CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2023-2026.docx

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 7 juli 2022, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Kadernota 2023-20264.917 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota 2023-2026

Inhoud Inleiding ...................................................................................................2 Financieel meerjarenbeeld...........................................................................4 Financieel perspectief............................................................................4 Financiële positie ..................................................................................8 Kaders....................................................................................................11 Kaders voor de begroting.....................................................................11 Kaders voor de financiële positie...........................................................12 Bijlage 1. Financiële vertaling van het coalitieakkoord ...................................13 Bijlage 2. Bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen ...............................15

1

Inleiding Voor u ligt de Kadernota 2023. De eerste Kadernota van het nieuwe college, na de gemeenteraadsverkiezingen van 16 maart 2022. Met de verkiezingen zo kort achter ons, en een college dat net is geïnstalleerd, is dit een Kadernota met een bijzonder karakter. Het bereikte coalitieakkoord wordt op 8 juni 2022 met uw raad besproken. U heeft daarbij de gelegenheid op het akkoord te reageren en uw gedachten en ideeën in te brengen. Daarmee is ook het uitgangspunt voor deze Kadernota duidelijk; het is een kadernota met beperkte inhoudelijke onderwerpen. Het schetst het vertrekpunt voor de financiële borging van het coalitieakkoord, maar geeft hier nog geen invulling aan. Dat volgt in de begroting 2023-2026, op basis van het coalitieakkoord. Deze Kadernota laat een aantal positieve ontwikkelingen zien ten aanzien van de bijdragen die wij krijgen van het Rijk. Die bijdragen zijn gekoppeld aan de rijksuitgaven, mede op basis van het regeerakkoord. En daar zit hem ook de crux in deze kadernota. Voor de jaren 2023-2025 hebben we begin april een prognose ontvangen van deze inkomsten, hoewel deze via de Voorjaarsnota van het Rijk nog moeten worden bekrachtigd. Vanaf 2026 zijn een aantal van deze ontwikkelingen komen te vervallen, omdat het regeerakkoord van dit kabinet slechts wordt doorgerekend tot en met 2025.

Een aantal keuzes die dit kabinet heeft gemaakt, komen dan op papier weer te vervallen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de opschorting van de opschalingskorting. De opschalingskorting is een efficiencymaatregel, gekoppeld aan het streven van een voormalig kabinet dat gemeenten moeten worden opgeschaald naar een minimaal inwonertal van 100.000 inwoners. Dit streven is al lang losgelaten, maar de efficiencymaatregel wordt niet losgelaten. Niet definitief althans. De maatregel is de afgelopen vier jaar bevroren. Daarmee wordt de maatregel echter niet afgeschaft, alleen de toepassing wordt uitgesteld. Dit betekent bijvoorbeeld dat vanaf 2026 een nadeel van € 2 miljoen boven de markt hangt. De hiervoor beschreven onzekerheid doet zich ook gelden voor de overige beleidsvoornemens in het huidige regeerakkoord. Het kabinet rekent deze niet door, omdat “zij niet over haar eigen graf heen wil regeren”. Als gevolg hiervan ontstaat een forse duikeling in de algemene uitkering in 2026, door de VNG al als “ravijnjaar” betiteld. In combinatie met de hiervoor genoemde opschalingskorting komt de daling daarmee neer op ruim € 5 miljoen in 2026. Een onzekerheid waarover nu wel duidelijkheid is verkregen, betreft de herijking van het Gemeentefonds. In de begroting 2022 stond dit nog in de risicoparagraaf opgenomen vanwege de onzekerheid hierover.

Het nadelig effect was daarin becijferd op een jaarlijks bedrag van € 0,9 miljoen, in vier jaar tijd oplopend naar een totaal van € 3,6 miljoen nadelig. Inmiddels heeft het kabinet besloten om de herijking met ingang van 2023 door te voeren. Het nadelig effect is voor het eerste jaar echter gehalveerd, en de invoeringsperiode is teruggebracht naar drie jaar. Daarmee ontstaat voor Vijfheerenlanden nog immer een nadeel, maar wel een lager nadeel. De VNG en het Rijk gaan de komende tijd met elkaar om tafel om te onderzoeken wat de effecten van de toepassing van de herijking zijn en of er verdere aanpassingen aan dit besluit genomen moeten worden.

2

De voorliggende Kadernota laat aanvankelijk een meerjarig financieel beeld zien waarbij tekorten en overschotten elkaar afwisselen. Een voorzichtige inschatting van nog te verwachten extra bijdragen laat een genuanceerder beeld zien. Een beeld waarbij de eerste drie jaar een sluitend perspectief laten zien, waarmee een verdere invulling gegeven kan worden aan het ingezette herstel van onze financiële positie. Het jaar 2026 laat vooralsnog wel een tekort zien, veroorzaakt door de terugval van ruim € 5 miljoen aan rijksbijdrage vanuit de algemene uitkering. De komende tijd wordt via de mei- en septembercirculaires van het gemeentefonds meer duidelijk over nog te ontvangen rijksbijdragen. Bovendien gaan Rijk en VNG met elkaar in gesprek over de gevolgen die voortkomen uit het regeerakkoord en de mate waarin dit navolging moet gaan krijgen. Omdat de oorzaken van het tekort in 2026 van een dermate bijzondere, specifieke aard zijn, achten wij het nu niet opportuun om hierop nu al te anticiperen en ombuigingen in gang te zetten. De voorziene resultaten voor de jaren 2023-2025 stellen ons daar ook toe in staat. We verwachten dat Rijk en VNG ook tijdig overeenstemming bereiken over de dossiers die ten grondslag liggen aan de voorlopige daling van de rijksbijdragen in 2026.

Het is nu bovendien nog onduidelijk welke positie de gemeentelijke toezichthouders, de provincies, innemen in dit vraagstuk. We rekenen er op, dat we hier voor de begroting 2023 meer duidelijkheid over krijgen. Ten aanzien van het toetsjaar 2023 is de verwachting dat het saldo in ieder geval positief is, dus daar voorzien we vanuit het toezichtsperspectief geen vraagstuk. We kunnen hierdoor echter niet achterover leunen, maar willen voorkomen dat we op enig moment geconfronteerd worden met uitkomsten waar we geen adeqaat antwoord op hebben. Daarom nemen we in de begroting 2023 uitgangspunten op, op basis waarvan we mogelijke toekomstige tegenvallers het hoofd kunnen bieden. Een “plan B” als het ware, zodat we actielijnen klaar hebben als het toch tot ombuigingen moet komen. Al met al ligt er een Kadernota voor waarop voortgebouwd kan worden naar een solide begroting en waarmee invulling gegeven kan gaan worden aan ambities van het nieuwe coalitieakkoord.

De secretaris,

De burgemeester,

N. (Nanette) van Ameijde-Poortman

S. (Sjors) Fröhlich

3

Financieel meerjarenbeeld Financieel perspectief Voortschrijdend beeld huidig perspectief De in november vastgestelde meerjarenbegroting 2022-2025 vormt de basis voor de Kadernota 2023. Jaarschijf 2022 vervalt en jaarschijf 2026, hoofdzakelijk gelijk aan 2025, wordt toegevoegd. Vanuit deze basis wordt met nieuwe inzichten een nieuw financieel uitgangspunt opgesteld. In onderstaande tabel zijn deze inzichten opgenomen. Onder de tabel worden ze toegelicht. X € 1.000

2023

2024

2025

2026

Saldo meerjarenbegroting 2022-2025

-94

523

990

990

Structurele effecten 2e bestuursrapportage 2021

-34

-34

-23

-23

Structurele effecten 1e bestuursrapportage 2022

-2.731

-2.732

-2.696

-2.696

Accres Gemeentefonds agv regeerakkoord

3.233

5.709

6.750

1.946

Herijking Algemene uitkering Gemeentefonds

-450

-1.350

-2.250

-2.250

Herijking Algemene uitkering, jaarschijf 2026

PM

Investeringsprogramma Vertrekpunt Kadernota 2023-2026

-76

-400

-800

-1.200

1.716

1.971

-3.233

(- = nadelig)

Saldo meerjarenbegroting 2022-2025 Het startpunt wordt bepaald door de vastgestelde meerjarenbegroting 2022-2025, waarbij jaarschijf 2026 is toegevoegd. Structurele effecten 2 e bestuursrapportage 2021 De 2e bestuursrapportage is in de raadsvergadering van 4 november 2021 behandeld en vastgesteld. De structurele effecten voortkomend uit deze bestuursrapportage zijn verwerkt in het financieel perspectief van de Kadernota. Voor een inhoudelijke toelichting wordt verwezen naar de rapportage. Structurele effecten 1 e bestuursrapportage 2022 De 1e bestuursrapportage 2022 wordt behandeld en vastgesteld in de raadsvergadering van 7 juli 2022. Vooruitlopend hierop is wel rekening gehouden met de voorlopige uitkomsten van deze rapportage en maakt deze onderdeel uit van de Kadernota. Voor een inhoudelijke toelichting wordt verwezen naar de rapportage.

4

Accres Gemeentefonds als gevolg van het regeerakkoord Zoals in de inleiding vermeld, heeft het kabinet via een zogenaamde maartbrief een vooruitzicht gegeven van de uitwerking van het regeerakkoord op het Gemeentefonds. Indien het Rijk meer uitgaven gaat doen op voor het Gemeentefonds relevante beleidsterreinen, stijgt de toevoeging aan het Gemeentefonds. Omgekeerd geldt ook, dat indien het Rijk bezuinigt op die beleidsterreinen, de toevoeging aan het Gemeentefonds daalt. Dit is de zogenaamde “samen de trap op, samen de trap af”-systematiek. Voor de komende jaren voorziet het kabinet een stijging van de rijksuitgaven, met een doorwerking naar de omvang van het Gemeentefonds. Als gevolg daarvan stijgt ook de algemene uitkering die wij ontvangen voor de jaren 2023-2025. Voor het jaar 2026 maakt het kabinet een pas op de plaats met de doorrekening. Dat jaar valt buiten de periode van het regeerakkoord en is niet meegenomen in de maartbrief. Als gevolg hiervan ontstaat in 2026 vooralsnog een terugval in de algemene uitkering. In komende gemeentefondscirculaires wordt nog teruggekomen op de verdere invulling hiervan. In het regeerakkoord is ook besloten om de opschalingskorting voorlopig op te schorten. Door de opschorting ontstaat voor de jaren 2023-2025 een tijdelijk voordeel, maar vanaf 2026 neemt het Rijk de korting volledig op.

Dit zorgt in 2026 eveneens voor een fors nadeel in het accres van het Gemeentefonds. Herijking Algemene uitkering Gemeentefonds De afgelopen jaren heeft de lopende herijking van het Gemeentefonds de discussie over de financiële verhouding tussen Rijk en gemeenten gedomineerd. Een herijking is een periodiek terugkerende onderhoudsronde van de verdeelsystematiek van het Gemeentefonds. Een herijking heeft als doel om een actuele set van verdeelmaatstaven op te stellen, die recht doet aan de ontwikkelingen waar gemeenten mee van doen hebben. Met deze verdeelmaatstaven wordt niet de omvang van het Gemeentefonds aangepast, maar de manier waarop het Gemeentefonds wordt verdeeld over de gemeenten. Hierdoor ontstaan per definitie voor- en nadeelgemeenten. Vijfheerenlanden is een nadeelgemeente. Ondanks negatieve adviezen (van de VNG en het ROB) heeft het kabinet besloten om de voorgenomen herijking toch per 1 januari 2023 doorgang te laten vinden. Een tegemoetkoming die hierbij wordt gedaan, is dat voor het eerste jaar het nadeel is gemaximeerd op € 7,50 per inwoner (was € 15 per inwoner) en dat van de oorspronkelijke vier jaartranches voorlopig wordt afgezien van doorvoering van de vierde tranche. Bovendien geeft het kabinet aan, dat de effecten van deze herijking de komende jaren nog worden onderzocht.

Op basis van dat onderzoek wordt bezien of de vierde tranche nog doorgang moet vinden. Uiteindelijk betekent dit voor Vijfheerenlanden dat er een nadeel ontstaat als gevolg van de herijking. Maar ook dat het nadeel voor het eerste jaar is gehalveerd ten opzichte van de verwachting zoals die in de risicoparagraaf van de begroting 2022-2025 was opgenomen. En dat jaarschijf 2026 vooralsnog geen extra nadeel oplevert, omdat de vierde tranche voorlopig niet wordt doorgevoerd. Herijking Algemene uitkering Gemeentefonds, vanaf 2026 Zoals hiervoor aangegeven, is de doorvoering van de vierde tranche van de herijking vooralsnog opgeschort. Dit betekent dat het nadeel in 2026 niet verder toeneemt ten opzichte van 2025. Het mogelijke effect, mocht de vierde tranche na de uit te voeren onderzoeken toch nog doorgang vinden, komt neer op een nadeel van € 0,9 miljoen. Investeringsprogramma

5

In 2021 heeft Vijfheerenlanden, samen met betrokken partners als onder andere de provincie Utrecht en het ministerie van BZK, en begeleid door adviesbureau Berenschot, in de nasleep van de Niemans-uitspraak in beeld gebracht welke ontwikkelingen de komende jaren op ons af komen en waar financiële inzet of ondersteuning mogelijk is. Dit heeft geleid tot de in 2021 vastgestelde “Propositie Vijfheerenlanden, een hernieuwd perspectief”. Hieruit volgt voor de komende jaren een intensivering van het investeringsprogramma. In de raadsvergadering van 17 mei 2021 heeft uw raad ingestemd met een lange termijn financieringsvoorstel, waarbij voor deze intensivering de liquide middelen zijn geregeld. Met dat financieringspakket zijn ook de rentecondities bepaald, deze maken inmiddels onderdeel uit van de vastgestelde begroting. Om de investeringen daadwerkelijk uit te kunnen voeren, moeten de afschrijvingslasten nog op de gemeentelijke begroting worden gebracht. Dit gebeurt gefaseerd van 2024, in stapjes van € 0,4 miljoen per jaar, en loopt op tot een uiteindelijke last van € 2 miljoen per jaar vanaf 2028. Het investeringsprogramma wordt verder uitgewerkt in de voorbereiding van de begroting 2023. Verwachte ontwikkelingen Hiervoor is een financieel beeld weergegeven, op basis van al genomen besluiten of al gecommuniceerde aankomende aanpassingen.

De volgende inschattingen zijn nog niet uitgewerkt in vaststaande besluitvorming, maar worden op korte termijn wel duidelijk. Dit zal in het bijzonder via de mei- dan wel de septembercirculaire worden bekend gemaakt. Dit beeld, aangevuld met de daadwerkelijke effecten van de meicirculaire, vormt samen met het nog af te ronden coalitieakkoord, de basis waarop de begroting 2023 wordt opgesteld. x € 1.000

2023

2024

2025

2026

Vertrekpunt Kadernota 2023-2026

-76

1.716

1.971

-3.233

Meicirculaire gemeentefonds (waaronder loon- en prijsontwikkeling)

PM

PM

PM

PM

Voortzetting accres Gemeentefonds “oud”

0

0

0

PM

Definitief besluit stoppen opschalingskorting

0

0

0

2.000

Uitkering 100% toegekende middelen jeugdzorg

877

803

714

633

Tegemoetkoming in kosten invoering Omgevingswet

300

210

240

0

Gevolgen coalitieakkoord 2022

-723

-974

-153

372

Inschatting meerjarenbeeld 20232026

378

1.755

2.772

-228

(- = nadelig)

6

Meicirculaire gemeentefonds (waaronder loon- en prijsontwikkeling) In het financieel beeld van de Kadernota hebben we de structurele effecten van de 2e bestuursrapportage 2021 en de 1e bestuursrapportage 2022 verwerkt. Dit heeft tot een negatieve bijstelling geleid. In de aanpassingen zitten loon- en prijseffecten die naar verwachting in de komende meicirculaire nog gaan leiden tot een positieve bijstelling van de algemene uitkering. De verschijning van deze circulaire wordt in de eerste helft van juni verwacht. Zodra de uitkomsten hiervan bekend zijn, worden deze via een raadsinformatiebrief nagezonden en betrokken bij de behandeling van de Kadernota. Voortzetting accres Gemeentefonds “oud” Onze verwachting is, dat voor het jaar 2026 de teruggang in het accres die in de maartbrief staat opgenomen zich niet in die mate voor gaat doen. De teruggang wordt veroorzaakt doordat het effect van het regeerakkoord niet verder wordt doorgerekend dan tot 2026. Het ligt in de lijn der verwachting dat vanaf 2026 de rijksuitgaven op die beleidsterreinen niet ineens wegvallen. Via de gemeentefondscirculaires worden we hier tijdig van op de hoogte gebracht. Definitief besluit stoppen opschalingskorting Met ingang van 2026 hervat het kabinet – op papier - de opschalingskorting.

Vanaf dat moment krijgen alle gemeenten de volledige omvang de opschalingskorting in minder gebracht op de algemene uitkering. Voor Vijfheerenlanden bedraagt dit ongeveer € 2 miljoen. We verwachten dat binnen afzienbare tijd duidelijkheid komt over de realiteit hiervan. De opschalingskorting omvat in totaal een geplande korting op het gemeentefonds van € 975 miljoen, waarvan € 300 miljoen al is gerealiseerd vóór 2020. De doorvoering van de resterende korting van € 675 miljoen is al enkele jaren opgeschort, in afwachting van een definitief besluit over het handhaven van dit voornemen. Uitkering 100% toegekende middelen jeugdzorg In 2021 heeft een zogenaamde commissie van wijzen in een arbitragezaak uitspraak gedaan over de aanvullende bekostiging van de jeugdzorg. Het resultaat hiervan is dat het Rijk aanvullende middelen beschikbaar heeft gesteld aan gemeenten, van € 1,3 miljard in 2022 teruglopend naar € 800 miljoen structureel vanaf 2028. Onze toezichthouder stond toe dat we de middelen voor 2022 voor 100% op mochten nemen in de begroting. Voor de jaren erna mochten de middelen voor 75% worden opgenomen, omdat de uitspraak nog in het regeerakkoord bekrachtigd moest worden. Uiteindelijk werd in het regeerakkoord echter een bezuiniging opgenomen vanaf 2028 van 500 miljoen op de jeugdzorg.

Inmiddels is naar buiten gekomen dat deze bezuiniging waarschijnlijk door het kabinet wordt ingetrokken via de Voorjaarsnota. Hierop voort redenerend lijkt het dan ook gerechtvaardigd om de bijdrage die vorig jaar was toegekend voor de komende jaren op 100% te ramen. Tegemoetkoming in kosten invoering Omgevingswet Op 28 april jongstleden is er een akkoord bereikt over de tegemoetkoming in de kosten van de invoering van de Omgevingswet. Op basis van het aandeel van Vijfheerenlanden in de algemene uitkering is een inschatting gemaakt van de bijdrage die wij komende jaren gaan ontvangen. De berekening is indicatief, via komende circulaires ontvangen we de definitieve uitkomsten. Gevolgen coalitieakkoord Voor een toelichting op de gevolgen van het coalitieakkoord wordt verwezen naar het coalitieakkoord en bijlage 1, waarin de financiële vertaling van het coalitieakkoord is opgenomen.

7

Met het opnemen van de financiële effecten van het coalitieakkoord in de Kadernota, anticiperen we op de verwachte toekomstige uitgaven én inkomsten. Zo houden we bijvoorbeeld al rekening met de verwachting dat we de komende vier jaar 2.000 extra woningen gaan realiseren. Dat gaat resulteren in extra opbrengsten, maar ook in extra kosten in de vorm van onderhoud van toegenomen areaal.

Financiële positie Voor het bieden van inzicht in de financiële positie van gemeenten heeft de Commissie BBV handreikingen geformuleerd. Het BBV hanteert een reeks financiële kengetallen die voor dit inzicht worden gebruikt. De kengetallen geven inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid. Zij leggen verbanden tussen een aantal aspecten die elk voor een verantwoord oordeel van de financiële positie relevant zijn. Zij helpen daarmee de raad bij zijn kaderstellende en controlerende rol. De kengetallen vervullen echter ook een belangrijke rol bij het beoordelen van beleidsvoorstellen omdat hiermee inzicht kan worden gekregen in de financiële consequenties van voorstellen die aan de raad worden voorgelegd. Het BBV schrijft in artikel 11, lid 2d een vijftal specifieke kengetallen voor: • Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen • Solvabiliteitsratio • Grondexploitatie • Structurele exploitatieruimte • Belastingcapaciteit Kengetallen alleen zeggen nog niet veel: het gaat enerzijds om de onderlinge relatie tussen kengetallen (en andere variabelen) en anderzijds om de ontwikkeling in de tijd die de kengetallen laten zien. Daarbij is ook de ontwikkeling van een kengetal over meerdere jaren relevant. Die meerjarige trend kan laten zien of de financiële positie verbetert of juist verslechtert.

De interpretatie van de kengetallen in relatie tot de financiële positie is geen objectieve wetenschap maar is een zaak van duiding van de cijfers in de lokale context door het college en de gemeente(raad). Omdat de situatie per gemeente verschilt, is de toelichting op en nadere analyse van de kengetallen van belang voor een goede interpretatie. Vanuit het BBV is er bewust voor gekozen –gezien het verschil in situatie- om geen normering aan de kengetallen toe te kennen omdat er meer waardering wordt toegekend aan een adequate toelichting bij de kengetallen. Netto schuldquote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van het totaal van de baten. Een netto schuld quote van 100% betekent dus dat de omvang van de schuldenlast net zo groot is als de jaarlijkse omvang van de gemeentelijke begroting. Het geeft daarmee een indicatie van het beslag dat de financieringslasten op de exploitatie leggen en daarmee op de vrije ruimte in de exploitatiebegroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. Daarnaast wordt de netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, als apart cijfer gepresenteerd. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. In het algemeen geldt dat een lager percentage beter is dan een hoger.

Een hoge netto schuldquote hoeft echter op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten welke

8

vervolgens worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Wanneer schulden worden aangaan voor het financieren van duurzame investeringen waarbij de financieringslasten (rente) meerjarig in de begroting gedekt zijn, dan is er sprake van een gezonde financiering. Dit is daarentegen niet het geval wanneer langdurige schulden worden aangegaan voor het financieren van eenmalige consumptieve bestedingen.

Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft de verhouding tussen het eigen vermogen (het totaal van de algemene reserve en de bestemmingsreserves) en de totale balansomvang weer. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Ook hier geldt dat het belangrijk is om het kengetal te duiden in de context. De solvabiliteit van een gemeente ligt per definitie tussen de 0% en 100%.

Een solvabiliteit van 100% betekent dat er geen sprake is van vreemd vermogen en dat de gemeente al haar activiteiten met eigen vermogen financiert.

9

In de volgende tabel worden een aantal (niet uitputtende) voorbeelden van ontwikkelingen gegeven die de solvabiliteitsratio beïnvloeden. Stijgen

Dalen

Toename van de algemene en/of bestemmingsreserves

Afname van algemene en/of bestemmingsreserves

Positief saldo van baten en lasten

Toename van de voorzieningen

Aflossing korte of langlopende schuld

Toename korte of langlopende schuld

Afname ontvangen voorschotten uitkeringen met specifiek bestedingsdoel Structurele exploitatieruimte In dit kengetal komt tot uitdrukking of een gemeente over voldoende structurele baten beschikt om de structurele lasten te dekken. Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit percentage negatief is, betekent het dat het structurele deel van de baten onvoldoende ruimte biedt om de structurele lasten te blijven dragen. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de financieringslasten) te dekken. Een cijfer van rond de nul (tussen – 0,4 en 0,4) betekent dat structurele baten en lasten min of meer in evenwicht zijn.

10

Kaders Kaders voor de begroting Algemene uitkering van het Gemeentefonds Voor de raming van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds gaan we uit van de meest recente circulaires. Idealiter is dit bij het vaststellen van de Kadernota de meicirculaire. De uitkomsten van de meicirculaire worden opgenomen in de Kadernota of, wanneer de circulaire niet tijdig wordt gepubliceerd, de uitkomsten worden nagezonden en betrokken bij de besluitvorming over de Kadernota. Dit jaar is hier een bijzondere omstandigheid. Het kabinet heeft de gevolgen van het regeerakkoord in een voorlopige schets via de zogenaamde maartbrief kenbaar gemaakt aan gemeenten. In deze brief is een voorzichtige doorkijk opgenomen van de doorwerking van het regeerakkoord in de algemene uitkering. Dit geeft gemeenten enigszins een beeld van de ontwikkelingen die via de meicirculaire, na vaststelling door het Rijk van de Voorjaarsnota, definitief moeten gaan worden. Loon- en prijsontwikkelingen We passen een correctie toe op de ontwikkeling van de lonen en prijzen. Voor de indexering hanteren we als uitgangspunt de prijsindexatie zoals het Rijk die opneemt in de meicirculaire van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Door dit als uitgangspunt te nemen, laten we onze inkomsten en uitgaven gelijke tred houden met onze voornaamste inkomstenbron.

In onderstaande tabel zijn de voorlopige inzichten opgenomen ten aanzien van de prijsontwikkelingen. Voorlopig omdat de huidige ontwikkelingen ten aanzien van prijsontwikkeling er voor zorgen dat de inzichten van maart mogelijk niet meer overeenkomen met de uitgangspunten van de meicirculaire.

Overige uitgaven

2,4%

Inkomensoverdrachten

2,4%

Gemeentelijke heffingen

2,4%

Subsidies, op basis van OVA

4,16%

Gemeentelijke heffingen Zoals hiervoor aangegeven, stellen we de uitgaven en de inkomsten bij voor de loon- en prijsindexatie. Dit doen we dus ook bij de tarieven van alle gemeentelijke heffingen. Daarbij geldt aanvullend het uitgangspunt dat de afvalstoffenheffing en de rioolheffing 100% kostendekkend zijn. Verbonden partijen Voor de raming van de bijdragen aan de verbonden partijen (voornamelijk de gemeenschappelijke regelingen) hanteren we de begrotingen zoals die door de betreffende partijen zijn vastgesteld.

11

Kaders voor de financiële positie De Commissie BBV heeft in haar notitie Meerjarig financieel inzicht (2020) signaleringswaarden beschreven ten aanzien van de financiële kengetallen. Deze signaleringswaarden zijn goede handvatten om kaders ten aanzien van het financieel beleid te formuleren. Duiding waarden kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

Mate van risico <70% <70% >65% >0,1% <10% >65%

Minst risicovol 70%-80% 70%-80% 55%-65% 0,05%-0,1% 10%-15% 55%-65%

80%-85% 80%-85% 50%-55% 0%-0,05% 15%-18% 95%-98%

Gemiddeld Meest risicovol 85%-90% 90%-130% >130% 85%-90% 90%-130% >130% 35%-50% 20%-35% <20% =0% 0%-(-/-0,1%) <(-/-0,1%) 18%-20% 20%-35% >35% 98%-102% 102%-105% >105%

Door kaders in samenhang vast te stellen, sturen we actief op een gezonde financiële positie. Daarbij richten we ons vooral op de kaders: • Solvabiliteitsratio; • Structurele exploitatieruimte; en • Weerstandsratio. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeehrsing van de begroting zijn de kengetallen verder toegelicht. Kader solvabiliteit We groeien naar een gezonde balans. Dat houdt ten aanzien van de solvabiliteit in, dat we als norm een ratio van 20% hanteren. Dit betekent dat het eigen vermogen van de gemeente (algemene reserve en bestemmingsreserves) een omvang heeft van 20% van alle bezit (activa) dat de gemeente op de balans heeft staan. Bij een onderschrijding van de norm zorgen we dat we, aan de hand van een structureel sluitende meerjarenbegroting, geleidelijk terugkeren binnen de betreffende bandbreedte. Kader structurele exploitatieruimte Het uitgangspunt is een structureel sluitende meerjarenbegroting. Als dit niet gerealiseerd wordt in de eerste jaarschijf van de meerjarenbegroting, realiseren we dit in de daaropvolgende jaren van de meerjarenbegroting. Kader weerstandsratio De weerstandsratio komt niet voort uit de notitie van de Commissie BBV, maar is een eigen aanvulling op die notitie. We hanteren als norm een weerstandsratio van 2,5.

Dit betekent, dat het weerstandsvermogen (zijnde de beschikbare financiële middelen om risico’s op te kunnen vangen) minimaal 2,5 maal de ingeschatte risico-omvang behelst.

12

Bijlage 1. Financiële vertaling van het coalitieakkoord In onderstaande tabel zijn de consequenties samengevat van de financiële besluiten die in het coalitieakkoord zijn opgenomen. Het coalitieakkoord houdt al rekening met een stijging van onze toekomstige ontvangsten uit het gemeentefonds als gevolg van de verwachte groei van onze gemeente in aantallen woningen en inwoners. Het coalitieakkoord laat per saldo extra uitgaven zien in de jaren 2023 (€ 0,723 miljoen), 2024 (€ 0,974 miljoen) en 2025 (€ 0,153 miljoen). Het jaar 2026 laat per saldo echter een voordeel zien van € 0,372 miljoen. Dit voordeel weerspiegelt ook de onzekerheid die nog (landelijk) bestaat wat betreft het begrotingsjaar 2026 met betrekking tot de in dat jaar te ontvangen inkomsten uit het Gemeentefonds. Omschrijving (bedragen x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

De Inwoner Centraal Terugbrengen budget inwonerinitiatieven naar € 1 miljoen

0

-500

-500

-500

-500

Samen bouwen en wonen Ontwikkeling grote bouwlocaties Ondersteuning planontwikkeling kleine kernen Stelpost overige ontwikkelingen wonen SPUK Woningbouwimpuls en Volkshuisvesting

0 0 0 0

0 -100 -650 750

-100 -100 -550 750

-100 -100 -550 750

-100 -100 -550 750

Verkeersveilig, leefbaar en bereikbaar Aanpak sluipverkeer Verbetering fietsverkeer Verkeerscirculatie en parkeren Verkeersveiligheid Onderzoek en voorbereiding Spoorse doorsnijding Onderzoek verbetering openbaar vervoer Overig

0 -25 -62 -10 -80 -113 0

-170 -50 -62 -100 -80 0 -30

-370 -50 -242 -100 -80 0 0

-300 0 -62 -100 -80 0 0

-300 0 -62 -110 -80 0 0

Economie en werken Versterking en ondersteuning team economie

-25

-50

-50

-50

-50

Vitale landbouw in een aantrekkelijk buitengebied Uitvoeringsagenda Landbouwvisie (samen met Molenlanden) Contactfunctionaris Cofinanciering

-50 0 0

0 -90 45

0 -90 45

0 -90 45

0 -90 45

0 0

-15 15

-15 15

-15 15

-15 15

0 0 -25 -40 -16

-100 -25 0 -80 -32

-100 -25 0 -80 -32

-100 -25 0 -80 -32

-100 -25 0 -80 -32

Omzien naar elkaar DIHPO (in uitbreiding investeringsprogramma € 80 miljoen)

0

0

PM

PM

PM

Elkaar ontmoeten Uitvoering nieuw beleid

0

PM

PM

PM

PM

Sport en bewegen Verhogen budget sportsubsidies

0

-100

-100

-100

-100

Rust, ruimte en recreatie Uitvoeringsagenda Uitvoeringsagenda, hogere opbrengst toeristenbelasting Kunst en Cultuur Ondersteuning Nationaal Glasmuseum Ondersteuning Stedelijk Museum Vianen Onderzoek verplaatsing Glasmuseum Ondersteuning cultuurcoaches Muziek op School

13

Duurzame toekomst Bijdrage te ontvangen SPUK Klimaatfonds Inzet van ontvangen SPUK Klimaatfonds

0 0

PM PM

PM PM

PM PM

PM PM

-33

-65

-65

-65

-65

0

0

-160

-160

-160

Financieel gezond Areaalontwikkeling Gemeentefonds, 2.000 woningen in vier jaar Stelpost onderhoud toegenomen areaal SPUK Stikstoffonds SPUK Nationaal Groeifonds Toerekening bouwleges

0 0 0 0 500

466 -200 PM PM 500

925 -400 PM PM 500

1.646 -600 PM PM 500

2.381 -800 PM PM 500

Resultaat Coalitieakkoord 2023-2026

21

-723

-974

-153

372

Veiligheid Inzet extra handhaver Dienstverlening en communicatie Geheel nieuwe website

14

Bijlage 2. Bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen Overzicht bijdragen gemeenschappelijke regelingen Veiligheidsregio Utrecht 2023

2024

2025

2026

Oud

3.471.000

3.471.000

3.509.000

3.509.000

Nieuw

3.744.000

3.790.000

3.790.000

3.790.000

Verschil

-273.000

-319.000

-281.000

-281.000

2023

2024

2025

2026

Oud

21.347.303

21.347.303

21.347.303

21.347.303

Nieuw

22.151.117

22.151.117

22.151.117

22.151.117

Verschil

-803.814

-803.814

-803.814

-803.814

Avres

Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst regio Utrecht 2023

2024

2025

2026

Oud

2.232.695

2.232.695

2.232.695

2.232.695

Nieuw

2.357.875

2.357.875

2.357.875

2.357.875

Verschil

-125.180

-125.180

-125.180

-125.180

2023

2024

2025

2026

Oud

5.910.180

5.910.180

5.910.180

5.910.180

Nieuw

7.300.000

7.300.000

7.300.000

7.300.000

Verschil

-1.389.820

-1.389.820

-1.389.820

-1.389.820

Reinigingsdienst Waardlanden

15

Overzicht bijdragen gemeenschappelijke regelingen Bureau Openbare Verlichting 2023

2024

2025

2026

Oud

132.834

132.834

132.834

132.834

Nieuw

155.150

155.150

155.150

155.150

Verschil

22.316

22.316

22.316

22.316

Omgevingsdienst Regio Utrecht 2023

2024

2025

2026

Oud

1.267.425

1.267.425

1.267.425

1.267.425

Nieuw

1.290.350

1.290.350

1.290.350

1.290.350

Verschil

-22.925

-22.925

-22.925

-22.925

Naast de reguliere bijdrage aan de GR nemen we ook aanvullend extra uren af. Dit is niet opgenomen in dit overzicht.

Regionaal Archief Zuid-Utrecht 2023

2024

2025

2026

Oud

243.666

245.939

248.236

250.559

Nieuw

292.759

324.976

339.645

342.299

Verschil

-49.093

-79.037

-91.409

-91.740

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=ef7c829c-ab70-49a6-b2b4-f94381a6c80f