Ruimtelijke Onderbouwing (februari 2024) (1)
Tekst van het document
Vanwege een afstand groter dan 500 meter vanaf het natura 2000 gebied zijn er geen overige effecten te verwachten. De planontwikkeling is daarmee niet in strijd met het onderdeel gebiedsbescherming van de Wet Natuurbescherming. f. Waterhuishouding De hwa van de woning is reeds ontkoppeld van het riool, met een afvoer op de sloot aan de oostzijde. De hemelwaterafvoer van schuren 1 en 2 wordt afgevoerd naar dezelfde sloot. Dit is nu ook aangegeven op tekening a20. De drie schuren worden ook aangesloten op het bestaande systeem van vuilwaterafvoer, water en elektra. Dit is aangegeven op tekening a11 en a20. De achter de woning gelegen sloot heeft code 000323 en de categorie A, volgens de legger wateren van Waterschap Rivierenland. Het onderhoud ervan gebeurt varend vanuit de sloot. De bestaande hoge kade ter plaatse van het betreffende perceel wordt aangepast. Boven de waterlijn zal geen harde kade meer aanwezig zijn en de bestaande aangrenzende taluds worden doorgetrokken over het perceel. Daarnaast wordt een groenstrook van 5m breedte aangelegd op de plek van de huidige bijgebouwen, ingezaaid met FAB-mengsel. Een en ander is ook te zien op tekening a30. In de periode eind augustus 2022 is gebeld en gecorrespondeerd met het Waterschap Rivierenland. Zij gaven aan, dat een watervergunning verlangd wordt voor de activiteiten in de beschermingsstrook van de A-watergang.
Deze zal aangevraagd worden. Inhoudelijk heeft het Waterschap hierover het volgende geschreven: “De watergang achter Kortgerecht 52 wordt varend onderhouden d.m.v. een maaiboot. De beschermingszone van 4m blijft van kracht, maar in principe kunt u dus iets vrijer het terrein herinrichten, omdat wij als waterschap, geen gebruik maken van deze onderhoudszone.” De voorgenomen plannen vormen dus geen belemmering voor de waterhuishouding. Waterschapsverordening Waterschap Rivierenland, art. 1.1.1 begrippen: gesloten verharding: asfaltverharding, straatklinkers, (grasbeton)tegels en sierbestrating; halfverharding zoals grind valt niet onder gesloten verharding; halfverharding: los materiaal dat meer draagkracht geeft aan de oorspronkelijke grond, zoals grind, gebroken puin en gebroken natuursteen; verhard oppervlak: daken, bestrating, kassen en dergelijke, waarvan regenwater wordt afgevoerd naar de riolering of een oppervlaktewaterlichaam; Artikel 3.22.3: Vrijstelling voor het afvoeren van hemelwater naar een oppervlaktewaterlichaam vanaf nieuw verhard oppervlak Is voldaan aan onderstaande voorwaarden? Dan mag zonder melding of omgevingsvergunning hemelwater naar een oppervlaktewaterlichaam worden afgevoerd door versnelde afvoer vanaf nieuw verhard oppervlak. De voorwaarden zijn:
22
a. er is niet eerder gebruik gemaakt van een vrijstelling voor het afvoeren van hemelwater naar een water door het aanbrengen van gesloten verharding: i. niet voor het betreffende perceel; en ii. niet voor het grotere planologische geheel of inrichting; en b. de toename van verhard oppervlak bedraagt: i. niet meer dan 500 m² binnen de bebouwde kom; of ii. niet meer dan 1.500 m² buiten de bebouwde kom.
De toename van het totale verharde oppervlak is minus 96 m². Dit is minder dan de toegestane toename van 1500m² die voor het buitengebied geldt voor een ontheffing van compensatiemaatregelen (zie beleidsregels WSR ‘Versnelde afvoer via nieuw verhard oppervlak’, art. 3.22.3). In de periode eind augustus 2022 is gebeld en gecorrespondeerd met het Waterschap Rivierenland. Zij gaven aan, dat de voorgenomen plannen in principe voorstelbaar zijn, maar dat een watervergunning verlangd wordt voor de activiteiten in de beschermingsstrook van de A-watergang. Deze zal aangevraagd worden. Inhoudelijk heeft het Waterschap hierover het volgende geschreven: “De watergang achter Kortgerecht 52 wordt varend onderhouden d.m.v. een maaiboot. De beschermingszone van 4m blijft van kracht, maar in principe kunt u dus iets vrijer het terrein herinrichten, omdat wij als waterschap, geen gebruik maken van deze onderhoudszone.” De voorgenomen plannen vormen dus geen belemmering voor de waterhuishouding. g. Externe veiligheid Sommige activiteiten brengen risico's op ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten kunnen een beperking opleggen aan de omgeving.
Door voldoende afstand tot de risicovolle activiteiten aan te houden kan voldaan worden aan de normen. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op de volgende risico’s: • risicovolle (Bevi-)inrichtingen; • vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen; • vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor. 23
Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²). Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10-5 contour. Bij groepsrisico is niet een contour bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Bij groepsrisico wordt gewerkt met een oriëntatiewaarde en niet met een grenswaarde. Hoe meer mensen dicht op de bron zijn bij een bepaalde calamiteit, hoe groter het effect. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) stelt dat bij elk bestemmingsplan, waar een relevant groepsrisico aanwezig is, dit risico moet worden verantwoord, ook wanneer dit onder de oriëntatiewaarde ligt. Hierbij geldt hoe hoger het groepsrisico des te zwaarder de verantwoording is. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi) van belang.
Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden. Via een bijhorende ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven. Het Bevi is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie. Vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor Het toetsingskader voor het onderdeel transportroutes gevaarlijke stoffen is het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev). Dit besluit is op 1 april 2015 in werking getreden. Bepaald moet worden of binnen de invloedsfeer van deze transportassen gevoelige functies mogelijk zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Voor sommige transportassen wordt rekening gehouden met het Plasbrandaandachtsgebied (PAG).
Het PAG is het gebied tot 30 meter van de transportas waarin, bij de realisering van kwetsbare objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Op basis van het Bevb wordt het voor gemeenten verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op basis waarvan de aanleg van een buisleiding of een kwetsbaar object of een risicoverhogend object mogelijk is, de grenswaarde voor het PR in acht te nemen en het GR te verantwoorden. Het Bevb vervangt hiermee de circulaires Zonering langs hogedruk aardgasleidingen (1984) en Zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen (1991). Voor de toets aan de externe veiligheid zijn onder andere de risicokaarten van www.atlasleefomgeving.nl gebruikt. Zie bijlage I. Er liggen geen risicobronnen in of nabij het plangebied. Aangezien de initiatiefnemer voornemens is om de huidige bebouwing te slopen en te (ver)bouwen wordt 24
geen nieuw kwetsbaar object gerealiseerd. Daarnaast is voor het woongedeelte van het nieuwe plangebied de functie ‘Wonen’ reeds toegestaan. Deze woonfunctie verandert niet. Wel neemt de populatie binnen het plangebied met de ontwikkeling toe door het realiseren van meerdere wooneenheden binnen het plangebied. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het daarom wenselijk om de hoogte van het groepsrisico te verantwoorden op basis van artikel 8 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Het plangebied ligt namelijk in de buurt van een LPG-tankstation. Ten behoeve van de bevoorrading van dit tankstation is het aannemelijk dat er gevaarlijke stoffen vervoerd worden over de Provincialeweg (N484). Het plangebied ligt aan deze route. Daarbij moeten het groepsrisico, de bestrijdbaarheid en de zelfredzaamheid worden beschouwd vanuit een brandscenario. De transportaantallen liggen bij gemeentelijke route relatief laag. In plaats van een groepsrisicoberekening is gekozen om het risico kwalitatief te verantwoorden. Hiervoor zijn de tellingen van Rijkswaterstaat en de kengetallen van RHDHV gebruikt en vervolgens de vuistregels uit de bijlage van de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) toegepast. Onder Tabel 1-12 van Handleiding Risicoberekeningen Bevt - Bijlage, versie 1.2 staat het volgende.
Wanneer het aantal GF3 transporten per jaar kleiner is dan 4000 is het zeer onwaarschijnlijk dat dat door een combinatie van aantallen in de andere stofcategorieën het niveau van 10-6 per jaar nog wordt gehaald. In de Excel file ‘ Tabel verkeerscijfers 2020 tbv verkeersberekeningen (mrt2020)’ zijn per etmaal op dit stuk weg 9 transportbewegingen voor zwaar transport geteld. Per jaar zijn dit 3285 zware transporten. Zelfs als dit allemaal GF-3 tankwagens waren, blijft dit onder de ‘veilige’ 4000.
h. Hoogspanningsleidingen en magneetveldzones Er zijn geen hoogspanningsleidingen of magneetveldzones in de omgeving van het plangebied. i. Bodemkwaliteit Bodemonderzoek: De woning en schuur 3 liggen op het huidige bouwvlak, met de bestemming ‘wonen’ De schuren 1 en 2 liggen op grond met de bestemming Agrarisch. De bij de aanleg van de schuren uitgegraven grond wordt rondom die schuren verspreid op hetzelfde perceel, om de grond op te hogen. Op de locatie heeft een milieuhygiënisch vooronderzoek plaats gevonden, gerapporteerd door RPS d.d. 4-4-2023. In het rapport wordt vermeld, dat er geen bodemverontreiniging wordt verwacht en er dus geen belemmering wordt verwacht voor de geplande herontwikkeling. De plannen bestaan uit de verbouwing van de bestaande woning tot 3 woningen waarbij de verbouwing geheel plaatsvindt binnen het bestaande bouwoppervlak van de bestaande woning (interne verbouwing). De drie geplande nieuwe schuren krijgen geen verblijfsruimtes. Daarmee is een bodemonderzoek niet nodig. j.
Geluid
25
De nieuwe woningen worden binnen de bestaande woning gerealiseerd. Er is geen toename van de invloed van de bestaande omgevingsgeluiden op de gevels. Met de na-isolatie van het bestaande pand wordt het omgevingsgeluid nog meer getemperd. De locatie valt buiten de gebiedsaanduiding geluidszone industrie. Ook de afstand tot de snelweg A2 is groot genoeg om geen belemmering te vormen voor een woonfunctie. Vanwege de nabijheid van de N-weg is een akoestisch onderzoek uitgevoerd door M-tech. De westgevel, 1e verdieping ter plaatse van woningen 2 en 3 dient ‘doof’ te worden uitgevoerd. Hier mogen dus geen te openen delen aanwezig zijn bij de verblijfsgebieden. Dit is verwerkt op de tekeningen. De geluidwering van de gevels zal voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit voor nieuwbouw. Aangezien zowel het toepassen van bronmaatregelen als geluidbeperkende maatregelen in het overdrachtsgebied voor deze situatie als niet doelmatig c.q. niet haalbaar worden aangemerkt (de geluidsreducerende maatregelen voor de N484 zijn immers nog niet onherroepelijk en dus niet in het rapport meegenomen), dient in het kader van de procedure voor het realiseren van de woningsplitsing een hogere waarde procedure te worden gevolgd. Voor alle 3 de woningen dienen hogere waarden te worden aangevraagd.
Een overzicht van de aan te vragen hogere waarden ten gevolge van de N484 Provincialeweg: • Woning 1: Zuidgevel : verdieping 52 dB Noordgevel : begane grond 52 dB; verdieping 56 dB Westgevel : begane grond 54 dB; verdieping 53 dB • Woning 2: Noordgevel : begane grond 57 dB; verdieping 57 dB Westgevel : begane grond 58 dB; Woning 3: Zuidgevel : begane grond 53 dB; verdieping 56 dB Westgevel : begane grond 58 dB Verder wordt aan de criteria, conform het geluidbeleid van de gemeente, voldaan. In de conclusie van het rapport staat het volgende: Bij een woningsplitsing/ verbouwing wordt in het Bouwbesluit gesteld, dat moet worden voldaan aan het rechtens verkregen niveau woonfunctie, jaar 1937). In dit geval betekent dat, dat aan de eis voor woningbouw, bestaande bouw zou moeten worden voldaan. Er zijn geen eisen gesteld aan de gevelwering voor bestaande bouw in het Bouwbesluit 2012. Wij adviseren in dit geval om aansluiting te zoeken bij het toetsingskader voor geluidsaneringen, waarbij we 38-43 dB binnenniveau acceptabel vinden. En aangezien er veranderingen aan de gevels plaatsvinden, zou je kunnen streven naar een binnenniveau van 33 dB (nieuwbouweis Bouwbesluit).
Per woning is de streefwaarde voor de karakteristieke gevelwering (Ga;k) als volgt: • Woning 1: 59-33 = 26 dB • Woning 2: 62-33 = 29 dB • Woning 3: 62-33 = 29 dB Er kan worden voldaan aan de voorwaarden gesteld in zowel de Wet/Besluit geluidhinder. Hierdoor kan worden gesteld dat uit oogpunt van de ruimtelijke ordening er ter plaatse van de 3 woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat uit oogpunt van geluid.
De sterkte van het verkeerslawaai zal binnen enkele jaren afnemen, aangezien het plan van Provincie Utrecht om de N484 minder geluid belastend te maken voor de omliggende bebouwing al ter visie heeft gelegen en er geen zienswijzen zijn ingediend (Het plan is nu nog niet onherroepelijk). Er zal geluidsabsorberend asfalt worden toegepast en snelheidsbeperkende maatregelen, zoals een rotonde op de nabije kruising. Hierdoor zal de snelheid van de voertuigen ter plaatse van de woningen laag zijn. Dit in combinatie met de toename van elektrische voertuigen leidt tot een verlaging van het verkeerslawaai. De klimaatinstallatie van de woning betreft een bodemwarmtepomp, zonder geluidsproductie. Deze heeft dus geen invloed. De woningscheidende constructiedelen worden uitgevoerd conform de eisen van het Bouwbesluit voor nieuwbouw. Deze eisen zijn aangegeven op tekening en in de geplande situatie bouwkundig goed uitvoerbaar. Hiermee is m.b.t. geluid een voldoende woonklimaat gewaarborgd. 26
k. Luchtkwaliteit Invloed omgeving op de locatie: Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Stof Stikstofdioxide(NO2)
Toetsing van jaargemiddelde concentratie Uurgemiddelde (mag max. 18 keer per jaar worden overschreden) Fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 24-gemiddelde concentratie (mag max. 35 keer per jaar worden overschreden) Fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie Tabel: grenswaarden maatgevende stoffen Wet luchtkwaliteit
Grenswaarde Geldig 40 µg / m³ sinds 2015 200 µg / m³ 40 µg / m³
va. 11-6-2011
50 µg / m³ 25 µg / m³
va. 11-6-2011 Sinds 2015
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen, uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens, rekening gehouden met de luchtkwaliteit. In het Besluit NIBM (Niet in Betekenende Mate) en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Dit kan het geval zijn wanneer een project een effect heeft van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10. Invloed locatie op zijn omgeving: De Wet Milieubeheer titel 5.2 schrijft voor dat bij het wijzigen van een planologische situatie, getoetst moet worden of de nieuwe situatie bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. In de wet wordt het begrip ‘niet in betekenis zijnde mate (NIBM)’ gehanteerd. Het NIBM hanteert normen wanneer een plan bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor woningbouw komt dit bijvoorbeeld neer op plannen van 1.500 woningen of meer. Het plan overschrijdt de normen niet, dus is nader onderzoek niet nodig. Daarnaast zijn de kaarten van NCG bestudeerd (zie de bijlage II). Alle gemeten waarden zijn ruim binnen de toegestane grenzen. Voor het verwarmen van de nieuwe woning zal energie moeten worden verbruikt.
Maar door de nieuwe woningen hoogwaardig te isoleren en optimaal gebruik te maken van zonne-energie, zal het energiegebruik beperkt blijven. Bovendien wordt gebruik gemaakt van elektrische verwarming d.m.v. een grondgebonden warmtepomp, zodat er voor de dagelijkse energiebehoefte geen uitstoot van verbrandingsgassen zal zijn. Zie hiervoor paragraaf 5c over het convenant toekomstbestendig wonen. Af en toe zal woning 1 de houtkachel gebruiken voor de sfeer. Ook kunnen bewoners in de zomer barbecueën. Dit is normaal gebruik van een woning. Die uitstoot van verbrandingsgassen zal tot een minimum beperkt blijven en gezien de afstand tot de omringende woningen is de invloed hiervan te verwaarlozen. In de GGD-Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid wordt aanbevolen om nieuwe gevoelige bestemmingen, inclusief woningen, bij voorkeur niet binnen 50 meter(buiten de bebouwde kom) van een drukke weg met meer dan 10.000 motorvoertuigen per etmaal te bouwen. Dit is onafhankelijk van de vraag of de grenswaarden worden overschreden of niet. De nieuwe woningen worden op meer dan 50 meter van de weg gerealiseerd. Deze voldoen dus aan de richtlijn. De bestaande situatie verslechtert niet (er komen niet meer mensen te wonen binnen 50 meter van de provinciale weg). Door toename van het aantal elektrische auto’s zal de luchtkwaliteit in de teokomst verbeteren. 27
Er zijn m.b.t. de luchtkwaliteit dus geen wettelijke beperkingen voor het realiseren van de twee extra wooneenheden binnen het bestaande pand van de voormalige boerderij.
8. Maatschappelijke uitvoerbaarheid o.b.v. de resultaten uit het bestuurlijk vooroverleg (3.1.1 lid 1 Besluit ruimtelijke ordening) en de zienswijzeperiode (3.8 Wet ruimtelijke ordening) wordt bepaald of een plan uitvoerbaar is. Na de raadsvergadering van 6 oktober 2021, waarbij het college van B&W heeft verklaard medewerking te verlenen, is het plan besproken met de volgende bestuurlijke partners: dienst Ruimtelijke ontwikkeling gemeente Vijfheerenlanden, provincie Utrecht, Waterschap Rivierenland. De planologische procedure wordt doorlopen aan de hand van een omgevingsvergunning, die gezien de buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan de uitgebreide procedure kent. Op grond van artikel 2.12 van de Wabo is op de voorgenomen planontwikkeling afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Dit houdt in dat het ontwerpbesluit zes weken ter inzage wordt gelegd. Iedereen kan mondeling of schriftelijk een zienswijze indienen betreffende het ontwerpbesluit. Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging wordt beslist over de vaststelling. De stukken met betrekking tot de ruimtelijk onderbouwing Kortgerecht 52 zullen ter inzage worden gelegd.
Financiële uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat overeenkomstig Hoofdstuk 6 in de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken (bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut) en de plankosten, deze verhaald moeten kunnen worden op de initiatiefnemer of ontwikkelaar. Het uitvoeren van het project heeft geen financiële gevolgen voor de gemeente. De financiële verantwoordelijkheid voor het project en het daarbij horende risico wordt volledig gedragen door de initiatiefnemer. De gemeente zal ten behoeve van het project met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst sluiten, als bedoeld in artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening. In deze planschadeovereenkomst wordt onder andere de betaling van de eventuele tegemoetkoming in de planschade, die het nieuwe planologisch kader kan veroorzaken, geregeld. De kosten zijn dankzij de overeenkomst anderszins verzekerd waardoor een exploitatieplan niet nodig is. De economische uitvoerbaarheid van het plan is daarmee verzekerd.
28
9. Zoals hierboven beschreven, zal de invloed van het geschikt maken van het bestaande pand voor drie zelfstandige huishoudens, een positieve invloed hebben op zijn omgeving. Het beoogde gebruik heeft een verwaarloosbaar effect op stedenbouw, verkeer, milieu. Er zijn geen onoplosbare beperkingen vanuit de wettelijke normen m.b.t. overlast vanuit de omgeving. De bijdrage aan het landschap en op het bestaande woon- en leefklimaat in de omgeving is positief te noemen, ook omdat het erf opnieuw zal worden ingericht volgens advies van de ervenconsulent. De bestaande verouderde bijgebouwen zullen worden gesloopt en vervangen door drie nieuw te bouwen bijgebouwen. Ook de beplanting met inheemse bomen en heesters is in hoofdzaak door de ervenconsulente bepaald. Hierdoor krijgt het perceel een zichtbare kwaliteitsverbetering in het landschap. Door verhuur van het oorspronkelijke voorhuis en tussenhuis blijft het gebruik en onderhoud van het erf gewaarborgd voor de toekomst, wat een garantie is voor de bestaande cultuurhistorische waarde. Voor het oplossen van het woningtekort in deze sector in de gemeente Vijfheerenlanden is het een welkom initiatief, waarbij door de initiatiefnemers is aangegeven dat zij de voorkeur hebben om de wooneenheden in het voorhuis te verhuren aan personen die een binding met deze omgeving hebben en op zoek zijn naar goede, en betaalbare huurwoningen.
Tot slot zij vermeld dat de (ver)bouwplannen van het hoofdgebouw niet leiden tot een vergroting van het aanwezige bouwoppervlak van de voormalige boerderij. Ook het oppervlak van de bijgebouwen neemt niet toe. Het geeft dus geen aanslag op het ruimtegebruik. Het project is zowel ruimtelijk als milieuhygiënisch inpasbaar en heeft geen onaanvaardbare negatieve effecten op de in de omgeving aanwezige waarden en belangen. Er zijn naar onze mening geen zwaarwegende bezwaren aan te voeren tegen de realisatie van het plan. Op grond van deze, zorgvuldig met onderzoeken onderlegde overwegingen, wordt u verzocht om een omgevingsvergunning te geven voor de afwijkingen van het vigerende bestemmingsplan voor wat betreft het aantal huishoudens en de bouw van de nieuwe bijgebouwen, voor de terreininrichting conform het inrichtingsplan van de ervenconsulent, voor de verbouwing van de voormalige boerderij en de sloop van de thans aanwezige bijgebouwen. 29
(bron: pdok-viewer, tabellen en kaarten basisnetten weg, water en spoor) Directe omgeving: Locatie valt buiten veiligheidscirkels van het tankstation.
De kortste afstand voorgevel - N-weg is 45m
Weg:
Basisnet weg: PR 10-6 contouren en Veiligheidszones
afstand tot A2: 1,96km
afstand tot A27: 4,6km
30
afstand tot A15: 9,04km
Water:
Basisnet water: binnenvaartverbindingen Lek en Waal hebben afstand VI, lekkanaal afstand V
afstand tot Waal: 11,6km, Merwedekanaal: 5,67km,
Linge: 4,4km,
31
Lek(-kanaal): 5,12km
Spoor:
Basisnet spoor gebiedsrisico, PR 10-6 en trajectnummering
afstand tot betuweroute 9km, tot Arriva (personenvervoer): 3,65km, tot spoor Utrecht-DenBosch: 6,92km
32
(bron: Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu: grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland)
33
34
35