CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Nader ecologisch soortenonderzoek gebouwbewonende soorten

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 26 september 2024, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen i.v.m. planologische procedure tbv verbouwen en splitsen van woonboerderij Kortgerecht3.052 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nadere inspectie gebouwbewonende soorten Kortgerecht 52 te Schoonrewoerd

Juli 2023 Maasarend, Praktisch in ecologie In opdracht van: Mooi Gebouw

Nadere inspectie gebouwbewonende soorten Kortgerecht 52 te Schoonrewoerd

Opdrachtgever: Mooi Gebouw Waaldijk 73 4171 CB Herwijnen Contactpersoon: Dhr. E. Verbeek Opdrachtnemer: Maasarend, Praktisch in ecologie Baksweer 203 4941 LJ Raamsdonksveer 06-48270533 dennis@maasarend.nl www.maasarend.nl Projectgegevens: Projectnummer: 2023-082 Datum: 17 juli 2023 Auteur: Dennis Maas BSc

Kwaliteitscontrole: Iris van der Arend BSc

1

Inhoud 1.

Inleiding, doel en werkwijze onderzoek ......................................................... 3

1.1

Aanleiding .............................................................................................. 3

1.2

Doel ...................................................................................................... 3

1.3

Werkwijze onderzoek............................................................................... 3

2.

Projectgebied en voorgenomen ontwikkelingen .............................................. 5

3.

Wetgeving .............................................................................................. 11

4.

Resultaten onderzoek ............................................................................... 13

4.1

Resultaten ........................................................................................... 13

4.2

Conclusie ............................................................................................. 19

4.3

Zorgplicht ............................................................................................ 20

Literatuur ....................................................................................................... 22 Bijlage 1: Artikel 3.1 Wet Natuurbescherming 2017 .............................................. 23 Bijlage 2: Artikel 3.5 Wet Natuurbescherming 2017 .............................................. 24 Bijlage 3: Artikel 3.10 Wet Natuurbescherming 2017 ............................................ 25

2

1. Inleiding, doel en werkwijze onderzoek In dit hoofdstuk worden de aanleiding, het doel en de werkwijze van de nadere inspectie op de geschiktheid van de aanwezige bebouwing voor gebouwbewonende soorten beschreven.

1.1

Aanleiding

De particuliere initiatiefnemer familie de Ridder is voornemens om de woonboerderij aan Kortgerecht 52 te Schoonrewoerd te verbouwen en twee bestaande schuren te slopen en herbouwen. Op 12 december 2022 is door Maasarend, Praktisch in ecologie een ecologische quickscan uitgevoerd, waarin werd geconcludeerd dat er openingen in de bebouwing aanwezig zijn, met mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen en nestlocaties van Huismus. Negatieve effecten op deze soorten waren op basis van de ecologische quickscan niet uit te sluiten. Nader onderzoek naar de aan- of afwezigheid van vleermuizen en Huismus werd geadviseerd. (Maas, 2023) Mooi Gebouw heeft namens de initiatiefnemer aan Maasarend gevraagd om nogmaals de geschiktheid van de huidige bebouwing voor beschermde soorten te controleren. De redenen voor dit verzoek waren: •

• •

De dakconstructie van het schuurdeel, het achterhuis, is van binnenuit geïsoleerd en dichtgesmeerd met een purschuim laag. Individuen die toch naar binnen kunnen, komen rechtstreeks in een open schuur uit, met veel menselijke activiteit; In het achterhuis is geen sprake van een spouw, maar een enkelsteens muur; In het woonhuis gedeelte, het voorhuis, is beperkt sprake van een spouw.

1.2

Doel

Het doel van deze aanvullende inspectie is om vast te stellen of er in de huidige bebouwing ruimtes aanwezig zijn, die de functie van verblijfplaats kunnen vervullen voor vleermuizen of als nestlocatie voor Huismus. Aan de hand van de resultaten van de nadere inspectie kan worden vastgesteld of er bij de voorgenomen werkzaamheden sprake kan zijn van een overtreding in het kader van de Wet natuurbescherming (Rijksoverheid, 2017).

1.3

Werkwijze onderzoek

Op 11 juni 2023 is door een ecoloog van Maasarend een nadere inspectie van de bebouwing uitgevoerd. Hierbij zijn alle ruimtes van binnen bezocht, alle dakconstructies van binnen en van buiten geïnspecteerd en zijn alle mogelijke invliegopeningen onderzocht op de aanwezigheid van voor vleermuizen geschikte 3

ruimtes. Hierbij is gebruik gemaakt van een endoscoopcamera van het model Ridgid CA-350x en een camerakop met een diameter van 9 mm.

4

2. Projectgebied en voorgenomen ontwikkelingen Het projectgebied bevindt zich aan Kortgerecht 52 te Schoonrewoerd (Figuur 1). De locatie maakt deel uit van de gemeente Vijfheerenlanden, in de provincie Utrecht.

Figuur 1 Locatie van het projectgebied.

Het projectgebied betreft een perceel met woonboerderij (Figuur 2), oprit (Figuur 3), een langgerekte laagbouw schuur (Figuur 4) en een opstal voor tijdelijke bewoning (Figuur 5). De woonboerderij heeft een enkelsteens muur van 21 centimeter dik metselwerk en bevat geen spouw. De laagbouw schuur is eveneens opgebouwd uit een enkelsteens muur. Rondom de bebouwing is verharding aanwezig, bestaande uit grint en tegels (Figuur 6). Aan de noordzijde van het projectgebied is een strook grasland bestaande uit Engels raaigras aanwezig, dat momenteel gebruikt wordt als opslag van materialen (Figuur 7). De enige aanwezige groenstructuren in het projectgebied betreffen een korte beukenhaag aan de noordzijde van het projectgebied, een klein plantvak aan de westzijde en een smalle groenstrook aan de zuidzijde van het projectgebied (Figuur 8). De oostelijke grens wordt gevormd door een watergang, met daarachter gelegen agrarische gronden. De westelijke grens worst gevormd door de parallelweg Kortgerecht en de doorgaande weg N484. De initiatiefnemer is voornemens om de bestaande woonboerderij te verbouwen, de bestaande opstallen te slopen en elders op het perceel te herbouwen. De verbouwing van de woonboerderij zal bestaan uit interne verbouwingen, isolaties van binnen uit, plaatsing van grotere ramen, plaatsen van nieuwe dakisolatie en dakpannen en het 5

realiseren van twee dakkapellen. Naast de aanpassingen aan de bebouwing zal ten noorden van de woonboerderij, op de huidige strook grasland, een schapenwei en hoogstamboomgaard worden aangelegd. De haag aan de noordzijde van de woonboerderij blijft in de huidige vorm behouden. De haag ten zuiden van de woonboerderij zal worden vervangen door een haag met inheemse soorten. De bestaande en toekomstige situatie zijn visueel weergegeven in Figuur 9 en Figuur 10.

Figuur 2 Woonboerderij aan Kortgerecht 52, gezien vanuit het noordwesten.

6

Figuur 3 Oprit naar Kortgerecht 52, bestaande uit grintverharding.

Figuur 4 De langgerekte laagbouw schuur aan de oostzijde van het projectgebied, met op de achtergrond de woonboerderij en opstal voor tijdelijke bewoning.

7

Figuur 5 Opstal voor tijdelijke bewoning ten zuiden van de woonboerderij.

Figuur 6 Tegelverharding ten oosten van de woonboerderij.

8

Figuur 7 Opslag van materialen aan noordzijde van projectgebied met korte beukenhaag ter afscheiding van de woonboerderij.

Figuur 8 Groenstrook aan de zuidzijde van het projectgebied.

9

Figuur 9 Huidige situatie. (Verbeek, Verbouwing "de BLAUWBIJL" Kortgerecht 52 Schoonrewoerd, 2022)

Figuur 10 Situatie na herinrichting. (Verbeek, Verbouwing "de BLAUWBIJL" Kortgerecht 52 Schoonrewoerd, 2022)

10

3. Wetgeving Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht (Rijksoverheid, 2017). Om niet in overtreding te komen van de Wet natuurbescherming dient voorafgaand aan werkzaamheden in de openbare ruimte, een ecologische quickscan uitgevoerd te worden. In deze quickscan wordt in beeld gebracht of er (mogelijk) beschermde natuurgebieden of beschermde flora en fauna aanwezig is in het plangebied. Hierbij wordt gekeken naar Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland met betrekking tot gebiedsbescherming en vaatplanten, vleermuizen, overige zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën, insecten en vissen met betrekking tot soortbescherming. De Wet natuurbescherming kent, met betrekking tot soortbescherming, drie verschillende beschermingsregimes met elk hun eigen verbodsbepalingen. Dit betreft de beschermingsregimes: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (§ 3.1 Wnb); 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (§ 3.5 Wnb); 3. Beschermingsregime andere soorten (§ 3.10 Wnb). De belangrijkste artikelen met verbodsbepalingen vanuit deze beschermingsregimes in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen zijn artikel 3.1, artikel 3.5 en artikel 3.10 (bijlagen 1 t/m 3). Per provincie wordt voor enkele algemeen voorkomende soorten vrijstelling verleend voor de verboden in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming 2017 in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen.

Voor de provincie Noord-Brabant geldt dat er voor de soorten in Tabel 1 vrijstelling wordt verleend van wettelijk verboden handelingen ten aanzien van beschermde soorten, zoals het vangen van exemplaren en het vernielen of beschadigen van rust- en voortplantingsplaatsen. Amfibieën Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Middelste groene kikker (Bastaardkikker)

Zoogdieren Aardmuis Bosmuis Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Haas Huisspitsmuis Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wild zwijn Woelrat

Tabel 1 Lijst van vrijgestelde soorten Noord-Brabant (Provincie Noord-Brabant, 2019).

11

Naast de bescherming van natuurgebieden en de bescherming van flora en fauna wordt vanuit de Wet natuurbescherming aandacht besteed aan de bescherming van houtopstanden. Er kan sprake zijn van een meldplicht, herplantplicht of een kapverbod bij houtopstanden buiten de bebouwde kom groter dan 10 are of met meer dan 20 laanbomen.

12

4. Resultaten onderzoek In dit hoofdstuk worden de resultaten gepresenteerd van nadere inspectie ten aanzien van de mogelijkheden voor gebouwbewonende soorten.

4.1

Resultaten

Alle ruimtes zijn van binnen geïnspecteerd. Hierbij lag de focus op een inspectie van de dakconstructies van de verschillende gebouwdelen. Tijdens deze inspectie is vastgesteld dat: •

• •

• •

•

Het dak van het achterhuis ongeschikt is voor verblijfplaatsen van vleermuizen en nestlocaties van Huismus. Op deze locatie is een laag purschuim direct tegen de laag dakpannen aangesmeerd (Figuur 11). De individuele dakpannen zijn hierdoor met elkaar verbonden, zonder dat hier ruimte tussen zit voor fauna om langs naar binnen te komen; Het achterhuis bestaat uit een grote open zolder, zonder mogelijkheden voor verblijfplaatsen van vleermuizen of nestlocaties van Huismus (Figuur 12); In het voorhuis bestaat de dakconstructie uit hetzelfde type dakpannen. De dakpannen hebben een gladde afwerking en liggen op een lattenbodem, die eveneens glad is (Figuur 13). De gladde afwerking geeft geen mogelijkheden voor verblijfplaatsen van vleermuizen of nesten van Huismus; De dakconstructie van de laagbouw schuur is opgebouwd uit golfplaten (Figuur 14), zonder mogelijkheden voor gebouwbewonende soorten; De kopgevel van het voorhuis aan de zuidzijde van het projectgebied bevat voor vleermuisverblijfplaatsen geschikte ruimtes tussen het boeiboord en de muur (Figuur 15), vastgesteld met behulp van de endoscoopcamera. Voor de overige gevels van het voorhuis geldt dit niet; Eerder aangetroffen openingen in het achterhuis zijn dichtgemaakt met behulp van roosters of dichtgesmeerd.

De ventilatiegaten in het achterhuis zijn dichtgezet met behulp van roosters (Figuur 16), omdat hier wespennesten in gevestigd waren. Doordat het een enkelsteens muur betreft kwamen de wespen naar binnen in het huidige woongedeelte van de initiatiefnemers. De eerder aangetroffen schuren zijn uit het oogpunt van isolatie van het huidige woondeel dichtgesmeerd. De initiatiefnemers bewonen momenteel het achterhuis en geven aan niet op de hoogte te zijn geweest van de beperkingen ten aanzien van het dichten van potentiële invliegopeningen voor beschermde soorten. Van een particuliere initiatiefnemer kan in alle redelijkheid worden verondersteld dat de kennis hierover ontbreekt en dat niet bewust is gehandeld in strijd met bepalingen uit de Wet natuurbescherming. Doordat het een enkelsteens muur betreft, die uitkomt in een open ruimte met menselijke activiteit, kan worden verondersteld dat deze potentiële invliegopeningen geen functie hebben gehad voor beschermde soorten.

13

Figuur 11 Laag purschuim als isolatie direct tegen de laag dakpannen aan.

14

Figuur 12 Open zolder van het achterhuis.

15

Figuur 13 Gladde dakpannen op lattenbodem.

16

Figuur 14 Golfplaten dakconstructie in laagbouw schuur.

17

Figuur 15 Ruimte tussen boeiboord en muur aan de kopgevel aan de zuidzijde van het voorhuis, met potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen.

18

Figuur 16 Roosters om ventilatiegaten af te dichten.

Er zijn tijdens de nadere inspectie geen vleermuizen of sporen van vleermuizen waargenomen, die duiden op gebruik van de bebouwing door vleermuizen. Er zijn eveneens geen Huismus, activiteit van Huismus of sporen van Huismus aangetroffen tijdens de nadere inspectie.

4.2

Conclusie

Een deel van de bebouwing is ongeschikt bevonden en een deel geschikt met betrekking tot de potentiële aanwezigheid van verblijfplaatsen of nestlocaties van beschermde soorten. In Figuur 17 is weergegeven hoe de dakconstructies zijn opgebouwd. De dakconstructies zijn ongeschikt bevonden voor verblijfplaatsen van vleermuizen en nestlocaties van Huismus. De kopgevel aan de zuidzijde van het voorhuis is geschikt bevonden voor potentiële verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. Voor dit gebouwdeel blijft de conclusie uit de eerder uitgevoerde ecologische quickscan van kracht: “Negatieve effecten op zomer-, kraam- en paarverblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten vleermuizen zijn niet op voorhand uit te sluiten. Nader jaarrond onderzoek conform Vleermuisprotocol 2021 (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, 2021) dient plaats te vinden, om de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen vast te stellen. Indien verblijfplaatsen van vleermuizen negatief worden beïnvloed door 19

de voorgenomen ontwikkeling, dan dient een ontheffing op de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd en dienen deze negatieve effecten zo veel als mogelijk te worden beperkt of voorkomen.”

Figuur 17 Resultaten nadere inspectie mogelijkheden voor beschermde gebouwbewonende soorten.

De wens van de initiatiefnemer is om de werkzaamheden gefaseerd uit te voeren, zodat de huidige bebouwing leefbaar wordt en voldoet aan de eisen ten aanzien van duurzaamheid. De fasering zou inhouden dat gestart wordt met het vervangen van de dakconstructies, het van binnenuit isoleren van de bebouwing en verdere benodigde verbouwingen van binnenuit. Werkzaamheden aan de kopgevel aan de zuidzijde van het voorhuis worden uitgesteld, totdat nader onderzoek heeft uitgewezen dat vleermuizen afwezig zijn of totdat een ontheffing is verkregen voor het overtreden van bepalingen uit de Wet natuurbescherming mochten vleermuizen wel aanwezig zijn. Het advies is om deze fasering door de gemeente vergund te krijgen, onder de voorwaarde dat nader onderzoek naar de aan- of afwezigheid van vleermuizen in de voorgevel aan de zuidzijde van het voorhuis wordt uitgevoerd.

4.3

Zorgplicht

Onderstaande maatregelen tijdens de werkzaamheden zijn altijd geldend:

20

• •

•

• •

•

•

Vanuit de Zorgplicht is het een eis om voorzichtig te handelen met alle voorkomende flora en fauna; Indien, ondanks zorgvuldig handelen, er schade lijkt te ontstaan aan beschermde flora en fauna, wordt er direct contact opgenomen met een ter zake deskundige ecoloog; Om bodem bewonende dieren de mogelijkheid te geven een nieuw leefgebied te vinden, wordt er gefaseerd gewerkt bij de verwijdering van vegetatie, stobben en bodemmateriaal; Dieren krijgen de rust en kans om zich te verplaatsen, indien zij worden aangetroffen tijdens werkzaamheden; Werkzaamheden worden uitgevoerd tussen zonsopkomst en zonsondergang. Verlichting dient vleermuisvriendelijk te zijn om verstoring te voorkomen zoals: UV-vrije verlichting, beperkte hoogte lichtmasten, convergerende en naar beneden gerichte verlichting en geen sterk bundellicht; Vestiging van Rugstreeppad voorkomen door puinhopen te verwijderen, rijsporen en plasvorming te voorkomen. Daarnaast is het mogelijk een scherm in te graven rondom het plangebied. Deze dient 10 cm te worden ingegraven en verder bovengronds een hoogte van 50 cm te hebben; Er wordt rekening gehouden met broedvogels en het broedseizoen van 15 maart tot en met 15 augustus. Werkzaamheden worden gestart voor of na het broedseizoen. Ook buiten deze datumgrenzen dient men alert te zijn op de aanwezigheid van broedende vogels.

21

Literatuur Maas, D. (2023). Ecologische quickscan Kortgerecht 52 te Schoonrewoerd. Raamsdonksveer: Maasarend, Praktisch in ecologie. Provincie Noord-Brabant. (2019). Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 's Hertogenbosch: Provincie Noord-Brabant. Rijksoverheid. (2017, januari 1). Wet Natuurbescherming. Opgeroepen op juli 14, 2023, van http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2018-07-01 Verbeek, E. (2022, september 3). Verbouwing "de BLAUWBIJL" Kortgerecht 52 Schoonrewoerd. Tekening Omgevingsvergunning bestaande situatie perceel. Herwijnen: Mooi Gebouw. Verbeek, E. (2022, september 3). Verbouwing "de BLAUWBIJL" Kortgerecht 52 Schoonrewoerd. Tekening Omgevingsvergunning perceelinrichting. Herwijnen: Mooi Gebouw. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus. (2021). Vleermuisprotocol 2021. Odijk: Netwerk Groene Bureaus. Opgehaald van https://www.vleermuisprotocol.nl/werken-aan-kwaliteit/werken-aankwaliteit/vleermuisprotocol

22

Bijlage 1: Artikel 3.1 Wet Natuurbescherming 2017

Artikel 3.1 Wet Natuurbescherming 2017 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. (Rijksoverheid, 2017)

23

Bijlage 2: Artikel 3.5 Wet Natuurbescherming 2017

Artikel 3.5 Wet Natuurbescherming 2017 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. (Rijksoverheid, 2017)

24

Bijlage 3: Artikel 3.10 Wet Natuurbescherming 2017

Artikel 3.10 Wet Natuurbescherming 2017 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a) in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen, b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c) vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2.

Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a) in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daarop volgende gebruik van het gebied of het gebouwde, b) ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen, c) ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden, d) ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren, e) in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw, f) in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer, g) in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, h) in het algemeen

belang, of i) bestendig gebruik. 3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. (Rijksoverheid, 2017)

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=ce545760-d2eb-4897-8243-295d0bd28136