordt deze rekenkundig afgerond naar een geheel bedrag. In de Verordening lijkbezorgingrechten 2026 zijn nieuwe artikelen toegevoegd en verwijderd als gevolg van beleidswijzigingen. Deze wijzigingen zijn opgenomen in de Beheersverordening en uitvoeringsbesluit begraafplaatsen en zullen ter besluitvorming worden voorgelegd aan de raad op 13 november 2025. De tarieventabel voor het jaar 2026 ziet er, vergeleken met die van het jaar 2025, anders uit. De tabel is zowel gewijzigd als uitgebreid. De tarieven zijn dit jaar geïndexeerd.

De uitbreiding van aanbod (mogelijkheden tot begraven en asbestemmingen) is het gevolg van het vaststellen van het beleidsdocument voor begraven in juni 2023. Hieronder worden de wijzigingen op volgorde van nieuw ingevoerde graven in de tarieventabel van de verordening Lijkbezorgingrechten 2026 kort uiteengezet en toegelicht. Voor de overige tarieven wordt kortheidshalve verwezen naar de tarieventabel bij de belastingverordening. Toelichting wijzigingen Kindergraven tot 1 jaar (nieuw) Vanaf heden worden er gelijke tarieven gehanteerd voor het begraven van een foetus en een kind tot 1 jaar. In de praktijk worden bij beide situaties dezelfde werkzaamheden uitgevoerd, waardoor het logisch is om ook de tarieven gelijk te trekken. Veel overleden kinderen vallen net buiten de definitie van een foetus (een kindje dat vóór 24 weken zwangerschap wordt geboren en minder dan 24 uur heeft geleefd). In de praktijk leidt dit tot verwarring en ongelijkheid in de tarieven. Deze wijziging biedt duidelijkheid. Hoofdstuk 1 Verlenen van rechten • Artikel 1.1.3 Particulier kindergraf voor kinderen tot 1 jaar voor een periode van 20 jaar € 1.675,00 • Artikel 1.1.4 Particulier kindergraf voor kinderen tot 1 jaar voor een periode van 30 jaar € 2.220,00 Tarieven zijn inclusief algemeen onderhoud begraafplaatsen.

Hoofdstuk 3 Verlengen van rechten • Artikel 3.1.7 Particulier kindergraf voor kinderen tot 1 jaar, voor een periode van 5 jaar € 488,00 • Artikel 3.1.8 Particulier kindergraf voor kinderen tot 1 jaar voor een periode van 10 jaar € 977,00 • Artikel 3.1.9 Particulier kindergraf voor kinderen tot 1 jaar, voor een periode van 20 jaar € 1.953,00 Tarieven zijn inclusief algemeen onderhoud begraafplaatsen. Hoofdstuk 4 Begraven • Artikel 4.1.2 Een kind tot 1 jaar in een kindergraf € 380,00 Galerijgraven (nieuw – bovengronds begraven) Op de algemene begraafplaats Leerdam start een pilot met bovengronds begraven. Voor het gebruik hiervan zijn nieuwe tarieven opgenomen. De realisatie van de galerijgraven zal in 2026 zijn en de graven zullen dan ook in de loop van 2026 aangeboden worden. In één galerijgraf kan één overledene begraven worden. Onderstaande berekening is gebaseerd op de kosten voor de aanschaf van de galerijgraven. De overige investeringen, zoals onderzoeken van de locatie, een bomenonderzoek (BEA) en de inrichting van de locatie zijn hier niet in meegenomen. Reden: Het nieuw vast te stellen bedrag mag niet enorm afwijken van de huidige tarieven voor een particulier graf en moet betaalbaar blijven.

• Indicatie kosten voor de realisatie van de 15 galerijgraven is € 80.000,00 • € 80.000,00 / 15 graven = € 5.333,33 • Tarieven voor begraven zijn gesteld op: → € 5.300,00 / 2 = € 2.650,00 voor een periode van 20 jaar → Voor periode van 30 jaar: € 2.650,00 + (€ 2.650,00 / 2) = € 3.975,00 Dit is berekend in 2024; er komt nog indexatie op voor 2025 en 2026. Dit betekent voor de tarieven 2026 het volgende: Hoofdstuk 1 Verlenen van rechten • Artikel 1.3.1 Particulier galerijgraf Eenpersoons voor een periode van 20 jaar • € 2.941,00 • Artikel 1.3.2 Particulier galerijgraf Eenpersoons voor een periode van 30 jaar • € 4.410,00 Tarieven zijn inclusief algemeen onderhoud begraafplaatsen. Ter informatie: • Tweepersoons particulier graf voor een periode van 20 jaar kost € 3.908,00 • Tweepersoons particulier graf voor een periode van 30 jaar kost € 5.926,00

Hoofdstuk 3 Verlengen van rechten • Artikel 3.3.1 Particulier galerijgraf voor een periode van 5 jaar € 737,50 • Artikel 3.3.2 Particulier galerijgraf voor een periode van 10 jaar € 1.470,00 • Artikel 3.3.3 Particulier galerijgraf voor een periode van 20 jaar € 2.941,00 Tarieven zijn inclusief algemeen onderhoud begraafplaatsen. Hoofdstuk 4 Begraven • Artikel 4.1.6 In een particulier galerijgraf € 1.078,00 Hoofdstuk 11 Overige heffingen • Artikel 11.10 Voor de uitgifte en laten plaatsen van een marmeren afdekplaat op een galerijgraf € 746,00 Tarief afdekplaat is gelijk aan de aanschafwaarde voor de gemeente. Urnament in de urnentuin (nieuw) Om asbestemmingen aantrekkelijker te maken is besloten meer mogelijkheden dan alleen een urnengraf of urnennis aan te bieden, namelijk een urnament. Op de algemene begraafplaats Vianen is in 2025 een urnentuin aangelegd met 11 handgemaakte keramische urnen in de vorm van vlinders en bloemen. Deze kunnen in 2026 in gebruik worden genomen.

Indicatie kosten voor de realisatie van een urnentuin: € 12.000,00 € 12.000,00 / 11 plaatsen = € 1.090,00 Onderhoudsberekening: € 948,00 (tarief urnengraf) / 3 = € 316,00 × 2 = € 632,00 Tarief onderhoud is 2/3 van het totaalbedrag Totaal: € 1.090,00 + € 632,00 = € 1.722,00 Dit bedrag is te hoog voor een periode van 10 jaar Een urnengraf voor 10 jaar kost € 1.388,00 → Daarom is het tarief voor een urnament voor 10 jaar vastgesteld op € 1.250,00 → Omdat het een luxere wijze van asbestemming is, is het tarief hoger dan een urnengraf voor 10 jaar (€ 948,00) Hoofdstuk 2 Verlenen van rechten • Artikel 2.3.1 Particulier urnament voor 2 asbussen voor een periode van 10 jaar € 1.388,00 • Artikel 2.3.2 Particulier urnament voor 2 asbussen voor een periode van 15 jaar € 2.081,00 • Artikel 2.3.3 Particulier urnament voor 2 asbussen voor een periode van 20 jaar € 2.774,00 Tarieven zijn inclusief algemeen onderhoud begraafplaatsen. Hoofdstuk 3 Verlengen van rechten • Artikel 3.5.1 Particulier urnament voor 2 asbussen voor een periode van 5 jaar € 693,00 • Artikel 3.5.2 Particulier urnament voor 2 asbussen voor een periode van 10 jaar € 1.388,00 Tarieven zijn inclusief algemeen onderhoud begraafplaatsen.

Hoofdstuk 5 Plaatsen van een asbus of urn • Artikel 5.1.4 In een urnament € 127,00 Opgraven, ruimen en verstrooien (nieuw) Bepaalde tarieven voor opgraven, ruimen en verstrooien waren eerder niet opgenomen in de

verordening. Deze zijn nu toegevoegd aan de Verordening lijkbezorgingsrechten 2026. Hoofdstuk 6 Opgraven, ruimen en verstrooien • Artikel 6.2 Voor het opgraven van ieder volgend stoffelijk overschot uit eenzelfde graf, excl. kist (standaardmaat) € 164,00 • Artikel 6.3 Voor het opgraven van een stoffelijk overschot uit een kindgraf, excl. kist € 539,00 Hoofdstuk 11 Overige heffingen • Artikel 11.8 Voor de uitgifte en laten plaatsen van een naamplaatje voor de urnentuin of urnament € 141,00 Tarief naamplaatje is gelijk aan de aanschafwaarde voor de gemeente.

Risicoparagraaf 1.1 Risico op toename van bezwaren en werkdruk. Hoewel formeel geen bezwaar kan worden gemaakt tegen de hoogte van de tarieven zoals vastgesteld door de raad, bestaat het risico dat de verhoging van deze tarieven leidt tot een toename van het aantal bezwaren. Deze bezwaren zullen zich richten op de uitvoering of toepassing van de heffing in individuele gevallen. Daarnaast kan de invoering van de nieuwe heffingssystematiek voor de riool- en waterzorgheffing in het eerste jaar zorgen voor extra vragen en onduidelijkheden bij belastingplichtigen. Ondanks dat zij bij de aanslagoplegging per brief worden geïnformeerd over deze nieuwe heffing, is het mogelijk dat dit leidt tot een hoger aantal bezwaren. De afhandeling hiervan brengt een verhoogde werkdruk met zich mee voor het team Belastingen, met name in de periode direct na de aanslagoplegging.

Gevolgen voor mensen met een beperking Dit voorstel heeft geen gevolgen voor mensen met een beperking.

Betrokkenheid pers Informeren via besluitenlijst.

Financiële paragraaf De in de paragraaf lokale heffingen van de begroting 2026 vastgelegde financiële uitgangspunten zijn verwerkt in de belastingverordeningen. Hierbij is rekening gehouden met de in de begroting 2026 opgenomen belastingopbrengsten. Bij opstellen van de begroting 2026 is rekening gehouden met een inflatiecorrectie van 3% op de belastingopbrengsten ten opzichte van 2025. Indien dit afwijkt is dit beargumenteerd in het voorstel. Mocht in de loop van 2026 blijken dat de belastingopbrengsten in 2026 afwijken van de geraamde opbrengsten 2026, dan zal de raad door middel van de bestuursrapportages 2026 geïnformeerd worden.

Participatieparagraaf Niet van toepassing.

Duurzaamheidsparagraaf Niet van toepassing.

Communicatieparagraaf De bij de gemeente bekende ondernemers zijn geïnformeerd over de prijsontwikkeling voor de toeristenbelasting 2026. Na vaststelling worden de belastingverordeningen digitaal gepubliceerd in het Gemeenteblad, dat onderdeel is van de officiële bekendmakingen. In februari 2026 worden de tarieven voor de onroerendezaakbelasting (OZB), afvalstoffenheffing, riool- en waterzorgheffing, en parkeervergunningen bekendgemaakt via de sociale mediakanalen van de gemeente en in de lokale krant. Belastingplichtigen worden voorafgaand aan de aanslagoplegging geïnformeerd over de tarieven en de wijze van oplegging via sociale mediakanalen en de lokale krant. Daarnaast wordt bij de aanslag een begeleidende brief toegevoegd waarin de nieuwe riool- en waterzorgheffing nader wordt toegelicht. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden, de secretaris,

de burgemeester,

{{signer1}} ValidSigned door Judith de Jonge

{{signer2}} ValidSigned door Sjors Fröhlich op 13-11-2025

W.J. (Judith) de Jonge

S. (Sjors) Fröhlich

op 12-11-2025

Bijlagen Aanwijsbesluit parkeerbelastingen 2026 Raadsbesluit Legesverordening 2026 Raadsbesluit Verordening Lijkbezorgingsrechten 2026 Raadsbesluit Verordening afvalstoffenheffing 2026 Raadsbesluit Verordening liggelden Passantenhaven 2026 Raadsbesluit Verordening marktgelden 2026 Raadsbesluit Verordening onroerendezaakbelasting 2026 Raadsbesluit Verordening precariobelasting 2026 Raadsbesluit Verordening reclamebelasting 2026 Raadsbesluit Verordening toeristenbelasting 2026 Raadsbesluit naheffingskosten 2026 Raadsbesluit verordening kwijtschelding 2026 Raadsbesluit verordening parkeerbelasting 2026

Raadsbesluit verordening riool en waterzorgheffing 2026 Raadsbesluit verordening staangeld 2026

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=f4309183-f3f7-4cab-9ad1-91243b4c5b61