RV Begroting 2025-2028
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaaknummer 1260926
Onderwerp: Begroting 2025-2028 Vergaderdatum raad: 7 november 2024 (Begroting) Geheim: Nee Steller: Ferrie Koffeman Portefeuillehouder: Wethouder Van Maanen
Beslispunten 1. De begroting 2025-2028 vast te stellen; 2. Het tekort voor 2025 ten laste te brengen van de Algemene reserve; 3. De tekorten voor de jaren 2026-2028 te betrekken bij de ombuigingstaakstelling lijn 2, zoals deze al is opgestart; 4. De opbrengsten van gemeentelijke heffingen te indexeren met 2,6%; 5. De tarieven voor afvalstoffenheffing en riolering op het niveau van 100% kostendekkendheid vast te stellen, met inachtneming van de maximale stijging van de woonlasten met 2,6%; 6. Het meerjarig investeringsplan zoals opgenomen in de meerjarenbegroting vast te stellen.
Inleiding Wij zien Vijfheerenlanden als een gemeente die ook in de toekomst wordt gekenmerkt door een groen hart met rust en ruimte. Met een bijzonder landschap met hoge cultuurhistorische en natuurwaarden, ook op nationaal niveau. Waarin kleine tot middelgrote woongemeenschappen (buurtschappen, bebouwingslinten, dorpen en een paar historische steden met uitbreidingswijken) liggen, nabij de benodigde voorzieningen. En met een eigen identiteit die door de jaren heen levend is gehouden. Wij zien kinderen die opgroeien in een gezonde en veilige leefomgeving die positieve gezondheid stimuleert. Ook een duurzame gemeente waarin energie wordt opgewekt die duurzaam en klimaatneutraal is. Een dergelijk duurzaam toekomstperspectief vraagt een betrokken en verantwoordelijke gemeente die erkent dat een dergelijk perspectief alleen maar kan worden gerealiseerd door een verstandige - en door onze inwoners gedragen - visie op groei. Deze visie en dit draagvlak realiseren wij door het opstellen van door participatie tot stand gekomen dorpswoonvisies en gebiedsvisies. Visies waarin wij per dorp of stad de ruimtelijke kwaliteiten in beeld brengen, de behoefte aan woningen en voorzieningen en de verwachte toekomstige ontwikkelingen.
Daarbij anticiperen wij ook op de komende vergrijzing, bouwen wij voor de autonome behoefte en dragen wij zorg voor specifieke doelgroepen met een landelijke- en regionale taakstelling. Bij het bepalen van de toekomstige woningbehoefte realiseren wij ons dat, naast voldoende werk, de belangrijkste waarborg voor een bestaanszekere toekomst van onze inwoners de beschikbaarheid van ruim voldoende bereikbare en betaalbare woningen betreft. Voor u ligt de programmabegroting 2025-2028 van de gemeente Vijfheerenlanden. De basis voor
de resultaten die we via deze begroting willen neerzetten, is gelegen in het coalitieakkoord Samen zijn wij Vijfheerenlanden. De afgelopen jaren hebben we het coalitieakkoord via de kadernota's en begrotingen nader ingevuld. Ook voor deze begroting zijn via de kadernota 2025 de belangrijkste uitgangspunten door uw raad vastgesteld. De afgelopen jaren heeft de gemeente Vijfheerenlanden strak gestuurd op een meerjarig sluitende begroting. Het belangrijkste risico, het door het Rijk veroorzaakte zogenaamde “ravijnjaar” (ook wel “klifjaar” genoemd) is door Vijfheerenlanden door een zeer behoedzaam financieel beleid vanaf de Meicirculaire 2024 van het Gemeentefonds structureel opgelost. Vanaf 2022 zijn immers alle autonome structurele meeropbrengsten uit het Gemeentefonds door de gemeente Vijfheerenlanden ingezet ter dekking van dit nadeel. Alleen in het begrotingsjaar 2026 resteert nog een beperkt financieel nadeel in verband met het “ravijnjaar”. Vanaf 2023 is echter een nieuw financieel risico ontstaan. De economische ontwikkelingen van de afgelopen jaren hebben namelijk geleid tot ongekend hoge loon- en prijsontwikkelingen. Ons inkomstenpeil heeft dit niet bij kunnen houden. De toenemende lasten en achterblijvende inkomsten leidden tot een financieel meerjarenperspectief met structurele tekorten.
Bij de begroting 2024 en bij de kadernota 2025 is daarom door uw raad al ingestemd met een eerste reeks ombuigingen (lijn 0 en lijn 1) en is besloten om gezamenlijk met uw raad te onderzoeken tot welke aanvullende ombuigingen we kunnen komen om de begroting daadwerkelijk structureel sluitend te maken (lijn 2). De afgelopen periode – na behandeling van de kadernota 2025 – is gebleken dat de effecten van de loon- en prijsontwikkelingen blijven doorzetten. We zijn geconfronteerd met hoge extra kosten voor met name de jeugdzorg en de Wmo-voorzieningen. Hierbij speelt ook extra vraag naar deze voorzieningen een belangrijke rol. Ook het nieuwe meerjaren onderhoudsplan gemeentelijk vastgoed vraagt extra budget. Dit alles leidt ertoe dat we de komende jaren geen financieel meerjarig sluitende begroting kunnen opstellen zonder verzwaring van de bestaande ombuigingsopdracht. De begrotingssaldo's zijn onderstaand weergegeven. 2025 € 4.905.000 (tekort) 2026 € 6.249.000 (tekort) 2027 € 7.126.000 (tekort) 2028 € 7.871.000 (tekort) Bij de bepaling van deze saldo's is ervan uitgegaan dat de bestaande ombuigingsopdracht (€ 2,5 miljoen vanaf 2026) wordt ingevuld. Deze invulling moet via lijn 2 nog plaats vinden. Een (gedeeltelijke) oplossing kan mogelijk nog komen van het Rijk.
Waar immers Vijfheerenlanden het “ravijnjaar” financieel vrijwel heeft opgelost, hebben verreweg de meeste gemeenten dit nog niet gedaan. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft als standpunt dat het Rijk aan zet is om de financiële nadelen die bij de gemeenten veroorzaakt worden door het “ravijnjaar” op te lossen. Vooralsnog blijft het Rijk echter hierbij in gebreke. Er zijn ten tijde van het opstellen van de begroting door het Rijk nog geen vooruitzichten gedeeld ten aanzien van de septembercirculaire 2024 van het Gemeentefonds. Met eventuele herstelmaatregelen die daarin kunnen zijn opgenomen, hebben wij dus nog geen rekening kunnen houden in deze begroting. U wordt via een raadsinformatiebrief vóór de inhoudelijke behandeling van de begroting geïnformeerd over de effecten van de septembercirculaire.
Toekomstperspectief Via de inmiddels gerealiseerde ombuigingen lijn 0 (voor het jaar 2024) en lijn 1 (2025 en verder) zijn de geïnventariseerde technische ombuigingen al verwerkt. Voor het jaar 2025 zijn derhalve geen “panklare” ombuigingsmogelijkheden meer voorhanden. Voor de jaren 2026 en verder zijn we gestart met een inventarisatie - met uw raad – van mogelijke ombuigingen. De aanvankelijke opgave waar we ons voor gesteld zagen was € 2,5 miljoen. De voorziene tekorten in de meerjarenbegroting zijn toegenomen met de bedragen zoals hiervoor gepresenteerd en brengen de ombuigingsopgave daarmee op een totaal van € 10 miljoen structureel. Een aanzienlijke verzwaring. Meer dan ooit geldt daarom het credo dat alle opties moeten worden overwogen; van verminderde inzet op medebewindstaken tot afschaling van autonoom beleid. Dit zijn pijnlijke keuzes. Keuzes die onze inwoners en bedrijven raken, maar zeker ook gevoeld zullen worden in organisatorische keuzes. Daarbij kijken we niet alleen naar de eigen organisatie, maar hebben onze verbonden partijen nadrukkelijk ook de verantwoordelijkheid om hierin bij te dragen. Al deze overwegingen moeten worden meegenomen en zorgvuldig gewogen in het ombuigingstraject dat raad en college gezamenlijk hebben ingezet. Dit traject is toegenomen in belang en krijgt daarmee de taak om scherp neer te zetten wat voor gemeente wij willen zijn.
Om samen verder te bouwen aan de toekomst. Het is nu belangrijk om dit traject te blijven doorlopen. Door koersvast te blijven, creëren we de omstandigheden om dit zorgvuldig af te ronden. Wat betreft het begrotingsjaar 2025 stellen we u voor om het tekort incidenteel op te vangen via een onttrekking aan de Algemene reserve. De hoogte van de Algemene reserve staat ons toe dat we deze eenmalige onttrekking kunnen doen, waarbij het benodigde weerstandsvermogen – in relatie tot onze risico's – gewaarborgd blijft. Dit is ook in lijn met de nieuwe opvatting van rijk en toezichthouders dat gemeenten hun incidentele middelen (lees: reserves) voor dit soort omstandigheden in moeten kunnen zetten. Ontwikkeling van de woonlasten We streven een evenwichtige en gematigde ontwikkeling van de lokale woonlasten na. Bij de bepaling van deze ontwikkeling hanteren we uitgangspunten per heffing (onroerende zaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing), maar nemen we ook het totale plaatje in ogenschouw. Voor 2025 houden we rekening met een inflatie van 2,6%. Dit percentage is gebaseerd op de verwachting in de Marco Economische Verkenning van het Centraal Planbureau (CPB) voor 2025 van 2,8%, verminderd met 0,2%-punt omdat de verwachting van het CPB voor 2024 begin dit jaar met 0,2%-punt neerwaarts is bijgesteld.
Zo geven we terug wat we in 2024 boven de inflatie als tariefsverhoging hebben gehanteerd. We stellen voor om de totale lokale woonlasten voor inflatie te corrigeren met 2,6%. Dit bereiken we als volgt: 1. De onroerende zaakbelasting wordt verhoogd met de inflatiecorrectie van 2,6%. 2. Het uitgangspunt voor de afvalstoffenheffing is 100% kostendekkendheid. We worden voor 2025 geconfronteerd met hogere kosten voor de afvalinzameling- en verwerking. We hebben geen egalisatievoorziening meer en rekenen daarom de hogere kosten door in de tarieven. Dit betekent een tariefstijging van 10,6% (gemiddeld, voor één- en meerpersoonshuishoudens). We verwachten dat de hogere kosten een piek betreffen en dat de kosten de komende jaren af
gaan nemen. Dit zou dan weer kunnen leiden tot een verlaging van de tarieven. 3. Het uitgangspunt voor de rioolheffing is 100% kostendekkendheid. Om deze kostendekkendheid via de tarieven te realiseren, zou strikt genomen een verhoging toegepast moeten worden. We hebben echter een omvangrijke voorziening rioolheffing, gevoed door de opbrengsten van voorgaande jaren. Door inzet van deze voorziening realiseren we ook de nagestreefde mate van kostendekkendheid. Bovendien stellen we nu voor om de voorziening in te zetten om ook een tijdelijke extra teruggave van de rioolheffing mogelijk te maken. Dit compenseert de hogere afvalstoffenheffing in het totale beeld van de lokale woonlasten.
Beoogd effect Met het vaststellen van de begroting stelt de raad de kaders (financieel en beleidsmatig) vast voor de komende begrotingsperiode, conform zijn budgetrecht. De begroting moet op grond van de Gemeentewet voor 15 november voorafgaand aan het begrotingsjaar zijn vastgesteld en ingediend bij de toezichthouder en CBS. Overschrijding van deze termijn heeft gevolgen voor de wijze waarop het toezicht wordt toegepast tot mogelijk zelfs inhouding van bevoorschotting vanuit de Algemene uitkering uit het Gemeentefonds.
Argumenten 1.1 Het college stemt in met de concept meerjarenbegroting alvorens deze ter vaststelling aan de gemeenteraad voor te leggen. De begroting wordt met een collegeadvies ter vaststelling aan de gemeenteraad aangebonden. 2.1 Er zijn op korte termijn geen andere mogelijkheden om het tekort 2025 te dekken. Voor 2025 hebben we via ombuigingen (lijn 1) al de mogelijke besparingen al ingeboekt. Op deze korte termijn is het niet mogelijk om meer ombuigingen te realiseren. Daarom stellen we voor om het tekort te dekken vanuit de Algemene reserve. De hoogte van de Algemene reserve is voldoende om dit op te vangen en ook voldoende weerstandsvermogen te behouden. Recente aangepaste regelgeving omtrent de inzet van incidentele middelen (reserves) maken dit ook expliciet mogelijk. 3.1 Door de tekorten te betrekken bij het ingezette proces van ombuigingen wordt gezamenlijk met de raad gewerkt aan de invulling van de ombuigingen. Dit sluit aan bij het reeds ingezette proces om tot invulling van de ombuigingen te komen. 4.1 Het voorgestelde percentage komt voort uit het vastgestelde indexeringsbeleid. Op basis van de indexeringssystematiek hanteren we een indexeringspercentage van 2,6%. Dit bestaat uit de verwachte inflatie voor 2025 van 2,8%, verminderd met 0,2%-punt om de te hoog ingeschatte indexering van begrotingsjaar 2024 te compenseren.
Zo geven we terug wat we in 2024 te veel hebben geïndexeerd. De verhoging wordt toegepast op alle lokale heffingen, waarbij voor de rioolheffing en afvalstoffenheffing natuurlijk geldt dat hier het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid als bovengrens wordt toegepast. Bij de bepaling van de tarieven die gezamenlijk de gemeentelijke woonlasten vormen (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) is de indexatie het richtpunt voor de woonlastenontwikkeling. 5.1 Met de toepassing van het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid geven we uitvoering aan onze beleidslijnen, met inachtneming van het richtpunt voor de verhoging van 2,6%.
Ten aanzien van de afvalstoffenheffing hanteren we een 100% kostendekkend tarief als uitgangspunt. We zien dat de uitvoeringskosten van het ophalen en verwerken van de afvalstromen meerkosten met zich meebrengen, met name als gevolg van inflatie/prijsstijgingen. We beschikken niet meer over een egalisatievoorziening om deze stijging op te kunnen vangen. Om een kostendekkend tarief te blijven voeren, zijn de tarieven aangepast met 10,6%. Voor 2025 wordt voorgesteld het tarief van de rioolheffing te verlagen. De verlaging wordt bekostigd vanuit de voorziening rioolheffing, welke in het verleden is gevoed vanuit ontvangen rioolheffing. Door deze werkwijze kunnen we het stelsel van rioolheffing 100% kostendekkend houden. Ten aanzien van het totaal van de woonlasten geldt hiermee dat de stijgende afvalstoffenheffing wordt gecompenseerd door de dalende rioolheffing, waardoor het geheel (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) wordt beperkt tot een stijging van 2,6%. 6.1 Met de vaststelling van het meerjarig investeringsplan worden de kredieten voor 2025 formeel beschikbaar gesteld. In de begroting, jaarschijf 2025, is voor € 29,1 miljoen aan kredieten opgenomen voor reguliere vervangingsinvesteringen en € 30,1 miljoen aan kredieten voor onderwijshuisvesting. De investeringen staan uitgewerkt opgenomen in de bijlage Meerjarig Investeringsplan.
Bij het vaststellen van de begroting wordt ook gevraagd in te stemmen met het toekennen van de kredieten voor de reguliere vervangingsinvesteringen. Voor de kredieten voor onderwijshuisvesting volgen separate raadsvoorstellen, hier wordt nog geen instemming voor gevraagd.
Risicoparagraaf Voor wat betreft de risico's die de gemeente ziet ten aanzien van de uitvoering van het gemeentelijk beleid, wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen. Ten aanzien van het financieel meerjarenperspectief zien we structurele tekorten, hiervoor moeten via het ingezette traject van ombuigingen (lijn 2) mogelijkheden geïnventariseerd worden en ertoe besloten worden om de tekorten weg te werken.
Gevolgen voor mensen met een beperking Niet van toepassing.
Betrokkenheid pers Informeren via besluitenlijst.
Financiële paragraaf Het voorstel betreft de begroting 2025-2028.
Participatieparagraaf Participatie wordt op een later moment actueel, bij het proces van ombuigingen.
Duurzaamheidsparagraaf Niet van toepassing.
Communicatieparagraaf Voor communicatie richting de inwoners en bedrijven in Vijfheerenlanden stellen we een begroting in één oogopslag op. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden, de secretaris,
de burgemeester,
26/09/2024 17:53:39 CEST {{signer1}}
26/09/2024 17:57:47 CEST {{signer2}}
Signed By: j.de.jonge@vijfheerenlanden.nl
Signed By: s.frohlich@vijfheerenlanden.nl
ID: 44abfdac-046e-4e34-b048-28c6fe16e2e3
ID: 44abfdac-046e-4e34-b048-28c6fe16e2e3
Auth: Consent
Auth: Consent
W.J. (Judith) de Jonge
Bijlage: Begroting 2025-2028
S. (Sjors) Fröhlich