Memo reacties provincies RV Herstelbesluit bp ontwikkeling Leerbroek.pdf
Tekst van het document
Memo Bij:
RV Herstelbesluit bestemmingsplan ontwikkeling Leerbroek (Zaaknummer 580664) (25-11-2022)
Ten tijde van het schrijven van het raadsvoorstel voor het herstelbesluit ´Ontwikkeling Leerbroek´ waren er nog geen reacties binnen van de provincie Utrecht en provincie Zuid-Holland. In het raadsvoorstel is beschreven waarom de beide provincies betrokken zijn bij de beoordeling van het plan. Volledigheidshalve verwijs ik u naar het raadsvoorstel. Inmiddels hebben wij wel de van beide provincies de gevraagde reacties ontvangen. Met deze memo informeren wij u hierover door de provinciale reacties samengevat weer te geven. Ook wordt uitgelegd welke (beperkte) aanvullingen naar aanleiding van de reacties nog opgenomen zullen worden in het compensatieplan dat als bijlage bij het voorliggende herstelbesluit zit. Als bijlagen zijn de reacties van beide provincies integraal opgenomen. Samenvatting reacties provincie Utrecht en Zuid-Holland Beide provincies geven aan dat naar de huidige stand van hun beleid en regels op het gebied van weidevogels en weidevogelgebieden geen compensatie van weidevogelgebied nodig zou zijn geweest voor de bouwplannen van ‘Ontwikkeling Leerbroek’. Echter vanwege de opdracht van de Raad van State in de tussenuitspraak is toch getoetst aan de ‘Beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid Holland 2013’.
Beide provincies geven aan dat het compensatieplan de toetsing aan de ‘Beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid Holland 2013’ doorstaat op voorwaarde dat het compensatieplan aangevuld wordt met de concrete inrichtingsen beheermaatregelen zoals die ook al in het bestemmingsplan met voorwaardelijke verplichtingen vastgelegd worden. Beide provincies stemmen dus in principe in met de door de gemeente voorgestelde werkwijze. Enkel worden een paar kleine toevoegingen aan het compensatieplan gevraagd zodat zowel in het bestemmingsplan als het compensatieplan de concrete weidevogelbeheermaatregelen concreet benoemd worden. Aanpassingen aan compensatieplan Om het compensatieplan conform de wensen van de provincies aan te vullen worden er nog enkele wijzigingen in doorgevoerd. Het verbeterde stuk zal zo spoedig mogelijk aan de besluitstukken toegevoegd worden, in ieder geval voor de raadsvergadering van 13 december 2022. Aanvullingen zijn: Met een expliciete verwijzing naar de ´voorwaardelijke verplichting(en) weidevogels´in de bestemmingsplanregels wordt verduidelijkt welke concrete beheermaatrgelen getroffen worden en dat de uitvoering van de te nemen maatregelen door juridische verankering in het bestemmingsplan langjarig geborgd worden.
Er wordt toegevoegd dat de inrichtings- en beheermaatregelen voor een periode van minimaal 12 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan in stand worden gehouden. Verduidelijkt wordt dat voorgaande afspraak privaatrechtelijk wordt vastgelegd met de grondeigenaar van het beoogde compensatiegebied.
BIJLAGE BIJ DE MEMO 1 - Reactie provincie Utrecht
Van: Cindy Raaphorst [ Verzonden: donderdag 24 november 2022 14:07 Aan: Sander de Kluijver <s.de.kluijver@vijfheerenlanden.nl>; Hattem, Nancy van Nancy.van.Hattem@provincie-utrecht.nl CC: Tino Meuwsen <t.meuwsen@vijfheerenlanden.nl> Onderwerp: RE: overleg weidevogels ontwikkeling Leerbroek Beste, Op 17 augustus jl. heeft de Raad van State een (tussen)uitspraak gedaan inzake het bestemmingsplan “Ontwikkeling Leerbroek”. Daarin geeft de Raad van State aan dat de gemeenteraad het bestemmingsplan had moeten toetsen aan de beleidsregel "Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland 2013, vastgesteld door gedeputeerde staten van Zuid-Holland bij besluit van 21 mei 2013. Nu dit niet is gebeurd, is het bestemmingsplan in strijd met de Verordening ruimte van de provincie ZuidHolland. De raad wordt opgedragen een herstelbesluit te nemen. N.a.v. deze uitspraak is door de gemeente een compensatieplan opgesteld, conform de beleidsregels voor compensatie van de provincie Zuid-Holland. Het plangebied maakt sinds januari 2019 onderdeel uit van de provincie Utrecht. Om die reden heeft u mij gevraagd een reactie te geven op het compensatieplan.
Bij deze stuur ik u namens de provincie Utrecht reactie op het compensatieplan wat is opgesteld door Blom ecologie ter compensatie van het weidevogelgebied dat verloren gaat binnen het bestemmingsplan ‘Ontwikkeling Leerbroek’ in de gemeente Vijfheerenlanden. Ik wil vooropstellen dat de ontwikkellocatie ingevolge onze Interim Omgevingsverordening géén onderdeel uitmaakt van het weidevogelkerngebied. Als we de ontwikkellocatie toetsen aan Utrechts weidevogelbeleid, dan treedt er geen conflict op met Utrechtse weidevogelkerngebieden. Dit betekent dat er wat de provincie Utrecht betreft eigenlijk helemaal niet gecompenseerd had hoeven worden voor verloren weidevogelkerngebied, omdat er simpelweg geen weidevogelkerngebied verloren gaat. Dat gezegd hebbende, hebben wij het compensatieplan onder de loep genomen voor zover deze het onderwerp ‘compenseren van resterende effecten’ betreft. In dit compensatieplan is de voorgestelde compensatie getoetst aan de relevante beleidsregels van de provincie Zuid-Holland.
In het compensatieplan wordt met meerdere argumenten betoogd dat de kwaliteit van het voorgestelde ontwikkelingsgebied slecht is. Dit nemen wij als waarheid aan, wij achten het betreffende gebied niet als waardevol weidevogelhabitat. Dit is ook de reden waarom het in onze provincie geen onderdeel uitmaakt van het weidevogelkerngebied. De voorgestelde compensatiemaatregelen voldoen ons inziens aan de gestelde eisen. De keuze van de locatie is gerechtvaardigd, deze grenst aan het bestaand weidevogelkerngebied van de provincie Utrecht en kan daarmee van meerwaarde zijn voor het weidevogelbeheer. Er wordt terecht de tweedeling gemaakt tussen inrichting van het gebied en het ecologische beheer. Omdat weidevogelbeheer een zaak van de lange adem is, is langjarig beheer een niet te onderschatten punt. Hoewel de details uit dit compensatieplan niet naar voren komen, is ons verzekerd door de betrokkenen van de gemeente Vijfheerenlanden dat het gebied optimaal zal worden ingericht en dat het langjarig beheerd zal worden. Als de juiste inrichting en langjarig beheer van het compensatiegebied geborgd zijn, dan zijn wij als provincie akkoord met het voorgestelde compensatiegebied. Hierbij moet gezegd worden dat de provincie Utrecht niet voornemens is om dit gebied op korte termijn op te nemen in de begrenzing van het Weidevogelkerngebied.
Wel ligt het gebied binnen de begrenzing van de Weidevogelrandzone en kan het, als omstandigheden daar aanleiding voor geven, bij de volgende revisie van de begrenzing meegenomen worden voor overweging.
Op bovenstaande gronden is de provincie Utrecht het eens met de conclusie uit het compensatieplan dat de aanwijzing, inrichting en beheer van het ‘compensatiegebied’ voor een aanzienlijke verbetering van het habitat van weidevogels zorgt. Met vriendelijke groet, Joeri de Wit Ecologisch medewerker natuurbeheer Provincie Utrecht Archimedeslaan 6 | Postbus 80300 | 3508 TH Utrecht Telefoon +31618581087 www.provincie-utrecht.nl twitter.com/ProvUtrecht Ik werk op maandag tot en met donderdag.
BIJLAGE BIJ DE MEMO 2 - Reactie provincie Zuid-Holland
Van: Cindy Raaphorst [ Verzonden: donderdag 24 november 2022 15:13 Aan: Sander de Kluijver <s.de.kluijver@vijfheerenlanden.nl> Onderwerp: RE: PZH Contactcentrum melding KCC2210 0785 - Beleid en compensatie weidevogelgebied - ontwikkeling Leerbroek Geachte heer Kluijver, Beste Sander, Naar aanleiding van het verzoek om een inhoudelijke reactie op het plan ‘ontwikkeling Leerbroek’ in relatie toe het belangrijk weidevogelbeleid het volgende:
Het verzoek betreft twee vragen. Ten eerst het verzoek om aan te geven dat het plangebied onterecht als belangrijk weidevogelgebied is aangewezen in de Verordening Ruimte 2014 van de Provincie Zuid-Holland en ten tweede of het eventueel toe te passen compensatieplan voldoet aan het beleid en de Beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap van de provincie Zuid Holland. Hieronder onze reactie. Belangrijke weidevogelgebieden van de provincie Zuid-Holland zijn globaal en op het niveau van polders of anderszins herkenbare grote eenheden aangeduid. Het zijn (overwegend) graslandgebieden waar hoge tot zeer hoge dichtheden van weidevogels voorkomen (>35 broedparen per 100 ha). Doordat belangrijk weidevogelgebied globaal en op polderniveau is aangewezen zijn er zones, vaak de randen, binnen belangrijk weidevogelgebied die niet altijd (volledig) aansluiten met de uitgangspunten voor belangrijk weidevogelgebied. Daar is ook sprake van bij het huidige plangebied, wat onder andere dicht aan bebouwing grenst. Echter, het belangrijk weidevogelgebied staat al sinds de Verordening Ruimte 2014 in werking is, als gebied aangewezen. Daarbij is destijds een grotere gebiedseenheid opgenomen waar het plangebied onderdeel van uitmaakt.
In de periode van 2014 tot aan de wijziging van de provinciale grens is vanuit de gemeente niet kenbaar gemaakt dat het huidige plangebied onjuist is aangewezen als belangrijk weidevogelgebied. Ook niet bij de voorgenomen wijziging in het bestemmingsplan. Ondanks dat de kwaliteit van het plangebied voor weidevogels zeer beperkt blijkt te zijn zou het in de Zuid Hollandse situatie nog wel onder de beschermingscategorie belangrijk weidevogelgebied vallen. Wat betreft het tweede punt: Als het plangebied nog binnen de begrenzing van de provincie Zuid-Holland zou liggen en er wordt uitgegaan van de huidige Provinciale regelgeving, dan zou eerst beoordeeld worden of de ontwikkeling geen significante aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van het belangrijk weidevogelgebied. Daarbij wordt gekeken naar de volgende kenmerken en waarden:
De hoge weidevogeldichtheden of de potentie daarvoor; De factoren die de hoge weidevogeldichtheden mogelijk maken zoals het graslandgebruik, de waterhuishouding met relatief hoge grondwaterstanden, de landschapsstructuur en de rust van het gebied. Het plangebied is in de notitie Weidevogelgebied en inrichting ‘Ontwikkeling Leerbroek’ wegens overmatige verstoringen beoordeeld als niet geschikt en nooit geschikt geweest als belangrijk weidevogelgebied. De realisatie van de woonwijk en basisschool zorgt derhalve niet voor aantasting van (potentiële) wezenlijke kenmerken en waarden van belangrijk weidevogelgebied. Op basis van deze beoordeling zou er binnen de provincie Zuid-Holland volgens de huidige regelgeving geen compensatie worden vereist voor de betreffende ontwikkeling. Als het wordt beoordeeld op basis van de verordening Ruimte 2014 zoals die in de Provincie Zuid-Holland gold toen Leerbroek nog onderdeel was van de Provincie Zuid Holland, dan diende alle ingrepen in belangrijk weidevogelgebied te worden gecompenseerd. Het compensatiebeleid van de provincie Zuid-Holland zou dan van toepassing zijn. Op basis daarvan is het compensatieplan weidevogels Leerbroek getoetst aan de Beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid Holland 2013. Het compensatiegebied is 2,9 ha. Dit is met 1,1 ha ruim groter dan het plangebied van 1,8 ha.
Het gebied grenst aan belangrijk weidevogelgebied en ligt in weidevogelrandzone zoals vastgesteld door de Provincie Utrecht. De ligging en het oppervlakte voldoen ruimschoots aan de compensatievoorwaarden uit de beleidsregel. In het compensatieplan is aangegeven hoe het gebied beheerd gaat worden. De genoemde maatregelen zijn nog niet voldoende duidelijk en geborgd. Het is bijvoorbeeld niet duidelijk hoe lang het uitgesteld maaibeheer minimaal uitgevoerd wordt. Opgenomen is dat onder andere bemesting onwenselijk is maar niet of het is toegestaan. Bemesting vindt in veel weidevogelgebieden wel plaats maar minder dan in gangbare situatie, en drijfmest en kunstmest zijn onwenselijk. De beheermaatregelen en borging dienen duidelijker omschreven te worden om te voldoen aan de beleidsregel. Binnen de provincie ZuidHolland is het gebruikelijk dat er zwaar beheer voor minimaal 12 jaar is geborgd. Daarbij beschouwen we het pakket nestbescherming/legselbeheer en ruige mest als licht beheer. En alle andere pakketten als zwaar beheer. Zie Overzicht Beheerpakketten Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer 2022 op https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-enlandschap/subsidiestelsel-natuur-en-landschap/agrarisch-natuurbeheeranlb/kennisbank/beheerpakketten/beheerpakketten/
Als in het compensatieplan wordt opgenomen welke beheermaatregelen worden toegepast en voor hoelang en hoe dit wordt geborgd dan voldoet het plan aan de Beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid Holland 2013. Hopende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, Cindy Raaphorst Beleidsmedewerker bescherming natuur Afdeling Water & Groen
M 06 29694992 E cjm.raaphorst@pzh.nl www.zuid-holland.nl/contact Werkdagen: ma, di, do en vr halve dag Elke dag beter. Zuid-Holland.
Van: Cindy Raaphorst [ Verzonden: vrijdag 25 november 09:51 Aan: Sander de Kluijver <s.de.kluijver@vijfheerenlanden.nl> Onderwerp: RE: PZH Contactcentrum melding KCC2210 0785 - Beleid en compensatie weidevogelgebied - ontwikkeling Leerbroek Hallo Sander, Ik heb de voorwaardelijke verplichting bekeken. Op deze wijze zijn de maatregelen voldoende geborgd. Met vriendelijke groet, Cindy Raaphorst