CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Quickscan flora en fauna (april 2024)

Commissie Ruimte, Wonen en Duurzaamheid 3 december 2024, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Weigering verklaring van geen bedenkingen ivm planologische procedure vestiging en uitbreiding lwb Diefdijk Everdingen3.108 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Wnb Diefdijk 21 Everdingen

Quickscan Wnb Diefdijk 21 Everdingen

Titel

Quickscan Wnb, Diefdijk 21, Everdingen

Uitvoering

Bureau Bleijerveld

Opdrachtgever

Bosman Bouwvergunningen & Advies Admiraal de Ruyterlaan 8F 1421 VL Uithoorn

Datum

16 april 2024

Status

2e versie

8451 KB Oudeschoot mob 06-40559568 mobleijerveld@gmail.com

www.ruimtevooradvies.nl

Schoterlandseweg 53

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 Aanleiding & doel 1.2 Methoden 1.3 Plangebied 1.4 Ingreep

1 1 2 2 4

2

Beschermde gebieden 2.1 Aanwezigheid beschermde gebieden 2.2 Effecten beschermde gebieden

5 5 5

3

NDFF-gegevens

6

4

Beschermde soorten 4.1 Planten 4.2 Zoogdieren 4.3 Vleermuizen 4.4 Vogels 4.5 Amfibieën 4.6 Reptielen 4.7 Vissen 4.8 Ongewervelden 4.9 Samenvatting

7 7 7 7 7 8 8 8 8 9

5

Conclusies 5.1 Beschermde gebieden 5.2 Beschermde soorten

10 10 10

Bronnen Bijlage I. Wettelijk kader en beleidsbeleid

11

1 1.1 Aanleiding & doel

Inleiding

Aan de Diefdijk 21 in Everdingen bevindt zich een bedrijfsterrein. Het voornemen bestaat om deze locatie een woning te bouwen. Onder meer bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met beschermde soorten en gebieden. Wet- en regelgeving omtrent deze soorten en gebieden is vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb, 2017) en de provinciale omgevingsverordening (Nederlands Natuurnetwerk).

Figuur 1 Globale ligging plangebied (rood).

Het onderhavige rapport beschrijft de resultaten van de quickscan van beschermde natuurwaarden in en rond het plangebied. De rapportage kan dienstdoen als onderbouwing bij bestemmingsplanwijzigingen en ontheffings- of vergunningaanvragen in het kader van de Wet Natuurbescherming of omgevingsverordening. Een quickscan betreft een beoordeling van de aanwezige natuurwaarden in en rond het plangebied op basis van beschikbare gegevens, een terreinbezoek en ecologische kennis. De quickscan is een momentopname en geen standaard veldinventarisatie waarbij meerdere veldrondes in een seizoen worden uitgevoerd. Een quickscan geeft daardoor een beperkter beeld dan een standaard veldinventarisatie. Omdat het onderzoek een momentopname betreft kan geen rekening worden gehouden met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek.

Quickscan Wnb Diefdijk 21 Everdingen

1

1.2 Methoden

Bij de beoordeling van het plangebied is een bronnenonderzoek verricht naar het voorkomen van beschermde soorten en de ligging van beschermde gebieden in de regio. Daarvoor zijn de gegevens van de Nederlandse Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Voor de ligging van beschermde gebieden is gebruik gemaakt van de digitale atlas van provincie Utrecht. Op 16 november 2023 is het plangebied bezocht. Daarbij is gelet op de aanwezigheid van beschermde soorten en sporen. Verder is het terrein beoordeeld op de geschiktheid voor beschermde soorten (habitatbeoordeling).

1.3 Plangebied

Aan de Diefdijk ligt het terrein van een loonbedrijf. Het terrein is half-verhard en wordt gebruikt voor het stallen van materieel. Op het terrein staan drie gebouwen: een paardenstal aan de noordkant (fig. 9, nr. 1), een langgerekte werkschuur (nr. 2) in het midden en een voormalige schuur (nr. 3) aan de zuidkant. De voormalige schuur verkeert in slechte staat en is deels ingestort. Ten oosten van de werkschuur stond een woning (nr. 4) die in een eerder stadium is gesloopt. Ten westen van de bouwvallige schuur stond een schuur die is ingestort (nr. 5). Rond het bedrijfsterrein liggen graslanden. Het feitelijke plangebied wordt gevormd door het terreintje ten zuiden van de werkschuur. Dit bestaat uit grasland, een depot voor sloopmaterialen en de voormalige schuur. In het plangebied ontbreekt opgaande begroeiing op één jonge conifeer na. Op het bedrijfsterrein is geen oppervlaktewater aanwezig. Langs de buitenzijde lopen kavelsloten.

Figuur 2. Luchtfoto plangebied met perceelgrens (rood).

Quickscan Wnb Diefdijk 21 Everdingen

2

Figuur 3. Bouwlocatie in oostelijke richting gezien met op de achtergrond de Diefdijk.

Figuur 4. Bouwlocatie in zuidoostelijke richting gezien met op de achtergrond de Diefdijk.

Figuur 5. Bouwlocatie in zuidwestelijke richting gezien.

Figuur 6. Bouwlocatie in westelijke richting gezien.

Figuur 7. Oostkant voormalige schuur.

Figuur 8. Westkant voormalige schuur.

Quickscan Wnb Diefdijk 21 Everdingen

3

1.4 Ingreep

Het voornemen bestaat om ten zuiden van de werkschuur een woning (nr. 6) te realiseren en aan de westzijde van het terrein een bedrijfsgebouw (nr.7). De voormalige schuur verkeert in zeer slechte staat en wordt afgebroken.

Figuur 9. Overzicht oud- en nieuwbouw.

Figuur 10. Impressie nieuwbouw woning (b) en bedrijfsgebouw (o). Quickscan Wnb Diefdijk 21 Everdingen

4

2 2.1 Aanwezigheid beschermde gebieden

Beschermde gebieden

Het plangebied ligt niet in of in de directe omgeving van beschermde natuurgebieden. In de omgeving liggen onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland. De minimale afstand tot deze gebieden bedraagt circa anderhalve kilometer. In de directe omgeving liggen geen Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde gebied (Lingegebied & Diefdijk-Zuid) bevindt zich op een minimale afstand van circa twee kilometer.

Figuur 11. Ligging plangebied t.o.v. beschermde natuurgebieden.

2.2 Effecten beschermde gebieden

Het plan heeft geen directe gevolgen voor beschermde gebieden door bijvoorbeeld oppervlakteverlies. Gelet op de beperkte schaal van het plan en de grote afstand tot beschermde gebieden is externe werking op voorhand uit te sluiten met uitzondering van stikstofdepositie. Mogelijk is in dit verband een Aeriusberekening vereist. Een beoordeling in het kader van het stikstofbeleid is echter geen onderdeel van dit onderzoek.

Quickscan Wnb Diefdijk 21 Everdingen

5

3

NDFF-gegevens

In de Nationale Databank Flora en Fauna zijn van de afgelopen tien jaar geen waarnemingen uit het plangebied bekend. In een straal van circa 250 meter rond het plangebied zijn verschillende beschermde soorten uit vier soortgroepen waargenomen.

Vleermuizen Van de soortgroep vleermuizen zijn vijf soorten waargenomen, namelijk gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis. De meeste waarnemingen betreffen gewone dwergvleermuis. Alle waarnemingen hebben betrekking op overvliegende dieren die vanaf de Diefdijk zijn vastgesteld in het kader van een transecttelling (NEM).

Zoogdieren Van de strikter beschermde zoogdieren is alleen de steenmarter eenmaal waargenomen als verkeersslachtoffer.

Vogels Van de soortgroep vogels zijn 28 soorten waargenomen waaronder soorten die over vaste nestplaatsen beschikken, zoals steenuil en huismus. De meeste waarnemingen van steenuil zijn gedaan in bomen langs de Diefdijk, onder meer ter hoogte van het plangebied. Geen van de waarnemingen geven informatie over nestplaatsen. Omdat de waarnemingen in het voorjaar zijn gedaan is het aannemelijk dat in het gebied in ieder geval één nestplaats aanwezig is.

Amfibieën Van de strikt beschermde soorten amfibieën is alleen de heikikker in het gebied bekend. De waarnemingen zijn verspreid over de polders in het gebied gedaan, met name in de Polder Over-Zijderveld ten westen van het plangebied.

Quickscan Wnb Diefdijk 21 Everdingen

6

4

Beschermde soorten

4.1 Planten

De beoogde bouwlocatie bestaat uit soortenarm grasland, ruigte en halfverharding. Een deel is in gebruik als depot van sloopmateriaal. De begroeiing bestaat uit algemene grasland- en ruigtesoorten zoals gewone paardenbloem, paarse dovenetel, zwarte nachtschade, grote brandnetel, robertskruid en basterdwederik sp. Er zijn geen bedreigde of beschermde soorten gevonden.

4.2 Zoogdieren

Alle inheemse soorten zoogdieren met uitzondering van de mol zijn in meer of mindere mate beschermd. Op de locatie zijn geen zoogdieren of sporen daarvan waargenomen. Het plangebied bestaat uit soortenarm grasland en ruigte tussen sloopmaterialen. Voor zoogdieren vormt het een marginaal leefgebied. Er zijn algemene soorten te verwachten als veldmuis, huisspitsmuis en gewone bosmuis. Voor de te verwachten soorten geldt in geval van ruimtelijke ingrepen een algemene vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wnb. Het terreintje is qua oppervlakte en kwaliteit te marginaal om van wezenlijk belang te zijn als leefgebied voor kleine marterachtigen. De voormalige schuur bezit geen spouw en het dak – voor zover nog intact – heeft geen beschot waardoor verborgen ruimten ontbreken. In de schuur zijn geen sporen van gebruik van marters aangetroffen.

4.3 Vleermuizen

Alle soorten vleermuizen zijn strikt beschermd in de Wnb volgens het regime van de Europese Habitatrichtlijn. Van dergelijke soorten is het functionele leefgebied jaarrond beschermd. Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van kunstwerken, zoals gebouwen. In het plangebied zijn geen bomen aanwezig die geschikt zijn als verblijfplaats. De voormalige schuur bezit geen spouw en het dak – voor zover nog intact – heeft geen beschot of daklijsten waardoor verborgen ruimten ontbreken die geschikt zijn voor vleermuizen. Verblijfplaatsen zijn hier uit te sluiten. Vanwege de ligging, de kleine oppervlakte en de openheid is een wezenlijke rol in vlieg- en foerageerroutes uit te sluiten. Het plan heeft geen wezenlijke invloed op deze functies.

4.4 Vogels

Alle inheemse broedvogels zijn beschermd in de Wnb volgens het regime van de Europese Vogelrichtlijn. De Wnb maakt onderscheid tussen vogels zonder en met vaste broedplaatsen. Van vogels zonder vaste broedplaats zijn alleen de broedsels beschermd en niet het leefgebied. Van vogels met een vaste broedplaats is naast de broedplaats (jaarrond) ook het functionele leefgebied beschermd.

Broedvogels zonder vaste nestplaatsen Binnen het plangebied zijn broedvogels wat betreft het buitenterrein niet waarschijnlijk maar niet geheel uit te sluiten in de conifeer en de opslag er omheen. De voormalige schuur mist verborgen ruimten maar is in potentie wel geschikt voor soorten van half-besloten nestplaatsen zoals holenduif, witte kwikstaart en zwarte roodstaart.

Quickscan Wnb Diefdijk 21 Everdingen

7

Broedvogels met vaste nestplaatsen De voormalige schuur bezit geen spouw en het dak – voor zover nog intact – heeft geen beschot of daklijsten waardoor verborgen ruimten ontbreken die geschikt zijn voor soorten met vaste nestplaatsen zoals huismus, steenuil en kerkuil. Dergelijke soorten zijn uit te sluiten. 4.5 Amfibieën

Alle soorten amfibieën zijn in meer of mindere mate beschermd. In het plangebied komt geen oppervlaktewater waardoor voortplantingshabitat ontbreekt. Het plangebied bestaat uit soortenarm grasland en een depot voor sloopmaterialen. Voor amfibieën in de landfase vormt dit een marginaal leefgebied. Er zijn hoogstens algemene, licht beschermde soorten te verwachten waarvoor een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ingrepen, zoals bruine kikker en gewone pad.

4.6 Reptielen

Alle soorten reptielen zijn in meer of mindere mate beschermd. Het plangebied vormt geen geschikt leefgebied voor de Nederlandse soorten reptielen en in de polder tussen de A2 en de Lek zijn geen populaties reptielen bekend. Een negatief effect op deze soortgroep is daarom uit te sluiten.

4.7 Vissen

In het plangebied komt geen oppervlaktewater voor. Een negatief effect op vissen in het algemeen is daarom uit te sluiten.

4.8 Ongewervelden

De beschermde soorten ongewervelden zijn gebonden aan zeer specifieke habitats. In het plangebied geen habitats voor van de beschermde soorten ongewervelden. Deze soortgroep is daarom in zijn geheel uit te sluiten.

Quickscan Wnb Diefdijk 21 Everdingen

8

4.9 Samenvatting

In het plangebied is het voorkomen van algemene, licht beschermde soorten zoogdieren en amfibieën niet geheel uit te sluiten. Voor de te verwachten soorten geldt een algemene vrijstelling van de Wnb in geval van ruimtelijke ingrepen. In de voormalige schuur en ter plaatse van de conifeer en opslag moet rekening worden gehouden met algemene broedvogels zonder vaste nestplaatsen. Van de overige soortgroepen is het voorkomen van beschermde soorten uit te sluiten of er is geen negatief effect op te verwachten. Tabel 1: Beschermde soorten die binnen de planlocatie worden verwacht op basis van bestaande gegevens en het veldbezoek. SOORTGROEP

TOELICHTING

BESCHERMDE SOORTEN GEEN

Planten

WNB

HR

VR

X

Zoogdieren

Algemene soorten

Vleermuizen

Verblijfplaatsen

Vleermuizen

Foerageergebied

Vleermuizen

Vliegroutes

Broedvogels

Zonder vaste nestplaats

Broedvogels

Met vaste nestplaats

Amfibieën

Algemene soorten

Alg. vrijstelling X Verwaarloosbaar X Mogelijk X Alg. vrijstelling

Reptielen

X

Vissen

X

Ongewervelden

X

Quickscan Wnb Diefdijk 21 Everdingen

9

5

Conclusies

5.1 Beschermde gebieden

Het plangebied is geen onderdeel van beschermde natuurgebieden en de afstand tot deze gebieden is te groot om een externe invloed te ondervinden van het plan. Een toetsing aan het stikstofbeleid valt buiten het kader van dit onderzoek.

5.2 Beschermde soorten

Algemene zoogdieren (nationaal beschermde soorten Wnb, art. 3.10) Door grondwerkzaamheden kan verstoring van deze soorten optreden en ook sterfte van dieren. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten geldt afhankelijk van de provincie een vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. In provincie Utrecht geldt deze vrijstelling voor alle te verwachte soorten. Aanvullende maatregelen zijn voor deze soorten niet noodzakelijk. Broedvogels zonder vaste nestplaatsen (Wnb-Vogelrichtlijn, art. 3.1 ) Door het rooien van begroeiing en het afbreken van de voormalige schuur tijdens het broedseizoen kan sterfte van vogels en verstoring van broedsels optreden. Dit is verboden volgens de Wnb. Daarom dienen deze ingrepen buiten het broedseizoen plaats te vinden tenzij een inspectie uitwijst dat geen broedsels aanwezig zijn. De piek van het broedseizoen beslaat de periode van 15 maart tot 15 juli, maar eerdere en vooral latere broedgevallen zijn mogelijk. In de periode van 1 september tot 1 maart is de kans op broedgevallen gering.

Soortgroep

Soort

Maatregel/vervolgactie

Planten

Alle

¾

Vleermuizen

Kleine soorten

¾

Zoogdieren

Alle

¾

Vogels zonder vaste

Alle

Rooien en slopen buiten de periode (1 mrt) 15 maart – 15 juli (1 sep)

verblijfplaats

of inspectie vooraf Alle

¾

Amfibieën

Alle

¾

Reptielen

Alle

¾

Vissen

Alle

¾

Ongewervelden

Alle

¾

Vogels met vaste verblijfplaats

Quickscan Wnb Diefdijk 21 Everdingen

10

Bronnen

1. www.ndff.nl 2. www.provincie-utrecht.nl 3. www.synbiosis.alterra.nl

Quickscan Wnb Diefdijk 21 Everdingen

11

Bijlage I

Wettelijk kader en beleidskader

De toets is gericht op de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden. De bescherming is in de wet geregeld middels de Wet natuurbescherming. De gebiedsbescherming die voortkomt uit het beleid uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de provinciale structuurvisies en verordeningen (NNN/EHS) neemt een aparte positie in. Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming (Wnb) verenigt of vervangt verschillende wetten en verdragen op het gebied van bos- en natuurbescherming, te weten: • • • •

Voormalige Flora- en Faunawet Europese Vogelrichtlijn Europese Habitatrichtlijn, Verdrag van Bonn en Verdrag van Bern Voormalige Boswet

Activiteiten mogen niet leiden tot een overtreding van de verbodsbepalingen. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • •

•

Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geen voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

De Wnb kent verschillende beschermingsregimes voor nationaal beschermde soorten, Vogelrichtlijnsoorten en Habitatrichtlijnsoorten. Elk van deze drie beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten en belangen voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de verbodsbepalingen die relevant zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen en dergelijke. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de rustplaatsen en eieren van vogels voortplantingsplaat- sen of te vernielen of te beschadigen, of rustplaatsen van dieren te nesten van vogels weg te nemen. beschadigen of te vernielen. Art 3.1 lid 3 Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en Het is verboden eieren van

Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Niet van toepassing

deze onder zich te hebben.

dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing. Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Niet van toepassing.

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Vrijstelling In sommige gevallen geldt voor een handeling die gevolgen heeft voor een soort een vrijstelling. Vormen van vrijstellingen zijn het toepassen van een gedragscode, een programmatische aanpak, een provinciale verordening en een ministeriele regeling. Zorgplicht De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leef- omgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Bevoegd gezag De provincie waarin een handeling plaatsvindt is in principe verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wnb. In een aantal gevallen is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland namens het Rijk verantwoordelijk. Het gaat om zaken van nationaal of provincie-overschrijdend belang, zoals Rijkswegen, -wateren en militaire activiteiten. Rode lijst

Een Rode Lijst bevat een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Dit wordt bepaald op basis van zeldzaamheid en/of negatieve trend. De lijsten worden periodiek vastgesteld door de minister van EZ. Rode lijsten hebben geen juridische status. Als een soort op de lijst komt, is deze niet automatisch beschermd. Daarvoor moet de soort worden aangewezen onder de Wnb. De Rode lijsten helpen daarbij. Deze lijsten worden ook gebruikt om te toetsen of de beleidsdoelen over biodiversiteit worden gehaald (www.rijksoverheid.nl).

NNN/EHS

Het Nationale Natuurnetwerk (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur EHS) is een netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland. De EHS is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De juridische borging van de nationale ruimtelijke belangen die in de SVIR worden aangewezen vindt plaats via het

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De rijkslijn zoals verwoord in het SVIR en Barro is dat er bij EHS geen sprake is van externe werking. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen. In of in de nabijheid van een NNN-gebied geldt het 'nee, tenzij'-principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële)waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd. De planologische bescherming van het NNN vindt plaats in op basis van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen bestemmingsplannen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=25ad7e29-d282-45c8-9eaf-213fdd3606d3