Ecologische Quickscan
Tekst van het document
Ecologische quickscan Kortgerecht 52 te Schoonrewoerd
December 2022 Maasarend, Praktisch in ecologie In opdracht van: Mooi Gebouw
1
Ecologische quickscan Kortgerecht 52 te Schoonrewoerd
Opdrachtgever: Mooi Gebouw Waaldijk 73 4171 CB Herwijnen Contactpersoon: Dhr. E. Verbeek Opdrachtnemer: Maasarend, Praktisch in ecologie Baksweer 203 4941 LJ Raamsdonksveer 06-48270533 dennis@maasarend.nl www.maasarend.nl Projectgegevens: Projectnummer: 2022-134 Datum: 14 december 2022 Auteur: Dennis Maas BSc
Kwaliteitscontrole: Iris van der Arend BSc
2
Inhoud 1.
Inleiding, doel en werkwijze onderzoek ....................................................... 4
2.
Projectgebied en voorgenomen ontwikkelingen ............................................. 5
3.
Wetgeving ............................................................................................. 11
4.
Resultaten onderzoek .............................................................................. 13
Literatuur ...................................................................................................... 24 Bijlage 1: Artikel 3.1 Wet Natuurbescherming 2017 .............................................. 25 Bijlage 2: Artikel 3.5 Wet Natuurbescherming 2017 .............................................. 26 Bijlage 3: Artikel 3.10 Wet Natuurbescherming 2017 ............................................ 27 Bijlage 4: Vogelwaarnemingen tijdens veldbezoek ................................................ 28
3
1. Inleiding, doel en werkwijze onderzoek De particuliere initiatiefnemer familie de Ridder is voornemens om de woonboerderij aan Kortgerecht 52 te Schoonrewoerd te verbouwen en twee bestaande schuren te slopen en herbouwen. Mooi Gebouw heeft namens de initiatiefnemer aan Maasarend, Praktisch in ecologie gevraagd om een ecologische quickscan uit te voeren. Het doel van een ecologische quickscan is om inzicht te krijgen in de aanwezigheid van beschermde gebieden, beschermde soorten flora en fauna en beschermde houtopstanden. Tevens dient dit onderzoek om te toetsen of er bij een ruimtelijke ontwikkeling kans is op overtreding van de Wet natuurbescherming (Rijksoverheid, 2017). Maasarend heeft een bureaustudie uitgevoerd naar mogelijke aanwezigheid van beschermde natuurgebieden, beschermde soorten en beschermde houtopstanden binnen het projectgebied en de directe omgeving. Daarnaast heeft er op 12 december 2022 een veldonderzoek plaatsgevonden, waarbij de projectlocatie is onderzocht op de aanwezigheid van beschermde flora en fauna of de aanwezigheid van geschikt habitat voor beschermde soorten. Het veldbezoek is uitgevoerd bij een temperatuur van 0 ̊C, windkracht 1 Beaufort uit zuidelijke richting en bij zonnige omstandigheden met 0 mm neerslag.
4
2. Projectgebied en voorgenomen ontwikkelingen Het projectgebied bevindt zich aan Kortgerecht 52 te Schoonrewoerd (Figuur 1). De locatie maakt deel uit van de gemeente Vijfheerenlanden, in de provincie Utrecht.
Figuur 1 Locatie van het projectgebied.
Het projectgebied betreft een perceel met woonboerderij (Figuur 2), oprit (Figuur 3), een langgerekte laagbouw schuur (Figuur 4) en een opstal voor tijdelijke bewoning (Figuur 5). De woonboerderij heeft een enkelsteens muur van 21 centimeter dik metselwerk en bevat geen spouw. De laagbouw schuur is eveneens opgebouwd uit een enkelsteens muur. Rondom de bebouwing is verharding aanwezig, bestaande uit grint en tegels (Figuur 6). Aan de noordzijde van het projectgebied is een strook grasland bestaande uit Engels raaigras aanwezig, dat momenteel gebruikt wordt als opslag van materialen (Figuur 7). De enige aanwezige groenstructuren in het projectgebied betreffen een korte beukenhaag aan de noordzijde van het projectgebied, een klein plantvak aan de westzijde en een smalle groenstrook aan de zuidzijde van het projectgebied (Figuur 8). De oostelijke grens wordt gevormd door een watergang, met daarachter gelegen agrarische gronden. De westelijke grens worst gevormd door de parallelweg Kortgerecht en de doorgaande weg N484. De initiatiefnemer is voornemens om de bestaande woonboerderij te verbouwen, de bestaande opstallen te slopen en elders op het perceel te herbouwen. De verbouwing van de woonboerderij zal bestaan uit interne verbouwingen, isolaties van binnen uit, plaatsing van grotere ramen, plaatsen van nieuwe dakisolatie en dakpannen en het realiseren van twee dakkapellen.
Naast de aanpassingen aan de bebouwing zal ten 5
noorden van de woonboerderij, op de huidige strook grasland, een schapenwei en hoogstamboomgaard worden aangelegd. De haag aan de noordzijde van de woonboerderij blijft in de huidige vorm behouden. De haag ten zuiden van de woonboerderij zal worden vervangen door een haag met inheemse soorten. De bestaande en toekomstige situatie zijn visueel weergegeven in Figuur 9 en Figuur 10.
Figuur 2 Woonboerderij aan Kortgerecht 52, gezien vanuit het noordwesten.
6
Figuur 3 Oprit naar Kortgerecht 52, bestaande uit grintverharding.
Figuur 4 De langgerekte laagbouw schuur aan de oostzijde van het projectgebied, met op de achtergrond de woonboerderij en opstal voor tijdelijke bewoning.
7
Figuur 5 Opstal voor tijdelijke bewoning ten zuiden van de woonboerderij.
Figuur 6 Tegelverharding ten oosten van de woonboerderij.
8
Figuur 7 Opslag van materialen aan noordzijde van projectgebied met korte beukenhaag ter afscheiding van de woonboerderij.
Figuur 8 Groenstrook aan de zuidzijde van het projectgebied.
9
Figuur 9 Huidige situatie. (Verbeek, Verbouwing "de BLAUWBIJL" Kortgerecht 52 Schoonrewoerd, 2022)
Figuur 10 Situatie na herinrichting. (Verbeek, Verbouwing "de BLAUWBIJL" Kortgerecht 52 Schoonrewoerd, 2022)
10
3. Wetgeving Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht (Rijksoverheid, 2017). Om niet in overtreding te komen van de Wet natuurbescherming dient voorafgaand aan werkzaamheden in de openbare ruimte, een ecologische quickscan uitgevoerd te worden. In deze quickscan wordt in beeld gebracht of er (mogelijk) beschermde natuurgebieden of beschermde flora en fauna aanwezig is in het plangebied. Hierbij wordt gekeken naar Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland met betrekking tot gebiedsbescherming en vaatplanten, vleermuizen, overige zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën, insecten en vissen met betrekking tot soortbescherming. De Wet natuurbescherming kent, met betrekking tot soortbescherming, drie verschillende beschermingsregimes met elk hun eigen verbodsbepalingen. Dit betreft de beschermingsregimes: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (§ 3.1 Wnb); 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (§ 3.5 Wnb); 3. Beschermingsregime andere soorten (§ 3.10 Wnb). De belangrijkste artikelen met verbodsbepalingen vanuit deze beschermingsregimes in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen zijn artikel 3.1, artikel 3.5 en artikel 3.10 (bijlagen 1 t/m 3). Per provincie wordt voor enkele algemeen voorkomende soorten vrijstelling verleend voor de verboden in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming 2017 in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen.
Voor de provincie Utrecht geldt dat er voor de soorten in Tabel 1 vrijstelling wordt verleend van wettelijk verboden handelingen ten aanzien van beschermde soorten, zoals het vangen van exemplaren en het vernielen of beschadigen van rust- en voortplantingsplaatsen. Amfibieën Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Middelste groene kikker (Bastaardkikker)
Zoogdieren Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Woelrat
Tabel 1 Lijst van vrijgestelde soorten Utrecht. (Provincie Utrecht, 2021)
11
Naast de bescherming van natuurgebieden en de bescherming van flora en fauna wordt vanuit de Wet natuurbescherming aandacht besteed aan de bescherming van houtopstanden. Er kan sprake zijn van een meldplicht, herplantplicht of een kapverbod bij houtopstanden buiten de bebouwde kom groter dan 10 are of met meer dan 20 laanbomen.
12
4. Resultaten onderzoek Voor aanvang van het veldbezoek heeft er een bureaustudie plaats gevonden naar het voorkomen van beschermde natuurgebieden en/of beschermde flora en fauna in het projectgebied, waarbij vrij verkrijgbare bronnen zijn geraadpleegd (Waarneming.nl en NDFF Verspreidingsatlas, z.d.). Tijdens het veldbezoek zijn de gegevens van de bureaustudie aangevuld met inzichten vanuit veldervaring. Vervolgens is er gekeken of voorgenomen werkzaamheden invloed kunnen hebben op deze soorten. In Tabel 2 zijn de resultaten van de bureaustudie opgenomen. Soort Gebieden Vaatplanten Vleermuizen Overige zoogdieren Vogels Reptielen en amfibieën Insecten Vissen Houtopstanden
Aanwezig
Mogelijk aanwezig
Niet aanwezig
X X X
Mogelijk invloed X X X X
X X
X X
X
Invloed
X X X
Geen invloed
X X X
Tabel 2 Resultaten bureaustudie.
Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie en het veldbezoek volgen hierna de conclusies voor eventueel te nemen vervolgacties, waaronder nader onderzoek. Deze worden eerst per soortgroep behandeld aan de hand van waarnemingen uit zowel de bureaustudie als het veldbezoek. Vervolgens worden de uitkomsten samengevat in een tabel.
Gebiedsbescherming Het projectgebied ligt niet binnen de begrenzing van Natura 2000 gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied betreft Lingegebied & Diefdijk-Zuid, op circa 625 meter afstand van het projectgebied. Binnen Natura 2000 gebied Lingegebied & Diefdijk-Zuid komen de volgende stikstofgevoelige habitattypen voor (Dienst Landelijk Gebied, 2016): • • •
H7230 Kalkmoerassen; H91E0B Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen); H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen).
Daarnaast is Lingegebied & Diefdijk-Zuid aangewezen voor de volgende habitatrichtlijnsoorten: • • • •
H1134 Bittervoorn; H1145 Grote modderkruiper; H1149 Kleine modderkruiper; H1166 Kamsalamander. 13
Binnen 25 kilometer van het projectgebied zijn, naast Lingegebied & Diefdijk-Zuid, de volgende Natura 2000 gebieden gelegen (Figuur 11): • • • • • • •
Zouweboezem; Oostelijke Vechtplassen; Rijntakken; Kolland & Overlangbroek; Uiterwaarden Lek; Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem; Biesbosch.
Figuur 11 Ligging projectgebied t.o.v. Natura 2000 gebieden. (Provincie Utrecht, z.d.)
Het is niet toegestaan om activiteiten te verrichten die negatieve effecten veroorzaken op de instandhoudingsdoelstellingen binnen Natura 2000 gebieden. Met de in 2022 geactualiseerde rekentool van Aerius is te berekenen of een project zorgt voor stikstofdepositie (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2022). Indien de depositie van stikstof op een stikstofgevoelig habitattype binnen een nabijgelegen natuurgebied boven 0,00 mol/ha/jaar is dan is het project vergunningsplichtig. In juli 2021 is via de Wet stikstofreductie en natuurverbetering een partiële vrijstelling voor bouwactiviteiten in werking getreden (Rijksoverheid, 2021). Deze partiële vrijstelling hield in dat bouwactiviteiten in de aanlegfase waren vrijgesteld van de natuurvergunningplicht. Door een uitspraak van de Raad van State op 2 november 2022 is deze partiële vrijstelling nietig verklaard. Voor de aanlegfase dient bij projecten eveneens de stikstofdepositie te worden berekend. Op 26 januari 2023 zal de rekentool van Aerius een nieuwe actualisatie ondergaan. Tot die tijd kan de huidige versie worden gebruikt voor de berekeningen.
14
Gezien de nabijheid van Natura 2000 gebieden is een Aeriusberekening naar eventuele stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen noodzakelijk. Er is geen nader onderzoek nodig naar effecten op de instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van geluidshinder, verstoring door trillingen, lichthinder, versnippering van leefgebied en oppervlakteverlies. Hiervoor is de afstand tot een Natura 2000 gebied te groot, omdat dit in hoofdzaak interne effecten betreft. Ruimtelijke ontwikkelingen binnen NNN gebieden zijn niet toegestaan, tenzij kan worden aangetoond dat er geen negatieve effecten optreden op de wezenlijke waarden van het Natuurnetwerk. Dit kan door middel van een zogeheten “Nee, tenzij” toets. Het projectgebied is niet gelegen binnen gronden behorende tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (Figuur 12). De dichtstbijzijnde gronden behorende tot het NNN betreffen gronden met natuurbeheertype N14.03 Haagbeuken- en essenbos, op circa 250 meter ten noordwesten. Doordat het projectgebied niet gelegen is binnen of direct grenzend aan NNN gebied is het niet noodzakelijk nader onderzoek te verrichten naar de effecten op de wezenlijke waarden binnen NNN gebiedsdelen.
Figuur 12 Ligging projectgebied t.o.v. NNN gebieden. (Provincie Utrecht, z.d.)
Vaatplanten Binnen het projectgebied of de directe omgeving zijn de afgelopen 10 jaar geen volgens artikel 3.5 of artikel 3.10 beschermde soorten vaatplanten aangetroffen. 15
Wel zijn de volgende kwetsbare Rode Lijst soorten in de omgeving van het projectgebied waargenomen: Dauwnetel, Moeraskartelblad, Oosterse morgenster, Rijstgras, Sikkelklaver, Trosdravik en Vleeskleurige orchis. Ten aanzien van deze soorten is de altijd geldende Zorgplicht van kracht. Geen van deze soorten is waargenomen binnen het projectgebied zelf. De dichtstbijzijnde waarnemingen betreffen waarnemingen van Rijstgras, op circa 500 meter afstand van het projectgebied. De meeste waarnemingen van kwetsbare Rode Lijst soorten bevinden zich binnen de begrenzing van Natura 2000 gebied Lingegebied & Diefdijk-Zuid. Naast beschermde soorten of soorten van de Rode Lijst zijn de volgende invasieve exoten van de Unielijst vastgesteld (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, z.d.): Reuzenbalsemien, Reuzenberenklauw, Smalle waterpest en Waterwaaier. Tijdens het veldbezoek op 12 december 2022 zijn tussen de aanwezige verharding, bij de beperkte groenstructuren en in de strook grasland enkel algemene ruderale soorten waargenomen: Bijvoet, Paarse dovenetel, Vogelmuur, Fijnstraal spec., Akkerdistel, Kleine veldkers, Klein kruiskruid, Paardenbloem, Straatgras, Grote brandnetel, Hoornbloem spec. en Engels raaigras. Er zijn geen beschermde vaatplanten, soorten van de Rode Lijst of invasieve exoten aangetroffen tijdens het veldbezoek.
De biotopen voor beschermde soorten ontbreken, doordat het projectgebied bestaat uit verhardingen, een strook Engels raaigras en aangeplante soorten. Negatieve effecten van de voorgenomen ontwikkeling op beschermde vaatplanten kunnen hiermee worden uitgesloten.
Vleermuizen Vanuit de bureaustudie is het aannemelijk dat de volgende soorten gebruik maken van het projectgebied of de directe omgeving: • • • • • • • • •
Baardvleermuis; Brandts vleermuis; Gewone dwergvleermuis; Gewone grootoorvleermuis; Grijze grootoorvleermuis; Laatvlieger; Meervleermuis; Rosse vleermuis; Ruige dwergvleermuis.
In de afgelopen 10 jaar zijn deze soorten vastgesteld binnen de directe omgeving van het projectgebied. De meest waarnemingen zijn gedaan binnen de begrenzing van Natura 2000 gebied Lingegebied & Diefdijk-Zuid. Er zijn waarnemingen bekend van Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger, Rosse vleermuis en Ruige dwergvleermuis langs de straat Kortgerecht, vastgesteld tijdens vleermuis transecttellingen in het kader van Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) tijdens verschillende jaren. Binnen het NEM zijn alle soortenorganisaties aangesloten, die doorgaans door vrijwilligers uitgevoerde tellingen coördineren. Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat de woonboerderij diverse scheuren bevat in de muren (Figuur 13). Daarnaast zijn in de muren van de woonboerderij 16
ventilatiegaten aanwezig (Figuur 14). Ook zijn loodflappen en verschoven dakpannen aanwezig, die toegang kunnen bieden tot voor vleermuisverblijfplaatsen geschikte ruimtes (Figuur 15 en Figuur 16). De scheuren en ventilatiegaten in de muren kunnen, ondanks dat de muren van de woonboerderij geen spouw bevatten, toegang geven tot zomer- of paarverblijfplaatsen van één of enkele individuen gebouwbewonende vleermuizen. De dakconstructie kan geschikt eveneens zijn voor kraamverblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten. Voor massawinterverblijfplaatsen is de aanwezige bebouwing niet geschikt. Negatieve effecten op zomer-, kraam- en paarverblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten vleermuizen zijn niet op voorhand uit te sluiten. Nader jaarrond onderzoek conform Vleermuisprotocol 2021 (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, 2021) dient plaats te vinden, om de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen vast te stellen. Indien verblijfplaatsen van vleermuizen negatief worden beïnvloed door de voorgenomen ontwikkeling, dan dient een ontheffing op de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd en dienen deze negatieve effecten zo veel als mogelijk te worden beperkt of voorkomen. Er worden geen bomen verwijderd bij de voorgenomen ontwikkeling. De groenstrook aan de noordzijde van het projectgebied blijft behouden.
De groenstrook aan de zuidzijde wordt vervangen door inheemse soorten. Door de beperkte omvang van deze groenstrook zijn er geen negatieve effecten te verwachten op eventueel aanwezige vliegroutes of foerageergebieden van vleermuizen. De aanwezige verhardingen zijn niet geschikt als essentieel foerageergebied en de wel geschikte watergang aan de oostzijde maakt geen onderdeel uit van het projectgebied en blijft behouden. De beperkte hagen binnen het projectgebied hebben geen directe aansluiting op de hogere bomenrijen langs de N484.
17
Figuur 13 Scheur aan de oostzijde in de muur van de woonboerderij.
Figuur 14 Ventilatiegaten in een muur van de woonboerderij.
18
Figuur 15 Loodflap met toegang tot potentiële vleermuisverblijfplaatsen.
Figuur 16 Verschoven dakpannen geven toegang tot de dakconstructie.
19
Overige zoogdieren Op basis van de bureaustudie is de aanwezigheid van enkele vrijgestelde soorten te verwachten binnen het projectgebied, die de afgelopen 10 jaar binnen 1,5 kilometer van het projectgebied zijn vastgesteld: Bunzing, Haas, Hermelijn, Konijn en Wezel. Er zijn geen beschermde soorten vastgesteld binnen het projectgebied of de directe omgeving. Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat het projectgebied een te geïsoleerde ligging heeft in open gebied om interessant te zijn voor grondgebonden zoogdieren. De aanwezige hagen lopen aan beide zijden dood en hebben geen aansluiting op andere groenstructuren buiten het projectgebied. De aanwezige verharding biedt geen biotoop voor beschermde soorten. Om in het projectgebied te komen dient altijd een druk bereden N-weg te worden overgestoken of intensief gebruikt, open agrarisch landschap. Negatieve effecten op beschermde overige zoogdieren kunnen op voorhand worden uitgesloten.
Vogels Op basis van de bureaustudie is de aanwezigheid van soorten met jaarrond beschermde nesten mogelijk. Dit betreft de soorten Boomvalk, Buizerd, Gierzwaluw, Grote gele kwikstaart, Havik, Huismus, Kerkuil, Oehoe, Ooievaar, Ransuil, Roek, Sperwer, Steenuil, Wespendief en Zwarte wouw. Tijdens het veldbezoek zijn de volgende soorten waargenomen binnen het projectgebied en de directe omgeving: Grote zilverreiger, Houtduif, Knobbelzwaan, Pimpelmees en Roodborst. De waargenomen vogels zijn op kaart gezet in bijlage 4. Er zijn in de aanwezige bebouwing geen mogelijkheden aanwezig voor nestlocaties van Gierzwaluw. De op de kopgevels aanwezige dakpannen, waar voldoende uitvliegruimte zou zijn voor nestlocaties van Gierzwaluw, sluiten te nauw aan of zijn dichtgesmeerd (Figuur 17). De houten dakconstructies aan de westzijde sluiten eveneens te dicht aan op de muur. Er zijn wel mogelijkheden aanwezig voor nestlocaties van Huismus onder verschoven dakpannen in de dakconstructie van de woonboerderij (Figuur 16). De dichtstbijzijnde bekende waarnemingen van Huismus zijn gedaan bij omliggende boerderijen. Er zijn geen mogelijkheden voor nestlocaties van Steen- en Kerkuil aanwezig in de bebouwing. Geschikte invliegopeningen voor deze soorten ontbreken.
In de dakconstructie van de woonboerderij zijn wel twee pijpen aanwezig, maar deze zijn dichtgemaakt en bieden geen toegang tot de zolderschuur. Er zijn geen sporen van uilen aangetroffen binnen het projectgebied, zoals poepsporen of braakballen. De laagbouw biedt door de beperkte hoogte en golfplaten of aluminium dakconstructies geen mogelijkheden voor soorten met jaarrond beschermde nesten.
20
Figuur 17 Overstekende dakpannen aan kopgevel dichtgesmeerd.
Negatieve effecten op beschermde vogels of jaarrond beschermde nesten kunnen niet op voorhand worden uitgesloten. Nader onderzoek naar Huismus dient te worden uitgevoerd, om de aan- of afwezigheid van deze soort te onderzoeken.
Reptielen en amfibieën De afgelopen 10 jaar zijn de beschermde soorten Heikikker, Kamsalamander, Muurhagedis, Poelkikker, Ringslang en Rugstreeppad vastgesteld in de ruimere omgeving van het projectgebied. Deze waarnemingen bevinden zich allemaal op minimaal 175 meter afstand van het projectgebied. Er is binnen het projectgebied geen geschikt habitat aangetroffen voor beschermde amfibieën of reptielen, door de aanwezigheid van hoofdzakelijk verharding en Engels raaigras. Er zijn geen geschikte voortplantingswateren of geschikt landhabitat aanwezig. De watergang aan de oostzijde blijft behouden. Negatieve effecten op beschermde soorten reptielen en amfibieën kunnen hiermee worden uitgesloten.
Insecten De afgelopen 10 jaar zijn geen beschermde soorten insecten vastgesteld binnen het projectgebied of de directe omgeving. 21
Er is door het ontbreken van geschikte waardplanten geen geschikt habitat aanwezig voor beschermde dagvlinders binnen het projectgebied of de directe omgeving. Geschikt habitat voor beschermde libellen, in de vorm van natuurlijke wateren, ontbreekt eveneens. Negatieve effecten op beschermde soorten insecten kunnen hiermee worden uitgesloten.
Vissen De afgelopen 10 jaar is de beschermde soort Grote modderkruiper vastgesteld in de ruimere omgeving van het projectgebied. Geschikt habitat voor beschermde soorten vissen ontbreekt. Er zijn geen oppervlaktewateren aanwezig binnen het projectgebied. Negatieve effecten op beschermde soorten vissen kunnen worden uitgesloten.
Houtopstanden Er is geen sprake van beschermde houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming, omdat er bij de voorgenomen ontwikkeling geen bomen worden gekapt.
Eindconclusie De voorgenomen ontwikkeling kan niet onverminderd plaatsvinden, zonder kan op overtreding van bepalingen uit de Wet natuurbescherming. Tabel 3 geeft een samenvattend overzicht welke aanvullende onderzoeken noodzakelijk zijn voor de eerder genoemde soortgroepen. Vanuit deze ecologische quickscan komt naar voren dat er aanvullend onderzoek noodzakelijk is naar stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000 gebieden, verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen en Huismus.
22
Soort Gebieden Vaatplanten Vleermuizen
Overige zoogdieren Vogels Reptielen en amfibieën Insecten Vissen Houtopstanden
Aanvullend onderzoek • Aerius berekening stikstofdepositie • Geen • Jaarrond onderzoek conform Vleermuisprotocol 2021 • Geen • Nader onderzoek Huismus • • • •
Geen Geen Geen Geen
Periode/frequentie • Voorafgaand aan werkzaamheden • N.v.t. • Vijf veldbezoeken tussen 15 mei en 1 oktober • • • • • •
N.v.t. Twee veldbezoeken tussen 1 april en 15 mei N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Tabel 3 Benodigd aanvullend onderzoek.
Onderstaande maatregelen tijdens de werkzaamheden zijn altijd geldend: • Vanuit de Zorgplicht is het een eis om voorzichtig te handelen met alle voorkomende flora en fauna; • Indien, ondanks zorgvuldig handelen, er schade lijkt te ontstaan aan beschermde flora en fauna, wordt er direct contact opgenomen met een ter zake deskundige ecoloog; • Om bodem bewonende dieren de mogelijkheid te geven een nieuw leefgebied te vinden, wordt er gefaseerd gewerkt bij de verwijdering van vegetatie, stobben en bodemmateriaal; • Dieren krijgen de rust en kans om zich te verplaatsen, indien zij worden aangetroffen tijdens werkzaamheden; • Werkzaamheden worden uitgevoerd tussen zonsopkomst en zonsondergang. Verlichting dient vleermuisvriendelijk te zijn om verstoring te voorkomen zoals: UV-vrije verlichting, beperkte hoogte lichtmasten, convergerende en naar beneden gerichte verlichting en geen sterk bundellicht; • Vestiging van Rugstreeppad voorkomen door puinhopen te verwijderen, rijsporen en plasvorming te voorkomen. Daarnaast is het mogelijk een scherm in te graven rondom het plangebied. Deze dient 10 cm te worden ingegraven en verder bovengronds een hoogte van 50 cm te hebben; • Er wordt rekening gehouden met broedvogels en het broedseizoen van 15 maart tot en met 15 augustus. Werkzaamheden worden gestart voor of na het broedseizoen.
Ook buiten deze datumgrenzen dient men alert te blijven op de aanwezigheid van broedende vogels.
23
Literatuur Dienst Landelijk Gebied. (2016). Natura 2000-beheerplan Lingegebied & Diefdijk-Zuid (70). Den Haag: Dienst Landelijk Gebied & Staatsbosbeheer. NDFF Verspreidingsatlas. (z.d.). NDFF Uitvoerportaal. Opgeroepen op december 12, 2022, van https://www.ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal/secure/index.zul Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. (z.d.). Invasieve exoten: Unielijst. Opgeroepen op december 12, 2022, van https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten Provincie Utrecht. (2021). Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht. Utrecht: Provincie Utrecht. Provincie Utrecht. (z.d.). Webviewer Natuurnetwerk Nederland. Opgeroepen op december 12, 2022, van https://webkaart.provincieutrecht.nl/viewer/app/Webkaart?bookmark=2b7ea075c44d4a309eb0e29f069a6b6c Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2022, januari 20). Aerius Calculator. Opgeroepen op december 12, 2022, van https://calculator.aerius.nl/calculator/ Rijksoverheid. (2017, januari 1). Wet Natuurbescherming. Opgeroepen op december 12, 2022, van http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2018-07-01 Rijksoverheid. (2021). Wijzigingswet Wet natuurbescherming en Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering). 's-Gravenhage: Rijksoverheid. Verbeek, E. (2022, september 3). Verbouwing "de BLAUWBIJL" Kortgerecht 52 Schoonrewoerd. Tekening Omgevingsvergunning bestaande situatie perceel.
Herwijnen: Mooi Gebouw. Verbeek, E. (2022, september 3). Verbouwing "de BLAUWBIJL" Kortgerecht 52 Schoonrewoerd. Tekening Omgevingsvergunning perceelinrichting. Herwijnen: Mooi Gebouw. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus. (2021). Vleermuisprotocol 2021. Odijk: Netwerk Groene Bureaus. Opgeroepen op februari 22, 2021, van https://www.vleermuisprotocol.nl/werken-aankwaliteit/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol Waarneming.nl. (z.d.). Opgeroepen op december 12, 2022, van https://waarneming.nl/locations/25265/species/
24
Bijlage 1: Artikel 3.1 Wet Natuurbescherming 2017
Artikel 3.1 Wet Natuurbescherming 2017 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. (Rijksoverheid, 2017)
25
Bijlage 2: Artikel 3.5 Wet Natuurbescherming 2017
Artikel 3.5 Wet Natuurbescherming 2017 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. (Rijksoverheid, 2017)
26
Bijlage 3: Artikel 3.10 Wet Natuurbescherming 2017
Artikel 3.10 Wet Natuurbescherming 2017 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a) in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen, b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c) vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2.
Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a) in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daarop volgende gebruik van het gebied of het gebouwde, b) ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen, c) ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden, d) ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren, e) in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw, f) in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer, g) in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, h) in het algemeen
belang, of i) bestendig gebruik. 3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. (Rijksoverheid, 2017)
27
Bijlage 4: Vogelwaarnemingen tijdens veldbezoek
28