Regels - Paraplubestemmingsplan Archeologie Vijfheerenlanden
Tekst van het document
8.3.2 Bijzondere indieningsvereisten Voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.2 voor het bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 4a' aangewezen gronden wordt allereerst het volgende gedaan: a. b.
c.
funderingstekeningen worden verstrekt; ten behoeve van het opstellen van de aanvraag wint de aanvrager advies in bij de door het bevoegd gezag aangewezen archeologisch deskundige over maatregelen als bedoeld in artikel 8.3.1 sub b. De aanvraag beschrijft welke maatregelen worden genomen en met welk beoogd resultaat; de aanvrager wint voorafgaand aan de aanvraag advies in bij de door burgemeester en wethouders aangewezen archeologisch deskundige omtrent de noodzaak van het aanleveren van een rapport als bedoeld in artikel 8.3.1 sub c. Als de deskundige de aanvrager gemotiveerd meedeelt dat een rapport niet nodig is, wordt die mededeling bij de aanvraag gevoegd.
28
8.3.3 Advies Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.3.1 te verlenen, vragen burgemeester en wethouders advies aan een archeologisch deskundige. 8.3.4 Voorwaarden Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.3.1 kunnen burgemeester en wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: a. b.
c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE).
8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1 Werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 4a' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren zulks ongeacht het bepaalde bij de andere op deze gronden rustende bestemmingen: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
het ontgronden, afgraven, saneren, onderzuigen, egaliseren, verlagen, afplaggen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; het ophogen van de bodem hoger dan 50 cm; het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd het aanleggen van drainage; het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; het verwijderen van ondergrondse fundamenten en het verwijderen en/of uittrekken van heipalen.
8.4.2 Uitzondering Het in artikel 8.4.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. b. c. d. e. f.
g.
die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij het bepaalde in artikel 8.3 in acht is genomen; die in het kader van het normale beheer en onderhoud worden uitgevoerd; die worden uitgevoerd in bestaande weg- en/of leidingcunetten; die een oppervlakte beslaan van ten hoogste 250 m²; die niet dieper reiken dan 30 cm beneden maaiveld; die worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe gecertificeerde instantie en op basis van een door burgemeester en wethouders goedgekeurd PvE; waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning.
29
8.4.3 Afwijking Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 8.4.1 voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden op de voor 'Waarde - Archeologie 4a' aangewezen gronden indien: a. b.
c. d.
blijkt dat er geen archeologische waarden zijn; de archeologische waarden naar het oordeel van burgemeester en wethouders door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; bij de aanvraag een rapport wordt ingediend waarin de archeologische waarde van de locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; de archeologische waarden kunnen worden behouden door het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
8.4.4 Bijzondere indieningsvereisten Voor een aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.4.3 gelden in ieder geval de volgende indieningsvereisten: a.
b. c. d. e.
f.
een omschrijving van de aard van de werken, geen bouwwerk zijnde, of de werkzaamheden, wordt verstrekt met vermelding van: 1. de omvang in vierkante meters; en 2. de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld; een topografische kaart voorzien van een noordpijl en ten minste twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit wordt verstrekt; doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld worden verstrekt; een bestek of werkomschrijving met bijbehorende tekeningen worden verstrekt; ten behoeve van het opstellen van de aanvraag wint de aanvrager advies in bij de door het bevoegd gezag aangewezen archeologisch deskundige over maatregelen als bedoeld in artikel 8.4.3 sub b. De aanvraag beschrijft welke maatregelen worden genomen en met welk beoogd resultaat; de aanvrager wint voorafgaand aan de aanvraag advies in bij de door burgemeester en wethouders aangewezen archeologisch deskundige omtrent de noodzaak van het aanleveren van een rapport als bedoeld in artikel 8.4.3 sub c. Als de deskundige de aanvrager gemotiveerd meedeelt dat een rapport niet nodig is, wordt die mededeling bij de aanvraag gevoegd.
8.4.5 Advies Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.4.3 te verlenen, vragen burgemeester en wethouders advies aan een archeologisch deskundige. 8.4.6 Voorwaarden omgevingsvergunning Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.4.3 kunnen burgemeester en wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: a. b.
c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE).
30
8.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd betreffende de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4a' de regels van het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na archeologisch onderzoek, daartoe aanleiding geeft.
31
Artikel 9 Waarde - Archeologie 4b 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 4b' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden. 9.2 Bouwregels 9.2.1 Algemeen Op de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 4b' mogen geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 9.2.2 Uitzonderingen In afwijking van het bepaalde in artikel 9.2.1 mogen op of in deze gronden gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, mits het gaat om: a. b. c.
vervanging van bestaande gebouwen of bouwwerken waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en uitsluitend de bestaande fundering wordt benut; een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een oppervlakte van ten hoogste 250 m²; een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat kan worden geplaatst zonder graafwerkzaamheden dieper dan 150 cm.
9.3 Afwijken van de bouwregels 9.3.1 Afwijken Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 9.2 voor het bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 4b' aangewezen gronden indien wordt voldaan aan ten minste een van de volgende voorwaarden: a. b.
c. d.
blijkt dat er geen archeologische waarden zijn; de archeologische waarden naar het oordeel van burgemeester en wethouders door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; bij de aanvraag een rapport wordt ingediend waarin de archeologische waarde van de locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; de archeologische waarden kunnen worden behouden door het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
9.3.2 Bijzondere indieningsvereisten Voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bepaalde in artikel 9.2 voor het bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 4b' aangewezen gronden wordt allereerst het volgende gedaan: a. b.
c.
funderingstekeningen worden verstrekt; ten behoeve van het opstellen van de aanvraag wint de aanvrager advies in bij de door het bevoegd gezag aangewezen archeologisch deskundige over maatregelen als bedoeld in artikel 9.3.1 sub b. De aanvraag beschrijft welke maatregelen worden genomen en met welk beoogd resultaat; de aanvrager wint voorafgaand aan de aanvraag advies in bij de door burgemeester en wethouders aangewezen archeologisch deskundige omtrent de noodzaak van het aanleveren van een rapport als bedoeld in artikel 9.3.1 sub c. Als de deskundige de aanvrager gemotiveerd meedeelt dat een rapport niet nodig is, wordt die mededeling bij de aanvraag gevoegd.
32
9.3.3 Advies Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.3.1 te verlenen, vragen burgemeester en wethouders advies aan een archeologisch deskundige. 9.3.4 Voorwaarden Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.3.1 kunnen burgemeester en wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: a. b.
c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE).
9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1 Werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 4b' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren zulks ongeacht het bepaalde bij de andere op deze gronden rustende bestemmingen: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
het ontgronden, afgraven, saneren, onderzuigen, egaliseren, verlagen, afplaggen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; het ophogen van de bodem hoger dan 50 cm; het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd het aanleggen van drainage; het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; het verwijderen van ondergrondse fundamenten en het verwijderen en/of uittrekken van heipalen.
9.4.2 Uitzondering Het in artikel 9.4.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. b. c. d. e. f.
g.
die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij het bepaalde in artikel 9.3 in acht is genomen; die in het kader van het normale beheer en onderhoud worden uitgevoerd; die worden uitgevoerd in bestaande weg- en/of leidingcunetten; die een oppervlakte beslaan van ten hoogste 250 m²; die niet dieper reiken dan 150 cm beneden maaiveld; die worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe gecertificeerde instantie en op basis van een door burgemeester en wethouders goedgekeurd PvE; waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning.
33
9.4.3 Afwijking Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 9.4.1 voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden op de voor 'Waarde - Archeologie 4b' aangewezen gronden indien: a. b.
c. d.
blijkt dat er geen archeologische waarden zijn; de archeologische waarden naar het oordeel van burgemeester en wethouders door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; bij de aanvraag een rapport wordt ingediend waarin de archeologische waarde van de locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; de archeologische waarden kunnen worden behouden door het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
9.4.4 Bijzondere indieningsvereisten Voor een aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.4.3 gelden in ieder geval de volgende indieningsvereisten: a.
b. c. d. e.
f.
een omschrijving van de aard van de werken, geen bouwwerk zijnde, of de werkzaamheden, wordt verstrekt met vermelding van: 1. de omvang in vierkante meters; en 2. de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld; een topografische kaart voorzien van een noordpijl en ten minste twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit wordt verstrekt; doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld worden verstrekt; een bestek of werkomschrijving met bijbehorende tekeningen worden verstrekt; ten behoeve van het opstellen van de aanvraag wint de aanvrager advies in bij de door het bevoegd gezag aangewezen archeologisch deskundige over maatregelen als bedoeld in artikel 9.4.3 sub b. De aanvraag beschrijft welke maatregelen worden genomen en met welk beoogd resultaat; de aanvrager wint voorafgaand aan de aanvraag advies in bij de door burgemeester en wethouders aangewezen archeologisch deskundige omtrent de noodzaak van het aanleveren van een rapport als bedoeld in artikel 9.4.3 sub c. Als de deskundige de aanvrager gemotiveerd meedeelt dat een rapport niet nodig is, wordt die mededeling bij de aanvraag gevoegd.
9.4.5 Advies Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.4.3 te verlenen, vragen burgemeester en wethouders advies aan een archeologisch deskundige. 9.4.6 Voorwaarden omgevingsvergunning Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.4.3 kunnen burgemeester en wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: a. b.
c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE).
34
9.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd betreffende de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4b' de regels van het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na archeologisch onderzoek, daartoe aanleiding geeft.
35
Artikel 10 Waarde - Archeologie 5a 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 5a' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden. 10.2 Bouwregels 10.2.1 Algemeen Op de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 5a' mogen geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 10.2.2 Uitzonderingen In afwijking van het bepaalde in artikel 10.2.1 mogen op of in deze gronden gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, mits het gaat om: a. b. c.
vervanging van bestaande gebouwen of bouwwerken waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en uitsluitend de bestaande fundering wordt benut; een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een oppervlakte van ten hoogste 1.000 m²; een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat kan worden geplaatst zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm.
10.3 Afwijken van de bouwregels 10.3.1 Afwijken Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 10.2 voor het bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 5a' aangewezen gronden indien wordt voldaan aan ten minste een van de volgende voorwaarden: a. b.
c. d.
blijkt dat er geen archeologische waarden zijn; de archeologische waarden naar het oordeel van burgemeester en wethouders door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; bij de aanvraag een rapport wordt ingediend waarin de archeologische waarde van de locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; de archeologische waarden kunnen worden behouden door het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
10.3.2 Bijzondere indieningsvereisten Voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bepaalde in artikel 10.2 voor het bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 5a' aangewezen gronden wordt allereerst het volgende gedaan: a. b.
c.
funderingstekeningen worden verstrekt; ten behoeve van het opstellen van de aanvraag wint de aanvrager advies in bij de door het bevoegd gezag aangewezen archeologisch deskundige over maatregelen als bedoeld in artikel 10.3.1 sub b. De aanvraag beschrijft welke maatregelen worden genomen en met welk beoogd resultaat; de aanvrager wint voorafgaand aan de aanvraag advies in bij de door burgemeester en wethouders aangewezen archeologisch deskundige omtrent de noodzaak van het aanleveren van een rapport als bedoeld in artikel 10.3.1 sub c. Als de deskundige de aanvrager gemotiveerd meedeelt dat een rapport niet nodig is, wordt die mededeling bij de aanvraag gevoegd.
36
10.3.3 Advies Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.3.1 te verlenen, vragen burgemeester en wethouders advies aan een archeologisch deskundige. 10.3.4 Voorwaarden Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.3.1 kunnen burgemeester en wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: a. b.
c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE).
10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.4.1 Werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 5a' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren zulks ongeacht het bepaalde bij de andere op deze gronden rustende bestemmingen: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
het ontgronden, afgraven, saneren, onderzuigen, egaliseren, verlagen, afplaggen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; het ophogen van de bodem hoger dan 50 cm; het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd het aanleggen van drainage; het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; het verwijderen van ondergrondse fundamenten en het verwijderen en/of uittrekken van heipalen.
10.4.2 Uitzondering Het in artikel 10.4.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. b. c. d. e. f.
g.
die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij het bepaalde in artikel 10.3 in acht is genomen; die in het kader van het normale beheer en onderhoud worden uitgevoerd; die worden uitgevoerd in bestaande weg- en/of leidingcunetten; die een oppervlakte beslaan van ten hoogste 1.000 m²; die niet dieper reiken dan 30 cm beneden maaiveld; die worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe gecertificeerde instantie en op basis van een door burgemeester en wethouders goedgekeurd PvE; waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning.
37
10.4.3 Afwijking Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 10.4.1 voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden op de voor 'Waarde - Archeologie 5a' aangewezen gronden indien: a. b.
c. d.
blijkt dat er geen archeologische waarden zijn; de archeologische waarden naar het oordeel van burgemeester en wethouders door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; bij de aanvraag een rapport wordt ingediend waarin de archeologische waarde van de locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; de archeologische waarden kunnen worden behouden door het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
10.4.4 Bijzondere indieningsvereisten Voor een aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.4.3 gelden in ieder geval de volgende indieningsvereisten: a.
b. c. d. e.
f.
een omschrijving van de aard van de werken, geen bouwwerk zijnde, of de werkzaamheden, wordt verstrekt met vermelding van: 1. de omvang in vierkante meters; en 2. de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld; een topografische kaart voorzien van een noordpijl en ten minste twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit wordt verstrekt; doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld worden verstrekt; een bestek of werkomschrijving met bijbehorende tekeningen worden verstrekt; ten behoeve van het opstellen van de aanvraag wint de aanvrager advies in bij de door het bevoegd gezag aangewezen archeologisch deskundige over maatregelen als bedoeld in artikel 10.4.3 sub b. De aanvraag beschrijft welke maatregelen worden genomen en met welk beoogd resultaat; de aanvrager wint voorafgaand aan de aanvraag advies in bij de door burgemeester en wethouders aangewezen archeologisch deskundige omtrent de noodzaak van het aanleveren van een rapport als bedoeld in artikel 10.4.3 sub c. Als de deskundige de aanvrager gemotiveerd meedeelt dat een rapport niet nodig is, wordt die mededeling bij de aanvraag gevoegd.
10.4.5 Advies Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.4.3 te verlenen, vragen burgemeester en wethouders advies aan een archeologisch deskundige. 10.4.6 Voorwaarden omgevingsvergunning Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.4.3 kunnen burgemeester en wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: a. b.
c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE).
38
10.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd betreffende de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5a' de regels van het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na archeologisch onderzoek, daartoe aanleiding geeft.
39
Artikel 11 Waarde - Archeologie 5b 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 5b' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden. 11.2 Bouwregels 11.2.1 Algemeen Op de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 5b' mogen geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 11.2.2 Uitzonderingen In afwijking van het bepaalde in artikel 11.2.1 mogen op of in deze gronden gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, mits het gaat om: a. b. c.
vervanging van bestaande gebouwen of bouwwerken waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en uitsluitend de bestaande fundering wordt benut; een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een oppervlakte van ten hoogste 1.000 m²; een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat kan worden geplaatst zonder graafwerkzaamheden dieper dan de top van de ongeroerde waterbodem.
11.3 Afwijken van de bouwregels 11.3.1 Afwijken Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 11.2 voor het bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 5b' aangewezen gronden indien wordt voldaan aan ten minste een van de volgende voorwaarden: a. b.
c. d.
blijkt dat er geen archeologische waarden zijn; de archeologische waarden naar het oordeel van burgemeester en wethouders door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; bij de aanvraag een rapport wordt ingediend waarin de archeologische waarde van de locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; de archeologische waarden kunnen worden behouden door het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
11.3.2 Bijzondere indieningsvereisten Voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bepaalde in artikel 11.2 voor het bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 5b' aangewezen gronden wordt allereerst het volgende gedaan: a. b.
c.
funderingstekeningen worden verstrekt; ten behoeve van het opstellen van de aanvraag wint de aanvrager advies in bij de door het bevoegd gezag aangewezen archeologisch deskundige over maatregelen als bedoeld in artikel 11.3.1 sub b. De aanvraag beschrijft welke maatregelen worden genomen en met welk beoogd resultaat; de aanvrager wint voorafgaand aan de aanvraag advies in bij de door burgemeester en wethouders aangewezen archeologisch deskundige omtrent de noodzaak van het aanleveren van een rapport als bedoeld in artikel 11.3.1 sub c Als de deskundige de aanvrager gemotiveerd meedeelt dat een rapport niet nodig is, wordt die mededeling bij de aanvraag gevoegd.
40
11.3.3 Advies Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.3.1 te verlenen, vragen burgemeester en wethouders advies aan een archeologisch deskundige. 11.3.4 Voorwaarden Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.3.1 kunnen burgemeester en wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: a. b.
c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE).
11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.4.1 Werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 5b' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren zulks ongeacht het bepaalde bij de andere op deze gronden rustende bestemmingen: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
het ontgronden, afgraven, saneren, onderzuigen, egaliseren, verlagen, afplaggen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; het ophogen van de bodem hoger dan 50 cm; het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd het aanleggen van drainage; het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; het verwijderen van ondergrondse fundamenten en het verwijderen en/of uittrekken van heipalen.
11.4.2 Uitzondering Het in artikel 11.4.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. b. c. d. e. f.
g.
die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij het bepaalde in artikel 11.3 in acht is genomen; die in het kader van het normale beheer en onderhoud worden uitgevoerd; die worden uitgevoerd in bestaande weg- en/of leidingcunetten; die een oppervlakte beslaan van ten hoogste 1.000 m²; die niet dieper reiken dan de top van de ongeroerde waterbodem; die worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe gecertificeerde instantie en op basis van een door burgemeester en wethouders goedgekeurd PvE; waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning.
41
11.4.3 Afwijking Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 11.4.1 voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden op de voor 'Waarde - Archeologie 5b' aangewezen gronden indien: a. b.
c. d.
blijkt dat er geen archeologische waarden zijn; de archeologische waarden naar het oordeel van burgemeester en wethouders door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; bij de aanvraag een rapport wordt ingediend waarin de archeologische waarde van de locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; de archeologische waarden kunnen worden behouden door het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
11.4.4 Bijzondere indieningsvereisten Voor een aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.4.3 gelden in ieder geval de volgende indieningsvereisten: a.
b. c. d. e.
f.
een omschrijving van de aard van de werken, geen bouwwerk zijnde, of de werkzaamheden, wordt verstrekt met vermelding van: 1. de omvang in vierkante meters; en 2. de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld; een topografische kaart voorzien van een noordpijl en ten minste twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit wordt verstrekt; doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld worden verstrekt; een bestek of werkomschrijving met bijbehorende tekeningen worden verstrekt; ten behoeve van het opstellen van de aanvraag wint de aanvrager advies in bij de door het bevoegd gezag aangewezen archeologisch deskundige over maatregelen als bedoeld in artikel 11.4.3 sub b. De aanvraag beschrijft welke maatregelen worden genomen en met welk beoogd resultaat; de aanvrager wint voorafgaand aan de aanvraag advies in bij de door burgemeester en wethouders aangewezen archeologisch deskundige omtrent de noodzaak van het aanleveren van een rapport als bedoeld in artikel 11.4.3 sub c. Als de deskundige de aanvrager gemotiveerd meedeelt dat een rapport niet nodig is, wordt die mededeling bij de aanvraag gevoegd.
11.4.5 Advies Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.4.3 te verlenen, vragen burgemeester en wethouders advies aan een archeologisch deskundige. 11.4.6 Voorwaarden omgevingsvergunning Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.4.3 kunnen burgemeester en wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: a. b.
c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE).
42
11.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd betreffende de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5b' de regels van het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na archeologisch onderzoek, daartoe aanleiding geeft.
43
Artikel 12 Waarde - Archeologie 6 12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden. 12.2 Bouwregels 12.2.1 Algemeen Op de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 6' mogen geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 12.2.2 Uitzonderingen In afwijking van het bepaalde in artikel 12.2.1 mogen op of in deze gronden gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, mits het gaat om: a. b. c.
vervanging van bestaande gebouwen of bouwwerken waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en uitsluitend de bestaande fundering wordt benut; een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een oppervlakte van ten hoogste 10.000 m²; een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat kan worden geplaatst zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm of de top van de ongeroerde waterbodem.
12.3 Afwijken van de bouwregels 12.3.1 Afwijken Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 12.2 voor het bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden indien wordt voldaan aan ten minste een van de volgende voorwaarden: a. b.
c. d.
blijkt dat er geen archeologische waarden zijn; de archeologische waarden naar het oordeel van burgemeester en wethouders door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; bij de aanvraag een rapport wordt ingediend waarin de archeologische waarde van de locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; de archeologische waarden kunnen worden behouden door het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
12.3.2 Bijzondere indieningsvereisten Voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bepaalde in artikel 12.2 voor het bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden wordt allereerst het volgende gedaan: a. b.
c.
funderingstekeningen worden verstrekt; ten behoeve van het opstellen van de aanvraag wint de aanvrager advies in bij de door het bevoegd gezag aangewezen archeologisch deskundige over maatregelen als bedoeld in artikel 12.3.1 sub b. De aanvraag beschrijft welke maatregelen worden genomen en met welk beoogd resultaat; de aanvrager wint voorafgaand aan de aanvraag advies in bij de door burgemeester en wethouders aangewezen archeologisch deskundige omtrent de noodzaak van het aanleveren van een rapport als bedoeld in artikel 12.3.1 sub c. Als de deskundige de aanvrager gemotiveerd meedeelt dat een rapport niet nodig is, wordt die mededeling bij de aanvraag gevoegd.
44
12.3.3 Advies Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 12.3.1 te verlenen, vragen burgemeester en wethouders advies aan een archeologisch deskundige. 12.3.4 Voorwaarden Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 12.3.1 kunnen burgemeester en wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: a. b.
c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE).
12.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.4.1 Werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 6' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren zulks ongeacht het bepaalde bij de andere op deze gronden rustende bestemmingen: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
het ontgronden, afgraven, saneren, onderzuigen, egaliseren, verlagen, afplaggen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; het ophogen van de bodem hoger dan 50 cm; het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd het aanleggen van drainage; het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; het verwijderen van ondergrondse fundamenten en het verwijderen en/of uittrekken van heipalen.
12.4.2 Uitzondering Het in artikel 12.4.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. b. c. d. e. f.
g.
die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij het bepaalde in artikel 12.3 in acht is genomen; die in het kader van het normale beheer en onderhoud worden uitgevoerd; die worden uitgevoerd in bestaande weg- en/of leidingcunetten; die een oppervlakte beslaan van ten hoogste 10.000 m²; die niet dieper reiken dan 30 cm beneden maaiveld; die worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe gecertificeerde instantie en op basis van een door burgemeester en wethouders goedgekeurd PvE; waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning.
45
12.4.3 Afwijking Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 12.4.1 voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden op de voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden indien: a. b.
c. d.
blijkt dat er geen archeologische waarden zijn; de archeologische waarden naar het oordeel van burgemeester en wethouders door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; bij de aanvraag een rapport wordt ingediend waarin de archeologische waarde van de locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; de archeologische waarden kunnen worden behouden door het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
12.4.4 Bijzondere indieningsvereisten Voor een aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 12.4.3 gelden in ieder geval de volgende indieningsvereisten: a.
b. c. d. e.
f.
een omschrijving van de aard van de werken, geen bouwwerk zijnde, of de werkzaamheden, wordt verstrekt met vermelding van: 1. de omvang in vierkante meters; en 2. de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld; een topografische kaart voorzien van een noordpijl en ten minste twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit wordt verstrekt; doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld worden verstrekt; een bestek of werkomschrijving met bijbehorende tekeningen worden verstrekt; ten behoeve van het opstellen van de aanvraag wint de aanvrager advies in bij de door het bevoegd gezag aangewezen archeologisch deskundige over maatregelen als bedoeld in artikel 12.4.3 sub b. De aanvraag beschrijft welke maatregelen worden genomen en met welk beoogd resultaat; de aanvrager wint voorafgaand aan de aanvraag advies in bij de door burgemeester en wethouders aangewezen archeologisch deskundige omtrent de noodzaak van het aanleveren van een rapport als bedoeld in artikel 12.4.3 sub c Als de deskundige de aanvrager gemotiveerd meedeelt dat een rapport niet nodig is, wordt die mededeling bij de aanvraag gevoegd.
12.4.5 Advies Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 12.4.3 te verlenen, vragen burgemeester en wethouders advies aan een archeologisch deskundige. 12.4.6 Voorwaarden omgevingsvergunning Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 12.4.3 kunnen burgemeester en wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: a. b.
c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE).
46
12.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd betreffende de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 6' de regels van het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na archeologisch onderzoek, daartoe aanleiding geeft.
47
3 Algemene regels Artikel 13 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 14 Overige regels De in dit bestemmingsplan opgenomen regels gelden in aanvulling op de regels van alle onderliggende bestemmingsplannen en laten de regels uit die onderliggende bestemmingsplannen ongewijzigd, behoudens de artikelen die betrekking hebben op de archeologische waarde. Deze artikelen komen bij vaststelling van voorliggend 'Paraplubestemmingsplan Archeologie Vijfheerenlanden' van de gemeente Vijfheerenlanden te vervallen.
48
4 Overgangs- en slotregels Artikel 15 Overgangsrecht 15.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a.
b.
c.
een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%; dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
15.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. b.
c.
d.
het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 16 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Archeologie Vijfheerenlanden".
49