Opinievoorstel Wonen, Zorg en Welzijn
Tekst van het document
Opinievoorstel Zaaknummer: 1329264 Onderwerp Opiniërende notitie wonen, welzijn en zorg
Aanleiding Vanuit het Kleine Slimme Groepje ‘Sociaal Domein’ (KSG) heeft het college verzocht om voorafgaand aan de behandeling van visie op wonen, welzijn en zorg met een opinievoorstel te komen. De visie gaat een aantal opgave in beeld brengen en binnen deze opgave spelen er verschillende dilemma’s. De keuzes die Vijfheerenlanden hierin maakt zullen uiteindelijk samen komen in de visie. Om te komen tot een gedragen visie legt het college graag een aantal dilemma's voor. Inleiding Voor steeds meer mensen is het moeilijk een passende woning te vinden op de krappe woningmarkt. Sommige mensen hebben nog minder kansen, omdat ze zich in een kwetsbare situatie bevinden. Zij zijn vaak afhankelijk van extra zorg of begeleiding. Deze mensen noemen we ‘aandachtsgroepen op de woningmarkt’. Het programma ‘Een thuis voor iedereen’, dat onderdeel is van de Nationale Woon- en Bouwagenda, heeft als doel te zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen, met een evenwichtige verdeling over gemeenten en met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. Heel Nederland staat daarmee voor een grote opgave op het gebied van wonen, welzijn en zorg. De gemeente Vijfheerenlanden vormt daar geen uitzondering op. Passende en voldoende beschikbare huisvesting realiseren voor aandachtsgroepen is een uitdagende opgave.
De aandachtsgroepen die gehuisvest moeten worden zijn toegenomen, maar het woningaanbod blijft achter. Enerzijds is er sprake van een significante toename van ouderen en de ‘dubbele vergrijzing'. Anderzijds is er ook de beweging van het ‘weer zelfstandig wonen’ voor mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking. Door de druk op de woningmarkt, de stijging van huur- en koopprijzen en de komst van meer aandachtsgroepen, wordt het ook voor reguliere woningzoekenden lastiger om woonruimte vinden. Dit is specifiek zichtbaar bij starters (veelal jongeren) op de woningmarkt. Deze groep moet nu vaak noodgedwongen langer thuis blijven wonen. Dit alles leidt tot veranderingen in de vraag naar (type) woonruimte en type zorg en ondersteuning. Een evenwichtige en evenredige verdeling van de woningvoorraad is noodzakelijk om passende en voldoende beschikbare woningen te realiseren. Dit vergroot de noodzaak tot samenwerking tussen de gemeente, zorg- en welzijnsaanbieders en woningcorporaties. Zij zijn samen verantwoordelijk voor variatie binnen het woningaanbod, de woonomgeving en de zorg- en welzijnsinfrastructuur. Hoe we als gemeente Vijfheerenlanden invulling geven aan deze opgave zal worden opgenomen in een integrale visie op wonen, welzijn en zorg.
1
Het doel van de visie Voor de gemeente Vijfheerenlanden is het van belang dat alle inwoners goed in onze gemeente kunnen wonen, dat er een thuis is voor iedereen en dat langer zelfstandig wonen op een veilige en gezonde manier mogelijk wordt. Dit is ook noodzakelijk aangezien de vergrijzing en toename van de zorgvraag, binnen een intramurale setting, voor de Rijksoverheid tot zeer hoge zorgkosten leiden. Een gezamenlijk aanpak en integrale samenwerking tussen het fysieke en sociale domein is hiervoor van essentieel belang. De visie op wonen, welzijn en zorg staat niet op zichzelf, maar ligt in het verlengde van bestaand beleid, zoals de Omgevingsvisie, Woonvisie, dorpswoonvisies, gebiedsvisies, de Sociaal Maatschappelijke Agenda en het Integraal Zorgakkoord (IZA/GALA).
De scope van de visie We maken de behoefte van de verschillende aandachtsgroepen op het gebied van huisvesting, zorg en ondersteuning inzichtelijk. Vanuit het programma ‘Een thuis voor Iedereen’ wordt een onderscheid gemaakt tussen een drietal aandachtsgroepen: •
• •
Aandachtsgroepen met een huisvestings-, zorg- en ondersteuningsvraag Hiertoe behoren mensen met een sociale en/of medische urgentie, mensen die uitstromen uit een intramurale instelling (waaronder Beschermd Wonen), en statushouders. Voor Vijfheerenlanden gaat het vooral om mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking; mensen met een (ernstige) psychische kwetsbaarheid; mensen die uitstromen uit beschermd wonen, de maatschappelijke opvang en jeugdhulp met verblijf. Aandachtsgroepen met een accent op woonruimte Hiertoe behoren arbeidsmigranten, studenten en woonwagenbewoners Ouderen Lang niet alle ouderen hebben een zorgvraag of behoefte aan een specifiek soort woning. Verreweg de meeste ouderen (65-plussers) wonen zelfstandig en zijn vitaal. Toch worden ouderen gezien als aandachtsgroep op de woningmarkt. Het gaat namelijk om een zeer grote groep mensen die door vergrijzing snel groeit. Het is daarom belangrijk om ook te anticiperen op een toekomstige zorg- of ondersteuningsvraag en daarbij passende woning.
De visie op wonen, welzijn en zorg richt zich voornamelijk op de aandachtsgroepen met een huisvestings-, zorg-, en ondersteuningsvraag en ouderen. Voor andere aandachtsgroepen met enkel een accent op woonruimte hebben we al beleid (denk bijvoorbeeld aan woonwagenbeleid), is beleid voor in voorbereiding of wordt in regio verband samengewerkt aan de opgave. De opgave rondom statushouders vormt ook geen onderdeel van deze visie op wonen, welzijn en zorg. Discussie We vragen u om met name van gedachten te wisselen op welke manier Vijfheerenlanden invulling wil geven aan huisvesting van genoemde aandachtsgroepen in relatie tot zorg en ondersteuning. Waarbij de vraag is of en zo ja, op welke wijze het stimuleren van zelfredzaamheid een verlichting kan brengen op de gemeente en zorgpartijen die passende zorg en ondersteuning moeten leveren. Zo kan het blijven wonen in de eigen omgeving hieraan bijdragen. Hoe passende zorg en ondersteuning geboden wordt kan van invloed zijn op een woningbouwontwikkeling en zo zijn er tal van aspecten die met elkaar samenhangen.
2
De volgende dilemma’s worden aan u voorgelegd: 1. Bestaande woonsituatie centraal versus passende woonvormen in nieuwbouw centraal 2. Onderscheid in type kernen versus de programmering is leidend. 3. Extra aandacht voor starters versus aandachtsgroepen staan centraal. 4. We juichen alle nieuwe initiatieven toe versus we hanteren een afwegingskader voor nieuwe woonzorginitiatieven 5. Integrale aanpak van de omgeving door gemeente versus nieuwe initiatieven moeten een toekomstgerichte omgeving opleveren. Uiteraard zijn bovenstaande opties geen limitatieve opsomming van de dilemma’s waar we voor staan. Daarnaast zijn de opties binnen de dilemma’s ook niet zwart-wit. De dilemma’s vormen de basis voor de inhoud van het gesprek over waar volgens de raad het accent moet liggen ten aanzien van wonen, welzijn en zorg in Vijfheerenlanden.
Dilemma 1: Bestaande woonsituatie centraal versus passende woonvormen in nieuwbouw centraal: waar moet het accent liggen? Optie 1.1. Bestaande woonsituatie centraal De huidige woonsituatie is voor veel inwoners en aandachtsgroepen vertrouwd. Als gemeente stimuleren we daarom zo lang mogelijk thuis wonen. Om het mogelijk te maken dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen, zetten we in op het faciliteren van passende zorg in de bestaande woning. Samen met onze partners bieden we ondersteuning op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Optie 1.2. Passende woonvormen in nieuwbouw centraal Door toevoeging van geschikte woningen in nieuwbouw creëren we passende huisvesting voor aandachtsgroepen. We zetten daarbij in op geclusterde woonvormen, levensloopbestendige woningen of zorgwoningen. Dit doen we nabij een steunpunt (bijvoorbeeld een medisch centrum of verpleeghuis). Argumenten Optie 1.1. Verhuizen uit de bestaande woning en woonomgeving is een uitdaging Met name ouderen hebben moeite om de huidige woning en woonomgeving te verlaten, er is sprake van een sociale en emotionele binding met de buurt en men ziet vaak op tegen een verhuizing. Ook financieel betekent het vaak dat er kosten moeten worden gemaakt. Verhuizen is daardoor soms prijziger dan blijven wonen in de huidige woning. Een vertrouwde leefomgeving zorgt automatisch voor een hoger welbevinden.
Vaak is er een sociaal en maatschappelijk vangnet voorhanden in de eigen leefomgeving. Er komt daarmee minder druk te staan op de zorgprofessional. Door deze inzet van formele en informele zorg en ondersteuning in de bestaande woning, en het aanbieden van interessante welzijnsactiviteiten in de omgeving, wordt het mogelijk voor personen om langer zelfstandig te blijven wonen in de huidige woning. Valt deze informele zorg en ondersteuning weg, dan is dit voor professionele zorg steeds lastiger in te vullen. Zeker wanneer de cliënten verspreid over een wijk of dorp (of in het buitengebied) wonen. Zeker ook gezien de schaarste aan personeel in de zorgsector. Optie 1.2. Specifieke woonvormen leiden tot meer passend aanbod en creëren doorstroming. Bij nieuwe, passende woonvormen kan bijvoorbeeld worden gedacht aan geclusterd
3
wonen, levensloopbestendige en/of nultreden-woningen en specifieke zorgwoningen. Het toevoegen van deze woonvormen zorgt ervoor dat het aantrekkelijk kan worden om naar een meer passende woning (en omgeving) te verhuizen. Bij nieuwbouw kunnen alle hedendaagse eisen (inclusief eventuele domotica) worden meegenomen en de omgeving direct daarop worden ingericht. Het totale aanbod aan passende woningen neemt toe. Hierdoor kan bijvoorbeeld worden bespaard op Wmo-kosten voor woningaanpassingen. Een mooi neveneffect is dat door de tot stand gekomen doorstroming ook woningen vrijkomen voor regulier woningzoekenden. In geclusterde woonvormen kunnen diverse aandachtsgroepen geclusterd bij elkaar wonen. Dit heeft het voordeel dat de zorg direct voor meerdere cliënten beschikbaar is en daardoor de zorg en ondersteuning efficiënt en planbaar geleverd kan worden. Inwoners kunnen daardoor comfortabel en veilig wonen en blijven langer zelfredzaam. Daarnaast wordt met sociale voorzieningen zoals een gezamenlijke woonkamer een inclusieve woonomgeving gecreëerd en wordt de samenredzaamheid verhoogd. Ter overweging Gezien de demografische ontwikkelingen, de beoogde groei van de gemeente en de samenstelling van de woningvoorraad vormt de toevoeging van nieuwe woonvormen die tot meer passend wonen leiden een wenselijke ontwikkeling.
De nieuwbouw vormt echter slechts een beperkt onderdeel van de totale woningvoorraad. Er is daarom ook aandacht nodig voor de bestaande woonsituatie en woonomgeving. Dit kan niet los van elkaar worden gezien.
Dilemma 2: Onderscheid in type kernen versus de programmering is leidend: waar moet het accent liggen? Optie 2.1. Het type kern is leidend voor de vraag hoe de woon-, zorg- en welzijnsbehoefte ingevuld gaat worden Vijfheerenlanden kent qua inwonertal en voorzieningenniveau een verschil in kernen. Daarmee is er ook een verschil in welke mate aandachtsgroepen zelfredzaam kunnen zijn in deze kernen. Een denklijn kan zijn dat, daar waar de voorzieningen zijn, de huisvesting van aandachtsgroepen extra wordt gefaciliteerd. Optie 2.2. We programmeren over de kernen heen Ongeacht waar aandachtsgroepen in onze gemeente wonen, wordt ingezet om de zelfredzaamheid en kwaliteit van leven te bevorderen. Argumenten Optie 2.1. Een verzorgingskern kent een andere behoefte dan de kleine kernen of stedelijke kernen. Het huisvesten van aandachtsgroepen binnen de grotere stedelijke kernen en voorzieningenkernen is vaak gemakkelijker te realiseren dan binnen de kleinere (perifere) kernen zonder voorzieningen zoals een supermarkt, medisch steunpunt of dorpshuis. Ook openbaar vervoer kan daarbij een dilemma zijn. Ten behoeve van een efficiënte zorg en maatschappelijke ondersteuning zouden deze aandachtsgroepen verhoudingsgewijs meer in de grotere kernen gehuisvest moeten worden. Wanneer men meer buiten wil wonen, betekent dit automatisch dat inwoners meer vitaal en/of zelfredzaam moeten zijn.
Optie 2.2. De programmering van nieuwbouw zorgt voor voldoende aanbod voor diverse aandachtsgroepen ongeacht de kern.
4
Wanneer we de woningbehoefte en daarmee de programmering leidend laten zijn en daarmee een betaalbaar en gedifferentieerd programma realiseren, dan hoeft het type kern niet uit te maken. Want zowel in verzorgingskernen als in kleine kernen wordt voldoende nieuwbouw toegevoegd om diverse aandachtsgroepen te huisvesten. Voor het leveren van zorg en ondersteuning wordt in deze kernen dan een wat groter beroep gedaan op informele zorg en mantelzorg op basis van de sociale netwerken die hier doorgaans ook sterk aanwezig zijn. De bevindingen in de verschillende dorpswoonvisies bevestigen dit beeld. Ter overweging Met de toevoeging van aanvullende woonvormen en voorzieningen voor de verschillende aandachtsgroepen wordt rekening gehouden met de karakteristieken van de verschillende dorpen, zowel ten aanzien van de aanwezige voorzieningenstructuur, de ligging alsook de samenstelling van de inwoners (en hun behoeften) en de veerkracht van deze dorpen.
Dilemma 3. Extra aandacht voor starters versus aandachtsgroepen staan centraal. Optie 3.1. Ook starters hebben recht op een woonplek Door de stagnatie op de woningmarkt en de voorrang voor aandachtsgroepen, zijn de kansen voor starters (met name jongeren) verkleind. Dit leidt in sommige situaties tot spanning binnen de thuissituatie met het risico op extra beroep op ondersteuning. Optie 3.2. Aandachtsgroepen zijn niet voor niets aandachtsgroepen De rijksoverheid heeft in haar programma ‘Een thuis voor iedereen’ starters niet tot de ‘aandachtsgroepen’ gedefinieerd. Zij zullen zelfstandig hun weg tot de woningmarkt moeten vinden. Argumenten Optie 3.1. We zien het gevaar van te lang thuis moeten wonen Door de grote vraagdruk zijn met name de nog thuiswonende starters gedwongen om langer thuis te blijven wonen. Dit leidt in een aantal situaties tot spanningen in de thuissituatie. Het gebrek aan mogelijkheden en perspectief op een eigen woning wordt daarmee een oorzaak voor zorg- en ondersteuningsvragen. Er wordt mogelijk een beroep gedaan op ondersteuning en begeleiding om de situatie beheersbaar te houden. Dit betekent ook eventueel extra kosten binnen het sociale domein. Voor onze gemeente zijn deze jongeren belangrijke en onmisbare inwoners. Zo dragen ze bij aan het functioneren van gemeenschappen zoals sportverenigingen, zowel sociaal als economisch.
En ook voor de instandhouding van onderwijsvoorzieningen (op langere termijn) zijn jongeren in onze gemeente onmisbaar. We zullen daarom zowel in de nieuwbouw (programmering) en in de bestaande voorraad (door bijvoorbeeld woningdeling of splitsing) extra aandacht voor deze groep moeten hebben. Optie 3.2. Aandachtsgroepen zijn niet voor niets aandachtsgroepen De aandachtsgroepen claimen jaarlijks de nodige woonruimten vanwege hun zwakkere positie op de woningmarkt. Wanneer ook starters worden bevoorrecht leidt dat tot nog minder kansen voor regulier woningzoekenden. Starters zullen zelf meer verantwoordelijkheid moeten nemen door zich tijdig in te schrijven in Woningnet of Woongaard; door meer te sparen en zo op enig moment een woning te kunnen kopen of huren. De gemeente doet al wat binnen haar macht ligt (zoals het verstrekken startersleningen).
5
Ter overweging De kwetsbare positie van aandachtsgroepen wordt niet betwist. Voor een evenwichtige inwonerssamenstelling zijn starters echter onmisbaar. Daarom zal de gemeente samen met relevante (markt)partijen en woningcorporaties alles op alles moeten zetten om ook de kansen van starters aanzienlijk te vergroten. Een betere benutting van de woningvoorraad (zoals door woningdeling of woningsplitsing mogelijk maken), functieverandering en extra aandacht bij de nieuwbouwprogrammering voor deze starters, kan daarbij helpend zijn. Ook het plaatsen van (tijdelijke) units op eigen erf is een optie. Maar ook voorrang kunnen geven aan eigen inwoners bij woningtoewijzing (sociale huur en betaalbare koop).
Dilemma 4. We juichen alle nieuwe initiatieven toe versus we hanteren een afwegingskader voor nieuwe woonzorginitiatieven Optie 4.1 Laat 1.000 bloemen bloeien Gezien de vergrijzing en toename van een aantal aandachtsgroepen, zijn we blij met ieder initiatief dat binnenkomt en tot ontwikkeling komt. Via de gebruikelijke procedures (zoals een intaketafel) wordt een plan beoordeeld. Optie 4.2 Streven naar initiatieven met meerwaarde Gezien het belang van goede initiatieven en om wildgroei binnen de gemeente te voorkomen, waardoor er wellicht ook ‘overaanbod’ ontstaat, hanteren we een meer uitgebreid afwegingskader voor nieuwe woonzorginitiatieven. Argumenten Optie 4.1 Alle nieuwe initiatieven op het gebied van wonen, welzijn en zorg omarmen we overal in onze gemeente We zijn als gemeente blij met alle initiatieven die worden getoond, laat de markt haar werk doen. Partijen zijn daarbij zelf verantwoordelijk voor het succes ervan. Als daardoor soms een initiatief vroegtijdig sneuvelt, is dat geen probleem. Optie 4.2 We sturen op nieuwe initiatieven en toetsen op het passend zijn binnen beleidskaders, behoefte, meerwaarde voor de omgeving, haalbaarheid en financiële gevolgen voor de gemeente.
Door het werken met een afwegingskader waarbij een initiatief op het gebied van wonen, zorg of ondersteuning wordt beoordeeld op basis van een aantal criteria, wordt er een weloverwogen keuze voor een initiatief gemaakt. Denk daarbij aan criteria waarin de behoefte is aangetoond (ten opzichte van wat er al is), wat de meerwaarde is voor de directe omgeving, hoe de business case er grofweg uitziet en wat de financiële gevolgen ervan voor de gemeente (kunnen) zijn. Maar bijvoorbeeld ook hoe de samenwerking is met al aanwezige ketenpartners. Met dit alles kan worden bereikt dat er meer draagvlak voor een dergelijk initiatief ontstaat en deze ook kansrijker kan worden gerealiseerd. Ook initiatieven die een meer regionaal karakter hebben, kunnen zo ook beter worden behandeld en (regionaal) worden afgewogen. Ter overweging Gezien de inspanningen (tijd en geld) die met de realisatie van initiatieven zijn gemoeid, zou het werken met een afwegingskader tot meer weloverwogen en kansrijke initiatieven moeten leiden. Door dit afwegingskader te betrekken bij onder andere de intaketafel kan de eventuele meerwaarde (en urgentie) van het initiatief extra worden geduid.
6
Dilemma 5: Integrale aanpak van de omgeving door gemeente versus nieuwe initiatieven moeten een toekomstgerichte omgeving opleveren. Optie 5.1 Gemeente is verantwoordelijk voor de integrale aanpak voor de omgeving Met het langer zelfstandig moeten blijven wonen en gezond en fit oud worden in de eigen wijk zal de gemeente in bestaande wijken en buurten moeten investeren om deze hiervoor geschikt te maken. Optie 5.2 Nieuwe initiatieven moeten direct ook toekomstgerichte omgevingen opleveren In nieuwe projecten of gebiedsontwikkelingen wordt direct de inrichting van een duurzame, toekomstbestendige woonomgeving als eis opgenomen. Argumenten Optie 5.1. Langer zelfstandig wonen in eigen omgeving en gezond oud worden betekent dat de inrichting van de openbare ruimte en de voorzieningen voor gezondheid, welzijn en ondersteuning daarop moet aansluiten. De inmiddels opgestelde Dorpswoonvisies en Gebiedsvisies geven hier ook al handvatten voor. Gemeente zal binnen het fysiek domein bij werkzaamheden in de openbare ruimte meer volgens deze standaard moeten werken. Denk daarbij aan onderwerpen als het terugdringen van hittestress, de aanleg van ommetjes, het plaatsen van bankjes, het weghalen van te hoge stoepranden in winkelomgeving en dergelijke Dit betekent ook een integrale afstemming bij te nemen maatregelen. Hier zullen ook financiële middelen voor gereserveerd moeten worden.
Verbindingen met de sociale basis, preventief aanbod, sociale ontmoeting, voldoende welzijns- en ondersteuningsvoorzieningen zijn hierin onmisbaar. Tevens is het levensloopbestendig verbeteren van de wijk een duurzame, preventieve investering waardoor duurdere individuele (Wmo) voorzieningen vooruitgeschoven worden of niet meer verstrekt hoeven te worden vanuit de Wmo. Optie 5.2 Nieuwe (bouw)initiatieven in een wijk of kern zullen moeten bijdragen aan de verbetering van de leefomgeving. Bij de realisatie van nieuwe woonbuurtjes, of projecten moet al zoveel mogelijk de openbare ruimte worden ingericht om zelfredzaam, gezond en fit oud te worden in de eigen omgeving. Bij nieuwe initiatieven wordt nadrukkelijk bekeken en meegewogen hoe deze bijdragen aan het welzijn en de gezondheid van inwoners. Door bij aanvang na te denken over benodigde voorzieningen in een wijk, de gewenste schaduw van bomen (hittestress), wandel- en fietspaden en deze zo veel mogelijk mee te realiseren, wordt voorkomen dat hier later extra (grote) investeringen nodig zijn. Ter overweging Beide opties zijn relevant. Bij aanpak bestaande omgevingen zullen we meer de koppelkansen moeten benutten om deze omgevingen ook duurzaam aan te pakken en inwoners op een goede manier in hun eigen omgeving te kunnen laten wonen.
Maar ook het anticiperen in nieuwe wijken op de gewenste zelfredzaamheid, door slimme(re) keuzes te maken, voorkomt extra hoge na investeringen op langere termijn. Samenwerking intern en extern met relevante partners is daarbij essentieel. Vervolg Parallel aan de opiniërende discussie wordt de ‘Visie wonen, welzijn en zorg Vijfheerenlanden 2025’ verder uitgewerkt. De uitkomsten van het opiniedebat worden meegenomen in de uitwerking van deze visie. De belanghebbende/betrokkenen worden
7
in de periode van januari en februari meegenomen en geconsulteerd. Het voorstel is om de besluitvorming plaats te laten vinden op 9 april in de commissie WOS en 17 april in de raad.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden, de secretaris,
de burgemeester,
17/12/2024 11:07:18 CET {{signer1}}
17/12/2024 11:18:38 CET {{signer2}}
Signed By: j.de.jonge@vijfheerenlanden.nl
Signed By: s.frohlich@vijfheerenlanden.nl
ID: cb100859-28ac-4860-976f-9ee4b1603698
ID: cb100859-28ac-4860-976f-9ee4b1603698
Auth: Consent
Auth: Consent
W.J. (Judith) de Jonge
S. (Sjors) Fröhlich
Bijlage: Programma ‘Een thuis voor Iedereen’.
8