RB Legesverordening 2026
Tekst van het document
60%
Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
50 %
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges als genoemd in artikel 2.5 en 2.6 onderdeel a, mits deze aanvraag is ingediend binnen 12 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.
40%
40%
Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten a.
Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges.
b.
Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.
Artikel 2.60 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. Artikel 2.61 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € 100 wordt niet teruggegeven.
30%
30%
Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2
2026
2025
Paragraaf 3.1 Horeca Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting a.
een aanvraag tot het verlenen van een exploitatievergunning voor een openbare inrichting op grond van artikel 2:28 van de APV
€ 430,40
€ 417,85
b.
een aanvraag tot het wijzigen van een in onderdeel a bedoelde vergunning
€ 215,10
€ 208,85
c.
van een aanvraag tot het wijzigen en/of toevoegen van leidinggevende(n) op het aanhangsel van de exploitatievergunning voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28a van de APV
€ 116,75
€ 113,35
d.
van een aanvraag tot het wijzigen van de terrasafmeting of het toevoegen van een nieuw terras op het aanhangsel van de exploitatievergunning voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de APV
€ 55,30
€ 53,70
Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a.
een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet:
€ 491,85
€ 477,50
b.
een aanvraag tot het wijzigen van een in onderdeel 3.1.1 bedoelde vergunning
€ 245,90
€ 238,75
c.
een aanvraag tot het wijzigen van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Alcoholwet
€ 116,75
€ 113,35
d.
een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet:
€ 73,80
€ 71,65
Paragraaf 3.2 Seksbedrijven Artikel 3.3 Vergunning seksbedrijf
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4 van de Algemene Plaatselijke Verordening: a.
voor een seksinrichting
€ 1.407,80
€ 1.366,80
b.
voor een escortbedrijf
€ 1.407,80
€ 1.366,80
Artikel 3.4 Wijzigen vergunning seksbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een vergunning in verband met uitsluitend een wijziging van het beheer in een seksinrichting of escortbedrijf als bedoeld in artikel 3:15 van de Algemene Plaatselijke Verordening a.
voor een seksinrichting
€ 491,85
€ 477,50
b.
Voor een escortbedrijf
€ 491,85
€ 477,50
Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet Artikel 3.5 Ontheffing winkeltijden Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a.
een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet
€ 52,90
€ 51,35
b.
om toestemming om een in onderdeel a bedoelde ontheffing over te dragen aan een ander
€ 52,90
€ 51,35
c.
van een intrekking of wijziging van een in onderdeel a bedoelde ontheffing
€ 24,60
€ 23,90
Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt Artikel 3.6 Organiseren evenement Onder niet-commerciële evenementen wordt verstaan: Evenementen of activiteiten die sociaalcultureel of educatief van aard zijn, of worden gehouden door instellingen – overwegend stichtingen en verenigingen – met een sociaal-culturele of educatieve doelstelling binnen de gemeente Vijfheerenlanden. Voorbeelden zijn Koningsdag (door Oranjevereniging), Paardenmarkt, rommelmarkten georganiseerd door kerkgenootschappen of voor goede doelen. Onder commerciële evenementen wordt verstaan: Evenementen of activiteiten die zijn gericht op het behalen van winst, of worden gehouden door organisaties met een winstoogmerk. In het bijzonder betreft het evenementen of activiteiten zoals (pop)concerten, dancefeesten, beurzen, braderieën of andere promotionele activiteiten. 1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening (evenementenvergunning), indien het betreft: Niet commerciële evenementen a.
Melding plichtig 0- evenement
€ 0,00
€ 0,00
b.
Categorie A-evenement
€ 79,90
€ 77,60
c.
Categorie B-evenement
€ 159,80
€ 155,15
d.
Categorie C-evenement
€ 467,30
€ 453,65
Commerciële evenementen e.
Melding plichtig 0-evenement
€ 0,00
€ 0,00
f.
Categorie A-evenement
€ 307,35
€ 298,40
g.
Categorie B-evenement
€ 1.168,10
€ 1.134,10
h.
Categorie C-evenement
€ 3.073,95
€ 2.984,40
i.
Onverminderd het bepaalde in onderdeel a t/m h wordt het tarief voor het in behandeling nemen van een spoedaanvraag verhoogd met:
50%
50%
j.
Als een aanvrager zijn aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in voorgaande onderdelen intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van 50% van de verschuldigde leges.
Artikel 3.7 Organiseren markt Gereserveerd Paragraaf 3.5 Standplaatsen Artikel 3.8 Marktstandplaatsvergunningen en andere vergunningen op markt 1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a.
een vaste-standplaatsvergunning als bedoeld in Hoofdstuk 2, van de marktverordening Vijfheerenlanden 2021:
€ 36,90
€ 35,80
b.
een dagplaatsvergunning als bedoeld in artikel 12, van de marktverordening Vijfheerenlanden 2021 die leidt tot vergunningverlening:
€ 36,90
€ 35,80
c.
een standwerkvergunning als bedoeld in artikel 13, van de marktverordening Vijfheerenlanden 2021 die leidt tot vergunningverlening:
€ 36,90
€ 35,80
Paragraaf 3.6 Collectevergunning Artikel 3.9 Collectevergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 5:13 van de Algemene Plaatselijke Verordening
€ 36,90
€ 35,80
€ 36,90
€ 35,80
Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Artikel 3.10 Niet benoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning of ontheffing of tot het nemen van een andere beschikking
Behorende bij raadsbesluit van 16 december 2025. de raadsgriffier
de voorzitter
{{Signer1}}
{{Signer2}}
K.I. (Krista) Goossens
S. (Sjors) Fröhlich
Bijlage I bij de tarieventabel: Definitie kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Bijlage I 1.
b.
Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf; de oppervlakte niet meer dan 150 m2;
a.
Een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening (nutsvoorzieningen, de waterhuishouding, het meten van de luchtkwaliteit, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het weg-spoorweg-, water- of luchtverkeer) wanneer wordt voldaan aan de volgende eisen: niet hoger dan 5m, en
b.
de oppervlakte niet meer dan 50m2;
a.
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits voldaan wordt aan de volgende eisen: niet hoger dan 10m, en
b.
de oppervlakte niet meer dan 50m2;
a.
2.
3.
4.
5. 6.
Definitie kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteiten
een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ongeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw; een antenne-installatie, mist niet hoger dan 40 meter; een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling (de gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit of mechanische energie door verstoking van een
brandstof, waarvan de warmte nuttig gebruikt wordt, anders dan voor de productie van elektriciteit); Een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren; het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied;
7. 8. 9.
10. a. b. c.
het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen; het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits voldaan wordt aan de volgende eisen: de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de vigerende wet- en regelgeving aan een bestaande woning gestelde eisen; de bewoning niet in strijd is met de regels gesteld in de Omgevingswet
d.
de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, en de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was;
a.
ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10 voor een termijn van ten hoogte 10 jaar; het college van B&W kan ander gebruik en/of een activiteit aanwijzen als kleine omgevingsplanactiviteit: Wanneer er geen of weinig relatie is met de instructieregels van het Rijk en de provincie; en
b.
Het een geringe impact heeft op de fysieke leefomgeving; en
11. 12.