CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Eerste wijziging Huisvestingsverordening gemeente Vijfheerenlanden 2023

Commissie Ruimte, Wonen en Duurzaamheid 4 maart 2025, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Eerste wijziging Huisvestingsverordening gemeente Vijfheerenlanden 202320.716 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Eerste wijziging Huisvestingsverordening gemeente Vijfheerenlanden 2023 De raad van de gemeente Vijfheerenlanden; - gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van <datum>; - gelet op de artikelen 4, 5, 7, ,8, 9, tot en met 14, 17, 20 tot en met 22, 23a, 23b, 23e, 24, 33a, 35, 40, 41, 45 van de Huisvestingswet; - gezien het advies van de Provincie Utrecht - gelet op de presentatie van de 3 woningcorporaties Lekstede Wonen, Fien Wonen en Kleurrijk Wonen. Overwegende dat: - artikel 4 van de Huisvestingswet bepaalt dat een Huisvestingsverordening voor maximaal vier jaar kan gelden; - en de huidige Huisvestingsverordening dus op 1 juli 2027 vervalt; Besluit vast te stellen de volgende verordening:

Regio U16 en Regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden

1

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: aanbodmodel

Verdelingssystematiek waarbij beschikbare woonruimte wordt aangeboden en de volgorde van woningzoekenden, behoudens bij standplaatsen, wordt bepaald aan de hand van de inschrijfduur.

aangepaste woonruimte

Ingrijpend aangepaste woning, die naar zijn aard bestemd is voor bewoning door iemand met een fysieke beperking.

advertentiemedium

Een uitgave per verhuurder of groep van verhuurders, waarin voor toewijzing beschikbare woonruimte wordt aangeboden.

aftoppingsgrens

De huurprijsgrens als genoemd in artikel 20, tweede lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag.

bemiddeling

Buiten het aanbod- en lotingmodel om woonruimte toewijzen aan een woningzoekende.

bestaande woonruimte

Een woonruimte die op dit moment bewoond wordt, of in het verleden bewoond is geweest.

bijzondere doelgroepen

Groep van personen met als gemeenschappelijk kenmerk het in (ver)minder(d)e mate in staat zijn tot participatie.

campuscontract

Huurovereenkomst voor studenten zoals bedoeld in artikel 274d van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.

dienstwoning

Woonruimte die door een werknemer bewoond moet worden om zijn uit het dienstverband voortvloeiende taken goed te kunnen vervullen.

doorschuiver

Doorstromer die binnen een doorschuifcomplex doorschuift.

doorstromer

De woningzoekende die als hoofdhuurder daadwerkelijk en rechtmatig en niet op basis van de Leegstandwet een zelfstandige sociale huurwoning in de regio bewoont en deze woning na verhuizing leeg achterlaat, en deze huurwoning is in eigendom van een verhuurder die via het in de regio gangbare platform verhuurt.

doorstroomregeling

Voorrangsregel voor huishoudens, als uitgewerkt in artikel 23 lid 2.

eigenaar

Degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van een woonruimte of een gebouw.

gebruiksoppervlakte

De gebruiksoppervlakte wonen, als bedoeld in NEN 2580.

2

Hospitaverhuur

De woonruimte wordt verhuurd aan maximaal twee personen, door iemand die voor minimaal vijftig procent juridisch eigenaar is van de woonruimte en die met zijn huishouden zelf in de woonruimte blijft wonen; partners die gezamenlijk een woonruimte in eigendom hebben, kunnen gezamenlijk maar aan maximaal twee personen verhuren.

huishouden

Een of twee volwassen personen, plus eventuele inwonende kinderen, die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen voeren. Hierbij is er niet alleen sprake van het samen (willen) bewonen van een bepaalde woonruimte, maar ook van bewuste wederzijdse zorg en taakverdeling en de intentie om voor onbepaalde tijd met elkaar samen te wonen. Kinderen ouder dan 18 jaar gelden als inwonend als zij volgens de basisregistratie personen niet langer dan zes maanden uitgeschreven zijn geweest of na een uitschrijving van langer dan zes maanden weer twee jaar staan ingeschreven. In geval van co-ouderschap kunnen kinderen worden meegeteld als zij bij elke co-ouder minstens drie hele nachten per week of om de week een hele week bij elke co-ouder verblijven. Het co-ouderschap moet worden aangetoond met een gerechtelijke uitspraak, een echtscheidingsconvenant of een ouderschapsplan.

huishoudinkomen

Gezamenlijke verzamelinkomens als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 van de woningzoekende, met uitzondering van kinderen in de zin van artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, met dien verstande dat in het eerste lid van dat artikel voor «belanghebbende» telkens wordt gelezen «aanvrager».

huisvestingsvergunning

Een vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Huisvestingswet 2014.

ingezetene

Degene die volgens de inschrijving in de Basis Registratie Personen, tenminste één jaar woonachtig is en in één van de gemeenten in de betreffende regio feitelijk diens hoofdverblijf heeft in een voor bewoning aangewezen woonruimte volgens het bestemmingsplan.

inkomensgrens

De maximale inkomensgrens bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet.

inwoning

Het bewonen van een woonruimte die deel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen.

jongere

Iemand in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 29 jaar.

kamer

Elke afzonderlijke ruimte in een woonruimte, die geschikt is voor wonen of slapen met een oppervlakte van tenminste 5 vierkante meter.

liberalisatiegrens

De maximale huur, waarbij nog recht op huurtoeslag bestaat, conform de huurprijs in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag.

mantelzorg

Hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het

3

opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep (in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015). middenhuurwoningen

Woonruimte met een aanvangshuurprijs vanaf de liberalisatiegrens tot en met de middenhuurgrens.

middenhuurgrens

De maximale huur behorend bij een totaal van 187 WWS-punten volgens het Woningwaarderingsstelstel.

onzelfstandige woonruimte

Woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, die geen eigen toegang heeft, dus geen deur die direct toegang geeft tot de woning en bereikbaar is via de straatzijde of vanuit een gemeenschappelijke verkeersruimte; en die niet zelfstandig door een huishouden kan worden bewoond, omdat wezenlijke voorzieningen als keuken en sanitaire voorzieningen zich buiten de woonruimte bevinden.

(Pleeg)ouder/voogd

De (pleeg)ouder/voogd met gezag over het kind / de kinderen

particuliere verhuurders

Alle verhuurders van woonruimte die geen woningcorporatie zijn.

plank- / sloopwoning

Woning die op de nominatie staat om ingrijpend te worden verbeterd of te worden gesloopt, en voor tijdelijke bewoning in gebruik kan worden gegeven.

relatiebeëindiging

Echtscheiding, verbreking geregistreerd partnerschap, verbreking samenlevingscontract en beëindiging samenwoning zonder overeenkomst.

senior

Iemand van 65 jaar en ouder (daar waar het gaat om het toewijzen van woningen in de regio U16), iemand van 55 jaar en ouder (daar waar het gaat om het toewijzen van woningen in de regio AlblasserwaardVijfheerenlanden).

seniorenwoning

Woonruimte die geschikt is voor personen van 65 jaar en ouder (regio U16), woonruimte die geschikt is voor personen van 55 jaar en ouder (Alblasserwaard-Vijfheerenlanden).

sociale huurwoning

Woonruimte met een aanvangshuurprijs tot en met de liberalisatiegrens.

toegankelijke woonruimte

Een gelijkvloerse woning, rollatortoegankelijke- of rolstoeltoegankelijke woning die, inclusief de wezenlijke voorzieningen, zonder trap bereikbaar is. De woning is geschikt voor personen van 65 jaar en ouder en voor personen met een functiebeperking.

type woonruimte

Toegankelijke woning, woning met zorgvoorzieningen, aangepaste woningen, jongerenwoning, wisselwoning, plank- / sloopwoning, eengezinswoning, parterre-appartement, appartement vanaf eerste verdieping met lift, appartement vanaf eerste verdieping zonder lift, bovenwoning, benedenwoning, ondermaisonnette (begane grond) en bovenmaisonnette (vanaf eerste verdieping).

4

urgentiecommissie

De door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke commissie die adviseert aan het college van burgemeester en wethouders ter zake van deze verordening.

vergunninghouder

Vreemdeling die in Nederland een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft aangevraagd en als gevolg daarvan een verblijfsvergunning heeft ontvangen als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, c, van de Vreemdelingenwet 2000.

wet

Huisvestingswet 2014.

wisselwoning

Woning die voor tijdelijke bewoning wordt aangeboden aan personen die door ingrijpende verbetering de huidige woning moeten verlaten, maar na afronding van de werkzaamheden in deze woning terugkeren

Wmo

wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Toegelaten instelling

Toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet die feitelijk werkzaam is in de gemeente.

regio Alblasserwaard-

Gebied dat vanuit het oogpunt van het functioneren van de woningmarkt als een geheel wordt

Vijfheerenlanden

beschouwd, bestaande uit de gemeenten Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Molenlanden en de kernen Ameide, Hei- en Boeicop, Kedichem, Leerbroek, Leerdam, Lexmond, Meerkerk, Nieuwland, Schoonrewoerd en Tienhoven aan de Lek in de gemeente Vijfheerenlanden. Daar waar in de huisvestingsverordening de term ‘regio’ wordt gebruikt, heeft het betreffende artikel / lid betrekking op zowel het deel van de gemeente Vijfheerenlanden dat behoort tot de regio U16 als het deel dat behoort tot de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden.

regio U16

Gebied dat vanuit het oogpunt van het functioneren van de woningmarkt als een geheel wordt beschouwd, bestaande uit de gemeenten Lopik, Montfoort, Oudewater, De Ronde Venen, Woerden, De Bilt, Bunnik, Houten, IJsselstein, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht, Zeist, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en de kernen Vianen, Hagestein, Everdingen, Zijderveld en Hoef en Haag in de gemeente Vijfheerenlanden. Daar waar in de huisvestingsverordening de term ‘regio’ wordt gebruikt, heeft het betreffende artikel / lid betrekking op zowel het deel van de gemeente Vijfheerenlanden dat behoort tot de regio U16 als het deel dat behoort tot de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden.

woningvorming

Het verbouwen of in verbouwde staat houden van twee of meer woonruimten

woningzoekende

Huishouden dat staat ingeschreven in het inschrijfsysteem voor woningzoekenden

woonadres

Woonadres als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel o, onder 1°, van de Wet basisregistratie personen.

woonduur

de tijd waarin een woningzoekende volgens de Basisregistratie Personen in de woonruimte woont.

woongroep

Groep van drie of meer huishoudens, die geen gemeenschappelijke huishouding voeren en geen onderlinge huurrelatie hebben, maar wel de intentie hebben om bestendig, voor onbepaalde tijd, samen te wonen en een met een gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband met elkaar aan te gaan.

5

woonplaatsbeginsel

De gemeente waar de woningzoekende zijn woonadres heeft volgens de Basisregistratie Personen (de BRP).

woonruimte met

Zelfstandige woonruimte (aanleunwoning of beschutte woning) waarbij gebruik gemaakt wordt van

zorgvoorzieningen

faciliteiten van zorgverlenende instellingen.

zelfstandige woonruimte

Woonruimte (niet zijnde kamerverhuur of inwoning) met een eigen toegang, dus een deur die direct toegang geeft tot de woning en bereikbaar is via de straatzijde of vanuit een gemeenschappelijke verkeersruimte, die door een huishouden permanent kan worden bewoond, zonder dat het huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken en sanitaire voorzieningen, buiten die woonruimte.

zoekprofiel

Een beschrijving van de woningtypen en plaats, waarvoor een urgent woningzoekende met voorrang in aanmerking kan komen.

6

Hoofdstuk 2 Verdeling van woonruimte Paragraaf 2.1. Werkingsgebied Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte 1.

2.

Dit hoofdstuk is van toepassing op: a.

Sociale huurwoningen;

b.

Middenhuurwoningen die onder het regime van het omgevingsplan vallen.

c.

Betaalbare nieuwbouw koopwoningen

Dit hoofdstuk geldt niet voor: a.

woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid van de Leegstandwet, waarvoor een vergunning is afgegeven.

b.

onzelfstandige woonruimte;

c.

dienstwoningen;

d.

zelfstandige woonruimte met een vloeroppervlakte tot 30m2, verhuurd met een doelgroepencontract;

e.

woonschepen en ligplaatsen voor woonschepen;

f.

wisselwoningen;

g.

woonruimten in eigendom van woningcorporaties, via intermediaire verhuur verhuurd aan een zorginstelling, die door die zorginstelling aan derden in gebruik worden gegeven met een contract dat onlosmakelijk verbonden is aan een zorgcontract van deze zorginstelling;

h.

woonruimte die tijdelijk wordt verhuurd, op grond van artikelen 7:274c tot en met 7.274 f, en 2.7 tweede lid van het Burgerlijk Wetboek.

Paragraaf 2.2. De huisvestingsvergunning Artikel 3. Eisen voor verlening huisvestingsvergunning 1.

Een aanvrager komt in aanmerking voor een huisvestingsvergunning als deze aan de volgende voorwaarden voldoet: a.

De bepalingen zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet; de leden van het huishouden hebben de Nederlandse nationaliteit of verblijven hier rechtmatig;

b.

De aanvrager is 18 jaar of ouder;

c.

Voor een sociale huurwoning is het huishoudinkomen niet hoger dan de € 49.669,- voor een eenpersoonshuishoudens en € 54.847,- voor een meerpersoonshuishouden;

d.

Voor een middenhuurwoning en een betaalbare nieuwbouw koopwoning is het huishoudinkomen niet hoger dan € 67.366,- voor een eenpersoonshuishouden en € 89.821,- voor een meerpersoonshuishouden;

2.

Bij vruchteloze aanbieding wordt een vergunning verleend in afwijking van de voorwaarden uit het eerste lid onder c., d. en uit het tweede lid.

3.

De voorwaarde uit het eerste lid onder c. geldt niet voor degenen met een urgentie op volkshuisvestelijke, maatschappelijke of medische gronden en voor degenen die uitgezonderd zijn van de inkomenstoets zoals vermeld in de Regeling woningcorporaties volkshuisvesting 2015, bijlage 1 onder A.

7

4.

Bij woningruil en bij overlijden van de hoofdhuurder kan een huisvestingsvergunning worden verleend in afwijking van de voorwaarde uit het tweede lid.

5.

In afwijking van het eerste lid onder c. kan voor sociale huurwoningen met een huurprijs vanaf € 731,93 een huisvestingsvergunning worden verleend aan huishoudens met een huishoudinkomen tot € 66.126,-.

6.

In afwijking van het eerste lid, onder d, met betrekking tot betaalbare koop kan het college van burgemeester en wethouders een afwijkende inkomensgrens vaststellen, wanneer vanwege de te verwachten leencapaciteit de inkomensgrens tot onevenredige effecten zou leiden.

Artikel 4. Jaarlijkse aanpassing van huur- en inkomensgrenzen 1. De in dit hoofdstuk genoemde bedragen zijn de bedragen die gelden in 2025. Deze bedragen worden jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd: a.

De inkomensgrens in artikel 3, eerste lid onder c overeenkomstig artikel 16, lid 2 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting;

b.

De inkomensgrens in artikel 3, eerste lid onder d overeenkomstig artikel 10 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte;

c.

De inkomensgrenzen in artikel 24, eerste lid, tabel 1, overeenkomstig artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag;

d.

De huurprijzen in artikel 24, eerste lid, tabel 1, overeenkomstig artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag;

e.

De inkomensgrens in artikel 24, vijfde lid, tabel 2, kolom 1, overeenkomstig artikel 16, lid 1 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting;

f.

De inkomensgrens in artikel 24, vijfde lid, tabel 2, kolom 2, overeenkomstig artikel 10 Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.

g.

De koopprijsgrens in artikel 2, eerste lid, onder c, overeenkomstig artikel 7, vierde lid van de wet 2014.

Artikel 5. Vruchteloze aanbieding 1. Er is sprake van vruchteloze aanbieding als de eigenaar de woonruimte zonder resultaat heeft aangeboden aan woningzoekenden die er op grond van artikel 3 voor in aanmerking komen, mits: a.

De woonruimte is aangeboden tegen een redelijke huurprijs, als beschreven in artikel 17, eerste lid van de wet;

b.

Er tenminste driemaal, minimaal eenmaal per maand, met de woonruimte is geadverteerd; en

c.

Er is geadverteerd in een regionaal of lokaal advertentiemedium of op een andere, naar het oordeel van burgemeester en wethouders gelijkwaardige wijze.

2. In geval van een betaalbare nieuwbouw koopwoning, als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder c, is sprake van vruchteloze aanbieding als de verkoper van de woonruimte dertien weken lang, gerekend vanaf de datum van de eerste advertentie, zonder resultaat heeft aangeboden aan huishoudens die er op grond van artikel 3 voor in aanmerking komen, mits: a.

De woonruimte is aangeboden tegen een marktconforme koopprijs. De verkoper kan hier wel ten gunste van de koper van afwijken;

b.

Er tenminste driemaal, minimaal eenmaal per maand, met de woonruimte is geadverteerd; en

c.

er is geadverteerd in een regionaal of lokaal advertentiemedium of op een andere, naar het oordeel van burgemeester en wethouders gelijkwaardige wijze.

8

Artikel 6. Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning 1. Een huisvestingsvergunning wordt aangevraagd bij burgemeester en wethouders via een daartoe bestemd formulier. 2. Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt: a.

Naam, adres, woonplaats, geboortedatum, nationaliteit en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager;

b.

Omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat betrekken;

c.

Huishoudinkomen;

d.

Adres, naam van de verhuurder en huurprijs van de te betrekken woonruimte;

e.

Kopie van het huurcontract of koopcontract schriftelijke verklaring van de eigenaar dat hij bereid is de woonruimte aan de aanvrager in gebruik te geven;

f.

beoogde datum van het betrekken van de woonruimte;

g.

als dat van toepassing is: een afschrift van de indicatie voor een woonruimte met een specifieke voorziening; en: a.

als dat van toepassing is: de voorrangscategorie waartoe de aanvrager behoort.

3. Als burgemeester en wethouders dat nodig vinden voor de beoordeling van de aanvraag, kunnen zij aanvullende gegevens vragen. 4. De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval: a.

aan wie de vergunning is verleend (volledige naam, geboortedatum, geboorteplaats, geboorteland);

b.

voor welke woonruimte de vergunning wordt verleend;

c.

naam en adres van de verhuurder;

d.

het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt en

e.

binnen welke termijn van de vergunning gebruik moet zijn gemaakt.

Artikel 7. Intrekken van de huisvestingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken op de genoemde gronden van artikel 18 van de wet.

Paragraaf 2.3. Inschrijfsysteem van woningzoekenden, bekendmaking van het aanbod Artikel 8. Toepasselijkheid inschrijfsysteem Deze paragraaf geldt voor: a.

Sociale huurwoningen in eigendom van een woningcorporatie;

b.

Sociale huurwoningen die in eigendom zijn van particuliere verhuurders;

c.

Middenhuurwoningen die onder het regime van het omgevingsplan vallen.

Artikel 9. Inschrijfsysteem, algemene eisen 1.

Verhuurders van de in artikel 8 bedoelde woonruimten zorgen voor het aanleggen en bijhouden van een inschrijfsysteem van woningzoekenden, zodat de rangorde bepaald kan worden.

2.

Het inschrijfsysteem is transparant, controleerbaar, gebruiksvriendelijk en toegankelijk.

3.

Als burgemeester en wethouders daarom verzoeken, legt verhuurder aan hen verantwoording af over de inschrijving voor en toewijzing van de woonruimten.

9

4.

De administratiekosten die aan woningzoekenden berekend worden in verband met hun inschrijving, staan in redelijke verhouding tot de kosten die in verband met het inschrijfsysteem voor de woningzoekende gemaakt worden;

5.

De woningzoekende ontvangt een bewijs van inschrijving.

6.

De inschrijving die resulteert in een huurovereenkomst vervalt niet als het een tijdelijke huurovereenkomst betreft, zoals bedoeld in de artikelen 7:274c tot en met 7.274f, en 2.7 tweede lid van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 10. Inschrijfsysteem voor woningcorporaties 1.

De woningcorporaties hanteren per regio een gezamenlijk inschrijfsysteem voor woningzoekenden: a.

Één gezamenlijk inschrijfsysteem voor woningcorporaties die actief zijn in de regio U16

b.

Één gezamenlijk inschrijfsysteem voor woningcorporaties die actief zijn in de regio AlblasserwaardVijfheerenlanden

2.

Zij stellen regels op over de wijze van inschrijving, registratie van gegevens, opschorting en einde van de inschrijving.

3.

Een woningzoekende kan een beroep doen op de regionale klachtencommissie.

4.

Een inschrijving eindigt na toewijzing van een woonruimte door een woningcorporatie, behalve als die woonruimte wordt verhuurd met een tijdelijk huurcontract, bij woningruil of als de woonruimte is betrokken met gebruikmaking van een urgentie op volkshuisvestelijke gronden met uitzondering van de terugkeerurgentie.

5.

Voor de kernen van de gemeente Vijfheerenlanden die tot de regio U16 behoren, geldt dat na aanvaarding van een woonruimte in eigendom van een woningcorporatie, een woningzoekende 75% van de inschrijfduur behoudt, mits de woningzoekende zich binnen twaalf maanden na de aanvaarding opnieuw inschrijft

Artikel 11. Bekendmaking van het aanbod 1.

Het aanbod van particuliere verhuurders wordt bekend gemaakt op de website van die verhuurder, op het in de regio gangbare platform of op een andere transparante wijze.

2.

Het aanbod van woningcorporaties wordt op de in de regio gangbare platforms bekend gemaakt.

3.

Van het tweede lid kan worden afgeweken als een woonruimte bedoeld is:

4.

a.

voor verdeling via bemiddeling of op grond van beheerdersbelang;

b.

als wisselwoning of plank- /sloopwoning ten behoeve van tijdelijke huisvesting;

c.

als standplaats voor een woonwagen; of

d.

voor bewoning door een woongroep.

De bekendmaking van het aanbod bevat in ieder geval: a.

het adres en de huurprijs van de woonruimte;

b.

de mededeling dat de woonruimte niet voor bewoning in gebruik genomen mag worden als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend; en

c.

als dat van toepassing is: de criteria en voorrangsregels voor het verlenen van de huisvestingsvergunning.

10

Paragraaf 2.4 Woonruimteverdelingssysteem Artikel 12. Toepasselijkheid Deze paragraaf is van toepassing op: a.

sociale huurwoningen in eigendom van een woningcorporatie;

b.

sociale huurwoningen die in eigendom zijn van particuliere verhuurders die vallen onder het regime van het Omgevinsplan.

c.

woonruimte bedoeld voor woongroepen;

d.

woonwagenstandplaatsen.

Artikel 13. De verdeling van sociale huurwoningen van woningcorporaties Sociale huurwoningen van woningcorporaties worden op de volgende wijze verdeeld: a.

alle woonruimte, met uitzondering van sub b, c, en d, wordt verdeeld via het aanbodmodel, zoals omschreven in artikel 14;

b.

maximaal 20% van de beschikbaar komende woonruimte kan worden verdeeld via het lotingmodel, zoals omschreven in artikel 15;

c.

bij urgentie op maatschappelijke gronden wegens uitstroom uit een instelling kan de woonruimte via bemiddeling worden verdeeld;

d.

bij statushouders, en in overige situaties waar bemiddeling noodzakelijk is, wordt de woonruimte verdeeld via bemiddeling.

Artikel 14. Aanbodmodel 1.

De woonruimte wordt aangeboden op het in de regio gangbare platform.

2.

De tijdig ingekomen reacties van woningzoekenden worden gerangschikt volgens de rangordebepalingen uit artikel 45 waarna de kandidaat met de hoogste positie in de rangorde wordt geselecteerd.

Artikel 15. Lotingmodel 1.

De woonruimte wordt op het in de regio gangbare platform aangeboden;

2.

Bij het lotingmodel zijn de voorrangsbepalingen uit paragraaf 2.5 en 2.6 en de rangordebepaling van artikel 45 niet van toepassing behoudens dat de woonruimte voor de woningzoekende naar aard, grootte en prijs moet voldoen aan artikel 22, vierde lid, onder b (seniorenwoonruimte) en e (jongerenwoonruimte), artikel 23, eerste lid en artikel 24.

3.

De volgorde van de reacties bij het lotingmodel wordt aselect bepaald door een computersysteem.

4.

Een woningzoekende kan per woonruimte één reactie uitbrengen.

5.

Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat alleen specifieke typen woonruimte via loting mogen worden verdeeld.

Artikel 16. Bemiddeling 1.

Bij bemiddeling wordt een huisvestingsvergunning verstrekt aan een woningzoekende, zonder dat de woonruimte op het in de regio gangbare platform aangeboden is. 11

2.

Bemiddeling is in beginsel eenmalig, behalve als via bemiddeling verkregen woonruimte tijdelijke woonruimte is. Het recht op bemiddeling kan vervallen als de woningzoekende zonder gegronde reden de woonruimte weigert.

3.

Bemiddeling vindt plaats in de volgende gevallen: a.

bij aangepaste woonruimte en woonruimte met zorgvoorzieningen (artikel 22);

b.

bij statushouders (artikel 36), zowel op grond van de taakstelling als na tijdelijke huisvesting;

c.

bij urgentie op maatschappelijke gronden;

d.

bij urgentie op volkshuisvestelijke gronden (artikel 34) of bij dreigende dakloosheid (artikel 29), als zelf zoeken naar oordeel van de woningcorporatie onvoldoende resultaat heeft opgeleverd;

e.

als een urgent verklaarde buiten zijn schuld geen woning heeft kunnen vinden binnen de gestelde termijn (artikel 43); of:

f.

bij overige situaties waar bemiddeling naar het oordeel van de woningcorporatie noodzakelijk is, bijvoorbeeld als het gaat om beheerdersbelang (artikel 17).

4.

Bij bemiddeling moet de woonruimte voor de woningzoekende naar aard, grootte en prijs voldoen aan artikel 22, vierde lid onder b (seniorenwoonruimte) en e (jongerenwoonruimte), artikel 23, eerste lid en artikel 24. Hiervan kan slechts bij uiterste noodzaak worden afgeweken.

5.

Maximaal 30% van de jaarlijks vrij te komen woningen mogen ingezet worden voor directe bemiddeling.

6.

Andere voorrangscriteria zijn bij bemiddeling niet van toepassing.

Artikel 17. Beheerdersbelang 1.

Een woningcorporatie kan, met het oog op het beheren van hun woningvoorraad, in relatie tot het belang van de wijk, openbare orde en veiligheid of de leefbaarheid, een zittende huurder of woningzoekende via bemiddeling een (andere) woonruimte uit haar voorraad aanbieden. Het beheerdersbelang wordt in de gemeente Vijfheerenlanden alleen toegepast voor huurders met ernstige betalingsproblemen of ernstige overlast, waarbij de volgende voorwaarden gelden: a.

huurders met ernstige betalingsproblemen: de woningcorporatie biedt eenmalig een goedkopere woning aan. Het moet hier gaan om onvoorziene financiële omstandigheden waarmee huisuitzetting kan worden voorkomen.

b.

huurders waarbij sprake is van ernstige overlast: de woningcorporatie biedt eenmalig aan de huurder een woning aan. Dit zijn maatwerkoplossingen die tussen gemeente en woningcorporatie worden afgestemd. Het aanbod van een andere woning kan worden gecombineerd met een Laatste Kanstraject. Hierbij wordt de huurovereenkomst gecombineerd met een zorgcontract.

c.

huurders die ernstige overlast ervaren van hun directe leefomgeving: de woningcorporatie biedt eenmalig aan de huurder een woning aan.

2.

Overige voorwaarden bij de toepassing van het beheerdersbelang zijn: a.

er mag geen nadeel zijn voor het welzijn van de persoon in kwestie naar redelijk- en billijkheid;

b.

het blijkt niet mogelijk om de aanleiding, zoals overlast, op een andere wijze op te lossen;

c.

de woningcorporatie lost het probleem eerst binnen het eigen bezit op en vervolgens pas in andermans bezit;

d.

de woningcorporatie rapporteert jaarlijks achteraf aan burgemeester en wethouders over de wijze waarop zij invulling heeft gegeven aan dit artikel. Daarbij wordt in elk geval aangegeven om welke aantallen het in dat jaar gaat met een korte aanduiding van de aard van de problematiek. Burgemeester en wethouders kunnen desgewenst nadere informatie vragen. 12

Artikel 18. Verdeling van woonruimte voor woongroepen 1.

Burgemeester en wethouders kunnen, na overleg met de eigenaren, een of meer woonruimten in een complex aanwijzen als geschikt voor een woongroep.

2.

Burgemeester en wethouders kunnen een groep woningzoekenden aanmerken als woongroep.

3.

Bij nieuwbouw van woonruimte voor een woongroep is er sprake van een initiatiefgroep waarvan de leden van de woongroep het recht van eerste bewoning krijgen of een initiatief van een eigenaar die een woongroep wil faciliteren.

4.

Burgemeester en wethouders stellen nadere regels over de eisen waaraan een woongroep moet voldoen en de wijze waarop vrijkomende woonruimte binnen een woongroep wordt verdeeld.

Artikel 19. Verdeling van woonwagenstandplaatsen 1.

Bij inschrijving voor een standplaats en voor overige woonruimten op een woonwagenlocatie geldt het volgende: a.

er wordt een wachtlijst gehanteerd die specifiek gericht is op het aanbod op woonwagenlocaties binnen de gemeente Vijfheerenlanden;

2.

b.

toewijzing vindt plaats op de in het tweede en derde lid beschreven wijze;

c.

Burgemeester en wethouders beheren de wachtlijst.

De toewijzing van vrijkomende woonwagenstandplaatsen gaat als volgt: a.

De voorrangsgronden uit paragraaf 2.5 en 2.6 zijn niet van toepassing;

b.

Voor de toewijzing van een vrijkomende standplaats is een aanvullende voorrangsvolgorde vastgesteld. Deze geldt voor de eerste inschrijvers met de langste inschrijfduur op de wachtlijst;

c.

Het aantal eerste inschrijvers onder b. is afhankelijk van de grootte van de woonwagenlocatie en te bepalen door burgemeester en wethouders.

3.

De rangvolgorde van de eerste inschrijvers op de wachtlijst, zoals bedoeld in het tweede lid, wordt als volgt bepaald: a.

voor huurstandplaatsen geldt dat kinderen of kleinkinderen van degene, die de plaats huurde voordat deze leeg kwam, voorrang hebben. De regel dat het alleen om de eerste inschrijvers van de wachtlijst gaat, is hierbij niet van toepassing;

b.

de woningzoekende die een standplaats huurt op de woonwagenlocatie en wil doorschuiven naar een vrijkomende standplaats op dezelfde locatie, onder voorwaarde dat de eigen standplaats vrijkomt;

c.

een kind, inwonend bij familie in de eerste graad op de locatie waar een standplaats vrijkomt;

d.

woningzoekende die in de afgelopen tien jaar minimaal zes jaar aaneengesloten op de locatie heeft gewoond;

e.

woningzoekende die in het verleden op de locatie heeft gewoond, maar niet voldoet aan hetgeen gesteld is onder d;

f.

woningzoekende die niet op de betreffende woonwagenlocatie heeft gewoond, maar wel familie in de eerste of tweede graad van huidige woonwagenbewoners van de locatie is;

g.

woningzoekende die in de afgelopen tien jaar minimaal zes jaar aaneengesloten op een woonwagenlocatie elders in Nederland heeft gewoond;

h.

overige woningzoekenden, op basis van inschrijfduur op de wachtlijst;

i.

voor het derde lid onder b tot en met h. geldt dat bij gelijke kandidaten, degene met de langste inschrijfduur op de wachtlijst voorrang heeft. 13

4.

Een adviescommissie van bewoners van de woonwagenlocatie adviseert de beheerder over de toewijzing. Bij dit advies wordt de volgorde van lid 3 aangehouden.

5.

Burgemeester en wethouders behouden het recht om in te grijpen in het toewijzingsproces of af te wijken van deze regeling. Als zij dat doen, vragen zij de beheerder voorafgaand om advies.

Paragraaf 2.5. Voorrangsgronden voor sociale huurwoningen Artikel 20. Toepasselijkheid 1. Deze paragraaf geldt voor: a.

sociale huurwoningen in eigendom van een woningcorporatie;

b.

sociale huurwoningen die in eigendom zijn van particuliere verhuurders die vallen onder het regime van het Omgevingsplan.

2.

Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor deze woonruimte kan voorrang verleend worden aan woningzoekenden die vallen onder een van de in deze paragraaf beschreven voorrangsgronden.

3.

De in deze paragraaf beschreven voorrangsgronden gelden binnen de hele regio (zowel regio U16 als regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden), tenzij bij de beschrijving van de voorrangsgrond expliciet anders is bepaald.

Artikel 21. Voorrangsgronden Burgemeester en wethouders kunnen bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor sociale huurwoningen voorrang geven in verband met: a.

de aard van de woonruimte;

b.

de grootte van de woonruimte;

c.

de prijs van de woonruimte;

d.

economische of maatschappelijke binding;

e.

een urgentverklaring.

Artikel 22. Voorrang in verband met de aard van de woonruimte 1.

De woningcorporatie kan een woonruimte labelen als: a.

woonruimte met zorgvoorzieningen;

b.

seniorenwoonruimte;

c.

toegankelijke woonruimte;

d.

aangepaste woonruimte;

e.

jongerenwoonruimte, bedoeld voor jongeren van 18 tot en met 29 jaar, of een gespecificeerde categorie daarbinnen.

f. 2.

doorschuifcomplex.

Burgemeester en wethouders kunnen, in overleg met de eigenaar, bepaalde woonruimte aanwijzen als woonruimte voor bijzondere doelgroepen of voor woongroepen, waarbij de voorrang beperkt kan worden tot bijzondere doelgroepen en woongroepen uit de gemeente. Bij de aanwijzing wordt vastgelegd om welke complexen en doelgroepen het gaat en hoe de toewijzing geregeld wordt.

14

3.

Op woonruimte met het label seniorenwoonruimte wordt primair voorrang verleend aan huishoudens waarvan tenminste één van de leden tot de doelgroep senioren behoort. Als er op seniorenwoonruimte die wordt aangeboden op grond van de artikelen 14, 15 en 16 van deze verordening geen reacties komen van huishoudens waarvan tenminste één van de leden tot de doelgroep senioren behoort, wordt voorrang verleend aan huishoudens waarvan tenminste een van de leden tot de doelgroep 55+ behoort.

4.

Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat in een doorschuifcomplex doorstromers die binnen dat complex doorschuiven, voorrang krijgen op andere woningzoekenden.

5.

Voor de op grond van het eerste en tweede lid gelabelde typen woonruimte geldt de volgende tabel, die aangeeft welke doelgroep voorrang krijgt voor welk type woonruimte:

Type woonruimte a.

Woonruimte met zorg-voorzieningen

Doelgroep Huishoudens waarvan een van de leden over een indicatie beschikt. Hierbij geldt als volgorde: 1.

Wlz leveringsvorm intramuraal – CIZ indicatie

2.

Wlz leveringsvorm extramuraal: VPT, MPT, PGB – CIZ indicatie

3.

Zorgverzekeringswet indicatie wijkverpleging en/of Wmo beschikking gericht op begeleiding en/of huishoudelijke ondersteuning

b.

Senioren-woonruimte

4.

Wmo verhuisindicatie

5.

Reguliere woningzoekenden 65 jaar of ouder

6.

Overige woningzoekenden

Huishoudens waarvan ten minste een van de leden tot de doelgroep senioren behoort (primaire doelgroep), of, met inachtneming van het in lid 6 bepaalde, huishoudens waarvan tenminste een van de leden tot de doelgroep 55+ behoort (secundaire doelgroep) of 55 jaar en ouder (regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden).

c.

Toegankelijke woonruimte

Huishoudens waarvan een van de leden afhankelijk is van een rollator of rolstoel.

d.

Aangepaste woonruimte

Huishoudens waarvan een van de leden fysieke beperkingen ondervindt.

e.

Jongeren-woonruimte

Woningzoekenden in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 29 jaar, of een gespecificeerde categorie daarbinnen (zoals de leeftijdscategorie 18 t/m 23 jaar in verband met de huurtoeslagmogelijkheden van deze groep voor woningen tot de kwaliteitskortingsgrens)

f.

Doorschuivers

Doorstromer die binnen een doorschuifcomplex doorschuift

g.

Woonruimte voor woongroepen

Woongroepen die door burgemeester en wethouders zijn aangewezen.

Artikel 23. Voorrang in verband met de grootte van de woonruimte 1.

Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning kan voorrang worden gegeven aan een meerpersoonshuishouden bij woonruimte met vier of meer kamers.

2.

Afwijking van lid 1 is mogelijk als dat in verband met de leefbaarheid nodig is.

3.

Voor de regio U16 geldt dat voor woonruimten met maximaal drie kamers krijgen doorstromers die een woonruimte van minimaal 4 kamers achterlaten, waar zij minimaal een jaar gewoond hebben, voorrang (Van-groot-naar-beterregel). Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalen dat de voorrang voor doorstromers niet geldt voor eengezinswoningen met drie kamers en een gebruiksoppervlakte van tenminste 75m2. 15

4.

Voor de regio Alblasserwaard – Vijfheerenlanden geldt dat huishoudens van 55 jaar en ouder krijgen bij aanmelding voorrang middels doorstroomurgentie: a.

Voorwaarden senior/deelnemer: o

De senior/deelnemer is 55+;

o

bewoner is ingeschreven als woningzoekende bij Woongaard;

o

Geen overlastdossier

b.

Voorwaarden achtergelaten woning: eengezinswoning met minimaal 3 slaapkamers.

c.

Voorwaarden betrokken woning; maximaal twee slaapkamers

d.

De woning die vrijkomt als gevolg van de verhuizing door de deelnemer, wordt toegewezen aan een gezin met

minimaal drie personen.

Artikel 24. Voorrang in verband met de prijs van de woonruimte 1.

Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning wordt voorrang verleend aan huishoudens waarvan het huishoudinkomen past bij de huurprijs, volgens onderstaande tabel:

Tabel 1 Leeftijd

Huishoudensgrootte

Huishoudinkomen

Huurprijs

Tot AOW-leeftijd

Eén persoon

Tot en met norminkomen als genoemd in artikel 27 van de

<

Wet op de huurtoeslag

aftoppingsgrens

Tot en met norminkomen als genoemd in artikel 27 van de

<

Wet op de huurtoeslag

aftoppingsgrens

Drie of meer

Tot en met norminkomen als genoemd in artikel 27 van de

<

personen

Wet op de huurtoeslag

aftoppingsgrens

Eén persoon

Tot en met norminkomen als genoemd in artikel 27 van de

<

Wet op de huurtoeslag

aftoppingsgrens

Tot en met norminkomen als genoemd in artikel 27 van de

<

Wet op de huurtoeslag

aftoppingsgrens

Drie of meer

Tot en met norminkomen als genoemd in artikel 27 van de

<

personen

Wet op de huurtoeslag

aftoppingsgrens

Twee personen

Vanaf AOWleeftijd

Twee personen

2.

1e 1e 2e 1e 1e 2e

Burgemeester en wethouders kunnen woonruimte aanwijzen waarvoor tabel 1 niet geldt. Het niet toepassen van tabel 1 kan alleen wanneer de toewijzing aan de primaire doelgroep boven de te verwachten trend van 70% ligt.

3.

Als dat nodig is om aan de eisen van de Woningwet te voldoen, kan een woningcorporatie huishoudens met een huishoudinkomen tot de maximale inkomensgrenzen uitsluiten voor woonruimte vanaf de aftoppingsgrenzen.

4.

In afwijking van tabel 1 kan de woonruimte direct passend worden aangeboden. In dergelijke gevallen vervalt de voorrang op inkomen.

5.

Burgemeester en wethouders kunnen woonruimte aanwijzen waarbij voorrang wordt gegeven aan huishoudens met een middeninkomen, zoals aangegeven in tabel 2:

16

Tabel 2 (prijspeil 2025) Huishoudinkomen vanaf

Huishoudensinkomen

Huurprijs van

Huurprijs tot

2e aftoppingsgrens

Liberalisatiegrens

tot Norminkomen voor eenpersoonshuishoudens overeenkomstig artikel 16, lid 2 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting Norminkomen voor meerpersoonshuishoudens

€ 66.126

overeenkomstig artikel 16, lid 2 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting

Artikel 25 Voorrang in verband met economische of maatschappelijke binding 1.

Woningzoekenden met een maatschappelijke binding aan een in het tweede lid aangewezen kern hebben voorrang bij het verlenen van een huisvestingsvestingvergunning voor alle woonruimte in die kern.

2.

Als kern in de gemeente Vijfheerenlanden worden aangewezen de kernen: a.

Ameide

b.

Everdingen

c.

Hagestein

d.

Hei- en Boeicop

e.

Kedichem

f.

Leerbroek

g.

Lexmond

h.

Meerkerk

i.

Nieuwland

j.

Oosterwijk

k.

Schoonrewoerd

l.

Tienhoven aan de Lek

m. Zijderveld 3. Bij het met voorrang toewijzen aan woningzoekenden met maatschappelijke binding mogen de woningcorporaties de kernen als genoemd in lid 2 die tot hun werkgebied behoren als 1 kern beschouwen. 4. Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van artikel 14 van de wet, bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voor appartementen vanaf de eerste verdieping in de gemeente voorrang geven aan vitale beroepen, zijnde woningzoekenden met een economische binding aan de gemeente, die werkzaam zijn binnen de sectoren onderwijs, zorg, politie, kinderopvang, en brandweer. 5. Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van artikel 14 van de wet, bij het verlenen van 17

huisvestingsvergunningen voor woonruimte in een bepaalde wijk of bepaald gebied voorrang verlenen aan categorie woningzoekenden, bijvoorbeeld doorstromers, senioren of jongeren met een maatschappelijke binding aan die wijk of dat gebied. 6. Burgemeester en wethouders werken de voorwaarden voor de voorrang als bedoeld in lid vier en vijf verder uit in een nadere regel. 7. Het totaal aantal toewijzingen op basis van de voorrang voor economische of maatschappelijke binding kan tot maximaal 50% van de jaarlijks vrij te komen woningen.

Paragraaf 2.6. Urgentverklaring Artikel 26. Toepasselijkheid Deze paragraaf is van toepassing op:

a.

sociale huurwoningen in eigendom van een woningcorporatie;

b.

sociale huurwoningen die in eigendom zijn van particuliere verhuurders die vallen onder het regime van het Omgevingsplan.

Artikel 27. Gronden voor een urgentverklaring Een urgentverklaring geeft uitsluitend voorrang voor sociale huurwoningen van woningcorporaties en is uitsluitend mogelijk in de volgende gevallen: a.

Bij dreigende dakloosheid

b.

Bij relatiebeëindiging

c.

Door financiële omstandigheden

d.

Op medische gronden

e.

Bij mantelzorg

f.

Op volkshuisvestelijke gronden

g.

Op maatschappelijke gronden

h.

Voor statushouders

i.

Voor gedupeerden van het aanbodsysteem

j.

Voor verlaten van een penitentiaire instelling

Artikel 28. Algemene eisen voor een urgentverklaring 1.

Urgentie wordt slechts verleend als voldaan wordt aan elk van de volgende voorwaarden: a.

de woningzoekende is ingezetene van de gemeente;

b.

de woningzoekende beschikt over een zelfstandige woonruimte in de regio;

c.

er is sprake van een bijzondere persoonlijke noodsituatie;

d.

de noodsituatie is ontstaan buiten eigen schuld en was door de woningzoekende niet te voorzien;

e.

de woningzoekende kan aantonen eerst zelf naar een oplossing te hebben gezocht;

f.

een verhuizing binnen zes maanden is noodzakelijk;

g.

de woningzoekende is aantoonbaar niet in staat om zelf binnen zes maanden voor passende huisvesting te zorgen; 18

2.

h.

het huishoudinkomen is niet hoger dan het in artikel 3, lid 5 genoemde bedrag, en;

i.

er wordt voldaan aan de bij de specifieke urgentiegrond genoemde voorwaarden.

De voorwaarden uit het eerste lid onder a. tot en met h. gelden niet bij een urgentie op maatschappelijke gronden, urgentie voor statushouders of gedupeerden van het aanbodsysteem.

3.

De voorwaarden uit het eerste lid onder e. tot en met h. gelden niet bij urgentie op volkshuisvestelijke gronden.

4.

Voor urgentie bij mantelzorg geldt niet de voorwaarde uit het eerste lid onder a. en mag, in afwijking van het eerste lid onder b., de zelfstandige woonruimte buiten de regio liggen.

Artikel 29. Urgentie bij dreigende dakloosheid Van urgentie bij dreigende dakloosheid is uitsluitend sprake bij het: a.

moeten verlaten van een dienstwoning, omdat de werkgever de werknemer tot vrije oplevering heeft gedwongen;

b.

moeten verlaten van een woonruimte door een gerechtelijk vonnis (geen echtscheidingsvonnis), voor zover betrokkene dit niet had kunnen voorkomen; of:

c.

verliezen van een woonruimte door een calamiteit, zoals brand of overstroming, indien er niet via een verzekering huisvesting elders kan worden verkregen.

Artikel 30. Urgentie bij relatiebeëindiging 1.

2.

Van urgentie bij relatiebeëindiging is uitsluitend sprake als: a.

de partners meer dan twee jaar aaneengesloten hebben samengewoond;

b.

de samenwoning niet langer dan drie maanden vóór de aanvraag is beëindigd;

c.

er minimaal één minderjarig kind in het geding is; en

d.

geen van de ouders of verzorgers in de woningbehoefte van het kind of de kinderen kan of had kunnen voorzien.

Onverminderd het eerste lid wordt er slechts één urgentverklaring per beëindigde relatie verstrekt en wel aan de partner waarvan de rechter heeft bepaald dat die voor meer dan de helft de zorg voor een of meer minderjarige kinderen draagt en die naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet op enigerlei wijze in de woningbehoefte kan of had kunnen voorzien. Als de zorg gelijk verdeeld wordt (bijvoorbeeld in het geval van co-ouderschap), wordt de urgentie toegekend aan de partner met het laagste inkomen, tenzij de partners in overeenstemming met elkaar voor toekenning aan de andere partner kiezen.

Artikel 31. Urgentie door financiële omstandigheden Van urgentie door financiële omstandigheden is uitsluitend sprake als: a.

de aanvrager de zorg heeft voor minimaal één bij aanvrager geregistreerd inwonend minderjarig kind;

b.

de aanvrager financieel in zodanige problemen is geraakt dat de woonlasten niet opgebracht kunnen worden;

c.

de aanvrager in aanmerking komt voor een uitkering uit een gemeentelijke regeling voor inkomensondersteuning;

d.

naar het oordeel van burgemeester en wethouders het feitelijk besteedbaar inkomen te laag is om de woonlasten op te brengen met daaraan verbonden de voorwaarde om te zien naar een goedkopere woonruimte; en:

e.

de financiële problemen niet direct het gevolg zijn van relatiebeëindiging.

Artikel 32. Urgentie op medische gronden 1.

Een urgentie op medische gronden wordt uitsluitend verleend aan een ingezetene: 19

a.

die in een om medische redenen onhoudbare woonsituatie verkeert en om die reden een gemotiveerd onafhankelijk medisch advies voor andere woonruimte heeft ontvangen;- of

b.

waarvoor een verhuizing wordt aanbevolen in verband met ergonomische beperkingen door ernstige fysieke belemmeringen, mits verhuizen naar oordeel van burgemeester en wethouders spoedeisend is en de goedkoopste adequate voorziening is zoals bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

2.

Onder medische gronden worden in ieder geval fysieke en/of psychische klachten verstaan.

Artikel 33. Urgentie bij mantelzorg 1.

Een indicatie bij mantelzorg wordt uitsluitend verleend als: a.

de mantelzorger beschikt over een zelfstandige woonruimte in Nederland;

b.

mantelzorg een oplossing is voor de zorgvraag van degene aan wie mantelzorg verleend zal worden;

c.

de aanvrager staat ingeschreven als woningzoekende;

d.

de woningzoekende die de mantelzorg verleent of ontvangt niet in dezelfde kern woont als degene die de mantelzorg ontvangt of verleent en de reisafstand tussen mantelzorgverlener en mantelzorgontvanger meer dan vijf kilometer is en deze reisafstand na verhuizing minder dan vijf kilometer wordt (deze reisafstand wordt gemeten volgens de kortst mogelijke route);

e.

er sprake is van langdurige zorg, dat wil zeggen dat de mantelzorg voor minimaal acht uur per week is, verdeeld over minimaal vier dagen per week en naar verwachting nog enkele jaren wordt verstrekt; en:

f.

een gemotiveerd onafhankelijk medisch advies uit de huidige woongemeente van de mantelzorgontvanger is afgegeven over de noodzaak van mantelzorg.

2.

Per mantelzorgsituatie wordt maximaal één keer urgentie verleend.

Artikel 34. Urgentie op volkshuisvestelijke gronden 1.Een urgentie op volkshuisvestelijke gronden kan worden verleend als de woningzoekende zijn woonruimte moet verlaten omdat die in het belang van de volkshuisvesting of ter uitvoering van openbare werken in het algemeen belang, gesloopt of ingrijpend verbeterd moet worden. 2.De urgentverklaring kan op de volgende manieren worden gebruikt; a. om te verhuizen met gebruik van de woonduur, waarbij de woonduur wordt omgezet in inschrijftijd; b. regionale urgentie, voor woningzoekenden die willen verhuizen naar een regiogemeente; c. stadsurgentie, voor woningzoekenden die binnen de gemeente willen verhuizen; d.terugkeervoorrang, voor woningzoekenden die na hun gedwongen verhuizing, al dan niet met gebruik van de hiervoor genoemde urgentiemogelijkheden, willen terugkeren naar het nieuwbouw- of gerenoveerde complex. 3.Burgemeester en wethouders werken de verschillende mogelijkheden van de hiervoor genoemde volkshuisvestelijke urgentie uit in een nadere regel.

Artikel 35. Urgentie op maatschappelijke gronden 1.

Een indicatie op maatschappelijke gronden wordt uitsluitend verleend als er sprake is van: a.

problemen van relationele aard of huiselijk geweld, waardoor de woningzoekende de woonruimte heeft verlaten en nu verblijft in een door burgemeester en wethouders erkende voorziening voor tijdelijke opvang van personen, of: 20

b.

uitstroom uit een instelling die is aangesloten bij de Vereniging Beter Wonen, waar de woningzoekende verblijft na doorverwijzing door een gemeente uit de regio. De woningzoekende komt in aanmerking voor urgentie indien: I.

de woningzoekende was voor zijn opname ingezetene; en

II.

de woningzoekende is minimaal 6 maanden aaneengesloten opgenomen geweest, tenzij sprake is van opname in een instelling gericht op begeleiding van slachtoffers van huiselijk geweld; en

III.

de woningzoekende beschikte vóór zijn opname aantoonbaar over zelfstandige huisvesting in de regio, met uitzondering van jongeren; en

IV.

de urgentie wordt aangevraagd door de opvang- en/of begeleidingsinstelling; en

V.

de opvang- en/of begeleidingsinstelling overlegt bij de aanvraag een verklaring dat de cliënt, al dan niet onder begeleiding, in staat is zelfstandig een huishouding te voeren.

Artikel 36. Urgentie voor statushouders 1.

Een urgentie voor statushouders wordt uitsluitend verleend op grond van de landelijke taakstelling van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op grond van de artikelen 28, 29 en 30 van de Huisvestingswet.

Artikel 37. Overige urgenties Naast voorgenoemde urgentiecategorieën, hanteert de gemeente ook de volgende urgentiecategorieën: 1.

Een urgentie voor gedupeerden van het aanbodsysteem wordt uitsluitend verleend als de regionale klachtencommissie heeft geconstateerd dat de aanvrager daadwerkelijk door het aanbodsysteem is gedupeerd.

2.

Een urgentie als ex-gedetineerde wordt uitsluitend verleend indien sprake is van een woningzoekende waarbij tijdens en na vrijlating uit detentie een verzoek tot huisvesting wordt ingediend bij de gemeentelijk coördinator nazorg exgedetineerden, onder de volgende voorwaarden: a.

er is aantoonbaar sprake van toezicht door de reclassering en een trajectplan van de reclassering;

b.

er is sprake van samenwerking tussen de reclassering en de gemeentelijk coördinator nazorg ex-gedetineerden;

c.

de ex-gedetineerde heeft minimaal aaneengesloten drie maanden in detentie gezeten.

Artikel 38. Geldigheid van de urgentverklaring 1.

Een urgentverklaring die is afgegeven in de regio U16 geldt in de hele regio U16, tenzij deze verordening expliciet aangeeft dat de urgentverklaring alleen in de gemeente geldt.

2.

Een urgentverklaring die is afgegeven in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden geldt in de hele regio AlblasserwaardVijfheerenlanden, tenzij deze verordening expliciet aangeeft dat de urgentverklaring alleen in de gemeente geldt.

Artikel 39. Aanvraag urgentverklaring - waar indienen en door wie? 1.

Een urgentverklaring wordt aangevraagd bij burgemeester en wethouders van de gemeente waar de urgente situatie is ontstaan, via een daartoe door hen vastgesteld formulier (schriftelijk of digitaal). Dit dient volledig en naar waarheid te zijn ingevuld en alle daarin gevraagde bewijsstukken dienen overhandigd te worden.

2.

Een urgentverklaring wordt aangevraagd door de woningzoekende.

3.

In afwijking van het eerste lid wordt een urgentverklaring voor mantelzorg aangevraagd in de gemeente waar de mantelzorg verleend zal worden. 21

4.

In afwijking van het eerste en tweede lid wordt een urgentverklaring voor statushouders niet aangevraagd, maar ambtshalve toegekend door de gemeente waar de vergunninghouder op grond van de taakstelling zal worden gehuisvest.

5.

In afwijking van het tweede lid wordt een urgentie op maatschappelijke gronden aangevraagd door een door de gemeente erkend opvangtehuis of erkende hulp- en dienstverleningsinstellingen. De aanvraag vindt plaats door de woningzoekende te plaatsen op een voordracht voor bemiddeling, waarbij geldt dat het aantal voorgedragen woningzoekenden niet hoger is dan het vooraf met burgemeester en wethouders overeengekomen aantal.

6.

In afwijking van het tweede lid wordt een urgentie op volkshuisvestelijke gronden aangevraagd door de eigenaar van de woonruimte.

Artikel 40. Indieningsvereisten en indieningstermijn 1.

De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens: a.

naam, adres, woonplaats, geboortedatum, nationaliteit en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager;

b.

omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat betrekken;

c.

huishoudinkomen;

d.

urgentiegrond waarop een beroep wordt gedaan; en:

e.

motivering, waarin de persoonlijke problematiek wordt geschetst, de relatie van deze problematiek met de huidige woonsituatie, argumenten waarom verhuizing binnen een half jaar nodig is en waarom de woningzoekende niet in staat is om binnen zes maanden op andere wijze geschikte huisvesting te vinden.

2.

Bij de beoordeling van de aanvraag laten burgemeester en wethouders zich adviseren door een door hen aan te wijzen adviseur / instantie.

3.

Een aanvraag kan slechts voor één indicatiegrond tegelijk worden ingediend. Een aanvraag waarover in het verleden al is beslist, wordt alleen in behandeling genomen bij gewijzigde feiten en omstandigheden.

4.

Een aanvraag van een urgentverklaring wegens dreigende dakloosheid wordt uiterlijk een maand na het ontstaan van de dakloosheid gedaan.

5.

Een aanvraag van een urgentverklaring wegens relatiebeëindiging wordt gedaan binnen de volgende termijnen: a.

bij echtscheiding: van het moment dat een verzoek tot echtscheiding of uitspraak voorlopige voorziening is ingediend bij de rechter, tot uiterlijk drie maanden nadat de rechter de echtscheiding heeft uitgesproken;

b.

bij beëindiging geregistreerd partnerschap: van het moment dat het partnerschap wordt beëindigd tot uiterlijk drie maanden daarna;

c.

bij samenleving zonder contract: van het moment dat de ene partij de ander door middel van een aangetekende brief kenbaar maakte de samenleving te willen beëindigen, tot uiterlijk drie maanden daarna;

d.

bij een samenlevingscontract: van het moment dat de ene partij het contract conform het daarin bepaalde heeft opgezegd, tot uiterlijk drie maanden daarna; of

e.

bij het ontbreken van documenten om de urgentie te beoordelen: van het moment dat de samenwoning blijkens een overgelegd uittreksel uit de Basisregistratie Personen daadwerkelijk heeft opgehouden te bestaan, tot uiterlijk drie maanden daarna.

Artikel 41. Inhoud van de urgentverklaring Een urgentverklaring vermeldt in ieder geval: 22

a.

naam, adres en woonplaats van de woningzoekende;

b.

datum van het verzoek om een urgentverklaring;

c.

urgentiecategorie waarin de woningzoekende is ingedeeld en:

d.

het zoekprofiel voor de regio en het eventuele tweede zoekprofiel voor de gemeente waar de urgentverklaring is afgegeven.

Artikel 42. Zoekprofiel 1.

Het zoekprofiel geeft aan voor welk type woonruimte en plaats, welke woninggrootte en welke locatie de urgentverklaring geldt.

2.

Het standaard zoekprofiel voor urgenten in de regio U16 is: a.

3.

het aanbod aan appartementen vanaf de eerste verdieping in de hele regio.

Het standaard zoekprofiel voor urgenten in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden is: a.

het totale woningaanbod in de gemeenten Molenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam en

de kernen van de gemeente Vijfheerenlanden die tot de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden behoren, waarbij de persoon met urgentie in principe geen woningverbetering / wooncarrière maakt (qua woonoppervlak, type, etc.). 4.

Bij een urgentie op volkshuisvestelijke gronden wordt het standaard zoekprofiel, zoals benoemd in lid 2, onder a en lid 3, onder b, uitgebreid met woonruimten die qua type woonruimte vergelijkbaar zijn met de huidige woonruimte. Dit zoekprofiel geldt binnen de hele regio.

5.

Het zoekprofiel bij een urgentie wegens mantelzorg beperkt zich tot woonruimten in de woonplaats(en) van de mantelzorgverlener en mantelzorgontvanger, inclusief een straal van vijf kilometer rondom de woningen van mantelzorgverlener en mantelzorgontvanger, gemeten volgens de kortst mogelijke route.

6.

Het zoekprofiel bij een urgentie voor gedupeerden van het aanbodsysteem beperkt zich tot woonruimte in de gemeente waar de urgentie is afgegeven.

7.

Het standaard zoekprofiel kan bij een urgentie wegens mantelzorg of op medische gronden op advies van de door burgemeester en wethouders aangewezen adviseur om medische redenen worden uitgebreid tot andere woonruimten. Dit zoekprofiel geldt binnen de hele regio.

8.

Burgemeester en wethouders kunnen daarnaast van het standaard zoekprofiel zoals genoemd in lid 2 en 3 afwijken als zij van mening zijn dat: a.

de leefbaarheid daar aanleiding toe geeft, of:

b.

huisvesting in de woongemeente sociaal of maatschappelijk nodig is, maar de lokale woningvoorraad geen in het zoekprofiel passende woonruimte biedt of naar verwachting niet binnen 6 maanden vrij voor verhuur komen.

9.

In het in het vorige lid bedoelde geval stellen burgemeester en wethouders een tweede zoekprofiel vast. Dit tweede zoekprofiel geldt uitsluitend voor woonruimten in de gemeente waar de urgentverklaring wordt afgegeven.

Artikel 43. Vervallen, verlengen, intrekken of wijzigen van de urgentverklaring 1.

Een urgentverklaring vervalt na zes maanden. 23

2.

In afwijking van het vorige lid kan een urgentverklaring op volkshuisvestelijke gronden een langere geldigheidsdatum kennen. Corporaties leggen dit nader vast in hun sociaal statuut.

3.

In afwijking van de vorige leden kunnen burgemeester en wethouders op verzoek van de aanvrager de urgentie met maximaal zes maanden verlengen, als er aantoonbaar geen aanbod is geweest dat overeenkwam met het zoekprofiel.

4.

Burgemeester en wethouders kunnen de urgentverklaring intrekken als de woningzoekende: a.

niet langer aan de eisen voor een urgentverklaring voldoet;

b.

bij zijn aanvraag gegevens heeft verstrekt waarvan hij wist of kon vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren;

c. 5.

een aanbod voor een passende woonruimte heeft geweigerd.

Na het intrekken of vervallen van een urgentverklaring kan binnen een periode van 3 jaar niet op grond van dezelfde omstandigheden opnieuw een urgentie worden aangevraagd.

Artikel 43a. Urgentiecommissie 1.

Het college van burgemeester en wethouders laat zich bij de beoordeling op een aanvraag voor urgentie in het kader van de toewijzing van woonruimte adviseren door een onafhankelijke urgentiecommissie.

2.

De commissie, benoemt in lid 1, werkt conform een reglement. a.

In het Reglement wordt in ieder geval geregeld: i. de samenstelling van de commissie en de voorwaarden die aan het lidmaatschap van de commissie gesteld worden; ii. de benoeming en het ontslag van de leden; iii. de manier waarop de commissie ondersteund wordt; iv. de werkwijze van de commissie, waaronder de afhandeling van urgentieaanvragen.

Paragraaf 2.7 Rangorde bij sociale huurwoningen Artikel 44. Toepasselijkheid Deze paragraaf geldt voor: a.

sociale huurwoningen in eigendom van een woningcorporatie;

b.

sociale huurwoningen die in eigendom zijn van particuliere verhuurders die vallen onder het regime van het Omgevinsplan

Artikel 45 Rangorde bij toewijzing volgens aanbodmodel 1.

De woonruimte wordt aangeboden aan de gegadigde die voldoet aan de eisen voor een huisvestingsvergunning. Bij het bepalen van de volgorde worden alle belangstellende woningzoekenden op datum van inschrijving gerangschikt. De woonruimte wordt voor verhuur aangeboden aan de woningzoekende met de langste inschrijfduur.

2.

Als er voorrangsregels als bedoeld in paragraaf 2.5 en 2.6 van toepassing zijn, wordt de woonruimte in afwijking van het eerste lid, aangeboden aan de gegadigde die op grond van die voorrangsregels als eerste voor de woonruimte in aanmerking komt.

3.

Als er meerdere voorrangsregels van toepassing zijn, geldt binnen de voorrangsregels de volgende onderlinge rangorde:

24

a.

Voorrang in verband met de aard van de woonruimte als bedoeld in artikel 22, voor zover het seniorenwoonruimte, aangepaste woonruimte, jongerenwoonruimte, of woonruimte voor bijzondere doelgroepen betreft;

b.

Voorrang in verband met de grootte van de woonruimte als bedoeld in artikel 23, met uitzondering van de voorrang in verband met de Van-groot-naar-beter-regel;

c.

Voorrang in verband met maatschappelijke binding aan de gemeente, kern of wijk, als bedoeld in artikel 25;

d.

Voorrang in verband met de aard van de woonruimte als bedoeld in artikel 22, voor zover het woonruimte met zorgvoorzieningen betreft;

e.

Voorrang in verband met een volkshuisvestelijke urgentie als bedoeld in artikel 34, voor zover het terugkeervoorrang betreft; degene met de oudste urgentverklaring eerst en bij meer urgenten van dezelfde datum: degene met de langste woonduur;

f.

Voorrang in verband met een volkshuisvestelijke urgentie als bedoeld in artikel 34, voor zover het stadsurgentie betreft en de woning ligt in de wijk waar de urgentverklaarde voorafgaand aan de urgentie woonde; degene met de oudste urgentverklaring eerst en bij meer urgentverklaringen van dezelfde datum: degene met de langste woonduur;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=803bc20b-affc-4aa2-81ad-b27170fcfdbe