Oplegger.docx
Tekst van het document
Oplegger In deze oplegger vindt u een verklaring voor de keuzes in het actieplan armoede en schulden. Daarnaast wordt op verzoek van de commissie WOS teruggekomen op de keuzes die wij maken bij onze lokale subsidiëring (mede n.a.l.v. de inspreker Stichting Weekjeweg). Keuzes ambities In de opiniërende commissie van 16 september zijn een aantal voorkeursopties besproken. In het uiteindelijke actieplan wordt een keuze tussen de ambities gemaakt. De overkoepelende richtlijn staat in de inleiding van het actieplan beschreven. In de gemeente Vijfheerenlanden investeren we de aankomende jaren in preventieve projecten. Zo voorkomen we dat mensen in de armoede en schulden komen. Het huidige minimabeleid (dat verzachtend werkt) handhaven en optimaliseren we. Over twee ambities, namelijk vroegsignalering en duurzaamheid, was weinig discussie over de keuze. Deze ambities zijn dus onverkort opgenomen in het actieplan. Twee andere ambities, namelijk de draagkrachtgrens en de VHL-pas, kregen uiteenlopende reacties. Hieronder een (verkorte) herhaling van de besproken scenario’s tijdens de opiniërende commissie en de uiteindelijke keuze.
Draagkrachtgrens Scenario 1: Verhogen van de draagkrachtgrens van 120% naar 130% Door deze maatregel bereiken wij meer inwoners met onze minimaregelingen Het bereik van deze regelingen zou hiermee vergroot worden, simpelweg doordat er meer mensen voor de regelingen in aanmerking komen. Zowel de (voorgangers van de) adviesraad Sociaal Domein Vijfheerenlanden als de Cliëntenraad Avres maken zich hard voor de verhoging van de draagkrachtgrens om zo meer mensen te bereiken. Met de ophoging van de inkomensgrens wordt de doelgroep 20% groter. Geschat wordt dat de deelname aan de minimaregelingen/bijzondere bijstand met 5% zal stijgen (70.000 euro structureel). Een generieke ophoging van de draagkrachtgrens lost het probleem van de armoedeval niet op. Met een ophoging verplaats je de val naar een hoger inkomen. Optie 2: Werken aan een gedifferentieerde draagkrachtgrens Een lineaire verhoging van 120% naar 130% van de bijstandsnorm lost de zogenoemde armoedeval dus niet op. Een andere mogelijkheid die door lokale ketenpartners geopperd wordt is het werken met een gedifferentieerde draagkrachtgrens. Tot 120% van de draagkrachtgrens zou je dan 100% van de regelingen ontvangen. Tussen 120% en 130% ontvang je dan 50% van de regelingen.
Deze optie wordt ontraden door Avres en de (voorgangers van de) Adviesraad Sociaal Domein Vijfheerenlanden omdat de extra administratieve druk (en daarmee de kosten) niet in verhouding staan tot het aantal mensen dat hiermee geholpen wordt. Optie 3: De draagkrachtgrens van 120% handhaven Voordeel is dat we hetzelfde beleid blijven voeren als de andere Avres-gemeenten en daarmee extra kosten besparen. Daarnaast is de draagkrachtgrens nog niet lang geleden verhoogd en heeft deze maatregel geen effect voor de mensen die al onder de huidige draagkrachtgrens vallen. Over de drie opties zijn verdere gesprekken geweest met ketenpartners. Optie 2 viel daarbij af. In theorie is dit een goed idee, maar de hantering van (de facto) twee inkomensgrenzen leidt tot verwarring en in de uitvoering tot een grotere kans op forse fouten. Daarnaast zouden de overheadskosten substantieel toenemen. De adviesraden waren om deze reden tegen deze optie. Daarbij nemen wij ook in overweging dat de gemeentelijke regelingen slechts een zeer beperkte invloed hebben op het
bestedingsvermogen (en dus de armoedeval) van onze inwoners. Dit is gebleken uit de minimaeffectrapportage van het NIBUD. Wij delen daarom de opvatting van Avres en de adviesraden dat we met deze maatregel ons doel voorbij schieten. Dan blijft er een keuze over voor een generieke ophoging van de draagkrachtgrens of handhaving van de huidige draagkrachtgrens. Het belangrijkste argument voor een ophoging van de draagkrachtgrens is dat we meer mensen bereiken. Als voorbeeld: een gehuwd echtpaar zou bij 120% maximaal € 1.713,77 netto mogen verdienen, bij 130% € 1.856,59.1 De grens is per definitie arbitrair (en dat zal zij ook blijven als de grens naar 130% opgehoogd wordt). Aan de andere kant hebben we pas sinds kort een draagkrachtgrens van 120%. Het is nog te vroeg om te zeggen of deze beleidswijziging het gewenste effect gesorteerd heeft. Op dit moment de draagkrachtgrens ophogen is vanuit beleidsmatig oogpunt prematuur. We bereiken de mensen tussen 110% en 120% nog onvoldoende om een verdere verhoging te adviseren. Daarnaast zorgt een ophoging, zoals eerder betoogd, niet voor het verdwijnen van de armoedeval. De draagkrachtgrens van 120% heeft als aanvullend voordeel dat we hetzelfde beleid hanteren als de andere Avres-gemeenten. Om deze redenen zien we op dit moment af van een generieke verhoging van de draagkrachtgrens.
Tijdens de opiniërende commissie hebben de partijen zich ook uitgesproken voor maatwerk. Binnen de systematiek van de draagkrachtgrens is dat uiteraard lastig te realiseren. Er blijven namelijk altijd mensen die net buiten de voorwaarden vallen. Dit is bij alle voornoemde opties het geval en een opgave die breed in het sociaal domein speelt. De (voorlopers van de) Adviesraad Sociaal Domein Vijfheerenlanden bevestigen dat er wel een lacune in de huidige regeling zit. Een aantal regelingen van Avres is niet beschikbaar voor mensen in de schulden. Concreet gaat het hier om mensen die in de WSNP of een minnelijk schuldtraject zitten, een ‘hoog’ inkomen op papier hebben, maar door de schuldregeling een laag maandbedrag ontvangen. Zij kunnen wel gebruik maken van de kindregelingen en de bijzondere bijstand. Zij komen niet in aanmerking voor de overige regelingen. Het gaat hier om een zeer beperkt aantal huishoudens. Het geld dat zij ontvangen via Avres is vrijgesteld van de schuldregeling, dus wordt niet direct ingevorderd. Het college van B&W wil zich inzetten om deze lacune op te lossen en gaat zich hiervoor in het Avres-bestuur hard maken. Het gaat voor Vijfheerenlanden om 160 dossiers met ingeschatte kosten van 25.000 euro structureel. Minimapas Tijdens de opiniërende commissie zijn verschillende opties voor een minimapas besproken.
Een aantal partijen vroeg om een verheldering over de huidige situatie en de meerwaarde van een minimapas. Stichting Leergeld AV voert op dit moment de kindregelingen uit. Zij toetsen aan de hand van het inkomen van de ouders of een kind in aanmerking komt. Daarna kijken ze samen naar de best mogelijke besteding. Elk kind krijgt hiervoor een budget per jaar, om een aanvraag te doen dat bij het kind past. Door onderwijs of sportkosten niet te limiteren, is het mogelijk om voor elk kind maatwerk te maken. Leergeld heeft de voorkeur om te investeren in participatie van de kinderen, door sportactiviteiten of schoolkosten voorrang te geven op materiële zaken, zoals kleding, computer of een fiets. Wanneer er een noodzaak is om in materieel te voorzien, biedt Leergeld deze mogelijkheid aan ouders. Hierdoor kan een kind in elk facet in de samenleving meedoen. Leergeld heeft zorgvuldig onderzocht welke activiteiten, passend binnen het budget, nodig zijn voor een kind om in de basis mee te kunnen doen. In de werkwijze streeft Leergeld er naar de kosten voor ouders rechtstreeks te betalen. Het college van B&W spreekt een sterke voorkeur uit voor handhaving van de huidige situatie. Stichting Leergeld AV is al jarenlang een vakkundige en betrouwbare partner bij de uitvoering van de kindregelingen. Omdat zij samen met het gezin kijken wat er nodig is weten we zeker dat
1 Peildatum 1-7-2020, deze bedragen veranderen mettertijd.
het geld op de goede plek komt (en dat er later in het jaar geen herhaalde aanvragen komen omdat bijvoorbeeld de schoolkosten vergeten zijn). De volledige implementatie van een minimapas heeft op dit moment geen concrete meerwaarde. De dienstverlening van Stichting Leergeld AV verloopt op dit moment naar volle tevredenheid. Het implementeren van een pas heeft als inherent risico dat het geld niet voor het beleidsdoel van de gemeente ingezet wordt (bijvoorbeeld uitgeven aan sportkleding in plaats van de contributie van sport). Het is uiteraard mogelijk om aanvullend op de bestaande regelingen een VHL-pas in te stellen voor de maatschappelijke participatie van kinderen. Binnen het bestaande pakket van Stichting Leergeld AV is al ruimte voor maatschappelijke participatie. Naar aanleiding van de opmerkingen in de commissie WOS is (afzonderlijk) aan Stichting Leergeld AV en Intermediad (uitvoerder U-pas en Dordtpas) gevraagd of een pas voor maatschappelijke participatie mogelijk is. Dat is het geval. De kosten worden op dit moment ingeschat op 80.000 euro structureel (bij een bijdrage per kind van 75 euro). Deze pas is relatief eenvoudig te implementeren. De vraag is natuurlijk of een pas voor maatschappelijke participatie op dit moment noodzakelijk is. Dit zou nieuw beleid zijn met een verzachtend, in plaats van een preventief, effect.
Binnen het actieplan is op dit moment gekozen voor behoud en verbetering van het huidige, verzachtende, beleid, en uitbreiding van de preventieve functie van het beleid. Een uitbreiding van verzachtend beleid is daar niet geheel mee te rijmen. Met deze beleidsinterventie voorkomen we immers geen armoede. Daarom wordt een uitbreiding voor aanvullende maatschappelijke participatie niet geadviseerd. Conclusie Het advies luidt om nieuwe projecten die een overwegend ‘verzachtend’ karakter hebben niet te financieren. Binnen de SMA is als uitgangspunt opgenomen om te werken aan preventie in het Sociaal Domein. Investeringen uit het Fonds Versterking Sociaal Domein worden aan de hand van deze uitgangspunten uitgegeven. Als de middelen aangewend worden om ‘verzachtende’ projecten te financieren, kunnen ze later niet gebruikt worden voor andere (transformatie)projecten in het Sociaal Domein. De inzet op preventie komt juist voort uit een wens om de problemen te voorkomen, in plaats van achteraf ‘op te lossen’ (voor zover dit mogelijk is). Een ophoging van de draagkrachtgrens, instellen van een extra bijdrage maatschappelijke participatie, en voortzetting minimavakanties (zie lokale subsidies) worden daarom ontraden. Als de gemeenteraad hiertoe wel besluit zijn de verwachte kosten 162.000 euro jaarlijks.
Lokale subsidies In deze oplegger is een overzicht van de lokale subsidies opgenomen. Zo ontstaat er een overzicht wat wij, naast onze deelname aan Avres, lokaal aan schulden en armoede doen. Wij subsidiëren (vrijwilligers)organisaties voor een deel van de ‘overhead’-kosten. Denk aan kantoorkosten of huur, om er zo voor te zorgen dat zij in onze gemeente kunnen werken. Het gaat hier om organisaties die voornamelijk een ‘verzachtend’ effect hebben op armoede. Wij subsidiëren tevens een aantal grotere partijen in onze gemeente voor het overgrote deel van de kosten. Deze partijen zetten in op een preventieve aanpak van schulden en armoede en dragen rechtstreeks bij aan het behalen van gemeentelijke beleidsdoelen/-verplichtingen. Concrete aanleiding van dit onderdeel is dat er een harmonisatieslag voor de voedselbanken noodzakelijk is en er een keuze gemaakt wordt of de minimavakanties structureel opgenomen moeten worden. Die zijn ook in dit overzicht opgenomen. Belangrijke kanttekening bij dit document: het is uiteraard niet zo dat partijen die niet in dit overzicht zijn opgenomen totaal geen invloed hebben op de aanpak van armoede en schulden. Er is louter gefocust op bestedingen vanuit het lokale minimabudget.
Subsidiepartners als Welzijn Vianen en SamenDoen worden hier niet van betaald, terwijl die partijen wel een flinke bijdrage aan onze doelstellingen leveren middels respectievelijk de Wijkwinkel en de vrijwillige schuldhulp. En daarnaast zijn er
organisaties die helemaal geen subsidie ontvangen maar wel een waardevolle bijdrage leveren voor onze inwoners, zoals de PCI. Organisatie
Stichting Leergeld Vianen
Budget
8.000
Samenvatting werkzaamheden
Stichting Leergeld Vianen helpt al jarenlang kinderen in armoede. De gemeente subsidieert de stichting om kinderen die tussen wal en schip vallen toch te helpen. De stichting maakt een eigen inschatting hoe dit op de beste manier kan (bijvoorbeeld door de jaarlijkse makeover). NB: de stichting doet veel aan eigen fondsenwerving (bijvoorbeeld door het Viaans dictee), daardoor hoeft het subsidiebudget niet altijd aangesproken te worden.
Voortzetting in 2021 e.v.
Het budget wordt gehandhaafd. We kijken samen met Stichting Leergeld AV en Stichting Leergeld Vianen op welke manier zij het beste samen kunnen werken.
Organisatie
Stichting Urgente Noden
Budget
8.000
Samenvatting werkzaamheden
Stichting Urgente Noden verzorgt snelle ondersteuning bij onverwachte uitgaven. Dit gebeurt op basis van maatwerk bij noodsituaties. Ook ontwikkelen zij op dit moment een sociaal leenfonds, om zo (kleine) schulden af te kopen.
Voortzetting in 2021 e.v.
Het budget wordt gehandhaafd. Er is sprake van cofinanciering, SUN heeft beschikking tot een groot aantal fondsen, waardoor ook een multipliereffect behaald kan worden. De samenwerking wordt door het Sociale Team als zeer goed ervaren, en SUN is een welkome aanvulling op het Noodfonds (het eerste instrument werkt zeer goed bij kleinere noden).
Organisatie
Stichting Weekje Weg
Budget
12.000 euro (uit inwonersinitiatieven)
Samenvatting werkzaamheden
Stichting Weekje Weg organiseert sinds 2019 minimavakanties voor de gemeente. Er kunnen 15 gezinnen mee. De gemeente draagt het gros van de kosten voor deze vakanties.
Voortzetting in 2021 e.v.
De minimavakanties worden in 2021 gefinancierd door een inwonersinitiatief. De doelstelling van de inwonersinitiatieven is dat zij na drie jaar zelf voor financiering kunnen zorgen. De organisatie heeft aangegeven dit niet te kunnen. Voor het subsidiejaar 2022 wordt daarom een subsidieaanvraag ingediend. Daarbij wegen wij het volgende af: er is geen sprake van een noodsituatie, geen sprake van een preventief karakter, en er is
geen sprake van cofinanciering. Ook dragen de vakanties niet bij aan het behalen van (een van de) doelen in het actieplan. Het is daarmee geen gemeentelijke taak om deze vakanties te organiseren. Deze subsidie zal dus, onder gelijk blijvende omstandigheden, niet voortgezet worden.
Organisatie
Voedselbanken
Budget
4.500 euro
Samenvatting werkzaamheden
Vijfheerenlanden kent twee voedselbankstichtingen met drie locaties (Zederik-Giessenlanden uit Arkel en Vijfheerenlanden uit Leerdam en Vianen). De beide stichtingen hebben te maken met ruimtegebrek. Op dit moment ontvangt louter de locatie Leerdam een subsidiebijdrage om de helft van de huur te dekken (n.a.l.v. een aangenomen motie uit 2017). De gemeente is Oasen in Vianen en de ondernemer Van Daalen uit Arkel erkentelijk voor de beschikbaarstelling van de huidige ruimtes ‘om niet’.
Voortzetting in 2021 e.v.
De Voedselbanken zien en verwachten door de jaren heen een toenemende vraag. Daarom is extra ruimte noodzakelijk. De Voedselbanken zijn inmiddels een belangrijke schakel voor onze noodhulp. Daarom willen we beide organisaties een tegemoetkoming in de huur (organisatiekosten) toezeggen. Het budget wordt hiermee jaarlijks 10.000 euro. Dit wordt opgevangen uit het minimabudget. We treden nader met de gemeente Molenlanden in gesprek over de subsidiëring van de Voedselbank Giessenlanden-Zederik.
Organisatie
Maatje Vijfheerenlanden
Budget
75.000 euro
Samenvatting werkzaamheden
Maatje Vijfheerenlanden ondersteunt de laatste jaren jaarlijks 130 mensen bij schuldenproblematiek. De maatjes zijn specifiek opgeleid om mensen met schulden te helpen. Zij voorkomen door hun aanpak dat mensen dieper in de problemen komen en helpen mensen uit hun schulden.
Voortzetting in 2021 e.v.
Het budget wordt gehandhaafd. Daarnaast is er een hoger ambitieniveau afgesproken. Zo kunnen we meer aan vroegsignalering doen en meer mensen op tijd helpen met hun schulden. Hiervoor is 100.000 euro structureel extra noodzakelijk. De aankomende jaren wordt dit gefinancierd uit het fonds versterking Sociaal Domein (Enecogelden), de structurele financiering wordt opgenomen in de kadernota 2021 (onvoldoende ruimte binnen bestaande minimabudget).