CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Aanvullend uitvoeringskrediet nieuwbouw Eben Haezerschool te Leerbroek

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 8 februari 2024, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Aanvullend uitvoeringskrediet nieuwbouw Eben Haezerschool te Leerbroek3.619 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Zaaknummer 1034220

Onderwerp: Aanvullend uitvoeringskrediet nieuwbouw Eben Haëzerschool te Leerbroek Vergaderdatum raad: 8 februari 2024 Geheim: Nee Steller: Tino Meuwsen Portefeuillehouder: Wethouder Bel

Beslispunten 1. Een aanvullend uitvoeringskrediet van € 745.000, inclusief BTW, ter beschikking te stellen voor de bouw van de nieuwe Eben Haëzerschool te Leerbroek. 2. De bijbehorende extra kapitaallasten à € 22.350 per jaar vanaf 2025 te dekken uit kostenplaats onderwijshuisvesting.

Inleiding Het huidige gebouw van de Eben Haëzerschool in Leerbroek dateert uit 1961 en is nodig aan vervanging toe. De voormalige gemeente Zederik en het schoolbestuur zijn jaren geleden overeengekomen dat er vervangende nieuwbouw plaats moet vinden. Het doel is om een nieuwe, toekomstbestendige school te realiseren in combinatie met opvangfuncties voor kinderen. Om die nieuwbouw mogelijk te maken heeft de raad op 16 maart 2021 een uitvoeringskrediet van € 4,9 miljoen verstrekt en een bestemmingsplan voor het plan 'Ontwikkeling Leerbroek’, waarvan de nieuwe school deel uit maakt, vastgesteld (op 8 juli 2021). Zoals wel bekend werd tegen de vaststelling van het bestemmingsplan bezwaar gemaakt met een langdurige procedure bij de Raad van State tot gevolg. Na een door de raad genomen herstelbesluit (13 december 2022) werd het bestemmingsplan door de finale uitspraak van de Raad van State van 8 maart 2023 definitief. Door de langer dan geplande bestemmingsplanprocedure is de nieuwbouw van de school vertraagd en zijn we geconfronteerd met extra werk, wijzigingen in wet- en regelgeving en sterk veranderde markt- en prijsontwikkelingen. Gevolg daarvan is dat het eerder verstrekte uitvoeringskrediet onvoldoende is.

Op basis van huidige calculaties is er voor de voorbereiding en bouw van de nieuwbouw van de school ruim € 5,91 miljoen nodig, ruim € 1 miljoen meer dan met het eerder verstrekte uitvoeringskrediet beschikbaar is. Daar staat tegenover dat er bijdragen van derden zijn die de kredietbehoefte drukken. De raad wordt daarom gevraagd om aanvullend krediet van € 745.000 beschikbaar te stellen om de nieuwbouw van de Eben Haëzerschool in Leerbroek mogelijk te maken. [De in dit voorstel genoemde bedragen zijn inclusief BTW, tenzij nadrukkelijk anders vermeld.]

Beoogd effect Het realiseren van een toekomstbestendige nieuwe Eben Haëzerschool, inclusief kinderopvang, in Leerbroek.

Argumenten 1.1 Er zijn extra voorbereidingskosten voor gemeente voor bestemmingsplanprocedure, aanvraag omgevingsvergunning en realisatie. Uit het uitvoeringskrediet worden niet alleen de daadwerkelijke bouwkosten betaald, maar ook alle kosten die door de gemeente gemaakt worden om de nieuwbouw voor te kunnen bereiden en te begeleiden. Denk daarbij aan kosten voor bestemmingsplan, architect en andere adviseurs en ambtelijke inzet. De gevolgen van het bezwaar tegen het bestemmingsplan zijn niet alleen beperkt tot een vertraging in tijd. Het heeft ook geleid tot extra voorbereidingskosten, bijvoorbeeld voor door de ontwikkelaar van het woningbouwprogramma en gemeente (vanwege het gedeelte van de school) gedeelde kosten voor aanvullende onderzoeken om het herstelbesluit van het bestemmingsplan te kunnen nemen. Een ander voorbeeld is dat waar in 2021 nog aangenomen mocht worden dat er voor de bouw van de school geen stikstofberekeningen nodig waren, het einde van de bouwvrijstelling stikstof in 2022 ervoor gezorgd heeft dat ook daar extra kosten voor gemaakt moeten worden. De opgelopen vertraging zorgt dus ook voor opgelopen voorbereidingskosten aan onderzoeken, inhuur adviseurs en arbeid. Daarbovenop zijn er ook incidentele extra kosten vanwege niet-begrote noodzakelijke uitgaven voor onvoorziene werkzaamheden.

Zo zijn bijvoorbeeld bij archeologisch sleuvenonderzoek vondsten gedaan waardoor het nodig is om op enkele plekken verdere archeologische opgravingen te doen. Al dit soort voorbereidingskosten maken deel uit van het uitvoeringskrediet voor de bouw van de school. De extra gemaakte en nog te maken voorbereidings-/begeleidingskosten zijn geschat op € 195.000. 1.2 Bouwkosten zijn toegenomen. In de periode na het verstrekken van het uitvoeringskrediet zijn de daarin meegenomen bouwkosten voor de bouw van de school sterk toegenomen. Dat is bijvoorbeeld vanwege nieuwere wettelijke regelgeving waar gebouwen en gebouwinstallaties aan moeten voldoen en waardoor er toch weer andere, duurdere keuzes in de definitieve bouwplannen doorgevoerd moesten worden. Maar de bouwkosten voor de school in Leerbroek zijn ook toegenomen door met de aannemer gemaakte afspraken en, nog belangrijker, door economische gevolgen van gebeurtenissen op wereldschaal. Daarover hierna meer. Na de finale uitspraak van de Raad van State over het bestemmingsplan heeft de aannemer een herberekening van de aanneemsom gemaakt. De uitkomst daarvan was zo’n 25% hoger dan waar bij de bepaling van het uitvoeringskrediet vanuit werd gegaan. Uiteraard gaf dat aanleiding om na te gaan in hoeverre dat verklaarbaar, verantwoordbaar en redelijk was en in hoeverre de bouwkosten voor de gemeente toch nog te verlagen zouden zijn.

1.3 Indexering aanneemsom conform aanneemovereenkomst. Hoewel op dat moment het bestemmingsplan nog niet onherroepelijk was, is in september 2021 de aanneemovereenkomst voor de bouw van de school aangegaan als voortvloeisel van de in 2020 aangegane bouwteamovereenkomst met dezelfde aannemer. Er kon dan immers snel gestart worden met de uitvoering nadat het bestemmingsplan onherroepelijk en een omgevingsvergunning verleend zou zijn. Vanwege het beroep tegen het bestemmingsplan is de bouw echter ernstig vertraagd geraakt. Veel langer dan vooraf ingeschat. In de aanneemovereenkomst is een bepaling opgenomen voor het geval de start van de bouw pas na 1 januari 2022 plaats zou vinden. Afgesproken is dat op de aanneemsom dan vanaf 1 januari 2022 tot aan de start van de bouw een verrekening plaats zal vinden op basis van de BDB index (Bureau Documentatie Bouwwezen, een kenniscentrum op gebied van bouw(kosten)data). Op grond van de overeenkomst met de aannemer moet de overeengekomen aanneemsom dus sowieso geïndexeerd worden. De BDB-index voor de periode januari 2022 tot mei 2024 (nieuwe

beoogde startdatum uitvoering) is volgens BDB naar verwachting circa +12,8%. Op grond van deze indexering neemt de aanneemsom, en daarmee dus ook de kredietbehoefte, met bijna € 461.000 toe. 1.4 Onvoorziene boven indexatie uitstijgende kosten als gevolg van oorlog Oekraïne. Bij toepassing van een indexeringsregeling wordt vrijwel nooit volledige compensatie van prijsontwikkelingen bereikt. Een index is namelijk gebaseerd op de prijzen van een voorgaande periode, en in ons geval ook op verwachtingen voor de komende kwartalen, en loopt daardoor doorgaans achter op de werkelijkheid. Daarnaast wordt het effect van een (aanmerkelijke) prijsstijging van één of meer onderdelen gedempt, als andere onderdelen uit de toegepaste productgroep niet of minder fluctueren. Daarom is een bekende klacht vanuit de markt dat prijsstijgingen met een indexeringsregeling slechts voor een deel worden gecompenseerd. Dat is echter een risico dat gemeente en aannemer bewust zijn aangegaan. En toch zijn we er daarmee nog niet. De oorlog in Oekraïne begon februari 2022 en heeft ingrijpende economische gevolgen voor de Nederlandse economie, en dus ook voor de bouwsector en alle daarbij betrokken partijen. Denk daarbij aan sterk gestegen energieprijzen en schaarste aan grondstoffen en onderdelen.

Dit heeft een impact op de hele toeleverings- en productieketen met onder andere meer dan gebruikelijke prijsstijgingen. De afgelopen tijd is bovendien de inflatie erg hoog geweest. Dit heeft niet alleen geleid tot hogere materiaalprijzen, maar ook tot hogere kosten voor arbeid. In veel cao’s is de opgelopen inflatie immers verwerkt in hogere lonen. Dat allemaal samen werkt door in de inkoop door de aannemer (en zijn onderaannemers) en vervolgens in de voor de nieuwbouw benodigde aanneemsom. Voor de bouwsector zijn de cao-onderhandelingen overigens nog gaande waarbij de bonden flinke loonwensen op tafel hebben gelegd. Al met al heeft dit alles gezorgd voor prijsstijgingen die niet voorzien waren en ook niet te voorzien waren ten tijde van het tekenen van de aanneemovereenkomst en die ook (nog) niet volledig in de BDB-index zijn meegenomen. De Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen heeft in andere zaken overwogen en geoordeeld dat de (gevolgen van de) oorlog in Oekraïne te kwalificeren zijn als onvoorziene omstandigheden in de zin van artikel 6:258 BW (wetsbepaling over wijzigen of ontbinden overeenkomst vanwege onvoorziene omstandigheden).

Het gevolg hiervan is onder meer dat de aannemer niet onverkort te houden is aan de aanneemovereenkomst en er rechtsgrond is om tot een hogere aanneemsom te komen dan op basis van de in de overeenkomst opgenomen prijsindexering (BDB) afgesproken is. Vanwege onvoorziene omstandigheden kan de aanneemsom dus meer stijgen dan met de BDB-index. 1.5 Aanneemsom getoetst door onafhankelijke kostendeskundige Zoals hiervoor al genoemd heeft de aannemer eerder een herberekening van de aanneemsom gemaakt met een uitkomst die zo’n 25% hoger was dan het bedrag in de aanneemovereenkomst. Deze herberekening van de aannemer hebben we laten beoordelen door een niet eerder bij het project betrokken onafhankelijke kostendeskundige/adviesbureau. Op regelniveau wordt in een paar gevallen door de kostendeskundige opgemerkt dat de prijzen mogelijk hoger of lager zijn dan verwacht. Dat is echter niet ongebruikelijk. De kostendeskundige schat de invloed van deze opmerkingen qua bedrag dusdanig laag (<1%) in dat dit geen grote invloed heeft op de eindconclusie. Conclusie van de kostendeskundige is dat het prijsniveau van de herberekening reëel is. Dat betekent dat de opnieuw berekende prijs een accuraat beeld geeft van wat de bouw van de school nu kost. 1.6 VNG-normbudgetten voor schoolnieuwbouw zijn gestegen.

Hoeveel aan bouwkosten voor de nieuwbouw van een school uitgegeven kan worden, en daarmee dus ook wat de algehele prijsontwikkeling daarin doet, kan onder meer worden bepaald op basis van de normbudgetten onderwijshuisvesting van de VNG. Zo is dat in 2021 ook gegaan bij het

berekenen van het uitvoeringskrediet. Sinds dat moment zijn die normbedragen echter met zo’n 24,7% gestegen. Dus als er pas nu een uitvoeringskrediet voor de school berekend zou worden, zou dat voor het gedeelte van de bouwkosten ook ongeveer een kwart hoger zijn dan bij de aanvraag in 2021. Dus ook op basis hiervan is het aannemelijk dat de opnieuw berekende aanneemsom een goed beeld geeft van de huidige bouwkosten van de school. 1.7 Vergoeden van hogere onvoorziene kosten van de aannemer sluit aan bij intentieverklaring overheids- en belangenorganisaties. Vanwege de ingrijpende economische gevolgen die de oorlog in Oekraïne heeft voor de bouw- en infrasector van de Nederlandse economie, is in mei 2022 een breed gedragen intentieverklaring ‘Samen doorbouwen in onzekere tijden’ uitgebracht. Onder meer de Rijksoverheid, de VNG en Bouwend Nederland ondersteunen deze verklaring. Doel van de verklaring is om in de huidige markt van stijgende prijzen en schaarste aan materialen en grondstoffen samen in vertrouwen door te kunnen blijven bouwen. Een uitgangspunt daarbij is dat partijen in goed onderling overleg tot afspraken komen over hoe te handelen in het geval bestaande contractuele afspraken door de crisis niet kunnen worden nagekomen.

En een andere is dat financiële risico’s niet eenzijdig bij één partij in de keten worden neergelegd; noch in zijn geheel bij de consumenten, opdrachtgevers, opdrachtnemers en/of belastingbetalers. De verklaring roept dus op om in onderling overleg de pijn van de door de oorlog veroorzaakte onvoorziene marktgevolgen samen te dragen. Met deze oproep in gedachte zijn wij de afgelopen tijd het gesprek met de aannemer aangegaan. 1.8 Optimalisaties in het plan leiden tot besparingen. Naar aanleiding van de beduidend hogere aanneemsom voor de school is gezocht naar planoptimalisaties om de kosten te drukken, zonder daarmee de beoogde kwaliteit geweld aan te doen. Door bijvoorbeeld iets andere keuzes te maken in de opzet van het installatiesysteem en de maatvoering voor het materiaal van de dakafwerking zijn enige besparingen gevonden. Daar staat tegenover dat er ook wat extra noodzakelijke werkzaamheden nu meegenomen zijn. Resultaat is dat de meest recente opgave van de aannemer ongeveer € 60.000 lager dan zijn eerdere herberekening is geworden. 1.9 Aannemer neemt ook een deel van de hogere kosten op zich. Behalve over planoptimalisaties om de aanneemsom te drukken, is met de aannemer ook gesproken over het verdelen van de boven de BDB-index uitstijgende prijsverhogingen.

Er is dus met de aannemer besproken hoe invulling te geven aan de uitgangspunten in de hiervoor genoemde intentieverklaring. Dat heeft ertoe geleid dat we met elkaar afgesproken hebben dat het deel van de aanneemsom dat de boven de BDB-geïndexeerde contractsom door de drie betrokken partijen, aannemer, schoolbestuur en gemeente, gedeeld wordt zodat die niet eenzijdig bij één partij komt te liggen. De aannemer neemt zo'n € 113.250 voor zijn rekening. 1.10 Schoolbestuur draagt ook bij. Een deel van de hogere aanneemsom heeft te maken met aanvullende wensen van het schoolbestuur. Kostenconsequenties van aanvullende wensen worden ook door het schoolbestuur gedragen. Daarbovenop heeft het schoolbestuur aangegeven bereid te zijn bij te dragen in de (resterende) bouwkosten die boven de BDB-geïndexeerde aanneemsom uit stijgen als daarmee de bouw van hun nieuwe school eindelijk kan starten. De hogere onvoorziene kosten worden daardoor gedragen door gemeente, aannemer EN schoolbestuur. De gecombineerde bijdrage van het schoolbestuur komt uit op circa € 156.700. 2.1 Dekking uit kostenplaats onderwijshuisvesting. De totale kapitaallasten van het aanvullende krediet van € 745.000 zijn vanaf 2025 € 22.350 per jaar. Voorgesteld wordt om deze te dekken uit kostenplaats onderwijshuisvesting. De ruimte

daarvoor binnen die kostenplaats wordt als volgt gevonden. Omdat in het schoolgebouw ook een kinderdagverblijf gerealiseerd wordt, zal de gemeente uit de verhuur van de ruimtes voor dat kinderdagverblijf jaarlijks zo’n €13.200 aan huur ontvangen. In deze kostenplaats is ook enige ruimte ontstaan omdat de kapitaallast voor de verbouwing van het gebouw van basisschool de Meester Vos lager is dan in de begroting opgenomen was.

Risicoparagraaf 1.1 Zonder aanvullend krediet geen nieuwe school. Voor de realisatie van de plannen voor de nieuwe school is voldoende krediet nodig. Het eerder door de raad verstrekte bedrag blijkt nu, nu de start van de bouw eindelijk concreet lijkt te worden, echter niet genoeg te zijn. Dan moet de vraag gesteld worden: stoppen of doorgaan? Stoppen zou betekenen dat er geen nieuwe school in Leerbroek komt. De huidige school is echter ‘op’ en aan vervanging toe. Leerbroek heeft toekomstbestendige onderwijshuisvesting nodig. Stoppen is daarmee geen optie. Stoppen en binnen het huidige krediet opnieuw beginnen zal niet beter zijn. Behalve dat het dan weer lang zal duren voordat er een nieuw plan ligt, betekent het ook dat een groot deel van de al uitgegeven voorbereidingskosten opnieuw gemaakt moet worden. Dan blijft er voor de bouwkosten minder over zodat het dan maar de vraag is of er een (technisch en esthetisch) toekomstbestendig gebouw gerealiseerd kan worden. Bij doorgaan, maar versoberen tot het binnen het verstrekte krediet past, zal het niet veel anders zijn. Het zal leiden tot vertragingen, oplopende en terugkerende voorbereidingskosten en een sterke versobering van de schoolvoorziening. Met het huidige plan doorgaan en de gestegen kosten accepteren is dan de meest passende keuze.

Hiervoor is immers al beargumenteerd dat de kosten voor het plan anno nu reëel en verklaarbaar zijn en passend zijn bij actuele normbedragen. 1.2 Er zijn afspraken met de aannemer. Zonder kredietverhoging kan niet aan de in de aanneemovereenkomst gemaakte afspraken met de aannemer worden voldaan. Er zijn immers afspraken over prijsindexering gemaakt en om aan die afspraak over BDB-indexering van de aanneemsom te voldoen is al meer geld nodig dan nu beschikbaar is. Zonder kredietverhoging zal de aanneemsomovereenkomst met de aannemer beëindigd moeten worden, wat op zichzelf al financiële en juridische risico’s met zich mee brengt. Bij een beperkte kredietverhoging, tot enkel het bedrag dat nodig is om de BDB-indexering te kunnen voldoen, blijft de aannemer de mogelijkheid houden om op basis van onvoorziene omstandigheden een extra kostenvergoeding te vragen en dus op het financiële deel van de overeenkomst een wijziging c.q. gedeeltelijke ontbinding te vragen van de rechter. Afscheid nemen van de aannemer lost het probleem van de opgelopen kosten niet op. Er zal dan een nieuwe aannemer gevonden moeten worden en aanbesteden kost tijd en geld. Bovendien is het niet realistisch om bij een nieuwe aanbesteding een aanneemsom binnen het eerder verstrekte krediet te verwachten.

Over de huidige prijsopgave van onze aannemer heeft een onafhankelijke kostendeskundige immers geoordeeld dat die reëel is. En de huidige aannemer heeft zich bereid getoond om te delen in de onvoorziene extra kosten. Iets dat van een nieuwe aannemer niet verwacht kan worden. 1.3 Omgevingsvergunning voor bouw school nog niet onherroepelijk. Eind oktober (2023) is de omgevingsvergunning voor de bouw van de school aangevraagd. Bij normale proceduretermijnen wordt de vergunning begin januari verleend. Dan is er nog mogelijkheid om tegen die vergunning bezwaar te maken. Voor de woningbouw in hetzelfde plangebied in Leerbroek was de vergunning al eerder aangevraagd en verleend. Tegen die vergunning is inderdaad bezwaar gemaakt. De kans dat tegen de vergunning voor de school ook bezwaar gemaakt gaat worden is dus zeker aanwezig. Om die reden hebben we daar in de planning rekening mee gehouden en de start van de bouw enige tijd na de bezwarentermijn

gepland. Maar de lange beroepsprocedure tegen het bestemmingsplan heeft ons geleerd dat bezwaarprocedures tot flinke vertragingen kunnen leiden. In de voorbereiding van de vergunningaanvraag voor de school hebben we daarop geanticipeerd door al zo goed mogelijk in te spelen op de bezwaren die tegen de vergunning voor de woningbouw ingediend waren. Dit sluit het risico van bezwaren, en de gevolgen daarvan, echter niet uit. 1.4 Verder oplopende prijzen na gestanddoeningstermijn huidige prijsopgave aannemer. Momenteel streven we ernaar om in mei 2024 met de bouw van de school te starten. De huidige prijsopgave van de aannemer geldt tot dat moment. In geval er toch weer verdere vertragingen op gaan lopen en de bouwstart toch weer op moet schuiven, kan dat betekenen dat de aannemer na die datum toch weer met een andere aanneemsom komt. 1.5 Geen extra krediet voor terreininrichting, wel ook daar hogere kosten te verwachten. In april 2021 heeft de raad meerdere kredieten verstrekt om de bouw van de school in Leerbroek mogelijk te maken. Behalve een uitvoeringskrediet waren dat onder meer ook kredieten voor de inrichting van de buitenruimte bij de school. Voor de inrichting van het schoolplein wordt geen verhoging gevraagd omdat we die kredieten taakstellend laten zijn bij verdere uitwerking van de plannen ervoor.

Tegelijkertijd is het ook wel duidelijk dat de inrichting van de buitenruimte ook met kostenstijgingen te maken zal krijgen die dus binnen de budgetten opgevangen moeten gaan worden of waarin het schoolbestuur aanvullend bij zou moeten dragen. Dat wordt nog een flinke uitdaging, waarbij het schoolbestuur aangeeft dat vanwege de bijdrage voor de nieuwbouw, de beschikbare middelen beperkt zijn. 1.6 Precedentwerking. Een besluit met de strekking een hogere aanneemsom te accepteren dan afgesproken vanwege gewijzigde omstandigheden kan een precedent scheppen. Andere aannemers waar de gemeente zaken mee doet zullen zich daar dan mogelijk ook op gaan beroepen. Maar dat zou dan wel om vergelijkbare gevallen moeten gaan en het is de vraag of dat in andere gevallen ook zo is. Een situatie van vergelijkbare vertraging in de planning gecombineerd met oorlogsgebeurtenissen op wereldschaal die een zodanig concreet onvoorzien effect op de Nederlandse bouwmarkt hebben, komen (hopelijk) niet vaak voor.

Betrokkenheid pers Informeren via besluitenlijst.

Financiële paragraaf In april 2021 heeft de raad meerdere kredieten verstrekt om de bouw van de school in Leerbroek mogelijk te maken. Behalve een uitvoeringskrediet waren dat kredieten voor de aankoop van grond, voor de inrichting van de buitenruimte bij de school en voor aanleg van openbare ruimte rondom de school. Dit voorstel heeft enkel betrekking op verhoging van het uitvoeringskrediet voor de bouw van de school. Voor de andere kredieten wordt geen verhoging gevraagd omdat datgene waar die kredieten voor bedoeld waren al afgerond is (aankoop van de grond) of omdat we ze taakstellend laten zijn bij verdere uitwerking van de plannen ervoor (inrichting schoolplein). Op basis van de meest actuele informatie is er voor de realisatie van de nieuwe Eben Haëzerschool in Leerbroek een uitvoeringskrediet van € 5.914.000 nodig. Als bijlage is de berekening hiervan toegevoegd. Ten opzichte van het eerder door de raad verstrekte uitvoeringskrediet à € 4,9 miljoen moet er een aanvullend krediet van € 745.000 beschikbaar worden gesteld om de nieuwbouw van de Eben Haëzerschool in Leerbroek mogelijk te maken. Voorgesteld wordt om de rente-/kapitaallasten van dit aanvullend krediet ter grootte van € 22.350 per jaar te dekken uit kostenplaats onderwijshuisvesting. De ruimte daarvoor binnen die kostenplaats wordt in twee delen gevonden.

Ten eerste gedeeltelijk door de toekomstige jaarlijkse opbrengsten uit de verhuur van in het gebouw opgenomen ruimtes voor kinderopvang. De jaarlijkse opbrengsten daaruit bedragen circa € 13.200. Daarmee wordt een gedeelte van € 440.000 van de totale aanvullende kredietbehoefte gedekt. De kapitaallasten van het dan nog resterende deel van € 305.000 bedragen € 9.150 per jaar en kunnen gedekt worden uit de ruimte die in de begroting binnen de kostenplaats onderwijshuisvesting is ontstaan door de lagere kapitaalbehoefte voor de renovatie van het gebouw van basisschool Meester Vos. De besparing voor de gemeente van die renovatie bedraagt € 166.900, wat niet in het investeringsplan van begroting 2024-2027 was voorzien. Als gevolg daarvan is voor de renovatie de totale besparing op de kapitaallasten bij een afschrijftermijn van 10 jaar € 17.525 per jaar. Daarvan kan € 9.150 gebruikt worden ten behoeve van de nieuwbouw van de school in Leerbroek.

Participatieparagraaf Vertegenwoordigers van de school en het schoolbestuur zijn betrokken geweest bij de totstandkoming van de bouwplannen en verdeling van de extra uitvoeringskosten.

Duurzaamheidsparagraaf Conform eerder besluit van de raad is het gebouw ontworpen op energie ambitieniveau ENG. Het schoolbestuur overweegt een extra investering te doen om verder te verduurzamen naar 0-op-demeter door nog efficiëntere zonnepanelen toe te passen.

Communicatieparagraaf Voordat gestart gaat worden met de bouw van de school zullen omwonenden daarover geïnformeerd worden. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden, de secretaris,

de burgemeester,

19/12/2023 12:39:13 CET {{signer1}}

19/12/2023 13:17:07 CET {{signer2}}

Signed By: j.de.jonge@vijfheerenlanden.nl ID: 0b31d325-ceff-4efa-9b7e-9887ccb1d768 Auth: Consent

W.J. (Judith) de Jonge

Signed By: s.frohlich@vijfheerenlanden.nl ID: 0b31d325-ceff-4efa-9b7e-9887ccb1d768 Auth: Consent

S. (Sjors) Fröhlich

Bijlage Stichtingskostenraming Eben_Haëzerschool met som aanvullend krediet_20231212

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=d3fbfc25-a79f-43e1-a2fb-da6f0cfe440a