CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2027-2030

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 7 juli 2026, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Kadernota 20278.988 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kadernota 2027

2 juni 2026

Inhoudsopgave

1.

Inleiding en leeswijzer

4

1.1 1.2

Vijfheerenlands perspectief Financieel perspectief

5 5

1.2.1 Meicirculaire Gemeentefonds

6

1.3

Leeswijzer

7

2.

Financieel meerjarenbeeld

8

2.1 2.2

Vertrekpunt Ontwikkelingen

8 8

2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5 2.2.6

1e bestuursrapportage 2026 Areaaluitbreidingen, Vijfheerenlanden groeit Raadsbesluiten na vaststelling begroting 2026 Overige ontwikkelingen Maatregelen ter mitigering van tekorten Recapitulatie

8 9 9 11 12 14

3.

Beleidsmatige uitgangspunten

17

3.1

Loon- en prijsontwikkeling

17

3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6 3.1.7

Lonen Prijzen Belastingen en leges Subsidies Huren Bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen Evaluatie indexeringsbeleid

17 17 18 18 18 18 19

3.2

Ontwikkelingen Gemeentefonds

22

3.2.1 Voorjaarsnota 2026 3.2.2 Scenario’s ontwikkeling algemene uitkering

Kadernota

23 24

2

3.3

De gemeentelijke organisatie

25

3.3.1 Inleiding 3.3.2 Financieel kader “samen verder bouwen” 3.3.3 Overige financiële opgave met betrekking tot organisatiekosten

25 26

3.4

Samenvattend

28

4.

Investeringsagenda “Het goede leven”

29

4.1

Algemeen

29

4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5

Inleiding Start project Investeringsagenda Investeringen op grond van de Investeringsagenda Financiële ruimte en dekking Projecten

29 29 30 30 31

4.2

Kwaliteitsverhogende investeringen

32

27

4.2.1 Bestedingsruimte 4.2.2 Projectenlijst

32 32

4.3

36

Rolverdeling raad - college

4.3.1 Achtergrond 4.3.2 Doel

36 36

4.4

Doorontwikkeling en uitvoering

36

4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4 4.4.5 4.4.6

Organisatie Uitwerking instrumenten en kaders Inventarisatie en analyse Samenwerking Cofinanciering Spreiding

37 37 37 38 38 38

Kadernota

3

1. Inleiding en leeswijzer Voor u ligt de Kadernota 2027. Deze kadernota verschijnt in een periode waarin diverse ontwikkelingen gaande zijn en de financiële gevolgen daarvan nog niet volledig concreet kunnen worden gemaakt. Na de gemeenteraadsverkiezingen zijn partijen gestart met gesprekken om te komen tot een nieuw college en een programma voor de komende jaren. Omdat de uitkomsten van dit proces bij het opstellen van deze kadernota nog niet beschikbaar waren, zijn deze hierin niet verwerkt. In deze kadernota is daarom geen nieuw beleid opgenomen. Wel wordt ingegaan op het reeds ingezette beleid, waarin perspectief aanwezig is. In het bijzonder vormt de doorontwikkeling van de investeringsagenda “Het goede leven” een belangrijk onderdeel. Met deze agenda geeft de gemeente richting aan investeringen die nodig zijn om groei mogelijk te maken en de kwaliteit van leven in de bestaande kernen te versterken. Deze agenda maakt daarmee niet alleen onderdeel uit van een afzonderlijk investeringshoofdstuk, maar speelt ook een belangrijke rol in de bredere financiële en beleidsmatige afwegingen in deze kadernota. Daarnaast zijn de effecten van autonome ontwikkelingen en eerder door uw raad genomen besluiten in deze kadernota opgenomen.

Na vaststelling van de begroting 2026 is een aantal raadsbesluiten genomen, waarin aan het college de opdracht is meegegeven om bij deze kadernota met structurele dekking te komen. Denk hierbij aan de besluitvorming omtrent gemeenschapshuizen, handhavingscapaciteit, fietsbeleid en parkeerbeleid. In deze kadernota wordt hier deels concrete invulling aan gegeven. Het aankomende begrotingsjaar 2027 laat inclusief de aanvullende besluitvorming een aanzienlijk positief saldo zien. Daarmee is er een solide basis voor een financieel sluitende begroting 2027. En is er tijd beschikbaar om zo nodig gepaste maatregelen uit te gaan werken in 2027 ter waarborging van meerjarig sluitende begrotingen vanaf 2028. Dan is ook duidelijk wat de uitwerking is van het regeerakkoord van het kabinet-Jetten (inclusief effecten van de herverdeling van het Gemeentefonds en het ravijnjaar 2028 welke in de Gemeentefonds-

Kadernota

4

circulaires van 2026 en 2027 worden verwerkt) en wat een nieuw gemeentelijk coalitieakkoord in financieel opzicht betekent. Met inachtneming van het voorstaande hebben wij er voor gekozen om nu niet al met extra ombuigingsmaatregelen voor 2028 en verder naar een structureel sluitende kadernota 2027 toe te werken.

1.1

Vijfheerenlands perspectief De gemeenteraad heeft op 9 februari 2026 de notitie kaderstelling investeringsagenda ‘Het goede leven’ vastgesteld. Het is onze ambitie om de kernen leefbaar te houden en te voorzien in de woningbehoeften van de inwoners. Daarnaast willen we bijdragen aan de regionale opgave op de woningmarkt en investeren in de kwaliteit van de voorzieningen in de kernen. Voor de realisatie van deze ambitie zijn onder andere woningbouwlocaties aangewezen door middel van gebiedsvisies en dorpswoonvisies. Maar met ruimte alleen zijn we er niet, vaak zijn ook randvoorwaardelijke investeringen nodig om de woningbouw mogelijk te maken. Door hiervoor financiële ruimte te creëren, werken we aan een stabiele woningbouwproductie voor nu en de komende jaren. Deze woningbouwproductie levert groei op richting de 75.000 inwoners in 2040. In deze kadernota wordt de actuele stand van zaken gedeeld en worden de plannen voor het eerstvolgende jaar inzichtelijk gemaakt. Er is een overzicht opgenomen van de vastgestelde kaders voor de Investeringsagenda. Daaruit volgend zijn de eerste vervolgstappen in de uitwerking (zowel financieel als inhoudelijk) benoemd en worden de eerste projecten in de investeringsagenda op hoofdlijnen beschreven. In de begroting 2027 worden de investeringen concreet benoemd.

1.2

Financieel perspectief Zoals uit deze kadernota blijkt, is er sprake van een sluitende begroting 2027, maar staat het financieel meerjarenperspectief onder druk. We worden geconfronteerd met stijgende uitgaven, terwijl we ook nog steeds te maken hebben met een daling van inkomsten vanuit het Gemeentefonds (het ravijnjaar 2028). Waar mogelijk zijn al maatregelen genomen om de stijgende lasten het hoofd te bieden. Samengevat biedt het meerjarenperspectief het volgende beeld:

Kadernota

5

(x € 1.000) Saldo meerjarenbegroting 2026-

2027

2028

2029

2030

3.985

150

-/- 618

-/- 1.118

-/- 140

-/- 245

-/- 245

-/- 245

-/- 828

-/- 1.032

-/- 1.043

-/- 1.043

828

1.032

1.043

1.043

-/- 1.259

-/- 1.700

-/- 1.725

-/- 1.685

256

256

256

-/- 191

-/- 199

-/- 260

-/- 329

200

200

200

200

3.395

-/- 738

-/- 1.592

-/- 2.121

2029 Structurele gevolgen 1e bestuursrapportage 2026 Effecten groei gemeente Stelpost: de algemene uitkering groeit mee met de areaalontwikkeling Effecten raadsbesluiten na vaststelling begroting 2026 Stelpost: Investeringen in duurzaamheidsmaatregelen verdienen zich terug Effecten overige ontwikkelingen Stelpost: onderuitputting kapitaallasten door niet volledige uitvoering van de investeringsplanning Saldo kadernota 2027

Dit saldo laat voor het eerstkomende begrotingsjaar nog een solide positief saldo zien, 2027 sluit met een positief resultaat en er is dekking voor alle uitgaven. Met dit beeld kan het nieuwe college goed van start; belangrijke ontwikkelingen hebben een plek in het meerjarenperspectief en er is beweegruimte om keuzes te maken voor nadere invulling vanaf 2028. Bij ongewijzigde omstandigheden slaat het saldo vanaf 2028 om naar een tekort dat oploopt van ongeveer € 0,7 miljoen in 2028 naar € 2,1 miljoen structureel vanaf 2030. Keuzes blijven dus noodzakelijk. 1.2.1

Meicirculaire Gemeentefonds In deze kadernota is nog geen rekening gehouden met de uitkomsten van de meicirculaire van het Gemeentefonds. Uiterlijk drie weken na verschijnen, maar voor behandeling van de kadernota, wordt u via een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de effecten.

Kadernota

6

1.3

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de ontwikkeling van het financieel meerjarenperspectief verder uitgewerkt, staan toelichtingen op de ontwikkelingen en zijn ook de mogelijke technische bijstellingen opgenomen en toegelicht. In hoofdstuk 3 staan algemene beleidsuitgangspunten op basis waarvan verdere uitwerking richting de begroting 2027 plaats vindt. In hoofdstuk 4 is de investeringsagenda “Het goede leven” opgenomen.

Kadernota

7

2. Financieel meerjarenbeeld In dit hoofdstuk worden alle afzonderlijke ontwikkelingen beschreven en wordt weergegeven wat de effecten zijn op het financieel meerjarenperspectief.

2.1

Vertrekpunt Het vertrekpunt wordt gevormd door de in november 2025 door uw raad vastgestelde begroting 2026-2029. Deze begroting werd gekenmerkt door een forse ombuigingsopgave, waarvoor via de kadernota 2026 richting voor de invulling is gegeven. Met de invulling van de ombuigingsopgave werd een sluitende begroting gecreëerd voor de jaren 2026-2028, met nog een beperkt tekort in 2029. (x € 1.000)

2027

2028

2029

2030

Begrotingssaldo voor ombuigingen

-/- 4.421

-/-9.108

-/- 9.826

-/- 10.326

Ombuigingstaakstelling

8.406

9.258

9.208

9.208

Saldo begroting 2026-2029

3.985

150

-/- 618

-/- 1.118

Na de vaststelling van de begroting 2026 hebben er zich diverse ontwikkelingen voorgedaan die een effect hebben op het financieel beeld dat in deze kadernota wordt voorgelegd.

2.2

Ontwikkelingen

2.2.1

1e bestuursrapportage 2026 De bestuursrapportages zijn bijstelmomenten waarin wordt gerapporteerd over de voortgang en afwijkingen van bestaand beleid, zowel beleidsmatig als financieel. De toelichting en vaststelling vindt plaats via de behandeling in uw raad van deze rapportage op 2 juli 2026. De meerjarige (nadelige) effecten zijn in deze kadernota opgenomen.

Kadernota

8

Het structurele resultaat van de 1e bestuursrapportage is als volgt: (x € 1.000)

2027

2028

2029

2030

Structurele gevolgen 1e

-/- 140

-/- 245

-/- 245

-/- 245

bestuursrapportage

2.2.2

Areaaluitbreidingen, Vijfheerenlanden groeit Als gevolg van de ontwikkeling van Vijfheerenlanden, de laatste jaren met name door de afronding van grote woningbouwopgaven, hebben we ook te maken met een toename van areaal. Het openbaar groen in gemeentelijk beheer groeit, net als wegen en bruggen. Maar door de toename van inwoneraantallen neemt ook de behoefte aan ruimte om te sporten toe, wat vraagt om uitbreiding van sportcapaciteit. Voor de aanpassing van de speelcapaciteit bij de VV Ameide is al een raadsbesluit genomen. Dit betreft de volgende ontwikkelingen: (x € 1.000)

2027

2028

2029

2030

Areaal openbaar groen

-/- 262

-/- 262

-/- 262

-/- 262

Areaal civiele kunstwerken

-/- 54

-/- 49

-/- 49

-/- 49

Speelcapaciteit sportparken

-/- 44

-/- 186

-/- 184

-/- 184

-/- 468

-/- 535

-/- 548

-/- 548

-/- 828

-/- 1.032

-/- 1.043

-/- 1.043

(Blankenstein/Glaspark/VV Ameide) Uitvoerings-/beheerprogramma wegen Totaal effecten groei gemeente

De financiële vertaling van areaalontwikkelingen in de openbare ruimte (openbaar groen, civiele kunstwerken en wegen) worden op basis van de herziening van onderliggende beheerplannen eens in de vier of vijf jaar verwerkt in de meerjarenramingen, in samenhang met het bestaande areaal. 2.2.3

Raadsbesluiten na vaststelling begroting 2026 Er is een aantal voorstellen in uw raad besproken en vastgesteld, waarvan de structurele financiële dekking op dat moment nog niet kon worden geregeld. Er is (waar van toepassing) gezorgd voor

Kadernota

9

incidentele dekking in 2026, waarbij tegelijk is bepaald dat het structurele dekkingsvraagstuk bij deze kadernota wordt betrokken. Dit betreft de volgende besluiten: (x € 1.000)

2027

2028

2029

2030

Herbestemming stadhuis Vianen

-/- 365

-/- 365

-/- 365

-/- 365

-/- 632

-/- 632

-/- 632

-/- 632

0

-/- 256

-/- 256

-/- 256

Handhavingscapaciteit

-/- 352

-/- 352

-/- 352

-/- 352

Fietsbeleidsplan

-/- 110

-/- 95

-/- 95

-/- 80

Beleidsplan parkeren

-/- 165

0

-/- 25

0

PM

PM

PM

PM

-/-1.259

-/-1.700

-/-1.725

-/-1.685

Gemeenschapshuizen -

Exploitatie

-

Kapitaallasten verduurzamingskredieten

Opinievoorstel Preventief beleid sociaal domein Totaal raadsbesluiten na vaststelling begroting 2026

Beleidskader Gemeenschapshuizen Volgens het geamendeerd raadsbesluit van 13 november 2025 wordt er vanaf 2027 een structureel bedrag beschikbaar gesteld van € 1,3 miljoen. Hiervoor moet conform besluit nog voor € 0,63 miljoen aan structurele dekking gezocht worden. Integrale afweging daarvan vindt plaats in deze Kadernota 2027. Daarnaast is er besloten tot een opname in de begroting 2027-2030 van de uitbreiding van de routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed met de gemeenschapshuizen welke niet in eigendom van de gemeente zijn. Hiervoor wordt een stelpost kapitaallasten opgenomen van € 0,25 miljoen. Handhavingscapaciteit Op 13 november 2025 heeft de gemeenteraad ingestemd met een uitbreiding van vier fte voor veiligheid en preventie, gericht op de uitvoering van het Bibob beleid, de aanpak van ondermijning en handhaving. De financiële consequenties hiervan zijn structureel van aard en bedragen € 0,35 miljoen.

Kadernota

10

Uitvoeringsmaatregelen fietsbeleidsplan Voor de uitvoering van het Fietsbeleidsplan 2026 zijn aanvullende middelen nodig bovenop de bestaande budgetten binnen het mobiliteitsdomein. De maatregelen richten zich op verbetering van de fietsinfrastructuur, fietsparkeren, fietsstimulering en deelfietsen. Met deze middelen kan uitvoering worden gegeven aan de maatregelen uit het fietsbeleidsplan, waaronder onderzoeken naar doorfietsroutes en veilige verbindingen, optimalisatie van fietsvoorzieningen bij OV‑knooppunten, scholen en sportlocaties, en het verbeteren van fietsparkeren in Vianen en Leerdam. Door deze financiële middelen in de Kadernota 2027 op te nemen wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan verkeersveiligheid, bereikbaarheid en duurzame mobiliteit in Vijfheerenlanden. Beleidsplan Parkeren In het Beleidsplan Parkeren 2026 zijn maatregelen opgenomen om het parkeersysteem in Vijfheerenlanden toekomstbestendig te maken. Voor een deel van deze maatregelen is dekking beschikbaar binnen bestaande budgetten, maar voor de resterende onderdelen is aanvullende financiering nodig. Daarom wordt een incidenteel bedrag van € 165.000 in 2027 en € 25.000 in 2029 opgenomen voor de uitvoering van het beleidsplan, voor onderzoek en optimalisatie van de parkeerregulering in Leerdam en Vianen.

Met het opnemen van deze middelen wordt uitvoering van de voorgestelde maatregelen mogelijk gemaakt en kan het parkeersysteem in de komende jaren stapsgewijs worden verbeterd. Opinievoorstel Preventief beleid sociaal domein Op 14 april 2026 is het opinievoorstel “opgroeien in Vijfheerenlanden” in de commissie besproken. De kosten hiervan zijn aanzienlijk (maximaal tot € 1,7 miljoen structureel). In het voorstel wordt aangeven dat in de eerste jaren het succes c.q. rendement van deze uitgaven niet of zeer moeilijk gemeten kan worden. De raad heeft over dit onderwerp echter nog geen besluit genomen. Dit maakt dat dit onderwerp als PM post wordt meegenomen. 2.2.4

Overige ontwikkelingen Een aantal op zichzelf staande ontwikkelingen worden opgenomen als mutatie in het meerjarenperspectief. Het betreft een aantal onontkoombare onderwerpen maar waar in het meerjarenperspectief

Kadernota

11

eerder nog geen rekening mee was gehouden. Door de verwerking van deze aanpassingen zijn de ramingen realistischer en behoeven deze geen tussentijdse aanpassingen meer via bestuursrapportages. Dit betreft de volgende ontwikkelingen: (x € 1.000)

2027

Realistisch begroten: actualisatie

2028

2029

2030

0

+ 21

-/- 40

-/- 85

-/- 191

-/- 220

-/- 220

-/- 244

-/- 191

-/- 199

-/- 260

-/- 329

bestaande investeringsplanning (regulier) Autonome ontwikkeling: intensivering taken GR VRU Totaal overige ontwikkelingen

2.2.5

Maatregelen ter mitigering van tekorten Om de hiervoor in beeld gebrachte financiële opgave te verminderen is een aantal beleidsarme maatregelen geïnventariseerd. Deze zijn in onderstaande tabel in beeld gebracht.

(x € 1.000) Saldo na groei, raadsbesluiten en

2027

2028

2029

2030

1.567

-/- 3.026

-/- 3.891

-/- 4.420

828

1.032

1.043

1.043

800

800

800

800

0

256

256

256

200

200

200

200

3.395

-/- 738

-/- 1.592

-/- 2.121

overige ontwikkelingen Stelpost: algemene uitkering groeit mee met areaalontwikkeling Stelpost: bijdrage tbv uitvoering CDOKE wordt structureel Stelpost: Investeringen in duurzaamheidsmaatregelen verdienen zich terug Stelpost: onderuitputting kapitaallasten Saldo kadernota 2027

Stelpost: algemene uitkering groeit mee met areaalontwikkeling Het is reëel te verwachten dat de algemene uitkering uit het Gemeentefonds met Vijfheerenlanden meegroeit. Immers, de realisatie van de woningbouwopgaven leidt tot meer woningen en hogere inwoneraantallen. Tegenover de hogere kosten als gevolg van

Kadernota

12

die groei kunnen dus hogere te verwachten opbrengsten worden geplaatst. Daarmee kan dit effect budgettair neutraal in het meerjarenperspectief worden opgenomen. Kanttekening bij deze maatregel is dat er op voorhand al beslag gelegd wordt op de groei van de algemene uitkering. Stelpost: bijdrage tbv uitvoering CDOKE wordt structureel Voor de uitvoering van klimaat- en energiebeleid worden gemeenten gecompenseerd. In 2023 tot en met 2025 is deze compensatie uitgekeerd via de Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Voor 2026 en verder is afgesproken om de middelen uit te keren via het Gemeentefonds. Voor de periode 2026 tot 2030 heeft de minister aangegeven dat gemeenten in ieder geval kunnen rekenen op het bedrag dat zij ook in 2025 in de basisfinanciering hebben ontvangen. Eerder is afgesproken met de financiële toezichthouders dat gemeenten de middelen als structureel mogen beschouwen in de begroting. Dit betekent voor Vijfheerenlanden een voordeel van € 0,8 miljoen. In het coalitieakkoord van kabinet-Jetten zijn ook middelen opgenomen voor gemeenten om deze uitvoering na 2030 voort te zetten. Voor de periode 2031 tot 2040 is € 800 miljoen per jaar beschikbaar gesteld voor de continuering van de uitvoering klimaatbeleid door medeoverheden.

Dit betekent concreet dat gemeenten ook na 2030 op het basisbedrag van 2025 moeten kunnen rekenen. Deze middelen zijn ook overgenomen in de recent verschenen voorjaarsnota. Daarmee lijkt de stelpost eigenlijk al direct gerealiseerd, als dit in de aankomende meicirculaire ook is verwerkt. Stelpost: investeringen in duurzaamheidsmaatregelen verdienen zich terug Bij de behandeling van het beleidskader Gemeenschapshuizen is ook de routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed betrokken. Er is besloten tot een opname in de begroting 2027-2030 van de uitbreiding van de routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed met de gemeenschapshuizen welke niet in eigendom van de gemeente zijn. Hiermee is een bedrag van € 0,25 miljoen kapitaallasten gemoeid.

Kadernota

13

We stellen ons op het standpunt dat een investering in verduurzaming zich terug moet verdienen, in de vorm van lagere energielasten (exploitatielasten) en dientengevolge ook in een lagere bijdrage vanuit de gemeente aan de gemeenschapshuizen. Indien een dergelijke investering niet leidt tot die verlaging, is het niet opportuun om tot dergelijke investeringen over te gaan. Stelpost: onderuitputting kapitaallasten In de begroting worden de geplande investeringen met de bijbehorende kapitaallasten geraamd. Door vertraging in de uitvoering vindt afronding voor een deel later plaats. De oorzaak hiervoor is gelegen in veel aspecten. Het gevolg is dat kapitaallasten zich pas later manifesteren. Dit levert een voordeel op gedurende het jaar. Middels een stelpost mag hier op geanticipeerd worden, waarbij door de toezichthouder is aangegeven dat vanuit het voorzichtigheidsbeginsel met een maximum van 20% van kapitaallasten van voorgenomen investeringen rekening mag worden gehouden. In de kadernota wordt vooralsnog een stelpost van € 200.000 verwerkt. 2.2.6

Recapitulatie Alle hiervoor benoemde mutaties leiden tot het volgende financieel meerjarenperspectief: (x € 1.000) Saldo meerjarenbegroting 2026-

2027

2028

2029

2030

3.985

150

-/- 618

-/- 1.118

-/- 140

-/- 245

-/- 245

-/- 245

-/- 820

-/- 957

-/- 955

-/- 955

820

957

955

955

-/- 1.259

-/- 1.700

-/- 1.725

-/- 1.685

256

256

256

2029 Structurele gevolgen 1e bestuursrapportage 2026 Effecten groei gemeente Stelpost: de algemene uitkering groeit mee met de areaalontwikkeling Effecten raadsbesluiten zonder financiële dekking Stelpost: Investeringen in duurzaamheidsmaatregelen verdienen zich terug

Kadernota

14

Effecten overige ontwikkelingen Stelpost: onderuitputting

-/- 191

-/- 199

-/- 260

-/- 329

200

200

200

200

3.395

-/- 738

-/- 1.592

-/- 2.121

kapitaallasten door niet volledige uitvoering van de investeringsplanning Saldo kadernota 2027

Het meerjarige saldo van de kadernota laat een beeld zien met voor het eerstkomende begrotingsjaar nog een solide positief saldo, maar dat bij ongewijzigde omstandigheden omslaat naar een tekort dat oploopt van ongeveer € 0,7 miljoen in 2028 naar € 2,1 miljoen structureel. De kadernota sluit met een positief resultaat voor 2027, er is dekking voor alle uitgaven. Vanwege dit positieve saldo in 2027 en het beperkte tekort in 2028 is er tijd om maatregelen uit te werken om te komen tot een sluitend meerjarenperspectief. Wij stellen nu dan ook nog geen aanvullende maatregelen voor. Zo creëren we de tijd en ruimte om ook de uitwerking concreet in beeld te krijgen van belangrijke ontwikkelingen zoals het regeerakkoord van kabinetJetten, het coalitieakkoord van de formerende gemeentelijke partijen en besluitvorming over herverdeling van het Gemeentefonds. Resterende opgave, zonder gewijzigde omstandigheden Om de resterende tekorten bij ongewijzigde omstandigheden weg te nemen, is het noodzakelijk om keuzes te maken die ingrijpender zijn. De keuzes zijn dan beperkt en komen in feite op de volgende twee opties neer:

Verlaging van de uitgaven

Een verlaging van de uitgaven kan door een aantal onderwerpen verder uit te werken of als uitgangspunt te bepalen bij nieuwe afwegingen. Hierbij valt te denken aan: •

•

Geen nieuwe beleidsintensiveringen zonder dekking (bijvoorbeeld: oud-voor-nieuw): dit standpunt kan dienen als kader bij afwegingen omtrent voorstellen waarin nieuw beleid ter besluitvorming wordt voorgelegd. Aanvullende ombuigingen: Bij de kadernota 2026 is een geïnventariseerd ombuigingspakket besproken, van waaruit

Kadernota

15

keuzes zijn gemaakt om tot een sluitende meerjarenbegroting te komen. Dit ombuigingspakket kan aangevuld worden met extra maatregelen of nogmaals worden besproken om aanvullende maatregelen te selecteren. Dit eventueel aangevuld met mogelijkheden om (deels) te besparen op besluiten die nadien genomen zijn.

Verhoging van de inkomsten Een verhoging van de inkomsten beperkt zich vooral tot verhoging van belastingen. Door het uitgangspunt van kostendekkendheid bij tarieven voor afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn de mogelijkheden op deze beleidsvelden al volledig benut. Dan resteert de optie om de onroerende zaakbelasting boven inflatie te verhogen. Ter illustratie: een verhoging van 1% levert ongeveer € 150.000 aan meeropbrengsten op. Het gemiddelde landelijke bedrag voor OZB voor een gemiddelde woning ligt ongeveer 3% hoger dan het tarief van Vijfheerenlanden.

Kadernota

16

3. Beleidsmatige uitgangspunten In dit hoofdstuk worden de financieel beleidsmatige uitgangspunten beschreven die gehanteerd worden bij de uitwerking van de begroting 2027.

3.1

Loon- en prijsontwikkeling De loon- en prijsbijstellingen worden gebaseerd op het Centraal Economisch Plan dat het Centraal Plan Bureau (CPB) in februari 2026 heeft gepubliceerd. Dit plan geldt als onderlegger voor de Voorjaarsnota van het Rijk en daarmee ook weer voor de bijstelling van het Gemeentefonds. Het uitgangspunt is dan ook dat de loon- en prijsontwikkeling wordt gecompenseerd via de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Na de verschijning van het Centraal Economisch Plan zijn er op globale schaal ontwikkelingen geweest die de inflatie beïnvloeden. Met deze ontwikkelingen kon nog geen rekening gehouden worden. Het kan daarom zijn dat tussentijds bijstellingen moeten plaats vinden op de navolgende uitgangspunten.

3.1.1

Lonen Voor de verwachte loonontwikkeling gaan we uit van de prognose “Loonvoet sector overheid”. Voor 2027 geeft het CPB een verwachte stijging van de loonvoet af van 4,2%. Deze verwachting verwerken we in het bijgestelde meerjarenperspectief.

3.1.2

Prijzen Voor de verwachte prijsontwikkeling gaan we uit van het nationaal consumentenprijsindex (CPI). Voor de begroting 2026 werd een verwachte stijging van 2,6% door het CPB afgegeven. In de meest recente prognose is dit bijgesteld naar 2,3%. Het verschil van 0,3%punt wordt meegenomen bij de bepaling van de indexatie van de belastingen.

Kadernota

17

Voor 2027 geeft het CPB nu een verwachte stijging af van 2,1% CPI. Deze verwachting verwerken we in het bijgestelde meerjarenperspectief, in de vorm van een nader te verdelen stelpost, voor het opvangen van stijgende lasten. 3.1.3

Belastingen en leges De tarieven van gemeentelijke heffingen worden jaarlijks geïndexeerd. Hiervoor hanteren we de CPI, die voor 2027 wordt geprognotiseerd op 2,1%. Deze prognose corrigeren we voor het verschil tussen de toegepaste indexatie in 2026 en de bijgestelde indexatie voor 2026. De toegepaste indexatie is 2,6%, maar het CPB heeft de indexatie voor 2026 bijgesteld naar 2,3%. Het verschil van 0,3 procentpunt wordt in mindering gebracht op de verwachting voor 2027, zodat deze op 1,8% uitkomt. De heffingen stijgen hierdoor met € 0,3 miljoen. Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing hanteren we als uitgangspunt dat de tarieven (maximaal) 100% kostendekkend zijn.

3.1.4

Subsidies De subsidiebudgetten worden conform de bepalingen in de subsidieverordening jaarlijks geïndexeerd op basis van de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA).

3.1.5

Huren De huurtarieven voor gemeentelijk vastgoed worden jaarlijks geïndexeerd. Ten aanzien van de indexatie hanteren we als uitgangspunt de CPI zoals bepaald in de onderliggende huurovereenkomsten.

3.1.6

Bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen Gemeenschappelijke regelingen dragen in een belangrijke mate bij aan de realisatie van de gemeentelijke taken, ofwel verlengd lokaal bestuur. Het belang en de omvang van gemeenschappelijke regelingen zijn de laatste jaren toegenomen. De bijdragen aan deze organisaties zijn navenant gegroeid. De gemeenschappelijke regelingen waarin Vijfheerenlanden deelneemt zijn divers in omvang en deelnemerssamenstelling. En hoewel via de diverse bestuurlijke en ambtelijke gremia invloed kan worden uitgeoefend, is het in de praktijk moeilijk om als deelnemer c.q. eigenaar van zo’n samenwerking goed grip te houden op de

Kadernota

18

(financiële) keuzes. Om dit te verbeteren, zoeken we in de gehele Utrechtse regio naar een gedeelde aanpak om succesvollere sturing uit te kunnen oefenen. Zodoende kunnen we gemeenschappelijke regelingen ook verantwoordelijkheid laten dragen in vraagstukken zoals de ombuigingen als gevolg van het ravijnjaar. We verwachten hier gezamenlijke resultaten te kunnen behalen vanaf de begroting 2027. Bij de beoordeling van de ingediende begrotingen en jaarstukken van verbonden partijen hanteren we de richtlijn dat een stijging van de bijdrage slechts kan plaats vinden als dit voort komt uit loon- en prijsindexatie. Vastgestelde begrotingen van gemeenschappelijke regelingen vormen een verplichte uitgave in het kader van de Gemeentewet. Dit is hiermee een autonome ontwikkeling die wij in de begroting moeten verwerken. Via de stelpost prijsstijging hebben we een aanname van de stijging van materiele lasten in de kadernota verwerkt, waaronder de bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Een hogere (of lagere) bijdrage wordt via de stelpost verwerkt. 3.1.7

Evaluatie indexeringsbeleid

3.1.7.1

Aanleiding Gemeenten worden (al jaren) geconfronteerd met stijgende lasten en toenemende druk op de beschikbare middelen. De stijging wordt niet alleen veroorzaakt door een hoger beroep op gemeentelijke voorzieningen, maar zeker ook door de stijgende kosten van deze voorzieningen als gevolg van inflatie. Om het niveau van de dienstverlening op hetzelfde peil te houden, is het van wezenlijk belang om de beschikbare middelen mee te laten ontwikkelen met het prijspeil. We hanteren hiervoor beleidsregels. Het is van belang om deze regels periodiek tegen het licht te houden, om te beoordelen of de werkwijze nog aansluit op de praktijk. Dit doen we in deze kadernota, zoals ook is opgenomen als bestuurlijk resultaat in de begroting 2026.

3.1.7.2

Huidige situatie Vijfheerenlanden Voor de indexatie van de verschillende inkomsten- en uitgavenstromen binnen de gemeentelijke begroting maken we gebruik van specifieke en toegespitste indices.

Kadernota

19

Personele lasten De indexatie van de personele lasten volgt de ontwikkeling van de Cao-afspraken voor de gemeenten. Op het moment dat er nog geen Cao-afspraken voorliggen, is het zaak om een zo goed mogelijke inschatting van de stijging. Dan vallen we terug op de raming van de loonvoet sector overheid, zoals laatstelijk gepubliceerd door het Centraal Planbureau (CPB). Momenteel maakt de gemeente gebruik van de loonvoet sector overheid zodra de CAO niet meer bekend is. De huidige CAO loopt tot en met maart 2027 dus vanaf april 2027 wordt er gebruik gemaakt van de loonvoet sector overheid. Hierdoor komt de indexatie dichter bij de werkelijke lasten. Huurovereenkomsten Voor de indexatie van huurovereenkomsten maakt de gemeente gebruik van de zogeheten Consumenten Prijs Index, het CPI. Het CPI is de landelijke norm voor huurovereenkomsten. Hier kan contractueel van worden afgeweken, maar in het gemeentelijk verhuurbeleid is opgenomen dat er gebruik wordt gemaakt van het CPI. Gezien de gemeente de plicht heeft om minimaal kostprijsdekkende huur te rekenen is het van groot belang een index te kiezen die de indexatie van de lasten zo goed mogelijk volgt. Er zijn verschillende indexen die de bouwkosten beter volgen, maar gezien er verschillende kosten met het beheer van panden gemoeid gaan, wordt er uitgegaan van het CPI.

In het verhuurbeleid is hier mede voor gekozen vanwege bekendheid en de landelijke norm omtrent huurovereenkomsten. Subsidies Voor de indexatie van subsidies zijn de regels neergelegd in de subsidieverordening. Hierin is aangegeven dat er geïndexeerd wordt op basis van de landelijke norm voor subsidies, de OVA (Overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling). Deze indexatie sluit zo goed mogelijk aan op de werkelijke kostenontwikkeling in de zorg, maar sluit niet uit dat er afwijkingen kunnen ontstaan door niet beïnvloedbare omstandigheden zoals arbeidstekorten of toenemende schaarste van importproducten.

Kadernota

20

Lokale heffingen Voor de indexatie van de onroerende zaakbelasting (OZB) wordt gebruik gemaakt van het CPI. Dit wordt gedaan omdat het CPI goed aansluit op de inflatie en overige kosten van de gemeente, inwoners en bedrijven. Er kan gekozen worden voor andere indexen, echter is in deze het CPI voor de hand liggend: - De OZB zorgt voor dekking van de uitgaven op de gemeentebegroting; - OZB volgt hiermee de algemene kostenontwikkeling en inflatie. Op 18 juli 2023 is een raadsinformatiebrief verstuurd: “uitleg systematiek van indexatie”. Het belangrijkste uitgangspunt hierin is samengevat: “wat we te veel hebben gevraagd geven we terug, en wat we te weinig hebben gevraagd verrekenen we achteraf”. De toepassing van dit uitgangspunt bij de indexatie zorgt er voor dat de ontwikkeling van tarieven ook in balans blijft met de werkelijke ontwikkeling van de kosten. Voor de afvalstoffen en rioolheffing geldt dat als uitgangspunt dat deze kostendekkend zijn. De lasten die onder deze taakvelden vallen worden geïndexeerd. Hierdoor volgen de heffingen ook de indexatie van de lasten. Materiële kosten Voor de materiële kosten zoals: - kantoorartikelen - ICT-diensten - energieverbruik - onderhoudskosten - inkoop van externe diensten - huisvestingskosten kan zowel de Index Materiële OverheidsConsumptie (IMOC) of de CPI worden gebruikt.

Het rijk gebruikt het IMOC bijvoorbeeld bij het indexeren van materiële instandhouding voor schoolbesturen. Het CPI is vooral gekoppeld aan de prijsontwikkeling van particuliere consumenten en niet van overheid gedreven consumptie. De IMOC weerspiegelt: - energieprijzen - onderhoud van gebouwen en openbare ruimte

Kadernota

21

-

materialen die de overheid inkoopt

De keuze voor CPI of IMOC hangt sterk af van wat wij als gemeente willen bereiken. Het IMOC sluit beter aan op de materiële kosten van de publieke sector. Het CPI sluit beter aan op besteding van consumenten, de heffingen van de gemeente en verschillende sectoren die aan het CPI gebonden zijn zoals ICT contracten en servicecontracten. Om zo min mogelijk afwijkingen en onduidelijkheid te creëren en zoveel mogelijk uniformiteit is er gekozen voor het CPI. Naast uniformiteit is het CPI herkenbaar voor onze inwoner en wijkt dusdanig weinig af van het IMOC dat dit afwijkingen in de begroting veroorzaakt. Doordat de samenwerkingspartners van de gemeente ook vooral gebruik maken van het CPI is dit nog steeds de juiste keuze. Investeringen en groot onderhoud Voor investeringen en groot onderhoud geld dat wij de budgetten bijstellen op basis van werkelijke prijzen. Voor groot onderhoud geldt dat wij om de vier of vijf jaar de beheerplannen actualiseren en daarin ook de actuele prijzen meenemen. Voor investeringskredieten wordt er gezorgd dat er in de investeringsplanning zoveel mogelijk met de juiste prijzen wordt gerekend en de vaststelling van kredieten zo dicht mogelijk op de start van uitvoering zitten. Zo wordt er met actuele prijzen rekening gehouden. 3.1.7.3

Conclusie Vanuit de evaluatie is gebleken dat onze huidige manier van indexeren zo goed mogelijk aansluit op de uitgavenontwikkelingen waar de gemeente Vijfheerenlanden mee te maken heeft. Er zijn geen aanpassingen gedaan op de manier van indexeren.

3.2

Ontwikkelingen Gemeentefonds Voor het opstellen van de kadernota 2027 wordt voor de financiële middelen uitgegaan van de meicirculaire 2026. De uitkomsten worden via een separate raadsinformatiebrief voor behandeling van de kadernota gedeeld, omdat het door de verschijningsdatum van de meicirculaire niet mogelijk is om deze integraal te verwerken. Voor de

Kadernota

22

begroting zelf is het uitgangspunt de septembercirculaire 2026, welke via een separaat raadsvoorstel met begrotingswijziging bij de behandeling van de begroting wordt betrokken. Vooruitlopend op de verschijning van de meicirculaire zijn in de Voorjaarsnota al wel enkele ontwikkelingen gedeeld die effect hebben op de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. 3.2.1

Voorjaarsnota 2026 In de Voorjaarsnota 2026 zijn enkele ontwikkelingen opgenomen die effect hebben op de hoogte van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Het betreft een beperkt aantal relatief kleinere ontwikkelingen, maar specifiek de rijksombuiging “Huishoudelijke hulp met Wmo met vangnet” is wel omvangrijk. Mensen die dat kunnen, gaan zelf betalen voor hun huishoudelijke hulp. Huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) wordt daarom geschrapt met ingang van 1 januari 2029. Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien, waarbij geldt dat de beoogde besparing van 1 miljard euro taakstellend is. (bron: Voorjaarsnota 2026, doorwerking van keuzes naar het Gemeentefonds)

De taakstellende besparing van € 1 miljard op huishoudelijke hulp vertaalt zich naar Vijfheerenlanden als een lagere uitkering uit het Gemeentefonds van € 3 miljoen. Onze uitgaven moeten dus met eenzelfde bedrag verlaagd worden op dit specifieke onderwerp om de maatregel neutraal te kunnen toepassen. Op basis van de nadere definitieve uitwerking door het rijk van de voorgenomen besparing en de exacte doorwerking naar de begroting van Vijfheerenlanden wordt in beeld gebracht wat het effect gaat zijn. In de navolgende tabel zijn alle voorlopige mutaties in de Voorjaarsnota in beeld gebracht. Dit betreft de landelijke effecten, in miljoenen euro’s. De vertaling naar Vijfheerenlanden volgt via de meicirculaire.

Kadernota

23

3.2.2

Scenario’s ontwikkeling algemene uitkering De komende jaren vinden grote investeringen plaats met betrekking tot de realisatie van woningen. We hebben een opgave om in de periode 2025 t/m 2030 zo’n 2200 woningen te bouwen. Met de realisatie van nieuwe woonwijken en extra woningen, nemen de kosten toe. Zowel in het fysieke domein zoals onderhoud van areaal, maar ook in het sociale domein zoals onderwijs, jeugdhulp, gezondheid en inkomensvoorzieningen. Hier staat ook een groei tegenover van onze belangrijkste inkomstenbron, de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Ook de opbrengsten uit de onroerendzaakbelasting nemen toe. De komende jaren worden via diverse grote en kleinere plannen gemiddeld 400 woningen per jaar gerealiseerd. Daarnaast investeren we met de investeringsagenda in voorwaardenscheppende en kwaliteitsverhogende investeringen. Voor de kwaliteitsverhogende investeringen wordt daarbij dekking gezocht in de groei van de algemene uitkering. De bouw van woningen leidt tot een groei van zowel kosten als opbrengsten. Een voortzetting van de huidige werkwijze ten aanzien van de netto groei van het inkomstenniveau is logisch en verantwoord, gelet op de fase waarin de plannen zich bevinden. Als stelregel kan hierbij worden gebruikt dat een nieuwe woning per saldo € 1.200 aan netto-opbrengsten betekent.

Kadernota

24

Door uit te gaan van de realisatie van 400 woningen per jaar, kunnen we jaarlijks cumulatief een groei van € 480.000 structureel opnemen in het financieel meerjarenbeeld. Jaar 2026 2027 2028 2029 2030

Groei AU GF 0,48 mln 0,96 mln 1,44 mln 1,92 mln 2,4 mln

De groei van de Algemene uitkering Gemeentefonds (AU GF) loopt tot 2030, waarbij de opbrengsten van 2000 nieuwbouwwoningen zijn verwerkt. Er volgen op basis van deze prognose nog minimaal 1000 nieuwbouwwoningen na 2030, met een uiteindelijk geschat financieel voordelig effect van € 1,2 miljoen structureel. Deels moet deze extra opbrengst worden ingezet ter dekking van de jaarlijkse lasten van de zogenaamde kwaliteitsverhogende investeringen. Hierbij moet wel beseft worden dat deze groei voor een belang deel afhankelijk is van het oplossen van een aantal landelijke vraagstukken, meer in het bijzonder het stikstofvraagstuk en de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk. Dit betreft belemmeringen waar de tot en met 2025 opgeleverde bouwprojecten in de praktijk niet mee te maken hadden.

3.3

De gemeentelijke organisatie

3.3.1

Inleiding Op 1 september 2025 is gestart met de nieuwe inrichting van de organisatie. Dit is een van de ontwikkelingen binnen het organisatieontwikkelprogramma ‘samen verder bouwen’. De belangrijkste doelstellingen hiervan zijn om de kwaliteit van onze dienstverlening op het beoogde niveau te brengen en te houden, zodat we adequaat blijven inspelen op ‘de wereld’ van ons vraagt. En anderzijds het versterken van de realisatiegraad van de maatschappelijke opgaven waarvoor we als organisatie aan de lat staan.

Kadernota

25

De invoering van het nieuwe organisatiemodel is begeleid door bijeenkomsten voor leidinggevenden, het faciliteren in middelen (overdrachtsprocedure, 100 dagen proces, teamplan) en een Management Ontwikkel Programma om leidinggevenden zo goed mogelijk te helpen om van hun nieuwe functie een succes te maken. Ook wordt de ontwikkeling van de teams opgepakt. Daarbij worden de teams ondersteund in de gewenste mate van professionalisering, samenwerking en leiderschap. Ook hier is het doel om de kwaliteit en de effectiviteit te vergroten. Hierbij werken we expliciet vanuit de waarden “ruimte”, “vooruit” en “dichtbij”. Met deze waarden willen wij in ons beleid en in ons dagelijks handelen het verschil maken naar inwoners, ondernemers en elkaar. Met de doorontwikkeling van de gemeentelijke organisatie heeft Vijfheerenlanden gekozen voor meer sturing. Het zelforganiserende vermogen van onze medewerkers (het persoonlijk leiderschap om binnen kaders eigen professionele ruimte in te nemen) is behouden en wordt gestimuleerd. Tegelijkertijd wordt de sturing door het management op de strategische koers, opgaven, kaders, voortgang en de ontwikkeling van de teams en medewerkers versterkt. Onze medewerkers krijgen dus professionele ruimte, maar wel met eenduidige kaders; een duidelijke koers, met meer sturing, binnen kaders en met randvoorwaarden.

Leidinggevenden hebben ook als expliciete taak om de integrale samenwerking tussen de teams te bewaken en stimuleren. Dit moet leiden tot het versterken van het ambtelijk/bestuurlijke samenspel, waarbij rolduidelijkheid en rolzuiverheid explicieter ingevuld zijn. Dit alles zal naar verwachting ook gaan leiden tot heldere prioritering en het maken van keuzes in wat er wel kan en wat niet. En daarmee tot verlaging van de werkdruk die door onze medewerkers nu nog te vaak ervaren wordt. 3.3.2

Financieel kader “samen verder bouwen” “Samen verder bouwen” voeren we uit binnen een budgettair neutraal kader. Structureel zullen de organisatiekosten dus niet stijgen. De extra kosten die verbonden zijn aan de versterking van het management van 20 fte naar 28,5 fte bedragen structureel circa € 1,16 miljoen per jaar. Een bedrag van structureel € 0,77 miljoen hiervan is al gedekt. Er resteert dus nog een in te vullen taakstelling van € 0,39 miljoen. Deze moet uiterlijk eind 2026 zijn ingevuld met concrete maatregelen.

Kadernota

26

3.3.3

Overige financiële opgave met betrekking tot organisatiekosten Er zijn echter ook nog andere financiële opgaven die in 2026 en/of 2027 binnen de budgetten van de ambtelijke organisatie moeten worden gedekt. Dit betreft de volgende opgaven:

3.3.3.1

Efficiencytaakstelling: € 0,25 miljoen in 2026 en € 0,50 miljoen vanaf 2027 De combinatie van “samen verder bouwen” en investeringen in ICT geven nieuwe mogelijkheden tot verbetering van kwaliteit, werkdruk en efficiency. Zo kan de inzet van kunstmatige intelligentie (AI) en datagedreven werken bijdragen aan het verlagen van operationele kosten. Op basis van de eerste ervaringen met datagedreven werken en de pilot AI werken we aan een structurele aanpak om de efficiency van werkprocessen te verbeteren. Eerste indicaties laten zien dat met inzet van AI doorlooptijden verkort kunnen worden en grote hoeveelheden data sneller kwalitatief verwerkt worden. Realisatie van deze ombuigingstaakstelling is realistisch.

3.3.3.2

Taakgerichte ombuigingen: € 0,74 miljoen vanaf 2026 Naast de efficiencytaakstelling zijn er ook diverse taakgerichte ombuigingen op de uitvoering van gemeentelijke taken door de raad vastgesteld. Waar sprake is van vermindering van taken die een effect hebben op capaciteit en inzet medewerkers, leidt dit tot een vermindering van de bijbehorende organisatiekosten bij ons of bij onze uitvoeringspartners. Dit betreft onder meer duurzaamheid, burgerzaken, uitvoeringskosten Avres, jongerenwerk, milieubeheer en recreatie. In totaal betreft dit een structureel bedrag van € 0,74 miljoen, waarvan € 0,20 miljoen bij Avres. Realisatie van de ombuigingstaakstellingen is realistisch.

3.3.3.3

Exploitatiekosten nieuw Gemeentehuis: € 0,33 miljoen vanaf 2027 In 2027 zal de gemeentelijke organisatie het vernieuwde gemeentehuis te Leerdam betrekken. Het door de raad vastgestelde exploitatiekader is kaderstellend voor de toekomstige exploitatiekosten. In 2026 wordt een exploitatiebeheerplan voor het nieuwe gemeentehuis opgesteld. Omdat de kapitaallasten vanzelfsprekend sterk zullen stijgen, worden de ambtelijke beheerkosten (facilitaire zaken) sterk verlaagd. Dit is ook logisch, omdat één gemeentehuis minder beheercapaciteit vraagt. Een deel van de lagere beheerkosten wordt echter ook ingevuld met technische vernieuwingen en aanpassing van werkprocessen. Dit betreft een

Kadernota

27

structureel bedrag van € 0,33 miljoen. Realisatie van deze opgave is realistisch. 3.3.3.4

Projectleiding ICT: € 0,48 miljoen in 2026 en 2027 De gemeente Vijfheerenlanden beschikt niet over eigen ICT projectleiding. Bij implementatie van software wordt gebruik gemaakt van inhuurmedewerkers, aangestuurd en betaald vanuit budgetten van de verschillende vakteams. In de praktijk blijkt het lastig om goede projectleiders in te huren en aan te sturen, waardoor de kwaliteit van de implementatie niet altijd naar tevredenheid is. Daarom is ervoor gekozen om vanaf 2026 de inhuur en aansturing van projectleiders onder coördinatie en aansturing van ICT te laten vallen. Met deze veranderingen verwachten we een kwaliteitsslag te maken in het gebruik van software. De kosten hiervan bedragen € 0,48 miljoen in 2026 en 2027. Met het centraliseren wordt ook het benodigde budget vanuit de vakteams overgedragen naar ICT. Deze bedragen zijn veelal incidenteel waardoor het realiseren van deze dekking een uitdaging is. In 2027 volgt een evaluatie van deze nieuwe werkwijze. De verschuiving van de benodigde budget vanuit de vakteams naar ICT is kostenneutraal.

3.4

Samenvattend De jaren 2026 en 2027 staan in het teken van aanzienlijke inspanningen in het kader van de doorontwikkeling van de gemeentelijke organisatie. Dit binnen een strak financieel kader. De financiële opgave op bedrijfsvoeringbudgetten bedraagt € 1,66 miljoen in 2026 en € 2,24 miljoen in 2027 waarvan € 1,76 miljoen structureel. De realisatie hiervan is reëel, maar vraagt wel aanzienlijke inspanningen.

Kadernota

28

4. Investeringsagenda “Het goede leven” 4.1

Algemeen

4.1.1

Inleiding Zoals met de gemeenteraad overeengekomen benutten we het hoofdstuk Investeringsagenda in de kadernota om de actuele stand van zaken en de plannen voor het eerstvolgende jaar inzichtelijk te maken. Het hoofdstuk bevat een overzicht van de eerste vervolgstappen in de uitwerking daarvan (zowel financieel als inhoudelijk). Verder worden de eerste projecten die kunnen worden opgenomen in de investeringsagenda op hoofdlijnen benoemd. In de begroting 2027 worden de eerste investeringen concreet benoemd.

4.1.2

Start project Investeringsagenda Sinds het raadsbesluit van februari 2026, waarin de Notitie Kaderstelling is vastgesteld, is gestart met het implementeren van deze nieuwe werkwijze. De kaders van de gemeenteraad zijn, volgens de in het plan van aanpak benoemde bouwstenen, nader geoperationaliseerd. Zo zijn de doelen en het afwegingskader geconcretiseerd, zijn projectformats en werkprocessen uitgewerkt, en is gestart met het opbouwen van een dataset voor de bepaling van de kwaliteit van het goede leven. Naast die procesmatige vereisten zijn we ook de inhoud van lopende en nieuwe initiatieven ingedoken. Voorwaardenscheppende investeringen hebben daarbij prioriteit; kwaliteitsverhogende investeringen zijn volgtijdelijk. Met betrekking tot de lopende investeringen, plannen en initiatieven is volstaan met een eerste doorkijk van evidente projecten die in aanmerking komen voor de investeringsagenda. 2026 staat in het teken van het verder op gang krijgen van de beoogde werkwijze met de investeringstafel. Binnen de gestelde kaders is ook ruimte vrijgemaakt om deze projectorganisatie te bekostigen. Deze werkwijze wordt gedeeltelijk bekostigd uit lopende projectbudgetten en leges. Dan zal ook, op basis van de uitgewerkte instrumenten, een volledige toetsing kunnen plaatsvinden van geïnventariseerde projecten voor de komende jaren. Aan het einde van deze paragraaf

Kadernota

29

(subparagrafen ‘rolverdeling raad en college’ en ‘doorontwikkeling en uitvoering’) is een beschrijving opgenomen van de nog verrichten werkzaamheden om de werkwijze op gang te brengen.

4.1.3

Investeringen op grond van de Investeringsagenda De financiële basis voor ‘het goede leven’ in Vijfheerenlanden ligt in de investeringsagenda. Binnen deze agenda is ruimte voor voorwaardenscheppende en kwaliteitsverhogende investeringen.

4.1.4

Financiële ruimte en dekking Voor de voorwaardenscheppende investeringen is in de begroting 2026 € 88 miljoen aan investeringsruimte gereserveerd. Deze financiële ruimte is als volgt opgebouwd in tijd: €

2027

Cumulatieve Investeringsruimte Beschikbare ruimte afschrijvingslasten1

17,6 mln

2028

2029

2030

2031

2032

35,2 mln

52,8 mln

70,4 mln

88 mln

0,44 mln

0,88 mln

1,32 mln

1,76 mln

2,2 mln

Naast de eigen financiële ruimte is het van belang de financieringsstromen rond de voorwaardenscheppende investeringen in beeld te brengen en te bewaken. Het gaat dan om financiële ruimte binnen woningbouw- of bedrijventerreinenprojecten, rijkssubsidiestromen zoals de Woningbouwimpuls, Volkshuisvestingsfonds, Realisatiestimulans en het instrumentarium van kostenverhaal. De gemeente Vijfheerenlanden heeft voor kostenverhaal van bovenwijkse voorzieningen momenteel de beleidslijn van een minnelijke regeling. In het kader van de voorwaardenscheppende investeringen onderzoeken we het juridisch sluitend en afdwingbaar inrichten van kostenverhaal volgens de

Kadernota

30

Omgevingswet en een nota Bovenwijkse Voorzieningen. Hier zal in 2026 verder op ingezet worden. Dit financiële kader dient dan mede als noodzakelijke cofinanciering voor voorwaardenscheppende investeringen. 4.1.5

Projecten Bij analyse van de tot op heden gehanteerde investeringsoverzichten hebben we geconstateerd dat een deel van de voorwaardenscheppende investeringen via de reguliere programmabudgetten dan wel binnen de bestaande exploitatieopzet kunnen worden ingevuld. Tegelijkertijd zien we dat met name op het gebied van infrastructuur en (onderwijs- en maatschappelijke) voorzieningen voor nieuwe gebiedsontwikkelingen (inclusief Hoef en Haag, waar een inhaalslag moet worden gemaakt) substantiële voorwaardenscheppende investeringen nodig zijn. Deze zijn op dit moment nog onvoldoende uitgekristalliseerd, zowel op het punt van kosten als op het punt van (co)financiering, om nu al tot concrete toekenning van middelen vanuit de Investeringsagenda te komen. Juist omdat het verkrijgen van cofinanciering een zo belangrijk aandachtspunt is binnen deze nieuwe aanpak, en een aantal projecten bovendien nog onvoldoende concreet is, vinden we het niet gepast om de financiële doorkijk nu reeds in te vullen met investeringsvoorstellen. In volgende updates hopen we niet alleen op inhoud, maar ook in financiële zin het plaatje verder te kunnen verfijnen. Het verder concretiseren van projecten is vooral afhankelijk van de inhoudelijke voortgang. De inhoudelijke voortgang is tegelijk ook afhankelijk van een realistisch perspectief, dat financiering t.z.t. haalbaar is.

Met het raadsbesluit over de investeringsagenda is dat perspectief geboden; Doordat nu financieringsruimte beschikbaar is zijn we ook een serieuze gesprekspartner om voorwaardenscheppend projecten mogelijk te maken. Dit kan eraan bijdragen dat projecten sneller worden gerealiseerd. Later in deze paragraaf is een indicatief overzicht is een samenvoeging van de diverse groslijsten en inventarisaties die de afgelopen jaren met de raad zijn besproken, in de aanloop naar het instellen van de Investeringsagenda. We starten vanuit het actuele beeld, met een nadruk op de vanaf 2027 te starten voorwaardenscheppende investeringen. Per jaar wordt de lijst verder geactualiseerd en vanaf 2027 worden concrete investeringen per jaar opgenomen. De hier opgenomen lijst is daarom indicatief en geeft een eerste beeld van de investeringsruimte die nodig is om de groei van Vijfheerenlanden te

Kadernota

31

faciliteren. Zodra het instrumentarium verder is uitgewerkt, de informatiestromen zijn georganiseerd zal via de investeringstafel een nadere afweging en toetsing plaats vinden van de in de groslijst opgenomen voorstellen.

4.2

Kwaliteitsverhogende investeringen

4.2.1

Bestedingsruimte De geplande woningbouwproductie vult tot 2033 een fonds met in totaal 60 miljoen voor investeringen in het goede leven. Hiermee maakt Vijfheerenlanden werk van kwaliteit in haar leefomgeving. VHL bouwt leefbare, goed ontsloten wijken met een goed voorzieningenniveau. Ook voor de minder draagkrachtige inwoners van onze gemeente realiseren we passende woonruimte. Het goede Leven in Vijfheerenlanden vraagt echter ook om investeringen in bestaande wijken en buurten. Daar is dit deel van de investeringsagenda voor bedoeld. Hoe bepaald wordt welke investeringen in aanmerking komen wordt hieronder nader uitgewerkt.

4.2.2

Projectenlijst Met betrekking tot lopende investeringen, plannen en initiatieven is volstaan met een eerste doorkijk van de woningbouwprognose per kern en de toedeling van investeringsruimte voor voorwaardenscheppende investeringen. Daarnaast is gekeken naar projecten die in aanmerking komen voor de investeringsagenda. In deze kadernota hebben we het u bekende pijplijnoverzicht vervangen door een nadere en informatievere concretisering van de projecten. Bij de begroting zullen we bezien hoe het pijplijnoverzicht terugkomt. 2026 staat in het teken van het verder op gang krijgen van de beoogde werkwijze met de investeringstafel. Dan zal ook, op basis van de uitgewerkte instrumenten, een volledige toetsing kunnen plaatsvinden van geïnventariseerde projecten. Vanaf 2027 worden concrete projecten gekoppeld aan het investeringsprogramma. Binnen het kader van het begrotingsjaar 2027

Kadernota

32

betreft het vooralsnog een indicatieve lijst die beeld geeft bij wat de komende jaren aan projecten in beeld zal komen.

Woningbouwprojecten per kern* Leerdam – Broekgraaf - Eiland 1 Habion - Klimop - Molukse wijk - Leerdam West - Broekgraaf Noord Vianen – Kwartelstraat - Hazelaarplein Monnikendreef - Burg Hoeufftlaan Beukenlaan/vdValk - Dekkerhagen - Jan Blankenweg - Lijnbaan ASR - Hagenweg - Aime Bonnastraat Meerkerk – Weide II - Burggraaf - Gemeentehuis - Weide III Hoef en Haag/Hagestein – De Erven - Het Lint De eng - Vogelenzangweg - Lekdijk (vdLee) Vosstraat eo Ameide – Liessticht - Prinsengracht Jw v Puttestraat Lexmond – Burgemeester Potstraat - Killesteijn Lexmond West - Lexmond Oost Schoonrewoerd – Kerkweg Leerbroek – Scheplocatie - Schoolstraat Slagboomlocatie II Nieuwland – Naast Nijeland Hei- en boeicop – Van Zuilenstraat Sportcomplex Zijderveld – Schoolstraat - Achter Krooshof Kedichem – Zwaansweg Everdingen – Graaf Huibertlaan - Het lijne Pad - Lekdijk Totaal prognose

2026-2029

20302034

20352039

413

611

100

300

648

211

249

280

50

177

115

0

90

0

0

52

400

50

45

5

0

32

50

0

22

0

0

43

16

0

27

35

0

18

0

0

38

10

0

1.506

2.170

411

*In de kern Tienhoven aan de Lek zijn op dit moment geen (grotere) woningbouwinitiatieven bekend die op projectbasis worden uitgevoerd.

In onderstaand overzicht is vervolgens de beschikbare investeringsruimte gekoppeld aan het woningbouwprogramma per kern. Dit is toegerekend op basis van een verdeelsleutel per woning, met uitzondering daar waar al concrete projecten benoemd zijn die deze verdeelsleutel overstijgen. In dat geval is het bedrag aangepast naar de indicatieve projectbedragen.

Kadernota

33

Kadernota

34

In onze bouwprojecten komt de betaalbaarheid onder druk door de noodzakelijke randvoorwaardelijke investeringen. Elke randvoorwaardelijke investering draagt daarmee bij aan de betaalbaarheid van de woningen. We hebben in bovenstaand overzicht, vanuit de door uw raad vastgestelde techniek, alleen de gemeenschapshuizen in Schoonrewoerd en Hoef en Haag als voorwaardenscheppend aangemerkt. De overige

Kadernota

35

gemeenschapshuizen betreffen bestaande voorzieningen die dus niet in de Investeringsagenda terugkomen.

4.3

Rolverdeling raad - college

4.3.1

Achtergrond Raad en college staan samen voor de uitdaging om voortvarend uitvoering te geven aan de ambities op het gebied van woningbouw in het bijzonder en gebiedsontwikkeling in het algemeen. Dat bijdragen vanuit het investeringsprogramma om een zorgvuldige afweging vragen is hierboven gebleken. Daarom heeft de raad deze wegingscriteria al in deze paragraaf opgenomen vanaf de begroting voor 2025. Dit in aanvulling op de (ruimtelijke) kaders voor de doorontwikkeling van onze steden en dorpen die de raad in gebiedsen dorpswoonvisies heeft vastgesteld en in aanvullende besluiten op planologisch of projectniveau vast zal stellen.

4.3.2

Doel De ambitie is om de investeringsagenda te laten werken als een permanente en levend instrument om bouwen mogelijk te maken en te investeren in kwaliteit van leven. In zo’n werkwijze is sprake van een voortdurend doorlopend vooruitzicht in projecten’ van projecten waardoor het vliegwiel van bouwen steeds weer nieuwe investeringen mogelijk blijft maken. Het gaat dus niet om een statisch gegeven maar om een werkwijze die op vaste momenten om besluiten vraagt van het college en de gemeenteraad om de juiste investeringen te doen. Dit vraagt een werkwijze waarin alle partijen de juiste rol nemen en in een vastomlijnde verdeling van rollen, taken en verantwoordelijkheden bijdragen aan het goed functioneren van deze investeringsagenda.

4.4

Doorontwikkeling en uitvoering Onderweg naar de uitvoering van deze agenda is op een aantal onderdelen nog een nadere uitwerking nodig. Deze onderdelen zijn opgenomen in het parallel aan de vaststelling van de kaderstellende notitie ‘het goede leven’ door het college vastgestelde plan van aanpak Investeringsagenda. Hierin zijn de volgende elementen benoemd:

Kadernota

36

4.4.1

Organisatie De investeringsagenda is een nieuwe werkwijze waarvoor een projectorganisatie ingericht wordt, geleid door een opgavemanager. Daarnaast moet een brede investeringstafel worden samengesteld waarin relevante domeinen continu meedenken en bijdragen en moeten rollen, taken en verantwoordelijkheden uitgelijnd worden moet de werkwijze een organisatorische inbedding krijgen.

4.4.2

Uitwerking instrumenten en kaders De in de kaderstellende notitie opgenomen hoofddoelen, afwegingskaders worden uitgewerkt in toetsbare normen en in een uniform projectformat uit voor beide typen investeringen. Daarnaast is de ontwikkeling van een scoremodel en een integrale indicatorenset kwaliteit van leven nodig met feitelijke data voor de gemeente Vijfheerenlanden. Hierbij zal het streefbeeld in kaart worden gebracht voor de beide type investeringen aan de hand van de kaders uit de notitie kaderstelling en de ruimte voor verbetering ten opzichte van de feitelijke situatie. Ten behoeve van het reserveren van de ruimte voor kwaliteitsverhogende investeringen is een vastgestelde berekeningswijze nodig. Deze berekeningswijze is inmiddels bepaald. Deze is gebaseerd op de woningbouwgroei tot 2035 en de daarmee gepaard gaande inwonersgroei en inkomstengroei. In deze kadernota is de benodigde financiële ruimte voor de komende jaren geactualiseerd en opgenomen.

4.4.3

Inventarisatie en analyse Om tot een volledige en gevalideerde groslijst te komen waarvan de projecten zijn getoetst op de toegangscriteria zijn gemeentebrede botsproeven per deelgebied nodig om uit om alle lopende initiatieven, projecten en investeringsbehoeften een beeld te vormen welke in aanmerking komen voor opname in de investeringsagenda. De prioriteit is vooralsnog gelegd op het ontwikkelen en uitwerken van de instrumenten en kaders, de inrichting van de organisatie en zijn nog geen gemeentebrede botsproeven uitgevoerd. Nadat dit is uitgevoerd zullen de ontwikkelde toetskaders en knockoutcriteria toegepast worden op de groslijst aan de hand van de beschikbare financiële ruimte. Dit betekent dat we de komende periode een investeringsportfolio opbouwen voor de beide typen investeringen. In 2027 dit ter besluitvorming in de kadernota en begroting worden voorgelegd.

Kadernota

37

4.4.4

Samenwerking De woningbouwagenda en verdere ontwikkeling van Vijfheerenlanden is onlosmakelijk verbonden met de ontwikkeling van onze provincie en, meer direct, onze regio. Gezamenlijke inzet op woningbouw en vanuit breder perspectief op ‘gezond leven in een stedelijke regio’ (Integraal Regionaal Perspectief IRP U-10) vraagt in de toekomst om meer focus en structuur dan tot op heden is voorzien. Om die reden wordt regionaal ingezet op gebiedsallianties en ontwikkelt Vijfheerenlanden een agenda op samenwerking en lobby. Zo bouwt Vijfheerenlanden aan gestructureerde en gezamenlijke inzet op de doorontwikkeling van onze provincie, regio en gemeente.

4.4.5

Cofinanciering Deze investeringsagenda voorziet in de noodzakelijke investeringsruimte om onze groei te faciliteren. Vijfheerenlanden wil deze ruimte inzetten als cofinanciering. Om die reden ontwikkelt Vijfheerenlanden een gestructureerde inzet op verwerving van subsidies. Een brede inventarisatie van onze opgaven zal leiden tot gericht zoeken van medekostendragers. In volgende edities van deze agenda zal daarom het overzicht van te plannen investeringen worden uitgebreid met een overzicht van kostendragers en (te verwerven) subsidies.

4.4.6

Spreiding De groei van Vijfheerenlanden die vanuit deze agenda wordt geïnitieerd resulteert in een groei van ons inwoneraantal tot 70.000 inwoners. Na verwerking van de genoemde extra opgave tot 75.000 inwoners. Deze groei maakt voorwaarden scheppende investeringen noodzakelijk en vraagt ook om ‘het goede leven’ te behouden. Tegelijk zal gezocht moeten worden naar een evenredige verdeling van investeringen. Niet alles kan en niet alles kan tegelijk. Vanuit de in deze agenda opgenomen afwegingscriteria zal naar de begroting toe en in een volgende editie een verdere uitwerking worden opgenomen. Deze uitwerking moet het mogelijk maken tot een uitlegbare verdeling van investeringen te komen. Daarnaast zal aandacht worden gegeven aan een verdere uitwerking van participatie en aan het samenspel tussen college en raad in deze.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=7097c2f7-3080-44eb-959e-72cee97e9836