getekende Zienswijze raad inzake Utrechts Programma Landelijk Gebied (def.)
Tekst van het document
Provincie Utrecht T.a.v. College van Gedeputeerde Staten Postbus 80300 3508 TH UTRECHT
Ons kenmerk
: 1764106
Onderwerp
: Zienswijze op het Ontwerp Datum Utrechts Programma Landelijk Gebied
: 5 februari 2026
Geacht college van Gedeputeerde Staten, De gemeente Vijfheerenlanden heeft kennisgenomen van het ontwerp van het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). De raad onderschrijft het belang van een toekomstbestendig landelijk gebied en erkent dat de huidige situatie vraagt om verandering en inzet op natuurherstel, waterkwaliteit en toekomstbestendige vergunningverlening. Tegelijkertijd constateert de raad dat het Ontwerp-UPLG in de huidige vorm grote onzekerheden kent en onvoldoende duidelijkheid biedt over de uitvoerbaarheid, proportionaliteit en rechtszekerheid voor inwoners en ondernemers in Vijfheerenlanden. De raad kan zich daarom niet zonder meer vinden in de wijze waarop het ontwerp nu richting geeft aan de benodigde keuzes en maatregelen. Hoewel samenwerking met provincie, medegemeenten, agrariërs en andere gebiedspartijen noodzakelijk is, kan deze samenwerking alleen slagen wanneer het provinciale kader is gebaseerd op aantoonbaar juiste en actuele gegevens, realistische aannames en een zorgvuldige afweging van sociaaleconomische gevolgen. Juist dat is voor de raad op dit moment onvoldoende geborgd. Daarbij betreurt de raad het dat, vooruitlopend op de afronding van het zienswijzeproces, reeds brieven zijn gestuurd aan agrariërs met een vergaande inhoud gebaseerd op het Ontwerp-UPLG.
Dit zet druk op een zorgvuldige en objectieve behandeling van zienswijzen en doet afbreuk aan het vertrouwen dat voor gebiedsprocessen essentieel is. De raad benadrukt dat overheden een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben om ondernemers en bewoners die door deze opgaven worden geraakt daadwerkelijk perspectief te bieden. Dat vraagt om een zorgvuldig traject waarin draagvlak, vertrouwen, gebiedseigen oplossingen en rechtszekerheid centraal staan. Alleen onder die voorwaarden kan worden toegewerkt naar een evenwichtig en uitvoerbaar programma. Vanuit die verantwoordelijkheid dient de raad deze zienswijze in, met voorwaarden die wat hem betreft essentieel zijn voor de uitvoerbaarheid, het draagvlak en de rechtvaardige doorwerking van het UPLG in Vijfheerenlanden.
Gemeente Vijfheerenlanden / Postbus 11, 4140 AA Leerdam / 088 – 599 7000 / vijfheerenlanden.nl / info@vijfheerenlanden.nl
De gemeente Vijfheerenlanden beschikt over een vastgestelde landbouwvisie, waarin is uitgewerkt hoe landbouw, landschap, natuur en leefomgeving zich in samenhang kunnen ontwikkelen binnen onze gemeente. Deze visie is tot stand gekomen in samenspraak met agrariërs en andere gebiedspartijen en vormt voor de raad het leidende kader voor keuzes in het landelijk gebied. De raad hecht eraan dat provinciaal beleid, waaronder het UPLG, aansluit bij deze lokale landbouwvisie en de daarin gemaakte afwegingen respecteert. Alleen door aan te sluiten bij bestaand lokaal beleid en gebiedskennis kan worden gewerkt aan maatregelen die uitvoerbaar zijn, draagvlak hebben en daadwerkelijk bijdragen aan zowel natuurdoelen als een toekomstbestendige landbouw. De raad verwacht daarom dat de provincie in het UPLG expliciet inzichtelijk maakt hoe provinciale keuzes zich verhouden tot de landbouwvisie van Vijfheerenlanden en op welke wijze lokaal vastgesteld beleid wordt meegenomen in de verdere uitwerking. De raad verzoekt de provincie nadrukkelijk om deze zienswijze als samenhangend geheel te betrekken bij de verdere besluitvorming, en deze niet uitsluitend te verwerken als losse opmerkingen in een overzicht van zienswijzen per onderdeel. Wij vragen van de Provincie geen stringenter beleid te voeren in deze dan het Rijk.
1. Bied ruimte voor maatwerk (er zijn meerdere wegen naar Rome) In het UPLG stelt u niet alleen doelen om naartoe te werken, maar formuleert u ook een plan hoe deze doelen bereikt worden. Dat is nodig om duidelijkheid te bieden en ervoor te zorgen dat er een juridisch houdbare situatie ontstaat. Wij willen benadrukken dat er meer wegen zijn die naar Rome leiden. Oftewel: er zijn (collectieven van) agrariërs die het doel weten te bereiken met een ander plan. Daar zijn in onze gemeente meerdere voorbeelden van. Wij gaan graag met u en deze ondernemers samen in overleg om mogelijkheden te creëren. Het succes van de inzet van onze ondernemers blijkt: uw berekeningen en prognoses laten duidelijk zien dat wij nu al deze doelen weten te halen – en dat zonder dat de extra maatregelen (bijvoorbeeld vanuit de Kringloopwijzer) mee te rekenen. Deze agrariërs moeten niet de nadelen ondervinden doordat andere regio’s de doelen niet halen. Ze moeten juist ondersteuning en ruimte krijgen om het op hun manier te (blijven) doen. Het kan niet de bedoeling zijn dat zij moeten stoppen, terwijl ze hard op weg zijn de doelen te behalen. We willen dat ruimte voor maatwerk explicieter in het UPLG opgenomen wordt én we willen ondersteuning bij het juridisch borgen van de maatregelen die nu al genomen worden.
Concreet vragen we om: mogelijk te maken dat zowel de beperkingen voor de 250 meter zone, als ook voor het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen vervangen kunnen worden door andere maatregelen, en juridisch advies in te winnen om te onderzoeken of en zo ja hoe we deze maatregelen juridisch kunnen borgen. De raad wijst er in dit verband op dat het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) in Vijfheerenlanden al jaren aantoonbaar bijdraagt aan natuurdoelen en landschapskwaliteit, juist doordat het is gebaseerd op vrijwilligheid en samenwerking. De raad acht het van groot belang dat het ANLb niet wordt ingezet als verplicht instrument binnen het UPLG, maar beschikbaar blijft als ondersteunend middel om doelen te realiseren. 2. Ondersteun onze gebiedsgerichte benadering en samenwerking Gemeente Vijfheerenlanden wil het belang van een gebiedsgerichte aanpak benadrukken. De grote verschillen in bedrijven, landschappen en water- en bodemopgaven vraagt om maatwerk. Om de vertaalslag te maken van provinciaal beleid naar realistische maatregelen
2
die aansluiten bij de werkelijkheid van ondernemers is de rol en samenwerking van gemeenten en ondernemers essentieel. Tegelijkertijd is een aantal opgaven niet gebonden aan provinciegrenzen. Vijfheerenlanden werkt landschappelijk en economisch nauw samen met de Alblasserwaard in Zuid-Holland. In verschillende al lopende gebiedsprocessen werken wij samen met gemeente Molenlanden, provincie Zuid-Holland en provincie Utrecht. Deze samenwerking verloopt goed, heeft al tot emissiereductie geleid en biedt waardevolle inzichten die kansen biedt voor het UPLG. Wij vragen u die werkwijze te ondersteunen en ons ruimte te geven via deze samenwerking de doelen te behalen. We vragen u daarom mogelijk te maken dat wij het maximum van 40-42 kg ammoniak per hectare per jaar (dat geldt vanaf 2030) op gebiedsniveau mogen realiseren, in plaats van dit te laten gelden voor elke individuele agrariër. Graag denken wij mee over de uitwerking en nadere invulling van deze aanpassing in het UPLG. Met als randvoorwaarde dat de vergunningverlening voor PAS-melders e.a. opgelost wordt en dat inspanningen voor emissiereductie daadwerkelijk kunnen leiden tot perspectief en rechtszekerheid. 3.
Geef aandacht aan sociaaleconomische impact en ondersteuning Voor een agrariër is het ongelooflijk lastig om de stap te maken van de maatregelen in het UPLG naar het maken van een bedrijfsplan om aan dit programma te voldoen. Zeker gezien de stapeling van opgaven die er al ligt. We missen de sociaaleconomische en financieeleconomische impactanalyses (inclusief o.a. plan- en vermogensschade) die wat ons betreft nodig zijn om inzichtelijk te maken wat het UPLG op dit vlak betekent en die noodzakelijk is om de uitvoerbaarheid voor Vijfheerenlanden te kunnen beoordelen. De gevolgen van de emissie en wateropgaven met koppeling aan de Omgevingsverordening kunnen leiden tot forse nadeelcompensatie en/of nadeelcompensatie, waarvan de omvang en dekking op dit moment onvoldoende inzichtelijk zijn. En we zien een grote behoefte aan expertise om de doelen te vertalen naar bedrijfsniveau. Wij vinden het belangrijk dat we de agrariërs faciliteren in het werkbaar maken van het UPLG voor hun bedrijfstoekomst. Dit door advies en financiële ondersteuning te bieden. Niet alleen voor het maken van een plan, of het opstarten van een nieuw bedrijfsmodel, maar ook voor het mogelijk maken dat een nieuwe bedrijfsvoering voor een lange termijn economisch rendabel blijft.
Als gemeente hebben we hier de afgelopen jaren al veel in geïnvesteerd, samen met de provincie – om stoppers uit te kopen maar ook voor structurele ondersteuning in gebiedsonderhoud. U zegt financiële middelen beschikbaar te maken voor het uitkopen van stoppers, maar u vergeet in onze optiek de financiële, lange termijn ondersteuning voor de ondernemers die willen blijven. Dit willen we graag opgenomen zien in het UPLG. De raad benadrukt dat de lasten die voortvloeien uit het UPLG evenwichtig over sectoren moeten worden verdeeld en dat het voor draagvlak en rechtsgelijkheid onwenselijk is wanneer één sector via provinciaal beleid juridisch wordt vastgezet, terwijl voor andere sectoren wordt verwezen naar toekomstige landelijke uitwerking.
4.
Onderliggende data die is gebruikt voor dit ontwerp UPLG
Er is de nodige discussie ontstaan over de gebruikte data. Ons inziens dient de gebruikte data aantoonbaar en transparant te zijn en de juiste, actuele, en complete informatie te omvatten. Ook is van groot belang hoe de nul-waarde van stikstof wordt vastgesteld. Ook het verschuiven van het referentiejaar van 2018 naar 2019 kan grote gevolgen hebben voor individuele bedrijven en hun latente ruimte. Zo is er verschil van inzicht over de kwaliteit van het water in de Zouweboezem. Ook blijkt uit de AERIUS Monitor kaarten van de in Vijfheerenlanden gelegen N2000 gebieden dat de hexagonen die drukpunten voor stikstof aangeven beperkt zijn in aantal. Daarnaast geeft de bronnenanalyse 2025 van het WUR aan dat de drukpunten voor fosfor wegvallen en voor stikstof veel lager uitkomen. De raad merkt daarbij op dat in het Ontwerp-UPLG verschillende referentiejaren en
3
uitgangspunten worden gehanteerd bij het bepalen van reductiedoelstellingen. Dit roept vragen op over de consistentie en betrouwbaarheid van de onderbouwing. De raad acht het van belang dat reeds gerealiseerde reducties worden meegewogen bij het vaststellen van toekomstige doelstellingen, zodat eerdere inspanningen van ondernemers ook daadwerkelijk worden erkend. Wij zien graag de door u gebruikte onderbouwing, alsmede de juridische toetsing omdat wij van mening zijn dat het het ontbreken van aantoonbare bron- en causaliteitsanalyses de juridische en bestuurlijke houdbaarheid van generieke maatregelen ernstig onder druk zet.
5.
Stikstof en vergunningen
De 46 % reductie in emissies is gesteld als een gezamenlijke doelstelling. Een agrariër die al veel heeft gedaan om te reduceren is daarmee afhankelijk van collega-bedrijven. Een dergelijk doel zal resulteren in een extra opgave. Hierdoor zijn onderlinge rechtszaken niet uitgesloten. Als na drie jaar de 46 % niet wordt gehaald, resteert een harde stikstof eis van 40 kg/ha per jaar. Daarbij worden bestaande vergunningen, ook van niet PAS melders buiten werking gesteld. Bij handhaving kunnen dan veel bedrijven in de problemen komen. Daarover hebben wij de volgende vragen:
Hoe gaat de provincie dan om met bestaande vergunningen, als de grens hard wordt gesteld op 40 kg/ha per jaar?
Op welke wijze wordt een overgangsrecht vormgegeven?
Als in de toekomst blijkt dat deze maatregel niet het gewenste effect heeft en vergunningverlening blijft moeilijk, dan zijn agrarische bedrijven wellicht onnodig gestopt. Welke terugval optie wordt dan geboden?
Ook wordt opgeroepen tot innovaties om tot stikstof reductie te komen. Van belang is dat de werking van innovaties wordt erkend en geborgd. Momenteel heerst hierover veel verwarring. Valse verwachtingen dienen te worden voorkomen. Wij roepen u op om op korte termijn met ons en met de sector na te denken over het borgen van innovatieve maatregelen. Pas dan zullen partijen bereid zijn om te investeren. Een voorbeeld is een in te voeren drempelwaarde voor het effect van een innovatie. Wij kijken uit naar uw uitnodiging. 6.
Overgangszone van 250 meter
Tot de doelen behoren het herstel van de natuur, alsmede het opgang komen van vergunningverlening en een toekomstbestendige landbouw. Daarmee lijkt het logisch om de overgangszone van 250 meter te lokaliseren rondom het deelgebied met te beschermen natuur in plaats van rondom de te beschermen natuurGEBIEDEN. Vanuit de AERIUS Monitor kaarten van de hier aanwezige N2000 gebieden blijkt maar in een klein deel van deze N2000 gebieden te beschermen natuur aanwezig te zijn. Bovendien is het hier aanwezige blauwgrasland gelokaliseerd op klei, wat aanzienlijk minder stikstof gevoelig is dan blauwgrasland op zand. De raad hecht eraan dat beleidsmaatregelen niet leiden tot feitelijke functieverandering van landbouwgronden zonder expliciete besluitvorming, transparantie over de gevolgen en passende compensatie. Daarnaast omvat de door de Provincie voorgestelde zonering ongeveer twee keer 330 ha landbouwgrond. De kosten kunnen daarom drastisch omlaag terwijl het effect op de bedreigde natuur hetzelfde zal zijn. Een dergelijke uitgebreide zonering kan daarom niet proportioneel zijn. Wij zien graag een heroverweging op dit punt alsmede uw motivatie en een juridische toetsing.
4
7.
Vijfheerenlanden en Waterschap Rivierenland
Wij vragen ons af in hoeverre u rekening hebt gehouden met de specifieke omstandigheden van de Gemeente Vijfheerenlanden, als enige gemeente in Utrecht liggende in het gebied van Waterschap Rivierenland. Dit gebied watert af vanaf de natuurgebieden, in tegenstelling tot de beekdalen. Bovendien neemt bv. het rapport van Sweco over het grondwater in de provincie Utrecht 2024 Vijfheerenlanden grotendeels niet mee. Wij verwachten een heldere uitspraak hierover van u op dit punt. 8.
Fruitteelt
Ook vragen wij ons af in hoeverre u rekening hebt gehouden met de in de gemeente Vijfheerenlanden aanwezige fruittelers. Hun percelen liggen veelal op de hogere oeverwallen en stroomruggen. Daarnaast heeft het verhogen van het grondwaterpeil grote gevolgen voor de fruitbomen. Er is veel geïnvesteerd en deze bedrijven zijn niet verplaatsbaar. De extra provinciale eisen boven het landelijke beleid met betrekking tot gewasbescherming vormen een ongelijkheid die de concurrentiepositie aantast. Terwijl “factfinding” met betrekking tot dit onderwerp juist is opgestart. Ook graag een uitleg over dit punt. 9.
Wie is de trekker voor de Zouweboezem m.b.t. het UPLG?
In het Uitvoeringsprogramma Impuls KRW 2025-2027 van de provincie Utrecht staat dat er vijf N2000 gebieden zijn met problemen t.o.v. de KRW, waaronder Binnenveld en Zouweboezem. Tot slot staat er op bladzij 54 dat provincie Utrecht trekker is van Binnenveld. Het vorige beheerplan 2018 m.b.t. de Zouweboezem is van de provincie Zuid-Holland. Ook is de grootste gebiedseigenaar het Zuid Hollands Landschap. Wat betekent dat praktisch voor de Zouweboezem en dit UPLG? Graag een duidelijke uitleg over de verantwoordelijkheden. 10. Heroverweging provinciale verantwoordelijkheid Gezien het feit dat: Er een gebiedssamenwerking is met Molenlanden Deze gebiedssamenwerking ook vorm krijgt binnen Alblasserwaard - Vijfheerenlanden Vijfheerenlanden als enige gemeente binnen Utrecht in het Waterschap Rivierenland ligt Er vanuit dit Waterschap er ook een gebiedsprogramma A5H is opgestart om het watersysteem te verbeteren De Zouweboezem eigendom is van het Zuid Hollands Landschap en van oudsher onder beheer van Zuid-Holland valt Er veel vragen zijn vanuit de agrariërs in de provinciale grensgebieden over verschillende en moeilijk te combineren regels en vergoedingen.
Verzoeken wij u te verkennen of, gezien de gebiedssamenwerking, watersysteem logica en eigendomsverhoudingen, een andere rolverdeling tussen provincies wenselijk en uitvoerbaar is, en hierover de raad expliciet te informeren. Graag uw reactie hierop met een onderbouwing. De raad van de gemeente Vijfheerenlanden is bereid verantwoordelijkheid te nemen voor de gezamenlijke opgaven in het landelijk gebied en hecht grote waarde aan samenwerking met de provincie, medegemeenten, agrariërs en andere gebiedspartijen.
5
Die bereidheid kan echter alleen bestaan wanneer het provinciale beleid is gebaseerd op aantoonbaar juiste en actuele gegevens, proportionele en gebied specifieke maatregelen, rechtszekerheid voor ondernemers en een reëel en toetsbaar toekomstperspectief voor de landbouw. Zolang aan deze randvoorwaarden niet is voldaan, kan de raad geen rol als medeeigenaar van de opgave aanvaarden op basis van het Ontwerp-UPLG in de huidige vorm. De raad blijft beschikbaar voor overleg en verdere verkenning binnen gebiedsprocessen, mits deze processen ruimte bieden voor maatwerk, vertrouwen en daadwerkelijke invloed van betrokken ondernemers en gemeenten. Eventuele vervolgstappen kunnen pas worden gezet nadat het Ontwerp-UPLG op de in deze zienswijze genoemde punten is herzien. De raad verwacht hierbij nadrukkelijk betrokken te worden bij de verdere uitwerking van het UPLG en ziet uit naar een constructieve samenwerking, gebaseerd op wederzijds vertrouwen, transparantie en bestuurlijke zorgvuldigheid. Tot slot melden wij u dat zienswijzen vanuit onze lokale agrariërs en de daaraan verbonden organisaties voor ons als raad van Vijfheerenlanden belangrijk zijn. Daar zit de kennis en de ervaring, daarom hechten wij er veel waarde aan en gaan wij er van uit dat ook u hun zienswijzen serieus neemt en ook gevolgen geeft aan de door hen aangedragen punten!
Met vriendelijke groet, de raad van de gemeente Vijfheerenlanden, de griffier,
de voorzitter,
ValidSigned door Krista Goossens op 06-02-2026
ValidSigned door Sjors Fröhlich op 06-02-2026
K.I. (Krista) Goossens
S. (Sjors) Fröhlich
6