CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing BOPA Zonnepanelen boven fruit (maart 2024)

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 4 juli 2024, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Bindend advies inzake aanvraag omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor de realisatie van zonnepanelen boven fruitbomen11.699 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Onderbouwing BOPA Zonnepanelen boven fruit Gemeente Vijfheerenlanden

Colofon Gegevens over het project: Plannaam:

Zonnepanelen boven fruit

Status:

Concept

Datum:

15 maart 2024

Projectnummer Buro SRO:

SR230413

Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:

Maatschap J.A. Brouwer

Gegevens Buro SRO: Bezoekadres:

’t Goylaan 11 3525 AA Utrecht

Telefoon:

030-2679198

E-mail:

utrecht@buro-sro.nl

Internet:

www.buro-sro.nl

pagina 2 van 36

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4. 5.

6.

7.

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3 1.4

4 4 5 5

Aanleiding en ambitie Aanduiding plangebied Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit Leeswijzer

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6

2.1 2.2 2.3

6 6 6

Omgevingstafel Participatie Bestuurlijk overleg

Huidige situatie

7

3.1 3.2

7 7

Ruimtelijke- en functionele opzet Ambitie op hoofdlijnen

Planbeschrijving

8

4.1

8

Ruimtelijke opzet en inpassing in omgeving

Toetsing aan omgevingsplan

11

5.1 5.2

11 12

Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden Strijdigheden initiatief in relatie tot omgevingsplan

Beleid

13

6.1 6.2 6.3 6.4

13 14 18 18

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

21

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9 7.10 7.11 7.12

21 22 22 23 24 24 25 26 26 28 30 32

Verkeer en parkeren Duurzaamheid en gezondheid Geluid Activiteiten en milieuzonering Geur Luchtkwaliteit Archeologie en cultuurhistorie Bodem Omgevingsveiligheid Natuur Water M.e.r.-beoordeling

8.

Financiële haalbaarheid

34

9.

Conclusie

35

pagina 3 van 36

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding en ambitie

Ten noordoosten van de kern Schoonrewoerd heeft initiatiefnemer meerdere percelen in zijn bezit die worden gebruikt ten behoeve van de teelt van fruit. In het westelijke deel van de fruitboomgaard zijn recent (mei 2023) de oude fruitbomen vervangen met nieuwe perenbomen. Initiatiefnemer is voornemens om boven de recent aangeplante fruitbomen zonnepanelen te realiseren. Behalve dat er met de zonnepanelen energie opgewekt kan worden, fungeren de zonnepanelen ook als bescherming tegen de gevolgen van klimaatverandering (bijv. zonschade of hagelschade). Om de zonnepanelen aan te sluiten op het net dient er een transformatorhuisje gerealiseerd te worden. Het realiseren van de zonnepanelen en het transformatorhuisje passen niet binnen de regels van het tijdelijke Omgevingsplan Vijfheerenlanden. Derhalve dient met een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) afgeweken te worden.

1.2

Aanduiding plangebied

De planlocatie staat kadastraal bekend onder de gemeente Leerdam, sectie G, perceelnummer 176 en heeft een oppervlakte van ongeveer 2 ha. Ten oosten van de planlocatie loopt de A2. Ten zuidwesten van de planlocatie bevindt zich de kern Leerdam. Op de navolgende afbeeldingen is de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1. Globale begrenzing planlocatie, rood omkaderd (bron: Atlas Leefomgeving)

pagina 4 van 36

Figuur 1.2. Globale begrenzing planlocatie, rood omkaderd (bron: Atlas Leefomgeving)

1.3

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningvrij voor het bouwen is. Er zijn twee varianten: 1.

Een activiteit waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar het volgens de beoordelingsregels niet mogelijk is de vergunning te verlenen.

2.

Een andere activiteit in strijd met het omgevingsplan.

Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Dat betekent dat de vergunning alleen wordt verleend: a.

met het oog op een evenwichtige toedeling van functies (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl);

b.

als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl. Die beoordelingsregels komen overeen met de regels die gelden voor het opstellen van een omgevingsplan. Dat betekent dat ook de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl gelden.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de resultaten van de omgevingstafel, de participatie en het bestuurlijk overleg. Hoofdstuk 3 omvat een beschrijving van de huidige situatie waarbij zowel de ruimtelijke aspecten als functionele aspecten aan de orde komen. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 5 wordt het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en worden de strijdigheden in beeld gebracht. Aansluitend daarop wordt in hoofdstuk 6 het van toepassing zijnde beleidskader voor de locatie/het gebied verwoord. In hoofdstuk 7 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving, waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. In hoofdstuk 8 komt de financiële haalbaarheid van het initiatief aan de orde. Tot slot wordt in hoofdstuk 9 een algehele conclusie getrokken. pagina 5 van 36

2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Onder de Omgevingswet is het belang van participatie toegenomen. De gemeenteraad moet voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet aangeven in welke gevallen participatie verplicht wordt gesteld. Daarbij moet aandacht besteed worden aan de rol en/of het doel van de participatie. In beginsel is bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit conform artikel 16.62 Omgevingswet de reguliere procedure van titel 4.1 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn is acht weken. In sommige gevallen kan het college echter wel bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten de uitgebreide procedure op basis van afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaren. Bij de reguliere procedure bestaat de mogelijkheid voor bezwaar. Bij de uitgebreide procedure bestaat geen mogelijkheid voor bezwaar. Daar bestaat de mogelijkheid zienswijzen tegen het ontwerpbesluit in te dienen.

2.1

Intake- en omgevingstafel

Voorafgaand aan de vergunningsaanvraag is in september 2022 een principeverzoek ingediend. De gemeente heeft in oktober van datzelfde jaar gereageerd op het principeverzoek met een checklist waar de beoogde ontwikkeling aan dient te voldoen. In navolging hierop zijn nog diverse overleggen geweest tussen gemeente, initiatiefnemer en provincie om binnen de gestelde voorwaarden/kader een uitvoerbaar plan tot stand te laten komen. In januari 2023 heeft initiatiefnemer ingesproken bij gemeenteavond. Naar aanleiding daarvan is er een motie ingediend waarbij unaniem positief werd gereageerd op de pilot. Na de motie is een wethouder met twee ambtenaren ter plaatse geweest om te kijken. De wethouder heeft zijn ambtenaren opdracht gegeven om de aanvraag in gang te zetten. Uiteindelijk is met de gemeente afgesproken om onder de nieuwe omgevingswet een plan in te dienen, waarbij het gaat om een pilotproject waarmee onderzocht wordt wat de voor- en nadelen van het initiatief zijn.

2.2

Participatie

Initiatiefnemer heeft in december 2023 met omwonenden en andere belanghebbende gesproken die zicht hebben op het perceel. Hij is bij deze mensen op bezoek geweest om te informeren over de beoogde ontwikkeling. Dit betreft omwonenden en andere belanghebbende wonend aan de Noorderwoerd, Kerkweg, Diefdijk en Kortgerecht. Er is met deze mensen gesproken over de beoogde ontwikkeling en er is een flyer achtergelaten met meer informatie. Er is over het algemeen positief gereageerd op de beoogde ontwikkeling. Voor veel huizen geldt dat ze vanuit huis niet direct zicht hebben op het perceel. De opmerkingen van de omwonenden hebben niet geleid tot aanpassingen van de beoogde ontwikkeling.

2.3

Bestuurlijk overleg

In het kader van bestuurlijk vooroverleg zal vooroverleg gevoerd worden met de vooroverlegpartners.

2.4

Bindend adviesrecht gemeenteraad

De gemeenteraad geeft een bindend advies geeft aan het college B&W. Het college B&W zal via een raadsvoorstel het advies opvragen bij de gemeenteraad. In het vervolg wordt in deze paragraaf het advies samengevat en beschreven wat ermee gedaan is.

pagina 6 van 36

3.

Huidige situatie

3.1

Ruimtelijke- en functionele opzet

Het perceel is gelegen tussen de Diefdijk en de kern Schoonrewoerd. De Diefdijk is een eeuwenoude dijk die onderdeel uitmaakt van de Hollandse Waterlinie en tevens de grens vormt tussen de provincies Utrecht en Gelderland. Het overgrote deel van de directe omgeving van het plangebied beschikken over een agrarisch functie en worden gebruikt als grasland. Het plangebied maakt onderdeel uit van een fruitboomgaard waar sinds 1985 appels en peren worden geteeld. Op de planlocatie zijn recent (mei 2023) jonge perenbomen aangeplant die de oudere fruitbomen hebben vervangen. Het plangebied is te bereiken via een ontsluitingsweg richting het zuidoosten en is verbonden met de Kerkweg Onderstaande afbeelding toont een impressie van de planlocatie van de recent aangeplante fruitbomen.

Figuur 3.1. Impressie huidige situatie plangebied

3.2

Ambitie op hoofdlijnen

Met de beoogde ontwikkeling worden zonnepanelen boven perenbomen aangebracht. Enerzijds vormen de panelen bescherming tegen klimaatverandering. Waarbij gedacht kan worden aan extremere warmte, kou, hagel, regen, zon. Anderzijds kan duurzame energie opgewekt worden en kan het op deze manier bijdrage aan de energietransitie.

pagina 7 van 36

4.

Planbeschrijving

4.1

Ruimtelijke opzet en inpassing in omgeving

Met de beoogde ontwikkeling worden zonnepanelen geplaatst boven fruitbomen. Het betreft een perceel met een oppervlakte van ongeveer 2 ha. De beoogde ontwikkeling betreft een pilotproject waarbij gekeken wordt in hoeverre de zonnepanelen de perenbomen beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Behalve dat er duurzame energie opgewekt kan worden kunnen de zonnepanelen de perenbomen beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering (bijvoorbeeld zonschade of hagelschade). Een pilot kan de voor- en nadelen van het initiatief in kaart brengen op grond waarvan de gemeente vervolgens kaders kan ontwikkelen. De opwek van de zonnepanelen kan goed bijdragen aan de Regionale Energie Strategie. In de RES U16 (Utrecht) is de ambitie van de regio vastgelegd om uiterlijk 2030 1,8 TWh duurzame elektriciteit op te wekken. Tevens kan de beoogde ontwikkeling een goede basis zijn voor een verdere uitrol van deze mogelijkheid van dubbel landgebruik. In het voorjaar van 2023 zijn de bestaande fruitbomen vervangen met nieuwe perenbomen. De recent aangeplante perenbomen staan in 17 rijen van ca. 300 m lang (=lengte perceel). De rijen staan op 3,30 m van elkaar. De bomen zijn om de 1,20 m geplant. De palen voor de zonnepanelen zullen in dezelfde 17 rijen geplaatst worden (3,30 m tussen de rijen) en aan beide zijden nog een extra rij palen op 2,8 m afstand.

Dus 19 rijen palen, met 18 vakken daartussen. De onderstaande afbeelding toont een situatietekening met de mogelijke inrichting van de planlocatie.

Figuur 4.1. Impressie zonnepanelen boven fruitbomen

De opgewekte stroom zal geleverd worden aan het elektriciteitsnet. Op een later moment kan een deel van de stroom eventueel lokaal gebruikt kunnen worden voor het draaien van pompen voor druppelen om de bomen continue te bevochtigen en van voeding te voorzien, maar ook voor incidentele beregening ter preventie van vorstschade. Tevens zou het mogelijk zijn om de zonnepanelen lokaal te gebruiken in de omgeving (Local4local). pagina 8 van 36

Diverse omwonenden hebben daar ook naar geïnformeerd. De navolgende afbeelding toont een schets van de draagconstructie.

Figuur 4.2. Schets weergave van zonnepanelen boven fruitbomen.

De navolgende afbeeldingen tonen een impressie van de beoogde constructie van de zonnepanelen boven de fruitbomen.

Figuur 4.3. Impressie constructie

pagina 9 van 36

De zonnepanelen worden met een kabel verbonden met een aan te leggen transformatorhuisje. Het transformatorhuisje komt nabij de Kerkweg te liggen. De navolgende afbeelding geeft een impressie van de ligging van de zonnepanelen, de aan te leggen kabel en het transformatorhuisje.

Figuur 4.4. Aan te leggen zonnepanelen, kabel en transformatiehuisje (bij de gele pijl)

Bij netbeheerder Stedin is reeds een verzoek ingediend voor aansluiting van de op te wekken stroom. Er is op dit moment in het gebied alleen sprake van netcongestie voor afname, maar niet voor invoeding. Daarom verwacht Stedin geen probleem om de stroom aan het net te kunnen leveren. De navolgende afbeelding toont de locatie van het transformatorhuisje in het rood.

Figuur 4.5. Locatie transformatorhuisje

pagina 10 van 36

5.

Toetsing aan omgevingsplan

5.1

Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden

Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, de verordeningen tijdelijk deel omgevingsplan en de bruidsschat. Op dit moment geldt voor het plangebied het tijdelijk omgevingsplan ‘Buitengebied Leerdam’ en de herziening ‘Buitengebied Leerdam, 1 e herziening’. In het omgevingsplan zijn de gronden voorzien van de enkelbestemming ‘Agrarisch met Waarden’. De voor Agrarisch met waarden aangewezen gronden zijn o.a. bestemd voor grondgebonden agrarisch grondgebruik, behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige, archeologische, ecologische waarden en waterhuishoudkundige doeleinden. Tevens zijn de gronden voorzien van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ en voorzien van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – 3’. Hiervoor geldt dat bij grondwerkzaamheden met een oppervlakte groter dan 250 m² er archeologisch onderzoek dient plaats te vinden. Zoals beschreven in paragraaf 7.7 worden deze grenzen niet overschreden en wordt archeologisch onderzoek niet nodig geacht. De gronden van het plangebied zijn tevens voorzien van de gebiedsaanduidingen 'wro-zone - wijzigingsgebied concentratie fruitteelt' en aanduiding 'wro-zone – wijzigingsgebied natuurontwikkeling'.

Ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied concentratie fruitteelt' zijn teeltondersteunende voorzieningen toegestaan mits aan enkele volgende voorwaarden wordt voldaan. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone – wijzigingsgebied natuurontwikkeling' mogen gewijzigd worden in de bestemming Natuur, mits wordt voldaan aan enkele voorwaarden.

Figuur 5.1. Uitsnede van de verbeelding van het geldende omgevingsplan ‘Buitengebied Leerdam’ met aanduiding plangebied (rode lijn), Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl

pagina 11 van 36

5.2

Strijdigheden initiatief in relatie tot omgevingsplan

Met de beoogde ontwikkeling worden zonnepanelen en een transformatorhuisje voorzien op een locatie waar deze volgens het tijdelijke deel van het omgevingsplan nu niet gebouwd en gebruikt mogen worden. Er zijn teeltondersteunende voorzieningen op het perceel toegestaan. De constructie wordt, mede gelet op het beoogde gebruik, echter niet beschouwd als teeltondersteunende voorziening, zodoende kan de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid niet worden toegepast. Het transformatorhuisje wordt niet gezien als een voorziening voor het algemeen belang (nutsvoorziening), maar voor het doorgeven van de stroom van de panelen (stroom wordt ‘verkocht’). In dit kader dient met een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) afgeweken te worden. Dit document vormt een onderbouwing voor de BOPA. Het plan is op de volgende onderdelen strijdig met het tijdelijk deel van het omgevingsplan:

▪

Bestemming ‘Agrarisch met Waarden’: o

Activiteit gebruik en activiteit bouwen: Het aanleggen van zonnepanelen op gronden waar deze nu niet gebouwd en gebruikt mogen worden.

o

Activiteit gebruik en activiteit bouwen: Het realiseren en gebruiken van een transformatorhuisje op een locatie waar dit nog niet toegestaan is.

o

Activiteit aanleggen: Het aanleggen van de stroomkabels vanaf de zonnepanelen tot aan het transformatorhuisje

pagina 12 van 36

6.

Beleid

6.1

Rijksbeleid

6.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

2.

duurzaam economisch groeipotentieel;

3.

sterke en gezonde steden en regio's;

4.

toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond.

Planspecifiek Voorliggend plan heeft geen gevolgen die van nationaal belang zijn. Het plan wordt zorgvuldig en op efficiënte wijze ingepast. Gezien het voorgaande is het plan in lijn met de ambities uit de Nationale Omgevingsvisie.

6.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In Artikel 5.129g wordt bepaald dat bij een plan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand, rekening gehouden moet worden met: c.

de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en

d.

als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien.

Planspecifiek Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan voor een stedelijke ontwikkeling. Wel zijn in uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hiervoor lijnen uitgezet. Het aanleggen van zonnepanelen wordt niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling gezien. Op basis van eerdere uitspraken van de Raad van State blijkt dat soortgelijke projecten niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro kunnen worden aangemerkt.

pagina 13 van 36

Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van een weg, windpark of een hoogspanningsleiding. Ook de Rechtbank Overijssel heeft in april 2018 geoordeeld dat een zonnepark geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft (zaaknummer

akzwo_17_2460

(ECLI:NL:RVS:2019:178,

en

uitspraak

ak_zwo_17_2461. 201804681/1/A1)

is

In

een

uitspraak

dit

nog

eens

van

bevestigd

23

januari

door

de

2019

Afdeling

Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een toets aan de Ladder is daarom niet van toepassing.

6.2

Provinciaal beleid

6.2.1

Omgevingsvisie provincie Utrecht

De Omgevingsvisie provincie Utrecht is op 10 maart 2021 vastgesteld. De ruimte in de provincie is beperkt terwijl de vraag naar ruimte groot is. Dat stelt de provincie Utrecht voor een grote uitdaging: 'hoe gaan we om met de groei van inwoners en bedrijven zonder dat dit ten koste gaat van een prettige en gezonde leefomgeving? We móeten keuzes maken'. Daarom is het uitgangspunt om waar mogelijk te kiezen voor slim combineren en concentreren. Met zeven beleidsthema’s geeft de provincie richting aan de ontwikkeling en de bescherming van een gezonde en veilige leefomgeving. In 2050 is de provincie Utrecht een inclusieve en circulaire provincie: •

waarin Stad en land gezond zijn;

•

die Klimaatbestendig en waterrobuust is;

•

waarin Duurzame energie een plek heeft;

•

met Vitale steden en dorpen;

•

die Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is;

•

met een Levend landschap, erfgoed en cultuur;

•

die een Toekomstbestendige natuur en landbouw heeft.

Slim combineren Met slim combineren bedoelt de provincie Utrecht dat de beschikbare ruimte op meerdere manieren gebruikt kan worden. De provincie combineert bijvoorbeeld het versterken van de rivierdijken met de ontwikkeling van nieuwe fiets- en wandelroutes en nieuwe recreatie- en natuurgebieden. Door te zorgen dat het autoverkeer op de dijken vermindert, ontstaat er meer ruimte voor wandelaars en fietsers. Concentreren Concentreren betekent bijvoorbeeld dat nieuwe woningen voornamelijk gebouwd worden dichtbij stations en in steden en dorpskernen. Veel van wat je nodig hebt, is dan in de buurt en goed bereikbaar. Als het nodig is om kernen leefbaar te houden, is daarnaast een kleine uitbreiding mogelijk. Daarbij is voldoende ruimte om te bewegen en voldoende groen en water belangrijk. En door te bouwen in bebouwd gebied (concentreren), wordt er juist gezorgd dat er op andere plekken in de provincie ruimte overblijft voor andere zaken dan wonen. Denk aan natuur, het verbouwen van voedsel en het opwekken van zon- en windenergie. Uitvoering geven aan de Omgevingsvisie Deze vraagstukken kan de provincie niet alleen oplossen. Samenwerking met inwoners, ondernemers, belangenorganisatie en medeoverheden, partners en de samenleving is cruciaal. Alleen dan kunnen de ambities bereikt worden.

pagina 14 van 36

Planspecifiek Transitie naar duurzame landbouw en Duurzame energie De provincie heeft de ambitie om in 2030 55% van de totale elektriciteitsgebruik op te wekken uit hernieuwbare energiebronnen en om in 2040 volledig energieneutraal te zijn. Voor het opwekken van zonne-energie heeft de provincie de voorkeur voor het plaatsen van zonnepanelen op daken, gevels en infrastructuur in plaats van op open velden. Dit wordt gedaan om de impact op het landschap zo minimaal mogelijk te houden. Om aan de gestelde energiedoelen te voldoen, zijn echter ook zonnevelden nodig. Bij voorkeur worden deze aangelegd op gronden met een andere functie dan landbouw of natuur, zoals terreinen met waterzuiveringsinstallaties, vuilnisbelten, langs wegen en kanalen. De navolgende afbeelding toont de zoekgebied zonnevelden provincie Utrecht. De planlocatie is rood omcirkeld en valt binnen het paarse gebied.

Figuur 6.1. Zoekgebied zonnevelden provincie Utrecht (Bron: Omgevingsvisie provincie Utrecht)

De provincie moedigt ook het zoeken naar slimme functiecombinaties en creatieve toepassingen aan om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. Om de ambitieuze energiedoelstelling te behalen is het ook noodzakelijk om zonnevelden te plaatsen op agrarische grond of om deze te integreren met agrarische activiteiten. Hierbij is het belangrijk dat de herkenbare structuren in het landschap behouden blijven en wordt gestreefd naar een goede inpassing van de randen en afscheidingen van de zonnevelden in het landschap. Mogelijk kunnen in de toekomst andere technologieën voor duurzame energie-opwekking worden ingezet. De ontwikkelingen op het gebied van duurzame energie gaan snel. De provincie biedt experimenteerruimte voor nieuwe technieken voor duurzame energie. Indien een nieuwe technologie zich aandient, is er ruimte om in pilots met deze technologie te experimenteren, mits de veiligheid voor de omgeving kan worden aangetoond en kan worden aangetoond dat er geen nadelig effect is op bodem, water en milieu.

pagina 15 van 36

Bij de aanleg van zonnevelden zijn specifieke aandachtspunten het voorkomen van bodemverdichting, erosie en verslemping. Het behoud van bodemleven en waterkwaliteit is cruciaal, en maatregelen moeten worden genomen om bodemdaling te minimaliseren. Uitloging van materialen naar de bodem of het (grond)water moet actief worden tegengegaan en negatieve effecten van het wegnemen van licht of het gebruik van chemische stoffen moeten worden vermeden. Als zonnepanelen niet langer worden gebruikt, dienen ze op verantwoorde wijze te worden verwijderd. Drinkwaterbeschermingszone Het projectgebied is deels gelegen in een beschermingszone voor drinkwaterwinning. Om de drinkwatervoorziening veilig te stellen, werken drinkwaterbedrijven en overheden samen onder de 'zorgplicht drinkwater'. Vanwege groeiende behoeften tot 2050 ontwikkelt de provincie nieuwe grondwaterwinningen, zoals bij Schalkwijk, en breidt bestaande winningen uit, zoals Eemdijk. Bij deze ontwikkelingen zoekt de provincie naar multifunctionaliteit, bijvoorbeeld combinaties van drinkwaterwinning en natuurontwikkeling. Het voorgestelde plan heeft geen negatieve invloed op de grondwaterkwaliteit en bevordert juist nieuwe natuur, zonder gebruik van chemicaliën of drijfmest. Landschap Groene Hart Het plangebied is gelegen in het landschap Groene Hart en is aangewezen als agrarisch cultuurlandschap.

Het landschap kenmerkt zich door de karakteristieke ontginningsstructuur, boerderijlinten, waterbeheerssystemen, openheid, (veen)weidekarakter, landschappelijke diversiteit en rust & stilte. De beoogde ontwikkeling ziet toe op het plaatsen van zonnepanelen boven fruitbomen. In het grotere geheel heeft de beoogde ontwikkeling geen wezenlijke negatieve impact heeft op de kernkwaliteiten van het landschap. Echter op het perceelsniveau is er wel sprake van een negatieve impact op de beeldkwaliteit, belevingswaarde en uitstraling van het perceel in haar omgeving in datzelfde landschap. Gelet op de duurzaamheidsdoelstellingen van provincie (en gemeente) zij de provincie en de gemeente bereid dat compromis maken. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de Omgevingsvisie provincie Utrecht.

6.2.2

Omgevingsverordening provincie Utrecht

Op 1 januari 2024 is de Utrechtse Omgevingsverordening in werking getreden. In de verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke ontwikkelingen. De Omgevingsverordening draagt bij aan het realiseren van de provinciaal ruimtelijke beleid zoals dat benoemd is in de Omgevingsverordening. De verordening omvat in aanvulling op de Omgevingsvisie toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen. Overstroombaargebied Een groot deel van de provincie Utrecht is aangemerkt als ‘overstroombaargebied’. Ook voor het plangebied geldt dat deze binnen overstroombaar gebied ligt. Daarbij wordt in artikel 2.16 gesteld dat er rekening gehouden moet worden met overstromingsrisico's. Binnendijks is dit van toepassing op kwetsbare en vitale objecten, woonwijken en bedrijventerreinen. Buitendijks geldt dit ook voor individuele woningen en bedrijven. Het plangebied ligt binnendijks, derhalve vormt dit geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Daarnaast wordt er met de beoogde ontwikkeling niet voorzien in kwetsbare- of vitale objecten.

pagina 16 van 36

Zonneveld In artikel 5.5 de Omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen ten aanzien van zonnevelden in het landelijk gebied. Met de beoogde ontwikkeling zullen de bestaande structuren herkenbaar blijven. Het verkavelingspatroon wordt met het plaatsen van zonnepanelen boven de fruitbomen niet aangetast. De zonnepanelen krijgen een maximale hoogte van 4,5 meter. Bodemverdichting, erosie en verslemping worden voorkomen door een relatief grote ruimte aan te houden tussen de rijen zonnepanelen, de panelen niet vlak te leggen, open randen tussen de panelen aan te houden zodat regenwater kan blijven infiltreren en te zorgen voor voldoende lichttoetreding op de bodem. Dit zorgt voor open ruimtes tussen de groenstructuren zodat er voldoende licht valt op de fruitbomen. Doordat het perceel voor zowel de teelt van fruitbomen wordt gebruikt als voor de opwekking van zonne-energie is er sprake van dubbelgebruik van de gronden. Na de exploitatie worden ze volledig ontmanteld en op een milieuvriendelijke manier verwerkt. CHS – agrarisch cultuurlandschap Artikel 7.9 heeft betrekking op gebieden die zijn gelegen in de Cultuurhistorische hoofdstructuur.

In een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Cultuurhistorische hoofdstructuur wordt rekening gehouden met de waarden van de Cultuurhistorische hoofdstructuur en worden regels gesteld ter bescherming en benutting van deze waarden. Het plangebied is gelegen in het ‘agrarisch cultuurlandschap’. De cultuurhistorische waarde van het agrarisch cultuurlandschap ligt vooral in (1) de aanwezige ontginningsstructuur en de ontginningsrichting; (2) de structuur, maatvoering, kenmerken en karakter van de boerderijlinten; (3) het waterbeheersingssysteem. Bij ontwikkelingen in dit gebied vormt de cultuurhistorische waarde een uitgangspunt en inspiratiebron. Het uitgangspunt is behoud door ontwikkeling. Met de beoogde ontwikkeling wordt het agrarisch cultuurlandschap niet aangetast. De structuur en inrichting van het landschap blijft met de beoogde ontwikkeling behouden. Aardkundige waarden De planlocatie is in de omgevingsverordening aangewezen als een gebied met aardkundige waarden. De beoogde ontwikkeling ziet toe op het plaatsen van zonnepanelen boven fruitbomen. De aanwezig aardkundige waarden in de bodem zullen met de beoogde ontwikkeling dan ook niet aangetast worden. Landschap – Groene Hart In het grotere geheel heeft de beoogde ontwikkeling geen wezenlijke negatieve impact heeft op de kernkwaliteiten van het landschap.

Echter op het perceelsniveau is er wel degelijk een negatieve impact op de beeldkwaliteit, belevingswaarde en uitstraling van het perceel in haar omgeving in datzelfde landschap. Gelet op de duurzaamheidsdoelstellingen van provincie (en gemeente) heeft de gemeente aangegeven dit compromis maken. Conclusie Er komen geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan voort uit de Omgevingsverordening. Het plan is in lijn met de provinciale ambities.

pagina 17 van 36

6.3

Regionaal beleid

6.3.1

Regionale energiestrategie U16

Op 28 juni 2019 is het Klimaatakkoord gepresenteerd, waarin het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (RES) is opgenomen. De Rijksoverheid stimuleert met het Nationaal Programma RES een regionale aanpak van de energietransitie, in lijn met het Parijs-akkoord en het Rijks Klimaatakkoord. Nederland is verdeeld in 30 regio's, waarin gemeenten, provincies, waterschappen en andere belanghebbenden samenwerken aan een gezamenlijke strategie voor energiebesparing, grootschalige duurzame energieopwekking en warmtetransitie. De gemeente Vijfheerenlanden maakt deel uit van de energieregio U16, waarin de provincie Utrecht, 16 Utrechtse gemeenten en 4 waterschappen met andere stakeholders werken aan de energietransitie. De regio streeft naar een substantiële bijdrage aan de nationale energietransitie en benadrukt dat het landschap en het elektriciteitsnet voldoende ruimte bieden voor duurzame energieopwekking. Het conceptbod voor de periode tot 2030 bedraagt momenteel 1,8 terawattuur (TWh), wat overeenkomt met 15% benutting van grote dakoppervlaktes, ongeveer 800 hectare aan zonnevelden en 45 grote windmolens. Voor deze periode streeft de regio naar 1 TWh aan zonnevelden, met een voorkeur voor realisatie langs infrastructuur.

Planspecifiek Met de beoogde ontwikkeling wordt voorzien in de realisatie van zonnepanelen boven fruitbomen. Daarmee wordt met de beoogde ontwikkeling voorzien in het opwekken van meer duurzame energie binnen de regio. Voor de gemeente Vijfheerenlanden geldt dat er binnen de gemeente is gekozen voor windenergie en is uitgesproken (nog) geen ambitie voor zonnevelden te hebben. In de RES 1.0 wordt doorverwezen naar de destijds nog op te stellen landschapsvisie van Vijfheerenlanden. De landschapsvisie is reeds in 2023 opgesteld en in paragraaf 6.4.2 wordt hieraan getoetst. Mits de zonnepanelen goed landschappelijk worden ingepast en gebruik wordt gemaakt van meervoudig ruimtegebruik is de gemeente Vijfheerenlanden bereid mee te werken. De beoogde zonnepanelen zullen goed in het landschap ingepast worden. Het dubbelgebruik van de gronden voor enerzijds landbouw en anderzijds voor energieopwekking sluit daarnaast ook goed aan bij de RES en de landschapsvisie. De gronden zijn al sinds 1985 in gebruik voor de teelt van fruit. Daarnaast is het perceel aan beide lange zijden voorzien van een bomenrij aan knotwilgen die een visuele afscherming vormen. Gelet op het bovenstaande kan gesteld worden dat het plan in lijn is met de Regionale Energiestrategie U16 Holland-Rijnland.

6.4

Gemeentelijk beleid

6.4.1

Omgevingsvisie Vijfheerenlanden

De Omgevingsvisie van de gemeente Vijfheerenlanden gaat over de toekomst van de dorpen, steden en het buitengebied en laat zien wat de gemeente Vijfheerenlanden belangrijk vindt voor de fysieke leefomgeving. De visie richt zich op mogelijkheden om te wonen, werken, recreëren, ondernemen, maar ook op een gezond, duurzaam en veilig leefklimaat. De omgevingsvisie vormt het kader voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen, toekomstig beleid en het omgevingsplan. Er wordt vooruit gekeken tot 2040. Welke doelen heeft de gemeenteraad dan behaald en wat voor gemeente is Vijfheerenlanden? Bij het realiseren van deze doelen houdt de gemeente als leidraad het behouden van een vitale samenleving aan, dit is als het ware het kompas. Hoe dit te bereiken is uitgewerkt in 11 ambities en een visiekaart. Voor elke ambitie is uitgewerkt wat de gemeente wil bereiken en hoe ze dat wil gaan doen. Ook is er een pagina 18 van 36

waardenkaart opgesteld, waarop is aangegeven welke (langschappelijke) waarden de gemeente belangrijk vindt. Deze waarden wil de gemeente zoveel mogelijk behouden en versterken. De ontwikkelingen waar de gemeente voor staat zijn vertaald in vijf doelen: •

Landschap, water en groen: toekomstbestendig buitengebied.

•

Wonen: 5.000 woningen.

•

Werken: 70-75 ha werklocaties (bruto).

•

Mobiliteit: bereikbaar, duurzaam en veilig.

•

Energietransitie: opwekken duurzame energie.

Bij het realiseren van de beschreven doelen houdt de gemeente het behoud van een vitale samenleving aan als leidraad, dit is als het ware het kompas. De kern hiervan is, dat de gemeente staat voor leefbaarheid en een vitale samenleving. De basis hiervoor is een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving.

Planspecifiek In de omgevingsvisie heeft de gemeente 11 ambities en keuzes beschreven. Hiervan zijn twee ambities relevant voor de beoogde ontwikkeling. Allereerst wil de gemeente inzetten op een duurzame, energie- en klimaat neutrale inrichting. Het plangebied is volgens de waardenkaart van de omgevingsvisie gelegen in het deelgebied ‘Geborgen Grienden’. Hier wil de gemeente onder andere inzetten op toekomstbestendige landbouw, zoals duurzame natuurinclusieve landbouw, agrarisch natuurbeheer, kringlooplandbouw of alternatieve (natte) teelten. Met onderhavig ontwikkeling om zonnepanelen te realiseren boven fruitbomen wordt daarmee ingespeeld op de ambitie van de gemeente.

6.4.2

Landschapsvisie Vijfheerenlanden 2040

In deze landschapsvisie doen de gemeente een voorstel voor de ontwikkelrichting (koers) voor de lange termijn voor het buitengebied van Vijfheerenlanden. Uitgangspunt voor de koers voor de komende jaren is het behouden en waar mogelijk versterken van de bestaande kwaliteiten. Daarbij is het belangrijk op een goede manier in te spelen op de verschillende maatschappelijke trends, ontwikkelingen en andere aandachtspunten. De Landschapsvisie formuleert de belangrijkste ambities voor het buitengebied van de gemeente aan de hand van een zestal thematische principes en uitgangspunten: •

Sterke, toekomstbestendige landbouw;

•

Robuuste en gevarieerde natuur;

•

Klimaatbestending en waterrobuust;

•

Energie uit het gebied;

•

Ruimte voor recreatie;

•

Het landschap ontsloten.

Planspecifiek Er is met de beoogde ontwikkeling raakvlak met de thema’s ‘Sterke, en toekomstbestendige landbouw’ en ‘Energie uit het gebied’. De ambitie van de gemeente is een transitie naar een duurzame en volhoudbare inrichting en beheer van het landelijk gebied en de landbouw in 2040 - met een goed perspectief voor de boer, ruimte voor planten en

pagina 19 van 36

dieren en met een lage belasting van de omgeving en het klimaat. Waar mogelijk wil de gemeente een stap verder gaan en willen ze op zoek gaan naar (nieuwe) duurzame verdienmodellen en koppelkansen. In de Landschapsvisie geeft de gemeente aan terughoudend te zijn met de aanleg van zonnevelden. Voorwaarden zijn in alle gevallen een goede landschappelijke inpassing en meervoudig ruimtegebruik en een bijdrage aan de landschapskwaliteit. De beoogde zonnepanelen zullen goed in het landschap ingepast worden. Er zal meervoudig gebruikt worden gemaakt van de ruimte waarmee de zonnepanelen niet alleen duurzame energie opwekken, maar ook de fruitbomen zullen beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Daarmee wordt er met de beoogde ontwikkeling voorzien in een ontwikkeling dat bijdraagt in een transitie naar een duurzame en toekomstbestendige vorm van landbouw. Met het realiseren van zonnepanelen wordt ook ingespeeld op het thema ‘Energie uit het gebied’. Naar verwachting worden er met de beoogde zonnepanelen 1.200 MWh/jaar opgewekt dat wordt geleverd aan het elektriciteitsnet. De mogelijkheid voor lokaal verbruik van de opgewekte energie wordt onderzocht. Gesteld kan worden dat het realiseren van de zonnepanelen boven de fruitboomgaard in lijn is met de Landschapsvisie Vijfheerenlanden 2040.

6.4.3

Beleidskader energietransitie

Op 9 februari 2023 is het Beleidskader Energietransitie Vijfheerenlanden vastgesteld. Het Beleidskader energietransitie (BET) heeft als doel het perspectief te schetsen voor verzoeken om toepassing van zonnepanelen buiten kaders, voor kleine, grotere en grote windturbines en voor zon- en windprojecten op gronden binnen de gemeentegrens. Binnen dit beleidskader kunnen voor specifieke onderdelen toetsingskaders worden uitgewerkt.

Planspecifiek Het beleidskader energietransitie focust zich voornamelijk op het opwekken van elektriciteit uit bestaande technieken zoals zonnepanelen en windturbines. De gemeente Vijfheerenlanden heeft er bestuurlijk voor gekozen om als uitgangspunt geen zonnevelden, zonneakkers, zonneweides en/of zonneparken op (agrarische) gronden te faciliteren. Echter zullen zon op grond projecten – groter dan 1,5 kWp (ca. 45 panelen) – op individuele basis worden beoordeeld en voorgelegd worden aan de gemeenteraad. Uitgangspunt hierbij is dat zon op grond projecten in dubbelfunctie worden geplaatst, niet ten koste mogen gaan van de agrarische functie en goed in het landschap ingepast moet kunnen worden. Met de voorgenomen ontwikkeling worden zonnepanelen geplaatst waarbij sprake is van dubbelgebruik van de gronden. Gesteld kan worden dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met het beleidskader energietransitie van de gemeente Vijfheerenlanden.

pagina 20 van 36

7.

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

7.1

Verkeer en parkeren

7.1.1

Verkeer

Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer dat wordt gegenereerd bij ruimtelijke ontwikkelingen, zijn kencijfers verkeersgeneratie ontwikkeld. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (exclusief openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de beoogde ontwikkeling toe rijdt en hiervan wegrijdt. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen' kencijfers voor verkeersgeneratie. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen wat de totale verkeersaantrekkende werking bedraagt.

Planspecifiek Met de beoogde ontwikkeling worden zonnepanelen gerealiseerd. In het CROW zijn geen kencijfers opgenomen voor de verkeersgeneratie van zonnepanelen. Naar verwachting is de verkeersgeneratie van de zonnepanelen zeer beperkt. Enkel bij onderhoud of inspectie van de zonnepanelen zal er sprake zijn van verkeer. Het terrein is te bereiken via een ontsluiting met de Kerkweg. Gezien de beperkte verkeerstoename heeft de beoogde ontwikkeling geen invloed op het omliggende verkeersnetwerk. Geconcludeerd kan worden dat het aspect verkeer geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.

7.1.2

Parkeren

Het benodigde of gewenste aantal parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen kan worden bepaald op basis van parkeerkencijfers of op basis van parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers van de verwachte parkeerbehoefte. Parkeernormen staan voor het aantal vereiste parkeerplaatsen per type bestemming. Op basis van deze parkeernormen wordt parkeerbeleid veelal vormgegeven. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen' richtlijnen voor parkeernormen. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen of voorzien wordt in voldoende (auto)parkeerplaatsen. Voorts voorziet de publicatie in minimale voorwaarden voor parkeervoorzieningen.

Planspecifiek Voor zonnepanelen gelden geen parkeernormen. Er hoeven dan ook geen parkeerplaatsen gerealiseerd te worden. Bij onderhoud of inspectie van de zonnepanelen zal er voldoende ruimte zijn om een auto te kunnen parkeren. Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

pagina 21 van 36

7.2

Duurzaamheid en gezondheid

De aspecten duurzaamheid en de gezondheid van mensen zijn steeds belangrijkere thema’s geworden. Om die reden zijn duurzaamheid en gezondheid in de Omgevingswet verankerd. In artikel 1.3 sub a van de Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit als een belangrijk maatschappelijk doel opgenomen. In een omgeving die gezond gedrag stimuleert, zijn de bewoners over het algemeen gezonder dan in een omgeving die daar niet op is ingericht. Toetsing aan de aspecten duurzaamheid en gezondheid is sterk afhankelijk van het gemeentelijk beleid op deze thema’s. De gemeente Vijfheerenlanden heeft zijn ambities en doelstelling op het gebied van duurzaamheid en gezondheid opgenomen in de Omgevingsvisie, de Landschapsvisie en het Beleidskader energietransitie. Hoewel de gemeente niet over specifiek beleid/beoordelingskader beschikt voor gezondheid bij ruimtelijke ontwikkelingen is de ambitie om negatieve impact op gezondheid te voorkomen en om een gezonde en veilige fysieke leefomgeving te stimuleren. De rijksoverheid stimuleert duurzaam bouwen vooral op het aspect energie. Sinds 1995 worden in het Bouwbesluit eisen gesteld ten aanzien van de energiezuinigheid van een gebouw.

Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). De eisen houden in dat nieuwe woningen (bijna) energieneutraal gebouwd moeten worden.

Planspecifiek Met de beoogde ontwikkeling wordt voorzien in zonnepanelen boven fruitbomen. Daarmee wordt energie opgewekt dat terug aan het net geleverd kan worden. In hoofdstukken 6.2, 6.3 en 6.4 is de ontwikkeling reeds getoetst aan het geldende beleid van de provincie, regio en gemeente. Hieruit blijkt dat er met de beoogde ontwikkeling wordt ingespeeld in de vraag naar het opwekken van duurzame energie.

7.3

Geluid

De regels voor geluid zijn opgenomen in de bruidsschat en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het bevoegd gezag moet bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelig gebouw het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. De kern is dat geluidsgevoelige gebouwen worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. Een geluidgevoelig gebouw (Artikel 3.21 Bkl) wordt gedefinieerd als een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een:

Het

▪

woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan;

▪

onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan;

▪

gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of

▪

gebouw voor kinderopvang met bedden;

▪

bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan. beschermen

van

deze

geluidsgevoelige

gebouwen

gebeurt

aan

de

hand

van

vastgestelde

geluidaandachtsgebieden, waarbij instructieregels gelden. De volgende geluidbronsoorten hebben een aandachtsgebied: rijkswegen, provinciale wegen, gemeentewegen, waterschapswegen, hoofdspoorwegen, lokale spoorwegen en industrieterreinen. pagina 22 van 36

Planspecifiek Met de beoogde ontwikkeling worden geen geluidsgevoelige objecten gerealiseerd zoals bedoeld in artikel 3.21 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Akoestisch onderzoek wordt voor de beoogde ontwikkeling niet nodig geacht.

7.4

Activiteiten en milieuzonering

Het aspect activiteiten en milieuzonering gaat in op de invloed die activiteiten hebben op hun omgeving. In de Omgevingswet wordt in de bijlage bij artikel 1 het begrip milieubelastende activiteit (mba) gedefinieerd. Dit gaat feitelijk om alle activiteiten die enig negatief effect op het milieu kunnen hebben (met uitzondering van ‘directe lozingen’ en wateronttrekkingsactiviteiten). Milieubelastende activiteiten zijn niet in alle gevallen aan de orde. Er moet gecontroleerd worden of het Bkl, Bal of Bbl instructieregels bevatten die relevant zijn voor het project. In het gemeentelijke omgevingsplan wordt het milieuspoor verder geïntegreerd. De ‘Vereniging van Nederlandse Gemeenten’ (VNG) heeft in 2019 de uitgave ‘Milieuzonering nieuwe stijl’ gepubliceerd. Met deze uitgave wordt de toelating van bedrijven gereguleerd op basis van een voor een locatie beschikbaar gestelde milieuruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieuwaarden. De uitgave is verder doorontwikkeld tot geïntegreerde staalkaart. De Staalkaart Bedrijventerrein maakt inzichtelijk hoe activiteiten met gebruiksruimte en milieugevolgen inpasbaar kunnen worden gemaakt en welke regeling in het omgevingsplan hiervoor kan worden opgenomen. De staalkaart zal vervangen worden door de VNG-uitgave ‘Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet 2024’.

Deze kan ook worden toegepast buiten bedrijventerreinen, in tegenstelling tot de uitgave uit 2019 en de geïntegreerde staalkaart. Bij milieuzonering gaat het om de milieuthema’s die afstandsgerelateerd zijn en niet op een andere wijze zijn gereguleerd. Afstandsgerelateerd wil zeggen dat de milieubelasting afneemt bij grotere afstand, zoals bij geluid en geur. In het stedelijk gebied kunnen grofweg drie soorten gebieden worden onderscheiden:

▪

industrieterreinen, bedrijventerreinen of andere werkgebieden: dit zijn gebieden waar de bedrijfsfunctie (of een andere werkgerelateerde functie) prevaleert;

▪

woongebieden: dit zijn gebieden waar de woonfunctie (en andere milieugevoelige functies) prevaleert;

▪

gemengde gebieden met wonen (functiemenging): dit zijn gebieden met een tussenvorm met zowel milieugevoelige functies als bedrijfsfuncties, maar ook andere milieubelastende functies zoals horeca, detailhandel, etc.

Planspecifiek De beoogde ontwikkeling ziet toe op de realisatie van zonnepanelen boven fruitbomen. Dit betreft geen milieubelastende activiteit of een gevoelig gebouw. Derhalve vormt het aspect activiteiten en milieuzonering geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

pagina 23 van 36

7.5

Geur

Er bestaan diverse sectoren waar geurhinder een rol kan spelen, zoals onder meer bij veehouderijen en andere landbouwactiviteiten, de mengvoederindustrie, horeca, rioolwaterzuiveringsinstallaties, slachterijen, en (andere) milieubelastende activiteiten. In artikel 5.91 Bkl is opgenomen wat geurgevoelige gebouwen zijn. Specifieke beoordelingsregels voor geur voor de milieubelastende activiteit staan in artikel 8.20 Bkl. In beginsel stelt de gemeente in het omgevingsplan regels voor geur om te zorgen voor een aanvaardbaar hinderniveau. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet dienen de activiteiten allereerst te voldoen aan de regels die in het tijdelijk omgevingsplan staan. Indien er nog geen aanpassing heeft plaatsgevonden van het tijdelijk omgevingsplan gelden de regels uit de Bruidsschat. Voor rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi's), het houden van landbouwhuisdieren en andere agrarische activiteiten moet de gemeente geurregels opnemen in het omgevingsplan. De gemeente stelt in aanvulling hierop waar nodig 1 of meer bebouwingscontouren geur vast waaraan een beschermingsniveau gekoppeld is. Voor andere geurveroorzakende activiteiten kan de gemeente zelf kiezen welke regels ze stelt. Tevens kan de gemeente omgevingswaarden voor geur opnemen in het omgevingsplan.

Planspecifiek De beoogde ontwikkeling voorziet niet in geurgevoelige objecten. Tevens wordt er ook niet in een milieubelastende activiteit voorzien. Geconcludeerd kan worden dat het aspect geur geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.

7.6

Luchtkwaliteit

De overheid toetst en monitort de luchtkwaliteit vooral in en nabij de zogenoemde aandachtsgebieden aan de rijksomgevingswaarden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO 2) of fijnstof (PM10). Soms wordt hier een rijksomgevingswaarde overschreden. Of de achtergrondconcentratie is zo hoog, dat bij toevoeging van een nieuw project alsnog een rijksomgevingswaarde overschreden kan worden. Als de gemeente activiteiten toelaat, die leiden tot gebruik van wegen, vaarwegen of spoorwegen (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels staan in het Besluit activiteiten lfeefomgeving (Bal) moet worden voldaan aan de omgevingswaarden. Er is een uitzondering voor activiteiten die weinig bijdragen aan luchtvervuiling: niet in betekenende mate (NIBM). Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 5.

Standaardgevallen NIBM, conform artikel 5.54 Bkl.

6.

Op een andere manier zoals de NIBM-tool of detailberekeningen.

Planspecifiek De beoogde realisatie van zonnepanelen kan worden aangemerkt als een project dat niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarmee is het project in het kader van het aspect luchtkwaliteit uitvoerbaar.

pagina 24 van 36

Met behulp van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CILMK) is gekeken naar de luchtkwaliteit in en rondom het plangebied. Hieruit blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse ruim voldoet aan de gestelde grenswaarde van 40 µg/m³ voor zowel fijnstof als stikstofdioxide. De specifieke concentraties over 2020 van fijnstof (PM10), fijnstof (PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) in het plangebied bedragen respectievelijk 15,9 μg/m³ PM10, 8,8 μg/m³ PM2,5 en 14,3 μg/m³ NO2. Daarmee worden de wettelijke grenswaarden niet overschreden. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

7.7

Archeologie en cultuurhistorie

In 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Een gemeente moet in haar omgevingsplan rekening houden met cultureel erfgoed. Maar er zijn ook algemene rijksregels: in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan regels voor erfgoedactiviteiten. Artikel 13.8 Bal geeft aan gemeenten de mogelijkheid om in het omgevingsplan maatwerkregels te stellen ter invulling van de specifieke zorgplicht (3.7 Bal). Gemeenten bepalen zelf of ze voor hun erfgoedbeleid archeologische beleidskaarten en/of cultuurhistorische waardenkaarten (laten) ontwikkelen. De archeologische verwachtingen en cultuurhistorische waarden zijn veelal doorvertaald in archeologische en cultuurhistorische dubbelbestemmingen. Deze dubbelbestemmingen worden opgenomen in het (tijdelijk) omgevingsplan in het gemeentebrede omgevingsplan. Indien het initiatief in deze (werkings)gebieden is gelegen, wordt hieraan getoetst.

In de bruidsschat is een algemene vrijstelling van het archeologisch onderzoek opgenomen in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid met een oppervlakte van minder dan 100 m². Gemeenten kunnen hier wel van afwijken door een andere oppervlakte op te nemen.

Planspecifiek De gronden van het plangebied zijn in het tijdelijk omgevingsplan voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ met de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – 3’. Hiervoor geldt dat archeologisch onderzoek dient plaats te vinden bij ontwikkeling met een te bebouwen oppervlak groter dan 250 m² en een diepte van 30 cm. Met de beoogde ontwikkeling van de zonnepanelen worden deze grenzen niet overtroffen. De zonnepanelen worden met een constructie ter plaatse van de bestaande fruitbomen in de grond vastgezet. Naar verwachting is hier geen sprake van de aantasting van de archeologische waarden. Voor de aanleg van het transformatorhuisje wordt een kabel gegraven van de zonnepanelen tot aan het transformatorhuisje. De aan te leggen kabel heeft een lengte van 420 meter lang. Uitgaande van een 0,4 meter breed af te graven sleuf voor de kabel is er sprake van een oppervlakte van in totaal 168 m². Samen met het transformatorhuisje is daarmee geen sprake van een overschrijding van de grenzen waarvoor archeologisch onderzoek benodigd is. Het laten uitvoeren van een archeologisch onderzoek wordt voor de beoogde ontwikkeling niet nodig geacht. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

pagina 25 van 36

De gemeente Vijfheerenlanden heeft een cultuurhistorische inventarisatie uitgevoerd, waarin zowel aan objecten als landschappen cultuurhistorische waarden worden toegekend. Dit is verwerkt in de cultuurhistorische waardenkaart Vijfheerenlanden (vastgesteld op 13 december 2022). Uit de waarderingskaart blijkt dat gemeente Vijfheerenlanden hoog scoort wat betreft de landschapswaardering. Vooral de nattere landschappen van de veenontginningen hebben hoge waarden. Hier is weinig nieuwe bebouwing verschenen en blijkbaar kan de moderne landbouw redelijk overweg met het oude wegen- en verkavelingspatroon. De ruilverkaveling heeft ook goed rekening gehouden met de landschapskarakteristieken van de veenontginningen zoals de strokenstructuur en de openheid. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling worden er geen cultuurhistorische waarden negatief beïnvloed. De verkavelingsstructuur wordt met de beoogde ontwikkeling niet aangetast. Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn verder geen gemeentelijke of rijksmonumenten aanwezig. Geconcludeerd kan worden dat het aspect cultuurhistorie geen belemmeringen vormt voor het voorgenomen initiatief.

7.8

Bodem

Een omgevingsplan bevat waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. De waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (artikel 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Een bodemgevoelige locatie en een bodemgevoelig gebouw worden als volgt gedefinieerd:

▪

Een bodemgevoelige locatie is in ieder geval een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend aan een bodemgevoelig gebouw;

▪

Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan 2 uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn. Onder een bodemgevoelig gebouw vallen ook een woonschip of een woonwagen. Een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw of een bijbehorend bouwwerk tot 50 m² valt niet onder het begrip bodemgevoelig gebouw.

Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie artikel 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (artikel 5.89K Bkl, artikel IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem).

Planspecifiek De beoogde ontwikkeling ziet niet toe op het realiseren van bodemgevoelige gebouwen op een bodemgevoelige locatie. Een bodemonderzoek wordt voor de beoogde ontwikkeling niet nodig geacht. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

7.9

Omgevingsveiligheid

Gemeenten nemen in hun omgevingsplan regels op over externe veiligheid. Dat geldt onder meer als zij in de buurt van een risicobron nieuwe gebouwen toestaan. Of als de gemeente nieuwe risicobronnen op haar grondgebied wil toestaan. Waar onder het oude recht de regels over externe veiligheid verspreid waren, waaronder in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), zijn de belangrijkste

pagina 26 van 36

regels over externe veiligheid onder de Omgevingswet opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Kwetsbare gebouwen en locaties Om kwetsbare gebouwen en locaties te beschermen tegen externe veiligheidsrisico’s, gaat het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in op drie categorieën waar afstanden voor kunnen gelden: ‘beperkt kwetsbare gebouwen en locaties’, ‘kwetsbare gebouwen en locaties’ en ‘zeer kwetsbare gebouwen’. Beperkt kwetsbaar zijn bijvoorbeeld verspreid liggende woningen en recreatieterreinen voor nachtverblijf van ten hoogste 50 personen, bij kwetsbaar gaat het hierbij om meer dan 50 personen. Onder kwetsbare gebouwen vallen gebouwen met een woonfunctie (niet verspreid liggende bebouwing), kantoren en sportgebouwen. De categorie zeer kwetsbaar is nieuw en hieronder vallen gebouwen die groepen mensen bevatten die niet of slecht zelfredzaam zijn. Deze vielen voorheen onder de categorie kwetsbaar en bevatten onder meer onderwijs- en gezondheidsinstellingen, kinderopvang en dagverblijven. Aandachtsgebieden De Omgevingswet vult het groepsrisico anders in dan in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) het geval was.

Bij risicovolle activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) regelt het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) dat gemeenten aandachtsgebieden aanwijzen. Aandachtsgebieden zijn gebieden die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Er is een onderscheid tussen drie soorten gevaren: warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en concentratie giftige stoffen in de lucht (gifwolk). Daarmee zijn er ook drie typen aandachtsgebieden: brandaandachtsgebied, explosieaandachtsgebied en gifwolkaandachtsgebied. Plaatsgebonden risico Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn er geen inhoudelijke wijzigingen voor het plaatsgebonden risico. Voor (zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties is in het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.7) een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico opgenomen van ten hoogste één op de miljoen per jaar (10-6/jaar). In het omgevingsplan moet deze grenswaarde ‘in acht worden genomen’. (Zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties mogen daarom niet binnen de PR(plaatsgebonden risico)-10-6-contour van een activiteit worden gerealiseerd. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties, zoals verspreid liggende woningen en kleine sportlocaties, geldt de PR-10-6-contour als standaardwaarde.

Hiermee moet in het omgevingsplan ‘rekening gehouden worden’. Dit houdt in dat aan de norm van ten hoogste één op de miljoen per jaar moet worden voldaan, tenzij er redenen zijn om af te wijken. Het Bkl geeft in de bijlagen ook aan wat de PR-contouren en aandachtsgebieden zijn. Seveso-inrichtingen De milieubelastende activiteit Seveso-inrichting wordt in paragraaf 3.3.1 van het Bal aangewezen. Deze activiteit kan schadelijk zijn voor het milieu. Er zijn vooral nadelige gevolgen voor de omgevingsveiligheid vanwege de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen. Bij een Seveso-inrichting gaat het om een bedrijf waar een gevaarlijke stof aanwezig is of mag zijn, of kan ontstaan bij verlies van controle over de processen. In bijlage VII van het Bkl staan de afstanden voor het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden. Onderdeel E6 gaat in op Sevesoinrichtingen. Daar staat dat beide afstanden moeten berekend worden. pagina 27 van 36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=739af8d1-dbd1-42e8-b933-34cfe4037c41