CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing KFC Meerkerk d.d. 24 april 2024 incl. bijlagen

Commissie Ruimte, Wonen en Duurzaamheid 25 juni 2024, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen voor bouwplan KFC restaurant, nabij Energieweg 116 te Meerkerk25.281 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Rapport 22200424.2203.r01 Energieweg te Meerkerk Ruimtelijke onderbouwing

www.SPAWNP.nl

Rapport 22200424.2203.r01 Energieweg te Meerkerk Ruimtelijke onderbouwing

Datum Opdrachtgever Behandeld door Adviseur en goedgekeurd

: : : : :

24 april 2024 XS Architecten De heer ing. M. de Witte De heer ing. D.J. Hobert

Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 Hoenderkamp 20 | 7812 VZ EMMEN | 0591 238 110

info@SPAWNP.nl | SPAWNP.nl ISO 9001:2015

| kvk 0909.2661 | btw NL8053.02.530.B01

SPA WNP ingenieurs

INHOUD

22200424.2203.r01

PAGINA

1

INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Planbeschrijving 1.3 Ligging plangebied 1.4 Vigerend bestemmingsplan 1.5 Leeswijzer

3 3 3 4 4 6

2

BELEIDSKADER 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Regionaal beleid 2.4 Conclusie beleid

7 7 9 12 14

3

MILIEU & OMGEVINGSASPECTEN 3.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) 3.2 Verkeer en parkeren 3.3 Geluidhinder 3.4 Bedrijven en milieuzonering 3.5 Bodem 3.6 Archeologie 3.7 Watertoets 3.8 Ecologie 3.9 Luchtkwaliteit 3.10 Externe veiligheid

15 15 16 17 17 18 20 22 24 24 26

4

UITVOERBAARHEID 4.1 Economische uitvoerbaarheid 4.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

32 32 32

BIJLAGEN 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Parkeernormering, gemeente Vijfheerenlanden, bijlage van het Paraplubestemmingsplan wonen en parkeren dat is vastgesteld op 10 juni 2021 Parkeerbehoefte fastfood restaurants Meerkerk A27, Goudappel, 015194.20230611.N1.01, 11 juni 2023 Aanmeldnotitie m.e.r., SPAWNP ingenieurs, 22200424r03, datum Verkennend bodem- en asbestonderzoek en nader bodemonderzoek, MILON, 20231656-1, 6 september 2023 Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, Transect, 22060067 versie 2.0, 7 juni 2023 Resultaten digitale watertoets, SPAWNP ingenieurs, 30 augustus 2022 Flora- en faunaonderzoek, ABO-Milieuconsult B.V., ANL22-7196, 29 september 2022 Onderzoek stikstofdepositie, MBH Consult B.V., 12 juni 2023 Onderzoek externe veiligheid, AVIV, 224978, 29 juni 2023 Verantwoording groepsrisico Bevi, AVIV, 245677, 27 februari 2024

Pagina 2

SPA WNP ingenieurs

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding

22200424.2203.r01

Aan de Energieweg 116-118 zijn in de huidige situatie drie wegrestaurants (McDonalds, Starbucks en La Place), een parkeerplaats en een tankstation gesitueerd. Het plan is om op de plaats van een deel van de parkeerplaats een nieuw KFC (Kentucky Fried Chicken) restaurant met eigen terras te realiseren. Gelijk met het realiseren van de KFC worden nieuwe parkeerplaatsen aangelegd. Het plangebied heeft al een horeca bestemming, echter is er geen bouwvlak op de beoogde locatie. Er is daarom een omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan noodzakelijk. Ten behoeve van de aanvraag voor deze vergunning is deze ruimtelijke onderbouwing opgesteld. 1.2

Planbeschrijving Het plan voorziet in de nieuwbouw van een KFC wegrestaurant aan de Energieweg te Meerkerk. Om het te realiseren gebouw komt een drive-through laan, 26 parkeerplaatsen en een terras. Het gebouw krijgt een oppervlakte van circa 375 m2 met een goothoogte van circa zes meter (plat dak). Afbeelding 1 toont de beoogde situatie. Als gevolg van de bouw van de KFC zullen de daar aanwezige parkeerplaatsen worden verplaatst. Het aantal parkeerplaatsen op het gehele terrein zal naar aanleiding van deze ontwikkeling toenemen. De nieuw te realiseren parkeerplaatsen en verbindingsweg zijn groen omlijnd in de onderstaande afbeelding. Afbeelding 1: Situatieschets van het beoogde plan (plangebied blauw omlijnd) (bron: XS Architecten)

Zebrapad is komen te vervallen

Pagina 3

SPA WNP ingenieurs

1.3

22200424.2203.r01

Ligging plangebied Het plangebied is gesitueerd aan de Energieweg te Meerkerk (afbeelding 2). Via de Zijlkade is het plangebied verbonden aan de rijksweg A27. Het plangebied ligt binnen de kadastrale percelen MKKOO-F-498 en MKK00-F-1474. Op het bedrijventerrein liggen ten oosten van het plangebied een McDonalds restaurant en een Tango tankstation, ten noorden een Starbucks en een La Place restaurant en een Tulip Inn hotel. Het hele bedrijventerrein wordt begrensd door de Zijlkade ten zuiden, de A27 ten westen, een groenvoorziening bestemd als Verkeer – Verblijfsgebied ten noorden en de Energieweg ten oosten. Afbeelding 2: Situering plangebied (plangebied blauw omlijnd) (bron: KadastraleKaart)

1.4

Vigerend bestemmingsplan Bestemmingsplan ‘buitengebied Zederik’ Het plangebied valt binnen de contouren van het vigerende bestemmingsplan buitengebied Zederik, dat is vastgesteld op 29 juni 2015. De gronden, waarop het plangebied is gelegen, heeft de enkelbestemming ‘Horeca’. Afbeelding 3 toont een uitsnede van de verbeelding van dit bestemmingsplan, waarop het plangebied staat aangeduid.

Pagina 4

SPA WNP ingenieurs

22200424.2203.r01

Afbeelding 3: Bestemmingsplan buitengebied Zederik (bron: Ruimtelijkeplannen)

Bestemmingsplan ‘Reparatieplan Buitengebied Zederik’ Op 19 november 2018 is het bestemmingsplan Reparatieplan Buitengebied Zederik vastgesteld. In deze herziening zijn regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen voor het buitengebied, evenals omissies en nieuw beleid. Voor dit plan houdt dat in dat het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ en de gebiedsaanduiding ‘veiligheidszonde – lpg’ heeft. Afbeelding 4 toont een uitsnede van de verbeelding van dit bestemmingsplan, waarop het plangebied staat aangeduid. Afbeelding 4: Bestemmingsplan Reparatieplan Buitengebied Zederik (bron: Ruimtelijkeplannen)

Pagina 5

SPA WNP ingenieurs

22200424.2203.r01

Bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan wonen en parkeren’ Voor de twee aspecten wonen en parkeren is op 10 juni 2021 het Paraplubestemmingsplan wonen en parkeren vastgesteld door de gemeente Vijfheerenlanden. Voor deze ruimtelijke onderbouwing is het aspect wonen niet relevant, omdat er in de huidige situatie geen woningen binnen het plangebied staan en deze ook geen onderdeel zijn van het voorliggende plan. Op dit moment beschikt de gemeente Vijfheerenlanden niet over geldend parkeerbeleid. Tot de vaststelling van het nieuwe parkeerbeleid wordt in de vorm van het paraplubestemmingsplan voorzien in een oplossing. De actuele CROW-kencijfers vormen het toetsingskader totdat de beleidsregels omtrent parkeren worden gewijzigd. de meest actuele CROW-kencijfers zijn vervat in publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’. Op basis van deze publicatie heeft de gemeente een overzicht opgesteld van de gemiddelde parkeernorm per functie en deze opgenomen als bijlage 1 bij de toelichting op het paraplubestemmingsplan. Dit overzicht is als bijlage 1 aan deze ruimtelijke onderbouwing toegevoegd. 1.5

Leeswijzer In hoofdstuk 2 is het relevante beleid van het Rijk, de Provincie Utrecht en van de gemeente Vijfheerenlanden samengevat. Hoofdstuk 3 bevat een samenvatting van de diverse milieuaspecten. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid is aangetoond in hoofdstuk 4.

Pagina 6

SPA WNP ingenieurs

2

BELEIDSKADER

2.1

Rijksbeleid

22200424.2203.r01

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP), op grond van de Waterwet. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: · · · ·

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio’s Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Voor de bovengenoemde NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn, als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven-, als de ondergrond. Het plangebied is gesitueerd in het NOVI landschap het Groene Hart. Onder het nationaal belang ‘Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten’ is het bestaand beleid voor verschillende specifieke landschappen al uitgewerkt (bijvoorbeeld ten aanzien van werelderfgoed). Voor een select aantal gebieden wil het Rijk zich aanvullend inzetten voor de bescherming van het landschap, samen met de bewoners en andere betrokken partijen. Daarbij gaat het om landschappen die voldoen aan één of meer van de volgende kenmerken: · Verhaal: landschappen die afleesbaar en beleefbaar het nationale verhaal van het ontstaan en de ruimtelijke differentiatie van het Nederlandse landschap vertellen. · Uniciteit: landschappen die (inter)nationaal unieke landschappelijke kwaliteit, natuurwaarde ofwel cultuurhistorische waarde bezitten. · Schaal: landschappen waar de bescherming van kwaliteit een regio of provincie overstijgende opgave is.

· Bedreiging: landschappen die nu of in de toekomst bedreigd worden door ruimtelijke ontwikkelingen. De aanwezigheid van groene ruimte in het Groene Hart, als contramal van de stedenring, is belangrijk voor de leefbaarheid en het vestigingsklimaat in het gehele gebied van de Randstad. De openheid vormt een belangrijk contrast met de grote steden eromheen. De opgave is in dit gebied de nodige transities een plek te geven op een manier, die past bij het landschap en de identiteit van het Groene Hart in zijn stedelijke context. Het Rijk zet zich in om de landschappelijke kwaliteiten op een duurzame manier te beschermen in het Groene Hart en ziet ook mogelijkheden voor ontwikkelingen, rekening houdend met de eisen die duurzaamheid stelt.

Pagina 7

SPA WNP ingenieurs

22200424.2203.r01

Streven is middels interbestuurlijke samenwerking met de provincies, gemeenten en waterschappen toekomstbestendige en richtinggevende uitspraken te ontwikkelen om de verschillende opgaven landschap inclusief en samenhangend te realiseren. De opgave voor veenweidegebieden in het algemeen en het Groene Hart in het bijzonder is gericht op het beperken van bodemdaling, van CO₂-uitstoot en het aanpassen van waterhuishouding, relatie stad-land, omgaan met nieuwe bebouwing, erfgoed en bereikbaarheid. Bovendien speelt hier grote druk op natuur, landschap en infrastructuur, tot uiting komend in bestaande en nieuwe bouwplannen voor bedrijventerreinen, loodsen en woningen. Toetsing De schaal, aard en locatie van voorliggende ontwikkeling maken dat deze niet in strijd is met de Nationale Omgevingsvisie. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro, is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerde uitgebrachte planologische kernbeslissingen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen.

Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Toetsing Het onderhavige plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting op een ruimtelijk besluit voor nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen bepaalde duurzaamheidsaspecten van het voornemen te motiveren. Per 1 juli 2017 is artikel 3.1.6 van de Bro op een aantal punten gewijzigd. Wanneer er in het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, dient de toelichting een beschrijving te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden, moet deze worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’.

Pagina 8

SPA WNP ingenieurs

22200424.2203.r01

Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is, hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een, in een bestemmingsplan voorziene, ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Inmiddels biedt jurisprudentie een beoordelingskader van welke ontwikkelingen als nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ worden aangemerkt. In artikel 1.1.1 lid 1 sub i van het Bro is de volgende definitie van een stedelijke ontwikkeling opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.’ Inmiddels biedt jurisprudentie een specifiekere definitie van wat een stedelijke ontwikkeling is: ‘Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte (BVO) groter dan 500 m2, dient deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt.’ De Ladder is alleen van toepassing als de stedelijke ontwikkeling nieuw is.

Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe bestemmingsplan meer bebouwing mogelijk maakt of een functiewijziging van zodanige aard en omvang dat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsing Het plan voorzien in de nieuwbouw van een gebouw met een BVO kleiner dan 500 m2, echter heeft het terrein een ruimtebeslag van meer dan 500 m2. De huidige bestemming “horeca’ blijft gehanteerd, er wordt alleen meer bebouwing mogelijk gemaakt. Met dit aantal vierkante meters is er sprake van een nieuw beslag op de ruimte en daarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling voorziet in de behoefte aan wegrestaurants. De beoogde ontwikkeling is voorzien op het bedrijventerrein langs de A27. De ontwikkeling is daarmee in “bestaand stedelijk gebied”. De beoogde bebouwing sluit fysiek en organisatorisch aan op de bestaande activiteiten op het terrein. Doordat KFC een ander concept biedt dan de reeds aanwezige horeca, is er sprake van een uitbreiding van de keuze mogelijkheden op de reeds goed bezochte horeca locatie. Op basis van voorgaande wordt de beoogde ontwikkeling van een KFC restaurant op het bedrijventerrein langs de A27 te Meerkerk als passend en logisch beschouwd. 2.2

Provinciaal beleid Meerkerk valt sinds 1 januari 2019 onder de provincie Utrecht (voorheen provincie Zuid Holland). Volgens de wet Algemene regels herindeling (Arhi) bleven de Zuid Hollandse voorschriften nog 2 jaar van kracht, tenzij de provincie Utrecht die eerder vervallen zou verklaren. Omdat deze termijn inmiddels verstreken is, is niet het Zuid-Hollandse maar het Utrechtse provinciaal beleid van kracht.

Pagina 9

SPA WNP ingenieurs

22200424.2203.r01

Omgevingsvisie provincie Utrecht De provincie Utrecht beslaat circa 1.500 km2, grenst aan vier andere provincies, heeft 26 gemeenten, 4 waterschappen en circa 1,36 miljoen inwoners. De komende 30 jaar pakt de provincie omvangrijke, complexe en urgente opgaven aan. Er is veel ruimte nodig voor duurzame ontwikkeling van diverse functies, zoals wonen, werken, mobiliteit, energie, recreatie, natuur en landbouw. Tegelijkertijd heeft de provincie de ambitie om de bestaande Utrechtse kwaliteiten verder te versterken. Het is belangrijk om nu al na te denken over de juiste balans tussen opgaven en Utrechtse kwaliteiten en keuzes te maken die daarvoor nodig zijn. Hiervoor is de Omgevingsvisie provincie Utrecht opgesteld, welke is opgebouwd uit de onderstaande 7 beleidsthema’s die later in dit paragraaf samengevat worden toegelicht: 1. Stad en land gezond 2. Klimaatbestendig en waterrobuust 3. Duurzame energie 4. Vitale steden en dorpen 5. Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar 6. Levend landschap, erfgoed en cultuur 7. Toekomstbestendige natuur en landbouw Stad en land gezond De provincie zet zich in op de ontwikkeling van een groenblauwe en recreatieve structuur, die robuust is langs bestaande doorgaande waterlopen en biedt daarbij voldoende gelegenheid om te zwemmen.

Stads/land-verbindingen worden versterkt en er wordt geïnvesteerd in groen in en om bebouwd gebied, recreatieve verbindingen, recreatiezones en -terreinen. Klimaatbestendig en waterrobuust Utrecht zet zich in voor een klimaatbestendige en waterveilige provincie, draagt zorg voor aantrekkelijke en toekomstbestendige dijken en omgeving langs de Nederrijn en Lek en verzilveren meekoppelkansen met andere functies. Het hydrologische systeem van de Utrechtse Heuvelrug wordt benut om regenwater vast te houden en te infiltreren. In de veenweidegebieden worden maatregelen genomen voor het tegengaan van bodemdaling. Verder zorgt de provincie ervoor dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater voldoet. Nieuwe ontwikkelingen in stedelijk en landelijk gebied worden klimaatadaptief ingericht. Duurzame energie De ambitie van de provincie is om in 2040 een energieneutrale provincie te zijn door energiebesparing te stimuleren. Nieuwe technieken voor duurzame energieopwekking faciliteert de provincie als ze minder impact hebben op de leefomgeving. Ook biedt Utrecht in grote delen van de provincie ruimte om op zoek te gaan naar geschikte locaties met draagvlak voor wind- en zonne-energie. Vitale steden en dorpen Er wordt in algemene zin gekozen om de ruimtevraag voor wonen en werken binnenstedelijk en binnendorps te ontwikkelen.

De provincie heeft in aanvulling hierop enkele potentiële locaties rond knooppunten benoemd voor integrale ontwikkelingen. Van deze locaties zijn twee locaties rond de stad Utrecht opgenomen als zoekrichting voor grootschalige integrale ontwikkeling wonen-werken-bereikbaarheid. Naast de omvangrijke opgave krijgen kleinere steden en dorpen zo mogelijk passende ontwikkelingruimte om te bouwen ten behoeve van lokale vitaliteit.

Pagina 10

SPA WNP ingenieurs

22200424.2203.r01

Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar Om goed bereikbaar te blijven, is het streven om het spoor- en hoogwaardig OV-netwerk beter te benutten met aandacht voor het beter benutten van het hoofdwegennet en het provinciale wegennet. Daarbij wordt ingezet op knooppuntontwikkeling om overstap tussen vervoerswijzen mogelijk te maken en het OV- en fietsgebruik te stimuleren. Tussen een aantal woon-, werk- en leefgebieden wordt een regionaal netwerk van (snel)fietsroutes aangelegd. Levend landschap, erfgoed en cultuur Utrecht beschermt en benut landschappelijke, aardkundige, cultuurhistorische en archeologische waarden als dragers en aanjagers van omgevingskwaliteit. In de landschappen ontwikkelt de provincie met de kernkwaliteiten van het landschap mee. De universele waarden van de Hollandse Waterlinie en Neder-Germaanse Limes worden verzilverd. Toekomstbestendige natuur en landbouw De ambitie is om een robuust klimaatbestendig natuurnetwerk van hoge kwaliteiten met hoge biodiversiteit te ontwikkelen. Bestaande natuurgebieden worden beschermd, verder ontwikkeld en onderling beter verbonden. Verder wordt de transitie naar een duurzame landbouw gestimuleerd. Toetsing Het initiatief past binnen het beleid uit de omgevingsvisie van de provincie Utrecht. Zo wordt er bij het plan duurzaam en gasvrij gebouwd in een bereikbare omgeving. De locatie is veilig bereikbaar.

Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht Tegelijk met de Omgevingsvisie Provincie Utrecht heeft de provincie de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht vastgesteld op 10 maart 2021. De verordening is het toetsingskader van de ambities neergelegd in de Omgevingsvisie. De Verordening stelt regels aan gemeentelijke bestemmingsplannen. Niet alle onderwerpen zijn geschikt voor opname in een verordening. In het algemeen lenen vooral onderwerpen met heldere criteria en/of spelregels en een zwaarwegend provinciaal belang zich hiervoor. De provincie heeft in de Verordening daarom onder meer regels opgenomen over: · · · · · · · ·

Watersystemen Ondergrond en bodem Bereikbaarheid Energie Natuur Cultuurhistorie en landschap Landbouw Wonen, werken en recreëren

Om te bepalen welke artikelen relevant zijn voor het plan is de webviewer van de interim omgevingsverordening van de provincie geraadpleegd. Er zijn diverse artikelen die gelden op de locatie. Het betreft in voorliggend plan de nieuwbouw van een fastfoodrestaurant op een locatie die in de huidige situatie een parkeerplaats is met horeca bestemming maar zonder bouwvlak. De artikelen 2.6.f, 2.10, 4.1, 7.9, en 9.14 zijn relevant voor voorliggend plan. Artikel 2.6.f betreft de normen wateroverlast buiten de bebouwde kom van het Waterschap Rivierenland en artikel 2.10 de instructieregel overstroombaar gebied. De wateropgave wordt in deze ruimtelijke onderbouwing uitgebreid onderzocht en besproken in hoofdstuk 3.7.

Pagina 11

SPA WNP ingenieurs

22200424.2203.r01

Artikel 4.1 betreft de instructieregel bereikbaarheid. Voor de beoogde ontwikkeling is een verkeer- en parkeeronderzoek uitgevoerd door Goudappel (bijlage 2). in hoofdstuk 3.2 wordt de verkeersituatie toegelicht. Artikel 7.9 betreft de instructieregel landschap. Het plangebied is gesitueerd in het landschap Groene Hart. Voor dit landschap wil de provincie de kernkwaliteiten openheid, weidekarakter, landschappelijke diversiteit en rust & stilte behouden. De kernkwaliteiten worden gewaarborgd, omdat het plangebied binnen een bestaand bedrijventerrein ligt en er rekening is gehouden met de criteria voor het uiterlijk van bouwwerken uit de Nota ruimtelijke kwaliteit gemeente Vijfheerenlanden (zie paragraaf 2.3). Artikel 9.14 betreft de instructieregel uitbreiding bedrijventerrein onder voorwaarden mogelijk. In het voorliggend plan wordt het bedrijventerrein niet uitgebreid in omvang, maar wordt er binnen de bestemming een passend bedrijf gerealiseerd. 2.3

Regionaal beleid Nota ruimtelijke kwaliteit gemeente Vijfheerenlanden Doel van de nota ruimtelijke kwaliteit is het behartigen van het publieke belang van de zorg voor de bebouwde omgeving door de lokale overheid. Daarbij wordt de individuele vrijheid van de inwoner of ondernemer afgewogen tegen het aanzien van hun omgeving als algemene waarde. Met de verschijningsvorm van een bouwwerk wordt iedere voorbijganger geconfronteerd. Het beleid is opgesteld vanuit de gedachte, dat kwaliteitstoezicht een bijdrage levert aan de totstandkoming en het beheer van een aantrekkelijke bebouwde omgeving. De gemeente zoekt naar een evenwicht tussen de bouwmogelijkheden voor inwoners en bedrijven enerzijds en het aanzien van de gemeente anderzijds. De basisgedachte is dat er vrijheid moet zijn zonder het algemeen belang uit het oog te verliezen. Voor de meeste bestaande woongebieden en bedrijventerreinen wil de gemeente zich wat de beoordeling betreft terughoudend opstellen en ruimte laten voor particulier initiatief. De nadruk ligt in deze gebieden op het zicht vanuit de openbare ruimte. In de nota is het plangebied aangemerkt als een bedrijventerrein zonder beschermd gezicht, waarvoor een soepel niveau geldt (afbeelding 5). Afbeelding 5: Gebiedsniveau (bron: Overheid Lokale wet- en regelgeving)

Pagina 12

SPA WNP ingenieurs

22200424.2203.r01

Hiervoor geldt op grond van de nota: De bebouwing van de bedrijventerreinen is eenvoudig van opzet en in uitwerking. Showrooms en entreepartijen vormen accenten in overwegend gesloten gevels. De detaillering van gebouwen met een publieksfuncties is veelal verzorgd. Overige gebouwen en gebouwdelen hebben een sobere en functionele uitstraling. Plaatmateriaal, baksteen en glas bepalen het beeld. De gebouwen hebben gevels met een heldere opzet en een detaillering die varieert van eenvoudig tot representatief. Het materiaalgebruik is overwegend modern en duurzaam. Gevels van plaatmateriaal en gevouwen staalplaat komen veel voor, net als glaspuien en gladde baksteen. De openbare ruimte is hier in de regel niet alleen doelmatig, maar is ook zorgvuldiger ingericht met bomen en groenstroken. Voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken wordt in samenhang met de beschrijving en het niveau getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging · Gebouwen in beginsel oriënteren op de weg · Representatieve en openbare functies naar de straat richten · De rooilijnen kunnen verspringen ten opzichte van elkaar Bouwmassa · Gebouwen zijn bij voorkeur individueel en afwisselend binnen de bandbreedte van het bestaande straatbeeld. · Gebouwen zijn eenvoudig van opbouw en hebben bij voorkeur een ongedeelde hoofdmassa.

Architectonische uitwerking · De architectonische uitwerking en detaillering zijn evenwichtig, gevarieerd en verzorgd. · Accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk. · Wijzigingen in stijl, maat en afwerking afstemmen op het hoofdvolume. Materiaal en kleur · Materialen en kleuren afstemmen op omgeving waarbij accenten in huiskleuren. · Grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur, zoals baksteen, houten betimmering of gevouwen staalplaat. · Kleuren zijn bij voorkeur terughoudend en in onderlinge samenhang. Toetsing Het ontwerp (afbeelding 6) sluit aan op de opgestelde criteria voor gebouwen die op bedrijventerreinen komen te staan.

Pagina 13

SPA WNP ingenieurs

22200424.2203.r01

Afbeelding 6: Zijaanzicht van het ontwerp (bron: XS Architecten)

De Nota ruimtelijke kwaliteit gemeente Vijfheerenlanden vormt geen belemmering voor het voorliggende plan. 2.4

Conclusie beleid Het onderhavige plan past binnen rijks-, provinciaal en regionaal beleid.

Pagina 14

SPA WNP ingenieurs

22200424.2203.r01

3

MILIEU & OMGEVINGSASPECTEN

3.1

Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) Algemeen De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Er is sprake van een plan mer-plicht, project mer-plicht of mer-beoordelingsplicht wanneer het te realiseren project wordt genoemd in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Daarnaast dient ook bij activiteiten onder de drempelwaarden uit onderdeel D getoetst te worden of er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn. Onderzoek Voor het onderhavige plan kan gesteld worden dat er geen directe m.e.r.-plicht vanuit de wet milieubeheer en vanuit het besluit m.e.r. geldt op grond van Bijlage C. De voorgenomen activiteit valt wel onder onderdeel D 11.2 uit het Besluit milieueffectrapportage (tabel 1). Om die reden is er sprake van een vormvrije MER. Tabel 1: Onderdeel D van het Besluit milieueffectrapportage D 11.2

Kolom 1 Activiteiten De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproje ct met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

Kolom 2 Gevallen In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op:

1. een oppervlakte van 100 hectare of meer,

2. een aaneengesloten gebied 3.

en 2.000 of meer woningen omvat, of een BVO van 200.000 m2 of meer.

Kolom 3 Plannen De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

Kolom 4 Besluiten De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

De genoemde activiteiten uit kolom 1 zijn van toepassing op het plan omdat er een restaurant wordt beoogd. Met een BVO van 368 m2 blijft de ontwikkeling ruim onder de drempelwaarde, echter dient er voor activiteiten die onder de drempelwaarde vallen alsnog nagegaan te worden of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Hiertoe is een aanmeldnotitie m.e.r. opgesteld, de volledige rapportage is in de bijlage van deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen (bijlage 3). De initiatiefnemer stelt dat het opstellen van een milieueffectrapportage voor de voorgenomen activiteiten niet nodig is. De effecten voor het milieu zijn in de separaat toegevoegde aanmeldnotitie voldoende inzichtelijk gemaakt. In het onderhavige geval is naar opvatting van de initiatiefnemer geen sprake van bijzondere omstandigheden. De voorgenomen activiteit heeft geen belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu. Gelet op alle kenmerken van het project en de uitkomsten van de verrichte onderzoeken, kan worden uitgesloten dat de milieueffecten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Het opstellen van een milieueffectrapportage heeft geen toegevoegde waarde.

Pagina 15

SPA WNP ingenieurs

22200424.2203.r01

Conclusie Naar aanleiding van de hierop volgende milieuparagrafen en de uitgevoerde onderzoeken is de conclusie, dat een mer-procedure of mer-beoordelingsprocedure conform het Besluit m.e.r. niet noodzakelijk is voor deze ruimtelijke procedure. 3.2

Verkeer en parkeren Voor het plangebied is er door Goudappel een onderzoek uitgevoerd naar de parkeerbehoefte voor fastfood restaurants in het plangebied (bijlage 2). In dit onderzoek is er uitgezocht wat de parkeerbehoefte is bij het toevoegen van onder andere een fastfood restaurant aan het plangebied en wat het effect hier van is op het verkeer op de naastgelegen rotonde. Ontsluiting Het plangebied wordt ontsloten via een nieuw te realiseren oprit vanaf de Energieweg. Via de Zijlkade is de Energieweg verbonden met de rijksweg A27. Voor de Energieweg ter hoogte van het plangebied geldt dat de gemeente Vijfheerenlanden de wegbeheerder is. Uit het onderzoek van Goudappel is gebleken, dat er in de beoogde situatie sprake is van een goede doorstroming op de naastgelegen rotonde. Bij dit onderzoek zijn twee situaties beschouwd, het drukste ochtendspitsuur en het drukste avondspitsuur. Parkeren Op 10 juni 2021 heeft de gemeenteraad van de gemeente Vijfheerenlanden het ‘paraplubestemmingsplan wonen en parkeren’ vastgesteld. In dit plan is bepaald dat ten aanzien van parkeren getoetst dient te worden aan de meest actuele CROW-publicatie. In de CROW publicatie wordt uitgegaan van een bandbreedte van een minimale tot een maximale parkeernorm. In de parkeerberekening dient te worden uitgegaan van het gemiddelde hiervan.

Op dit moment zijn de meest actuele CROW-kencijfers omvat in publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren – Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Onderstaande tabel geeft de informatie met betrekking tot parkeren voor het plangebied op basis van de parkeernormen uit het paraplubestemmingsplan (bijlage 1). Tabel 2: Benodigde parkeerplaatsen op basis van het paraplubestemmingsplan Functie

Restaurant

Bruto vloeroppervlakte (BVO)

372 m2

Stedelijkheidsgraad (bron CBS)

Weinig stedelijk

Ligging

Rest bebouwde kom

Kengetal (per 100 m2 BVO)

15

Benodigde parkeerplaatsen (naar boven afgerond)

56

Voor de functie fastfoodrestaurant staat er in de CROW publicatie en het paraplubestemmingsplan geen kengetal. In het door Goudappel uitgevoerde onderzoek is er een kengetal bepaald voor deze functie ter locatie van het plangebied op basis van het eigen onderzoek, dit kengetal is 9,7 per 100 m2 BVO. Met dit kengetal is er voor het beoogde plan een minimale parkeerbehoefte van 36 parkeerplaatsen bepaald.

Pagina 16

SPA WNP ingenieurs

3.3

22200424.2203.r01

Geluidhinder Algemeen In de Wet geluidhinder (Wgh) is vastgelegd in welke mate het geluid, veroorzaakt door gezoneerde wegen, spoorwegen en/of gezoneerde industrieterreinen, geluidgevoelige bestemmingen (woningen, ziekenhuizen, scholen en dergelijke) mag belasten. Op basis van de wet zijn voor de geluidgevoelige bestemmingen voorkeursgrenswaarden opgenomen, waaraan in principe aan voldaan moet worden: · Wegverkeer 48 dB · Spoorwegverkeer 55 dB · Industrielawaai van gezoneerde industrieterreinen 50 dB(A) Onderzoek Een restaurant is geen geluidgevoelige functie in de zin van de Wet geluidhinder. Derhalve hoeft er geen nadere toets plaats te vinden en voldoet het plan aan de geldende norm. Aangezien er als gevolg van deze ontwikkeling geen significante geluid producerende activiteiten op het bedrijventerrein plaatsvinden, neemt het geluid naar de omgeving naar verwachting niet significant toe. Uit de milieuzonering (paragraaf 3.4) blijkt dat er ook ruimschoots aan de richtafstand voldaan wordt bij gevoelige bestemmingen in de omgeving. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

3.4

Bedrijven en milieuzonering Algemeen Bij het realiseren van milieubelastende functies dient rekening gehouden te worden met (mogelijke) milieuaspecten naar de omgeving. Voor het waarborgen of realiseren van een goed woon- en leefklimaat wordt milieuzonering gehanteerd. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven (milieubelastend) een passende locatie in nabijheid van woningen (milieugevoelig) krijgen en dat deze op een verantwoorde manier van elkaar gescheiden worden. Bij nieuwe ontwikkelingen dienen twee doelen te worden gerealiseerd: · Het voorkomen van of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen. · Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven, dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Een hulpmiddel voor milieuzonering is de VNG-handreiking “Bedrijven en milieuzonering”, waarvan de laatste versie stamt uit 2009. Deze handreiking gaat uit van de hinderaspecten geur, stof, geluid en veiligheid. Bij het bepalen van richtafstanden is het omgevingstype van belang. Er zijn voor milieuzonering drie omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’, ‘rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. Een ‘rustige woonwijk’ is ingericht volgens het principe van functiescheiding.

Pagina 17

SPA WNP ingenieurs

22200424.2203.r01

Naast de wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor en er is weinig verstoring door verkeer. Omgevingstype ‘rustig buitengebied’ betreft een gebied waar eveneens weinig verstoringen zijn. Bij het omgevingstype ‘gemengd gebied’ is er sprake van functiemenging en/of ligging nabij drukke wegen. De richtafstanden mogen bij ‘gemengd gebied’ met één stap verlaagd worden. De omgeving van het plangebied is te typeren als rustig buitengebied. Bij milieuzonering wordt er onderscheid gemaakt tussen in- en uitwaartse zonering. Uitwaartse zonering gaat uit van de milieubelastende functie, met als doel milieugevoelige functies in de omgeving te weren. In de zone rondom de belastende functie gelden beperkingen voor milieugevoelige functies en voor milieubelastende activiteiten. Bij inwaartse zonering wordt vanuit de gevoelige functie een beschermende bufferzone gecreëerd. Dit kan tot gevolg hebben dat bij de invulling van een bedrijventerrein minder belastende activiteiten op kleine afstand en meer belastende activiteiten op grotere afstand worden toegelaten. Onderzoek Het onderhavige plan bestaat uit de realisatie van een restaurant. Een restaurant geldt als een milieubelastende functie. Inwaartse zonering In de VNG-handreiking wordt een richtafstand voor restaurants (SBI-2008 code 561) van minimaal 10 meter omwille van geur, geluid en gevaar gehanteerd.

Met deze richtafstand valt het restaurant onder milieucategorie 1. De dichtstbijzijnde milieugevoelige functie is de bedrijfswoning van de boerderij aan de Parallelweg 3 te Meerkerk op circa 300 meter afstand tot het plangebied. Gezien de richtafstand van 10 meter zal het realiseren van de KFC het goede woon- en leefklimaat bij gevoelige bestemmingen niet in de weg staan. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. 3.5

Bodem Algemeen Bij bodem wordt onderscheid gemaakt in de fysische en de chemische bodemkwaliteit. De fysische bodemkwaliteit heeft betrekking op de opbouw en samenstelling van de bodem. Denk hierbij aan draagkracht en in de bodem aanwezige voorwerpen, zoals archeologische vondsten. Dit deeladvies gaat in op de chemische en fysische bodemkwaliteit, waarbij mogelijke verontreinigingen centraal staan. Het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) bevat voorschriften die dienen voor uitvoering van de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro). Op grond van de Bro, artikel 3.1.6, verricht de gemeente bij de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek naar de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Hieronder valt onderzoek naar de bodemgesteldheid van het plangebied.

Pagina 18

SPA WNP ingenieurs

22200424.2203.r01

Onderzoek Ten behoeve van dit plan is er door MILON een verkennend bodem- en asbestonderzoek en nader onderzoek uitgevoerd binnen het plangebied. Deze paragraaf bevat de conclusies van deze onderzoeken. De volledige rapportage, inclusief aanbevelingen, zijn in bijlage 4 van deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen. Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen ontwikkelingen van het perceel. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het verkrijgen van inzicht in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater. Het doel van het nader bodemonderzoek is het bepalen van de herkomst, mate en omvang van de aanwezige verontreiniging met barium op de locatie. Het doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe inspanning na te gaan of de verdenking van aanwezigheid van asbest al dan niet terecht is. Verkennend bodemonderzoek Voor wat betreft het verkennend bodemonderzoek is de onderzoekslocatie verdeeld in drie deellocaties, te weten: 1. Nieuwbouw 2. Parkeerplaats braakliggend terreindeel 3. Terreinverhardingen rondom nieuwbouw Uit de analyseresultaten blijkt dat ter plaatse van deellocatie 1 maximaal licht verhoogde gehalten aan kobalt en PCB zijn aangetoond. In het grondwater zijn een sterk verhoogde concentratie barium en een licht verhoogde concentratie xylenen aangetoond.

De sterk verhoogd aangetoonde concentratie overschrijdt de interventiewaarde marginaal (bodemindex 1,01) en is vermoedelijk te relateren aan de aangetoonde verontreiniging in de vaste bodem. Op deellocatie 2 zijn geen verhoogde gehalten gemeten in de vaste bodem. Ter plaatse van de terreinverhardingen rondom de voorgenomen nieuwbouw (deellocatie 3) zijn over het algemeen geen noemenswaardige verhogingen aangetoond, met uitzondering van de waarden in MM7. Hierbij zijn licht verhoogde gehalten zink, molybdeen en PCB en een sterk verhoogd gehalte barium aangetoond. De uitsplitsing van dit mengmonster is meegenomen in het nader onderzoek naar de parameter barium. Nader bodemonderzoek barium Uit de onderzoeksresultaten blijkt (indicatief) dat de aanwezige funderingslaag ter plaatse van deellocatie 4 sterk verontreinigd is met barium. Er is sprake van een antropogene bron en daarmee van een sterke verontreiniging met barium in de vaste bodem. De bodemverontreiniging is plaatselijk van aard. De gebonden funderingslaag is ook elders op het perceel aangetroffen, waar deze echter niet heeft geleid tot een verontreiniging van de bodem. De bodem is sterk verontreinigd met barium over een oppervlak van circa 240 m2. Uitgaande van een gemiddelde laagdikte van 1,0 meter, wordt de omvang van de verontreiniging geschat op circa 240 m3.

Het oppervlak/volume van de verontreiniging, met name in oostelijke richting (nieuwbouw), kan mogelijk verkleind worden door hier aanvullend gericht nader onderzoek uit te voeren.

Pagina 19

SPA WNP ingenieurs

22200424.2203.r01

Omdat de parkeerplaats als sinds 1985 aanwezig is, is de funderingslaag vermoedelijk ook vóór 1987 toegepast. Derhalve is geen sprake van de zorgplicht, zoals bedoeld in de Wet bodembescherming. Ter plaatse van boring 314, alwaar men voornemens is een element te plaatsen, is ook sprake van een sterke verontreiniging met barium. De verontreinig strekt zich uit tot minimaal een diepte van 0,6 m-mv en is horizontaal niet afgeperkt middels aanvullende boringen en analyses. Gezien de voorgenomen werkzaamheden ter plaatse van deze boring, wordt dit ook niet noodzakelijk geacht. Asbest Grond Analytisch is in de fijne fractie van de grondmengmonsters geen overschrijding van de grenswaarde voor een nader asbestonderzoek aangetoond. De gewogen gehalten bevinden zich allen onder de detectielimiet. Puin Daar het gewogen gehalte zich beneden de detectielimiet bevindt, wordt gesteld dat de gebonden funderingslaag asbestvrij is. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan indien de, in het bodemrapport (bijlage 4) opgenomen, aanbevelingen worden opgevolgd. 3.6

Archeologie Algemeen Vanaf 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De Erfgoedwet hanteert de beschermingsniveaus zoals die in de vorige regelingen golden. Voor de vergunningverlening van een beschermd archeologisch monument, het verbod tot beschadigen of vernielen van een rijksmonument en de bescherming van stads- en dorpsgezichten geldt, dat de huidige situatie in de Monumentenwet 1988 van kracht blijft tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Deze regels zijn ongewijzigd overgenomen in de Erfgoedwet. Doelstelling van de wetten is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Zo nodig worden in bestemmingsplannen regelingen opgenomen om de omgang met verwachte archeologische waarden om te gaan. Om de noodzaak van deze regelingen te bepalen, is inzicht nodig in de archeologische waarde van het grondgebied en in bijzonder het plangebied. Onderzoek Ten behoeve van het voorliggend plan heeft Transect in september 2022 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in het plangebied, dit onderzoek is geactualiseerd in juni 2023. De volledige rapportage van dit onderzoek is als bijlage 5 in deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen.

Pagina 20

SPA WNP ingenieurs

22200424.2203.r01

Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken richt zich op het vaststellen en toetsen van de archeologische verwachting en de bepaling in hoeverre de voorgenomen ingrepen in het kader van de planvorming effect hebben op eventuele archeologische resten in het gebied. Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat de archeologische verwachting in de ondergrond van het plangebied met name wordt bepaald door de ligging nabij de Schoonrewoerd en Nieuwland stroomrug. De Nieuwland stroomrug heeft als rivier op circa 250 m ten noorden van het plangebied gestroomd. Hierom worden er voornamelijk komafzettingen van deze stroomrug verwacht, die geen gunstige locatie voor bewoning zijn geweest. De Schoonrewoerd stroomrug is volgens de kaart van Cohen et al (2012) ten zuiden van het plangebied actief geweest vanaf 3500 v. Chr. Op basis van het onderzoek van Melman en Jansen of Lorkeers (2019) zijn er meerdere actieve fasen van deze stroomrug aanwezig en kunnen crevasse en/of oever- op beddingafzettingen in het plangebied begraven liggen. Vermoedelijk worden de fases van elkaar gescheiden door lagen veen of komklei (Melman en Jansen of Lorkeers, 2019).

Op basis van de maaiveldhoogte in het plangebied zijn er geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van een stroomrug en/of crevasse in het plangebied. Uit de nabijgelegen onderzoeken van Vissinga (2008) en Melman (2019) blijkt dat in de nabije omgeving van het plangebied met name veen en komklei aanwezig is. Bewoonbare niveaus ontbreken. Gezien de nabijheid van de deze onderzoeken is de archeologische verwachting voor de periode Neolithicum – Vroege Middeleeuwen in het plangebied laag. In de 13de eeuw is de polder waarin het plangebied ligt, bedijkt. Vanaf deze periode is het plangebied in gebruik geweest als weiland en hooiland. Het plangebied ligt buiten bewoningslinten of -kernen. Uit historisch kaartmateriaal blijkt tevens dat het plangebied tot circa 1984 onbebouwd is geweest. Er worden in het plangebied dan ook geen resten van bewoning verwacht uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Er worden alleen sporen van landgebruik en percelering uit de Nieuwe tijd (in de vorm van sloten) verwacht. De archeologische waarde hiervan is echter gering, waardoor voor deze perioden een lage verwachting is opgesteld. Tijdens het veldonderzoek zijn er vijf betonboringen gezet, vanwege de verharding binnen het terrein. Hierna zijn er handboringen gezet tot een maximale diepte van 500 cm – Mv. Hierbij is vastgesteld dat er inderdaad komklei en veenlagen in het plangebied aanwezig zijn.

Er zijn geen aanwijzingen voor gerijpte niveaus of crevasse-afzettingen die mogelijk bewoonbare condities zouden hebben gecreëerd. Gezien de lage verwachting op archeologische resten zijn in het plangebied, in het kader van de voorgenomen nieuwbouw, geen aanvullende maatregelen nodig. Geadviseerd wordt het plangebied voor wat betreft archeologie vrij te geven. Als bij uitvoering van de werkzaamheden vondsten worden gedaan, waarvan wordt vermoed dat het archeologische vondsten betreffen, dan geldt er op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet de verlichting deze te melden bij de bevoegde overheid. Om praktische redenen kan deze melding worden gedaan bij de gemeente. De melding dient vergezeld te gaan van een foto van de vondst en gegevens over de exacte locatie van de vondst. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Pagina 21

SPA WNP ingenieurs

3.7

22200424.2203.r01

Watertoets Algemeen Bij ruimtelijke plannen geldt vanaf 1 november 2003 de wettelijke verplichting van een waterparagraaf/watertoets. De watertoets is één van de pijlers van het Waterbeleid voor de 21e eeuw, waarin aan water een meesturende rol in de ruimtelijke ordening is toegekend. Met de watertoets wordt beoogd waterbeheerders vroegtijdig in het ruimtelijke ordeningsproces te betrekken. De watertoets betreft het hele proces van informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van een waterparagraaf is een samenhangend beeld te geven van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met duurzaam waterbeheer en de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het voorkomen van negatieve effecten op de waterhuishouding staat bij de watertoets voorop. Vervolgens komen inrichtingsmaatregelen en compensatie in beeld. Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Om te voorkomen dat hierdoor wateroverlast ontstaat, kan aanleg van extra waterberging noodzakelijk zijn. Zo wordt het verlies van berging in de bodem gecompenseerd. Een ontwikkeling kan in aanmerking komen voor een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht.

De eenmalige vrijstelling geldt bij een toename in verharding van minder dan 500 m² in stedelijk gebied en minder dan 1500 m² in landelijk gebied. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het Waterbeheerprogramma (WBP) van Waterschap Rivierenland geeft de koers aan die het waterschap de komende jaren gaat varen. Voor waterkeringen, landelijk gebied, stedelijk gebied en waterketen zijn er programma's opgesteld. Onderzoek Oppervlaktewater De verbindingsweg ten noorden van de La Place die ten behoeve van het plan wordt aangelegd ligt deels binnen de beschermingszone van een B watergang. Afbeelding 7 toont een uitsnede van de legger van het Waterschap Rivierenland. Afbeelding 7: Vastgestelde legger wateren (bron: Waterschap Rivierenland)

Pagina 22

SPA WNP ingenieurs

22200424.2203.r01

Riolering In het restaurant wordt gebruik gemaakt van de Beste beschikbare techniek (BBT) bij voedselbereiding. Door de toepassing van deze techniek komt het afvalwater qua samenstelling overeen met huishoudelijk afvalwater. Voor het afvoeren van afvalwater via de riolering wordt gebruik gemaakt van het bestaande stelsel. Grondwater Op basis van de data van het DINO (Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond) loket blijkt, dat het grondwater in het plangebied zich bevindt op een diepte van circa 0,2 m- mv. Ten tijde van het bodemonderzoek (bijlage 4) bevond het grondwater zich op 0,85 m-mv. Het plangebied ligt niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied en evenmin binnen het invloedsgebied van een industriële of particuliere grondwateronttrekking. Hemelwater Ten behoeve van het plan is een digitale watertoets uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 6 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Op basis van de digitale watertoets dient de normale procedure te worden doorlopen. Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of (eventueel) het oppervlaktewater.

Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegengegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Ter plaatse van het beoogde bouwplan bevindt zich momenteel een vrijwel geheel verharde parkeerplaats met een oppervlakte van ca. 1.494 m2. In afbeelding 7 is de aanwezige verharding weergegeven. Door realisatie van het plan bedraagt het oppervlakte aan verharding en bebouwing in het plangebied circa 990 m2, bestaande uit het gebouw van KFC, het terras van KFC, 11 halfverharde parkeerplaatsen en de wegen op het terrein. Er is dus sprake van een afname van de verharding van ca. 504 m2. Er is derhalve geen noodzaak tot het realiseren van compensatie. Riolering Het bedrijventerrein waarbinnen het plangebied ligt, beschikt over particuliere riolering waarop meerdere bedrijven in de directe omgeving zijn aangesloten. Dit stelsel voert af op de gemeentelijke riolering. Het afvalwater afkomstig van het nieuw te bouwen restaurant wordt op dit systeem aangesloten. Op deze vuilwaterriolering wordt geen hemelwaterafvoer aangesloten. Afvalwater De beste beschikbare techniek (BBT) bij voedselbereiding is het voorkomen van lozen van vet. Het afvalwater komt dan qua samenstelling overeen met huishoudelijk afvalwater.

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

Pagina 23

SPA WNP ingenieurs

3.8

22200424.2203.r01

Ecologie Algemeen Het wettelijk kader voor natuurbescherming is per 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Natuurbescherming is onder de Wnb op te delen in gebiedsbescherming (Natura 2000gebieden), soortenbescherming en bescherming van houtopstanden. De bescherming van Nationaal natuurnetwerk (NNN) is vastgelegd in de Barro. Onderzoek In het kader van de beoogde ontwikkeling is een flora- en faunaonderzoek uitgevoerd, dat opgenomen is in de bijlage 7 van deze ruimtelijke onderbouwing. Het onderzoek heeft zich gericht op alle relevante ecologische waarden die in het plangebied aanwezig zijn. De conclusie van het onderzoek is als volgt: Uit bureaustudie en biotooptoets is naar voren gekomen dat het onwaarschijnlijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van in de Wet natuurbescherming beschermde soorten. Nadelige effecten op beschermde flora en fauna kunnen daarom worden uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Ten behoeve van de gebiedsbescherming is een afzonderlijk onderzoek uitgevoerd naar de stikstofdepositie, die wordt veroorzaakt door het voorliggend plan. Alle vergaarde gegevens zijn in de AERIUS Calculator ingevoerd. Het projecteffect bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/j.

Bij een dergelijke projectbijdrage treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden. Een vergunning, in het kader van de Wet Natuurbescherming, is voor het plan niet noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van het aspect stikstofdepositie er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan. De volledige rapportage, inclusief de AERIUS berekeningen, is in bijlage 8 van deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

3.9

Luchtkwaliteit Algemeen Regeling Niet In Betekenende Mate (NIBM) Op 15 november 2007 is de AMvB Niet In Betekenende Mate (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) in werking getreden. Hierin zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen, die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden.

Pagina 24

SPA WNP ingenieurs

22200424.2203.r01

Onderzoek In het onderzoek is op basis van het aantal verkeersbewegingen de luchtkwaliteit beoordeeld door middel van de NIBM-tool (afbeelding 8). Uit de NIBM-tool blijkt dat het plan op basis van een worstcase scenario niet of nauwelijks bijdraagt aan de luchtverontreiniging en in dat opzicht niet in betekenende mate is. Afbeelding 8: NIBM tool

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie

2024

Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

1122

Aandeel vrachtverkeer

0,2%

NO2 in μg/m3

0,58

PM10 in μg/m

0,17

Extra verkeer als gevolg van het plan

Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m

3

3

1,2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig

De berekende verkeersgeneratie bestaat uit gemiddeld 493 auto’s per werkdag en 561 auto’s per weekenddag. Worstcase wordt dit cijfer aangehouden als weekdagetmaal intensiteit. Het parkeer- en verkeeronderzoek, dat ten behoeve van dit plan is uitgevoerd (bijlage 2), gaat niet in op verkeersgeneratie voor vrachtverkeer. Derhalve is de opdrachtgever gevraagd deze informatie aan te leveren. Er is gerekend met één vrachtwagen per etmaal. Elk voertuig, die naar de locatie rijdt, vertrekt ook weer, waardoor het aantal bewegingen het dubbele is van het aantal voertuigen. Dit resulteert in 1.122 extra voertuigbewegingen, waarvan het aandeel vrachtverkeer (naar boven afgerond tot een enkel decimaal) 0,2 % van het geheel is. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Pagina 25

SPA WNP ingenieurs

3.10

22200424.2203.r01

Externe veiligheid Algemeen Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen en is onderverdeeld in: · het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein; · het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) regelt de omgang met externe veiligheid rond buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (zoals gas en brandbare vloeistoffen); · het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) legt veiligheidsnormen op aan transport van gevaarlijke stoffen via weg, binnenvaart en spoorweg. Voor de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen geldt het Basisnet. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Ten aanzien van risico’s wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is gedefinieerd als het risico op een plaats buiten een risicobron, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die risicobron, waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is.

Binnen de wet- en regelgeving zijn aan deze definitie grens- en richtwaarden opgehangen ten aanzien van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico is gedefinieerd als cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden, als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een risicobron en een ongewoon voorval binnen die risicobron, waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is. In wet- en regelgeving is aan het groepsrisico een oriënterende waarde toegekend als indicator voor de omvang van een ramp en een afwegingsproces gericht op zelfredzaamheid, beheersbaarheid, rampenbestrijding en resteffecten. Onderzoek Door AVIV is een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd ten behoeve van het voorliggend plan. Het complete onderzoek is in de bijlage 9 van deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen. In bijlage 10 is een verantwoording van het groepsrisico voor het LPG tankstation gegeven. In deze paragraaf staan de conclusies uit de onderzoeken vermeld. LPG-tankstation Plaatsgebonden risico Het plangebied ligt buiten de vastgestelde PR 10-6-contouren rond de LPG-installaties. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering. Groepsrisico Door de voorgenomen ontwikkeling neemt het groepsrisico toe, maar blijft het kleiner dan 0.1 keer de oriëntatiewaarde.

Conform het Bevi is een verantwoording van het groepsrisico vereist en dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van de inrichting.

Pagina 26

SPA WNP ingenieurs

22200424.2203.r01

Rijksweg A27 Plaatsgebonden risico Het plangebied ligt buiten het vastgestelde PR-plafond. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering. Groepsrisico Door de voorgenomen ontwikkeling neemt het groepsrisico toe, maar blijft het kleiner dan 0.1 keer de oriëntatiewaarde. Conform het Bevt kan de verdere verantwoording van het groepsrisico achterwege blijven. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van de inrichting. Plasbrandaandachtsgebied Het plasbrandaandachtsgebied vormt geen belemmering. Bevoorradingsroute Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het plangebied. Groepsrisico Het groepsrisico blijft onder 10% van de oriëntatiewaarde. De verdere verantwoording van het groepsrisico kan achterwege blijven. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. In de toelichting bij het besluit dient in elk geval in te worden gegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen, indien een ramp zich voordoet.

Verantwoording Bij het LPG tankstation geldt dat door de voorgenomen ontwikkeling het groepsrisico toeneemt, maar kleiner blijft dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde. Conform het Bevi is een verantwoording van het groepsrisico vereist. In deze paragraaf wordt puntsgewijs (a tot en met i) de onderdelen van de groepsrisicoverantwoording nagelopen, zoals die in het Bevi zijn genoemd. a) De aanwezige en de op grond van dat besluit te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de inrichting of inrichtingen, die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, voor zover het invloedsgebied ligt binnen het gebied waarop dat besluit betrekking heeft, op het tijdstip waarop dat besluit wordt vastgesteld. In paragraaf 2.1 van bijlage 10 zijn de aanwezige personen in bestaande en nieuwe situatie weergegeven. In het rapport 224978 is hier uitgebreid op ingegaan. Het planvoornemen betreft de realisatie van nieuw restaurant. Dit resulteert in een aanwezigheid van 100 personen overdag en 50 personen ‘s nachts. In de huidige situatie dient de planlocatie als parkeerterrein. Er worden in de huidige situatie geen personen verondersteld. Dit leidt tot een toename van aanwezigen van 100 personen overdag en een toename van 50 personen ’s nachts.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=4bc45243-6749-47a2-a654-da3a4fab3500