Notitie m.e.r. KFC Energieweg Meerkerk
Tekst van het document
Rapport 22200424.r03 KFC Energieweg Meerkerk Aanmeldnotitie m.e.r.
www.SPAWNP.nl
Rapport 22200424.r03 KFC Energieweg Meerkerk Aanmeldnotitie m.e.r.
Datum Opdrachtgever Behandeld door Adviseur goedkeuring
: : : : :
7 september 2023 XS Architecten De heer ing. J. Maarse Mevrouw ing. N. Jacobs De heer ing. L.F.A. Theuws
Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 Hoenderkamp 20 | 7812 VZ EMMEN | 0591 238 110
info@SPAWNP.nl | SPAWNP.nl ISO 9001:2015
| kvk 0909.2661 | btw NL8053.02.530.B01
SPA WNP ingenieurs
INHOUD
22200424.r03
PAGINA
1.
INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Situering van de inrichting 1.3 Besluit milieueffectrapportage 1.5 Eisen aan de aanmeldnotitie 1.6 Procedure 1.7 Leeswijzer
4 4 4 4 5 6 6
2.
KENMERKEN VAN HET PROJECT 2.1 Omvang en het ontwerp van het project 2.2 Cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten 2.3 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen 2.4 Productie van afvalstoffen 2.5 Verontreiniging en hinder 2.6 Risico van zware ongevallen en/of rampen 2.7 Risico’s voor de menselijke gezondheid 2.8 Conclusie kenmerken van het project
7 7 7 7 7 8 10 10 11
3.
LOCATIE VAN HET PROJECT 3.1 Bestaand en goedgekeurd landgebruik 3.2 Relatieve rijkdom natuurlijke hulpbronnen 3.3 Opnamevermogen van het natuurlijke milieu 3.4 Gebieden aangewezen in nationale wetgeving (Natura 2000) 3.5 Gebieden waar milieukwaliteitsnormen niet worden nagekomen 3.6 Gebieden met hoge bevolkingsdichtheid 3.7 Cultuurhistorie en archeologie 3.8 Landschappelijke waarden 3.9 Conclusies locatie van het project
12 12 12 12 12 12 13 13 13 13
4.
SOORT EN KENMERKEN VAN HET POTENTIELE EFFECT 14 4.1 De orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten 14 4.2 De aard van het effect 14 4.3 Grensoverschrijdende karakter van het effect 14 4.4 Intensiteit en complexiteit van het effect 14 4.5 Waarschijnlijkheid van het effect 14 4.6 Aanvang, duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect 14 4.7 Cumulatie effect met effecten bestaande en/of goedgekeurde projecten 14 4.8 Mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen 14 4.9 Conclusie kenmerken van het potentiële effect 15
5.
CONCLUSIE
16
Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar worden gebruikt voor het doel waarvoor het is opgesteld. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of van SPA WNP ingenieurs. Kwaliteit en verbetering van product en proces zijn bij SPA WNP ingenieurs gewaarborgd middels een kwaliteitsmanagementsysteem dat is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001:2015.
Pagina 2
SPA WNP ingenieurs
22200424.r03
BIJLAGEN 1
Verkennend bodemonderzoek
2
Parkeer- en verkeer onderzoek
3
Onderzoek stikstofdepositie
4
Archeologisch onderzoek
Pagina 3
SPA WNP ingenieurs
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding
22200424.r03
In opdracht van XS architecten is een aanmeldnotitie opgesteld. Onderhavig plan voorziet in de bouw van een KFC (Kentucky Fried Chicken) wegrestaurant. 1.2
Situering van de inrichting Het plangebied ligt binnen het (gezoneerde) bedrijventerrein aan de Energieweg in Meerkerk. Dit gehele bedrijventerrein is bestemd voor horeca met uitzondering van het tankstation dat voor verkeer bestemd is. Het bedrijventerrein grenst aan de A27, ter hoogte van de afslag N214. Een globale ligging van de inrichting ten opzichte van de omgeving is met een rode omlijning weergegeven in afbeelding 1. Afbeelding 1: Luchtfoto van het plangebied en omgeving (bron: Kadastrale Kaart)
1.3
Besluit milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven (Wet milieubeheer: hoofdstuk 7). Er is sprake van een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht, wanneer het te realiseren project wordt genoemd in respectievelijk onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage, hierna Besluit m.e.r. De voorgenomen activiteiten van de initiatiefnemer vallen onder de volgende categorie van het Besluit m.e.r.: Tabel 1: Categorie Besluit m.e.r. Categorie D11.2
Activiteiten
Gevallen (Drempelwaarde)
De aanleg, wijziging of uitbreiding van
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op:
een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
1 2 3
een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een BVO van 200.000 m2 of meer.
Pagina 4
SPA WNP ingenieurs
22200424.r03
Onderhavig plan betreft de aanleg van een stedelijk ontwikkelingsproject. De genoemde drempelwaarde bij deze activiteit bedraagt een oppervlakte van ten minste 100 hectare, of een BVO van ten minste 200.000 m². Het voorgenomen ontwerp heeft een BVO van circa 375 m² en beslaat een totaal oppervlakte kleiner dan 1 hectare. Het plan blijft dus onder de drempelwaarden, zoals genoemd in kolom 2 onderdeel D van de bijlage bij het besluit m.e.r. Er kan worden volstaan met een aanmeldnotitie. 1.5
Eisen aan de aanmeldnotitie In deze aanmeldnotitie wordt informatie verstrekt op basis waarvan het bevoegd gezag kan beoordelen of er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen, die het noodzakelijk maken om een milieueffectrapport op te stellen. Om volledige toetsing mogelijk te maken, zijn hierin alle ten opzichte van de huidige situatie te wijzigen activiteiten betrokken. De aanmeldnotitie geeft de milieugevolgen aan, die kunnen ontstaan als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Hierbij moet aandacht worden besteed aan alle criteria die zijn opgenomen in Europese richtlijn 2011/92/EU (Bijlage III). Deze criteria zijn in de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze notitie per paragraaf uitgewerkt, waardoor het rapport voldoet aan de ver-eiste vorm van informatieverstrekking, zoals opgenomen in de richtlijn (Bijlage IIA). Het betreft de volgende criteria. Kenmerken van het project (Hoofdstuk 2) Bij de kenmerken van het project moet in het bijzonder in overweging worden genomen: • de omvang en ontwerp van het gehele project; • de cumulatie met andere projecten; • het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; • de productie van afvalstoffen; • verontreiniging en hinder; • risico van zware ongevallen en/of rampen; • risico voor de menselijke gezondheid.
Plaats van het project (Hoofdstuk 3) Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden, waarop het project van invloed kan zijn, moet in het bijzonder in overweging worden genomen: • het bestaand en goedgekeurd landgebruik; • de relatieve rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen; • opnamevermogen van het natuurlijk milieu m.b.t. de volgende typen gebieden: a. wetlands; b. kustgebieden; c. berg- en bosgebieden; d. reservaten en natuurparken; e. (beschermde) gebieden aangewezen in nationale wetgeving (Natura 2000); f. gebieden waar vastgestelde milieukwaliteitsnormen reeds worden overschreden; g. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; h. landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang.
Pagina 5
SPA WNP ingenieurs
22200424.r03
Kenmerken van het potentiële effect (Hoofdstuk 4) Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten - in samenhang met de criteria met betrekking tot de kenmerken en plaats van het project - in het bijzonder in overweging worden genomen: • ordegrootte en bereik van het effect; • aard van het effect; • grensoverschrijdende karakter van het effect; • intensiteit en complexiteit van het effect; • de waarschijnlijkheid van het effect; • de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; • cumulatie effect met effecten bestaande en/of goedgekeurde projecten; • mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen. 1.6
Procedure Het bevoegd gezag wordt gevormd door de gemeente Vijfheerenlanden. De beoordeling, of een milieueffect-rapport moet worden gemaakt, vindt plaats nadat de aanmeldnotitie als mededeling aan het bevoegd gezag kenbaar is gemaakt. De initiatiefnemer maakt met het indienen van de aanmeldnotitie aan het bevoegd gezag kenbaar, in hoeverre het opstellen van een milieueffectrapport naar haar mening noodzakelijk is. Voor de m.e.r. beoordeling wordt in Artikel 2 lid 5 (b) van het Besluit milieueffectrapportage geregeld, dat de te volgen procedure is vastgelegd in de Wet milieubeheer §7.6. Het bevoegd gezag beslist op basis van artikel 7.17 binnen 6 weken op de mededeling. Voor gevallen waarvoor de m.e.r. beoordelingsplicht geldt én die boven de drempelwaarde vallen, wordt het besluit toegevoegd aan de aanvraag omgevingsvergunning op basis van artikel 7.28 lid 2. Indien het een project betreft onder de drempelwaarde kan de mededeling direct aan de aanvraag omgevingsvergunning worden toegevoegd. Op basis van artikel 7.28 lid 3 wordt een beslissing op de mededeling dan niet gezien als indieningsvereiste. Er wordt ook wel gesproken over de vormvrije m.e.r. beoordeling.
1.7
Leeswijzer In deze aanmeldnotitie worden de kenmerken van de nieuwe activiteiten beschreven in hoofdstuk 2. Hier worden tevens de kenmerken van het potentiële effect op het milieu beschreven. Hoofdstuk 2 wordt afgesloten met een conclusie en onderbouwing waarom het opstellen van een milieueffectrapportage niet/wel nodig is. In hoofdstuk 3 wordt de locatie van het project beschreven. Hoofdstuk 4 beschrijft de kenmerken van de potentiële effecten op het milieu, zoals deze in hoofdstuk 2 reeds aan bod zijn gekomen. Hoofdstuk 5 sluit af met een conclusie over welke nadelige effecten de aangevraagde situatie voor het milieu kan hebben.
Pagina 6
SPA WNP ingenieurs
2.
KENMERKEN VAN HET PROJECT
2.1
Omvang en het ontwerp van het project
22200424.r03
Referentie situatie In de aanmeldnotitie wordt het voornemen beoordeeld op doelbereik en milieueffecten. Daartoe worden de (milieu)effecten van de voorgenomen activiteit vergeleken met de situatie waarin dat niet gebeurt. De situatie zonder het voornemen is de referentiesituatie. Deze bestaat uit de huidige situatie plus de autonome ontwikkeling. Onder autonome ontwikkeling wordt de situatie verstaan, die in de toekomst zou ontstaan als een voornemen niet gerealiseerd wordt. In dit geval is de autonome ontwikkeling de situatie zonder de bouw van het KFC restaurant. Tot de autonome ontwikkeling behoren, behalve de huidige situatie, alle toekomstige ontwikkelingen die binnen de vigerende omgevingsvergunning en het bestemmingsplan ‘buitengebied Zederik’ kunnen plaatsvinden. Toelichting van voorgenomen activiteiten (het project) De activiteit bestaat uit het realiseren van een KFC restaurant ter plaatse van het parkeerterrein. Dit parkeerterrein wordt in de bestaande situatie hoofdzakelijk gebruikt door (bezoekers van) de McDonald’s, Tango, Starbucks, La Place en de Tulip Inn in het bedrijventerrein. 2.2
Cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten Cumulatie met andere projecten in de nabijheid van het plangebied is niet aan de orde. Er zijn geen andere ontwikkelingen of activiteiten in de omgeving, die de milieueffecten vanuit de inrichting beïnvloeden en omgekeerd.
2.3
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Het project heeft enig effect op het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Natuurlijke hulpbronnen worden gebruikt tijdens de bouw en het gebruik van het restaurant. Het betreft hier natuurlijke hulpbronnen als energie, water en grondstoffen. Dit zou echter op elke willekeurige locatie het geval zijn. De gevolgen hiervan zijn dusdanig beperkt van omvang, dat hierdoor geen beslag wordt gelegd op natuurlijke hulpbronnen. Door het gebruik van duurzame energie wordt tijdens de gebruiksfase het gebruik van natuurlijke hulpbronnen beperkt. Op de locatie ter plekke en in de omgeving daarvan is geen sprake van rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen (water, land, bodem en biodiversiteit). Wat betreft dit onderwerp is er geen aanleiding tot het verlangen van een milieueffectrapport.
2.4
Productie van afvalstoffen Het ontstaan van afvalstoffen tijdens de bouw en het gebruik is tevens vanzelfsprekend en zal op een andere locatie niet anders zijn. Door gescheiden opslag en afvoer kunnen de afvalstoffen zoveel mogelijk extern worden hergebruikt en is het milieueffect beperkt. Afvoer geschiedt door een erkende inzamelaar.
Pagina 7
SPA WNP ingenieurs
2.5
22200424.r03
Verontreiniging en hinder Algemeen Op basis van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering van de VNG (2009) kan vooraf een inschatting worden gemaakt van de te verwachten milieuhinder. Deze wordt in de handreiking uitgedrukt in minimale richtafstanden tot gevoelige objecten zoals woningen. De toekomstige activiteiten sluiten aan op de onderstaande categorieën. Tabel 2: VNG-richtafstanden SBI-2008 code
Omschrijving
Milieucategorie
VNG richtafstand in meters
561
Restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d.
1
Geur: 10 Stof: 0 Geluid: 10 Gevaar: 10
De grootste genoemde afstand is 10 meter. Gezien de afstand van circa 300 meter tot de meest nabij gelegen woning (de bedrijfswoning van de boerderij aan de Parallelweg 3 te Meerkerk) kan worden aangenomen, dat woningen in de omgeving ruim voldoen aan de VNG- milieuzonering. In de rest van deze paragraaf wordt nader ingegaan op de te verwachten hinder per milieuthema. Bodem(kwaliteit) De bodemkwaliteit ter plaatse van de inrichting is met een verkennend bodemonderzoek (bijlage 1) onderzocht. Er is in de grond een licht verhoogd gehalte aan kobalt en PCB aangetroffen en in het grondwater een sterk verhoogde concentratie barium en een licht verhoogde concentratie xylenen. Voor de verhoogde concentratie van barium is hier nader onderzoek naar uitgevoerd. Dit heeft uitgewezen dat het een gebied van circa 240 m² betreft met een verwachte gemiddelde laagdikte van 1 m. Indien de aanbevelingen uit het bodemonderzoeksrapport worden opgevolgd vormt de bodemkwaliteit geen belemmering voor de beoogde ontwikkelingen. Er vinden geen bodembedreigende activiteiten en opslagen plaats waardoor er sprake is van een verwaarloosbaar bodemrisico. Hiermee wordt voldaan aan het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer.
Pagina 8
SPA WNP ingenieurs
22200424.r03
(Afval)water In het restaurant wordt gebruik gemaakt van de BBT (Beste Beschikbare Technieken) bij voedselbereiding. Door de toepassing van deze techniek komt het afvalwater qua samenstelling overeen met huishoudelijk afvalwater. Voor het afvoeren van afvalwater via de riolering wordt gebruik gemaakt van het bestaande stelsel. Waterverbruik Binnen de inrichting wordt uitsluitend leidingwater gebruikt. Het waterverbruik binnen de inrichting is gerelateerd aan de voorgenomen activiteit en zal dus toenemen ten opzichte van de referentiesituatie. Lucht Regeling Niet In Betekenende Mate (NIBM) Op 15 november 2007 is de AMvB Niet In Betekenende Mate (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) in werking getreden. Hierin zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen, die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ter toetsing is op basis van het aantal verkeersbewegingen de luchtkwaliteit beoordeeld door middel van de NIBM-tool (afbeelding 1).
Een onderbouwing van de verkeersbewegingen volgt na de afbeelding. Uit de NIBM tool blijkt dat het plan op basis van een worstcase scenario niet of nauwelijks bijdraagt aan de luchtverontreiniging en in dat opzicht niet in betekenende mate is. Afbeelding 1: NIBM tool
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie
2024
Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
1122
Aandeel vrachtverkeer
0,2%
NO2 in μg/m3
0,58
3
0,17
Maximale bijdrage extra verkeer
PM10 in μg/m Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m
3
1,2
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig
Pagina 9
SPA WNP ingenieurs
22200424.r03
De berekende verkeersgeneratie bestaat uit gemiddeld 493 auto’s per werkdag en 561 auto’s per weekenddag. Worstcase wordt dit cijfer aangehouden als weekdagetmaal intensiteit. Het parkeer- en verkeeronderzoek dat ten behoeve van dit plan is uitgevoerd (bijlage 2) gaat niet in op verkeersgeneratie voor vrachtverkeer. Derhalve is de opdrachtgever gevraagd deze informatie aan te leveren. Er is gerekend met één vrachtwagen per etmaal. Elk voertuig dat naar de locatie rijdt, vertrekt ook weer waardoor het aantal bewegingen het dubbele is van het aantal voertuigen. Dit resulteert in 1.122 extra voertuigbewegingen waarvan het aandeel vrachtverkeer (naar boven afgerond tot een enkel decimaal) 0,2 % van het geheel is. Geluid Aangezien er als gevolg van het realiseren van een restaurant geen significante geluid producerende activiteiten plaatsvinden en de ontwikkeling op een bestaand bedrijventerrein plaatsvindt, neemt het geluid naar de omgeving naar verwachting niet significant toe. Uit de milieuzonering (de eerste alinea uit dit paragraaf) blijkt dat er ook ruimschoots aan de richtafstand voldaan wordt bij gevoelige bestemmingen in de omgeving. Verkeer en vervoer Aan- en afvoer van product gebeurt met vrachtwagens. Het minimaliseren van het aantal transportkilometers voor eigen vervoer maakt deel uit van de standaard bedrijfsvoering.
Ten opzichte van de referentiesituatie is sprake van een toename in transportbewegingen. De milieubelasting ten gevolge van deze toename is doorgerekend in het parkeer- en verkeeronderzoek (bijlage 2) en is beperkt. Geur De activiteiten binnen de inrichting brengen niet tot nauwelijks geur voort. De (minimale) nadelige effecten worden zoveel mogelijk beheerst door het toepassen van geur beperkende maatregelen. Trillingen Binnen de inrichting zijn geen trillingsbronnen aanwezig, overlast met betrekking tot trillingen is daarmee uitgesloten. 2.6
Risico van zware ongevallen en/of rampen Een restaurant is geen risicovolle inrichting. Binnen alle gebouwen geldt een rook- en/of vuurverbod. Binnen het gebouw zijn brandbestrijdingsmiddelen, brandmelders en rookmelders aanwezig.
2.7
Risico’s voor de menselijke gezondheid De gezondheid van mensen kan beïnvloed worden door verschillende milieuaspecten. Van deze aspecten, zoals (externe) veiligheid, luchtkwaliteit, bodemverontreiniging, geluid en geur is in voorliggende paragrafen reeds gemotiveerd hoe de milieugevolgen zo mogelijk worden beperkt.
Pagina 10
SPA WNP ingenieurs
2.8
22200424.r03
Conclusie kenmerken van het project Gelet op alle kenmerken van het project en de uitkomsten van de verrichte onderzoeken, kan worden uitgesloten dat de milieueffecten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben.
Pagina 11
SPA WNP ingenieurs
3.
LOCATIE VAN HET PROJECT
3.1
Bestaand en goedgekeurd landgebruik
22200424.r03
Het voormalig en goedgekeurd grondgebruik bestaat uit een parkeerterrein voor de horecabedrijven op het bedrijventerrein. Het hele bedrijventerrein, met uitzondering van het tankstation, is bestemd voor horeca. Het bedrijventerrein is via de Energieweg en Zijlkade verbonden met de A27, de snelweg waar het terrein aan grenst. Het bedrijventerrein ligt in het buitengebied, de directe omgeving is hoofdzakelijk agrarisch in gebruik. 3.2
Relatieve rijkdom natuurlijke hulpbronnen Omdat het plangebied binnen een bestaand bedrijventerrein ligt, is geen sprake van rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. Dit aspect is in dezen daarom ook niet relevant.
3.3
Opnamevermogen van het natuurlijke milieu Vanwege de grote afstand gemeten vanaf de locatie tot het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied (Zouweboezem op circa 2,7 kilometer) kan worden gesteld, dat de activiteiten geen (negatief) effect hebben op de natuurlijke kenmerken, instandhoudingsdoelstellingen van kwalificerende soorten en habitattypen in het bijzonder. De dichtstbijzijnde stikstofgevoelige natuur binnen een Natura 2000-gebied ligt in het ‘Lingegebied & Diefdijk Zuid’ op circa 4,5 kilometer. Ter plaatse van natuurgebieden in de omgeving is de stikstofdepositie als gevolg van de beoogde situatie berekend met behulp van de AERIUS calculator (bijlage 3). Hieruit volgt dat er geen stikstofdepositie is te verwachten ter plaatse van het Natura 2000-gebied/de Natura 2000-gebieden. Bovendien kan gezien de afstand van de inrichting tot de Natura 2000-gebieden worden gesteld, dat van de activiteiten verder geen andere (negatieve) effecten zijn te verwachten, zoals verstoring door trillingen, geluid, licht, bodem of grondwater. Het plangebied ligt niet in, of grenst niet aan, een Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebied. Het is dan ook redelijkerwijs uit te sluiten dat de voorgenomen plannen negatieve effecten tot gevolg hebben op NNN-gebieden. Bij de werkzaamheden die worden uitgevoerd, wordt rekening gehouden met broedende vogels.
3.4
Gebieden aangewezen in nationale wetgeving (Natura 2000) Natura 2000-gebieden vallen allemaal onder de nationale wetgeving; een speciale beschermingszone als bedoeld in de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Als gevolg van onderhavig plan worden geen effecten verwacht op deze gebieden. Voor de onderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 3.3.
3.5
Gebieden waar milieukwaliteitsnormen niet worden nagekomen In de omgeving van het plan zijn geen gebieden gelegen waar milieukwaliteitsnormen niet worden nagekomen. Er is dan ook geen sprake van een beduidend effect als gevolg van het project op gebieden waar milieukwaliteitsnormen niet worden nagekomen.
Pagina 12
SPA WNP ingenieurs
3.6
22200424.r03
Gebieden met hoge bevolkingsdichtheid Het plangebied is niet gelegen in een gebied met een hoge bevolkingsdichtheid. Er is geen invloed op het opnamevermogen van het gebied.
3.7
Cultuurhistorie en archeologie Voor het onderhavig plan is een archeologisch onderzoek uitgevoerd (bijlage 4). Op basis van de onderzoeksresultaten is geconcludeerd, dat er vanwege de lage verwachting op archeologische resten in het kader van de voorgenomen nieuwbouw geen aanvullende maatregelen nodig zijn. Door de aanwezigheid in de directe omgeving van bedrijven en infrastructuur als (snel)wegen, zijn de landschappelijke en natuurkwaliteiten van het gebied niet hoog. Het betreft een bestaand bedrijventerrein waar geen cultuurhistorische waarden meer aanwezig zijn. Het gebied heeft een lage attentiewaarde.
3.8
Landschappelijke waarden Het gebied betreft een bedrijventerrein dat reeds middels een bestemmingsplan als horeca bestemd is. Het gebied heeft geen specifieke landschappelijke waarden.
3.9
Conclusies locatie van het project De realisatie van het project heeft geen negatieve gevolgen voor flora en fauna, de natuurlijke kenmerken van Natura 2000 en NNN gebieden en/of invloed op waardevolle structuren of elementen in het gebied. Door het treffen van diverse maatregelen is de invloed van onderhavig plan op de omgeving zeer gering.
Pagina 13
SPA WNP ingenieurs
4.
SOORT EN KENMERKEN VAN HET POTENTIELE EFFECT
4.1
De orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten
22200424.r03
De grootste effecten bij planrealisatie zijn te verwachten in de aspecten geluid en verkeer. Deze zijn lokaal van aard en kunnen op korte termijn hinder veroorzaken, er is geen sprake van getroffen bevolking. Voor deze aspecten worden maatregelen getroffen om hinder zoveel mogelijk te voorkomen. 4.2
De aard van het effect De aard van de effecten zijn, zoals in voorgaande paragrafen beschreven, zodanig gering dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uit te sluiten.
4.3
Grensoverschrijdende karakter van het effect Gezien de ligging van het plan en de effectafstanden is geen sprake van een grensoverschrijdend karakter.
4.4
Intensiteit en complexiteit van het effect Voor zover beoordeeld kan worden, zijn er geen complexe, onoverzichtelijke effecten te verwachten.
4.5
Waarschijnlijkheid van het effect Het optreden van effecten is zeer waarschijnlijk, maar door de getroffen maatregelen zijn deze marginaal en niet significant.
4.6
Aanvang, duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect De initiatiefnemer is voornemens in 2023 te starten met het bouwen van het restaurant om deze voor onbepaalde tijd te gebruiken. Het optreden van effecten is zeer waarschijnlijk. De effecten tijdens de realisatiefase zijn tijdelijk van aard. De andere effecten treden op bij het gebruik van het restaurant en de daarbij gepaard gaande verkeersgeneratie. Deze effecten zijn niet onomkeerbaar, maar wel marginaal.
4.7
Cumulatie effect met effecten bestaande en/of goedgekeurde projecten Eventuele cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten wordt besproken in paragraaf 2.2. Met de ontwikkeling is geen sprake van cumulatie van belangrijke nadelige effecten met overige in de omgeving milieubelastende activiteiten/projecten.
4.8
Mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen Zoals beschreven zijn de verwachte effecten verwaarloosbaar. In het kader van de soortenbescherming geldt dat er geen verstorende werkzaamheden uitgevoerd mogen worden tijdens het broedseizoen.
Pagina 14
SPA WNP ingenieurs
4.9
22200424.r03
Conclusie kenmerken van het potentiële effect Uit de hiervoor genoemde kenmerken en effecten, waaronder de diverse genoemde onderzoeken kan geconcludeerd worden, dat er als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen geen effecten zijn die belangrijke nadelige gevolgen op de omgeving hebben.
Pagina 15
SPA WNP ingenieurs
5.
22200424.r03
CONCLUSIE Op basis van voorgaande informatie stelt de initiatiefnemer dat het opstellen van een milieueffectrapportage voor de voorgenomen activiteiten niet nodig is. De effecten voor het milieu zijn in deze aanmeldnotitie voldoende inzichtelijk gemaakt. In het onderhavige geval is naar opvatting van de initiatiefnemer geen sprake van bijzondere omstandigheden. De voorgenomen activiteit heeft geen belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu. Gelet op alle kenmerken van het project en de uitkomsten van de verrichte onderzoeken, kan worden uitgesloten dat de milieueffecten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Het opstellen van een milieueffectrapportage heeft geen toegevoegde waarde.
SPA WNP ingenieurs
Pagina 16
BIJLAGE 1
BODEMONDERZOEK
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en nader bodemonderzoek Energieweg 118 te Meerkerk Kadastrale gegevens: gemeente Meerkerk, sectie F, nummers 498 en 1474
Projectnummer: Datum:
20231656 6 september 2023
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en nader bodemonderzoek Energieweg 118 te Meerkerk Kadastrale gegevens: gemeente Meerkerk, sectie F, nummers 498 en 1474
Opdrachtgever XS architecten - Amersfoort Siliciumweg 15 3812 SV Amersfoort Adviesbureau
Auteur
MILON bv
ing. Jos van Gemert
Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel info@milon.nl / www.milon.nl 073 – 5477253 Status
Versie
Kwaliteitscontrole/Projectleider
definitief
1
ing. Christian van Eck
Datum 6 september 2023 Projectnummer 20231656
Inhoudsopgave 1 Inleiding .............................................................................................................................................. 3 1.1 Aanleiding en doel ............................................................................................................. 3 1.2 Opbouw van het rapport ................................................................................................ 3 1.3 Onafhankelijkheid en betrouwbaarheid .................................................................... 3 2 Milieuhygiënisch vooronderzoek .............................................................................................. 4 2.1 Afbakening en locatiegegevens ................................................................................... 4 2.2 Gebruik en potentiële bronnen .................................................................................... 5 2.3 Uitgevoerde bodemonderzoeken ............................................................................... 6 2.4 Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie ................................ 7 2.5 Terreininspectie ................................................................................................................... 7 2.6 Hypothese en onderzoeksstrategie ............................................................................
7 3 Verkennend bodemonderzoek .................................................................................................. 9 3.1 Onderzoeksstrategie ......................................................................................................... 9 3.2 Veldwerkzaamheden......................................................................................................... 9 3.3 Zintuiglijke waarnemingen ........................................................................................... 10 3.4 Laboratoriumwerkzaamheden .................................................................................... 11 3.5 Analyseresultaten ............................................................................................................. 12 3.6 Bespreken resultaten ...................................................................................................... 13 4 Uitvoering nader bodemonderzoek ...................................................................................... 14 4.1 Algemeen ............................................................................................................................ 14 4.2 Vaststellen informatiebehoefte ..................................................................................
14 4.3 Onderzoeksopzet ............................................................................................................. 14 4.4 Veldwerkzaamheden....................................................................................................... 15 4.5 Resultaten............................................................................................................................ 16 4.6 Laboratoriumwerkzaamheden .................................................................................... 16 4.7 Analyseresultaten ............................................................................................................. 17 4.8 Bespreking van de resultaten ...................................................................................... 18 5 Uitvoering verkennend asbestonderzoek ............................................................................ 20 5.1 Onderzoeksstrategie ....................................................................................................... 20 5.2 Veldwerkzaamheden....................................................................................................... 21 5.3 Zintuiglijke waarnemingen ...........................................................................................
21 5.4 Laboratoriumwerkzaamheden .................................................................................... 22 5.5 Interpretatie en toetsing ............................................................................................... 22 5.6 Bespreking van de resultaten ...................................................................................... 23
Bijlagen Bijlage 1: Topografische overzichtskaart Bijlage 2: Situatietekening Bijlage 3: Foto’s Bijlage 4: Profielbeschrijvingen en zintuiglijke waarnemingen Bijlage 5: Analysecertificaten Bijlage 6: Toetsing analyseresultaten Bijlage 7: Toetsingskader
1
Inleiding
MILON bv te Veghel (hierna te noemen MILON) heeft in opdracht van XS architecten - Amersfoort een verkennend bodem- en asbestonderzoek en nader bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van Energieweg 118 te Meerkerk. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de Nederlandse Normen NEN 5725, NEN 5740, NEN 5707, NEN 5898 en NTA 5755. 1.1
Aanleiding en doel
De werkzaamheden zijn uitgevoerd in verband met de voorgenomen ontwikkelingen ter plaatse van het perceel. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het verkrijgen van inzicht in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater. Het doel van het nader bodemonderzoek is het bepalen van de herkomst, mate en omvang van de in eerder stadium aangetoonde verontreiniging met barium in de grond ter plaatste van onderhavige locatie. Het doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe inspanning na te gaan of de verdenking van aanwezigheid van asbest al dan niet terecht is. 1.2
Opbouw van het rapport
In onderhavige rapportage komen de volgende aspecten aan de orde: - resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2); - resultaten van het verkennend bodemonderzoek (hoofdstuk 3); - resultaten van het nader bodemonderzoek (hoofdstuk 4); - resultaten van het verkennend asbestonderzoek (hoofdstuk 5); - conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6). De bijbehorende topografische overzichtskaart, tekening(en), foto’s, profielbeschrijvingen, analysecertificaten, toetsingstabellen en het toetsingskader zijn als bijlagen in deze rapportage opgenomen. 1.3
Onafhankelijkheid en betrouwbaarheid
Het onderzoek is geheel onafhankelijk uitgevoerd. MILON is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en is, met uitzondering van de uitvoering van het onderzoek, financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. Hierbij wordt opgemerkt dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses worden uitgevoerd. Daarom kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is die bij dit onderzoek niet is aangetoond. MILON acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.
Projectnummer: 20231656 Datum: 6 september 2023
Pagina 3 van 33
2
Milieuhygiënisch vooronderzoek
Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de Nederlandse NEN 5725. De aanleiding van het vooronderzoek is het opstellen van een hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. Uiteindelijk dienen in het vooronderzoek de onderzoeksvragen uit de NEN 5725 beantwoord te worden. Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Informatie opdrachtgever en eigenaar; Informatie overheid inzake bodemonderzoeken, ophooglagen, vergunningen, (voormalige) brandstoftanks en andere mogelijke relevante informatie; Bodemloket; Historisch topografisch kaartmateriaal, topotijdreis; Actuele luchtfoto’s (Google Earth); Grondwaterkaart van Nederland/Atlas leefomgeving; Kadaster; DINOloket. Voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk is een terreininspectie uitgevoerd.
De resultaten van deze inspectie zijn opgenomen in hoofdstuk 2.5. 2.1
Afbakening en locatiegegevens
Het onderzoeksgebied voor het vooronderzoek is geografisch afgebakend tot de onderzoekslocatie en de aangrenzende percelen tot 25 meter vanaf de grens van de onderzoekslocatie. In verticale richting is de locatie afgebakend tot 10 meter beneden maaiveld. Gezien het doel van het onderzoek wordt deze afbakening voldoende geacht. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Energieweg 118 te Meerkerk. Een deel van het terrein is in gebruik als parkeerplaats met enkele plantsoentjes. Het meest noordelijke deel van de locatie is begroeid met gras en bosschages. De directe omgeving bestaat uit diverse horecagelegenheden. De indirecte omgeving bestaat overwegend uit agrarisch gebied, waarbij aan de westzijde van de onderzoekslocatie de rijksweg A27 is gelegen. In tabel 1 zijn de locatiegegevens weergegeven. De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de topografische overzichtskaart in bijlage 1 en de luchtfoto in figuur 1.
Projectnummer: 20231656 Datum: 6 september 2023
Pagina 4 van 33
Tabel 1: Overzicht locatiegegevens Adres locatie
Energieweg 118 te Meerkerk
Kadastrale gegevens locatie
Gemeente Meerkerk, sectie F, perceelnummer(s) 498, 1474
Bebouwing
Onbebouwd
www.planviewer.nl/kaart
Oppervlakte locatie (in m )
Circa 3.800
www.planviewer.nl/kaart
Oppervlakte bebouwd (in m2)
-
www.planviewer.nl/kaart
Huidig gebruik
Parkeerplaats
Verhardingen
Klinkers
2
Figuur 1: luchtfoto met globale ligging onderzoekslocatie (geel omcirkeld). Bron: Google Maps
2.2
Gebruik en potentiële bronnen
Volgens historisch topografisch kaartmateriaal is de onderzoekslocatie in het verleden in gebruik geweest als agrarisch gebied. De Energieweg stond destijds bekend als Achterkade. In de jaren ’70 van de vorige eeuw is de rijksweg A27 gerealiseerd. Rond 1985 is de eerste bebouwing op het terrein gerealiseerd. In deze periode is de onderzoekslocatie vermoedelijk ook (deels) in gebruik genomen als parkeerplaats. Tijdens een eerder uitgevoerd bodemonderzoek (MILON bv, kenmerk 20161824-1, d.d. 8 februari 2017, zie ook paragraaf 2.3) is een sterk verhoogd gehalte met barium aangetoond in een ‘sterk slakhoudende’ laag in de ondergrond. Onlangs is een archeologisch onderzoek uitgevoerd ter plaatse van onderhavige locatie (Transect, kenmerk 22060067 versie 2.0, d.d. 7 juni 2023). Daarbij is ook de (semi)verhardingslaag wederom aangetroffen, echter nu beschreven als zijnde een betonlaag. In de kleilaag hier direct onder (1,0 – 1,1 à 1,2 m-mv) zijn ‘fragmenten bouwpuin’ waargenomen. Voor zover bekend zijn op of nabij de onderzoekslocatie verder geen verdachte locaties aanwezig of aanwezig geweest en zijn geen potentieel bodembelastende activiteiten uitgevoerd. Ten zuiden van de onderzoekslocatie is een tankstation aanwezig. Het is niet de verwachting dat dit tankstation een negatieve invloed heeft op de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.
Projectnummer: 20231656 Datum: 6 september 2023
Pagina 5 van 33
In het verleden (circa 2013) is een verontreiniging met minerale olie in het grondwater aangetoond ten noordwesten van de onderzoekslocatie. Hier is een tankplaats aanwezig. In 2016 is door een grondwateronderzoek aangetoond dat geen sprake meer is van een verontreiniging met minerale olie. Asbest Uit de ‘beoordelingen aanvraag om omgevingsvergunning KFC Meerkerk OVU-2022-000924’ van de gemeente Vijfheerenlanden blijkt dat de bodem ter plaatse van de aanwezige plantsoenen, op basis van het archeologisch onderzoek, wordt beschouwd als zijnde verdacht op het voorkomen van asbest. Tevens wordt gesteld dat de kleilaag direct onder de ‘betonverharding’ (1,0 – 1,1 à 1,2 m-mv), waarin tijdens het archeologisch onderzoek ‘fragmenten bouwpuin’ zijn waargenomen, verdacht is op het voorkomen van asbest. Op de locatie is zowel in de huidige situatie als in het verleden geen bebouwing aanwezig (geweest). Het is niet waarschijnlijk dat asbesthoudende materialen in de bodem terecht zijn gekomen. Binnen de onderzoekslocatie hebben, voor zover bekend, geen sloopactiviteiten en/of geen calamiteiten plaatsgevonden, waarbij asbest op of in de bodem is geraakt. 2.3
Uitgevoerde bodemonderzoeken
Binnen de onderzoekslocatie en de directe omgeving zijn bodemonderzoeken uitgevoerd. De onderzoeken betreffen: 1.
Verkennend bodemonderzoek Energieweg te Meerkerk (Lexmond Milieuadvies, kenmerk 98.18223/AB, d.d. 1 december 1998): Het rapport is niet beschikbaar ter inzage. Op basis van de status van het rapport, zoals deze is ingeboekt bij het bevoegd gezag (geen gevolg of bijzonderheden aangetoond), wordt verwacht dat maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond;
2.
Verkennend bodemonderzoek Energieweg te Meerkerk (BK Bodem, kenmerk 121537, d.d. 20 maart 2012): Het rapport is niet beschikbaar ter inzage. Op basis van de status van het rapport (geen gevolg of bijzonderheden aangetoond) wordt verwacht dat maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond;
3.
Monitoringsrapportage grondwaterverontreiniging Energieweg te Meerkerk (PJ Milieu, kenmerk 1354401M, d.d. 1 november 2016): Uit de analyseresultaten blijkt dat de aanwezige verontreiniging met minerale olie in het grondwater niet meer is aangetoond. Er is geen sprake meer van een verontreiniging met minerale olie;
4.
Verkennend bodemonderzoek aan het AC Restaurant Meerkerk te Meerkerk (MILON bv, kenmerk 20161824-1, d.d. 8 februari 2017): Het onderzoek is deels uitgevoerd ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie. Aanleiding voor het onderzoek was de toenmalige aankoop van de locatie. Tijdens de werkzaamheden zijn bijmengingen met beton, slakken en plastic waargenomen. Deze bijmengingen zijn als niet asbesthoudend aangemerkt. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de ondergrond een sterk verhoogd gehalte barium en een licht verhoogd gehalte kobalt zijn gemeten. Mogelijk zijn deze verhogingen te relateren aan de bijmenging met slakken. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties nikkel, molybdeen, barium en xylenen aangetoond.
Projectnummer: 20231656 Datum: 6 september 2023
Pagina 6 van 33
2.4
Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie
De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van circa -0,6 m+NAP. De gegevens van de bodemopbouw zijn verkregen van DINOloket (uitgifte portaal van TNO, Geologische Dienst Nederland). Vanaf maaiveld tot circa 8,7 m-mv bestaat de bodem uit Holocene afzettingen (zand, zeer fijn tot uiterst grof, lokaal kleiig tot grindig; leem, kleiig tot grindig; klei, lokaal siltig tot zandig; grind; stenen; keien; blokken). Hieronder is tot circa 22,1 m-mv de formatie van Kreftenheye (zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig; grind, zandig; klei, siltig tot zandig, lokaal humeus) aanwezig. Hieronder is de formatie van Urk (zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig fijn zand en grind en een spoor klei, zandige klei en veen) aanwezig. Volgens opgave van de Provincie Utrecht ligt het onderzoeksgebied niet in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of boringvrije zone. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend. Voor zover bekend wordt binnen het onderzoeksgebied geen grondwater onttrokken. Uit de bodemkwaliteitskaart van regio Utrecht blijkt dat de onderzoekslocatie is gelegen in een gebied waarin de bodemkwaliteit naar verwachting voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur. De onderzoekslocatie is gelegen in de bodemfunctieklasse Landbouw/natuur. 2.5
Terreininspectie
Tijdens de terreininspectie zijn geen bijzonderheden waargenomen. Voor een indruk van de locatie wordt verwezen naar de situatietekening in bijlage 2 en de locatiefoto’s in bijlage 3. 2.6
Hypothese en onderzoeksstrategie
Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie vooralsnog opgedeeld in vier deellocaties: Deellocatie 1: Geplande nieuwbouw De geplande nieuwbouw heeft een oppervlak van circa 375 m 2 en wordt onderzocht conform de ‘Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE)’ Deellocatie 2: Toekomstige parkeerplaats op huidig braakliggend terrein Deze deellocatie heeft een oppervlak van circa 1.000 m 2. De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de ‘Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV)’. Daar de maximale ontgravingsdiepte 0,5 mmv betreft, worden de boringen verricht tot een diepte van 0,75 m-mv, ofwel 0,25 m tot onder ontgravingsdiepte. De milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond > 0,75 m-mv en van het grondwater worden niet bepaald. Deellocatie 3: Toekomstige terreinverharding, nu in gebruik zijnde als parkeerplaats Deze deellocatie heeft een oppervlak van circa 2.500 m 2. De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de ‘Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE)’ Daar de maximale ontgravingsdiepte 0,5 m-mv betreft, worden de boringen doorgezet tot een diepte van 0,75 m-mv.
De milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond > 0,75 m-mv en van het grondwater worden niet bepaald.
Projectnummer: 20231656 Datum: 6 september 2023
Pagina 7 van 33
Een aantal van deze boringen worden specifiek verricht, ter plaatse van een aantal te realiseren items waarvoor kleinschalig grondwerk noodzakelijk is, zoals bijvoorbeeld (reclame)zuilen. Daar één van deze items zich buiten de eigenlijke onderzoekslocatie bevindt, is ervoor gekozen één boring (boring 314) meer te verrichten dan de norm voorschrijft. Deellocatie 4: Nader bodemonderzoek eerder aangetroffen verontreiniging met barium In eerste instantie wordt boring 02 uit voorgaand onderzoek herplaatst (boring 401) om de eerder aangetroffen verontreiniging met barium te traceren en zo te bepalen of het een lokale verontreiniging betreft. Indien dit het geval is, worden conform de NTA 5755 op een afstand van circa 5 meter vier boringen om deze boring heen geplaatst in het kader van de horizontale afperking van de verontreiniging. Het eerste cijfer van de boringen komt overeen met de betreffende deellocaties. Asbestonderzoek Aan de hand van de boringen van het verkennend bodemonderzoek wordt bepaald welk terreindeel verdacht is op het voorkomen van asbest in de grond. Indien ter plaatste van het overige terreindeel geen asbestverdachte bijmengingen worden aangetroffen in de grond, worden enkel de plantsoenen beschouwd als zijnde asbestverdacht, zoals ook door het bevoegd gezag aangegeven.
Tijdens het verkennend bodemonderzoek worden tevens de slakkenhoudende laag (verkennend bodemonderzoek), dan wel de betonlaag en het kleilaagje met fragmenten bouwpuin hier direct onder (archeologisch onderzoek) getraceerd. Aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen wordt bepaald of deze laag c.q. deze lagen verdacht zijn op het voorkomen van asbest.
Projectnummer: 20231656 Datum: 6 september 2023
Pagina 8 van 33
3
Verkennend bodemonderzoek
3.1
Onderzoeksstrategie
Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740+A1:2016- Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. De veldwerkzaamheden en de te analyseren monsters zijn vastgesteld op basis van de oppervlakte van de onderzoekslocatie. Een overzicht hiervan is weergegeven in tabel 2. Tabel 2: Veldwerkzaamheden en analyses Deellocatie
Opp. (m2)
Boringen en peilbuizen
Laboratorium (analyses)
boringen
peilbuis
grond
grondwater
1. Nieuwbouw
375
3 boringen tot 0,5 m-mv 1 boring tot 2,0 m-mv
1
2x standaardpakket1
1x standaardpakket2
2. Parkeerplaats huidig braakliggend terrein
1.000
6 boringen tot 0,75 m-mv
-
2x standaardpakket1
-
3. Terreinverhardingen rondom nieuwbouw
2.500
(13+1) 14 boringen tot 0,75 m-mv
-
3x standaardpakket1
-
1
Het standaardpakket voor grond bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK, PCB, minerale olie, lutum en organisch stof; 2
Het standaardpakket voor grondwater bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, minerale
olie, vluchtige aromatische en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen.
3.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door MILON, conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000, volgens protocol 2001 "Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen" en protocol 2002 "Het nemen van grondwatermonsters". MILON is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20269) en is erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Op 1, 17 en 21 augustus 2023 zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door de heren R.C.J. (Reinoud) de Jong, N.A.P. (Niels) van Rooij en S. (Shadi) Kaskas. De veldwerkers van MILON zijn erkend en ervaren, staan geregistreerd bij Rijkswaterstaat Bodem+ en zijn opgeleid voor het herkennen van asbesthoudende materialen. De volgende veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd: - verrichten van boringen en plaatsen van peilbuizen conform tabel 2; - zintuiglijk beoordelen, beschrijven en het bemonsteren van de grond per 0,5 meter of gelijkwaardige laag; - afpompen van het grondwater in de peilbuis na plaatsing. Op 17 augustus 2023 is de grondwaterbemonstering uitgevoerd door de heer N.A.P. (Niels) van Rooij, erkend en ervaren veldwerker van MILON.
De volgende veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd: - bepalen van de grondwaterstand; - afpompen van het grondwater in de peilbuis, waarbij gelijktijdig de zuurgraad, geleiding en troebelheid van het grondwater zijn gemeten; - bemonsteren van het grondwater.
Projectnummer: 20231656 Datum: 6 september 2023
Pagina 9 van 33
3.3
Zintuiglijke waarnemingen
Gebonden funderingslaag Tijdens een eerder uitgevoerd bodemonderzoek (MILON bv, kenmerk 20161824-1, d.d. 8 februari 2017, zie ook paragraaf 2.3) is een sterk verhoogd gehalte met barium aangetoond en in ‘sterk slakhoudende’ laag in de ondergrond. Onlangs is een archeologisch onderzoek uitgevoerd ter plaatse van onderhavige locatie (Transect, kenmerk 22060067 versie 2.0, d.d. 7 juni 2023). Hierbij is deze (semi) verhardingslaag wederom aangetroffen, echter nu beschreven als zijnde een betonlaag. In de kleilaag hier direct onder (1,0 – 1,1 à 1,2 m-mv) zijn ‘fragmenten bouwpuin’ waargenomen. Tijdens onderhavig bodemonderzoek is bovenstaande (semi)verhardingslaag getraceerd en opnieuw beoordeeld. Het betreft een gebonden funderingslaag, die handmatig niet te doorboren is. Wanneer het materiaal bewerkt wordt, verpulvert het en lijkt het hoofdbestanddeel ogenschijnlijk op zand. Zie ook foto 1 in bijlage 3. De ‘fragmenten bouwpuin’, zoals tijdens het archeologisch onderzoek aangetroffen zijn in de laag direct onder deze gebonden funderingslaag, betreffen ons inziens resten van de bovenliggende laag, die vrij zijn gekomen tijdens het doorboren hiervan. Overige zintuigelijke waarnemingen Ter plaatse van deellocatie 1 is een klinkerverharding aanwezig. De boven- en ondergrond bestaat overwegend uit zwak siltig, zwak grindig, matig fijn tot matig grof zand.
In de diepere ondergrond zijn klei- en veenlagen aanwezig. Zintuiglijk zijn in de bovengrond van boring 104 sporen van baksteen waargenomen. Ter plaatse het braakliggende terreindeel (deellocatie 2) is geen verharding aanwezig. De bodemopbouw is divers, waarbij de boven- en ondergrond overwegend bestaan uit zwak humeuze, sterk zandige klei. Plaatselijk bestaat de bovengrond uit zwak siltig, zwak humeus, matig fijn zand. In de boven- en ondergrond zijn geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen. Rondom de geplande nieuwbouw (deellocatie 3) is overwegend een klinkerverharding aanwezig. Plaatselijk zijn nabij de plantsoenen tegels gelegen. De boven- en ondergrond bestaan overwegend uit zwak siltig, zwak grindig, matig grof zand. Boringen 301, 302, 307, 308, 310, 312, 313, 314, 314.1 zijn gestaakt op bovengenoemde gebonden funderingslaag. In de grond zijn geen bijmengingen waargenomen. Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 4. De ligging van de boorpunten is weergeven op de situatietekening in bijlage 2. In tabel 3 zijn de resultaten van de uitgevoerde veldmetingen tijdens de grondwaterbemonstering weergegeven. Tijdens de bemonstering zijn geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging van het grondwater.
Tabel 3: Veldmetingen en zintuiglijke waarnemingen Peilbuis 101
Filterstelling (m -mv) 1,50 - 2,50
Grondwaterstand (m -mv) 1,00
pH (-) 6,8
EGV (µS/cm) 1041
Troebelheid (NTU) 12,2
De gemeten zuurgraad (pH) en het geleidingsvermogen (E.G.V.) zijn als normaal te beschouwen voor de waargenomen bodemopbouw en de ligging van de locatie. Projectnummer: 20231656 Datum: 6 september 2023
Pagina 10 van 33
De troebelheid in het grondwater is hoger dan de waarde die voor grondwater als normaal wordt geacht (< 10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de concentratie van matig/slecht oplosbare organische parameters. 3.4
Laboratoriumwerkzaamheden
De grond- en grondwatermonsters zijn ter analyse aangeboden aan SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam is door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerd op basis van de internationale norm(en). Van de in het veld genomen en separaat verpakte grondmonsters zijn, in opdracht van de projectleider van MILON, in het laboratorium mengmonsters samengesteld. In tabel 4 zijn per mengmonster de individuele grondmonsters, zintuiglijke waarnemingen en aangevraagde analyses weergegeven. Alle analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 5. Tabel 4: Monstersamenstelling en zintuiglijke waarnemingen Analysemonster MM01
Monstertraject (m -mv) 0,07 - 0,50
Deelmonsters
101 (0,20 - 0,50) 103 (0,07 - 0,30) 104 (0,07 - 0,50) 105 (0,15 - 0,50) MM02 0,50 - 1,20 101 (1,00 - 1,20) 102 (0,50 - 1,00) MM03 0,00 - 0,50 201 (0,00 - 0,40) 203 (0,00 - 0,50) 205 (0,00 - 0,50) 206 (0,00 - 0,50) MM04 0,00 - 0,50 202 (0,00 - 0,50) 204 (0,00 - 0,40) MM05 0,03 - 0,60 301 (0,20 - 0,60) 302 (0,07 - 0,40) 309 (0,07 - 0,57) 310 (0,03 - 0,50) MM06 0,07 - 0,50 303 (0,07 - 0,50) 304 (0,07 - 0,40) 305 (0,07 - 0,40) 306 (0,25 - 0,50) MM07 0,00 - 0,50 312 (0,00 - 0,20) 314 (0,00 - 0,50) -: geen bijzonderheden waargenomen; sporen/resten: <1% antropogene bijmenging; zwak: 1%-5% antropogene bijmenging; matig: 5%-10% antropogene bijmenging; sterk: 10%-50% antropogene bijmenging.
Projectnummer: 20231656 Datum: 6 september 2023
Zintuiglijke waarnemingen
Aangevraagde analyses
sporen baksteen
Standaardpakket
-
Standaardpakket
-
Standaardpakket
-
Standaardpakket
-
Standaardpakket
-
Standaardpakket
-
Standaardpakket
Pagina 11 van 33
3.5
Analyseresultaten
Toetsing Wet bodembescherming De toetsing van de analyseresultaten voor de (boven- en onder)grond en het grondwater is weergegeven in bijlage 6. Een samenvatting van de toetsing is weergegeven in tabel 5 en 6. In de tabellen zijn uitsluitend de verhoogde parameters en de bijbehorende indexwaarde weergegeven. In bijlage 7 is de beschrijving van het gehanteerde toetsingskader bijgevoegd. Tabel 5: Toetsing van de analyseresultaten (grond) Analyse- Monstertraject monster (m -mv) 1. Nieuwbouw MM01 0,07 - 0,50
Deelmonsters
101 (0,20 - 0,50) 103 (0,07 - 0,30) 104 (0,07 - 0,50) 105 (0,15 - 0,50) MM02 0,50 - 1,20 101 (1,00 - 1,20) 102 (0,50 - 1,00) 2. Parkeerplaats huidig braakliggend terreindeel MM03 0,00 - 0,50 201 (0,00 - 0,40) 203 (0,00 - 0,50) 205 (0,00 - 0,50) 206 (0,00 - 0,50) MM04 0,00 - 0,50 202 (0,00 - 0,50) 204 (0,00 - 0,40) 3. Terreinverhardingen rondom nieuwbouw MM05 0,03 - 0,60 301 (0,20 - 0,60) 302 (0,07 - 0,40) 309 (0,07 - 0,57) 310 (0,03 - 0,50) MM06 0,07 - 0,50 303 (0,07 - 0,50) 304 (0,07 - 0,40) 305 (0,07 - 0,40) 306 (0,25 - 0,50) MM07 0,00 - 0,50 312 (0,00 - 0,20) 314 (0,00 - 0,50)
Zintuiglijke waarnemingen
> AW
Index >0,5
>I
sporen baksteen
PCB (som 7) (0,01)
-
-
~
PCB (som 7) (-) kobalt (0,02)
-
~
-
-
-
~
-
-
-
~
-
-
-
~
-
-
-
~
PCB (som 7) (-) zink (0,05) molybdeen (-)
barium (>1)
-: het gehalte is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; >AW: het gehalte is gelijk aan of hoger dan de achtergrondwaarde en lager dan de tussenwaarde (licht verhoogd); >index >0,5: het gehalte is gelijk aan of hoger dan de tussenwaarde en lager dan de interventiewaarde (matig verhoogd); >I: het gehalte is gelijk aan of hoger dan de interventiewaarde (sterk verhoogd).
In MM07 overschrijdt barium de interventiewaarde. Formeel gezien geldt er geen interventiewaarde voor barium in de grond (bron: Circulaire bodemsanering, 1 juli 2013). Echter, indien vastgesteld wordt dat een antropogene bron van barium aanwezig is, dient getoetst te worden aan de voormalige interventiewaarde van 920 mg/kg d.s.
Projectnummer: 20231656 Datum: 6 september 2023
Pagina 12 van 33
Tabel 6: Toetsing van de analyseresultaten (grondwater) AnalyseFilterstelling > S (+index) Index >0,5 >I monster (m -mv) 101-1-1 1,50 - 2,50 xylenen (som) (-) barium (1,01) -: de concentratie is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; >S: de concentratie is gelijk aan of hoger dan de streefwaarde en lager dan de tussenwaarde (licht verhoogd); >Index >0,5: de concentratie is gelijk aan of hoger dan de tussenwaarde en lager dan de interventiewaarde (matig verhoogd); >I: de concentratie is gelijk aan of hoger dan de interventiewaarde (sterk verhoogd).
3.6
Bespreken resultaten
Grond Deellocatie 1 In de bovengrond van deellocatie 1 is een licht verhoogd gehalte PCB aangetoond. In de ondergrond zijn licht verhoogde gehalten kobalt en PCB gemeten. Deellocatie 2 Ter plaatse van het braakliggend terreindeel, waar de toekomstige parkeerplaats is gesitueerd, zijn zowel in de boven- als ondergrond geen verhoogde gehalten aangetoond. Deellocatie 3 In de mengmonsters MM05 en MM06 van deellocatie 3 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In MM07 zijn licht verhoogde gehalten zink, molybdeen en PCB aangetoond. Omdat sprake is van een antropogene bron, is het gehalte barium getoetst aan de voormalige interventiewaarde (bron: Circulaire bodemsanering, 1 juli 2013). Hieruit blijkt dat sprake is van een interventiewaarde overschrijding. De uitsplitsing van mengmonster MM7 is opgenomen in het nader onderzoek naar barium (hoofdstuk 4). Grondwater In het grondwater (deellocatie 1) zijn een sterk verhoogde concentratie barium en een licht verhoogde concentratie xylenen aangetoond. De sterk verhoogd aangetoonde concentratie overschrijdt de interventiewaarde marginaal (bodemindex 1,01) en is vermoedelijk te relateren aan de aangetoonde verontreiniging in de vaste bodem.
Toetsing hypothese Door de aangetoonde verhoogde gehalten in de grond en verhoogde concentraties in het grondwater, kan de opgestelde hypothese “verdachte locatie” voor wat betreft deellocatie 1 en 3 gehandhaafd blijven. Tevens kan de hypothese “onverdachte locatie” voor wat betreft deellocatie 2 worden gehandhaafd.
Projectnummer: 20231656 Datum: 6 september 2023
Pagina 13 van 33
4 4.1
Uitvoering nader bodemonderzoek Algemeen
Vanwege de eerder aangetoonde sterk verhoogde gehalten aan barium in de grond is een nader onderzoek conform de NTA 5755 uitgevoerd. De NTA 5755 vormt de basis voor het onderzoeksvoorstel. De belangrijkste stappen voor een goed onderbouwd nader onderzoek zijn het formuleren van het onderzoeksdoel en de informatiebehoefte en het bepalen van de onderzoeksstrategie. Voor het bepalen van de onderzoeksstrategie wordt op basis van de informatiebehoefte onderzoekvragen geformuleerd, waarna de beste onderzoeksstrategie gekozen kan worden. 4.2
Vaststellen informatiebehoefte
Aanleiding, onderzoeksdoel en bepalen informatiebehoefte Aanleiding Op de locatie, met als huidig gebruik parkeerplaats en deels braakliggend terrein, wordt nieuwbouw gerealiseerd. Doel Het bepalen van het bodemvolume van de verontreiniging met barium is, of sprake is van een antropogene bron en of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Informatiebehoefte Op basis van de aanleiding en de doelen van het onderzoek wordt de informatiebehoefte bepaald. De aard van de te verzamelen informatie is de volgende: • omvangbepaling van de grondverontreiniging met barium, gericht op de interventiewaarde; • de mogelijke oorzaken van de verontreinigingen achterhalen; • het bepalen van de (financiële) gevolgen van een mogelijke sanering in relatie tot de herontwikkeling. Formuleren onderzoeksvragen Op basis van de informatiebehoefte kunnen de volgende onderzoeksvragen geformuleerd worden. 1. Wat is de mate en de omvang van de verontreiniging met barium? 2. Wat zijn de risico’s van de verontreiniging? 3. Wat zijn mogelijke saneringsvarianten gericht op de toekomstige bestemming? 4.3