Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
Tekst van het document
Te beschermen waarden • • • • • • •
Natuurwaarden, rust, openheid. Ruime rivierbedding van de Lek, functie voor waterafvoer, waterberging en bevaarbaarheid. Kleinschalige, slingerende karakter van de Linge. Panoramische uitzichten vanaf de winterdijk. Cultuurhistorische bebouwing en elementen. Extensief gebruik voor landbouw. Veerponten voor langzaam verkeer.
Mogelijke ontwikkelingen • • • • • •
Meer mogelijkheden voor (water)recreatie bij de Linge. Beter toegankelijk maken van uiterwaarden, door bijvoorbeeld wandelpaden, in combinatie met natuurontwikkeling, vanuit de naastgelegen dorpen en stadjes. Versterking van de biodiversiteit op de dijken. Kleinschalige, extensieve waterrecreatie. Kleinschalige, extensieve verblijfsrecreatie, zoals bed & breakfast of kamperen bij de boer met vooral toeristische plaatsen. Versterking recreatie en natuur als onderdeel van dijkversterkingsprojecten.
4.4. Stroomruggen Het gebied Stroomruggen bestaat uit de stroomruggen langs de rivieren. In dit gebied ligt de meeste bebouwing: de stadjes Vianen en Leerdam, de dijkdorpen en nieuwe uitbreidingsgebieden. Het gebied wordt gekenmerkt door een kleinschalig en afwisselend landschap met diverse functies. Langs de Lek en de Linge is een binnendijks gebied dat wordt gekenmerkt door een kleinschalig en afwisselend landschap. Het mozaïek van akkers, weiden, bosschages en fruitboomgaarden bepaalt hier het beeld. De blokverkaveling gaat geleidelijk over naar
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
53
de lagere en nattere komgronden, wat zorgt voor een grote diversiteit aan landschappelijke en ecologische waarden. Langs de kronkelige dijkwegen is veel bebouwing aanwezig. Op de plekken van vroegere dijkdoorbraken zijn wielen te vinden. Op de stroomruggen zijn enkele recreatieplassen aanwezig, waar dagrecreatie mogelijk is. Bij Hagestein is ook een camping. Langs de rivieren liggen veel dorpen en steden. Langs de Lek liggen: Ameide, Hagestein, Everdingen, Hoef en Haag, Lexmond, Tienhoven aan de Lek en Vianen. Langs de Linge liggen: Leerdam, Kedichem en Oosterwijk. De dorpen kennen een actieve samenleving met veel sociale samenhang. In dit gebied zijn het grootste deel van de werklandschappen te vinden. Vianen is goed bereikbaar via de snelwegen, Leerdam is bereikbaar over provinciale wegen en heeft een treinstation. In de steden en dorpen langs de rivieren zijn veel historische en monumentale panden aanwezig. Vianen en Leerdam hebben allebei een historische binnenstad waarin veel voorzieningen te vinden zijn. Aan de zuidwestkant van Vianen is sprake van zeer hoge cultuurhistorische waarden bij buurtschap Helsdingen en daarom sluiten we dit gebied uit voor woningbouwontwikkeling en andere ontwikkelingen die een inbreuk doen op het cultuurhistorisch landschap. Dit is weergegeven op de waardenkaart.
Het verhaal van Hagestein (stad en kasteelterrein) is onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van de Vijfheerenlanden. Hagestein heeft in tegenstelling tot Vianen niet de kans gekregen om tot een volwaardige stad uit te groeien omdat de ontwikkeling van deze stad als het ware ‘in de kiem is gesmoord.’ De oorzaak hiervan is de vernietiging van het kasteel en de stad in 1405 gedurende de Arkelse oorlog (1401-1412). Vandaag de dag zijn tussen Hoef en Haag en Hagestein alleen voor het geoefende oog nog resten van het oude kasteelterrein te herkennen in het landschap. Het kasteelterrein heeft hoge archeologische waarden en is daarom een AMK terrein (opgenomen op de landelijke Archeologische Monumenten Kaart). Daarnaast heeft het gebied ook hoge cultuurhistorische waarden en is daarom uitgesloten van woningbouwontwikkeling en andere ontwikkelingen die een inbreuk doen op het cultuurhistorisch landschap. Dit is weergegeven op de waardenkaart.
Te beschermen waarden • • • • • • • •
Kasteelterrein Hagestein, gelegen tussen Hoef en Haag en Hagestein en buurtschap Helsdingen gelegen ten zuidwesten van Vianen. Afwisselende landschappen met kronkelige wegen en karakteristieke verkaveling en fruitboomgaarden. Grote diversiteit aan droge en natte landschappen, natuur en ecologische waarden. Gemengd gebied met veel verschillende functies. Uitzicht vanaf de dijken. Cultuurhistorische bebouwing en centra in de kernen. Historische binnensteden Vianen en Leerdam met winkels, musea en recreatie en goed voorzieningenniveau. Dijklinten met bebouwing aan de voet van de dijk.
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
54
• •
Afwisseling van dorpen, bedrijventerreinen en andere gebieden. Goede sociale samenhang in de wijken en dorpen.
Mogelijke ontwikkelingen • • • • • • • • •
Toeristische toegankelijkheid vergroten door versterken en uitbreiden van recreatieve voorzieningen, TOP’s en recreatieve transferia. Kleinschalige verblijfsrecreatie. Ontwikkelingen die bijdragen aan het opwaarderen van plekken langs het water. Collectieve woonvormen in combinatie met zelfvoorzienend zijn, zoals een voedselbos of een moestuin. Herstellen van de beeldbepalende beplantingsstructuren in het landschap. Vergroten van de biodiversiteit. Kleinschalige, toekomstbestendige landbouw, bijvoorbeeld het telen van nieuwe (hoge) gewassen. Aantrekkelijker maken en beter benutten van de binnensteden van Vianen en Leerdam. Herstructurering Leerdam-West (Leerdam) en De Hagen (Vianen).
4.5. Halfopen griendenlandschap De Halfopen griendenlandschap is een halfopen veenweidegebied, met grienden, rietvelden, natte bosjes en open graslanden. Het gebied kent hoge natuurwaarden. De Diefdijk is als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie een belangrijk cultuurhistorisch element. In het gebied liggen geen dorpen of stadjes. Het halfopen landschap wordt gevormd door een mozaïek van natte blokvormige landschapselementen in de vorm van grienden, rietvelden en bossen. De natte broekbosstroken bestaan uit hakhout-, broek- of geriefhoutbosjes met een rijke variantie aan gebiedseigen bomen en struiken: Zouweboezem (beschermd), Autenapolder, Bolgerijenpolder, Kortgerechtpolder. Door de hoge natuurwaarden is het ook een mooi gebied om te wandelen of te fietsen. Een belangrijk cultuurhistorisch element in het gebied is de Diefdijk in het oosten, die het gebied heeft beschermd tegen overstromingen. Daarnaast is het gebied met de Diefdijk en Lingedijk onderdeel van het werelderfgoed Nieuwe Hollandse Waterlinie en is, net als het Veenweidelandschap ook dit gebied onderdeel van het inundatiegebied van de oude Hollandse Waterlinie. Door het gebied lopen een aantal bebouwingslinten, waarin een hechte gemeenschap te vinden is. Het gebied wordt doorsneden door beide snelwegen en het Merwedekanaal. Deze vormen een barrière, zowel voor mens als voor plant en dier.
Door de nabijheid van op- en afritten op de snelwegen is het gebied goed bereikbaar.
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
55
Te beschermen waarden • • • •
Hoge natuurwaarden, zowel in als om de beschermde natuurgebieden. Mozaïekvormige natte blokvormige landschapselementen van grienden, rietvelden en bossen. Werelderfgoed Nieuwe Hollandse Waterlinie (Diefdijk en Lingedijk) en omgeving en gehele gebied inundatiegebied Oude Hollandse Waterlinie. Behoud van bebouwingslinten één- of tweezijdig. Bebouwingslinten worden niet volgebouwd.
Mogelijke ontwikkelingen • • • • •
Toekomstbestendige landbouw, zoals duurzame natuur inclusieve landbouw, agrarisch natuurbeheer, kringlooplandbouw of alternatieve (natte) teelten. Transformatie van stoppende agrarische bedrijven naar een woning of andere passende functie, waarbij het landschap wordt versterkt. Functies die bijdragen aan het beheer en versterking van natuurwaarden, zoals nieuwe landgoederen, voedselbossen, herenboeren. Collectieve woonvormen in combinatie met zelfvoorzienend zijn (voedselbos, moestuinen e.d.). Kleinschalige, extensieve waterrecreatie, zoals vaarrecreatie, fiets- en wandelmogelijkheden en speelplaatsen in de natuur, gecombineerd met ondersteunende voorzieningen (TOP’s).
4.6. Veenweidelandschap Het gebied het Veenweidelandschap heeft een rijk cultuurhistorisch landschap, waar openheid, rust en stilte wordt afgewisseld met lange bebouwingslinten, (agrarische) bedrijvigheid en actieve dorpen. De veenweiden zijn voor het grootste deel in gebruik door onze agrariërs. Zij zijn de beheerder van het landschap en onderhouden de graslanden voor hun vee. Het cultuurhistorische landschap is onder andere te herkennen in de tiendwegen, veenstroompjes, (achter-)kaden en woonheuvels. De dorpen liggen op de oorspronkelijke (veen) stroomruggen. Achter de lintbebouwing zorgen langgerekte agrarische kavels voor openheid. Kenmerkende historische gebouwen in dit gebied zijn de watertoren Meerkerk, de historische kerkgebouwen, molens en restanten van kastelen. Het gebied is onderdeel van het inundatiegebied van de Oude Hollandse Waterlinie. De open weiden worden afgewisseld met de beslotenheid van boomgaarden en wegen met bebouwing en beplanting. Het open en rustige karakter is van belang voor onder meer weidevogels als de grutto, maar ook voor bewoners om tot rust te komen. In het Veenweidelandschap liggen de dorpen Leerbroek, Hei- en Boeicop, Meerkerk, Nieuwland, Schoonrewoerd en Zijderveld. De dorpen en buurtschappen zijn landelijk en kleinschalig. De dorpen kennen een grote saamhorigheid en hebben een duidelijke eigen identiteit.
Kleinschalige bedrijventerreinen en bedrijven in of nabij de dorpen zorgen voor lokale werkgelegenheid. Meerkerk is een aantrekkelijke plek voor werkgelegenheid door de nabijheid van de A27. Hier bevindt zich een ruim werklandschap. Meerkerk functioneert als lokaal voorzieningencentrum. Het Merwedekanaal vormt een recreatieve
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
56
vaarroute dwars door het veenweidegebied. Via de landelijke, slingerende wegen zijn de A2 en de A27 nooit ver en kan men gemakkelijk naar nabijgelegen steden of verder weg.
Te beschermen waarden • • • • • • • • • •
Agrarisch karakter en gebruik. Rustige en natuurlijke karakter, ruimte voor weidevogels. Afwisseling tussen openheid en beslotenheid. Open en natte weides. Cultuurhistorische landschap. Lange bebouwingslinten één- of tweezijdig met open ruimtes. Cultuurhistorische gebouwen en elementen. Grote sociale saamhorigheid en eigen identiteit van dorpen en buurtschappen, goede sociale samenhang in de wijken. Goede bereikbaarheid via OV-knooppunt Meerkerk. Lokale werkgelegenheid.
Mogelijke ontwikkelingen • • • • • • • • • •
Vormen van toekomstbestendige landbouw, zoals duurzame natuur inclusieve landbouw, agrarisch natuurbeheer, kringlooplandbouw of alternatieve teelten. Transformatie van stoppende agrarische bedrijven naar een woning of andere passende bestemming waarbij het landschap versterkt wordt. Versterken karakteristieke strokenverkaveling en de lijnen van de ‘prachtlinten’. Verhogen natuurwaarden en vergroten biodiversiteit. Kleinschalige vaarrecreatie en routes. Uitbreiding van routes en ondersteunende voorzieningen bij routes waar mogelijk in combinatie met versterking van het natuurnetwerk. Kleinschalige verblijfsrecreatie, zoals kamperen bij de boer. Collectieve woonvormen in combinatie met zelfvoorzienend zijn (voedselbos, moestuinen e.d.). Voorzieningen voor openbaar vervoer en elektrisch (deel)vervoer in aansluiting op het bestaande netwerk. (Kleinschalige) zonneweides langs de snelweg.
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
57
5. De visiekaart Vanuit de doelen en de voorgaande 11 ambities is een visiekaart voor heel Vijfheerenlanden opgesteld. Op de visiekaart staat waar we onze doelen en de ambities willen of kunnen realiseren die specifiek gebiedsgericht zijn. De andere ambities zijn meer algemeen en overkoepelend. Figuur 6 toont de visiekaart.
5.1. Relatie met de plan-OER De resultaten van het plan-Omgevings-effectrapport (plan-OER) (bijlage 5) hebben belangrijke input geleverd aan de visiekaart. In het plan-OER worden aanbevelingen gegeven om de ambities en doelstellingen uit de omgevingsvisie concreter te maken. Zo zijn diverse zoekgebieden voor woningbouw en bedrijven bij de woonplaatsen in de gemeente onderzocht op haalbaarheid. Deze zoekgebieden zijn opgenomen in de visiekaart. Hierbij is gekeken naar beschermde gebieden waar ruimtelijke ontwikkelingen niet toegestaan zijn. De omgevingsverordening provincie Utrecht 2022 (vastgesteld door Provinciale Staten op 30 maart 2022) is hierbij een belangrijk kader geweest. In de Omgevingsverordening is per stad en dorp (indicatief) een kernrandzone aangegeven. Hier is woningbouwontwikkeling onder voorwaarden mogelijk. Het betreft de steden Leerdam, Vianen en Ameide en de dorpen Everdingen, Hagestein, Hei- en Boeicop, Hoef en Haag, Kedichem, Leerbroek, Lexmond, Meerkerk, Nieuwland, Schoonrewoerd, en Zijderveld. Rondom de buurtschappen en de dorpen Oosterwijk en Tienhoven aan de Lek is geen kernrandzone opgenomen. Het gaat hierbij per dorp om een eenmalige uitbreiding van 50 woningen in het landelijk gebied ten behoeve van de lokale vitaliteit. Rond de dorpen is geïnventariseerd waar een uitbreiding met ca. 50 woningen het meest passend is.
Uitbreiding bij sommige kernen kan vanwege de lokale situatie onwenselijk zijn. Op basis van de omgevingsverordening zijn stiltegebieden (stille kern en bufferzone), Natuur-Netwerk-Nederland (NNN) en Groene Contour gebieden, weidevogelkerngebieden en waterwingebieden uitgesloten van ontwikkelingen. Dit geldt tevens voor Natura-2000 gebieden en Unesco gebied de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Deze gebieden zijn op figuur 7 weergegeven. In aanvulling hierop komen een aantal gebieden in de kernrandzones niet voor op de visiekaart. Een reden kan bijvoorbeeld zijn dat hier nu sportvelden liggen of dat een gebied vanuit cultuurhistorisch belang niet ontwikkeld mag worden. Daarnaast gelden in de, op de visiekaart aangegeven zoekgebieden vaak nog wel randvoorwaarden voor het ontwikkelen van de locatie, zie onder andere paragraaf 6.2. stap 3. Een onderdeel van de plan-OER is het locatieonderzoek windturbines, uitgevoerd ten behoeve van de invulling van het RES-bod (bijlage 6). Op basis van het raadsbesluit van 9 februari 2023 zijn 3 van de zoekgebieden op de visiekaart opgenomen. Verder zijn mobiliteitsopgaven onderzocht, waarbij met name aanbevelingen zijn gedaan, zoals het sturen op de verschuiving van de vervoerswijze keuze naar OV en fiets, met name ook bij nieuwe ontwikkelingen. In de omgevingsvisie wordt zo onder andere ingezet op verbetering van het fietsnetwerk.
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
58
Figuur 6: Visiekaart Vijfheerenlanden
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
59
Figuur 7: Beschermde gebieden waar bouwactiviteiten in principe niet toegestaan zijn. Daarnaast zijn opgaven in het landelijk gebied beoordeeld, zoals de hierboven genoemde energietransitie en de veranderingen in de agrarische sector.
Passende beoordeling In Vijfheerenlanden en in de omgeving ligt een aantal Natura-2000 gebieden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, ook als deze binnen de zoekgebieden liggen, dient rekening gehouden te worden met de gevolgen ervan op aanwezige Natura-2000 gebieden. Hiervoor is, als onderdeel van de plan-OER, een Passende beoordeling uitgevoerd (bijlage 7). De conclusies van de Passende beoordeling zijn (zeer beknopt) weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 1: Niet uit te sluiten effecten op Natura 2000-gebieden van ontwikkelingen in de omgevingsvisie Vijfherenlanden
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
60
Of daadwerkelijk effect optreedt moet nader onderzocht worden in vervolgfasen van plan- en besluitvorming. Toetsing vindt pas plaats bij vastlegging van de ontwikkeling in een ruimtelijk besluit en vergunning. De conclusie van de Passende beoordeling is dat er geen indicatie is dat de voorgestelde ontwikkelingen in de omgevingsvisie op voorhand niet uitvoerbaar zouden zijn. Er bestaan voor de verschillende mogelijk optredende effecten diverse mitigerende maatregelen om effecten te voorkomen dan wel te beperken tot niet-significant. Er zijn beleidskeuzes die een groter risico op significante gevolgen en een verhoging van de milieudruk met zich meebrengen; met name de woningbouw, de toevoeging van werklandschappen en windturbines. Hiervoor zijn mogelijkheden verkend – op het niveau van de omgevingsvisie - om deze effecten te beperken. Duidelijk is dat er mogelijkheden aanwezig zijn. Deze verkenning neemt niet weg dat er in het vervolg op de omgevingsvisie gewerkt moet worden aan maatregelen om de milieudruk te beperken. Stikstof is voor alle ontwikkelingen en zoekgebieden een aandachtspunt en mogelijk risico, gezien de nabijheid van stikstofgevoelig en -overbelast Natura 2000-gebied, de grote “reikwijdte” van stikstofeffect en de vanuit jurisprudentie steeds strenger wordende regels hoe met stikstof om te gaan.
De omgevingsvisie omvat ook ontwikkeling met een (mogelijk) positief effecten op omliggende Natura 2000-gebieden, zoals inzetten op transitie van de landbouw (afname stikstof, verontreiniging en verdroging), energietransitie (afname stikstof), duurzame mobiliteit (afname stikstof) en realisatie van groen, natuur en water (vergroting leef- en foerageergebied, afname verdroging).
5.2. Ontwikkelen buiten de zoekgebieden Soms kan er vanuit de gemeente een voorkeur zijn voor een ontwikkeling buiten de in de visie beschreven kaders, zoals bijvoorbeeld opgenomen zoekgebieden. Een ontwikkeling is dan niet altijd per definitie onmogelijk, immers niet alle situaties zijn voorzien in de omgevingsvisie. In zo’n geval moet goed gemotiveerd worden waarom
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
61
deze ontwikkeling toch gewenst is en hoe die integraal afgewogen is. Hiermee kunnen wij of andere bevoegd gezagen (provincie, rijk) uitgenodigd worden om hieraan alsnog medewerking te verlenen aan het initiatief. Deze situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als een ontwikkeling in strijd is met de provinciale omgevingsverordening. Dit is één van de kaders geweest voor de omgevingsvisie (zie vorige paragraaf). Willen we bijvoorbeeld woningen bouwen in een stiltegebied, dan zal de provincie af moeten wijken van de provinciale verordening en zullen de grenzen van het stiltegebied aangepast moeten worden. Wil zij hieraan meewerken, dan is een ontwikkeling is dit gebied niet uitgesloten.
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
62
6. Proceswijzer 6.1. Ik heb een plan Als gemeente kunnen we deze omgevingsvisie niet alleen waarmaken. We doen dit samen met de samenleving. We willen u daarom uitnodigen tot ruimtelijke initiatieven die passen in deze visie. Hoe u uw initiatief of plan kunt voorbereiden, staat in het stappenplan: ik heb een plan. Kijk eerst in het Omgevingsplan Vijfheerenlanden. Het omgevingsplan is het plan van de gemeente met algemene regels voor de fysieke leefomgeving, vergelijkbaar met het bestemmingsplan dat we nu kennen. Voor iedere locatie staat erin welke activiteiten worden toegestaan, bijvoorbeeld wonen, recreatie of bedrijvigheid. Er staan regels in over welke ontwikkelingen zijn toegestaan en wat er beschermd moet worden. Het omgevingsplan vervangt onder andere het bestemmingsplan als de Omgevingswet in gaat op 1 januari 2024. Als u een (bouw)plan heeft dat past in het omgevingsplan, dan hoeft u dit stappenplan niet te volgen. U kunt uw plan dan direct indienen via het Omgevingsloket (website volgt zodra deze bekend is). Het gaat hier verder om aanvragen die niet passen in het (tijdelijk) omgevingsplan.
6.2. Stappen om verder te komen met uw idee Heeft u een plan of een initiatief dat u wilt realiseren in de gemeente Vijfheerenlanden? We helpen u graag op weg via dit stappenplan. Onze grondhouding is ‘Ja, mits’. Uitgangspunt hierbij is dat u met uw plan een positieve bijdrage levert aan de leef- en/of werkomgeving en/of aan andere ambities, zoals het versterken van de natuur in Vijfheerenlanden. De in deze omgevingsvisie opgenomen doelen en ambities (of keuzes?) vormen daarbij een toetsingskader. In het stappenplan leest u hoe dat in zijn werk gaat. Stap 1: Kan uw idee de kwaliteiten van onze gemeente versterken? (check waardenkaart) Onze gemeente heeft veel kwaliteiten die we willen behouden en versterken. We vinden het daarom belangrijk dat plannen passen bij de kwaliteiten van het gebied. Deze kwaliteiten kunt u vinden in de beschrijvingen bij de waardenkaart. Daar vindt u voor uw locatie de belangrijkste kwaliteiten. Ook ziet u waar u in de uitwerking van uw idee rekening mee moet houden. Uw plan versterkt deze kwaliteiten. De kwaliteiten geven ook mogelijkheden om uw idee te verbeteren. Als u rekening houdt met deze kwaliteiten of als uw plan deze kwaliteiten versterkt, heeft uw idee of plan grotere kans van slagen. Stap 2: Draagt uw idee bij aan wat wij willen? In de omgevingsvisie staan 11 ambities/ keuzes.
Deze laten zien waar de gemeente zich de komende jaren op richt. Het zijn punten die voor iedereen van belang zijn om ook in de toekomst gezond, duurzaam en veilig te kunnen blijven wonen, leven en ondernemen in onze gemeente. Per punt hebben we concrete doelen geformuleerd. Kijk of uw idee aansluit bij een of meerdere punten of de doelen daarbinnen. Dat maakt uw idee meer toekomstgericht. De punten hebben we ook gebiedsgericht uitgewerkt. Dat staat op onze visiekaart. Kijk of uw idee aansluit bij de visiekaart. Dat maakt uw plan kansrijker.
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
63
Stap 3: Past uw plan binnen een goede leefomgeving? Heeft u de vorige stappen doorlopen? In Nederland gelden wetten en regels, waar we niet omheen kunnen. Deze gaan bijvoorbeeld over natuur en milieu. Het is belangrijk dat uw plan past in een goede leefomgeving en voldoet aan de basisnormen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. Op uw plan kunnen ook wettelijke regels van toepassing zijn die te maken hebben met veiligheid of milieuhinder. Breng in beeld welke wetten en regels er voor uw initiatief gelden en hoe u daarop kunt inspelen. U kunt zich laten bijstaan door een adviseur. U krijgt zo een beeld van al het (wettelijk verplichte) onderzoek dat nodig is voorafgaande aan de uitvoering van uw plan. In deze fase hoeft u nog geen onderzoeken uit te voeren, daarmee kunt u starten als duidelijk is of uw initiatief past binnen de gemeentelijke visie en het gemeentelijk beleid (fase 4). Stap 4: Dien uw plan in bij de gemeente Vervolgens kunt u uw plan voorleggen aan de gemeente door het indienen van een principeverzoek. Uw plan wordt dan beoordeeld, waarbij onder andere wordt bekeken in hoeverre het plan past binnen de omgevingsvisie en ander relevant gemeentelijk beleid. Indien de gemeente in principeakkoord is met uw plan, dan informeren wij u over het verdere proces. U zult in ieder geval in gesprek moeten gaan met uw omgeving.
Mogelijk zijn onderzoeken nodig om de haalbaarheid van uw plan te bepalen. Ga hiervoor naar: Principeverzoek - Gemeente Vijfheerenlanden
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
64
7. Achtergronden 7.1. Wat is een omgevingsvisie? De omgevingsvisie is één van de instrumenten uit de Omgevingswet. Deze nieuwe wet treedt in 2024 in werking. De omgevingsvisie heeft een juridische status en is het kader stellend document voor de gemeente bij beheer en inrichting van de fysieke leefomgeving. Alle gemeenten in Nederland moeten vóór 31 december 2024 een door de gemeenteraad vastgestelde omgevingsvisie hebben. De omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen voor de hele gemeente. De visie gaat over onze woon- en leefomgeving en de mensen die daarin samenleven, werken, ondernemen en verblijven. Het gaat bijvoorbeeld over woningen, bedrijven, wegen, water, bodem en lucht. Maar ook landschap, natuur en cultureel erfgoed vallen eronder. We beschrijven ook hoe we onze samenleving veilig en gezond houden, nu en in de toekomst. In de visie staat wat wij als gemeente en als samenleving belangrijk vinden om te behouden, te versterken en te ontwikkelen en we geven aan hoe we hier samen mee aan de slag willen. De gemeenteraad stelt de omgevingsvisie vast als een visie voor de toekomst, waarbij we vooruitkijken naar 2040. De omgevingsvisie wordt nu nog vastgesteld als een structuurvisie in artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Tegen een besluit tot vaststelling van de omgevingsvisie staat geen bezwaar, beroep of hoger beroep open.
De visie bindt alleen de gemeente zelf en bevat geen regels voor burgers, bedrijven of andere overheden. De gemeente moet bij het inzetten van instrumenten van de Omgevingswet zoals het omgevingsprogramma en het omgevingsplan, rekening houden met het beleid in de omgevingsvisie.
7.2. Hoe is de visie tot stand gekomen? Bij het opstellen van de omgevingsvisie zijn een aantal stappen doorlopen. Er is een inventarisatie gemaakt van de gebiedswaarden en het geldende beleid. We hebben de huidige staat van de leefomgeving in beeld gebracht in de gemeente-atlas. Ook is inbreng gevraagd van veel betrokkenen, inwoners en organisaties via het participatietraject. Hen is gevraagd de waarden van Vijfheerenlanden en van hun dorp te benoemen. Ook is gevraagd naar hun wensen voor de toekomst van de gemeente. Deze input hebben we verwerkt bij het opstellen van de omgevingsvisie. Zo is samengewerkt om deze omgevingsvisie te maken. Het proces is schematisch weergegeven in onderstaande figuur.
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
65
Proces opstellen omgevingsvisie, stappen en producten → tijd Analyse beleid
Uitvoeren Plan-OER
Hoofdlijnen ambities en ontwikkelingen
Huidige situatie omg. kwaliteit Bouwstenen notitie
OERrapport
NRD
Vaststellen omgevingsvisie
Uitvoeren participatie Opstellen omgevingsvisie
Ontwerp omg.visie
Omg.visie
Atlas gemeente
Afstemming college /raad
Informeren nieuwe raad
Afstemming college /raad
Akkoord college/ raad
Figuur 7: Proces opstellen omgevingsvisie
Omgevingseffectrapportage Voor gebiedsgerichte keuzes is een Plan-OER opgesteld. Deze omgevingsvisie stelt kaders aan toekomstige ontwikkelingen die gevolgen kunnen hebben voor het milieu. De gemeente doorloopt de procedure van de milieueffectrapportage om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig te betrekken bij de totstandkoming van de omgevingsvisie. De omgevingseffecten van de beleidsopgaven en mogelijke strategieën voor deze visie worden integraal in beeld gebracht. Het resultaat van deze procedure is een Milieueffectrapport (MER). Omdat het gaat om een MER over de gehele fysieke leefomgeving wordt dit een omgevings-effectrapport (plan-OER) genoemd. In een planOER wordt niet alleen ingegaan op de ‘klassieke’ milieuthema’s (zoals verkeer en geluid), maar bijvoorbeeld ook op gezondheid en energie. Het plan-OER is als bijlage 5 bij deze omgevingsvisie opgenomen. Het opstellen van het plan-OER liep parallel aan het opstellen van de omgevingsvisie, in onderstaande figuur is het gevolgde proces weergegeven.
Figuur 8: Proces plan-OER en omgevingsvisie (bron: Notitie Reikwijdte en Detailniveau plan-OER, Antea)
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
66
De ontwerp-omgevingsvisie en het plan-OER liggen gezamenlijk ter inzage. In het planOER worden aanbevelingen gegeven om de ambities en doelstellingen uit de omgevingsvisie concreter te maken. Hierdoor ontstaat inzicht in de haalbaarheid van de visie en de kansen en risico’s die de visie met zich meebrengt. Zo zijn diverse zoekgebieden voor woningbouw en bedrijven bij de woonplaatsen in de gemeente onderzocht op haalbaarheid. De zoekgebieden zijn opgenomen in de omgevingsvisie op de visiekaart. Sommige zoekgebieden zijn afgevallen, omdat ze niet haalbaar bleken. Deze zijn niet opgenomen op de visiekaart. Andere zoekgebieden zijn wel mogelijk, maar vaak gelden randvoorwaarden voor het ontwikkelen van de locatie. Die randvoorwaarden zijn niet opgenomen in het plan-OER. Ook zijn duurzame energiebronnen onderzocht, zoals locaties voor windturbines. Hiervoor is, in het kader van de RES, een locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden opgesteld (bijlage 6). Mede op basis van deze onderzoeksresultaten is 9 februari 2023 een raadsbesluit genomen over invulling van het RES-bod. Naar aanleiding van dit raadsbesluit zijn 3 zoekgebieden voor windturbines op de visiekaart opgenomen. Verder zijn mobiliteitsopgaven onderzocht, waarbij met name aanbevelingen zijn gedaan, zoals het sturen op de verschuiving van de vervoerswijze keuze naar OV en fiets, met name ook bij nieuwe ontwikkelingen.
In de omgevingsvisie wordt zo onder andere ingezet op verbetering van het fietsnetwerk. Daarnaast zijn opgaven in het landelijk gebied beoordeeld, zoals de energietransitie en de veranderingen in de agrarische sector. De omgevingsvisie is hierop aangepast.
Passende beoordeling Als onderdeel van de plan-OER is een passende beoordeling uitgevoerd (bijlage 7). De Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, ten aanzien van plannen en projecten die mogelijke effecten hebben op de natuurlijke kenmerken van de gebieden, gelet op de instandhoudings-doelen die in de Natura 2000gebieden van kracht zijn. De omgevingsvisie Vijfheerenlanden bevat richtinggevende en kader stellende beleidskeuzes. Op voorhand is niet uit te sluiten dat deze afzonderlijk of in samenhang kunnen leiden tot significante negatieve gevolgen op Natura 2000-gebieden in en in de omgeving van de gemeente. Daarom dient op grond van de Wnb een Passende Beoordeling te worden opgesteld. Het doel van deze beoordeling is het signaleren van beleidskeuzes waarvan de uitvoerbaarheid, vanwege effecten op het Natura 2000-netwerk, onzeker is.
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
67
8. Uitvoering 8.1. Wijk- en dorpsgericht werken Het realiseren van ambities voor de fysieke leefomgeving doen we samen met onze inwoners en ondernemers. Wijk- en dorpsgericht werken is de norm in Vijfheerenlanden. Deze manier van werken zorgt ervoor dat de inwoners gestimuleerd worden eigen initiatieven te ontplooien in hun buurt of wijk en daarbij, als dat nodig is, gefaciliteerd worden door de gemeente (overheidsparticipatie). De omgevingsvisie geeft (bij een deel) van deze initiatieven kaders. Daarnaast zullen inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties betrokken worden bij het vormgegeven en uitvoeren van een groot aantal ambities en speerpunten die opgenomen zijn in de omgevingsvisie.
Wat willen we bereiken? Een betrokken samenleving die terecht kan bij de gemeente als dat nodig is. Een goede samenwerking tussen de inwoners en de gemeente dat gebaseerd is op vertrouwen. Draagvlak in de buurten, door het houden van de goede gesprekken, op het moment dat wij als gemeente daar aan de slag gaan. En een meedenkhouding van de gemeente als de inwoner of ondernemer met een plan naar ons toe komt. We betrekken onze inwoners en ondernemers in een zo vroeg mogelijk stadium bij onze projecten en beleidsontwikkeling (inwonersparticipatie) en zetten daarbij in op goed verwachtingenmanagement en heldere communicatie. We respecteren de verschillen tussen alle dorpen en wijken. Maatwerk is in alle gevallen de standaard.
Hoe gaan we dat doen? We betrekken onze inwoners en ondernemers in een zo vroeg mogelijk stadium bij onze projecten en beleidsontwikkeling (inwonersparticipatie) en zetten daarbij in op goed verwachtingenmanagement en heldere communicatie. We respecteren de verschillen tussen alle dorpen en wijken. Maatwerk is in alle gevallen de standaard. We zijn zichtbaar en benaderbaar in de dorpen en wijken aanwezig. We weten daardoor welke behoeften er leven en houden daar rekening mee. We stimuleren de inwoners van onze dorpen en wijken om te komen met een eigen dorps- of wijkagenda. Deze dorps- of wijkagenda wordt door de gemeente uitgebouwd naar een dorps- of wijkvisie op het moment dat er een grote opgave ligt in het gebied, zoals bijvoorbeeld woningbouw. En we introduceren het inwonersberaad.
8.2. Regionale samenwerking Vijfheerenlanden is een gemeente die bewust is van de omgeving, haar strategische ligging en de nabijheid van haar samenleving. De grenzen van de gemeente en zelfs provincie mogen niet beperkend zijn voor alle belanghebbenden van onze gemeente.
Wat willen we bereiken? Een groot groen landschap, drinkwateropslag, een bloeiende maakindustrie, centraal gelegen midden in Nederland, doorkruist met 2 belangrijke snelwegen van noord naar
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
68
zuid, een gemeente omringd door drie provincies en gekenmerkt door het rijke cultuurhistorische karakter. Wij kunnen niet anders dan grens-ontkennend samenwerken en onze ligging ten volle benutten. Daarnaast is het is ook een dynamische periode, met toenemende maatschappelijke opgaven die effect hebben op de ruimtelijke ordening en daarmee op de leefomgeving. Samen met andere (decentrale) overheden zetten wij in om een aangename leefomgeving te behouden en versterken. Wij verkennen samen de mogelijkheden en kansen en spelen in op de maatschappelijke opgaven.
Hoe gaan wij dit doen? De inhoudelijke opgaven bepalen de gewenste samenwerkingen die dan ook kunnen variëren. Wij bezien onze eigen(wijze) oplossingen in samenhang met andere vraagstukken en op een regionale of nationale schaal met focus en zorg. Aansluiten waar de meerwaarde groot is en waar nodig de wetgeving ons voorschrijft. Op dit moment vindt de meeste samenwerking plaats in de deelname aan 2 regio’s, Netwerksamenwerking U10 (U10) en GR Regio Alblasserwaard/Vijfheerenlanden (GR AV). In deze samenwerkingen haken op meerdere opgaven ook provincie(s) en waterschap(pen) aan en soms ook andere gemeenten of zelfs regio’s. In de netwerksamenwerking U10 hebben wij de laatste jaren gewerkt aan een Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP). Samen met 16 Utrechtse gemeenten hebben wij een start gemaakt met de ruimtelijke puzzel met een ontwikkelrichting tot 2040. Als doel een gezonde ontmoetingsplek in een stedelijke regio voor iedereen. Een integrale blik met als thema’s wonen, werken, duurzame bereikbaarheid, energie en water, groen en landschap zijn hierin opgeschreven. Ambities zijn hierin afgestemd en keuzes gemaakt in de vorm van redeneerlijnen. Slim met onze ruimte omgaan met oog voor de identiteit van iedere gemeente. Vanaf 2023 wordt het perspectief actief in bijvoorbeeld allianties verder vormgegeven en tot uitvoering gebracht.
Daarnaast vormt het IRP een belangrijk kader voor de omgevingsvisie. U10 zorgt ook, waar nodig, voor coördinatie en aansluiting op provinciaal- en rijksbeleid, gericht op de regio Utrecht. Samen gaan we voor het verwerven van financiële middelen om de ambities vorm te kunnen geven en uit te voeren. Op alle thema’s, bijvoorbeeld de coördinatie van het MIRT-traject waarin alle (grote) infrastructurele projecten worden geprogrammeerd, de woondeal regio Utrecht om samen tot een impuls en goed verdeeld woningbouw te komen, aansluiting bij de EBU/ROM om de bedrijvigheid in de regio te stimuleren en ondersteunen et cetera. De GR Regio Alblasserwaard/Vijfheerenlanden (GR AV) is een samenwerking die gebouwd is op het verleden. Ons landschap, die voor een deel gekenmerkt wordt door landbouw, heeft veel overeenkomsten met de gemeente Molenlanden. Gorinchem is een gemeente waar veel inwoners op steunen voor zorg in het ziekenhuis, maar biedt ook toekomst door opleiding aan onze jongeren die aansluit op de maakindustrie in onze gemeente. Wanneer een opgave erom vraagt, sluiten ook andere gemeenten bij de samenwerking aan, zoals bij de klimaatopgaven binnen de dijkring 16. De GR AV is het hart van de samenwerkingen binnen deze regio, waarin nieuwe projecten ten gunste van de regio in worden ontplooid.
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
69
Onze overtuiging: samenwerking is de weg waarlangs belangrijke resultaten geboekt kunnen worden.
8.3. Samenhang met ander beleid De Omgevingswet gaat uit van een dynamisch systeem van plannen maken. Geen vastomlijnde plannen meer met een vaste doorlooptijd zoals we gewend waren. Maar denken in een beleidscyclus. Deze cyclus zorgt ervoor dat we steeds aansluiten bij de wensen en uitdagingen van dat moment. De beleidscyclus start met de kaders en ambities in een omgevingsvisie. Deze vertalen we waar nodig of gewenst in programma’s en in het omgevingsplan en uiteindelijk in de vergunningverlening.
Evalueren en monitoring De insteek van de Omgevingswet is dat beleidsstukken steeds actueel zijn en worden bijgesteld. Ook de omgevingsvisie moet altijd ‘bij de tijd’ zijn. Door tussentijds te monitoren, weten we waar we staan met de uitvoering. Door te evalueren en dan onze keuzes bij te stellen, ontstaat een beleidscyclus. Als het nodig is, zullen we dan de omgevingsvisie aanpassen aan dan actuele vragen. Wij stemmen de evaluatie en monitoring van de visie af op de verschillende onderdelen van de visie. Onze doelen zijn voor ons een belangrijk deel van de visie. Iedere keer als er een nieuw gemeentebestuur komt, normaal gesproken eens in de vier jaar, worden de doelen gecheckt. We herijken dan de ambities/keuzes die eraan zijn gekoppeld. Zo nodig passen we dan de doelen en acties aan. Het monitoren van de voortgang doen we aan de hand van de door ons gestelde doelen. Dat doen we tussentijds en we rapporteren hierover ieder jaar aan de gemeenteraad. Hierbij maken we gebruik van de bestaande planning en control cyclus, waarmee de gemeenteraad periodiek wordt geïnformeerd over behaalde resultaten en voortgang.
Programma’s Deze doelen en acties kunnen concreet gemaakt worden in programma’s. De Omgevingswet geeft de gemeente de mogelijkheid om voor specifieke gebieden of specifieke onderwerpen een programma te maken. Denk bijvoorbeeld aan een programma wonen of een programma buitengebied. Een programma vormt een verlengstuk van de omgevingsvisie. Hierin maken we onze doelen en acties concreet. Er staat in hoe we dat doel willen bereiken, wanneer en waarmee dat wordt gemeten. Programma’s worden door het college van burgemeester en wethouders opgesteld. Onze bestaande beleidsstukken beschouwen we ook als programma’s. Nieuw beleid met een relatie tot de fysieke leefomgeving, wordt altijd opgesteld binnen de kaders van de omgevingsvisie als uitwerking of als programma. Mocht nieuw beleid afwijken, dan leidt dat tot herziening van de omgevingsvisie.
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
70
Omgevingsplan In het omgevingsplan vertalen we de doelen en ambities uit de omgevingsvisie van de gemeente in regels. In het omgevingsplan staat precies wat wel en niet mag op een locatie. Het lijkt daarmee op het bestemmingsplan zoals dat eerder bestond. Als de Omgevingswet ingaat, worden de bestaande bestemmingsplannen van rechtswege het tijdelijke gemeentelijk Omgevingsplan. De gemeente heeft tot 2029 om dit tijdelijke omgevingsplan te herzien.
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
71
9. Financiën De omgevingsvisie schetst de ruimtelijke ambitie van de gemeente tot 2040. De wijze van uitvoering wordt opgenomen in de Omgevingsprogramma’s en/of uitvoeringsparagraaf en geven aan op welke wijze we invulling gaan geven aan de ambities. Het is niet mogelijk om in de omgevingsvisie exact te benoemen welke ambities we de komende twintig jaar gaan realiseren en welke financiële impact deze ambities hebben.
9.1. Financiële bijdrage gebiedsontwikkeling (Omgevings)programma’s, projecten en fysieke maatregelen die volgen uit de omgevingsvisie kunnen investeringen en kosten met zich meebrengen. Het gaat om: • •
Gebiedseigen kosten: kosten voor het plangebied, zoals grondwerken, bouw- en woonrijp maken, plankosten. Bovenwijkse voorzieningen: kosten voor meerdere gebieden, zoals een rotonde, rondweg.
Tenslotte is er een categorie bovenplanse verevening, waarmee over meerdere gebieden kosten kunnen worden verhaald of verevend. Bovenplanse verevening en Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkelingen zijn kosten die op initiatiefnemers verhaald kunnen worden. Deze kosten zijn in de Wro en in het Omgevingsbesluit benoemd. Met inwerkingtreding van de Omgevingswet en Aanvullingswet Grondeigendom worden deze kosten geïntegreerd in ‘Financiële bijdragen ontwikkeling’. De Omgevingswet verplicht overheden om bepaalde kosten voor naar evenredigheid te verhalen op initiatiefnemers. Het heeft de voorkeur om de plankosten en evt. vereveningsbijdragen op vrijwillige basis te regelen (dat is veelal met een anterieure overeenkomst). Wanneer dat nodig is wordt uitgegaan van een afdwingbare bijdrage. Dat kan in de vorm van een exploitatieplan of andere vorm van kostenverhaal. Ook kan dit via vereveningsbijdragen, bv. voor een naar prijsklasse evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad of fondsbijdragen. Kosten verhalen financiële bijdragen worden vooruitlopend op het omgevingsplan nadergeregeld in uitvoeringsregels dan wel een verordening.
9.2. Vestiging Wet voorkeursrecht gemeenten De gemeente kan een voorkeursrecht vestigen op gronden van anderen. Dat betekent dat de zakelijk gerechtigden van deze gronden bij een voornemen tot vervreemding de aangewezen gronden als eerste aan de gemeente te koop moeten aanbieden. Hiermee kan de gemeente ervoor zorgen dat bepaalde gronden een functie krijgen die de gemeente voor ogen heeft. Het gaat om gronden of gebouwen (onroerende zaken) waaraan een niet-agrarische functie is toegedeeld of toegedacht, of waarvan het huidige gebruik afwijkt van die beoogde functie. Het vestigen van voorkeursrecht is de eerste stap in de richting van de nieuwe functie. De Omgevingswet biedt meerdere grondslagen om een voorkeursrecht te kunnen vestigen. Een Omgevingsvisie kan een van de vestigingsgrondslagen zijn, maar ook gedacht kan worden aan een programma of omgevingsplan. De gemeenteraad kan ook een zelfstandig besluit nemen, als nog geen
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
72
sprake is van een omgevingsvisie of –plan. De gemeente heeft een voorkeursrecht gevestigd onder de Wet voorkeursrecht gemeenten door het nemen van een (zelfstandige) voorkeursrechtbeschikking op drie gebieden. Het voorkeursrecht wordt bestendigd via de omgevingsvisie voor de volgende gronden, met het oog op de volgende functies: Locatie
Type besluit*)
Besluit gemeenteraad
Toegedachte functie
toekomstige
voorkeursrechtbeschikking
10-06-2021
Uitbreiding woningbouw
woningbouwlocatie
(blijkt o.a. uit visiekaart)
Broekgraaf Noord toekomstig
voorkeursrechtbeschikking
14-12-2021
werklandschap
Uitbreiding werklandschap (blijkt o.a. uit visiekaart)
Gaasperwaard 3 *)voorkeursrechtbeschikking, bestemmingsplan of Omgevingsvisie
Het gaat hierbij om een niet-agrarische functie of moderniseringslocatie die is toegedacht en waarvan het toekomstig gebruik afwijkt van de huidige agrarische functie. Door de toegedachte functies in deze omgevingsvisie wordt de termijn van het voorkeursrecht bestendigd voor de door de gemeenteraad in de bovengenoemde besluiten opgenomen gronden. Het voorkeursrecht geldt daarmee tot drie jaar na het ingaan van de omgevingsvisie. De gemeente is voornemens binnen die 3 jaar de nieuwe functie vast te leggen in het omgevingsplan. Deze gronden zijn als zodanig opgenomen in de visiekaart. n.b. de Omgevingsvisie Vijfheerenlanden wordt nog in 2023 vastgesteld, waardoor deze officieel als structuurvisie wordt vastgesteld onder de Wet ruimtelijke ordening. Hierdoor is dit de basis voor bestendiging van het voorkeursrecht op basis van de Wvg. In de Invoeringswet Omgevingswet is opgenomen dat een gemeentelijke omgevingsvisie die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet van kracht is, geldt als een gemeentelijke omgevingsvisie onder de Omgevingswet (artikel 4.10). Daarmee is deze omgevingsvisie ook onder de Omgevingswet het kader voor het voorkeursrecht. Voor het gebied Lexmond-West geldt eveneens de Wvg: Locatie
Type besluit*)
Besluit gemeenteraad
Toegedachte functie
toekomstige
voorkeursrechtbeschikking
21-04-2022
Zoekgebieden uitbreiding
woningbouwlocatie
woningbouw (blijkt o.a. uit
Lexmond West
visiekaart)
*)voorkeursrechtbeschikking, bestemmingsplan of Omgevingsvisie
Dit gebied is op de visiekaart weergegeven als zoekgebied uitbreiding woningbouw. Deze (vage) aanduiding betekent nog niet dat dit een ‘toegedachte functie’ is en is daarmee niet bedoeld als ‘bestendiging van het voorkeursrecht’. Voor dit gebied geldt dat tijdens de lopende Wvg-termijn een programma opgesteld zal worden, wat vervolgens zal leiden tot aanpassing van het Omgevingsplan.
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
73
10. Verantwoording Uitgangspunten voor de omgevingsvisie zijn geleverd vanuit gemeentelijk beleid en visies, landelijke kaders zoals de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid – Gezondheid Breed op de Agenda (LNG) en het Klimaatakkoord, de Landelijke en de Provinciale omgevingsvisie (NOVI en POVI) en het regionale Ruimtelijk Economische Programma voor U10, dat wordt uitgewerkt met 16 Utrechtse gemeenten. Daarnaast zijn er ontwikkelingen in de maatschappij die van invloed zijn op de toekomstige inrichting van de fysieke leefomgeving. Een voorbeeld is de vergrijzing van de bevolking. De verwachting is dat over 20 jaar het aantal inwoners boven de 75 jaar verdubbeld is ten opzichte van nu.
10.1. Lokaal beleid en visies De strategische visie van de gemeenteraad ‘De juiste balans voor goed samenleven in Vijfheerenlanden’ (februari 2021) is een belangrijk uitgangspunt geweest bij het opstellen van de omgevingsvisie. Hierin staan de volgende uitgangspunten: “Vijfheerenlanden is een prachtige diverse gemeente, waar het leven goed is. Dat is zo in 2021. En dat wordt op weg naar 2035 alleen nog maar sterker, door steeds te zoeken naar de juiste balans en keuzes te maken. Met deze strategische visie maakt de gemeente duidelijk waarvoor zij staat en waarvoor zij gaat. Dat is samen te vatten in de volgende uitgangspunten: • • • • •
We bereiken doelen in samenspraak met onze inwoners; We stellen welzijn centraal; We zien duurzaamheid en kwaliteit van leven als leidend in het vormgeven van sociaal en economisch beleid; We gaan uit van de kracht en mogelijkheden van de locatie; We werken grenzeloos samen.”
In de afgelopen jaren is het sectorale beleid op veel relevante thema’s geactualiseerd en geharmoniseerd vanwege de gemeentelijke samenvoeging. We hebben dit beleid als uitgangspunt genomen voor de inhoud van de omgevingsvisie. Dit nieuwe beleid houdt veelal rekening met de komst van de Omgevingswet. Het gaat o.a. om de economische visie, de woonvisie, de landschapsvisie, het mobiliteitsplan, het duurzaamheidsbeleid, lokaal gezondheidsbeleid en de sociaal maatschappelijke agenda.
10.2. Regionaal en provinciaal beleid De beschreven doelen staan niet op zich, maar maken onderdeel uit van de opgaven die we in de regio willen realiseren. In de regio U10 is samen met 15 andere Utrechtse gemeenten het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) gemaakt. Dit geeft een beeld hoe de regio gezamenlijk en krachtig de opgaven op kan pakken. Op korte en lange termijn, met uiteindelijk een schets van 2040. Hier staan vergezichten en redeneerlijnen die wij zo goed mogelijk toepassen.
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
74
Ook de Regionale Maatschappelijke Agenda (RMA), opgesteld in de regio Alblasserwaard Vijfheerenlanden, is gebruikt als input voor de omgevingsvisie. In dat kader zijn een aantal gesprekken gevoerd met de projectleiders omgevingsvisie van Gorinchem en Molenlanden. De provinciale omgevingsvisie (POVI) en de bijbehorende omgevingsverordening vormen een belangrijk kader, wat met name gebruikt is bij het toetsen van de inpasbaarheid van opgaven en ambities in de plan-OER.
10.3. Landelijk beleid en wetgeving De Omgevingswet De omgevingsvisie is één van de zes kerninstrumenten binnen de Omgevingswet. De kerninstrumenten relevant voor de gemeente zijn naast de omgevingsvisie het programma, het omgevingsplan, en de omgevingsvergunning. De Omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving. Hierbij gaat het onder meer om weten regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De Omgevingswet staat voor een goed evenwicht tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving. De wetgever wil dat de Omgevingswet bijdraagt aan duurzame ontwikkeling, bewoonbaarheid van het land, en bescherming en verbetering van het leefmilieu (artikel 1.3, Omgevingswet). Deze maatschappelijke doelen vertalen zich in het bereiken van een balans tussen het beschermen en het benutten van de fysieke leefomgeving: •
•
Beschermen: het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Dit betreft het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Benutten: het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving om er maatschappelijke behoeften mee te vervullen.
Het klimaatakkoord Een aantal opgaven waar de gemeente voor staat komen voort uit het Klimaatakkoord. De overheid neemt maatregelen om Nederland te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Daarnaast kan verdere opwarming van de aarde beperkt worden door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Hiervoor zijn nationale en internationale doelen afgesproken. De belangrijkste doelstelling is een vermindering van de CO2-uitstoot ten opzichte van 1990: in 2030 49% en in 2050 95% minder CO2uitstoot. Om dit doel te halen, hebben de overheid, bedrijven en maatschappelijke organisaties een Klimaatakkoord gesloten. Hier staan ook afspraken in die partijen onderling hebben gemaakt. Het geven van uitvoering aan het klimaatakkoord is een belangrijke en immense opgave.
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
75
De realisatie van de afspraken uit het Klimaatakkoord betekent een grote transitie van de fysieke leefomgeving zoals wij die nu kennen. Steden, dorpen en landschappen zullen er door de transitie anders uit gaan zien. Duurzame energie vraagt om meer ruimte dan fossiele energie. Ook klimaatadaptatie en toekomstbestendig handelen vraagt verandering in het omgaan met de omgeving. Daarin zullen ook belangrijke keuzes gemaakt moeten worden. Voor meer informatie zie www.klimaatakkoord.nl.
Klimaatadaptatie Door klimaatverandering neemt de kans op wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen toe. Dat levert risico’s op voor onze economie, gezondheid en veiligheid. Met het klimaatakkoord wordt ingezet op het verminderen van de oorzaken van klimaatverandering als gevolg van ons menselijk handelen (brongerichte maatregelen), zodat we de gevolgen verminderen en een halt toe te roepen. Gevolgen van klimaatverandering zijn echter al aan de orde en niet eenvoudig te stoppen of om te keren. We zullen er mee moeten leven. Dit noemen we klimaatadaptatie en de maatregelen die we hierbij moeten nemen voor een veilige leefomgeving zijn effectgerichte maatregelen. Het is dus van groot belang dat we ons aanpassen aan deze veranderingen. Dat kan onder meer door het klimaatbestendig en water robuust inrichten van onze bebouwde en landelijke gebieden. Op nationaal niveau wordt hieraan gewerkt in het nationaal Deltaprogramma onder de noemer ‘ruimtelijke adaptatie’. In het beleid (de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie) is de ambitie opgenomen dat rijk, provincies, gemeenten en waterschappen in 2050 klimaatbestendig en water robuust zijn ingericht. Deze doelstelling is opgenomen in het gemeentelijk duurzaamheidsplan, het rioleringsplan en is ook door de provincie vertaald naar de POVI.
Ook in de omgevingsvisie is klimaatadaptatie een belangrijk onderwerp bij het realiseren van de opgaven voor de komende 15-20 jaar.
10.4. Mondiale Global goals De Sustainable Development Goals (SDG’s), ook wel global goals genoemd, zijn zeventien doelen om van de wereld in 2030 een betere plek te maken. Ze zijn een mondiaal kompas voor uitdagingen als armoede, onderwijs en de klimaatcrisis. In Vijfheerenlanden onderschrijven we deze doelen. Een groot aantal doelen heeft een relatie met de ruimtelijke inrichting, soms direct, soms indirect en via de omgevingsvisie geven we hier lokaal invulling aan. Als bijlage 2 is een overzicht van de SDG’s en hoe deze in de omgevingsvisie zijn opgenomen.
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
76
Bijlagen
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
77
Bijlage 1: Begrippenlijst Biodivers/biodiversiteit Biodiversiteit wordt meestal beschreven als de “verscheidenheid aan leven, in allerlei vormen, op aarde”. Het omvat het aantal soorten, hun genetische variatie en de interactie van deze levensvormen binnen complexe ecosystemen. Biodiversiteit zorgt voor schone lucht, fris water, een goede kwaliteit van de bodem en de bestuiving van gewassen. De afname van biodiversiteit wordt net als de toenemende hitte, droogte en wateroverlast deels veroorzaakt door klimaatverandering. Andere oorzaken zijn de verandering van het gebruik van land en de zee, vervuiling en het niet duurzaam gebruik van de natuur – zoals overbevissing. Bodemdaling Daling van het maaiveld ten opzichte van N.A.P., ten gevolge van vooral zetting of klink van het bodemmateriaal door oxidatie (veen) en - of verdichting (klei). Op veel plekken in Nederland daalt de bodem. Dat kan meerdere negatieve gevolgen hebben, zoals schade aan funderingen. Bodemdaling heeft verschillende oorzaken, en klimaatopwarming kan de processen van bodemdaling versterken. (Bron: https://klimaatadaptatienederland.nl/kennisdossiers/bodemdaling/) Bodem en water als randvoorwaarden Als we klimaatadaptatie zo goed mogelijk willen aanpakken, zou het water- en bodemsysteem een sturende rol moeten krijgen bij de ruimtelijke ordening.
De processen van bodemdaling, zeespiegelstijging en extremer weer kunnen we niet beheersen. In plaats van ons land en water aan te passen aan ons en onze wensen, is het daarom nodig dat wij ons gaan aanpassen aan de grenzen van bodem en water. En dat we de mogelijkheden van dit natuurlijk systeem benutten. We moeten bodem en water dus als uitgangspunt nemen, als basis. (bron: https://klimaatadaptatienederland.nl/kennisdossiers/water-bodem-basis/) Bruidsschat Onder de Omgevingswet verhuist een aantal regels van het Rijk naar gemeenten en waterschappen. Dit heet ook wel de 'bruidsschat'. Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat de regels voor gemeenten automatisch in het tijdelijk deel van het omgevingsplan komen. (bron: https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/totstandkoming/hoofdlijneninvoeringsbesluit/bruidsschat/) Circulaire maatschappij Circulaire maatschappij is een model van productie en consumptie, waarbij bestaande materialen en producten zo lang mogelijk worden gedeeld, verhuurd, hergebruikt, hersteld, opgeknapt en gerecycleerd om meer waarde te creëren. Op deze manier wordt de levenscyclus van producten uitgebreid. In de praktijk betekent dit dat het afval tot
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
78
een minimum wordt beperkt. Wanneer een product het einde van zijn levensduur bereikt, worden de materialen zoveel mogelijk binnen de economie gehouden. Deze kunnen keer op keer productief worden gebruikt, waardoor meer waarde wordt gecreëerd. (bron: nieuws Europees parlement, Circulaire economie: definitie, belang en voordelen, Economie Bijgewerkt op: 22-04-2022). Energieneutraliteit Het verbruik van energie en de hoeveelheid energie die duurzaam wordt opgewekt is gelijk aan elkaar en dus in balans. Een woning is bijna energieneutraal als die zelf de energie opwekt die nodig is voor het gebouw. Dat wil zeggen: voor verwarmen en koelen van de woning, ventilatie, warm water en verlichting, inclusief de energie die nodig is voor het verwarmings- en ventilatiesysteem (bijvoorbeeld de ventilatoren en de warmtepomp). Fysieke leefomgeving In dit kader bedoelen we met de fysieke leefomgeving het grondgebied van gemeente Vijfheerenlanden en alles wat daarin tastbaar/zichtbaar is. Het gaat over de activiteiten zoals wonen, werken, recreëren, mobiliteit etc. De omgevingsvisie gaat over de toekomst van onze dorpen en wijken en van het buitengebied. Hittestress Met name in stedelijk gebied is de hitte een probleem. Donkere en versteende omgevingen die bestaan uit asfalt, stoeptegels en bouwmaterialen absorberen meer hitte dan het buitengebied.
Deze donkere en versteende omgeving blijft nog lang warm. Hoge gebouwen houden verkoelende wind tegen. Door de hitte raken kwetsbare groepen zoals ouderen, kinderen, hart- en longpatiënten extra verzwakt. Zij kunnen namelijk veel slechter tegen extreme hitte. Hun lichaam kan die hitte minder goed afvoeren dan het lichaam van gezonde volwassenen. Kernrandzones Zone gelegen in het landelijk gebied rondom en direct aansluitend op het stedelijk gebied. Hieronder vallen ook dorpskernen. De omvang van deze zone is indicatief aangegeven en kan variëren, onder meer afhankelijk van de al aanwezige functies, de kwaliteiten en de aanwezige bebouwingsdichtheid. In deze zone komen, naast agrarische activiteiten, kernrandactiviteiten voor (bron: Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht, 10 maart 2021). Klimaatbestendig Beschermd tegen de effecten van klimaatverandering, zodanig ingericht dat de effecten van de klimaatverandering opgevangen kunnen worden: extreme hitte in de zomer, of langdurige en hevige regen. Dit kan gaan over een enkel gebouw of over een heel gebied.
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
79
Klimaatneutraliteit of CO2-neutraal CO2-neutraal zijn betekent dat jouw handelen per saldo niet zorgt voor een verhoging van de wereldwijde CO2-uitstoot en daarmee geen invloed heeft op het klimaat. CO2neutraal wordt daarom ook wel klimaatneutraal genoemd. Klimaatneutraal bouwen betekent dus CO2-neutraal bouwen. Dit houdt in dat het bouwproces niet bijdraagt aan de klimaatverandering, óf dat de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2, wordt gecompenseerd. Kenmerken van klimaatneutraal bouwen zijn onder andere: Het kiezen van duurzame materialen, zoals duurzame isolatiematerialen. Natuur inclusief bouwen/ontwikkelen Natuur inclusief bouwen is een vorm van duurzaam bouwen waarbij zodanig gebouwd en ingericht wordt dat een bouwwerk bijdraagt aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden. Natuur inclusief bouwen draagt ook bij aan de kwaliteit van de leefomgeving waaronder de gezondheid van bewoners, bevordering van sociale contacten, bevordering van toerisme, het temperen van de temperatuur in een stad en vermindering van de luchtvervuiling in de stad (bron: Wikipedia). Omgevingskwaliteit Het begrip Omgevingskwaliteit volgt uit de maatschappelijke doelstellingen van de Omgevingswet. Naast een veilige en gezonde fysieke leefomgeving is ook ‘het bereiken en in stand houden van een Goede Omgevingskwaliteit’ toegevoegd als centrale doelstelling.
Dit betreft, naast een gezonde en veilige leefomgeving, het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Toekomstbestendige landbouw Een toekomstbestendige landbouw gaat uit van vitale, economisch rendabele bedrijven die op lange termijn kunnen blijven bestaan. Bedrijven die inspelen op klimaatverandering en bodemdaling en in balans zijn met natuurwaarden. Hier zijn verschillende vormen voor mogelijk, zoals kringlooplandbouw, natuur-inclusieve landbouw, precisie landbouw, etc.
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
80
Bijlage 2: Global goals in de Omgevingsvisie De Sustainable Development Goals (SDG’s), ook wel global goals genoemd, zijn zeventien doelen om van de wereld in 2030 een betere plek te maken (zie voor meer informatie https://www.sdgnederland.nl/). Ze zijn een mondiaal kompas voor uitdagingen als armoede, onderwijs en de klimaatcrisis. In Vijfheerenlanden onderschrijven deze doelen. Een groot aantal doelen hebben een relatie met de ruimtelijke inrichting, soms direct, soms indirect en via de Omgevingsvisie geven we hier lokaal invulling aan. De 17 doelen zijn de volgende:
Een aantal van de 17 global goals, waaraan we in 2030 invulling gegeven hebben, hebben een relatie met de ambities die we hebben voor het realiseren van onze opgaven: Per (relevant) doel wordt hieronder weergegeven via welke van de ambities we hier een bijdrage aan leveren.
Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
81
1 Geen armoede Dit doel is gericht op de afname van armoede in al haar vormen. Zowel financiële aspecten als de impact van armoede op het leven van mensen maken daar deel van uit. Indirect wordt hieraan een bijdrage geleverd in de Omgevingsvisie via: 1. We bouwen woningen naar behoefte. 3. We zorgen voor duurzame werkgelegenheid. 7. Er zijn voldoende, toegankelijke en bereikbare voorzieningen. 2 Geen honger De nadruk van dit doel ligt op de duurzaamheid van de voedselproductie en de impact ervan op de kwaliteit van de leefomgeving en het dierenwelzijn. In de Omgevingsvisie wordt hierop ingezet via: 5. We zetten in op een toekomstbestendige landbouw. 10. We zijn een klimaatbestendige gemeente en we vergroten de biodiversiteit. 3 Goede gezondheid en welzijn Het voorkomen van voortijdige sterfte veroorzaakt door overdraagbare en nietoverdraagbare ziektes en psychische problemen. In de Omgevingsvisie wordt hierop (indirect) ingezet via: 7. Er zijn voldoende, toegankelijke en bereikbare voorzieningen. 8. We realiseren een leefomgeving die positieve gezondheid stimuleert. 9. We waarborgen een gezonde en veilige leefomgeving. 6 Schoon water en sanitair Water vormt de kern van duurzame ontwikkeling. Zo kunnen watervoorraden op verschillende manieren een bijdrage leveren aan armoedebestrijding, economische groei en milieubescherming.