CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Overzicht wijzigingen nieuwe verordening Wmo 2022 t.o.v. verordening 2020.docx

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 14 december 2021, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Verordening maatschappelijke ondersteuning 20221.004 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

OVERZICHT INHOUDELIJKE WIJZIGINGEN VERORDENING WMO 2022 T.O.V. VERORDENING WMO 2020 Bijlage bij raadsvoorstel Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Vijfheerenlanden 2022 Zaaknr. 347759 Wijziging / nieuwe tekst Art. 3.2.2 lid 2 Als er in het huishouden van de inwoner kinderen zijn jonger dan 5 jaar, dan kan de maatwerkvoorziening ook bestaan uit ondersteuning bij de zorg voor deze kinderen. Deze ondersteuning wordt alleen ingezet als andere hulp uit het sociale netwerk of het voorliggend veld niet, of niet tijdig kan worden ingezet en is bedoeld om de periode tot deze andere hulp beschikbaar is te overbruggen. Deze ondersteuning wordt ingezet tot het moment waarop deze andere hulp wel beschikbaar is.

Art. 3.5.1 lid 2 Als de inwoner voor het vervoer naar de maatwerkvoorziening in de vorm van dagbesteding is aangewezen op vervoer dat door de gemeente wordt gefinancierd, dan maakt de inwoner gebruik van de dichtstbijzijnde passende dagbestedingsvoorziening. Art. 3.6 lid 7 De gemeente verstrekt geen vervoersvoorziening aan inwoners die vanwege een beperking in de mobiliteit onvoldoende mogelijkheden hebben om binnen redelijke grenzen contact met anderen te hebben, en die een persoon buiten de directe woon- en leefomgeving wil bezoeken, tenzij: a. de inwoner vanwege de beperkingen geen gebruik kan maken van de bovenregionale vervoersvoorziening voor mensen met een mobiliteitsbeperking; en b. dit bezoek noodzakelijk is voor de inwoner om eenzaamheid te verminderen of te voorkomen.

Toelichting Zorg voor kinderen onder de 5 jaar, als onderdeel van huishoudelijke ondersteuning, is ook in de huidige verordening opgenomen. Deze vorm van huishoudelijke hulp levert hoge en dure indicaties op. Er zijn echter voorliggende voorzieningen beschikbaar zoals kinderopvang, eventueel op sociaal medische indicatie, met vergoeding via de bijzondere bijstand. Door deze wijziging blijft deze vorm van kindzorg nog wel mogelijk, maar alleen als de voorliggende voorziening niet of niet tijdig beschikbaar is, of wel beschikbaar is maar door de inwoner niet wordt gebruikt. In deze bepaling wordt geregeld dat de inwoner die voor vervoer naar de dagbesteding is aangewezen op vervoer dat door de gemeente is gefinancierd, wordt geacht naar de dichtstbijzijnde dagbesteding te gaan.

In de huidige verordening is opgenomen dat voor bovenregionaal vervoer onder voorwaarden ook gebruik mag worden gemaakt van het collectieve Wmovervoer. Deze bepaling regelt dat voor bovenregionaal contact eerst de bovenregionale vervoersvoorziening voor mensen met een mobiliteitsbeperking (Valys) is aangewezen, tenzij de inwoner in verband met de beperking hiervan geen gebruik kan maken. In de nieuwe verordening blijft collectief vervoer vanuit de Wmo voor bovenregionaal contact wel mogelijk, mits het echt niet anders kan.

Art. 4.3.1 lid 4 De gemeente verstrekt geen pgb in de volgende situaties: k. Gelet op de aard van de beperking van de inwoner is de verwachting dat de maatwerkvoorziening waarvoor het pgb wordt verleend binnen afzienbare termijn niet meer passend zal zijn.

Art. 4.3.3 lid 5 … 5. Hulp door een bloed- of aanverwant in de eerste, tweede of derde graad, wordt altijd als hulp uit het sociaal netwerk gezien. Wordt de hulp gegeven door een ander uit het sociaal netwerk die beroepsmatig de hulp verleent, dan gelden de regels voor formele hulp met pgb van artikel 6.3.

Art. 4.3.3 lid 6 De hoogte van het persoonsgebonden budget voor onderstaande voorzieningen worden bepaald op basis van het laagst toepasselijk tarief wanneer deze voorziening in natura zou zijn verstrekt. Hiervoor gelden de volgende maximum percentages en tarieven: …… a. Gecertificeerde zorgaanbieders: 100% van het natura tarief; b. ZZP-ers (zelfstandige zonder personeel): 85% van het natura tarief; c. Ondersteuning vanuit sociaal netwerk: 50% van het natura tarief tot maximaal een in de nadere regels opgenomen bedrag. Art. 4.3.4 De in dit hoofdstuk genoemde pgbtarieven voor hulp van een persoon uit het sociaal netwerk zijn niet lager dan het minimum uurloon inclusief vakantietoeslag, zoals bedoeld in de Wet Minimumloon en minimumvakantiebijslag

Het komt voor dat inwoners met een progressieve aandoening kiezen voor een pgb, terwijl op voorhand al vaststaat dat het hulpmiddel dat wordt aangeschaft binnen afzienbare tijd (bijvoorbeeld binnen 1 jaar) niet meer passend zal zijn. Om te voorkomen dat het hulpmiddel, dat in eigendom is aangeschaft, moet worden vervangen, terwijl de afschrijvingstermijn nog niet is verstreken, is ondersteuning in natura in deze situaties een meer voor de hand liggende oplossing. In de huidige verordening is bepaald dat hulp door een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad wordt beschouwd als hulp uit het sociaal netwerk. Dit wordt nu uitgebreid met bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad. Het gevolg is dat deze bloed- en aanverwanten niet als ZZP-er zorg kunnen verlenen. Dit wordt altijd beschouwd als hulp uit het sociaal netwerk, waarvoor een tarief van maximaal € 20,- per uur wordt gehanteerd. Dit werd bij Jeugdhulp al gehanteerd en is nu geharmoniseerd. In de huidige verordening is het pgbtarief voor hulp uit het sociale netwerk bepaald op maximaal 50% van het natura tarief. Om dit in overeenstemming te brengen met de regels over jeugdhulp, wordt dit tarief gemaximeerd op een in de nadere regels te bepalen bedrag. Dit is een bedrag van maximaal €20,- per uur.

Gelijktijdig wordt in de verordening een bepaling toegevoegd dat de pgb-houder aan de hulp uit het sociale netwerk tenminste het wettelijk minimumloon dient te betalen.

Op grond van jurisprudentie mag een pgb-houder aan een hulp uit het sociaal netwerk niet een lager uurtarief betalen dan het wettelijke minimumloon. In de oude verordening ontbrak deze bepaling.

voor een persoon van 22 jaar of ouder met een 36-urige werkweek. Art. 4.4.3 lid 5 De gemeente kan de inwoner op grond van in nadere regels omschreven omstandigheden vrijstellen van de eigen bijdrage.

Door deze nu op te nemen voldoet de verordening aan actuele jurisprudentie. Zeer kwetsbare inwoners kiezen er soms voor om zorg te mijden vanwege de verschuldigde eigen bijdrage. Dit kan leiden tot maatschappelijk onaanvaardbare situaties. Door deze delegatiebepaling in de verordening op te nemen kan het college nader beleid maken om in individuele situaties inwoners vrij te stellen van de eigen bijdrage.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=1fc7d960-fa0e-4a5a-bdde-ad01d14ce0d3