CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Opinievoorstel delegatiebesluit Omgevingsplan 28.09.2021.pdf

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 14 december 2021, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Delegatiebesluit omgevingsplan2.979 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opinievoorstel Zaaknummer: 312137 Onderwerp Opinievoorstel delegatiebesluit omgevingsplan Inleiding Per 1 jul 2022 treedt naar verwachting de Omgevingswet (hierna: Ow) inwerking. Eén van de kerninstrumenten van deze wet is het omgevingsplan. Het vaststellen van het omgevingsplan is, net als het vaststellen van een bestemmingsplan nu, een bevoegdheid van de gemeenteraad. Op grond van artikel 2.8 van de Ow kan de gemeenteraad deze bevoegdheid voor delen van het omgevingsplan delegeren aan het college van B&W. Het delegatiebesluit dient de reikwijdte van de bevoegdheid aan te geven. Het bepaalt binnen welke grenzen en onder welke voorwaarden de bevoegdheid kan of moet worden uitgeoefend. Ook kan in het delegatiebesluit bepaald worden hoe het college uitvoering moet geven aan de gedelegeerde bevoegdheid. De mogelijkheid om vaststelling van delen van het omgevingsplan te delegeren, biedt ruimte voor toedeling van bevoegdheden op maat. Delegatie zorgt ervoor dat de uitvoering van het beleid bij het uitvoerende orgaan neergelegd wordt en de gemeenteraad zich kan bezig houden met inhoudelijke kaders. Het delegatiebesluit is een losstaand besluit en maakt geen onderdeel uit van het omgevingsplan. Om invulling te geven aan dit delegatiebesluit is het noodzakelijk richting te krijgen van de gemeenteraad.

Met inachtneming van deze richting vanuit de gemeenteraad wordt een raadsvoorstel/raadsbesluit voorbereid welke naar verwachting eind dit jaar/begin volgend jaar ter besluitvorming wordt voorgelegd. In dit besluit wordt opgenomen dat het delegatiebesluit pas per inwerkingtreding Omgevingswet (beoogd op 1 juli 2022) kan worden toegepast. Discussie Door te kiezen voor één van onderstaande opties wordt duidelijk in welke mate de gemeenteraad de bevoegdheid tot vaststelling van het omgevingsplan wil delegeren aan het college. In de bijlage bij dit voorstel worden de delegatiemogelijkheden nader toegelicht. Welke optie heeft uw voorkeur? 1a. Beperkt tot noodzakelijke aanpassingen Bij deze optie is de delegatie beperkt tot beleidsneutrale aanpassingen van het omgevingsplan, gericht op het actueel houden van het omgevingsplan. Het betreft de volgende aanpassingen:

1. het toevoegen en/of wijzigen van begripsbepalingen voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben; 2. het actualiseren/aanpassen van het omgevingsplan aan veranderende wet- en regelgeving en beleidsnormen voor zover hier geen beleidsvrijheid meer is toegekend; 3. het corrigeren van verschrijvingen, verkeerde verwijzingen en inventarisatiefoutjes in het omgevingsplan; 4. het aanpassen van informatieproducten van het omgevingsplan; Of 1a+b. Noodzakelijke aanpassingen + aanpassingen met beperkte beleidsvrijheid voor het college Deze optie geeft het college, naast de noodzakelijke aanpassingen, beperkte beleidsvrijheid bij het aanpassen van het omgevingsplan, maar blijft zij binnen de door de gemeenteraad vastgestelde beleidskaders. Het betreft de volgende aanpassingen: 5. het verwerken van kaderstellend beleid waarover na inwerkingtreding van het delegatiebesluit door de gemeenteraad is besloten, indien de gemeenteraad bij vaststelling van dat beleid akkoord is gegaan met uitwerking van het betreffende beleid door het college; 6. het toevoegen van die onderdelen uit de gemeentelijke verordeningen die beleidsneutraal overgeheveld gaan worden naar het omgevingsplan; 7. het opnemen van een verleende omgevingsvergunning in het omgevingsplan; 8.

het wijzigen van het omgevingsplan voor aanvragen van omgevingsvergunningen die in strijd zijn met het omgevingsplan, waardoor het omgevingsplan gewijzigd moet worden, maar die niet zijn opgenomen in de Beleidsregel van de gemeenteraad van Vijfheerenlanden houdende het adviesrecht voor de gemeenteraad ten behoeve van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (deze beleidsregels inzake het adviesrecht moeten nog worden vastgesteld; hiervoor volgt t.z.t. een raadsvoorstel/raadsbesluit); 9. het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten; 10. het nemen van een voorbereidingsbesluit met het oog op de voorbereiding, vaststelling en inwerkingtreding van het omgevingsplan; 11. het wijzigen van het omgevingsplan indien voldaan wordt aan de voorwaarden uit de in het tijdelijk omgevingsplan opgenomen wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten. Of 1a+b+c. Noodzakelijke aanpassingen + aanpassingen met beperkte beleidsvrijheid + wijzigen van delen van het omgevingsplan Dit is de meest vergaande vorm van delegatie. Naast noodzakelijke aanpassingen en aanpassingen met beperkte beleidsvrijheid kan de gemeenteraad er ook voor kiezen om delen van het omgevingsplan te delegeren aan het college. Dat wil zeggen dat het college het omgevingsplan mag wijzigen in bepaalde gebieden (bijvoorbeeld ten behoeve van het realiseren van een nieuwe woonwijk) of rondom bepaalde thema’s.

Het is dan wel van belang dat het college dit kan doen vanuit een ambitie of een kader dat is verwoord in de omgevingsvisie. Hiervoor is dan ook van belang dat de omgevingsvisie is vastgesteld en de contouren van het omgevingsplan bekend zijn.

Optie 1a: Argumenten Ruimtelijke ordening Het gaat hier om gevallen van delegatie die beleidsneutraal in het omgevingsplan aangepast kunnen worden. Op het gebied van de fysieke leefomgeving zal er niets veranderen. Dienstverlening Door deze beleidsneutrale aanpassingen blijft het omgevingsplan actueel, wat de dienstverlening ten goede komt. Juridisch Op grond van artikel 2.8 van de Ow kan de gemeenteraad de bevoegdheid tot vaststellen van het omgevingsplan voor delen van het omgevingsplan delegeren aan het college van B&W. Risico’s Dienstverlening Deze delegatiemogelijkheden zijn uitsluitend beleidsneutraal. Door het beperkte karakter hiervan, zullen meer aanpassingen ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd moeten worden, wat gevolgen heeft voor de dienstverlening aangezien besluitvorming langer zal duren. Er is aan deze optie geen risico verbonden op financieel of juridisch vlak. Optie 1a+b: Argumenten Ruimtelijke ordening Deze optie geeft het college beperkte beleidsvrijheid bij het aanpassen van het omgevingsplan, maar blijft binnen de door de gemeenteraad vastgestelde beleidskaders. Dienstverlening Aangezien deze optie een bredere scope van aanpassingen bevat waarover het college kan besluiten, wordt hiermee de dienstverlening bevorderd. Besluitvorming zal sneller verlopen.

Gelet op het aantal vergaderingen van de raad en de aanlevertermijnen voor besluitvorming van de raad, verlopen besluiten via het college immers sneller, aangezien het college bijna wekelijks vergadert. Deze snellere besluitvorming is in het belang van inwoners en bedrijven binnen de gemeente Vijfheerenlanden.

Juridisch Op grond van artikel 2.8 en 4.14 van de Ow kan de gemeenteraad de bevoegdheid tot vaststellen van het omgevingsplan voor delen van het omgevingsplan delegeren aan het college van B&W. Risico’s Er is aan deze optie geen risico verbonden op financieel of juridisch vlak.

Optie 1a+b+c: Argumenten Ruimtelijke ordening Naast noodzakelijke aanpassingen en aanpassingen met beperkte beleidsvrijheid geeft deze optie het college veel ruimte bij het aanpassen van het omgevingsplan, waarbij de kaders worden gevormd door de nog vast te stellen omgevingsvisie. Dienstverlening Aangezien deze optie een ruime scope van aanpassingen bevat waarover het college kan besluiten, wordt hiermee de dienstverlening optimaal bevorderd. Juridisch Op grond van artikel 2.8 van de Ow kan de gemeenteraad de bevoegdheid tot vaststellen van het omgevingsplan voor delen van het omgevingsplan delegeren aan het college van B&W. Risico’s Ruimtelijke ordening Door toevoeging van de delegatiemogelijkheid om delen van het omgevingsplan te wijzigen, bestaat de kans dat de gemeenteraad minder grip krijgt op de fysieke leefomgeving. Besluitvorming van optie 1a+b+c kan pas plaatsvinden op het moment dat de omgevingsvisie is vastgesteld en de contouren van het omgevingsplan bekend zijn. Er is aan deze optie geen risico verbonden op financieel of juridisch vlak. Vervolg Na de discussie in de commissie RVE wordt er een definitief voorstel voorbereidt gebaseerd op de uitkomsten hiervan. Het college dient bij gebruikmaking van de delegatiebevoegdheid de kaders te hanteren die de gemeenteraad heeft vastgesteld.

De controlerende taak of de kaders goed worden gehanteerd, ligt bij de gemeenteraad en de gemeenteraad kan het college hierop aanspreken.

Bijlage In de bijlage worden de hiervoor genoemde delegatiemogelijkheden nader toegelicht. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden, de secretaris,

de burgemeester,

{{Signer1}} 28/09/2021 17:14:01 CEST

{{Signer2}} 28/09/2021 23:50:08 CEST

Signed By: n.van.ameijde@vijfheerenlanden.nl ID: 70570ca4-0f4a-496e-9cd6-6641d8b93361 Auth: Consent

N. (Nanette) van Ameijde-Poortman

Bijlage: zoals genoemd

Signed By: s.frohlich@vijfheerenlanden.nl ID: 70570ca4-0f4a-496e-9cd6-6641d8b93361 Auth: Consent

S. (Sjors) Fröhlich

Bijlage bij opinievoorstel delegatiebesluit omgevingsplan Hieronder wordt per delegatiemogelijkheid een nadere toelichting gegeven, waarbij de nummering is aangehouden zoals deze in het voorstel is gehanteerd. 1a. Beperkt tot noodzakelijke aanpassingen 1. Het omgevingsplan wordt via het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) voor iedereen digitaal raadpleegbaar. In het omgevingsplan worden begripsbepalingen opgenomen. Hierbij dient een uniform begrippenapparaat gewaarborgd te worden. Dit kan er toe leiden dat een begripsbepaling aangepast of toegevoegd wordt aan het omgevingsplan. Om een uniform begrippenapparaat te waarborgen is voor landelijk gebruik tevens een Stelselcatologus opgesteld. Indien hierin begripsbepalingen zijn opgenomen die de harmonisatie ten goede komen, kunnen deze ook overgenomen worden in het omgevingsplan. Daarnaast is het mogelijk dat er begripsbepalingen in het omgevingsplan worden toegevoegd of aangepast om de ‘leesbaarheid’ te verbeteren. In voornoemde gevallen gaat het niet om het aanpassen of toevoegen van begripsbepalingen die nadelige effecten (kunnen) hebben op de fysieke leefomgeving dan wel nadelige/beperkende effecten tot gevolg hebben voor inwoners en initiatiefnemers of inhoudelijk besproken moet worden. 2. Wet- en regelgeving wijzigt regelmatig, net als normen uit beleidsstukken/-visies.

Dit door andere inzichten, wijzigingen in normstellingen, meetmethoden, naamgeving, vervallen van wetgeving, etc. Dit kan er toe leiden dat normen, meetmethoden, referenties en verwijzingen (naar wetgeving) die in het omgevingsplan zijn opgenomen aangepast moeten worden. Het betreft hier onder andere gewijzigde weten regelgeving van hogerhand, waar we feitelijk niets over te zeggen hebben en waar geen beleidsvrijheid meer is toegekend. Als voorbeeld ten aanzien van gewijzigde beleidsstukken kan gedacht worden aan de wijziging van gebieden met archeologische waarden. Uit nader archeologisch onderzoek blijkt dat de archeologische waarde op een specifieke locatie niet overeenkomt met de situatie zoals deze is vastgesteld (er zijn geen archeologische resten gevonden dus de waarde is lager). Het archeologisch beleid wordt hierop dan aangepast. Dit zijn zaken die dan ook aangepast moeten worden in het omgevingsplan. Om de procedure voor het aanpassen van het omgevingsplan in deze situaties sneller te laten verlopen, ligt het delegeren van de vaststelling van het omgevingsplan op dit punt voor de hand. 3. Het gaat hier om technische aanpassingen waarbij inhoudelijke besluitvorming niet is vereist. Delegatie van dit onderdeel aan het college ligt hiermee voor de hand. 4.

Met de term informatieproducten wordt bedoeld verrijkte gegevens over bijvoorbeeld geluid, bodem en water, maar ook aantallen, oppervlaktes en afmetingen. Informatieproducten geven feitelijke informatie over de omgeving, zodat gebruikers kunnen zien wat de mogelijkheden zijn op een specifieke locatie. Als voorbeeld kan gedacht worden aan de ruimtelijk optimale inpassing van een weguitbreiding, of mogelijkheden tot woningbouw in relatie tot ondergrond en actuele geluidsbelasting. Een informatieproduct kan gebruikt worden om een vergunningaanvraag makkelijker te maken en maakt onderdeel uit van het omgevingsplan. Het informatieproduct kan onder andere aantallen en oppervlaktes bevatten. Te denken valt aan een lijst bij het omgevingsplan die voor een specifieke locatie het maximum m2 aan horeca aangeeft, het maximum aantal woningen, maximum aantal parkeerplaatsen, een lijst met de waardevolle bomen, etc. Wanneer bij melding of vergunning m2 horeca wordt

toegevoegd of aantal woningen, of een waardevolle boom is vanwege omstandigheden gekapt/verwijderd en komt niet meer op de lijst van bijzondere bomen voor, dan wordt deze lijst (het informatieproduct) aangepast. Aangezien feitelijke gegevens zoals aantallen en oppervlaktes kunnen wijzigen, ligt het voor de hand om dergelijke aanpassingen aan de betreffende informatieproducten van het omgevingsplan te delegeren aan het college. 1a+b. Noodzakelijke aanpassingen + aanpassingen met beperkte beleidsvrijheid voor het college 5. Bij kaderstellend beleid kan gedacht worden aan door de raad vastgestelde ruimtelijke visies, ruimtelijke (/stedenbouwkundige) plannen, startnotities, beleidsnota’s/-visies en kaders met inbegrip van daarmee naar aard en strekking te vergelijken documenten. Deze voorbeelden zijn overigens niet uitputtend bedoeld. Het omgevingsplan bevat niet alleen regels die de ruimtelijke ordening betreffen, maar ziet op de gehele fysieke leefomgeving. Het is dan ook mogelijk om onderwerpen die in het kaderstellend beleid opgenomen zijn en de fysieke leefomgeving betreffen, indien gewenst te vertalen naar regels in het omgevingsplan. Wanneer de raad of het college beleidsregels hebben vastgesteld die doorvertaald dienen te worden in het omgevingsplan, kan dit door het college gebeuren.

Het gaat immers om het vertalen van kaderstellend beleid waar al sprake is geweest van een inhoudelijke afweging door de raad. Een dergelijke aanpassing van delen van het omgevingsplan is aan te merken als uitvoering en daarmee ligt delegatie aan het college voor de hand. Wel dient rekening gehouden te worden met het feit dat de reikwijdte per beleidsstuk kan verschillen; er is strategisch (breed) kaderstellend beleid en er is concreet uitgewerkt beleid. Het kan derhalve voorkomen dat voor uitwerking in het omgevingsplan redelijk wat ruimte is. Het is daarom zaak dat per beleidsstuk afspraken worden gemaakt tussen college en raad over de verdere uitwerking er van. Om die reden geldt deze bepaling enkel voor beleid dat is vastgesteld na de datum van inwerkingtreding van het delegatiebesluit en niet voor eerder beleid. 6. De Omgevingswet bevat voor de gemeenteraad de verplichting om voor het gehele gemeentelijk grondgebied één omgevingsplan vast te stellen waarin regels over de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. Deze verplichting geldt ook voor bepaalde regels over de fysieke leefomgeving die in gemeentelijke verordeningen zijn gesteld. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijven deze verordeningen gelden naast het omgevingsplan. Gemeenten moeten in de overgangsperiode tot 2029 deze verordeningen opnemen in het omgevingsplan.

Aangezien deze verordeningen destijds al door de raad zijn vastgesteld, heeft inhoudelijke afweging al plaatsgevonden. De beleidsneutrale doorvertaling van de regels uit de verordeningen naar het omgevingsplan betreft puur de uitvoering en kan door het college gebeuren. Indien sprake is van een inhoudelijke beleidswijziging, blijft de raad bevoegd. 7. Ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt door middel van een omgevingsvergunning. Een dergelijke vergunning kan ook verleend worden in afwijking van het omgevingsplan. Het college heeft de bevoegdheid (in bepaalde gevallen rekening houdend met een bindend advies van de raad ten behoeve van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (de beleidsregels inzake het adviesrecht moeten nog worden vastgesteld; hiervoor volgt t.z.t. een raadsvoorstel/raadsbesluit))

te besluiten over het verlenen van een omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan. De Omgevingswet bepaalt dat de gemeenteraad vergunningen voor afwijkactiviteiten binnen vijf jaar moet verwerken in het omgevingsplan. Als na besluitvorming op de vergunning nogmaals een besluit genomen moet worden over aanpassing van het omgevingsplan, is sprake van dubbele besluitvorming over hetzelfde onderwerp. De raad stuurt op hoofdlijnen en het vertalen van verleende omgevingsvergunningen is een administratieve handeling. Daarom leent dit zich goed voor delegatie. 8. Ontwikkelingen die niet passen binnen een omgevingsplan kunnen mogelijk gemaakt worden met een omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanactiviteit) of via het wijzigen van het omgevingsplan. Indien een aanvraag omgevingsvergunning niet past binnen het omgevingsplan, maar wel een gewenste ontwikkeling betreft, kan dus gekeken worden welke van deze twee methodes toegepast wordt. Het verlenen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een bevoegdheid van het college. In de nog op te stellen en vast te stellen beleidsregels inzake het adviesrecht voor de gemeenteraad ten behoeve van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten wijst de gemeenteraad categorieën van gevallen aan waarbij een bindend advies wordt uitgebracht aan het college.

Indien een situatie niet op deze lijst staat, beslist het college. In die situaties ligt het voor de hand dat, bij de keuze om voor een aanvraag omgevingsvergunning het omgevingsplan te wijzigen, de vaststelling hiervan gedelegeerd wordt aan het college. 9. Gemeentelijke monumenten moeten volgens de Omgevingswet in het omgevingsplan opgenomen worden. Het toedelen van de functie monument aan een locatie (voorheen: het aanwijzen van een gemeentelijk monument) is volgens de Erfgoedverordening gemeente Vijfheerenlanden 2020 een collegebevoegdheid. In het kader van de Omgevingswet dienen verordeningen in het omgevingsplan opgenomen te worden. Tot het moment dat het tijdelijk omgevingsplan wordt omgezet in een omgevingsplan (uiterlijk 2029) en alle gemeentelijke verordeningen hierin opgenomen zijn, kunnen nieuwe gemeentelijke monumenten nog worden aangewezen op grond van de gemeentelijke erfgoedverordening. Na de overgangsperiode zal het aanwijzen van gemeentelijke monumenten geregeld worden door deze op te nemen in het omgevingsplan. Aangezien de bevoegdheid tot het aanwijzen van monumenten reeds bij het college ligt, ligt het voor de hand dat het college ook verantwoordelijk is voor het wijzigen van het omgevingsplan door het opnemen van een aangewezen monument. 10.

Een voorbereidingsbesluit is een verklaring dat een wijziging van het omgevingsplan wordt voorbereid, waarmee een aanhoudingsplicht geldt voor bouw- en aanlegactiviteiten. Hierdoor wordt voor het gebied waarvoor het besluit wordt genomen de bestaande situatie als het ware tijdelijk bevroren totdat het omgevingsplan is gewijzigd. Met het nemen van een voorbereidingsbesluit wordt voorkomen dat een initiatiefnemer kort voor aanpassing van het omgevingsplan bewust een vergunningaanvraag indient die in strijd is met de voorgenomen aanpassing. De noodzaak tot het nemen van een voorbereidingsbesluit komt nauwelijks voor, maar wanneer dit nodig is, is het belangrijk dat er snel gehandeld kan worden. Gelet op de vergaderfrequentie van de raad in relatie tot die van het college en de daarbij horende aanlevertermijnen, kan het college hierin sneller acteren. Om die reden is in de Omgevingswet een delegatiemogelijkheid opgenomen

voor de bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit (artikel 4.14 Ow). De achterliggende gedachte van de wetgever is hierbij geweest dat het college een omgevingsplan voorbereidt en daarmee dan ook goed in staat is om op een effectieve wijze een voorbereidingsbesluit te nemen. 11. In veel van de huidige bestemmingsplannen zijn wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten opgenomen. Bij de vaststelling van deze bestemmingsplannen door de gemeenteraad is hiervoor bepaald dat het college het bestemmingsplan onder bepaalde voorwaarden kan wijzigen dan wel uitwerken. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet maken deze onderdeel uit van het tijdelijke omgevingsplan. Aangezien een wijzigingsbevoegdheid/uitwerkingsplicht nu al de bevoegdheid van het college is, ligt het voor de hand, indien voldaan wordt aan de voorwaarden uit de in het tijdelijk omgevingsplan opgenomen wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten, het wijzigen van het omgevingsplan op dit punt te delegeren aan het college. 1a+b+c. Noodzakelijke aanpassingen + aanpassingen met beperkte beleidsvrijheid + wijzigen van delen van het omgevingsplan Naast de mogelijkheden genoemd onder 1a en 1a+b bevat deze optie de mogelijkheid om het omgevingsplan door het college te laten wijzigen in bepaalde gebieden of rondom bepaalde thema’s.

Als voorbeeld kan worden gedacht aan het realiseren van een nieuwe woonwijk of het aanleggen van een rondweg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=4ee3db09-b3e1-4f8f-a62c-823e9af027de