Landbouwvisie Vijfheerenlanden 2040
Tekst van het document
9. Bodemdaling remmen met behoud van landbouwkundige functie. Stimuleren actieve waterinfiltratie systemen (AWIS) en andere manieren om grondwaterstand te verhogen.
Stimuleren dat ondernemers samen een subsidie aanvraag voor AWIS bij de provincie indienen. Experimenten met greppels en andere manieren om grondwaterstanden te verhogen, mogelijk maken. Daarbij spreken we rijksoverheid, provincie en het waterschap aan op hun gezamenlijke rol en verantwoordelijkheid.
Proeven met andere teelten mogelijk maken als dat in het landschap / weidevogels past en/of bijdraagt aan grondwaterstandsverhoging.
We geven proefbedrijven tijdelijk extra mogelijkheden om innovaties uit te testen.
Landbouwvisie Vijfheerenlanden 2040
28
10. Combineren van ruimte vragende opgaven. Toegankelijkheid van het landelijk gebied voor ontspanning, recreatie en toerisme verbeteren. (onder andere door een combinatie met groenblauwe dooradering).
Uitvoeren recreatiebeleid in combinatie met stimuleren natuurinclusieve landbouw.
Energieproductie en -opslag door agrarische ondernemers stimuleren.
Beleid (mede)opstellen voor kleine windmolens en zon op dak stimuleren. Stimuleren dat agrariërs energie kunnen leveren aan bewoners en ondernemers in Vijfheerenlanden. Bijvoorbeeld Zon op fruit13.
13
https://www.agf.nl/article/9298500/als-het-aan-ons-ligt-telen-we-straks-al-ons-fruit-onderzonnepanelen/
Landbouwvisie Vijfheerenlanden 2040
29
Bijlage 1: Uitleg vormen toekomstbestendige landbouw Kringlooplandbouw Bij kringlooplandbouw is de uitstoot van schadelijke stoffen zo klein mogelijk, wordt bijgedragen aan de verbetering van biodiversiteit en bodem en wordt zuinig omgegaan met grondstoffen en energie. (Bron visie Landbouw, Natuur en Voedsel: Waardevol en Verbonden.). LNV wil dat boeren in deze transitie een goede boterham kunnen verdienen. In een stelsel van kringlooplandbouw gebruiken akkerbouw, veehouderij en tuinbouw in de eerste plaats grondstoffen uit elkaars ketens en reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie en voedingsketens. Die circulaire ketens kunnen verschillend zijn ingericht: binnen een bedrijf, een regio, Nederland of grensoverschrijdend. Het motto is: lokaal wat kan, regionaal of internationaal wat moet. Helemaal sluiten van kringlopen is nog niet mogelijk, omdat voedingsstoffen via menselijke consumptie uit het gebied verdwijnen. Kort gezegd verschuift de aandacht van maximale productie naar optimale productie. Het Ministerie van LNV hanteert deze toetsingscriteria voor ontwikkelingen naar Kringlooplandbouw: 1. Dragen ontwikkelingen bij aan het sluiten van kringlopen, het terugdringen van emissies en het verminderen van verspilling van biomassa in het gehele voedselsysteem? 2. Versterken ontwikkelingen de sociaaleconomische positie van de agrarisch ondernemer in de keten? 3.
Leveren ontwikkelingen een bijdrage aan de klimaatopgave voor landbouw en landgebruik? 4. Bevorderen ontwikkelingen de aantrekkelijkheid en vitaliteit van het platteland en dragen ze bij aan een bloeiende regionale economie? 5. Leveren ontwikkelingen winst op voor ecosystemen (water, bodem, lucht), biodiversiteit en de natuurwaarde van het boerenlandschap? 6. Is het dierenwelzijn meegewogen? 7. Leveren ze een bijdrage aan de erkenning van waarde van voedsel en het versterken van de relatie tussen boer en burger? 8. Versterken ontwikkelingen de positie van Nederland als ontwikkelaar en exporteur van integrale oplossingen voor klimaat-slimme en ecologisch duurzame voedselsystemen? 9. Voldoen ontwikkelingen aan voorwaarden voor voedselveiligheid en -kwaliteit?
Natuurinclusieve landbouw Een vorm van kringlooplandbouw die de biodiversiteit op en rondom het bedrijf benut en beschermt en zich meer richt op samenwerken met de natuur dan technische innovatie. Het produceert binnen de grenzen van natuur, milieu en leefomgeving. Biologische landbouw is een al langer bestaande vorm – en niet de enige -vorm van natuurinclusieve landbouw. Anders dan natuurinclusieve landbouw is biologische landbouw duidelijk omschreven in keurmerken.
Biologische landbouwbedrijven Gebruiken geen kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. Als ze voldoen aan de wettelijke bepalingen voor biologische productie kunnen ze het EKO-keurmerk (ecologisch keurmerk) aanvragen waardoor ze een hogere prijs krijgen. De
Landbouwvisie Vijfheerenlanden 2040
30
onafhankelijke organisatie SKAL14 controleert aan de hand van wettelijke bepalingen de biologische productie. Er zijn tal van voorschriften waar een EKO-product aan moet voldoen. De belangrijkste zijn dat geen genetisch gemodificeerde organismen, kunstmest of chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt, vruchtwisseling plaatsvindt en bodemverbetering wordt toegepast met behulp van organische mest of plantenresten. Ook krijgen dieren meer ruimte om natuurlijk gedrag te vertonen.
14
Stichting Keur Alternatief voortgebrachte Landbouwproducten
Landbouwvisie Vijfheerenlanden 2040
31
Bijlage 2: Voorbeeld extensiveren Voorbeeld extensiveren op basis van een referentiebedrijf dat veel voorkomt in het Groene Hart PPP-Agro Advies heeft in opdracht van de provincie Zuid-Holland onderzocht welke investeringen in grond, vee, stalsystemen en arbeid nodig zijn voor de transitie van een referentiebedrijf zoals dat veel voorkomt in het Groene Hart naar een extensiever bedrijfsmodel. Overigens is het referentiebedrijf ook al grondgebonden. Extensiveren gebeurt in dit voorbeeld door aankoop grond om meer ruimte voor natuurbeheer te maken en gevolgen van afbouw derogatie op te vangen. Het bedrijf investeert ook in een emissie arme stal en legt waterinfiltratie aan. Op gebiedsniveau leidt deze manier van extensiveren tot minder bedrijven en minder vee. Uit berekeningen blijkt dat minder koeien houden op hetzelfde oppervlakte per bedrijf financieel ongunstiger is dan groeien in grond. Extensiveren gebeurt bij voorkeur met extra grond van stoppende bedrijven. Om voldoende bedrijven over te houden en schaarste aan grond zoveel mogelijk te voorkomen is het ook belangrijk om agrariërs die willen extensiveren door minder koeien te gaan houden te ondersteunen. Bijvoorbeeld agrariërs die willen omschakelen naar biologische bedrijfsvoering. Het referentiebedrijf heeft 105 melkkoeien op 54 hectare en heeft op 12% van het oppervlak natuurbeheer.
Om te extensiveren en gevolgen afbouw derogatie op te vangen met meer land groeit het bedrijf naar 87 ha. Het bedrijf wordt dus 1,6 keer zo groot in grond. Het aantal melkkoeien blijft gelijk en er ontstaat ruimte voor 19% agrarisch natuurbeheer. Het bedrijf extensiveert van 2,31 grootvee eenheden / hectare (GVE / ha) naar 1,43 GVE / ha. Bij de prijzen van 2022 moet het referentiebedrijf EUR 2,7 miljoen investeren. Tenzij het bedrijf deze investering uit eigen vermogen kan doen, wat niet waarschijnlijk is, moet dit met geleend geld worden gefinancierd. Een belangrijke vraag is dan of een bank bereid is tot deze financiering. Kredietverleners gebruiken vooral de marge als maat voor het beoordelen van de financiële haalbaarheid van hun investering in een bedrijf. Bij een negatieve marge verdient het bedrijf na de investering niet genoeg om te kunnen voldoen aan lening en aflossingsverplichtingen. Door extensiveren gaat de marge van een positieve marge van EUR 23.500,- naar een negatieve marge van EUR 137.073,- per jaar. Dit gat wordt vooral veroorzaakt door de hoge lasten voor rente en aflossing. Op de grondgebonden bedrijven staan tegenover de (hoge) investeringen in grond betrekkelijk lage nieuwe inkomsten (bijv. uit agrarisch natuurbeheer) en/of kostenbesparingen. Extensiveren van het referentiebedrijf levert milieuprestaties op.
Volgens berekeningen met de Kringloopwijzer daalt de emissie van ammoniak met 52% en de emissie van broeikasgassen met 17%. Daarmee zou het stikstofdoel van 46% uit het Utrechts Programma Landelijk Gebied binnen bereik zijn. Gebiedsdoelen voor broeikasgassen uit veehouderij en veenbodems zijn nog niet bekend, maar waarschijnlijk is 17% procent reductie niet voldoende.
Landbouwvisie Vijfheerenlanden 2040
32
Bijlage 3: Structurerende keuzes en ambities
1. Stimuleren van voedselproductie met optimaal beheer van natuurlijke hulpbronnen en sluiten kringlopen Ambitie
Toelichting
1. Landbouw blijft de hoofdfunctie in het landelijk gebied, waar mogelijk wordt het natuurinclusiever. Dit betekent het vervlechten van landbouw, natuur en landschapsbeheer.
Het areaal vruchtbare landbouwgrond neemt wereldwijd en in Nederland af, terwijl de bevolking nog groeit. De behoefte aan voedsel stijgt. Voorkomen van afwentelen betekent voor ons ook dat voedselproductie zoveel mogelijk behouden blijft.
2. Het behouden van vruchtbare gronden voor de landbouw.
Vanwege het klimaat, bodemtype, watersysteem en (kennis)infrastructuur is Vijfheerenlanden zeer geschikt voor fruitteelt / akkerbouw op klei en gras voor (melk)veehouderij op het (klei op) veengebied.
3. Goed bereikbare bedrijven met een passende huiskavel en veldkavels dichtbij.
Goed bereikbare bedrijven met passende huiskavel zijn goed voor de bedrijfsvoering en voor de verkeersveiligheid. Dit streven kan betekenen dat we verplaatsen en nieuw vestigen van bedrijven mogelijk maken. Er is structurele aandacht nodig voor kavelruil en structuurversterking landbouw. We willen dat bedrijven goed en veilig bereikbaar zijn voor leveranciers en afnemers.
4. Experimenteerruimte voor innovaties.
Regelgeving moet innovatie richting nieuwe systemen niet in de weg staan als die bijdraagt aan een duurzame productie van voedsel en vezels door agrariërs en de agrosector. We zetten ons in voor experimenteerruimte en maatwerk voor pioniers. Samenwerken met onderzoek en onderwijs. Denk aan Yuverta, Naturalis, Veenweiden Innovatiecentrum, Fruit Tech Campus in Geldermalsen. Technische innovaties op het gebied van mestbewerking (zoals renure) kunnen de landbouw onafhankelijker maken van kunstmest en transportbewegingen van mest verminderen. Voer- en management maatregelen15 moeten ook worden geborgd en meetellen in monitoren van resultaten.
5. Verlaging van verbruik van grondstoffen van buiten het gebied (krachtvoer, kunstmest) als daarmee
Doel is om voedsel te produceren met het zoveel mogelijk sluiten van kringlopen, beperken emissies en een zorgvuldig beheer van bodem, water en natuur (natuurinclusieve landbouw). Dat betekent ook het stimuleren van regionale afzet. Helemaal sluiten van
15
Bijvoorbeeld: optimaliseren rantsoen (20% reductie ammoniak emissie), minder en beter bemesten 25% reductie ammoniak emissie) Bron: Bouwstenen rapport DLV Advies en PPP-Agro Advies 2022.
Landbouwvisie Vijfheerenlanden 2040
33
kringlooplandbouw wordt gestimuleerd en afwenteling naar elders en later wordt voorkomen16.
kringlopen is nog niet mogelijk omdat voedingsstoffen via menselijke consumptie uit het gebied verdwijnen. Landbouwsectoren kunnen samenwerken aan zoveel mogelijk sluiten van kringlopen. Akkerbouw en fruitteelt hebben mest nodig en veehouders kunnen die deels leveren. Voor duurzaam produceren van zuivel is het bijvoorbeeld soms goed om gras aan te vullen met voer van buiten het gebied (mais, graan, reststromen voedselindustrie). Mest kan daar weer heen. Het streven is om (op termijn) alleen te bemesten met meststoffen van dierlijke oorsprong of compost, bewerkt of onbewerkt, waarbij evenwichtsbemesting (kringlooplandbouw) het uitgangspunt is.
6. Een goede balans tussen extensiveren en ontwikkeling van het agro-complex (zie ook 4. Experimenteerruimte).
Extensiveren17 wordt gezien als middel om ruimte te maken voor versterken natuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie met behoud van voedselproductie. We geven hieraan de voorkeur boven functieverandering van landbouw naar natuur. Op gebiedsniveau: betekent extensiveren minder productie. Dit kan minder inkomsten voor de toeleverende en afnemende industrie betekenen, mogelijk ontstaan ook nieuwe kansen voor diensten in natuur- en waterbeheer. Het streven is om samen met het agro-complex te zoeken naar een goede balans tussen innoveren en extensiveren.
2.Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Ambitie
Toelichting
7. Beschermen en versterken van het weidevogellandschap.
De openheid van het weidevogellandschap moet worden behouden. Nieuwe teelten, bijvoorbeeld vezelproductie voor bouwbedrijven, geven we een plek waar ze passen. We hanteren het principe, ja mits …, bij nieuwe teelten.
8. Het behoud van bedrijven die in het landschap passen en ruimte hebben om aan natuur- en landschapsbeheer te doen; bijvoorbeeld weidevogelbeheer. Dit betekent ook natuur- en landschapsbeheer door
Veebedrijven die een groot deel van het voer zelf produceren, worden ondersteund. Dat past goed in ons landschap. In ons gebied komen enkele intensieve veehouderijen voor die niet gebonden zijn aan land voor hun voedselvoorziening en mestaanwending. Aanpassingen aan bestaande inrichtingen en gebouwen wordt mogelijk gemaakt als dit bijdraagt aan de uitgangspunten van de landbouwvisie. Vestiging en uitbreiding van nieuwe intensieve veehouderijen in het landelijk gebied is niet mogelijk.
16
Het gebruik van grondstoffen van buiten het gebied kan ook bijdragen aan het sluiten van kringlopen. Bijvoorbeeld bemesten van landbouwgronden buiten het gebied om voer te produceren. 17 In het voorbeeld op blz. 9 betekent extensiveren dat het bedrijf 1,6 keer zo groot wordt in grond. Het aantal melkkoeien blijft gelijk en er ontstaat ruimte voor 19% agrarisch natuurbeheer. Het bedrijf extensiveert van 2,31 grootvee eenheden / hectare (GVE / ha) naar 1,43 GVE / ha. Dit levert een negatieve marge op waarvoor geen financiering kan worden verkregen.
Landbouwvisie Vijfheerenlanden 2040
34
agrariërs en telers zoveel mogelijk stimuleren.
Eventueel kunnen dergelijke bedrijven zich vestigen op bedrijventerreinen. Kenmerkend voor ons landschap is de fruitteelt op de klei en de grondgebonden (melk)veehouderij in het weidegebied. De natuur die we koesteren is in wisselwerking met landbouw ontstaan. Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland-gebieden zijn aangewezen en aangelegd vanuit beheer door de landbouw. Weidevogels zijn afhankelijk van weidegrond. Aan provincie wordt meer aandacht gevraagd voor beheer en onderhoud van aangelegde natuur en het inzetten op herstel landschapselementen en biodiverse sloten en slootranden (bijvoorbeeld ‘Prachtsloten’ als invulling van de groenblauwe dooradering).
3.Water en bodem zijn sturend Ambitie
Toelichting
9. Bodemdaling remmen met behoud van landbouwkundige functie.
Veenoxidatie draagt bij aan klimaatverandering en bodemdaling en moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Vanwege het kleidek op het veen is de bodemdaling relatief beperkt (grotendeels tussen 0-4 mm en op een paar punten 4-6 mm per jaar) in Vijfheerenlanden. Waar dat effectief18 is stimuleren we Actieve Waterinfiltratiesystemen (AWIS) omdat hiermee grondwaterstanden onafhankelijk van het slootpeil kunnen worden gestuurd zodat zoveel mogelijk waterberging mogelijk blijft in de sloten. Dit kan ook goed worden gecombineerd met weidevogelbeheer.
4.Combineren van ruimte vragende opgaven om landschap, natuur en landbouw te behouden Ambitie
Toelichting
10. Combineren van ruimte vragende opgaven.
Natuurinclusieve landbouw blijft hoofdfunctie en we willen ruimte laten voor nevenfuncties. Ruimte vragende opgaven zoals wonen, bedrijven, recreatie, transport waterberging, energieopwekking willen we zoveel mogelijk combineren zodat er voldoende ruimte is voor voedselproductie in combinatie met natuur- en landschapsbeheer. Klimaatverandering vraagt bijvoorbeeld om meer waterberging. De landbouw kan via zon op het dak en kleine windmolens bijdragen aan de energietransitie en via functiecombinaties invulling geven aan de behoefte aan zorg en recreatie). Waar mogelijk is willen we het landelijk gebied toegankelijk maken voor recreatie en toerisme en daarvan een grotere inkomstenbron voor ondernemers maken.
Effectiviteit van maatregelen hangen af van emissiereductie ten opzichte van kosten voor waterbeheer (aanvoer water), aanleg en beheer en onderhoud systemen. 18
Landbouwvisie Vijfheerenlanden 2040
35
Bijlage 4: Gebiedskenmerken Deze bijlage geeft een korte beschrijving van de gebiedskenmerken van het landelijk gebied van Vijfheerenlanden. Meer kaarten over het gebied kunt u vinden op: • De website van de gemeente: o Ontwerp Omgevingsvisie. o Landschapsvisie Vijfheerenlanden. • De website van de provincie Utrecht. o Geo-Point Utrecht. o Gebiedsatlas Nationaal Programma Landelijk Gebied.
Deelgebieden •
De Landschapsvisie van Vijfheerenlanden onderscheidt zes deelgebieden met elk een eigen karakter en eigen ontwikkelingsmogelijkheden. Het gaat om: o Uiterwaarden. o Stroomruggen. o Halfopen griendenlandschap. o Veenweidelandschap met rivierinvloeden. o Stads- en dorpsranden. o Linten.
Daarnaast zijn er Natuur- en weidevogelgebieden en Stiltegebieden door de provincie aangewezen (bron Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht). En verder is een groot deel van Vijfheerenlanden aangewezen als deel van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur. Dat betekent dat kernwaarden zoals waardevolle boerderijen, ontginningsstructuren zoals kenmerkende verkaveling en waterwerken moeten worden beschermd. De Interim Omgevingsverordening wijst ook gebieden Beperken bodembewerking aan die bodembewerking verbiedt in gronden voor agrarisch gebruik die tot gevolg hebben dat veen aan de oppervlakte wordt gebracht, tenzij de bodembewerking plaatsvindt voor graslandvernieuwing of de aanleg van een andere blijvende teelt. Vijfheerenlanden maakt hiervan geen deel uit.
Landbouwvisie Vijfheerenlanden 2040
36
Bodem- en watersysteem •
Bodemtypes die voorkomen in Vijfheerenlanden zijn klei- en veengrond. De veengrond in Vijfheerenlanden is afgedekt met klei. Bodemdaling door veenoxidatie komt op ongeveer de helft van het oppervlak voor en is grotendeels tussen 0-4 mm en op een paar punten 4-6 mm per jaar (Bron RVS Provincie Utrecht, figuur 5). Dit is relatief laag in vergelijking met het gebied met puur veen rond Woerden, Nieuwkoop, De Ronde Venen en delen van de Alblasserwaard.
Figuur 5. Bodemdalingskaart Regionale Veenweiden Strategie Utrecht
• •
Vanwege het oppervlak veengebied levert Vijfheerenlanden een bijdrage van 11% aan de uitstoot van broeikasgassen door veenoxidatie in de provincie Utrecht. Daarom wil de provincie wel maatregelen nemen (Bron RVS Provincie Utrecht). Bij bestaand peilbeheer, dus als bodemdaling zo doorgaat, dan levert dit de komende 250 jaar geen problemen op met bodemopbarsting of zoute kwel; en binnen 100 jaar ook niet in combinatie met 3 meter zeespiegelstijging (bron: Huidig en toekomstig opbarstrisico; 2018, Deltares rapport nummer 11200024000.
Landbouw in Vijfheerenlanden Deze paragraaf beschrijft in het kort waar de landbouw nu staat door een aantal kentallen te noemen. Verder wordt beschreven welke ontwikkelingen invloed hebben op de mogelijkheden die de landbouw heeft om zich duurzaam te ontwikkelen. Veel ondernemers in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden dragen bij aan agrarisch natuuren landschapsbeheer. Er ligt daarmee een goede basis voor verdere ontwikkeling van natuurinclusieve landbouw. • 75% van de Nederlandse zuivel wordt binnen Europa afgezet. 30% in Nederland, 45% binnen de EU (Duitsland, België en Frankrijk) en 25% gaat naar buiten de EU, vooral China, Verenigde Staten en Verenigd Koninkrijk (bron Zuivel in Cijfers 2023 van Zuivel NL). 80% van de appels blijft in Nederland, 20% wordt
Landbouwvisie Vijfheerenlanden 2040
37
• • •
• • • • • • • • •
geëxporteerd en bij peren is het omgekeerd (CLM-1134). Door de jaren heen variëren percentages en ordegrootte van exportcijfers; de meeste zuivel blijft in Nederland en bij onze naaste buren. Naast de banen in de primaire sector is de agrifood-sector goed voor 1.000 banen van de 30.000 banen in de gemeente Vijfheerenlanden. Totaal grondgebied Vijfheerenlanden: 15.331 ha (153 km2) Areaal landelijk gebruik19: 13.759 ha, daarvan is: o Areaal agrarisch gebied: 9.153 ha. o Areaal natuur 2.370 ha (daarvan is 572 ha Natura 2000-gebied, 2.249 ha Natuurnetwerk Nederland en 103 ha Groene Contour) o Totaal areaal overig (wegen, bebouwing buiten de bebouwde kom): 2.236 ha. Areaal bebouwd gebied: 1.572 ha. 302 primaire agrarische bedrijven, totaal 9.153 ha. 50% melkveebedrijven (ca. 151), 25% overig graasdierbedrijf20 (ca. 75), en 13% fruitteeltbedrijven (ca. 39). Melkveebedrijven beheren ongeveer driekwart van de landbouwgrond (CBS 2020). Agrariërs hebben bijna 70% van de landbouwgrond in eigendom. Ongeveer 25% van de grond wordt gepacht. Ongeveer 7% van de grond loopt via andere afspraken. 2% van de bedrijven hebben biologisch keurmerk (SKAL), 311 ha, waarvan 289 ha op melkveebedrijven. Leeftijdsopbouw bedrijfshoofden: < 40 jaar (10%); 41-50 jaar (18%); 51-65 jaar (45%), >65 jaar (25%). Ongeveer 50% (147 bedrijven) verrichtten verbredingsactiviteiten, ca.
65% doet aan agrarisch natuurbeheer. Weidevogelgebied binnen agrarisch gebied is 5.725 ha van in totaal 9.153 ha agrarisch gebied. Volgens de beoordelingssystematiek van het Kadaster is de kavelstructuur redelijk tot goed, maar dit kan wel verbeterd worden door het ruilen van kavels tussen eigenaren (kavelruil).
Natuur in Vijfheerenlanden In Vijfheerenlanden liggen (deels) drie Natura 2000-gebieden: Zouweboezem, Uiterwaarden Lek en Lingegebied & Diefdijk-Zuid. Deze Natura 2000-gebieden maken onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en hebben meer beschermde en andere juridische status dan de rest van het Natuurnetwerk. Zie ook Natura 2000 | provincie Utrecht (provincie-utrecht.nl).
19
(CBS 2020, Concept Gebiedsagenda Vijfheerenlanden van de provincie Utrecht) Overige graasdieren zijn schapen, geiten, paarden, ezels, herten en waterbuffels. 25% van de bedrijven lijkt veel maar deze hebben gemiddeld 20 hectare grond en driekwart van de grond wordt beheerd door melkveebedrijven (Bron CBS 2020). 20
Landbouwvisie Vijfheerenlanden 2040
38