Opinievoorstel asielopgave Spreidingswet
Tekst van het document
Opinievoorstel ten behoeve van raadscommissie WOS 22 mei 2024
Zaaknummer: 1100086 Onderwerp Opinievoorstel asielopgave Spreidingswet.
Inleiding In Nederland hebben we een steeds grotere en intensievere opgave op het gebied van sociale huisvesting en de opvang van ontheemden. De gemeente Vijfheerenlanden is verantwoordelijk voor die huisvesting en opvang. Ons college spant zich in om invulling te geven aan de wettelijke verplichtingen en haar verantwoordelijkheid die daarbij behoren. Als college hebben wij op dit vraagstuk de volgende ambitie uitgesproken: ‘In te zetten op duurzame huisvesting en maatschappelijke begeleiding (integratie) van vluchtelingen (vergunninghouders, asielzoekers en Oekraïners). Als gemeente blijven we in regie, kunnen de landelijke vraag flexibel opvangen en structureel organiseren waarbij sprake is van maatschappelijk draagvlak en een financieel gezonde situatie’. Om uitvoering te geven aan deze opgave heeft het college daar de steun en richting van de raad voor nodig. Huisvesting en opvang We maken in deze opgave nadrukkelijk onderscheid tussen huisvesting en opvang. In principe spreken we van huisvesting (A.) bij alle woningzoekenden die zelf een huurovereenkomst aangaan. Hieronder vallen ook bijzondere doelgroepen en vergunninghouders. We spreken van opvang (B.) als de gemeente of een (maatschappelijke) partner een opvangplek bieden. Dit is per definitie tijdelijk.
Bijvoorbeeld aan asielzoekers totdat bekend is of zij een verblijfsvergunning krijgen, aan Oekraïners die hier tijdelijk opgevangen worden, aan dak en thuislozen totdat zij zelfstandig gehuisvest kunnen worden en aan mensen die in een (maatschappelijke) opvanglocatie tijdelijk tot rust kunnen komen totdat zij weer gehuisvest kunnen worden in de reguliere wijken.
1
A. Huisvesting
B. Opvang
• • •
•
Vrije sector Middensegment (betaalbaar) Sociaal segment (betaalbaar) o Regulier woningzoekenden o Vergunninghouders (wettelijke taakstelling) o Aandachtsgroepen
• • •
Asielopvang (Spreidingswet, COA) Opvang Oekraïense ontheemden Maatschappelijke opvang en begeleid wonen Doorstroomlocatie (bij niet halen van taakstelling vergunninghouders)
Het mag duidelijk zijn dat de opgave rondom huisvesting en opvang een enorme uitdaging is. Zowel de asielzoekers, de Oekraïners, de vergunninghouders, de bijzondere doelgroepen maar ook de reguliere doelgroepen zoeken huisvesting. De schaarste aan huisvestings- en opvangmogelijkheden knelt hier op de dusdanige wijze dat groepen niet zondermeer allemaal gehuisvest kunnen worden. Om invulling te kunnen geven aan het totale vraagstuk moet er gezocht worden naar andere mogelijkheden van huisvesting, mogelijkheden in het toepassen van versnelling voor het vergroten van de bestaande woningvoorraad. Het college is zich bewust van deze situatie en zet zich in om voor alle doelgroepen passende en duurzame huisvesting te realiseren. Om focus aan te brengen in het vraagstuk gaat dit opinievoorstel uitsluitend over de opvang van asielzoekers door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), als onderdeel van de Spreidingswet. Voor het voeren van de juiste discussie en het geven van richting is het goed om wel het totale vraagstuk opvang en huisvesting in ogenschouw te nemen. Spreidingswet Per 1 februari j.l. is de Spreidingswet formeel van kracht geworden en is elke gemeente wettelijk verplicht om een verkenning naar mogelijkheden voor de asielopvang uit te voeren. Hiervoor heeft elke gemeente een indicatieve gemeentelijke opgave gekregen.
Voor Vijfheerenlanden geldt er een indicatieve opgave van 346 plekken (asielzoekers) die voor 1 juli 2025 moet zijn ingevuld. Hierover bent u eerder in een Rib d.d. 2 april 2024 (ons kenmerk 1088099) geïnformeerd. Ook bent u in diezelfde Rib geïnformeerd over het proces om tot invulling van de indicatieve opgave te kunnen komen. Binnen de provincie Utrecht is afgesproken dat alle gemeenten met elkaar eenzelfde proces doorlopen. Op die manier kan als provincie invulling gegeven worden aan de voorwaarden uit de Spreidingswet dat de Commissaris van de Koning (CdK) voor 1 november 2024 het bod vanuit de provincie Utrecht aan de Minister van Justitie en Veiligheid (J&V) kan overhandigen. Voor 1 november dit jaar moet er een gezamenlijk bod liggen. Om daar te komen is het proces in drie fasen verdeeld, te weten de initiatieffase (ambitie verkennen), de definitiefase (wat gaan we doen) en de ontwerpfase (hoe gaan we het doen). Iedere fase kent een eigen proces en een deadline. 2
Het college heeft op 2 april j.l. de eerste stap gezet en heeft de ambitie uitgesproken om voor 1 juli 2025 de opgelegde taakstelling te gaan halen. Met het uitspreken van deze ambitie starten we als gemeente met de volgende fase, de definitiefase. We starten dus met het vinden van een antwoord op de vraag ‘wat wij gaan doen’ om de taakstelling te halen. Een fase waarin de raad een rol heeft. Vanuit uw raad is een richting nodig om de opgave in te gaan vullen. Extra aanvulling d.d. 16 mei 2024 Het kan u niet ontgaan zijn dat bij het bekendmaken van het nieuwe hoofdlijnen akkoord 2024-2028 ‘Hoop, lef en trots’, de Spreidingswet is genoemd. De vier partijen PVV, VVD, NSC en BBB hebben uitgesproken de Spreidingswet in te willen trekken. Op dit moment is nog niets bekend over de (juridische) haalbaarheid dan wel het tijdspad betreft dit voornemen. Daarnaast is onbekend hoe dit voornemen in relatie staat tot de eerder gemaakte Provinciale procesafspraken om invulling te geven aan de wettelijke indicatieve gemeentelijke opgave. Kortom het maakt de discussie die tijdens de commissie gevoerd moet worden ingewikkeld als er onzekerheid bestaat over de wettelijke grondslag. Om de huidige actualiteit wel onderdeel te laten zijn het opiniërende gesprek is er aan dit voorstel op het laatste moment een extra vraag toegevoegd.
Discussie Met de komst van de Spreidingswet zijn de huidige randvoorwaarden vanuit uw raad te beperkend om te kunnen voldoen aan de wettelijke verplichting. In juni 2022 heeft u het college de volgende randvoorwaarden meegegeven voor mogelijke opvanglocaties. We kregen de vrijheid te zoeken naar: -
kleinschalige locaties voor 50 tot 70 personen, verdeeld over de verschillende kernen en kostenneutraal te realiseren.
Gezien de wettelijk verplichte opgave van 346 opvangplekken voor asielzoekers vanuit de Spreidingswet (realisatie voor 1 juli 2025), de huidige wettelijke taakstelling van vergunninghouders (rond de 100-150 per jaar) en de opvang van Oekraïense ontheemden (209 plekken) moeten we concluderen dat deze grote opgave voor huisvesting en opvang binnen de bestaande randvoorwaarden niet uitgevoerd kan worden. Onduidelijk is wat de taakstelling en opvangopgave naar de toekomst zal zijn. Als college ontkomen we er niet aan u een voorstel te doen om opnieuw richting te vragen. Door met elkaar te kijken naar de bestaande randvoorwaarden, deze te toetsen aan de geleerde lessen en de uitdagingen waar Vijfheerenlanden voor staat willen wij deze facetten van de opgave op de juiste manier borgen en inbedden. Het college is benieuwd naar uw opinie, zodat we gezamenlijk invulling kunnen geven aan deze grote en complexe opgave. In dit opinievoorstel formuleren wij onze vragen aan u. 3
Extra discussie 1: Verantwoordelijkheid Dilemma Met het bekendmaken van het nieuwe hoofdlijnen akkoord op 16 mei j.l. is aangekondigd om de Spreidingswet in te trekken. Dit maakt dat op termijn de wettelijke grondslag om verplicht invulling te geven aan de indicatieve opgave mogelijk vervalt. We weten allemaal dat de huidige landelijke vraag om vluchtelingen te huisvesten natuurlijk wel blijft bestaan. Als gemeente hebben we ons ook voor de inwerkingtreding van de Spreidingswet ingespannen om humane en duurzame opvangplekken te realiseren. We hebben als gemeente verantwoordelijkheid genomen. De opvanglocatie aan de Lage Biezen is hier een voorbeeld van. We hebben als gemeente feitelijk voorgesorteerd op de wettelijke verplichting die er nu (nog) geldt.
Vraag aan de raad Neemt de raad ook zonder de wettelijke verplichting vanuit de Spreidingswet de verantwoordelijkheid om invulling te geven aan de huidige indicatieve opgave?
Knelpunt Met het bekend worden van het nieuwe hoofdlijnen akkoord zijn er veel onduidelijkheden rondom de gevolgen van dit voornemen. Is het genoemde voornemen realistisch? En als het realistisch is, wanneer vervalt feitelijk de wettelijke verplichting? Op welke wijze gaat er dan invulling gegeven worden aan de huidige landelijke opgave? Is er dan opnieuw sprake van vrijblijvendheid of wordt er op andere wijze sturing gegeven om invulling te geven aan het huidige opvangvraagstuk?
Welke (bestuurlijke) koers wordt er binnen de Provincie Utrecht ingezet? En welke bestuurlijke keuzes maken wij als gemeente zelf? Verplichting versus ambitie. Met het mogelijk vervallen van de wettelijke grondslag om opvangplekken te realiseren voor vluchtelingen (verplichting), maakt dat we als gemeente moeten bepalen welke verantwoordelijkheid we willen nemen in de landelijke opvangvraagstuk (ambitie).
4
Advies Het college wil u meegeven dat alvorens de Spreidingswet in werking trad we als gemeente onze verantwoordelijkheid hebben genomen en onze ambitie hebben uitgesproken (zie onder de inleiding). Wat al eerder is gezegd, los van een Spreidingswet, er bestaat op dit moment een landelijk opvangvraagstuk. De Spreidingswet heeft als doel om een eerlijk over het land verdeelde stabiele structurele en duurzame opvangcapaciteit te realiseren. Wij adviseren u om ook zonder een mogelijk wettelijke verplichting vanuit de Spreidingswet toch invulling te blijven geven aan de huidige indicatieve opgave.
5
Discussie 2: Omvang locatie(s) Dilemma Met de huidige randvoorwaarde ‘kleinschalige opvang (50-70 personen)’ gaan we de wettelijke verplichting van 346 plekken voor 1 juli 2025 niet halen. De forse opgave enkel invullen met kleinschalige locaties maakt dat er ‘veel’ locaties nodig zijn. Dit in combinatie met de voorwaarde ‘verdeeld over de kernen’ maakt het vinden van het benodigde aantal geschikte locaties vrijwel onmogelijk. Vraag aan de raad Inzetten op kleinere locaties (in aantal meer locaties) of grotere locaties (in aantal minder locaties)? Welke richting geeft de raad hier het college in mee en onder welke voorwaarden? Bestaande voorwaarde In 2023 is door uw raad uitgesproken dat als uitgangspunt meegenomen moet worden kleinschalige opvang voor maximaal 50-70 personen. Hiervoor is toentertijd gekozen om reden het draagvlak bij de inwoners. Voor de opvang aan de Lage Biezenweg heeft u raad toestemming gegeven om hiervan af te wijken voor een opvang van 100 plekken. Ervaring Ervaring vanuit afgelopen twee jaar heeft ons geleerd dat ondanks ingezet te hebben op kleine opvanglocaties (Lexmond < 50 personen, Kedichem < 60 personen, Vianen 100 personen) er in alle gevallen veel inspanning nodig is geweest om het vertrouwen van de omgeving te winnen.
Draagvlak krijgen en vergroten doen we door de omgeving mee te nemen in de plannen en door met de omgeving in gesprek te zijn en te blijven gedurende de opvangperiode. Het is denkbaar dat draagvlak bij kleine locaties meer aanwezig zal zijn dan bij grote locaties, maar ervaring laat ons dus anders zien. Een deel van de inwoners is op voorhand niet blij met de komst van een opvang voor asielzoekers in hun stad of dorp, dat staat los van de grootte van een locatie. Als de opvang er eenmaal is en wij als gemeente in gesprek blijven zien we dat er rust ontstaat in de omgeving en er langzaam meer acceptie/draagvlak komt. Risico Natuurlijk brengt een kleinschalige locatie een aantal voordelen met zich mee gelet op integratie en maatschappelijke betrokkenheid. Echter het risico wat het college hier ziet is het totaal aantal locaties wat benodigd is om de opgave voor 1 juli 2025 te kunnen behalen. Het aantal locaties (beschikbare panden) dat geschikt is voor de opvang van asielzoekers is minimaal. U zult begrijpen dat hoe meer locaties er benodigd zijn, des te meer capaciteit er vanuit de gemeente wordt gevraagd en waarbij er telkens opnieuw in een omgeving op het 6
vergroten van het draagvlak moet worden ingezet, dit vraagt veel inspanning en onder inwoners telkens weer onrust. Knelpunt Met het in werking treden van de Spreidingswet betekent voor Vijfheerenlanden dat met de opgave die er ligt (346 plekken) er zeker 5 à 6 locaties aangewezen moeten worden uitgaande van het uitgangspunt kleinschalige (opgave 346 / gem. 60 plekken = 6 locaties). Inmiddels is de locatie aan de Lage Biezenweg te Vianen geopend en zijn er al 100 plekken gerealiseerd. Blijft nog over een opgave van 246 plekken, waarvoor er met het blijven inzetten op kleinschalige locaties nog zeker 4 locaties benodigd zijn (opgave 246 / gem. 60 plekken = 4 locaties). Uitgaande van middelkleine locaties (100-150 personen) zullen er nog 2 à 3 locaties benodigd zijn voor 1 juli 2025 (opgave 246 / gem. 125 plekken = 2 locaties). Uitgaande van grote locaties (150-250 personen) zullen er nog 1 à 2 locaties benodigd zijn voor 1 juli 2025 (opgave 246 / gem. 200 plekken = 1 à 2 locaties). Let op, het COA hanteert een andere definitievorm voor kleinschalig en grootschalig. Wanneer het COA het over kleinschalig heeft, dan worden hier locaties met 100 plekken mee bedoeld. Het COA zet in op locaties van minimaal 100 plekken.
Advies Het college wil u meegeven dat de keuze voor de omvang van een locatie gemaakt moet worden vanuit de afweging dat de omvang in verhouding moet staan met de omgeving. Daarbij moet bij een keuze voor omvang de vraag worden gesteld ‘Wat kan een omgeving aan en voor welke omvang van een locatie leent een omgeving zich?’ Dit zou dus per locatie verschillend kunnen zijn.
7
Discussie 3: Locatiekeuze Dilemma De huidige randvoorwaarde ‘verdeeld over de kernen’ werkt beperkend. Gelet op de tijdsdruk van de opgave willen we zoveel mogelijk kansen voor een opvanglocatie benutten, ongeacht de spreidingsvoorwaarde. Met de realisatie van een opvanglocatie binnen een kern wordt de desbetreffende kern daarbij feitelijk meteen als zoekgebied uitgesloten voor verdere opvangmogelijkheden. Dit terwijl in die kern zeker meer potentiële opvangmogelijkheden liggen om voor 1 juli 2025 invulling te kunnen geven aan het opvangvraagstuk.
Vraag aan de raad Onder welke voorwaarden kan afgeweken worden van de beoogde spreiding over de kernen waardoor het zoekgebied binnen de gemeente Vijfheerenlanden vergroot wordt?
Bestaande randvoorwaarden Zoals ook in de inleiding al genoemd, zijn er naast het opvangen van asielzoekers nog een aantal andere doelgroepen te huisvesten. Als randvoorwaarde heeft uw raad vorig jaar meegegeven dat er een eerlijke verdeling van opvang over de kernen moet zijn. Hiermee wordt voorkomen dat er een cluster van diverse doelgroepen bij elkaar ontstaat. Vanuit die gedachtegang is het een logische randvoorwaarde. Echter, de randvoorwaarde heeft ook een keerzijde. Ervaring We moeten concluderen dat de randvoorwaarde zeer beperkend werkt. Wanneer we kijken naar het aanbod van bestaande locaties moeten we concluderen dat er zowel binnen de kleine en al grotere kernen geen groot aanbod is voor een opvanglocatie voor asielzoekers. Dat vraagt creativiteit waarbij we als college ook nadenken over andere vormen van huisvesting. Hierbij te denken aan mogelijke flexwoningen maar daarnaast in lijn met de opvang aan de Lage Biezenweg het transformeren van bestaande bebouwing. Voor wat betreft het transformeren van bestaande bebouwing zien we dat we voor de mogelijke opvanglocaties voor asielzoekers terugvallen op de drie grotere kernen Vianen, Leerdam en Meerkerk. Voor deze drie kernen concluderen we dat voor de bestaande locaties vooral Vianen in beeld komt vanwege veel leegstaande kantoorpanden die aangeboden worden. Meerkerk en Leerdam hebben relatief weinig kantoren.
Deze twee kernen hebben wel een bedrijventerrein waar naar leegstaande locaties kan worden gezocht maar omliggende actieve bedrijven zorgen ervoor dat ‘Wonen’ nabij een bedrijventerrein vanuit de regelgeving niet wenselijk dan wel wettelijk niet toegestaan is omdat de bedrijfsvoering van bestaande bedrijven beperkt kan worden. 8
Kantoorpanden kunnen wel bijtijds omgezet worden naar tijdelijke opvanglocaties. De Lage Biezenweg in Vianen is hier een voorbeeld van. Knelpunt Omdat in Vianen al een opvanglocatie gerealiseerd is, maakt de bestaande randvoorwaarde (verdeeld over de kernen) het feitelijk niet mogelijk om nogmaals in Vianen een kantoorpand te transformeren naar een opvanglocatie. Kortom, met deze randvoorwaarde is het benutten van extra opvangcapaciteit binnen een kern uitgesloten. Dat maakt de invulling voor de opgave voor 1 juli 2025 zeer uitdagend tot vrijwel onmogelijk. Advies Het college wil u meegeven dat willen we invulling geven aan de wettelijke opgave de keuze voor een locatie gemaakt moet worden vanuit de afweging dat een nieuwe locatie het gebied niet onevenredig belast. Ook moet voorkomen worden dat er binnen een klein gebied een clustering van doelgroepen ontstaat. Er moet sprake zijn van spreiding binnen een kern. Dit geeft het college de ruimte om ook de kernen waar al sprake is van opvang en huisvesting, als zoekgebied mee te nemen.
9
Discussie 4: Duur opvang Vraag aan de raad Maximaal 5 jaar of minimaal 5 jaar?
Bestaande situatie De ambitie die het college heeft uitgesproken is dat we als gemeente Vijfheerenlanden willen inzetten op duurzame opvang. Dat houdt in dat de opvang voor de duur van minimaal 5 jaar wordt gerealiseerd. Ook de opvang van de Lage Biezenweg te Vianen is voor de duur van 5 jaar. Met de komst van de Spreidingswet wordt landelijk de voorkeur gegeven aan opvang die langer van 5 jaar beschikbaar wordt gesteld. Zo kan er stabiliteit in de opgang worden gerealiseerd. Ervaring Duurzame opvang voor minimaal 5 jaar geeft rust. Rust voor asielzoekers dat er niet telkens verhuisd hoeft te worden van opvang naar opvang (‘slepen met mensen’). Het geeft de asielzoeker de mogelijkheid om te starten met een voorinburgering, werk te zoeken en de taal te leren. Dit bevordert het integratieproces wat weer voordelen oplevert wanneer de asielzoeker uiteindelijk een status krijgt en voor een woning in aanmerking komt. Ervaring als gemeente voor deze duurzame meerjarige opvang hebben we nog niet. Het is denkbaar dat wanneer opvanglocaties voor een langere termijn in gebruik zijn, dit ook rust geeft naar de omgeving. Er ontstaat naar verloop naar tijd een balans en meer acceptatie onderling tussen de asielzoekers en in de relatie naar de lokale gemeenschap toe. Dat hebben we in Kedichem gezien waar de opvang na 1 jaar is beëindigd.
Advies De stroom aan asielzoekers zal, gelet op de ontwikkelingen in de wereld, de komende jaren naar verwachting hoog blijven. Ook na 1 juli 2025 (huidige opgave vanuit de Spreidingswet) zullen we als gemeente bij moeten dragen aan het opvangvraagstuk. Als gemeente kunnen we hier een voorschot op nemen om nieuwe locaties langer dan 5 jaar aan te bieden voor opvang. Dat maakt dat we over een aantal jaar niet voor hetzelfde vraagstuk staan als waar we nu staan.
10
Discussie 5: Vorm opvang (regie en kosten) Dilemma De (bestuurlijke) doelstellingen die volgen vanuit de bestuurlijke ambitie m.b.t. de huisvesting van vluchtelingen (asielzoekers, vergunninghouders en Oekraïense ontheemden) zijn: - Duurzame humane huisvesting (inzetten op minimaal 5 jaar) - Vanuit plaatsing meteen inzetten op integratie/inburgering om zelfstandigheid en zelfredzaamheid (werk/onderwijs/inkomen en zorg) te borgen. Zoveel mogelijk inzetten op een doorlopende lijn. - Communicatie en participatie met inwoners is dusdanig vormgegeven dat wordt ingezet op het vergroten van het maatschappelijk draagvlak. Vanuit deze (bestuurlijke) doelstellingen volgen uitgangpunten. •
De gemeente wil regie houden op de locatie en naar de omgeving toe. Argument: Als gemeente willen we in regie blijven door een betrouwbare partner richting inwoners te zijn en op deze manier korte lijnen te houden. Dit bevordert het draagvlak. We staan naast de belangen van de vluchtelingen ook voor het welbevinden en belang van de inwoner.
•
Sociale verbinding op locatie en in de samenleving Argument: Zoveel mogelijk interactie en ontmoeting tussen huidige inwoners / ondernemingen en de vluchtelingen. We proberen vluchtelingen een gezicht te geven en ontmoetingen te stimuleren. Ervaring uit eerder opvanglocaties leert dat dit het draagvlak en tolerantie naar elkaar vergroot.
•
Invulling lokale kracht (werk / vrijwilligers werk) Argument: Verbinding leggen tussen vluchteling en omgeving door middel van werk. Dat draagt weer bij aan de integratie / inburgering. Ook dat heeft een positief effect op het draagvlak en tolerantie.
•
Aansluiten op bestaande processen van het COA m.b.t. opvanglocatie Argument: Efficiënt en optimale dienstverlening richting vluchteling in opvanglocatie. Dit bevordert (met name voor vergunninghouders) de integratie / inburgering.
•
Kostenneutrale uitvoering Spreidingswet
Voor de opvang Vianen is gekozen voor een zelfstandige opvanglocatie die door het COA geëxploiteerd wordt. Als gemeente hebben we een ‘relatiemanager’ aan de locatiemanager van het COA gekoppeld waardoor de gemeente regie behoudt. Hierover zijn met gemeente en COA bestuurlijke afspraken gemaakt. Bestuurlijke afspraken maken tussen gemeente en COA zal met de komst van de Spreidingswet lastiger worden gelet op de wettelijke verplichting die er nu ligt. Als gemeente willen we naar de toekomst toe invulling blijven geven aan de (bestuurlijke) doelstellingen voor beoogde opvanglocaties maar zien ook het 11
dilemma dat met de huidige capaciteit binnen de gemeente en COA en daarbij de komst van de Spreidingswet dit een enorme uitdaging wordt en dit mogelijk niet kostenneutraal kan worden ingevuld.
Vraag aan de raad Zelfvoorzienende opvanglocaties of een combinatie met maatschappelijke functies? Welke voorwaarden stelt de raad hieraan?
Bestaande situatie Bij een opvanglocaties horen bepaalde maatschappelijke functies (onderwijs, zorg, dagopvang) die nodig zijn voor het verblijf van de asielzoekers. Dit wordt op dit moment in het land op diverse manieren ingevuld, o.a.. -
Opvanglocaties doen een beroep op bestaande lokale maatschappelijke functies Opvanglocaties zijn volledig zelfvoorzienend Opvanglocaties worden gecombineerd voorzieningen die ook van toegevoegde waarde zijn voor de omgeving
De huidige opvanglocatie aan de Lage Biezenweg kunnen we beschouwen als een zelfvoorzienende locatie. Net als in Kedichem wordt extra nadruk gelegd op het integratie spoor. Asielzoekers worden samen met de gemeente middels het traject ‘AV werkt’ naar werk geholpen en er wordt door inzet van vrijwilligers ingezet op taalles. Het COA is verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken op de locatie. Ervaring Zie discussiepunt 5. Kansen Als gemeente kunnen we (samen met het COA) nog actiever inzetten op een opvanglocatie met een maatschappelijke meerwaarde. Kansen liggen in dat alle waarden die een gebouw en/of gebied kan toevoegen aan haar omgeving. Zoals bijvoorbeeld het versterken van sociale cohesie door vrijwilligerswerk, extra inkomsten voor lokale ondernemers door extra klanten en het verkrijgen van synergie door een combinatie van functies (wonen, werken en recreëren). Opvang en begeleiding van de asielzoekers kunnen een maatschappelijke meerwaarde bieden voor de omgeving waar de locatie is gevestigd. Deze meerwaarde komt niet in eerste plaats vanuit het COA of de gemeente, maar met name vanuit de asielzoekers die zelf met hun talenten en inzet een bijdrage leveren aan de plaatselijke samenleving en economie. Daar kunnen we als gemeente wel actief op inzetten, maar dat kost in beginsel capaciteit en/of middelen. 12
Maatschappelijke meerwaarde ontstaat niet zozeer uit de stenen, maar vooral vanuit mensen, participatie en ontmoeting (voorbeeld is Plan Einstein in Utrecht en de beoogde HoutenHUB). Advies Zet in (eis aan het COA of opdracht aan eigen organisatie) op maatschappelijke meerwaarde bij realisatie van een opvanglocatie mits de situatie zich ervoor leent en er voldoende financiële middelen beschikbaar worden gesteld. Dit vergroot draagvlak en draagt op een positieve manier bij aan sociale cohesie en integratie van de asielzoeker.
13
Discussie 6: Integratie (onderdelen interactie omgeving, onderwijs, werk en verzorging) Vraag aan de raad Hoe staat de raad er tegenover om de huidige vorm van inzet op integratie te handhaven waarbij de mogelijkheid bestaat dat dit op termijn niet kostendekkend uitgevoerd kan worden?
Bestaande situatie + ervaring De colleges van de gemeente Vijfheerenlanden, Gorinchem en Molenlanden hebben in december 2019 besloten om de Wet Inburgering gezamenlijk te implementeren en uit te voeren, waarbij AVRES en VluchtelingenWerk essentiële partners zijn. Als gemeente Vijfheerenlanden zetten we in op voorinburgering. Dat houdt het volgende in. De inburgering van een asielzoeker begin in een AZC. Na koppeling van een vluchteling aan de gemeente (statushouder), moet de doorlopende lijn worden ingezet, waarbij de voorinburgering overloopt naar het gemeentelijk inburgeringstraject. Tot de doorlopende lijn behoort dat de gemeente in het AZC het eerste contact legt met de asielzoeker en dat (als dat kan) het gemeentelijk traject ook al in het AZC start. De asielzoeker wordt bij voorkeur aan de gemeente gekoppeld vanuit een dichtstbijzijnde AZC, maar in de praktijk gebeurt dit lang niet altijd. Dit mede gelet op het gebrek aan doorstroommogelijkheden van de vergunninghouders naar een woning, maar ook omdat de statushouder zelf vanwege werk of familie een andere woonplaats kiest. Als gemeente vinden we het belangrijk dat er ingezet wordt op taallessen (het COA organiseert dit zelf minimaal). We zijn als gemeente hierin afhankelijk van beschikbare vrijwilligers. M.b.t. inzet op werk hebben we als gemeente een grotere rol samen met AV werkt door.
Het traject om de asielzoeker snel naar werk te begeleiden (pilot ‘asielzoekers aan het werk’). Hier hebben we afgelopen twee jaar goede ervaringen mee opgedaan. Op dit moment zetten we volgend op de werkwijze vanuit de opvang Lexmond en Kedichem bij de huidige opvanglocatie aan de Lage Biezeweg te Vianen in op taallessen en werk voor de asielzoekers. Daarnaast zijn de asielzoekers ook zelf verantwoordelijk voor het koken van de maaltijd en het schoonhouden van hun kamer. Dagbesteding maakt de dag zinvol voor de bewoners en geeft rust op locaties. Dit vergroot het draagvlak in de omgeving waardoor we dit als uitgangspunt willen behouden. Dat betekent wel dat we daar als gemeente zelf op in moeten zetten, want het valt buiten de basis van het COA. Vanuit het regionaal mobiliteitsteam ‘AV Werk Door’ worden er asielzoekers naar werk begeleid. Er ligt een voorstel voor in de arbeidsmarktregio om dit te continueren na 2024. Dit gebeurt uit middelen van de arbeidsmarktregio (die rechtstreeks door de Rijksoverheid gefinancierd wordt). Dat heeft dus geen gevolgen voor de gemeentelijke begroting. Het college van B&W is voornemens om de continuering van de aanpak te steunen in de bestuurlijke tafel Arbeidsmarktregio gezien de goede ervaringen en resultaten bij de CNO Kedichem. 14
Daarnaast zijn we met het COA overeen gekomen om vanuit de gemeente capaciteit in te zetten in de rol van relatiemanager (zie ook discussie 4). Deze rol wordt voor het eerste jaar bekostigd door het COA. Na een jaar zal de rol worden geëvalueerd en worden nieuwe afspraken gemaakt over bekostiging. Knelpunt Met de inwerkingtreding van de Spreidingswet is er een nieuw beleidskader door het COA opgesteld waarin duidelijk staat dat het COA niet meer bemiddeld naar ‘werk’. Uit de ervaringen van het project ‘AV-werkt door’ blijkt dat AV een 'tussenschakel' nodig heeft, namelijk iemand die de asielzoekers wijst op de vacatures/sollicitaties, ze evt. ondersteunt bij het voeren van de gesprekken etc. Die inzet zal dus vanuit de gemeente of de arbeidsmarktregio moeten komen. Daarnaast biedt het COA ‘basisopvang’. Dat houdt in dat er door het COA minimale inzet is op dagbesteding. Echter inzetten op dagbesteding kan bijdragen aan een positief effect op het draagvlak in de omgeving. Het voorkomt verveling en de kans op overlast neemt af waardoor het draagvlak naar de omgeving vergroot wordt.
Willen we als gemeente investeren en inzetten op werk, taallessen en extra dagbesteding voor asielzoekers dan zal dat vanuit de gemeente moeten worden geïnitieerd (aansturen extra taallessen, coördineren dagbesteding met vrijwilligers) waarbij er zowel voor de uitvoering als de gemeentelijke inzet (relatiemanager) financiële middelen benodigd zijn. Extra financiële investering beschikbaar stellen indien nodig voor integratie, valt buiten het kader ‘kostenneutraal’. Advies Gelet op de positieve ervaringen m.b.t. inzetten op taallessen, extra dagbesteding en werk, adviseren we de ingezette weg op de integratie ondanks het mogelijk ontbreken van de financiële middelen na 2024 door te zetten. Insteek is om dit kostenneutraal uit te voeren vanuit COA middelen of Rijksmiddelen. Mocht dit niet mogelijk blijken, dan is ons advies om voor het onderdeel integratie budget beschikbaar te stellen (€ 60.000,- 0,67 fte).
15
Discussie 7: Communicatie en participatie Dilemma Door de komst van de Spreidingswet is er sprake van een wettelijke opgave. Er zijn weinig geschikte opvanglocaties voorhanden. Door het bieden van te ruime participatiemogelijkheden krijgen omwonenden ruimte om de uitvoering van de wettelijke opgave te bemoeilijken.
Vraag aan de raad Hoe staat de raad er tegenover om de huidige communicatie en participatie strategie te handhaven? Welke richting geeft de raad hier het college in mee en onder welke voorwaarden? Bestaande situatie Communicatie en participatie zijn belangrijk voor de gemeente Vijfheerenlanden. Echter, met het vinden van een extra locatie voor het huisvesten van vergunninghouders of asielzoekers is draagvlak geen automatisme. Als er gekozen wordt voor de bouw van extra woningen voor vergunninghouders of voor opvang van asielzoekers kan de gemeente kiezen voor verschillende strategieën wat betreft de communicatie en participatie. We werken in Vijfheerenlanden aan de hand van een kernboodschap. Voor de opvang en huisvesting van specifieke doelgroepen is dat: De gemeente Vijfheerenlanden wil een gemeente zijn waar inwoners en ondernemers veilig en plezierig kunnen wonen, werken en verblijven maar voelt ook de maatschappelijke plicht een veilige haven te bieden aan hen die dat nodig hebben en geeft hier invulling aan door een thuis te bieden aan Oekraïens ontheemden, asielzoekers en vergunninghouders. Een thuis bieden betekent een dak boven het hoofd, maar ook het faciliteren van inburgering om volwaardig mee te kunnen doen in onze gemeenschap. Ervaring Bij de plannen voor flexwoningen voor o.a.
vergunninghouders aan de Monnikendreef en bij de opvang van asielzoekers in Lexmond, Kedichem en Vianen is gekozen om eerst een bestuurlijk besluit te nemen en daarna de omwonenden mee te nemen in dit besluit en hun zorgen proberen weg te nemen of op te lossen. Eerst een bestuurlijk besluit en daarna informeren kan soms nodig zijn als er met spoed een oplossing moet worden gevonden. Of omdat de bestuurlijke realiteit in Nederland is dat er sowieso opvang moet komen vanuit de wettelijke verplichting (Spreidingswet en taakstelling). Uiteindelijk is het de bedoeling om draagvlak te creëren, zodat een veilige omgeving ontstaat, er ruimte is om deel te nemen aan de lokale samenleving, en zodat er bereidheid ontstaat tot helpen vanuit de omgeving. Naast participatie, of dit nu voor of na het besluit is, staan overigens de gebruikelijke inspraakmogelijkheden open. 16
Kansen Met de juiste communicatie op het juiste moment en heldere duiding van de mogelijkheden tot participatie zijn er kansen doelgroepen te informeren en zo het draagvlak te vergroten. Door helderheid te geven over het proces weten inwoners wat Vijfheerenlanden doet, waarom ze dat doet, en hoe de inwoner of ondernemer binnen dit proces past. Inwoners hebben zeker in het geval van complexe vraagstukken waarbij de meningen ver uiteenlopen behoefte aan een betrouwbare overheid. Vijfheerenlanden wil in haar kernwaarden een betrouwbare gemeente zijn. De afstemming en het doorlopend contact met de omgeving van een opvanglocatie biedt de kans intensief en langdurig met een kern in gesprek te gaan. Zo bouwen we aan de gemeente die Vijfheerenlanden wil zijn, een gemeente waar plek is voor iedereen, waar iedereen mee kan doen en iedereen er toe doet. Risico's Ervaringen in Lexmond, Kedichem en Vianen leerden dat het lastig kan zijn toezeggingen na te komen. Regelgeving vanuit COA verandert of de actualiteit vraagt aanpassing van de afspraken. Dat knaagt aan het imago van een betrouwbare partner. Omdat de gemeente niet de totale regie heeft in het zoeken naar en het inrichten van een locatie is de mate van participatie niet in te schatten. Dit geldt voor de participatie rond de Spreidingswet als de participatie binnen een geschikte locatie.
Het gevaar dreigt dat mensen meedenken en doen, maar gaandeweg het gevoel hebben dat er niet geluisterd wordt of dat afspraken makkelijk ter zijde worden geschoven. In Lexmond en Kedichem is de opvang succesvol verlopen, maar dat is mede door het bestuurlijk vasthouden aan de afspraak rondom de duur van de opvang. In Lexmond was er de roep uit het dorp de opvanglocatie langer open te houden. Door dit niet te doen groeide het vertrouwen bij de inwoners die niet volledig achter de opvanglocatie stonden. Een voorbeeld uit de gemeente Hilversum laat ogenschijnlijk een geslaagd communicatie- en participatietraject zien. De uitkomsten van de toezeggingen die door de gemeente gedaan zijn stroken echter niet met de randvoorwaarden zoals ze inmiddels gesteld worden vanuit het Rijk. Zo wordt er bijvoorbeeld afgesproken alleen opvang te bieden aan vrouwen en gezinnen, maar de Staatssecretaris heeft inmiddels vastgesteld dat gemeenten geen inspraak hebben in wie er opgevangen kan worden. Inmiddels hebben verschillende gemeenten geëxperimenteerd met het vooraf communiceren en ophalen van wensen bij inwoners, Eindhoven bijvoorbeeld. Advies Ondanks het feit dat er formeel geen sprake is van een crisis is het advies te communiceren zoals we gewend zijn in de crisisorganisatie van gemeenten. Dat houdt in informeren op basis van feiten, handelingsperspectief bieden en informatie duiden.
Informeren is eenrichtingverkeer, waarbij iedere betrokkene dezelfde informatie op hetzelfde moment krijgt. Het advies is te kiezen voor een middelenmix waarbij we alle 17
doelgroepen weten te bereiken. We bieden altijd een mogelijkheid om in contact te treden. We informeren dus feitelijk over onze taakstelling binnen de Spreidingswet waarbij we inzicht verschaffen in het communicatietraject dat we volgen na het bestuurlijk besluit een locatie tot opvanglocatie aan te wijzen. Op het moment dat een locatie bekend is kunnen we in gesprek met de omgeving, de ruimte tot participatie helder krijgen en op basis daarvan met elkaar op weg gaan. Vervolg De uitkomst van de opiniërende bespreking in de Commissie WOS zal in de vorm van een raadsinformatiebrief worden aangeboden aan de raad. Het college zal deze kaders hanteren in de verdere uitvoering en besluitvorming voor de asielopgave. Bijlage(n) Geen
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden,
de secretaris, {{Signer1}}
W.J. (Judith) de Jonge
de burgemeester, {{Signer2}}
S. (Sjors) Fröhlich
18