CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

NIEUWE VERSIE RV Belastingverordeningen 2024

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 12 december 2023, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Belastingverordeningen 20244.449 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Zaaknummer 1016656

Onderwerp: Belastingverordeningen 2024

Vergaderdatum raad: 12 december 2023 Geheim: Nee Steller: Kemberly van den Brom Portefeuillehouder: Wethouder Van Maanen Wethouder Meijdam

Beslispunten 1. De volgende verordeningen vast te stellen: 1.1 Verordening staangeld 2024 1.2 Verordening toeristenbelasting 2024 1.3 Verordening lijkbezorgingsrechten 2024 1.4 Verordening marktgelden 2024 1.5 Verordening parkeerbelastingen 2024 1.6 Kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen 2024 1.7 Verordening onroerende-zaakbelastingen 2024 1.8 Verordening afvalstoffenheffing 2024 1.9 Verordening rioolheffing 2024 1.10 Verordening reclamebelasting 2024 1.11 Verordening precariobelasting 2024 1.12 Verordening liggelden passantenhaven 2024 1.13 Verordening kwijtschelding 2024 1.14 Legesverordening 2024

Inleiding Om de in de begroting 2024 opgenomen belastingopbrengsten te kunnen realiseren, is het nodig de belastingverordeningen door de raad te laten vaststellen. De gemeentelijke heffingen worden conform de programmabegroting 2024 verhoogd met 3,7% (inflatiecorrectie), met uitzondering van de rioolheffing, afvalstoffenheffing en reclamebelasting, precariobelasting (hoofdstuk 5 standplaatsen). Bij de onroerende-zaakbelastingen (OZB) is er geen sprake van indexering van het tarief, maar van een indexering van de verwachten opbrengst met de inflatiecorrectie (3,7%). De rioolheffing wordt niet geïndexeerd omdat er een grote voorziening is (€ 10.023.000,-). De tarieventabel bij de Legesverordening 2024 bestaat uit drie hoofdstukken. Hoofdstuk 2 wijkt wezenlijk af van de tarieventabel bij de Legesverordening 2023 door de invoering van de

Omgevingswet, die per 1 januari 2024 in werking treedt. Bij het opstellen van de nieuwe tarieven is er rekening mee gehouden dat deze aansluiten bij de begroting en kostendekkend zijn. De tarieven die niet nieuw zijn en dus in 2023 ook werden geheven zijn conform de programmabegroting 2024 verhoogd met 3,7%, met uitzondering van de kapvergunningen.

Beoogd effect Het realiseren van de in de begroting 2024 opgenomen belastingopbrengsten.

Argumenten In het onderstaande stuk staan in het kort de wijzigingen in de verordening beschreven ten opzichte van 2023. De wijzigingen sluiten aan bij de paragraaf lokale heffingen van de begroting 2024. 1 Aanpassingen in de verordeningen 1.1 Verordening staangeld 2024 Onder de naam ‘staangeld’ wordt een recht geheven voor het hebben van een standplaats voor een woonwagen, op de locatie Lexmondsestraatweg 6 te Vianen. Het tarief wordt met 3,7% verhoogd (inflatiecorrectie). Staangeld Tarief

2023

2024

€ 3.120,00

€ 3.235,00

1.2 Verordening toeristenbelasting 2024 Toeristenbelasting wordt geheven bij een overnachting in hotels, vakantieonderkomens, logiesverblijf en campings van personen die niet als ingezetenen van de gemeente in de gemeentelijke basisadministratie zijn ingeschreven. Zoals afgesproken zijn de ondernemers geïnformeerd over de voorgenomen prijsontwikkeling. Het tarief wordt met 3.7% verhoogd (inflatiecorrectie). Verblijf Hotel

2023 € 2,15

2024 € 2,25

Andere (vakantie) onderkomens Campings

€ 1,25 7,0%

€ 1,40 7,3%

1.3 Verordening lijkbezorgingsrechten 2024 De verordening lijkbezorgingsrechten regelt de in rekening te brengen bedragen die samenhangen met de begraafplaatsen in de gemeente. De tarieven lijkbezorgingsrechten worden voor 2024 met 3,7% verhoogd (inflatiecorrectie). Omdat de verordening lijkbezorgingsrechten een groot aantal tarieven kent, wordt voor een overzicht van de tarieven kortheidshalve verwezen naar de verordening. 1.4 Verordening marktgelden 2024 Marktgelden worden geheven voor het innemen van een standplaats als bedoeld in de Marktverordening Vijfheerenlanden. De tarieven worden verhoogd met 3,7% inflatiecorrectie. Omdat de verordening markgelden een groot aantal tarieven kent, wordt voor een overzicht van de tarieven kortheidshalve verwezen naar de verordening.

1.5 Verordening parkeerbelastingen 2024 De tarieven in de tarieventabel voor de parkeerkaarten en vergunningen worden met 3,7% inflatiecorrectie verhoogd. Voor het tarief van de parkeerautomaten wordt geen inflatiecorrectie toegepast. De automaten werken niet met centen. 1.6 Kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen 2024 De gemeente Vijfheerenlanden verzorgt de handhaving van de parkeerbelastingen. Gemeente Vijfheerenlanden heft het maximale overheidstarief voor 2024 van € 76,70. 1.7 Verordening onroerende-zaakbelastingen 2024 De OZB-tarieven 2024 worden geheven als percentage van de WOZ-waarde met peildatum 1 januari 2023. Bij de OZB-tarieven houden we rekening met de waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen. Voor de tarieven van 2024 wordt rekening gehouden met een gemiddelde stijging van de WOZ-waarde van woningen van 4,0%. Voor de niet-woningen wordt rekening gehouden met een gemiddelde stijging van 3,67%. Ook wordt rekening gehouden met de uitbreiding van het aantal woningen en niet-woningen (de uitbreiding van het areaal), bezwaarschriften en leegstand. Voor de OZB wordt er uitgegaan van een opbrengstenstijging van 3,7% (inflatiecorrectie). Op basis hiervan worden de tarieven aangepast. Belastingplichten OZB Eigenaar woning Eigenaar niet-woning Gebruiker niet-woning

2023 0,0885% 0,2785% 0,2173%

2024 0,0888% 0,2609% 0,2036%

1.8 Verordening afvalstoffenheffing 2024 De kosten van de afvalinzameling en -verwerking van particuliere huishoudens worden via de afvalstoffenheffing verhaald. Uitgangspunt bij het vaststellen van de tarieven is 100% kostendekkendheid. In de tarieven wordt een onderscheid gemaakt tussen één- en meerpersoonshuishoudens. Gebruik Eénpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden

2023 € 328,00 € 412,00

2024 € 349,00 € 439,00

1.9 Verordening rioolheffing 2024 Op grond van de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken hebben gemeenten de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Een gemeente kan rioolheffing heffen om deze zorgplicht te betalen (artikel 228a van de Gemeentewet). Uitgangspunt bij het vaststellen van de tarieven is 100% kostendekkendheid. De heffingsmaatstaf is het waterverbruik per categorie. Het tarief van € 194,00 is gelijk gebleven ten opzichte van 2023. 1.10 Reclamebelasting 2024 Deze belasting mag worden geheven voor een 'openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg'. In Leerdam wordt de reclamebelasting al een aantal jaren toegepast als instrument. Het centrum van Vianen samen met de Lijnbaan worden als trekkingsgebied toegevoegd. Het voorgestelde tarief in Vianen is overeengekomen met de ondernemers in de binnenstad Vianen. De ondernemersvereniging Vianen heeft net zoals in Leerdam gekozen voor

een vast bedrag en een percentage van de WOZ-waarde. Alleen heeft Vianen in tegenstelling tot Leerdam gekozen voor een maximum bedrag van € 1.000,-. De opbrengst van de reclamebelasting gaat naar het Ondernemersfonds. De opbrengst is in samenspraak met de ondernemers bepaald. 1.11 Verordening precariobelasting 2024 De precariobelasting is een heffing voor het hebben van voorwerpen op, in of boven gemeentegrond die voor de openbare dienst bestemd is. De overheid kan een vergoeding vragen voor het gebruik (mogen) maken van gemeentegrond. Om te voorkomen dat de gemeentelijke overheid met elke afzonderlijke particulier of bedrijf een contract moet sluiten, is gebruik gemaakt van de publiekrechtelijke weg via een belastingverordening. Omdat de verordening precariobelasting een groot aantal tarieven kent, wordt voor een overzicht van de tarieven kortheidshalve verwezen naar de verordening precariobelasting die als bijlage aan dit raadsvoorstel is toegevoegd. De tarieven worden verhoogd met 3,7% inflatiecorrectie. Hoofdstuk 5 van de precariobelasting 2024 Standplaatsen In december 2022 stelde de Raad vragen over de reden voor de prijsverschillen tussen de tarieven voor week- en minimarkten en die voor losse standplaatsen.

Concreet stellen wij voor om de precariobelasting voor standplaatsen per jaar 2024 te herzien en in overeenstemming te brengen met de tarieven die worden toegepast voor week- en minimarkten per jaar. Het jaartarief is 10 maal het maandtarief van 2023 gecorrigeerd met 3,7% inflatiecorrectie. We erkennen dat dit voorstel een vermindering van inkomsten met zich meebrengt.Dit zal ten opzichte van 2023 een verschil zijn van € 3.346,00. Gezien het streven naar gelijkheid achten wij dit risico minimaal en gerechtvaardigd. Het tarief bedraagt voor het innemen van een standplaats, zoals bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening: Tarieven Standplaatsen 2024: Verblijf 1 dag per week 2 dagen per week 3 dagen per week 4 dagen per week 5 dagen per week 6 dagen per week 7 dagen per week

Per dag/m2 € 1,20 € 1,76 € 2,33 € 2,90 € 3,47

Per maand/m2 € 3,39 € 4,97 € 6,58 € 8,20 € 9,78

Per jaar/m2 € 30,28 € 49,46 € 68,65 € 87,83 € 107,02

€ 4,07 € 4,63

€ 11,45 € 13,02

€ 126,20 € 145,39

In vergelijking met de minimarktgelden, op basis van een kraam van 12 meter in 2024:

Bezetting 1 dag per week (minimarkt) 1 dag per week (standplaats)

Per Jaar € 363,15 € 363,36

Tarieven standplaatsen 2023 per jaar versus 2024 per jaar: Verblijf

2023

2024

1 dag per week

€ 39,21

€ 30,28

2 dagen per week

€ 57,43

€ 49,46

3 dagen per week

€ 76,21

€ 68,65

4 dagen per week

€ 94,99

€ 87,83

5 dagen per week

€ 113,21 € 107,02

6 dagen per week

€ 132,54 € 126,20

7 dagen per week

€ 150,76 € 145,39

1.12 Verordening liggelden passantenhaven Vianen 2024 Onder de naam liggeld wordt een recht geheven voor het gebruik van de steiger in de passantenhaven met een vaartuig. • De benaming van de passantenhaven is niet meer dekkend. Blankenborch verwijst alleen naar het westelijk deel van de haven. Nu de oostelijke kant van Sluiseiland is toegevoegd, moet de benaming hierop aangepast worden. Vandaar de algemene benaming: passantenhaven Vianen. • Het tarief voor de recreatieve vaartuigen wordt niet meer berekend per categorie, maar per strekkende meter. Dit is een eerlijker systeem dat ook elders veelal gehanteerd wordt. • Als uitgangspunt voor de hoogte van het tarief is € 1,43 aangehouden (het bedrag voor boten van 10 meter of kleiner was € 14,30). Hier is het inflatiepercentage van 3,7% bij opgeteld en daarmee komt het nieuwe bedrag uit op € 1,48. • Water en stroom worden in rekening gebracht op basis van het gebruik. De gestelde tarieven van € 0,50/ kWh en € 0,50/ 100 liter incl. BTW zijn hiervoor gangbare bedragen. 1.13 Verordening kwijtschelding 2024 Voor inwoners met een minimum inkomen en weinig tot geen vermogen bestaat de mogelijkheid van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale belastingen. De voorwaarden worden door het Rijk bepaald. Kwijtschelding is een vorm van inkomensbeleid en voorbehouden aan het Rijk (art. 219, lid 2, Gemeentewet).

De regels voor het toekennen van kwijtschelding zijn vastgesteld in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen, die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan de bijstandsnorm. De gemeente Vijfheerenlanden hanteert de zogenaamde 100%-norm. Dit betekent dat inwoners met een inkomen op of onder bijstandsniveau en een beperkt bedrag aan spaargeld in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Gemeenten mogen wel zelf bepalen of en voor welke belastingen zij kwijtschelding verlenen. Kwijtschelding van gemeentelijke heffingen is mogelijk voor de “onvermijdelijke” belastingen: · Afvalstoffenheffing · Rioolheffing 1.14 Leges verordening 2024 Hieronder worden de wijzigingen in de legesverordening 2024 ten opzichte van die van 2023 kort uiteengezet en toegelicht. Gedetailleerde informatie over de inkomsten is opgenomen in de paragraaf lokale heffingen van de begroting. Tekstuele wijzigingen In de tekst van de Verordening is een aantal wijzigingen doorgevoerd, onder andere door de

inwerkingtreding van de Omgevingswet. Voor de tekst is zoveel mogelijk aangesloten bij de Modelverordening van de VNG. Hierna worden de inhoudelijke wijzigingen toegelicht. De artikelen, 2, 3, 4, 5, 8 en 9 zijn tekstueel gewijzigd. Hiermee is geen inhoudelijke beleidswijziging beoogd. In artikel 7 is de mogelijkheid tot elektronische betaling toegevoegd. Tarieven: De wet stelt als eis dat de verordening in zijn geheel niet meer dan kostendekkend mag zijn. Dit voorschrift geldt niet voor de individuele prestatie voortvloeiende uit de legesverordening, maar alleen voor het totaal van baten en lasten van de dienstverleningen. De tarieven van de leges worden per 1 januari 2024 met 3,7 % verhoogd. De tarieven zijn afgerond naar beneden op € 0,05. Hierdoor wijzigt een aantal tarieven niet (de stijging wordt dan ongedaan gemaakt door de afronding). Een aantal legestarieven is aan een wettelijk maximum gebonden (tarieven met een *). Omdat de legesverordening een groot aantal tarieven kent, wordt voor een overzicht van de tarieven kortheidshalve verwezen naar de verordening. Hoofdstuk 1 In artikel 1.17 is toegevoegd in geval van aangetekende verzending de kosten in rekening worden gebracht bij de aanvrager. In artikel 1.18.9 en verder is de aanvraag voor een ontheffing van de geslotenverklaring Lexmondsestraatweg, Helsdingse Achterweg, Helsdingse Voorweg, Panoven, Mijlweg opgenomen.

Voor de driejarige ontheffingen wordt in 2024 nog geen bedrag in rekening gebracht. Voor de dagontheffingen wel. Voor elke mutatie van een driejarige ontheffing, bijvoorbeeld bij aanpassing van een kenteken, wordt ook niets in rekening gebracht. In artikel 1.34, onderdeel c4, is een tarief toegevoegd voor het digitaal verstrekken van stukken. Hoofstuk 2 (Omgevingswet) Aanpassing vanwege de Omgevingswet: De Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) treden 1 januari 2024. in werking. Met de Omgevingswet kunnen wij leges gaan heffen voor VTH-milieu taken (VTH, Vergunningen, toezicht en handhaving). Veel taken blijven bestaan, maar veranderen door de Omgevingswet; andere regels, intensiever samenwerken, kortere beslistermijnen en nieuwe instrumenten om mee te werken. De Wkb zorgt er voor dat voor een deel van de bouwaanvragen, de bouwtechnische toets door private partijen wordt uitgevoerd, waarvoor dan uiteraard geen leges meer in rekening gebracht kunnen worden. Bij de aanpassing is (tenzij aangegeven) de VNG modelverordening die op de komst van de Omgevingswet is aangepast gevolgd. Dit is ook conform de afspraken die hierover in het regionale VTH netwerk zijn gemaakt.

De hoogte van de tarieven is bepaald en beoordeeld op basis van de wettelijke maximale kostendekkendheid van 100%, het uitgangspunt van kostendekkende tarieven en de gebruikelijke kruissubsidiëring (een lager tarief (dan de gecalculeerde kosten) voor het ene product of dienst wordt gecompenseerd met een hoger tarief voor een ander product of dienst) die binnen de hoofdstukken van de legesverordening aanwezig is. De gemeente Vijfheerenlanden heeft geen ervaring met het werken volgens de Omgevingswet. De met de diverse (nieuwe of vernieuwde) producten verbonden tijdsbelasting is dus een schatting, die pas in de loop van 2024 met ervaring onderbouwd kan worden. Vanaf het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet zal worden gemonitord hoe de bedrijfsvoering en ook de

kosten en baten van de leges-gebonden activiteiten zich ontwikkelen. Waarmee beter ingeschat kan worden in hoeverre de legestarieven in balans en kostendekkend zijn. 2.1 Aanpassing als gevolg van de Wkb. De huidige omgevingsvergunning voor bouwen wordt met de Wkb gesplitst in een ‘technisch deel’ en een ‘ruimtelijk deel’. In de legesverordening zijn voor deze te onderscheiden activiteiten aparte producten opgenomen. Het gaat om: 1. de technische bouwactiviteit en, 2. de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk. Nu heffen we voor een ‘integrale’ bouwaanvraag leges door een percentage van de bouwsom te vragen. Dat percentage is ca. 3,5%. Dit betekent dat een groter project, met een hogere bouwsom, meer betaalt dan een kleiner project met een lagere bouwsom. De VNG model legesverordening hanteert voor de technische toets een percentage van de bouwsom en voor de ruimtelijke toets een vast tarief. Net als veel andere gemeenten volgen wij de model legesverordening op dit punt niet. Wij blijven ook voor de ruimtelijke toets werken met een percentage van de bouwsom. De ervaring is, dat de grootte van een bouwproject (of ruimtelijk initiatief) een directe relatie heeft met de hoeveelheid werk die het verlenen van een vergunning en het toezicht houden op de uitvoering met zich meebrengt. Daarnaast heeft het werken met een vast tarief grote negatieve gevolgen voor de legesheffing.

Bij een vast tarief zullen de opbrengsten zeer waarschijnlijk ver dalen onder de kosten. Dit vast tarief voor projecten, ongeacht hun omvang, zal namelijk leiden tot erg hoge tarieven per project, om nog enigszins in de buurt van kostendekkende legesinkomsten te komen. Voor de kleine projecten zou dit hoge tarief niet meer in verhouding staan met de omvang van die projecten, en maatschappelijk onaanvaardbaar zijn. Om tot een zo goed mogelijk onderbouwde legestabel voor bouwactiviteiten te komen, is een analyse gemaakt van de te verwachten aanvragen voor zowel het ruimtelijk als het bouwtechnische gedeelte en de kosten die met de aanvraag behandeling gemoeid zijn. Zo komen wij voor het uitvoeren van de ruimtelijke toets bij bouwactiviteiten op een tarief van 3% van de bouwsom. Dit is een verlaging van het huidige tarief voor een omgevingsvergunning voor het bouwen met 0,5% voor die aanvragen waarbij geen bouwtechnische toets nodig is. Wanneer ook de bouwtechnische toets moet worden uitgevoerd, moet daarvoor een percentage van 2% van de bouwsom gerekend worden. Wanneer de vergunning voor het technische en het ruimtelijke deel van de bouwactiviteiten tegelijk worden aangevraagd, wordt op een gecombineerde aanvraag 15% korting gegeven. Het gecombineerde tarief wordt dan effectief 4,25%, een verhoging van 0,75% ten opzichte van het huidige tarief.

2.2 Heffen van leges over vergunningaanvragen milieubelastende activiteiten. De Omgevingswet maakt het mogelijk om leges te heffen over vergunningen voor milieubelastende activiteiten (mba’s). In lijn met het uitgangspunt van beleid dat kostendekkende leges worden geheven, gaan wij bij milieuvergunningverlening leges heffen. De hoogte van de leges is berekend aan de hand van een opgave van de Odru, waarbij wij uitgegaan zijn van een gemiddelde tijdsbelasting per product. Omdat ook de Odru nog geen ervaring heeft met het werken met mba’s is het tarief ‘voorzichtig’ bepaald op 80% van de daarmee verbonden kosten. 2.3 Vergunningen voor omgevingsplanactiviteiten. Met de Omgevingswet veranderen ook de benaming van activiteiten en de werkwijzen om af te wijken van het bestemmingsplan en (onder de Omgevingswet) het omgevingsplan. In de nieuwe legesverordening zijn deze nieuwe begrippen opgenomen, en de tarieven zijn direct afgeleid van

de (overeenkomstige) producten onder het Wabo/Wro stelsel. 2.4 Omgevingsoverleg. Veel initiatiefnemers maken gebruik van een zgn. vooroverleg. Hierin wordt een initiatief in de vroege fase van ontwikkeling beoordeeld op (meestal) het voldoen aan de regels van het bestemmingsplan en de welstand. Onder de Omgevingswet blijft die mogelijkheid bestaan, maar wordt dit aangevuld met een intaketafel en voorbereidend overleg (ook wel bekend als omgevingstafel). Het (relatief) lage tarief voor het vooroverleg willen we behouden en ook bij de intaketafel toepassen. De omgevingstafel (voorbereidend overleg) zal minder vaak voorkomen en vooral op maat voor het initiatief vorm gaan krijgen. Hiervoor is een tarief volgens opgave opgenomen. Voor kleine initiatieven is een kostendekkend tarief in de tabel opgenomen. 2.5 Overige aanpassingen en afwijkingen. Enkele activiteiten/producten zijn van rechtswege uit de Algemene plaatselijke verordening overgegaan naar de Omgevingswet. Het gaat bijv. om vergunningen voor objecten op de weg en standplaatsen. Het tarief is gebaseerd op het in 2023 van toepassing zijnde tarief. In de huidige legestabel is een maximum tarief opgenomen op basis van een bouwsom van € 10.000.000. Dit maximum is geschrapt. Wel is voor bouwsommen vanaf dit bedrag (voor het hogere deel) een met 0,5% verlaagd tarief opgenomen.

Voor het meerdere wordt het tarief 2,5% en 1,5% van de bouwsom voor respectievelijk het ruimtelijke deel en het bouwtechnische deel. Hieronder volgen de wijzigingen in de Legesverordening 2024: Paragraaf 2.1 Artikel 2.1, 2.2 en 2.3 overgenomen van VNG model. Deze artikelen zijn vooral redactioneel gewijzigd t.o.v. de Verordening Leges 2023 om aan te sluiten bij de Omgevingswet. Paragraaf 2.2 Voorfase In artikel 2.4 is een onderscheid gemaakt tussen de eenvoudige overleggen (vooroverleg, principe-verzoeken, beoordeling wenselijkheid), waarbij het huidige laagdrempelig tarief blijft gehandhaafd, en de voorbereidende overleggen waarbij samen met de initiatiefnemers de haalbaarheid wordt onderzocht en de aanvraag wordt voorbereid. Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Artikel 2.5 (Bouwactiviteit, bouwtechnische deel) en 2.6 (Omgevingsplanactiviteit: Bouwactiviteit, ruimtelijke deel) volgen uit de systematiek van de Omgevingswet. In artikel 2.5 is een eenvoudige staffel opgenomen. Tot € 10.000.000 bouwkosten is 2% verschuldigd. Dit is 1,54% lager dan het Wabo 2023 tarief. In plaats van een maximum legesbedrag is over het meerdere boven de € 10.000.000 bouwkosten 1,5% verschuldigd. In artikel 2.6a wordt de leges ook gebaseerd op een percentage van de bouwkosten. De onder artikel 2.6b en c opgenomen tarieven zijn de geïndexeerde tarieven van 2023.

Invoering van de Omgevingswet vraagt voor deze categorieën geen wezenlijk andere tijdsbesteding. Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed In artikel 2.8 zijn de artikelen 2.8 t/m 2.11 van het VNG model samengevoegd. Het daarbij opgenomen tarief is het geïndexeerde tarief van 2023. Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Artikel 2.12 tot en met 2.20 zijn nieuwe artikelen onder de Omgevingswet om voor milieubelastende activiteiten leges in rekening mogen worden gebracht. Hierbij is het VNG-model

aangehouden. Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten Artikel 221 en 2.22 zijn ook nieuw onder de Omgevingswet. De opgenomen tarieven zijn het resultaat van de ingeschatte tijdsbesteding door de Omgevingsdienst regio Utrecht vermenigvuldigt met het uurtarief. Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Artikel 2.23 is een samenvoeging van artikel 2.23 en 2.24 van het VNG-model. Het samengevoegde artikel komt overeen met het oude Wabo-artikel 2.3.2.2 waarbij het tarief is geïndexeerd. Paragraaf 2.8 Overige activiteiten Artikel 2.30 is niet alleen tekstueel aangepast aan de Omgevingswet, maar ook de structuur is anders van opzet. In de oude regeling staat een bedrag van € 82,73 per boom voor de eerste vijf bomen, en voor élke boom boven de vijf € 38,60. De nieuwe regeling gaat uit van een bedrag van € 200 voor de eerste drie bomen en voor elke boom extra € 40. Door de nieuwe opzet verbetert de kostendekkendheid bij aanvragen voor de kap van één of twee bomen maar is de aanvrager duurder uit. Bij aanvragen vanaf drie bomen ontstaat er voordeel voor de aanvrager. Artikel 2.31 t/m 2.33 overgenomen van VNG model. De in 2023 gehanteerde tarieven zijn geïndexeerd. Artikel 2.34 is een op de Omgevingswet aangepaste vangnetbepaling. Het tarief is gebaseerd op een globale inschatting van de tijdsbesteding van circa drie uur.

Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften Artikel 2.35 t/m 2.38 zijn gebaseerd op nieuwe instrumenten onder de Omgevingswet. Het tarief van artikel 2.35 is gebaseerd op een inschatting van de tijdsbesteding van circa 2,5 uur. Artikel 2.37 is een vangnetbepaling waarbij dezelfde tijdsbesteding is aangehouden. De tarieven onder artikel 2.36 zijn gebaseerd op de ingeschatte tijdsbesteding door de Omgevingsdienst regio Utrecht vermenigvuldigd met het uurtarief. Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid De tarieven onder artikel 2.38 zijn gebaseerd op de uurtarieven zoals die door de gemeente ingeschakelde (externe) adviseurs worden berekend. Paragraaf 2.11 Overige tarieven Artikel 2.39 tot en met 2.43 zijn nieuw en conform het VNG model. De tarieven zijn gebaseerd op de ingeschatte tijdsbesteding. De onder artikel 2.45 a t/m d opgenomen tarieven zijn de geïndexeerde tarieven van 2023. Beoordeling in het kader van de Omgevingswet vraagt voor deze categorieën vooralsnog geen andere tijdsbesteding. Artikel 2.46 is een vangnetbepaling. Paragraaf 2.12 Modaliteiten Onder artikel 2.49 zijn de kosten opgenomen die (externe) adviseurs ons in rekening brengen. In tegenstelling tot voorgaande jaren is in het tarief nu ook de ambtelijke verwerkingstijd (circa half uur) opgenomen. Paragraaf 2.13 Vermindering In artikel 2.53 is een specifieke vermindering opgenomen als het bouwtechnische deel én het

ruimtelijke deel in één aanvraag worden aangevraagd. Uit analyse van de tijdsbesteding blijkt het synergievoordeel circa 15%. Paragraaf 2.14 Teruggaaf Bij artikel 2.54 t/m 2.61 is tekstueel het VNG-model aangehouden. Voor de percentages is aangesloten bij het VNG-model of de onder de Wabo gehanteerde waarden. Hoofdstuk 3: Zoals genoemd in de legesverordening 2023 "titel 3 is hoofdstuk 4" (Huisvestingswet 2014) vervallen in 2024 omdat de splitsingsvergunning uit de huisvestingsverordening gehaald.

Risicoparagraaf 1.1 Als de belastingverordeningen niet worden vastgesteld vóór 31-12-2023 vinden de gemeentelijke heffingen plaats op basis van de oude tarieven 2023. Voor zover dit mogelijk is. Omdat diverse belastingen een tijdvakheffing zijn, zijn deze tijdsevenredig verschuldigd. De verordeningen kunnen dus op elk moment in het jaar worden vastgesteld. Weliswaar lopen de verordeningen 2023 door, in dit geval wordt de opbrengst die opgenomen is in de begroting niet gehaald. Omdat de onroerende-zaakbelastingen (OZB) een tijdstipheffing is, is 1 januari 2024 de datum waarop de belastingplicht ontstaat. De verordening moet dus voor die datum zijn vastgesteld, anders kan in 2024 alleen ozb worden geheven op basis van de oude verordening 2023. Bij de ozb is het dus niet mogelijk om de verordening in de loop van 2024 vast te stellen. In dit geval wordt de opbrengst die opgenomen is in de begroting niet gehaald. De Legesverordening 2024 moet ook voor 1 januari 2024 worden vastgesteld. Hoofdstuk 1 en 3 kunnen op basis van de oude tarieven worden opgelegd. Echter voor Hoofdstuk 2 geldt dit niet. Dit namelijk zijn nieuwe producten die onder de Omgevingswet vallen.

Betrokkenheid pers Informeren via besluitenlijst.

Financiële paragraaf De in de paragraaf lokale heffingen van de begroting 2024 vastgelegde financiële uitgangspunten zijn verwerkt in de belastingverordeningen. In voorkomende gevallen zijn tarieven afgerond omwille van de hanteerbaarheid. Bij opstellen van de begroting 2024 is rekening gehouden met een inflatiecorrectie van 3,7% op de belastingopbrengsten ten opzichte van 2023 (met uitzondering van de rioolheffing, afvalstoffenheffing en reclamebelasting, precariobelasting (hoofdstuk 5 standplaatsen). De rioolheffing wordt niet geïndexeerd omdat er grote voorziening is (€ 10.023.000,-). Bij de onroerende-zaakbelastingen (OZB) is er geen sprake van indexering van het tarief, maar van een indexering van de verwachte opbrengst met de inflatiecorrectie (3,7%). De OZB-tarieven 2024 worden geheven als percentage van de WOZ-waarde met peildatum 1 januari 2023. Bij de OZB-tarieven houden we rekening met de waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen. Ook wordt rekening gehouden met de areaaluitbreiding, bezwaarschriften en leegstand.

De Tarieventabel bij de Legesverordening is ingrijpend gewijzigd door de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Bij het opstellen van de nieuwe tarieven is er rekening mee gehouden dat deze aansluiten bij de begroting en kostendekkend zijn. De reeds in 2023 bestaande tarieven zijn verhoogd met 3,7%. Mocht in de loop van 2024 blijken dat de belastingopbrengsten in 2024 afwijken van de geraamde opbrengsten 2024, dan zal de raad door middel van de bestuursrapportages 2024 geïnformeerd worden.

Participatieparagraaf n.v.t.

Duurzaamheidsparagraaf n.v.t.

Communicatieparagraaf Voorafgaand aan de aanslagoplegging in februari 2024 zal in de krant en op de website worden gecommuniceerd over de komende aanslag. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden,

de loco-secretaris, Signed By: l.huberts@vijfheerenlanden.nl

29/11/2023 18:22:32 CET {{signer1}}

ID: 981cf1d9-4b24-4eba-b00d-2147326a906c Auth: Consent

L.J.C. (Léon) Huberts

de burgemeester, Signed By: s.frohlich@vijfheerenlanden.nl

29/11/2023 19:16:38 CET {{signer2}}

ID: 981cf1d9-4b24-4eba-b00d-2147326a906c Auth: Consent

S. (Sjors) Fröhlich

Bijlagen 1. Raadsbesluit Legesverordening 2024 2. Raadsbesluit Lijkbezorgingsrechten 2024 3. Raadsbesluit naheffingskosten 2024 4. Raadsbesluit verordening afvalstoffenheffing 2024 5. Raadsbesluit verordening kwijtschelding 2024 6. Raadsbesluit verordening liggelden 2024 7. Raadsbesluit verordening marktgelden 2024 8. Raadsbesluit verordening onroerende-zaakbelasting 2024 9. Raadsbesluit verordening parkeerbelasting 2024 10. Raadsbesluit verordening precariobelasting 2024 11. Raadsbesluit verordening reclamebelasting 2024 12. Raadsbesluit verordening rioolheffing 2024 13. Raadsbesluit verordening staangeld 2024 14. Raadsbesluit verordening toeristenbelasting 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=39355648-8219-4852-bd8c-73c6df199815