CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

ruimtelijke onderbouwing Zd 11 AM.pdf

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 8 september 2021, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Uitgebreide vergunningsprocedure Zouwendijk 11 Ameide24.671 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Figuur 7. Uitsnede legger Wateren, plangebied met globale rode plangrens. (Bron: Waterschap Rivierenland)

Daarnaast is ook de legger waterkeringen van het Waterschap Rivierenland geraadpleegd, zie afbeelding volgende pagina. Het plan houdt eveneens geen wijzigingen in die direct van invloed zijn op de waterkering. Er wordt niet in de beschermingszone gebouwd.

Pagina 24

Ruimtelijke onderbouwing Zouwendijk 11

Figuur 8. Uitsnede legger Wateren, plangebied met globale rode plangrens. (Bron: Waterschap Rivierenland)

Verhard oppervlak Het verhard oppervlakte in de bestaande situatie betreft ca. 100 m2 aan woonbebouwing en ca. 170 m2 aan bijgebouwen. Het totale oppervlakte aan bestaande bebouwing bedraagt derhalve 270 m 2. De verharding van het huidige erf, de bestrating, bedraagt ca. 375 m2. Het totaal verhard oppervlak van bebouwing en bestrating komt daarmee op 645 m2. De toekomstige bebouwing bedraagt ca. 342 m2 en de toekomstige erfverharding, de bestrating, bedraagt maximaal 500 m2. De totale toekomstige verharding komt daarmee op 842 m2. Het waterbeleid van het waterschap Rivierenland schrijft verplicht watercompensatie in het buitengebied voor wanneer het verhard oppervlakte met 1.500 m2 toeneemt. In voorliggend plan zal het verhard oppervlak beperkt toenemen met ca. 200 m2. Gezien de beperkte toename van de verharding is het niet nodig dat watercompensatie gerealiseerd moet worden. Vuilwater Het vuilwater zal aangesloten worden op het bestaande gemeentelijk riool. Het hemelwater zal geloosd worden op het omliggende oppervlaktewater. Materialen Bij de nieuwbouw van de woning zullen uitloogbare materialen zo min mogelijk toegepast worden. Gezien bovenstaande vormt het aspect water geen belemmering voor onderhavig plan.

4.10 Verkeer en Parkeren Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied. Planspecifiek Om te bepalen hoeveel parkeerplaatsen noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling in het plan is gebruik gemaakt van CROW, publicatie 381. De parkeernorm voor één vrijstaande woning in het buitengebied bedraagt 2,0 – 2,8 parkeerplaats per woning. Op het terrein is meer dan voldoende ruimte om in deze parkeerbehoefte te voorzien. Daarnaast betreft het plan vervangende nieuwbouw van een woning. Het aantal verkeersbewegingen van en naar de woning zullen niet wezenlijk wijzigen. Het aspect verkeer en parkeren is derhalve goed oplosbaar en er is sprake van een goede ruimtelijke ordening voor dit onderdeel.

Pagina 25

Ruimtelijke onderbouwing Zouwendijk 11

5 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

en

economische

Naast het toetsen aan diverse aspecten op het gebied van beleid en milieu, die ook dienen als toets of een ruimtelijk plan uitvoerbaar is, dient een plan ook te worden getoetst aan economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

5.1

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van de Grondexploitatiewet dient een exploitatieplan te worden vastgesteld bij het vaststellen van het bestemmingsplan of ander ruimtelijk plan, tenzij de economische uitvoerbaarheid anderszins is gegarandeerd, De procedurekosten voor het plan worden middels de gemeentelijke legeskosten op initiatiefnemer verhaald. Vanuit het plan vloeien geen overige kosten of risico’s voort die voor rekening van de gemeente zijn. De economische uitvoerbaarheid van het plan is daarmee verzekerd.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Voor het plan wordt de standaard omgevingsvergunningsprocedure gevolg op basis van de Wabo. Tijdens deze procedure kunnen belanghebbenden inhoudelijk reageren op het plan. Door het doorlopen van de procedure wordt voldaan aan de wettelijke verplichting voor de gemeente om belanghebbenden te horen. Gezien de kleinschaligheid van het plan worden bezwaren op het plan als zeer beperkt gezien. Aanvullende inspraakprocedures zijn dan ook niet noodzakelijk.

Pagina 26

Ruimtelijke onderbouwing Zouwendijk 11

6 Bijlagen 1. 2. 3. 4.

Voorlopig ontwerp Lenz architecten, Projectnummer 2017-V01-1, 10-11-2020 Landschappelijke Inpassing, Smits Hoveniers, januari 2021 Notitie stikstofberekening, Versluis Advies, kenmerk: B4231/2811_4, 16 december 2020 Verkennend bodem- en asbestonderzoek Zouwensik 11 Ameide, Linge milieuadvies, projectnummer: 20-2018, 6 maart 2020.

Pagina 27

Ruimtelijke onderbouwing Zouwendijk 11

Bijlage 1

VOORLOPIG ONTWERP

VO1 - 1

DOCUMENT

2017

PROJECTNUMMER

10-11-2020

DATUM

Voorlopig ontwerp woonhuis met bijgebouwen

PROJECTOMSCHRIJVING

info@lenz.nl www.lenz.nl

0413 301 860

Kerkstraat 37a 5401BD Uden

LENZ ARCHITECTEN

Lange Bogerd 5 4235AA Tienhoven aan de Lek

Familie de Groot

OPDRACHTGEVER

PLANVORMING

Samenvattend wordt onderstaand bewerkstelligd: - Saneren bestaande woning, gebrekkige bijgebouwen en buitenopslag - Landschappelijke- en kwaliteitsverbetering van het perceel - Karakter verkaveling en doorzichten blijven behouden - Optioneel te versterken door het plaatsen van extra knotwilgen in slootlijn - Nieuwe woning in landelijke stijl passend in de omgeving - Voorzien van rieten kap i.r.t. de Zederik en historisch oogpunt - Woning duurzaam en levensloopbestendig - Veel daglicht en uitzicht naar de polder - Parkeren op eigen terrein - Woning en bijgebouw buiten beschermingszone WSRL

Het voorgestelde bouwplan stelt een ruim groter woonhuis in footprint voor ten opzichte van het huidige huis. Het bijgebouw is groot. Het raapt als het ware alle kleine footprints van de bestaande situatie bijeen en past dat in een gebouw. De positie van het bijgebouw is wel aangegeven en die is gunstig; aan de noordzijde van de kavel dicht op de kavelsloot, maar met ruimte voor de aanplant van nieuwe knotwilgen. Daarmee sluit de inrichting van het erf aan op de knotwilgen aan de teen van de dijk en de positie van het nieuwe bijgebouw laat de gehele zuidelijke helft van de kavel open en geeft een riant doorzicht op de polder achter de kavel.

Motivering plan Het betreft hier een vervangende nieuwbouw voor een woning aan een bijzonder agrarisch bebouwingslint. Van belang is een afstemming op de bijzondere kwaliteiten van de omgeving. In hoofdopzet is de gekozen voor een eenduidige massavorm met topgevel naar de straat. Voor een goede aansluiting op het karakter van de omgeving is een consistent, rustig “agrarisch” beeld van belang. De ontsluiting van het kavel vind plaats via de huidige inrit, door de bouwmassa hier direct aan te plaatsen worden geen onnodige verharding toegepast. Verder is voor een goede landschappelijke inpassing de erfinrichting van belang. De nieuwe schuur zal in verhouding tot het woonhuis worden ontworpen.

Informatie en uitgangspunten: Programma van wensen: - Programma conform tekeningen. Binnen/ buiten optimaal benutten; Veel licht, openheid belangrijke speerpunten in het ontwerp. - Moderne eigentijdse elementen, huiselijk met eigen unieke karakter. - Pragmatisch indeling, helder en eenvoud, maar toch verrassend, met oog voor ruimtelijke continuïteit; Landelijke inpassing: - Aandacht voor karakteristieke kenmerken - Verkeersontsluiting

Wensen | ambities opdrachtgever De opdrachtgevers hebben al jaren een sterke wens om voor hun gezin een landelijke woonplek te verwerven. In het plan dienen privacy, licht en ruimtelijkheid terug te komen. Het betreft een landelijk gelegen locatie, die vraagt om een goed door ontworpen plan, passend in zijn context.

VO1 - 2

DOCUMENT

2017

PROJECTNUMMER

OMGEVING IN BEELD

VO1 - 3

DOCUMENT

2017

PROJECTNUMMER

OMGEVING IN BEBOUWING (DOOR: LANGERAK ADVIES)

VO1 - 4

DOCUMENT

2017

PROJECTNUMMER

OMGEVING IN OMSCHRIJVING

Cultuurhistorische Waarden kaart Provincie Utrecht: De locatie aan de Zouwendijk wordt gekenmerkt als Agrarisch Cultuurlandschap met de waardevolle classificaties van terrein, bebouwingslint en half-transparant boerderijlint buitengebied; Ontstaan voor 1850, het landschapspatroon van de strokenverkaveling is ontstaan tussen 1000-1600.

In de huidige situatie is met name het aanzien van het erf rommelig. Zowel in gebruik, inrichting, als door de vele bijgebouwen is vanaf de dijk het beeld van het perceel niet in lijn met landschap als geheel. Een geheel nieuwe inrichting en bebouwing kunnen daar verbetering in brengen.

Omgeving (uit Advies DSL (03-04-2020) De huidige situatie van het perceel Zouwendijk 11 behelst reeds een woonkavel met een woning en diverse (5) kleine bijgebouwen. Het perceel is onderdeel van een lint van percelen onder aan de Zouwendijk gelegen. Dit woonlint is volgens de cultuurhistorische gegevens ontstaan voor 1850 en gelegen in een strokenlandschap ontstaan in de periode tussen 1000-1600. De landschappelijke waarden zijn hoog omdat zowel de betekenis van de dijk als het aanliggende landschap in samenhang met de Oude Zederik een gaaf geheel vormen en goed afleesbaar zijn als landschappelijke kwaliteit. P2/2

VO1 - 5

DOCUMENT

2017

PROJECTNUMMER

KAARTEN UIT HET LANDSCHAPSKADER

Dijklint Oude Zederik (Zouwendijk en Bazeldijk) kent wat meer bedrijvigheid en zeer gevarieerde bebouwing, welke is geclusterd in groepjes. Behoud hier de doorkijkjes vanaf de dijk.

OUDE ZEDERIK:

VO1 - 6

DOCUMENT

2017

PROJECTNUMMER

PERCEEL 1:500 [NIEUW]

VO1 - 7

DOCUMENT

2017

PROJECTNUMMER

Hierdoor blijft het zicht naar het achter gelegen landschap behouden en wordt t.o.v. de huidige situatie sterk verbeterd.

Het bijgebouw zal ondergeschikt zijn aan de hoofdwoning en naar achteren komen.

De woning komt samen met de omgliggende bebouwing (woning en bijgebouwen) in een geklusterd ensemble in het bebouwingslint. De nieuwe woning zal ter hoogte van de woningen 15 & 15a komen te liggen.

De nieuwe woning zorgt dat de toegang onder aan de Dijkvoet op een normale wijze gerealiseerd kan worden. De huidige inrit kan hiermee gehandhaafd blijven waardoor de toegang vanuit de Zouwendijk ongewijzigd blijft.

POSITIONERING:

SCHAAL 1:200

GRONDPLAN

2400 2100

5100

2636

2900

15987

2075

22580

1200

6700

8500

1000 5900

BEGANE GROND

1000

2880

1800

2400

vergunningsvrij bijgebouw max. 12m²

2000 vergunningsplichtig bijgebouw max. 100m²

5000

7000

13

7944

VO1 - 8

DOCUMENT

2017

PROJECTNUMMER

SCHAAL 1:100

GRONDPLAN

AA

BB

ochtend zitpplek buiten

2636 tv

2900

CC

2400 2100

toilet

wonen

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

vriezer koelkast

garderobe

meterkast

koken

spelen studeren

proviand bijkeuken

1000

ochtend zitpplek binnen

5100

haard

haard

5900

1000 entree

1200

6700

eten

zicht op aankomst

garderobe

berging

7944

entree

haard

entree voordeur

2400 wassen

achterdeur

buitenterras avond zon

2880

zitnis

VO1 - 9

DOCUMENT

2017

PROJECTNUMMER

SCHAAL 1:100

VERDIEPING

AA

BB

CC

1232

berg ruimte

2000 2000

1.5m+vloer 1.5m+vloer

VERDIEPING

4200 2932

slapen 2

slapen 3

baden

linnen

baden

1200

slapen 1

1632

inloopkast

2932

slapen

2932

toilet

1256

2.6m+vloer 2.6m+vloer

4010 4434

2.6m+vloer 2.6m+vloer

kastenwand hoog 1000mm

1.5m+vloer 1.5m+vloer

VO1 - 10

DOCUMENT

2017

PROJECTNUMMER

SCHAAL 1:100

SOUTERRAIN

AA

BB

CC

17036

toilet

slapen 5

slapen 4

lounge

welness

5200

buitenruimte

1800

baden

bergzolder

2766 techniek ca. 12m²

gym

VO1 - 11

DOCUMENT

2017

PROJECTNUMMER

2600+P

e kv da

te ns

r

DOORSNEDEN

SCHAAL 1:100

maat vanaf 1e VD

1500+P

maat vanaf 1e VD

DOORSNEDE BB

DOORSNEDE CC

bk bg vloer

peil = 0

b.k. verdiepingsvloer

2900+P

b.k. noklijn

7950+P

VO1 - 12

DOCUMENT

2017

PROJECTNUMMER

bk bg vloer

peil = 0

peil = 0 bk bg vloer

b.k. verdiepingsvloer

2900+P

b.k. noklijn

7950+P

b.k. verdiepingsvloer

2900+P

1500+P

maat vanaf 1e VD

maat vanaf 1e VD

1500+P

maat vanaf 1e VD

2600+P

maat vanaf 1e VD

2600+P

b.k. noklijn

7950+P

DOORSNEDEN BIJGEBOUW

SCHAAL 1:100

VO1 - 13

DOCUMENT

2017

PROJECTNUMMER

Bijlage 2

Vormgeving van Tuinen en Buitenruimten | van Concept tot Realisatie

Landschappelijke inpassing | Zouwendijk 11 Ameide

Reeds aanwezige beplanting buiten plangebied

Plangebied

Dijklichaam (bloemenweide) Reeds aanwezige beplanting binnen plangebied Entree en parkeren Privé tuin | lage beplanting max 150 cm

Situering perceel in groter verband schaal 1:1000

A'

Geplande nieuwe bebouwing Boom | aanvulling binnen plangebied Boomgaard met bloemenweide

C ZI R O DO

H IC Z OR O D

Beplantingslijst

bomen deels reeds aanwezig | hoogte max 300 cm

HT

Geplande vijver

T

A

Bestaande bebouwing Speelweide

indicatief - Alnus glutinosa - Alnus incana - Sorbus aucuparia - Acer campestre - Fraxinus excelsior - Salix alba

Dierenweide | grasveld H IC Z OR O D

- Miscanthus - Astrantia - Anemone - Alchemilla - Aconitum - Geranium - Helleborus

T

Begrenzing plangebied Water

soorten zo veel mogelijk inheems

Landschappelijke inpassing schaal 1:500

DOORZICHT vanaf de dijk

A

A'

Doorsnede/aanzicht van woning - perceel - dijk | A-A' 1:200

Maten en en peilen in het werk te controleren

GReeN in the DiRT | Midden Nederland | 06 50482608

Opdrachtgever: Dhr A de Groot | Smits hoveniers

Schaal: 1-1000 / 1:500 / 1:200 | formaat A1

Datum: januari 2021

Getekend: Green in the Dirt | Peter Zaal

Bijlage 3

Langerak Teken- & Adviesbureau Tolstraat 28a 4231 BC Meerkerk

Datum 16 december 2020

Kenmerk B4231/2811_4

Telefoonnummer 06-11793132

Bijlage(n) 1

Contactpersoon de heer R. Versluis Onderwerp AERIUS berekening stikstofdepositie t.b.v. nieuwbouw woning (na sloop bestaande) aan de Zouwendijk 11 in Ameide

Betreft: notitie in het kader van stikstofdepositie

Plan Voor de locatie Zouwendijk 11 in Ameide is door de gemeente Vijfheerenlanden is een principeverzoek beoordeeld, waarop op d.d. 26 november 2020 een principe-uitspraak is gedaan. Het betreft een plan ten behoeve van het realiseren van een nieuwe woning met bijgebouw na sloop van de bestaande woning met bijgebouwen. Hierna zal worden overgegaan tot het aanvragen van een omgevingsvergunning. Onderliggende notitie maakt hier onderdeel van uit. Voor de situering en omvang van het plan is het document aangehouden welke ten behoeve van het principeverzoek is ingediend bij de gemeente. Het betreft document VO1 – 1, d.d. 10 november 2020 opgesteld door Lenz Architecten. In de huidige situatie bestaat de locatie uit een woning met meerdere bijgebouwen. Realisatie van het beoogde plan zal plaatsvinden na sanering van de bestaande bebouwing. Deze notitie gaat in op de stikstofdepositie voor de realisatie en het gebruik van het plan. Opzet berekening Voor het berekenen van de stikstofdepositie op de relevante Natura 2000-gebieden in de omgeving van de projectlocatie, is gebruik gemaakt van de meest actuele versie van AERIUS Calculator 2020, d.d. 15 oktober 2020. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de gebruiksfase en de aanlegfase. Beide fasen zijn in deze notitie uitgewerkt en in beeld gebracht.

Figuur 1 en 2 – impressie beoogde bebouwing Zouwendijk 11

Emissies Voor het bepalen van de depositieberekening in AERIUS zijn voor de emissies volgens de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator twee bronnen te onderscheiden. Een lijnbron van transport, waarbij het gaat om verkeersbewegingen van en naar een projectlocatie. Daarnaast wordt een vlakbron ingevoerd voor de activiteiten op een projectlocatie. Uit de berekening volgt de hoeveelheid stikstofdepositie in mol/ha/jr, waarvoor al dan niet ontwikkelingsruimte nodig is. Dit bepaald een eventuele vergunningplicht in het kader van de Wet Natuurbescherming (Wnb). De vergunningplicht is van toepassing als de stikstofdepositie meer is dan 0,00 mol/ha/jr. Indien de stikstofdepositie gelijk is aan 0,00 mol/ha/jr (kleiner dan 0,005

Datum Kenmerk

16 december 2020 B4231/2811_4

2

mol/ha/jr), dan zijn er geen negatieve effecten te verwachten in het kader van de Wet Natuurbescherming. Vergunningplicht in dat kader is dan niet aan de orde. Redeneerlijn aanlegfase Op Rijksniveau een redeneerlijn vastgesteld voor depositie afkomstig van mobiele werktuigen en ander materieel in de aanlegfase van projecten. Voor het aspect stikstof is geen vergunning Wet natuurbescherming (Wnb) noodzakelijk wanneer de stikstofdepositie kleiner dan of gelijk is aan 0,05 mol/ha/jaar gedurende maximaal twee jaar op een overbelast stikstofgevoelig habitat. Significante gevolgen kunnen dan op voorhand worden uitgesloten. Deze redeneerlijn is getoetst door de landsadvocaat en door de provincies in het Bestuurlijk Overleg met de minister van LNV op 22 april 2020 onderschreven. Reikwijdte • De redeneerlijn geldt voor depositie als gevolg van de uitstoot door mobiele werktuigen en ander materieel in de aanlegfase van projecten. • De stikstofdepositiebijdrage moet kleiner of gelijk zijn dan 0,05 mol/ha/jaar gedurende maximaal twee jaar op een overbelast stikstofgevoelig habitat. Of een equivalent hiervan, bijvoorbeeld 0,02 mol/ha/jr in 5 jaar of 0,1 mol/ha/jr in 1 jaar.

Figuur 3 – beoogde situatie locatie Zouwendijk 11

Datum Kenmerk

16 december 2020 B4231/2811_4

3

Gebruiksfase De nieuwe woning met bijgebouw wordt gebouwd op de positie van de huidige woning met bijgebouwen. In het dagelijks gebruik zullen er geen veranderingen optreden, ook niet in het aantal bewegingen van en naar de woning. Het gebruik van de nieuwe woning valt daarom weg tegen het gebruik van de bestaande woning. De gebruiksfase is niet maatgevend en hoeft daarom ook niet in beeld te worden gebracht. De woning wordt niet aangesloten op het gasnet. Er is geen sprake van NO x emissies door een gasgestookte verwarming. Daarnaast kunnen er NH3 emissies zijn afkomstig van gebouwen welke worden veroorzaakt door transpiratie/ ademen, schoonmaakmiddelen en bijvoorbeeld het roken van sigaren of sigaretten. Volgens AERIUS hoeft bij nieuwbouw geen rekening te worden gehouden met dergelijke NH3 emissies, welke bovendien verwaarloosbaar klein zouden zijn.

Aanlegfase De aanlegfase voorziet in het slopen van de huidige bebouwing op de locatie, het bouwrijp maken van het terrein, de nieuwbouw van de nieuwe woning en het bijgebouw en de afwerking van het terrein. De totale bouwtijd/ realisatiefase wordt ingeschat op één jaar. Ondanks dat de aanlegfase een tijdelijke uitstoot betreft is deze als worst-case berekend.

contour projectlocatie

Figuur 4 – contour projectlocatie aan de Zouwendijk 11 in Ameide

Datum Kenmerk

16 december 2020 B4231/2811_4

4

Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer) In de aanlegfase worden diverse werkzaamheden uitgevoerd waardoor transport naar en van de projectlocatie noodzakelijk is. Voor wat betreft de aanvoer van materiaal is bepaald dat 20 voertuigen ‘zwaar verkeer’ (vrachtwagens en opleggers) voor het totale project nodig zijn. In de praktijk zal voornamelijk gebruik worden gemaakt van lichtere transportmiddelen. Deze worden gerekend binnen de voertuigcategorie ‘middelzwaar verkeer’ en hiervoor worden 80 voertuigen voor het totale project. Naast zwaar- en middelzwaar verkeer zullen ook lichtere voertuigen de projectlocatie bezoeken. Dit betreft de categorie ‘licht verkeer’ waaronder personenauto’s en bedrijfsbusjes van de aannemer en onderaannemers worden gerekend. Hiervoor worden 200 voertuigen voor het totale project aangehouden. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van het aantal voertuigen. Voertuigcategorie Zwaar verkeer

Voertuigen totale project

Voertuigen per maand

20

1,7

Middelzwaar verkeer

80

6,7

Licht verkeer

200

16,7

Totaal Tabel 1 – gegevens verkeersbewegingen aanlegfase

Vrijwel alle verkeer volgt de route over de Zouwendijk en de Parallelweg, in zuidelijke richting naar de aansluiting op de A27 bij Meerkerk. Dit betreft het heersend verkeersbeeld. In AERIUS zijn de vervoersbewegingen gemodelleerd als lijnbron. Dat betreft alle verkeer ten behoeve van het project op de locatie aan de Zouwendijk 11 in Ameide. AERIUS berekent de emissies van verkeer aan de hand van weglengte, het aantal voertuigbewegingen per voertuigcategorie en het wegtype. Het in AERIUS ingevoerde wegtype is ‘buitenwegen’.

Datum Kenmerk

16 december 2020 B4231/2811_4

5

Figuur 5 – aanlegfase, verkeersbeweging en rijroute

Activiteiten op de bouwplaats (mobiele en stationaire bronnen) In de aanlegfase worden diverse werkzaamheden uitgevoerd en mobiele werktuigen ingezet op de projectlocatie. De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig. Uitgangspunt voor de berekeningen van de stationaire bronnen op de projectlocatie zijn de default waarden zoals deze in AERIUS Calculator zijn opgenomen, uitgaande van werktuigen en machines vanaf bouwjaar 2014 en 2015. Er zal gebruik worden gemaakt van een elektrisch aangedreven telekraan. In de onderstaande tabellen is een overzicht gegeven van de benodigde inzet van mobiele werktuigen tijdens de aanlegfase op de projectlocatie. Machine Heistelling

Bedrijfstijd (uur/jaar) 8

Vermogen (Kw) 100

Belasting (-) 0,69

Emissiefactor (g NOx/kWh) 1,0

EmissieNOx (kg/jr) 0,55

Betonpomp

16

200

0,69

1,0

2,20

Rupskraan

24

100

0,69

0,8

1,67

Mobiele kraan/ verreiker Totaal

8

100

0,84

0,9

0,61 5,03

Tabel 3 – emissiegegevens NOx

Datum Kenmerk

16 december 2020 B4231/2811_4

6

Machine Heistelling

Bedrijfstijd (uur/jaar) 8

Vermogen (Kw) 100

Belasting (-) 0,69

Emissiefactor (g NH3/kWh) 0,0028

EmissieNH3 (kg/jr) 0,002

Betonpomp

16

200

0,69

0,0027

0,006

Rupskraan

24

100

0,69

0,0025

0,004

Mobiele kraan/ verreiker Totaal

8

100

0,84

0,0024

0,002 0,014

Tabel 4 – emissiegegevens NH3

De emissies van de mobiele werktuigen zijn gemodelleerd als een oppervlaktebron met de contouren van de projectlocatie/ bouwplaats (zie figuur 6). In figuur 5 en 6 zijn de ligging en kenmerken van de rijroute en de emissies van de mobiele bronnen terug te vinden.

Figuur 6 – aanlegfase, mobiele bronnen

Datum Kenmerk

16 december 2020 B4231/2811_4

7

Resultaten en conclusie De omvang van het bouwproject voor de woning met bijgebouw aan de Zouwendijk 11 in Ameide en de daarbij behorende waarde van stikstofemissie ten behoeve de aanlegfase, is laag. Voor de aanlegfase geeft het project een maximale bijdrage op Natura-2000 gebied van 0,03 mol/ha/jaar. Het betreft een bijdrage die slechts geldt tijdens de aanlegfase, voor een periode van maximaal 1 jaar. Conform de vastgestelde redeneerlijn kan voor deze bijdrage gesteld worden dat er geen vergunning op basis van de Wet natuurbescherming hoeft te worden aangevraagd. De volledige berekening is als bijlage toegevoegd aan deze notitie. Voor de gebruiksfase kan geconcludeerd worden dat er geen negatieve effecten op nabijgelegen Natura-2000 gebieden zijn te verwachten in het kader van de stikstofdepositie ten opzichte van de huidige situatie.

Figuur 7 – aanlegfase, resultaten berekening

Weergave Een uitdraai van de AERIUS-berekeningen voor de aanlegfase is toegevoegd als bijlage 1 bij deze notitie.

Datum Kenmerk

16 december 2020 B4231/2811_4

8

BIJLAGE 1.

Datum Kenmerk

AERIUS-berekening voor de aanlegfase t.b.v. een woning met bijgebouw aan de Zouwendijk 11 in Ameide, kenmerk S2KtE9H3fKZB (16 december 2020).

16 december 2020 B4231/2811_4

9

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Aanlegfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. S2KtE9H3fKZB (16 december 2020) pagina 1/7

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

R. Versluis - Versluis Advies

Zouwendijk 11, 4233 CH Ameide

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Langerak Teken- en Adviesbureau

S2KtE9H3fKZB

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

16 december 2020, 10:09

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Situatie 1

NOx

7,26 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Bijdrage

Zouweboezem

0,03

Toelichting

Aanlegfase

Resultaten

Aanlegfase

S2KtE9H3fKZB (16 december 2020) pagina 2/7

Resultaten

Locatie Aanlegfase

Emissie Aanlegfase

Resultaten

Bron Sector

Aanlegfase

Emissie NH3

Emissie NOx

Mobiele bronnen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

5,03 kg/j

Verkeersbewegingen Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

2,23 kg/j

S2KtE9H3fKZB (16 december 2020) pagina 3/7

Resultaten

Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden

Natuurgebied

Hoogste bijdrage

Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*

Zouweboezem

0,03

0,01

(mol/ha/j)

*

Resultaten

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

Aanlegfase

S2KtE9H3fKZB (16 december 2020) pagina 4/7

Resultaten

Resultaten per habitattype

Zouweboezem Habitattype

Hoogste bijdrage

Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*

H3150baz Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen

0,03

-

H6410 Blauwgraslanden

0,01

(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat

*

Resultaten

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

Aanlegfase

S2KtE9H3fKZB (16 december 2020) pagina 5/7

Resultaten

Emissie (per bron)

Mobiele bronnen 127212, 440372 5,03 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y)

Aanlegfase

NOx NH3

Voertuig

Omschrijving

AFW

Mobiele bronnen

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

5,03 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Verkeersbewegingen 127769, 437486 2,23 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Zwaar vrachtverkeer

1,7 / maand NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

6,7 / maand NOx NH3

1,36 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Licht verkeer

16,7 / maand NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Aanlegfase

S2KtE9H3fKZB (16 december 2020) pagina 6/7

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201124_13fd900ebd Database versie 2020_20201124_13fd900ebd Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Aanlegfase

S2KtE9H3fKZB (16 december 2020) pagina 7/7

Bijlage 4

BODEMONDERZOEK INCL ASBEST ZOUWENDIJK 11 AMEIDE MAART 2020

opdrachtgever

CF Groep dhr André de Groot Handelsweg 10 4231 EZ Meerkerk

Projectnummer

20-2018

versie:

1

datum:

6 maart 2020

LINGE MILIEU BV | BODEMONDERZOEK & ADVIES | POPPELENBURGERSTRAAT 52 | 4191 zt | GELDERMALSEN | THE NETHERLANDS T 0345 - 570 272

| F 0345 - 570 287 |

ING BANK 6717.49.897

|

INFO@LINGEMILIEU.NL

|

WWW.LINGEMILIEU.NL

|

KVK TIEL 30233558

BTW NL 8188.13.118. B01

opgesteld door: Arjan Vlasblom

controle / vrijgave: John Hol Hierbij verklaar ik, Nico Verweij, het veldwerk in Ameide uitgevoerd te hebben volgens BRL SIKB 2000 en protocol 2001-2002 febr 2020, onafhankelijk van opdrachtgever of eigenaar

1. Inleiding

1

2. Vooronderzoek

2

2.1 2.2

Historie en actuele situatie Bodemopbouw

2 3

3. Opzet en invulling van het onderzoek

4

3.1 3.2 3.3

Onderzoekstrategie Veldwerk onderzoek Zintuiglijke waarnemingen, chemisch onderzoek

4. Analyse, toetsing en interpretatie 4.1 4.2 4.3

5

Analyseresultaten grond Resultaten asbest Analyseresultaten grondwater

Conclusie en aanbevelingen 5.1 5.2

Conclusies Betrouwbaarheid

bijlagen bijlage A: algemene toelichting bodemonderzoek bijlage B1 analyseresultaten NEN 5740 bijlage B2 resultaten asbest bijlage C: boorstaten bijlage D1 kadasterkaart, historische gegevens bijlage D2 gegevens Omgevingsdienst bijlage E: situatieschets

1 bodemonderzoek Zouwendijk 11 Ameide, maart 2020

4 4 5

6 6 7 8

9 9 10

1. Inleiding Op 25 februari 2020 is in opdracht van dhr A. de Groot uit Ameide bodemonderzoek inclusief asbest uitgevoerd op het perceel Zouwendijk 11 in Ameide, Gemeente Vijfheerenlanden.

Op de locatie staat een woning met schuur. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van het terrein. De onderzochte locatie heeft een oppervlak van 1.000 m². Kadastrale gegevens van het perceel zijn Ameide C, nummer 232. Wat eventuele verontreiniging betreft is de bodem als onverdacht beschouwd, met bestrijdingsmiddelen en asbest als aandachtspunt. Er zijn veertien boringen en een peilbuis boringen verdeeld over het terrein tot maximaal 2.0 m-mv. Het grondwater stond op het moment van het onderzoek op 0.4 m-mv. Grond en grondwater zijn geanalyseerd op het NEN 5740-pakket, bestrijdingsmiddelen en asbest.

Linge Milieu is een onafhankelijk bureau dat als erkend bureau is aangewezen door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Linge Milieu is geen eigenaar van het perceel in Ameide of anderszins betrokken bij het terrein in Ameide via de eigen organisatie. Voorwaarde voor de onafhankelijkheid is verder dat er geen zakelijke connecties bestaan tussen de monsternemer (Linge Milieu) en de opdrachtgever. Een dergelijke relatie tussen dhr De groot en Linge Milieu is er niet. Dit project is uitgevoerd onder certificaat volgens BRL SIKB 2000, certificaatnummer VB-051/6. Het veldwerk is uitgevoerd conform het BRL-protocol 2001 en 2002, waarvoor Linge Milieu volgens het procescertificaat veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek is gecertificeerd. In hoofdstuk 2 zijn de resultaten van het vooronderzoek gegeven, dat vooraf is gegaan aan het veldwerk. Er wordt daarbij een korte samenvatting gegeven van de huidige situatie. Hoofdstuk 3 behandelt de opzet en uitvoering van het onderzoek. In hoofdstuk 4 en 5 tenslotte worden de resultaten getoetst en worden conclusies aan de resultaten verbonden.

2. Vooronderzoek 2.1

Historie en actuele situatie De onderzoekslocatie betreft het perceel Zouwendijk 11 in Ameide, gemeente Vijfheerenlanden. Kadastraal is het perceel bekend bij Ameide C, nummer 232, postcode is 4233 CH. Een kadastrale kaart is opgenomen in bijlage D1. De onderzoekslocatie heeft een oppervlak van 1.000 m², de ruime contouren van het te ontwikkelen terrein. Voor het historisch onderzoek zijn gegevens gebruikt van Omgevingsdienst Utrecht. Verder zijn oude kaarten, luchtfoto's, eerder onderzoek en gegevens van de eigenaar gebruikt. De gegevens van de Omgevingsdienst, oude kaarten en de historische informatie zijn opgenomen in bijlage D. Algemene gegevens locatie Op de locatie staat een vrijstaande woning uit 1975. Op het dak lagen dakpannen. Ten zuiden van de schuur staat een houten schuur, ook gebouwd in 1975. De schuur bestaat uit verschillende, aan elkaar gebouwde delen en verkeert in bouwvallige staat. De schuur heeft een oppervlak van 120 m² en is gebruikt voor opslag. De schuur stond op het moment van het onderzoek leeg. Op een groot deel van het dak van de schuur liggen riet en metalen platen. Op het zuidwestelijk deel van de schuur liggen asbestplaten. Deze lopen af naar de achterzijde, de zuidwestkant van de schuur. Daar bevindt zich geen dakgoot en is de bodem onverhard. Ten noordwesten van de schuur staat een klein, stenen schuurtje met dakpannen.

Het erf rond de opstallen bestaat uit los liggende klinkers. De tuin bestaat verder uit gras. De indeling van het terrein is met enkele foto's van de huidige situatie te vinden in bijlage D1. Aanleiding voor het onderzoek zijn de sloop en herbouw van de woning. De nieuwe woning wordt op de dezelfde locatie als de huidige gesitueerd. Op de locatie van de huidige schuur wordt een nieuwe schuur gebouwd.

Geschiedenis van de locatie Voor 1975 stond er een andere woning op de locatie. In bijlage D1 zijn vier kaarten van het gebied opgenomen : uit 1965, 1970, 1990 en 2005. Op alle kaarten is bebouwing op het terrein opgenomen. In bijlage D1 zijn vier luchtfoto's van de locatie te vinden, uit 2007, 2010, 2016 en 2018. Er zijn in deze periode geen wijzigingen in het bodemgebruik of de bebouwingsituatie terug te vinden.

Tanks Op het terrein zijn geen (voormalige) onder- of bovengrondse tanks bekend.

Gedempte sloot Er is één gedempte sloot op de locatie terug te vinden op oude kaarten. Dit was een sloot direct langs de achterzijde van de schuur, de zuidoost-kant. Het zuidelijk deel van de sloot is nog aanwezig. Het deel richting de dijk is eind jaren '80 over een lengte van ongeveer 50 meter gedempt. De contour van de demping is aangegeven in de tekening in bijlage E. De demping ligt buiten het te ontwikkelen terrein. Er zijn voor de volledigheid het onderzoek twee boringen in de demping gezet, de nummers 8 en 10. Daarin is geen afwijkende grond waargenomen.

Asbest In de bovengrond van het te ontwikkelen terrein aan de Zouwendijk is geen noemenswaardig puin waargenomen. Gezien het bouwjaar van de woning en de schuur is een mengmonster van de bovengrond rond de opstallen geanalyseerd op asbest. 2 bodemonderzoek Zouwendijk 11 Ameide, maart 2020

Aan de achterzijde van de schuur met asbestdak ontbreekt een gootlijn en is de bodem onverhard. Deze verdachte gootlijn heeft een lengte van ongeveer 7 meter. De contour is aangegeven in de tekening in bijlage E. Van de gootlijn is een mengmonster samengesteld.

Eerder bodemonderzoek, omgeving Er is geen eerder bodemonderzoek op de locatie zelf bekend. In de omgeving zijn wel enkele onderzoeken geregistreerd bij Omgevingsdienst Utrecht. Een overzicht: Zouwendijk 43 In januari 2020 heeft Linge Milieu BV bodemonderzoek op de locatie Zouwendijk 43 uitgevoerd. Aanlei-

ding was de vervanging van de bestaande woning, rapport-nr 19-2146. Opdrachtgever was Van Wiggen Bouw BV. Er zijn voor het onderzoek vijf boringen en een peilbuis geplaatst. De grond is geanalyseerd op het NEN 5740-pakket, bestrijdingsmiddelen en asbest. Het grondwater is geanalyseerd op het NEN 5740pakket. Er zijn geen tussenwaarden overschreden in grond of grondwater. rijbaan Zouwendijk De Zouwendijk zelf is onderzocht in 2016 en 2017, onder andere door Adcim BV. Aanleiding was de

destijds voorgenomen verbreding van de rijbaan. De berm langs de Zouwendijk is diffuus verontreinigd met PAK. De verontreiniging is gerelateerd aan het asfalt van de rijbaan en is niet afgeperkt (de dijk is lang). Om graafwerk in de berm uit te kunnen voeren onder milieukundige begeleiding is een BUS-melding ingediend, in november 2016 èn juli 2019. De melding betreft de rijbaan van een groot deel van de Zouwendijk, de contour is aangegeven op tekening in bijlage D3. De saneringslocatie, de dijk heeft als bodemlocatie-code UT196100020.

Bodemkwaliteitskaart Voor Ameide is een bodemkwaliteitskaart beschikbaar bok Omgevingsdienst ZHZ. De woning aan de Zouwendijk ligt in de zone Industrie Heterogeen, met gemiddeld industrie-kwaliteit voor de bovengrond. De kwaliteit van de grond is echter te heterogeen om op basis van de kaart grond af te voeren van de locatie en elders in de regio toe te passen. De kaart is opgenomen in bijlage D2. In de jaren '60 en '70 hebben er boomgaarden ten westen van de Zouwendijk gestaan. De oorspronkelijke bovengrond van het terrein is daarom als verdacht beschouwd voor bestrijdingsmiddelen. Dit betreft de grond tot een diepte van circa 0.3 m-mv. Analyse van de grond op PFAS is relevant als er grond van de locatie moet worden afgevoerd. Aanbevolen wordt onderzoek naar PFAS tzt af te stemmen op het uit te voeren grondverzet, de daadwerkelijk af te voeren grond.

Conclusies vooronderzoek I. Op basis van de bodemkwaliteitskaart en het ontbreken van bedrijfsmatige activiteiten wordt er

geen verontreiniging boven de tussenwaarde verwacht. II. De bovengrond rond de opstallen is door het ontbreken van puin niet of nauwelijks verdacht voor

asbest. Gezien het bouwjaar van de opstallen is voor de volledigheid een mengmonster van de bovengrond rond de opstallen op asbest geanalyseerd. III. De onverharde gootlijn aan de achterzijde van het schuur-deel met asbest-dak is verdacht voor

asbest. Dit betreft een diepte van 0.1 m-mv, over een breedte van ongeveer 1 meter. IV. Door de voormalige boomgaarden langs de Zouwendijk is de toplaag verdacht voor bestrijdings-

middelen.

3 bodemonderzoek Zouwendijk 11 Ameide, maart 2020

2.2

Bodemopbouw Het onderzoeksterrein ligt op de tijdens het Holoceen gevormde gronden, die worden gerekend tot de Betuwe-formatie. De bodem ter plaatste bestaat uit klei en veen. Deze slecht doorlatende deklaag heeft een dikte van ongeveer 15 meter. De bodem van het perceel bestaat uit donkergekleurde klei, overgaand in veen op 1.0 á 1.5 m-mv. In enkele boringen rond de opstallen is de bovengrond zandig. In geen van de boringen is puin van betekenis waargenomen. Asbest-verdachte materialen zoals plaatjes zijn dus ook nergens aangetroffen. Voor de volledigheid is wel een mengmonster van de bovengrond rond de schuur en woning op asbest geanalyseerd. Het maaiveld van de locatie bevindt zich op ongeveer 0.9 meter onder NAP. Het wegdek van de Zouwendijk ligt op 2.4 meter boven NAP. Ten tijde van het onderzoek bevond het grondwater zich rond de woning op circa 0.4 m-mv. De stromingsrichting van het freatisch grondwater is westelijk. De locatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied.

4 bodemonderzoek Zouwendijk 11 Ameide, maart 2020

3. Opzet en invulling van het onderzoek 3.1

Onderzoekstrategie Bij het opstellen van de onderzoeksstrategie is de bijlage ONV-HE van de NEN 5740 (Strategie bij verkennend onderzoek, onverdacht) als richtlijn gehanteerd. Voor het onderzoek naar bestrijdingsmiddelen is dat de strategie VED-HE. Het asbest-onderzoek is indicatief en betreft de gootlijn achter de schuur en de bovengrond rond de opstallen. Het aantal boringen en de locaties ervan is afgestemd op het doel van het onderzoek; het vaststellen van de bodemkwaliteit van het terrein in het kader van de ontwikkeling van het terrein.

3.2

Veldwerk onderzoek Voorafgaand aan het veldwerk is een KLIC-melding gedaan en is het terrein geïnspecteerd. De boringen en de bemonstering van de bodem zijn uitgevoerd volgens de BRL-protocollen 2001 en 2002. Het veldwerk is uitgevoerd op 25 februari 2020. Er zijn veertien boringen geplaatst, tot een diepte van maximaal 2.0 m-mv. Het veldwerk is uitgevoerd door Nico Verweij (Geldermalsen), erkend veldwerker voor deze protocollen. Zie daarvoor ook www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu. De boringen 8 en 10 zijn in de contour van de demping ten oosten van de schuur gezet. Voor het onderzoek naar bestrijdingsmiddelen zijn de boringen A, B en C geplaatst, tot een diepte van 0.3 m-mv. De overige boringen zijn ruimtelijk verdeeld over de locatie. Boring 9, in de schuur, is afgewerkt met een peilbuis. De peilbuis is voorzien van een filter van 0.9 tot 1.9 m-mv, bij een grondwaterstand van 0.4 m-mv. Bij de bemonstering van de peilbuis op 3 maart zijn de pH, troebelheid en de geleidbaarheid bepaald. De locaties van de boringen en peilbuis zijn terug te vinden in de schets in bijlage E.

Asbest Voor het asbestonderzoek zijn twee mengmonsters samengesteld. tabel 1: asbest-onderzoek, omschrijving

3.3

gat

m-mv omschrijving

mm A mm gootl

0.3 0.1

puin

B2, 3, 6, 7, 9, 11 <1% 7 meter <1%

asbest op mv visueel asbest in grond mm asbest neen neen

neen neen

mm A, 14.2 kg mm B, 15.5 kg

Zintuiglijke waarnemingen, chemisch onderzoek Bij alle boringen is de grond zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen en verdachte afwijkingen. De bodem van het perceel bestaat uit donkere klei, overgaand in veen op 1.0 á 1.5 m-mv. In vijf van de veertien boringen is de bovengrond zandig. Dat zijn boringen op het erf achter de woning. In geen van de boringen is puin van betekenis waargenomen. Asbest-verdachte materialen zoals plaatjes zijn dus ook nergens aangetroffen. De bodem is als volgt opgebouwd: tabel 2: Schematische weergave bodemopbouw m-mv

grondsoort

opmerkingen

kleur

0.0 - 0.5 0.5 - 1.0 1.0 - 2.0

zand / klei klei veen

geroerd

donker-bruingrijs donkerbruin donkerbruin

-

5 bodemonderzoek Zouwendijk 11 Ameide, maart 2020

De boorbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage C. Op basis van de doelstelling van het onderzoek en de bodemopbouw zijn zes grondmonsters samengesteld. Voor de analyses is de relatief meest geroerde grond geselecteerd. Tabel 3 bevat een overzicht van de samengestelde monsters en analyses. tabel 3: boringen, peilbuis en analyses nr

boringen / peilbuis

m-mv

NEN analyses

1 2 3 4

B1, 2, 4 en 5 B8, 9 en 10 B1, 7 en 9 mm A, B en C

zandig klei klei kleiig

0.0 - 0.5 0.0 - 0.5 0.5 - 1.3 0.0 - 0.3

NEN 5740 grond NEN 5740 grond NEN 5740 grond bestrijdingsmiddelen

5 6

mm A, mm B, gootlijn

zand zandig

0.4 0.1

asbest grond, NEN 5898 asbest grond, NEN 5898

pb 9

grondwater

0.9 -1.9

NEN 5740 grondwater

NEN-pakket grond AS3000 (stap 1) - droge stof, lutum en organische stof, - zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), - PAK (PAK's 10 VROM), - PCB´s en minerale olie. NEN-pakket grondwater AS3000 (stap 2) - zuurgraad (pH), - metalen (barium, cadmium, molybdeen, kobalt, koper, kwik, lood, nikkel en zink), - vluchtige aromaten ( benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen) en minerale olie, - vluchtige chloorkoolwaterstoffen (1,2-dichloorethaan, cis 1,2-dichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, tetrachloormethaan, 1,1,1-trichloorethaan, 1,1,2- trichloorethaan, trichlooretheen (tri), trichloormethaa

6 bodemonderzoek Zouwendijk 11 Ameide, maart 2020

4. Analyse, toetsing en interpretatie De analysecertificaten van de grondmonsters zijn bijgevoegd in bijlage B1. De toets is uitgevoerd conform de BoToVa-systematiek (Bodem Toets & Validatieservice). In de tabel zijn de naar standaard bodem omgerekende gehaltes opgenomen. De locaties van de boringen zijn terug te vinden in bijlage E. tabel 4 : Analyses en toets grond (mg/kg ds), omgerekend naar stand.bodem boring m-mv puin

B1, 2, 4, 5 8, 9 en 10 AW 0-0.5 0-0.5

org.stof (%) droge stof (%) lutum (%)

5.0 75.4 4.0

25.8 41.7 23.1

9.9 59.1 9.9

0.19 • 159 • 159 • 1.7 •

0.21 • 52 • 1.6 • 156 • -

-

metalen barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK (10VROM) bestrijdingsm som DDD som DDE som DDT som drins som OCB's PCB´s olie C10-40

TW IW

B1, 7 en 9 A, B en C 0.5-1.3 0.0-0.3

-

0.15 50 1.5

18 290 530 96

140 1.5

430 21

<0.002 0.007 <0.002 <0.002 0.033

0.4 -

-

5.0 68.7 1

364 •

- : geen overschrijding van de achtergrondwaarde (AW), • : lichte verhoging, overschrijding van de achtergrondwaarde, •• : matige verhoging, overschrijding van de tussenwaarde (TW).

In de bovengrond van het te ontwikkelen terrein aan de Zouwendijk zijn metalen en PAK licht verhoogd. Voor geen van de stoffen uit het NEN 5740-pakket wordt een tussenwaarde overschreden. De resultaten sluiten daarbij aan bij de gegevens van de bodemkwaliteitskaart. In het mengmonster van de ondergrond is olie als enige boven de Achtergrondwaarde verhoogd. Licht verhoogde gehaltes zijn geen risico voor de volksgezondheid en geen belemmering voor de ontwikkeling van de locatie. Van de bestrijdingsmiddelen is DDE meetbaar verhoogd. Het gehalte ligt echter onder de Achtergrondwaarde. DDE is een afbraakproduct van DDT.

7 bodemonderzoek Zouwendijk 11 Ameide, maart 2020

4.2

Resultaten asbest Het asbest-analysecertificaat is te vinden in bijlage B2. Er is bij de analyse onderscheid gemaakt in hecht-gebonden en niet-hechtgebonden asbest. Het laatste bestaat uit losse vezels en is de meest risicovolle. Het hecht-gebonden asbest is plaatmateriaal, waarvan losse vezels vrijkomen als het bewerkt wordt (zagen, snijden). tabel 4 : resultaten asbest (mg/kg ds) monster

m-mv

aantal deeltjes gewogen gehalte < 20 mm <20 mm

visueel asbest gewicht asbest tot, gewogen >20 mm > 20 mm, mg mg/kg ds

mm A, mm gootl

0.5 0.1

nul nul

neen neen

<0.5 mg/kg ds <0.8 mg/kg ds

-

< 0.5 mg/kg ds < 0.8 mg/kg ds

Asbest, gewogen gehalte Asbest mm, < 20 mm Analytisch is door het lab geen asbest aangetoond in de twee mengmonsters. Op de analysecertificaten is vermeld dat er ook geen asbest inde fractie kleiner dan 0.5 mm gevonden is, het zogenaamde respirabele asbest. Asbest mm, >20 mm Visueel is nergens asbest aangetroffen in of op de bodem van het terrein aan de Zouwendijk.

8 bodemonderzoek Zouwendijk 11 Ameide, maart 2020

4.3 Analyseresultaten grondwater De analysecertificaten van de grondwatermonsters en de toets zijn opgenomen in bijlage B1. De locaties van de peilbuis is te vinden in de schets in bijlage E. De toetsing is uitgevoerd conform de BoToVasystematiek (Bodem Toets & Validatieservice). tabel 5 : analyseresultaten grondwater (μgl) peilbuis m-mv 2020

pb 9 SW 1.0-2.0 3 maart

pH geleidbaarheid (μS/cm) grondwater, cm-mv troebelheid, NTU

6.81 620 32 23.7

molybdeen arseen cadmium barium koper kobalt lood nikkel zink kwik

98 • -

vluchtige aromaten benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen naftaleen

<1 -

vl. chl. koolwaterstoffen 1,2-dichloorethaan cis1,2-dichlooretheen tetrachlooretheen tetrachloormethaan 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen dichloorbenzenen chloorbenzenen monochloorbenzeen

-

minerale olie C10-40

<35

50

TW

IW

338

65

- : geen overschrijding van de streefwaarde, • : lichte verhoging, overschrijding van de streefwaarde.

Het grondwater staat op het terrein aan de Zouwendijk op circa 0.4 m-mv. De pH, EC en troebelheid van het water kunnen als normaal worden beschouwd. De peilbuis staat in de schuur op het achterterrein. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Dit metaal is landelijk verhoogd en niet specifiek voor het perceel aan de Zouwendijk zelf.

9 bodemonderzoek Zouwendijk 11 Ameide, maart 2020

5

Conclusie en aanbevelingen Op 25 februari 2020 is in opdracht van dhr A. de Groot uit Ameide bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel Zouwendijk 11 in Ameide, gemeente Vijfheerenlanden. Kadastrale gegevens van het terrein zijn Ameide C, nummer 232. Op de locatie staat een woning met schuur. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van het terrein. De onderzochte locatie heeft een oppervlak van 1.000 m². Wat eventuele verontreiniging betreft is de bodem als onverdacht beschouwd, met bestrijdingsmiddelen en asbest als aandachtspunt. Er zijn veertien boringen en een peilbuis boringen verdeeld over het terrein tot maximaal 2.0 m-mv. Het grondwater stond op het moment van het onderzoek op 0.4 m-mv. Grond en grondwater zijn geanalyseerd op het NEN 5740-pakket, bestrijdingsmiddelen en asbest.

5.1

Conclusies De bodem van het perceel bestaat uit donkere klei, overgaand in veen op 1.0 á 1.5 m-mv. In vijf van de veertien boringen is de bovengrond zandig. Dat zijn boringen op het erf achter de woning. In geen van de boringen is puin van betekenis waargenomen. Asbest-verdachte materialen zoals plaatjes zijn dus ook nergens aangetroffen.

Grond In de bovengrond van het te ontwikkelen terrein aan de Zouwendijk zijn metalen en PAK licht verhoogd. Voor geen van de stoffen uit het NEN 5740-pakket wordt een tussenwaarde overschreden. In het mengmonster van de ondergrond is olie als enige boven de Achtergrondwaarde verhoogd. Van de bestrijdingsmiddelen is DDE meetbaar verhoogd. Het gehalte ligt echter onder de Achtergrondwaarde.

Asbest Visueel is nergens asbest aangetroffen in of op de bodem van het terrein aan de Zouwendijk. Ook analytisch is asbest niet aantoonbaar in de grond van het te ontwikkelen terrein. Dat geldt ook voor de onverharde gootlijn aan de achterzijde van de schuur.

Grondwater Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Dit metaal is landelijk verhoogd en niet specifiek voor het perceel zelf.

Conclusie, aanbevelingen Conclusie van het onderzoek is dat het gebruik van de bodem van het terrein de afgelopen decennia niet heeft geresulteerd in enige bodemverontreiniging. Licht verhoogde gehaltes zijn geen risico voor de volksgezondheid en zijn geen belemmering voor de ontwikkeling van de locatie. De resultaten van het onderzoek zijn geen aanleiding voor verder onderzoek. Als er grond bij de nieuwbouw vrijkomt wordt aanbevolen deze voor zover mogelijk op het terrein zelf her te gebruiken. Bevoegd gezag bij de beoordeling van de resultaten van het onderzoek in relatie tot de bouwplannen is de RUD Utrecht, namens Gemeente Vijfheerenlanden.

5.2

Betrouwbaarheid Linge Milieu streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Het onderhavig onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden en Kwalibo.

10 bodemonderzoek Zouwendijk 11 Ameide, maart 2020

De resultaten van het onderzoek zijn echter gebaseerd op een beperkt aantal boringen en analyses. Het in Ameide uitgevoerde bodemonderzoek is een momentopname. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht dienen te worden bij het gebruik van de resultaten van dit rapport.

11 bodemonderzoek Zouwendijk 11 Ameide, maart 2020

Bijlage A: Toelichting onderzoek Toetsing van de analyseresultaten wordt uitgevoerd met behulp van de Botova-systematiek (Bodem Toets & Validatieservice). Deze richtlijn is van kracht sinds 1 november 2013, ter vervanging van toetsingsrichtlijnen, die tot die tijd werden gehanteerd voor diverse toepassingen.

Achtergrondwaarde De achtergrondgehaltes voor Nederlandse bodems of detectielimiet van de toegepaste analysemethode. De streefwaarden kunnen worden beschouwd als indicatieve concentratieniveaus, waarboven wel en waaronder geen sprake is van aantoonbare verontreiniging. De streefwaarden zijn afhankelijk gesteld van het organische stof- en lutum(klei)gehalte, zodat bodemtypecorrectie kan worden toegepast .

Criterium voor nader onderzoek, tussenwaarde In het kader van de Wet bodembescherming wordt nader onderzoek op korte termijn wenselijk geacht als er sprake kan zijn van een ernstig gevaar voor vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant of dier heeft. Wanneer de concentratie van één of meer stoffen het criterium voor nader onderzoek overschrijdt, wordt aangenomen dat in principe sprake kan zijn van dergelijk risico. Of dit inderdaad het geval is, wordt vastgesteld in het nader onderzoek. Overigens kan afhankelijk van de situatie, ook gehalten lager dan dit criterium een nader onderzoek gewenst zijn.

Interventiewaarde De interventiewaarden geven het concentratieniveau aan voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten boven de interventiewaarde is sprake van (een geval van) ernstige bodemverontreiniging. De interventiewaarden zijn vastgesteld voor grond/sediment en grondwater en gelden voor land- en waterbodems. Voor de interventiewaarden geldt dat zowel ze humaan- als ecotoxicologisch onderbouwd zijn. Verder geldt dat ze gedimensioneerd zijn, om in geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient het gemiddelde aangetroffen gehalte minimaal 25 m 3 grond of 100 m3 grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarden. De waarden zijn afhankelijk van het organisch stof- en lutumgehalte, hetgeen is vastgelegd in zogenaamde bodemtypecorrectieformules. Als een geval van ernstige verontreiniging geconstateerd is, dient saneringsonderzoek uitgevoerd te worden. Bij lagere concentraties is de urgentie van een saneringsonderzoek minder groot, maar in bepaalde gevallen kan het echter toch wenselijk zijn het saneringsonderzoek niet te lang uit te stellen.

Veldwerk Ruimtelijke verdeling boringen/peilbuizen Als er sprake is van onverdacht terrein worden de boringen ruimtelijk evenredig verdeeld. Van een verdachte locatie is sprake als er op die plaats activiteiten plaatsvinden of in het verleden plaats hebben gevonden, die kunnen leiden tot verontreiniging, ofwel als in de toekomst activiteiten gaan worden uitgevoerd die tot verontreiniging kunnen leiden. Het aantal boringen is afhankelijk van de oppervlakte van de (verdachte) locatie en van de mogelijke verspreiding. In veel gevallen wordt gekozen voor een gecombineerde onderzoeksstrategie: de bodemkwaliteit voor het gehele terrein wordt bepaald volgens de strategie voor een onverdacht of homogeen verdacht terrein, terwijl verdachte locaties apart worden onderzocht. Bemonstering Meestal worden boringen handmatig gezet met een zogenaamde edelmanboor. In andere gevallen wordt gebruik gemaakt van een puin- of pulsboor. Soms is een verharding aanwezig die niet tijdelijk verwijderd kan worden: in beton- of asfaltverhardingen worden met een diamantboor gaten geboord om de onderliggende bodem te kunnen bereiken. Regelmatig komt het voor dat losse verhardingsmaterialen zijn aangebracht (met name puin). Om die reden moeten boringen soms (gedeeltelijk) worden uitgevoerd met een slagguts, een ramguts of een compressorhamer.

In één of meer boorgaten worden peilbuizen geplaatst om grondwatermonsters te kunnen nemen. Peilbuizen zijn PVC of HDPE buizen die over een lengte van één of twee meter zijn geperforeerd. Het filterdeel wordt zo afgesteld dat grondwater van een specifieke diepte wordt bemonsterd. Voor het afpompen en bemonsteren wordt gebruik gemaakt van een slangenpomp of een kunststof slang met pulsklep. In het veld wordt van elke onderscheiden bodemlaag een grondmonster genomen, met dien verstande dat afwijkende of verontreinigde bodemlagen apart worden bemonsterd. De maximale laagdikte per monster is 50 cm. De grondmonsters worden verpakt in glazen potten die volledig worden gevuld en worden afgesloten met neopreen deksels. De monsters worden gekoeld bewaard. Voor het verkrijgen van een representatief grondwatermonster wordt de peilbuis gespoeld, direct na plaatsing en voorafgaand aan de bemonstering. Bemonstering vindt in principe plaats na minimaal een week standtijd. Zintuiglijk onderzoek In het veld wordt grond opgeboord en grondwater opgepompt. De resultaten van het zintuiglijk onderzoek worden opgenomen in het rapport. Mede op basis van deze resultaten wordt beslist welke monsters op welke chemische stoffen worden geanalyseerd. Het zintuiglijk onderzoek is te splitsen in: ▪

Lithologisch onderzoek, waarbij de opgeboorde grondsoorten worden geclassificeerd. Dit is onder andere nodig omdat de natuurlijke achtergrondconcentraties van stoffen verschillen per grondsoort. Ook de adsorptie van stoffen aan bodemdeeltjes en daarmee de snelheid van verspreiding van verontreinigingen varieert met de grondsoort.

▪

Onderzoek naar verontreiniging, waarbij waarneembare afwijkingen in of aan het bodemmateriaal worden beschreven. Hierbij wordt gezocht naar zichtbaar bodemvreemd materiaal zoals puin en afval, en naar geuren van bodemvreemd materiaal, zoals olie en oplosmiddelen.

Waarnemen minerale olie en vluchtige aromaten De eigenschappen van olie kunnen sterk variëren. Zogenoemde zware oliën (lange koolstofketens) zijn niet of slecht te ruiken. Bij twijfel wordt vaak gebruik gemaakt van de 'oliepanmethode'. Daarbij wordt de grond verkruimeld in een schaal met water. Het verschijnen van een oliefilm op het water is een teken dat er olie in de grond aanwezig kan zijn. Dit kan dan worden gecontroleerd met een analyse.

Chemisch onderzoek Indien bij het zintuiglijk onderzoek in overeenkomende bodemlagen uit verschillende boringen geen afwijkingen worden aangetroffen, mogen mengmonsters worden samengesteld van maximaal tien monsters. Voor chemische analyse op mengmonsters wordt gekozen om zoveel mogelijk informatie te verkrijgen tegen relatief beperkte analysekosten. Het risico hierbij is dat in het mengmonster een lichte/matige/sterke verontreiniging wordt aangetroffen, waarbij niet duidelijk is of alle monsters in dezelfde mate zijn verontreinigd, ofwel dat één of enkele monsters relatief sterk zijn verontreinigd. Indien een dergelijke situatie optreedt, dan worden in principe de individuele monsters van waaruit dat mengmonster was samengesteld, geanalyseerd op de betreffende stof. Op die manier wordt vastgesteld hoe de verontreiniging is verdeeld over de monsters. In principe wordt overgegaan op het uitsplitsen van mengmonsters als de tussenwaarde wordt overschreden. ls er sprake is van een onverdacht terrein worden minimaal twee grondmengmonsters en één grondwatermonster geanalyseerd op een breed scala aan stoffen. Dit zijn de zogeheten NENanalysepakketten. Als er sprake is van aandachtspunten waarbij bekend is om welke verontreinigende stoffen het gaat, of indien het onderzoek wordt uitgevoerd om de nulsituatie te bepalen, worden de betreffende monsters onderzocht op de relevante stoffen.

In het kader van het chemisch onderzoek worden in het algemeen monsters die tijdens het zintuiglijk onderzoek als afwijkend zijn beoordeeld, niet gemengd. Wel wordt met mengmonsters gewerkt indien een homogene afwijkende laag wordt aangetroffen, bijvoorbeeld een puinhoudende verhardingslaag. Grondwatermonsters worden in principe nooit gemengd. Voor het chemisch onderzoek worden de grond- en grondwatermonsters aangeleverd bij een onafhankelijk STERLAB laboratorium.

bijlage B1

analyseresultaten NEN 5740 Zouwendijk 11 Ameide maart 2020

Linge Milieu BV T.a.v. John Hol Poppelenburgerstraat 52 4191 ZT GELDERMALSEN

Analysecertificaat Datum: 02-Mar-2020

Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen

2020030063/1 20-2018 Ameide zouwensedijk 11 25-Feb-2020

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.

Bewaren tot: Datum:

Naam:

Handtekening:

Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.

Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.

Ing. A. Veldhuizen Technical Manager

Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer

20-2018 Ameide zouwensedijk 11

Monsternemer Monstermatrix

Nico Verweij Grond (AS3000)

Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina

1

2

3

4

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Eenheid

Analyse

2020030063/1 25-Feb-2020 02-Mar-2020/16:12 A,B,C 1/3

Voorbehandeling

Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses

S

Droge stof

S

Droge stof

S

Organische stof

% (m/m) ds

Gloeirest

% (m/m) ds

95

73

89

Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)

% (m/m) ds

4.0

21.3

9.9

S

% (m/m)

75.4

68.7

% (m/m) 5.0

41.7

59.1

25.8

9.9

Metalen

S

Barium (Ba)

mg/kg ds

62

190

99

S

Cadmium (Cd)

mg/kg ds

0.38

0.47

0.30

S

Kobalt (Co)

mg/kg ds

3.5

7.6

4.5

S

Koper (Cu)

mg/kg ds

20

34

23

S

Kwik (Hg)

mg/kg ds

0.14

0.22

0.081

S

Molybdeen (Mo)

mg/kg ds

<1.5

1.6

<1.5

S

Nikkel (Ni)

mg/kg ds

7.8

24

12

S

Lood (Pb)

mg/kg ds

110

59

35

S

Zink (Zn)

mg/kg ds

79

170

52

Minerale olie (C10-C12)

mg/kg ds

<3.0

16

17

Minerale olie (C12-C16)

mg/kg ds

<5.0

87

96

Minerale olie (C16-C21)

mg/kg ds

<5.0

110

120

Minerale olie (C21-C30)

mg/kg ds

12

130

100

Minerale olie (C30-C35)

mg/kg ds

6.2

39

14

Minerale olie (C35-C40)

mg/kg ds

<6.0

7.6

<6.0

Minerale olie totaal (C10-C40)

mg/kg ds

<35

400

360

Zie bijl.

Zie bijl.

Minerale olie

S

Chromatogram olie (GC) Organo chloorbestrijdingsmiddelen, OCB

S

alfa-HCH

mg/kg ds

<0.0010

S

beta-HCH

mg/kg ds

<0.0010

Nr. Monsteromschrijving

1

B1+2+4+5 (0-50), 01: 0-50, 02: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=b30fe50f-ba44-48bb-bcfb-caff2a9fd852