CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

bodemkwaliteitskaart-Vijfheerenlanden-04aug2020.pdf

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 22 september 2022, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Nota Bodembeheer Werkgebied Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) en de bijbehorende Bodemkaarten20.796 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

MARMOS Bodemmanagement

INHOUDSOPGAVE 1 1.1 1.2 1.3

Inleiding Aanleiding en doel Wettelijk kader Bestuurlijke vaststelling en geldigheid

1 1 2 2

2 2.1 2.2 2.3

Normering en klasse-indeling volgens Besluit bodemkwaliteit Introductie Normen voor het toepassen van grond op de landbodem Generiek en gebiedsspecifiek beleid uit Besluit bodemkwaliteit

5 5 5 6

3 3.1 3.2 3.3

Werkwijze Algemene werkwijze volgens Richtlijn bodemkwaliteitskaarten Gevolgde werkwijze bodemkwaliteitskaart Vijfheerenlanden Stoffenpakket

9 9 10 13

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Onderscheidende kenmerken Mogelijk relevante onderscheidende kenmerken Natuurlijke bodemopbouw Bebouwingsgeschiedenis: ouderdom en eventuele ophooglagen Gebieden die verdacht zijn voor bestrijdingsmiddelen Uiterwaarden

15 15 15 16 18 19

5 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.3

Zone-indeling en statistiek Zones in de bodemkwaliteitskaart Toelichting op de verschillende zones Zone A: Bebouwing 1/1 Zone B: Bebouwing 2/1 Zone C: Bebouwing 2/2 Zone D: Bebouwing 3/3 Zone E: Buitengebied Zones met 95-percentielwaarde hoger dan interventiewaarde

21 21 23 23 23 24 24 25 26

6

Bodemfunctieklassenkaart

27

7

Conclusie

29

BKK Vijfheerenlanden

MARMOS Bodemmanagement

BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6A: Bijlage 6B: Bijlage 6C: Bijlage 6D: Bijlage 6E: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9: Bijlage 10: Bijlage 11:

Begrenzing bodembeheergebied Verantwoording dataset bodemanalyses Fysische geografie Bebouwingsgeschiedenis Boomgaarden Statistische kengetallen zone A: Bebouwing 1/1 Statistische kengetallen zone B: Bebouwing 2/1 Statistische kengetallen zone C: Bebouwing 2/2 Statistische kengetallen zone D: Bebouwing 3/3 Statistische kengetallen zone E: Buitengebied Betrouwbaarheidsintervallen van het gemiddelde Bodemkwaliteitskaart: zones Bodemkwaliteitskaart: ontgravingskaart bovengrond Bodemkwaliteitskaart ontgravingskaart ondergrond Bodemfunctieklassenkaart

BKK Vijfheerenlanden

MARMOS Bodemmanagement

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel

Voor u ligt de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Vijfheerenlanden. Deze gemeente bestaat sinds 1 januari 2019 en is ontstaan door de samenvoeging van de gemeenten Vianen, Leerdam en Zederik. De bodemkwaliteitskaart is opgesteld tegelijk met de gemeentelijke Nota bodembeheer (lit. 1), met als doel om grondverzet binnen de gemeente (en regionaal) te vergemakkelijken. Met een bodemkwaliteitskaart hoeft men minder vaak partijen grond te keuren. In plaats daarvan kan de bodemkwaliteitskaart worden gebruikt als bewijsmiddel (milieuhygiënische verklaring) voor de kwaliteit van de grond. In een bodemkwaliteitskaart wordt een bodembeheergebied ingedeeld in één of meer zones met een vergelijkbare milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het gaat hierbij om de ‘gemiddelde’ kwaliteit van deze gebieden, afgezien van lokale verontreinigingen veroorzaakt door puntbronnen. In de Nota bodembeheer (lit. 1) is beleidsmatig vastgelegd binnen en tussen welke zones vrij grondverzet mogelijk is en welke voorwaarden hierbij gelden. Met andere woorden, de bodemkwaliteitskaart vormt de technisch-inhoudelijke onderbouwing voor het grondstromenbeleid zoals dat wordt vastgelegd in de Nota bodembeheer.

Uniformering en actualisatie Met de nieuwe bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer wordt het beleid voor grondverzet binnen de gemeente Vijfheerenlanden geüniformeerd en geactualiseerd. De voormalige gemeenten waren eerder opgenomen in de volgende regionale bodemkwaliteitskaarten (lit. 2 en 3): Bodemkwaliteitskaart regio Zuidoost-Utrecht d.d. 1 november 2011 (Vianen) Regionale bodemkwaliteitskaart Zuid-Holland Zuid – actualisatie 2013 (Leerdam en Zederik) Het bijbehorende beleid van de voormalige gemeenten is opgenomen in de volgende regionale nota’s bodembeheer (lit. 4 en 5): Nota bodembeheer – grondstromenbeleid Regio Zuidoost-Utrecht (Vianen) Bodembeheernota Zuid-Holland Zuid (Leerdam en Zederik) Na vaststelling door de gemeenteraad vervallen in Vijfheerenlanden de hiervoor genoemde bodemkwaliteitskaarten en nota’s bodembeheer.

BKK Vijfheerenlanden

1/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

1.2

Wettelijk kader

Sinds 2008 vormen het Besluit bodemkwaliteit (lit. 6) en de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit (lit. 7) het wettelijke kader voor het toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie. In de Nota bodembeheer (lit. 1) is het gemeentelijke beleid voor het toepassen van grond en bagger nader uitgewerkt. Bodemkwaliteitskaarten dienen te worden opgesteld conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (lit. 8) en bijlage M van de Regeling bodemkwaliteit1. Voorliggende bodemkwaliteitskaart geldt na bestuurlijke vaststelling als milieu-hygiënische verklaring in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. De verdere randvoorwaarden voor het gebruik van deze bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel (milieuhygiënische verklaring) zijn beschreven in de Nota bodembeheer. Voor een goed begrip van de bodemkwaliteitskaart wordt in hoofdstuk 2 de normering voor het toepassen van grond op de landbodem nader toegelicht. In deze normering wordt onderscheid gemaakt in drie bodemkwaliteitsklassen: Achtergrondwaarde klasse Wonen klasse Industrie

1.3

Bestuurlijke vaststelling en geldigheid

Deze bodemkwaliteitskaart wordt samen met de Nota bodembeheer vastgesteld door de gemeenteraad van Vijfheerenlanden. De geldigheid van de bodemkwaliteitskaart en/of de Nota bodembeheer vervalt wanneer een nieuwe bodemkwaliteitskaart en/of Nota bodembeheer wordt vastgesteld. In artikel 53 van het Besluit bodemkwaliteit is vastgelegd, dat een Nota bodembeheer een maximale geldigheid heeft van 10 jaar. Een bodemkwaliteitskaart is volgens het Besluit bodemkwaliteit een bijlage bij de Nota bodembeheer. Per 1 januari 2016 is de Regeling bodemkwaliteit gewijzigd. Bij deze wijziging is expliciet in de Regeling bodemkwaliteit opgenomen, dat een bodemkwaliteitskaart een geldigheidsduur heeft van maximaal 5 jaar. Bij het in werking treden van de Omgevingswet gelden de bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer als deel van het Omgevingsplan.

1 Bijlage M van de Regeling bodemkwaliteit vormt vooral een samenvatting van hetgeen uitgebreider is beschreven in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Bijlage M bevat voor het opstellen van de kaart geen aanvullende voorschriften die niet zijn opgenomen in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten.

BKK Vijfheerenlanden

2/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

Begrenzing bodembeheergebied Deze bodemkwaliteitskaart heeft alleen betrekking op de landbodem waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Bijlage 1 bevat de begrenzing van het bodembeheergebied waarvoor de gemeente Vijfheerenlanden het bevoegd gezag is in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Voor toepassingen op de waterbodem is de waterkwaliteitsbeheerder het bevoegd gezag (waterschap danwel Rijkswaterstaat). In de Waterregeling (lit. 9) is vastgelegd voor welke gebieden Rijkswaterstaat het bevoegd gezag is. Concreet betekent dit dat de uiterwaarden langs de Lek volgens de Waterregeling niet onder het bevoegd gezag van de gemeente vallen. Een uitzondering ligt bij de steenfabriek Ossenwaard, die als een eiland tussen een bochtafsnijding en de oorspronkelijke loop van de Lek ligt. In de nota bodembeheer is voor een aantal gebiedsspecifieke beleidsregels het herkomstgebied verruimd met een aantal omliggende gemeenten (zie kader in bijlage 1).

BKK Vijfheerenlanden

3/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

BKK Vijfheerenlanden

4/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

2

NORMERING EN KLASSE-INDELING VOLGENS BESLUIT BODEMKWALITEIT

2.1

Introductie

Het Besluit bodemkwaliteit kent afzonderlijke normen voor toepassingen van grond en bagger op de landbodem en toepassingen in oppervlaktewater. Voor deze bodemkwaliteitskaart zijn alleen de normen voor het toepassen van grond op de landbodem van belang. Deze worden toegelicht in paragraaf 2.2. Het Besluit bodemkwaliteit maakt voor het hergebruiksbeleid onderscheid tussen: Generiek beleid; Gebiedsspecifiek beleid Dit onderscheid wordt toegelicht in paragraaf 2.3.

2.2

Normen voor het toepassen van grond op de landbodem

In de Regeling bodemkwaliteit zijn de landelijke Achtergrondwaarden vastgelegd. Deze gelden als toetsingskader om te bepalen of grond “schoon” is. Wettelijk gezien mogen geen strengere normen worden gesteld dan de Achtergrondwaarden. Daarnaast onderscheidt het Besluit bodemkwaliteit de bodemkwaliteitsklasse ‘wonen’ en de bodemkwaliteitsklasse ‘industrie’. De Achtergrondwaarden zijn in de Nota van Toelichting van het Besluit bodemkwaliteit omschreven als:

“Landelijk geldende waarden voor een multifunctionele bodemkwaliteit die de grens vormen aan wat in het dagelijks gebruik <<schone grond en bagger>> wordt genoemd.” De Achtergrondwaarden zijn gebaseerd op het AW2000-bestand: een landelijk bestand met 100 meetlocaties in natuur- en landbouwgebieden, waarin naar verwachting een niet meer dan normale diffuse achtergrondbelasting uit antropogene en natuurlijke bronnen aanwezig wordt geacht. Daarmee zijn de Achtergrondwaarden beleidsmatig anders geformuleerd dan de vroegere streefwaarden. De streefwaarden gingen uit van de gehaltes zoals die in een onbelaste Nederlandse bodem van nature voorkomen. De Achtergrondwaarden houden er rekening mee, dat de gehaltes in de bodem in grote delen van Nederland diffuus beïnvloed zijn door menselijke activiteiten. Met name voor bestrijdingsmiddelen zoals DDD, DDE, DDT en drins heeft dit tot geleid tot hogere Achtergrondwaarden dan de vroegere streefwaarde. Het Besluit bodemkwaliteit relateert het beleid voor het toepassen van grond en bagger aan zowel de functie als de kwaliteit van de ontvangende bodem. Daartoe zijn de bodemfunctieklassen ‘Wonen’ en ‘Industrie’ geïntroduceerd. Daarnaast zijn er bodemkwaliteitsklassen ‘Wonen’ en ‘Industrie’ met bijbehorende maximale waarden. Dit wordt geïllustreerd in figuur 1 op de volgende pagina.

BKK Vijfheerenlanden

5/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

Figuur 1: Indeling in bodemkwaliteitsklassen

Voor toepassingen op de landbodem gelden derhalve de volgende normen: Achtergrondwaarde (AW) Maximale waarden voor wonen (MaxWONEN) Maximale waarden voor industrie (MaxINDUSTRIE) Deze normen zijn voor de verschillende stoffen vastgelegd in Bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. Voor de meeste stoffen is MaxINDUSTRIE gelijk aan de interventiewaarde. Met name voor veel organische verbindingen waaronder minerale olie, PCB’s en diverse bestrijdingsmiddelen is MaxINDUSTRIE lager dan de interventiewaarde. Conform de Regeling bodemkwaliteit zijn de rekenkundig gemiddeldes van de verschillende zones in deze bodemkwaliteitskaart getoetst aan de Achtergrondwaarde, MaxWONEN en MaxINDUSTRIE. Op basis van deze toetsing zijn de zones ingedeeld in de kwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde’, ‘wonen’ of ‘industrie’. Voor het samenvoegen van verschillende deelgebieden tot dezelfde zone is deze klasse-indeling ook bepalend.

Toetsingsregels In de Regeling bodemkwaliteit zijn voor de Achtergrondwaarden en de ‘Maximale waarden voor wonen’ (MaxWONEN) toetsingsregels opgenomen, waarbij een beperkt aantal stoffen in geringe mate de norm mag overschrijden. Deze toetsingsregels zijn afhankelijk gesteld van het aantal geanalyseerde stoffen. De toetsingsregel voor MaxWONEN geldt alleen voor het vaststellen van de kwaliteit van de zone als ontvangende bodem. Voor de ‘Maximale waarde voor industrie’ (MaxINDUSTRIE) geldt geen toetsingsregel. Toetsingsregel voor de Achtergrondwaarde (bij 7 t/m 15 parameters)2:

Maximaal 2 parameters mogen hoger zijn dan de Achtergrondwaarde, mits niet hoger dan 2 x Achtergrondwaarde en niet hoger dan MaxWONEN 2

Voor nikkel geldt een afwijkende regel. Voor nikkel geldt als bovengrens van de toetsingsregel 2 x Achtergrondwaarde en niet de lagere MaxWONEN

BKK Vijfheerenlanden

6/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

Grond voldoet aan de Achtergrondwaarde wanneer de grond voldoet aan voornoemde toetsingsregel. Deze toetsingsregel geldt ook bij de classificatie van zones uit een bodemkwaliteitskaart. Toetsingsregel voor MaxWONEN (bij 7 t/m 15 parameters):

Maximaal 2 parameters mogen hoger zijn dan MaxWONEN, mits niet hoger dan MaxWONEN + Achtergrondwaarde en niet hoger dan MaxINDUSTRIE

2.3

Generiek en gebiedsspecifiek beleid uit Besluit bodemkwaliteit

Het Besluit bodemkwaliteit maakt voor het hergebruiksbeleid onderscheid tussen: Generiek beleid Gebiedsspecifiek beleid

Generiek beleid In het Besluit bodemkwaliteit is het beleid voor het toepassen van grond en bagger afhankelijk gesteld van zowel de bodemkwaliteitsklasse als de bodemfunctieklasse van de ontvangende bodem. De strengste is daarbij (in het generieke beleid) maatgevend: Bodemkwaliteitsklasse Bodemfunctieklasse Achtergrondwaarde Overig Achtergrondwaarde Wonen Achtergrondwaarde Industrie Wonen Overig Wonen Wonen Wonen Industrie Industrie Overig Industrie Wonen Industrie Industrie

Generieke toepassingseis Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde MaxWONEN MaxWONEN Achtergrondwaarde MaxWONEN MaxINDUSTRIE

Voorbeeld 1: Wanneer de bodemkwaliteit van een industrieterrein voldoet aan de Achtergrondwaarde, dan geldt als toepassingseis dat de toe te passen grond ook aan de Achtergrondwaarde dient te voldoen. Voorbeeld 2: Wanneer de bodemkwaliteit van een oud stadscentrum niet voldoet aan MaxWONEN, (maar bijv. wel aan MaxINDUSTRIE), dan geldt als toepassingseis MaxWONEN.

Gebiedsspecifiek beleid Hierboven is de situatie beschreven zoals die geldt in het ‘generieke beleid’. Binnen bepaalde grenzen en randvoorwaarden mogen gemeentes besluiten om hiervan af te wijken en voor een deel van hun grondgebied een strenger of juist minder streng beleid te voeren. De gemeenteraad stelt dan ‘Lokale

BKK Vijfheerenlanden

7/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

Maximale Waarden’ (LMW) vast. In dat geval spreekt het Besluit bodemkwaliteit van ‘gebiedsspecifiek beleid’. In de gemeentelijke nota bodembeheer (lit. 1) is voor een aantal situaties gebiedsspecifiek beleid opgenomen met gebiedsspecifieke toepassingseisen. In de gemeente Vijfheerenlanden geldt dus een combinatie van generieke en gebiedsspecifieke toepassingseisen. Deze toepassingseisen worden in kaart weergegeven in de toepassingskaart. De toepassingskaart is opgenomen in de nota bodembeheer.

BKK Vijfheerenlanden

8/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

3

WERKWIJZE

3.1

Algemene werkwijze volgens Richtlijn bodemkwaliteitskaarten

De bodemkwaliteitskaart is opgesteld conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (lit. 8). In afwijking van deze Richtlijn is bij een aantal zones sprake van niet aaneengesloten deelgebieden met minder dan 3 waarnemingen. Bij de bespreking van de zones in paragraaf 5.2 wordt dit nader gemotiveerd. De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten beschrijft het opstellen van een bodemkwaliteitskaart aan de hand van acht procesmatige stappen: 1. definitiefase, programma van eisen 2. identificatie van onderscheidende kenmerken 3. voorbewerken beschikbare informatie 4. indelen beheergebied in deelgebieden 5. evaluatie gebiedsindeling op basis van beschikbare informatie 6. verzamelen van aanvullende informatie 7. karakteriseren van de bodemkwaliteit per bodemkwaliteitszone 8. resultaten weergeven in (water)bodemkwaliteitskaart Over de status van deze acht stappen schrijft de Richtlijn, dat het in de praktijk niet noodzakelijk is om het stappenplan één op één te volgen maar dat het wel noodzakelijk is dat de elementen hiervan terugkomen in de eigen werkwijze. Deze inhoudelijke elementen vormen de basis voor de gevolgde aanpak. Samengevat komt dit op het volgende neer: In een bodemkwaliteitskaart wordt een bodembeheergebied ingedeeld in één of meer zones met een milieuhygiënisch vergelijkbare algemene bodemkwaliteit.

Gebieden met eenzelfde historie hebben in het algemeen een vergelijkbare diffuse bodemkwaliteit. Dit betekent dat de indeling in zones gebeurt op basis van algemene historische gegevens (onderscheidende kenmerken) zoals bodemopbouw, (voormalig) landgebruik en ouderdom van woonwijken en bedrijfsterreinen. Vervolgens worden de analyseresultaten van binnen de zones uitgevoerde bodemonderzoeken geanalyseerd. Per zone worden verschillende statistische kengetallen berekend (gemiddelde, lognormaal gemiddelde en diverse percentielwaarden) voor verschillende stoffen. Op basis van deze berekeningen en het ruimtelijke patroon van de waarnemingen wordt de zone-indeling getoetst en zo nodig bijgesteld. Er wordt gekeken welke analyseresultaten niet representatief zijn voor de algemene zonekwaliteit, zodat deze gegevens als uitbijters buiten de dataset van de zoneringsberekeningen worden gelaten. De uiteindelijke indeling in zones is dus een combinatie van historische informatie en statistische bewerkingen.

BKK Vijfheerenlanden

9/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

3.2

Gevolgde werkwijze bodemkwaliteitskaart Vijfheerenlanden

Definitiefase, programma van eisen De Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) heeft in de zomer van 2019 een programma van eisen opgesteld, met specifiek aandacht voor: het stoffenpakket (zie verder paragraaf 3.3) welke kaartlagen worden opgesteld en door wie; de te onderscheiden bodemtrajecten voor de ontgravings- en toepassingskaarten: bovengrond: 0-0,5 m-mv ondergrond: 0,5-2,0 m-mv ouderdom en type van te gebruiken onderzoeksrapporten (zie verder bijlage 2) kleuren van de legenda-eenheden in de kaartbijlagen (aansluitend op de kleuren die zijn gebruikt in de regio Noordwest Utrecht) uit te zonderen gebieden / locaties (zie nota bodembeheer) invoer van extra bodemgegevens (in principe uitgaan van de bestaande beschikbare gegevens, geen aanvullend bodemonderzoek voorzien). Het streven is om binnen het werkgebied van ODRU de zoveel mogelijk uniform beleid te hanteren. De opzet en uitgangspunten zijn daarom gebaseerd op de eerder binnen het werkgebied van ODRU opgestelde bodemkwaliteitskaart van Noordwest Utrecht (lit. 10). Redactioneel sluit voorliggende bodemkwaliteitskaart zoveel mogelijk aan bij het rapport van Noordwest Utrecht.

Onderscheidende kenmerken Voor deze bodemkwaliteitskaart zijn op voorhand de volgende historische gegevens aangemerkt als mogelijk onderscheidende kenmerken3: natuurlijke bodemopbouw (paragraaf 4.2) bebouwingsgeschiedenis: ouderdom en eventuele ophooglagen (paragraaf 4.3) gebieden die verdacht zijn vanwege bestrijdingsmiddelen (paragraaf 4.4) uiterwaarden (paragraaf 4.5) In deze bodemkwaliteitskaart blijkt de bebouwingsgeschiedenis het bepalende onderscheidende kenmerk voor de zone-indeling.

Dataset met analyseresultaten uit bodemonderzoeken Deze bodemkwaliteitskaart is gebaseerd op de gegevens afkomstig uit het bodeminformatie-systemen van de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) en de RUD Utrecht en de datasets van de twee voorgaande regionale bodemkwaliteitskaarten. Op de dataset is een aantal controles uitgevoerd, op basis waarvan gegevens zo nodig zijn verbeterd. Bij deze controle kwamen enkele rapporten naar voren, waarvan een deel van de analyseresultaten niet 3

Beleidsmatig is verder de ligging van waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden van belang

BKK Vijfheerenlanden

10/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

was ingevoerd in het bodeminformatiesysteem. De dataset is aangevuld met missende analyseresultaten uit 5 bodemrapporten. Verder is nagegaan welke gegevens uit de dataset niet representatief zijn voor de bodemkwaliteitskaart. Sommige gegevens zijn op voorhand als niet representatief beschouwd, bijvoorbeeld analysegegevens uit saneringsplannen en saneringsevaluaties. Bijlage 2 bevat een uitgebreidere verantwoording van de dataset waarop de bodemkwaliteitskaart is gebaseerd.

Indeling in deelgebieden, samenvoegen deelgebieden tot beperkt aantal zones Verschillende deelgebieden met een bepaalde historie zijn eerst afzonderlijk bekeken. Afhankelijk van de beschikbare informatie zijn de deelgebieden vervolgens samengevoegd tot een beperkt aantal zones. Leidend is hierbij de toetsing van de beschikbare informatie aan de bodemkwaliteitsklassen uit het Besluit bodemkwaliteit (Achtergrondwaarde, klasse Wonen, klasse Industrie)4. Voor de bebouwingsgeschiedenis is een kaart met deelgebieden gemaakt met een uniforme legenda: < 1940 1940 – 1960 1960 – 1980 1980 – heden lintbebouwing In het algemeen zijn de vlakken overgenomen uit de eerdere regionale bodemkwaliteitskaarten. Een bungalowpark en enkele nieuwbouwwijken zijn toegevoegd. Deze vlakken zijn verfijnd met voornoemde bebouwingsperiodes met behulp van een GIS-bestand van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). In dit GIS-bestand is per bouwwerk een bouwjaar opgenomen. Ook is gebruik gemaakt van topografische kaarten. Oude topografische kaarten zijn te raadplegen op www.topotijdreis.nl. Van belang is om daarbij op te merken dat daarbij de oudste bebouwing maatgevend is (bijvoorbeeld bij revitalisatie van wijken in Leerdam, waar oudere bebouwing plaats gemaakt heeft voor nieuwbouw). Voor elk deelgebied zijn de beschikbare gegevens eerst afzonderlijk bekeken.

Enerzijds zijn per deelgebied de verschillende statistische kengetallen berekend (voor zover mogelijk). Anderzijds zijn de afzonderlijke monsters getoetst aan de klasse-indeling uit het Besluit bodemkwaliteit. Een aantal deelgebieden kan op basis van de statistische kengetallen van dat deelgebied worden ingedeeld in één van de bodemkwaliteitsklassen uit het Besluit bodemkwaliteit. Bij deelgebieden met minder waarnemingen is gekeken naar de toetsing van de afzonderlijke monsters. Afhankelijk van de hiervoor beschreven interpretatie zijn de verschillende deelgebieden samengevoegd tot vier zones met bebouwing gekoppeld aan de klasse-indeling uit het Besluit bodemkwaliteit.

4

In de bodemkwaliteitskaart van Vijfheerenlanden komen geen zones voor die niet aan één van deze drie bodemkwaliteitsklassen voldoen.

BKK Vijfheerenlanden

11/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

Bij twijfel tussen twee bodemkwaliteitsklassen is de eerdere classificatie uit de voorgaande regionale bodemkwaliteitskaart aangehouden. De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten schrijft voor, dat minimaal 3 waarnemingen beschikbaar dienen te zijn per niet-aaneengesloten deelgebied. De kaart met bebouwingsgeschiedenis bevat een aantal kleine deelgebieden waar (vrijwel) geen bodemonderzoeksgegevens beschikbaar zijn. Er is voor gekozen om deze deelgebieden toch zonder aanvullend onderzoek te zoneren. Deze deelgebieden zijn ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse van qua historie vergelijkbare deelgebieden, waarvan wel voldoende gegevens beschikbaar zijn. Het is niet aannemelijk dat het verzamelen van 3 waarnemingen in dergelijke deelgebieden voldoende betrouwbare informatie oplevert op basis waarvan aan het deelgebied een andere classificatie zou moeten worden toegekend.

Karakterisering van de zones Per zone zijn verschillende statistische kengetallen berekend (gemiddelde, lognormaal gemiddelde en diverse percentielwaarden) voor verschillende stoffen. Er is gekeken welke analyseresultaten niet representatief zijn voor de algemene zonekwaliteit, zodat deze gegevens als uitbijters buiten de dataset van de zoneringsberekeningen zijn gelaten (zie verder bijlage 2). Voor het berekenen van percentielwaarden bestaan in de literatuur verschillende formules. In de Regeling bodemkwaliteit is voor de 95-percentielwaarde voorgeschreven op welke wijze deze dient te worden berekend. Deze berekeningswijze is gehanteerd voor alle percentielwaarden. Conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten zijn de zones geclassificeerd op basis van het rekenkundig gemiddelde.

Lokale verontreinigingen De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt expliciet, dat in de bodemkwaliteitskaart een kaartlaag moet worden opgenomen van bekende en verwachte lokale verontreinigingen. Hiervoor mag worden volstaan met een lijst gebaseerd op het LDB (Landsdekkend Beeld Bodemkwaliteit). De informatie over verdachte en verontreinigde locaties wordt bijgehouden in de bodeminformatiesystemen van ODRU en RUD Utrecht. Deze informatie is dynamisch, zodat om deze reden geen aparte lijst of kaart met deze locaties is opgenomen in de rapportage van de bodemkwaliteitskaart. Op verzoek van de gemeenten is in de Nota bodembeheer een kaart opgenomen met thans bekende verontreinigde locaties. Voor de meest actuele gegevens wordt verwezen naar voornoemde bodeminformatiesystemen. Daarnaast is informatie met betrekking tot bekende verontreinigde locaties en verdachte locaties te vinden op de website www.bodemloket.nl. Zie verder de nota bodembeheer over de omgang met verdachte locaties.

BKK Vijfheerenlanden

12/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

3.3

Stoffenpakket

In de Regeling bodemkwaliteit is vastgelegd, dat in een bodemkwaliteitskaart tenminste de stoffen worden opgenomen uit het standaardpakket uit de NEN5740 (lit. 11). Het huidige stoffenpakket bestaat uit: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, som-PAK, minerale olie, somPCB’s, lutum en organische stof. De stoffen arseen en chroom zijn sinds 1 juli 2008 niet meer opgenomen in het standaard stoffenpakket voor verkennend bodemonderzoek. Formeel hoeven deze stoffen niet meer te worden opgenomen in de bodemkwaliteitskaart. Voor deze stoffen zijn wel veel gegevens beschikbaar. Volledigheidshalve zijn ook arseen en chroom opgenomen in de bodemkwaliteitskaart. Tot 2008 was verder EOX opgenomen in het standaardpakket, zodat de dataset ook gegevens van EOX bevat. Deze parameter vormt geen betrouwbare indicator voor het aantreffen van organochloorverbindingen (OCB’s). EOX heeft geen beleidsmatige betekenis meer en is niet meer opgenomen in deze bodemkwaliteitskaart of de voorgaande regionale bodemkwaliteitskaarten. Deze bodemkwaliteitskaart is derhalve gebaseerd op de stoffen zoals opgenomen in het huidige standaardpakket uit de NEN 5740 (lit. 11) oftewel inclusief barium, kobalt, molybdeen en de som-PCB’s, aangevuld met de stoffen arseen en chroom die tot 1 juli 2008 deel uitmaakten van het basispakket uit de NEN5740 (lit. 12).

Barium, kobalt, molybdeen en de som-PCB’s zijn in 2008 toegevoegd aan het stoffenpakket van NEN5740. Wijzigingsbladen bij de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten bevatten een procedure voor het geval van deze stoffen nog niet voldoende gegevens beschikbaar zijn. Alle zones hebben inmiddels voldoende gegevens voor deze stoffen, zodat dit niet meer aan de orde is.

Minerale olie Conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten zijn ook voor de parameter minerale olie statistische berekeningen uitgevoerd. Omdat minerale olie in de landbodem in het algemeen niet als diffuse verontreiniging voorkomt, zijn eventuele verhoogde statistische kengetallen voor minerale olie niet als achtergrondkwaliteit te beschouwen. Deze getallen zijn slechts ter indicatie opgenomen.

Bestrijdingsmiddelen (OCB’s) Voormalige boomgaarden uit de periode direct na de tweede wereldoorlog zijn verdacht voor DDT. In dit project zijn de boomgaarden uit de periode 1940-1980 in kaart gebracht op basis van oude topografische kaarten (zie paragraaf 4.4). Onderzoeksgegevens van DDT en andere bestrijdingsmiddelen zijn beperkt beschikbaar, zodat deze verder niet zijn meegenomen in de zone-indeling.

BKK Vijfheerenlanden

13/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

PFAS: aansluiting bij provinciaal project Op 8 juli 2019 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat een Kamerbrief verstuurd met het ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ (lit. 13), gevolgd door geactualieerde versies van het tijdelijk handelingskader d.d. 29 november 2019 (lit. 14) en 2 juli 2020 (lit. 15). Volgens het handelingskader moeten initiatiefnemers, tot duidelijk is of er onbelaste gebieden in Nederland zijn, in het kader van de zorgplicht het gehalte aan PFAS meten in te verzetten grond en baggerspecie, die uit land- en waterbodem wordt ontgraven. Voor PFAS hebben de beide omgevingsdiensten in de provincie Utrecht (RUD Utrecht en ODRU) een gezamenlijk project uitgevoerd om de gehalten PFAS in kaart te brengen en hiervoor beleid op te stellen. De gemeente Vijfheerenlanden sluit aan bij dit provinciale project. PFAS is derhalve niet meegenomen in voorliggende bodemkwaliteitskaart.

Op enkele bijzonderheden bij andere stoffen wordt ingegaan in paragraaf 5.3.

BKK Vijfheerenlanden

14/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

4

ONDERSCHEIDENDE KENMERKEN

4.1

Mogelijk relevante onderscheidende kenmerken

Voor de indeling in zones zijn verschillende historische thema’s (mogelijk) van belang. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de volgende thema’s: natuurlijke bodemopbouw (paragraaf 4.2) bebouwingsgeschiedenis: ouderdom en eventuele ophooglagen (paragraaf 4.3) gebieden die verdacht zijn vanwege bestrijdingsmiddelen (paragraaf 4.4) uiterwaarden (paragraaf 4.5) In deze bodemkwaliteitskaart blijkt de bebouwingsgeschiedenis het bepalende onderscheidende kenmerk voor de zone-indeling.

4.2

Natuurlijke bodemopbouw

De natuurlijke bodemopbouw wordt bepaald door de fysisch-geografische ontwikkeling van de regio. De fysische geografie van de gemeente Vijfheerenlanden is in kaart weergegeven in bijlage 3. Deze kaart is gebaseerd op de laag geomorfologie uit de Basisregistratie ondergrond (BRO5). Globaal kan de fysische geografie als volgt worden onderverdeeld: rivierengebied (stroomruggen en rivierkommen); veengebied. Als achtergrondinformatie wordt hieronder eerst de geologische ontwikkeling van West Nederland tijdens het Holoceen samengevat.

Geologische ontwikkeling van West Nederland in het Holoceen Aan het eind van de laatste IJstijd (ca. 10.000 jaar geleden) begon het jongste geologische tijdperk, het Holoceen. De kustlijn lag toen westelijker dan tegenwoordig en West Nederland was een koude toendra. Gedurende het Holoceen steeg de temperatuur op aarde en steeg de zeespiegel als gevolg van het afsmelten van de ijskappen. In het begin van het Holoceen ontstond langs de toenmalige kust een kwelzone, waar zich veen ging vormen. Deze veenlaag, het Basisveen, werd door het verder stijgende zeespiegelniveau overstroomd. Daarbij werden in West Nederland door de zee zand en klei afgezet. In het verleden werden deze afzettingen aangeduid als de Afzettingen van Calais (een nog oudere term is ‘oude zeeklei’). Tegenwoordig vallen deze onder het Laagpakket van Wormer (lit. 16). Vanaf circa 5000 jaar geleden onstonden strandwallen, die tegenwoordig tot het Laagpakket van Schoorl worden gerekend. In eerste instantie werd een strandwal gevormd waarop nu onder andere Voorburg, Leidschendam en Voorschoten liggen. Later ontstonden in westelijke richting nieuwe strandwallen, waarop onder andere Wassenaar is gebouwd.

5

Enkele verwijzingen uit het oorspronkelijke bestand zijn in bijlage 3 samengevoegd.

BKK Vijfheerenlanden

15/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

Achter de strandwallen ontstond een slecht ontwaterd, moerassig gebied. In dit moerassige gebied werd een veenlaag gevormd, het zogenaamde Hollandveen. Op verschillende plaatsen in west Nederland is deze veenlaag door turfwinning vanaf de middeleeuwen grotendeels verdwenen. Hierdoor ontstonden plassen, die later voor een deel weer als diepe polders zijn drooggemalen. In Vijfheerenlanden is geen veen afgegraven en in een groot deel van Vijfheerenlanden is de enkele meters dikke veenlaag nog steeds aanwezig. In een deel van West Nederland is door de zee en de grote rivieren bovenop het Hollandveen een nieuwe laag sedimenten afgezet6.

Vijfheerenlanden De bodemopbouw in Vijfheerenlanden wordt bepaald door de verschillende lopen en zijtakken van de Rijn. Doordat de rivierlopen zich in dit gebied in de afgelopen 10.000 jaar periodiek verlegden bestaat de bodem uit een afwisseling van stroomruggen en rivierkommen. Ter plaatse van de stroomruggen bestaat de bodem uit zavel en zand. Tussen de stroomruggen liggen rivierkommen met klei en veen. Verder liggen in het oosten van de gemeente enkele overslagwaaiers. Deze zijn ontstaan bij doorbraken van de Diefdijk.

4.3

Bebouwingsgeschiedenis: ouderdom en eventuele ophooglagen

Een belangrijk onderscheidend kenmerk voor de zone-indeling vormt de ouderdom van woonwijken en bedrijfsterreinen. Naar mate wijken ouder zijn, is er een grotere kans op diffuse verontreiniging als gevolg van menselijk handelen. Oude dorpskernen en stadscentra zijn in het algemeen diffuus verontreinigd met koper, lood, zink en PAK. Bijlage 4 toont de ouderdom van de wijken in de gemeente Vijfheerenlanden, waarbij onderscheid is gemaakt in de volgende legenda-eenheden: voor 1940; 1940 – 1960; 1960 – 1980; 1980 – heden; lintbebouwing. Bij sloop en nieuwbouw in het kader van stadsontwikkeling is de eerste (oudste) bebouwing maatgevend. Dit geldt bijvoorbeeld bij revitalisatie van wijken in Leerdam en bij oude bedrijfslocaties waarop inmiddels woningbouw heeft plaatsgevonden. (bijvoorbeeld voormalige bedrijfslocaties in de wijk Zederik

6 De mariene afzettingen boven het Hollandveen worden tegenwoordig aangeduid als het Laagpakket van Walcheren (oudere termen: ‘jonge zeeklei’ en Afzettingen van Duinkerke). In het rivierengebied worden alle rivierafzettingen die vroeger werden aangeduid met ‘Afzettingen van Gorcum’ en ‘Afzettingen van Tiel’ tegenwoordig gerekend tot de Formatie van Echteld.

BKK Vijfheerenlanden

16/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

in Vianen). In Leerdam is begin jaren 80 een nieuwe wijk aangelegd op een voormalig bedrijfsterrein en havengebied aan de Linge. In het algemeen zijn de vlakken overgenomen uit de eerdere regionale bodemkwaliteitskaarten. Het bungalowpark Merwede ten zuiden van Meerkerk en enkele nieuwbouwwijken in Leerdam en tussen Vianen en Hagestein (Hoef en Haag) zijn hieraan toegevoegd. Deze vlakken zijn verfijnd met voornoemde bebouwingsperiodes met behulp van een GIS-bestand van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). In dit GIS-bestand is per bouwwerk een bouwjaar opgenomen. Ook is gebruik gemaakt van oude topografische kaarten. De grenzen van de lintbebouwingen zijn in het algemeen overgenomen uit de voorgaande regionale bodemkwaliteitskaarten. In de regio Zuid-Holland Zuid is in het verleden voor een deel van de lintbebouwingen gekozen voor stroken met een vaste breedte van 120 meter, bijvoorbeeld de lintbebouwingen van Hei- en Boeicop en Middelkoop/Hoogeind. In de voormalige gemeente Vianen zijn de lintbebouwingen meer op perceelsniveau begrensd, bijvoorbeeld de lintbebouwingen van Tienhoven en langs de Zijderveldselaan. In Lexmond is het vlak van de lintbebouwing verruimd op basis van een recente topografische kaart.

Ophooglagen Sommige wijken in het bodembeheergebied zijn voor aanleg eerst grootschalig opgehoogd met zand. Er is echter geen overzicht beschikbaar van de aard en ligging van deze ophooglagen.

Bedrijfsterreinen Bedrijfsterreinen zijn bij het indelen van de bebouwing in deelgebieden apart gehouden van de woonwijken. Bij de uiteindelijke zone-indeling is ervoor gekozen om de bedrijfsterreinen niet apart te zoneren, maar samen te voegen met deelgebieden van woonwijken met dezelfde (verwachte) bodemkwaliteitsklasse. In het beleid wordt in de Nota bodembeheer wel onderscheid gemaakt tussen woonwijken en bedrijfsterreinen. De actuele bedrijfsterreinen zijn als zodanig weergegeven in de bodemfunctieklassenkaart.

BKK Vijfheerenlanden

17/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

4.4

Gebieden die verdacht zijn voor bestrijdingsmiddelen

Glastuinbouwgebieden en (voormalige) boomgaarden kunnen diffuus verontreinigd zijn met bestrijdingsmiddelen.

(voormalige) boomgaarden In (voormalige) boomgaarden worden regelmatig verhoogde concentraties DDD, DDE en DDT gemeten, soms zelfs tot boven de interventiewaarde. Oude boomgaarden uit de periode van ca. 1945 – 1980 zijn verdacht voor deze bestrijdingsmiddelen. In 2003 is in Zeeland een historisch onderzoek naar de toepassingspraktijk van gewasbeschermingsmiddelen in de Zeeuwse fruitteelt (lit. 17). Uit dit onderzoek blijkt het volgende: DDT werd geïntroduceerd na de tweede wereldoorlog. De intensiteit van de toepassing van DDT was het hoogst in de periode 1950 – 1955. In de periode 1950 – 1955 werd in de fruitteelt twee keer zo veel DDT toegepast als in de periode 1955 – 1960. Vanaf 1960 daalde de toepassing van DDT verder. Als gevolg van de toepassing van DDT nam namelijk de fruitspint toe, doordat DDT ook ‘nuttige’ insecten en roofmijten doodde. Daarnaast kwamen andere middelen zoals azinfos-methyl op de markt, die een betere bescherming tegen bladrollers en fruitrot gaven. In 1973 werd de toepassing van DDT in Nederland verboden. Naarmate een boomgaard langer in gebruik is, is cumulatief meer DDT op de bodem terecht gekomen. Naast de periode van boomgaardbezetting is ook de duur van boomgaardbezetting van belang. Er is geen historisch onderscheid te maken in de mate van toepassing van DDT in appelboomgaarden dan wel perenboomgaarden.

Voor de voormalige gemeente Vianen waren de oude boomgaarden al in kaart gebracht ten behoeve van de voorgaande regionale bodemkwaliteitskaart (lit. 2). Voor de voormalige gemeenten Leerdam en Zederik was nog geen inventarisatie van oude boomgaarden beschikbaar. In bijlage 5 zijn de boomgaarden uit de periode 1940-1980 in kaart gebracht op basis van oude topografische kaarten (www.topotijdreis.nl) van de volgende jaargangen7: 1936 1958-1959 1969 1981 De boomgaarden uit de topografische kaarten uit 1958-1959 zijn apart weergegeven, omdat uit andere gebieden bekend is dat het DDT-gebruik in de jaren 50 het hoogst was. De stippelsignatuur van grote, brede boomgaardpercelen is gemakkelijk te herkennen op de topografische kaarten. Bij kleinere, smalle percelen is het soms lastiger te beoordelen of het om een voormalige boomgaard gaat dan wel een rij knotwilgen langs een watergang.

7

Het exacte jaartal verschilt per kaarblad, de topografische kaarten zijn in het algemeen gebaseerd op 2 à 3 jaar eerder verzamelde terreininformatie.

BKK Vijfheerenlanden

18/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

Vanwege de beperkte beschikbaarheid onderzoeksgegevens van DDD, DDE en DDT zijn deze boomgaarden vooralsnog niet apart gezoneerd.

Glastuinbouw Van kasgebieden elders in het land is bekend dat de bodem vaak verontreinigd is met drins. In de gemeente Vijfheerenlanden kwamen en komen vrijwel geen kassen voor. Glastuinbouw is dus niet relevant voor deze bodemkwaliteitskaart.

4.5

Uiterwaarden

Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw zijn de uiterwaarden verontreinigd geraakt door de afzetting van verontreinigd riviersediment. In het algemeen is Rijksaterstaat voor de uiterwaarden langs de Lek het bevoegd gezag voor het Besluit bodemkwaliteit, zodat de uiterwaarden in het algemeen geen onderdeel zijn van deze bodemkwaliteitskaart. Een uitzondering vormt het buitendijkse gebied bij de steenfabriek Ossenwaard. Deze ligt op een eiland tussen een rivierafsnijding en de oorspronkelijke rivierloop van de Lek. Hier valt een afwijkende bodemkwaliteit te verwachten als gevolg van verontreinigd riviersediment. Dit buitendijkse gebied is niet apart gezoneerd, maar wordt bij eventueel grondverzet als een verdachte locatie beschouwd.

BKK Vijfheerenlanden

19/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

BKK Vijfheerenlanden

20/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

5

ZONE-INDELING EN STATISTIEK

5.1

Zones in de bodemkwaliteitskaart

De bodemkwaliteitskaart van de gemeente Vijfheerenlanden bestaat uit de volgende 5 zones: Zone Bodemkwaliteitsklasse Bodemkwaliteitsklasse Bovengrond (0-0,5 m-mv) Ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Zone A: Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Bebouwing 1/1 Zone B: Wonen Achtergrondwaarde Bebouwing 2/1 Zone C: Wonen Wonen Bebouwing 2/2 Zone D: Industrie Industrie Bebouwing 3/3 Zone E: Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Buitengebied

Op basis van de beschikbare analyseresultaten is voor deze zones een aantal statistische kengetallen berekend (diverse percentielwaarden, gemiddelde, lognormaal gemiddelde). Deze statistische kengetallen zijn opgenomen in bijlage 6A t/m 6E. De kengetallen zijn apart berekend voor de bovengrond (0-0,5 m-mv) en voor de ondergrond (0,5-2,0 mmv). Voor het berekenen van het gemiddelde en het lognormaal gemiddelde zijn meetwaarden lager dan de detectiegrens vervangen door 0,7 x detectiegrens. De Achtergrondwaarden en de maximale waarden voor wonen en industrie zijn voor veel stoffen afhankelijk van het bodemtype (percentages lutum en organische stof). Om de getallen gemakkelijk met elkaar te kunnen vergelijken, zijn alle statistische kengetallen in bijlage 6 omgerekend naar standaardbodem (lutum=25%, humus=10%). Vermenigvuldiging van het kengetal met de waarde uit de kolom bodemtypecorrectie geeft het oorspronkelijke kengetal. De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten schrijft voor, dat tevens de betrouwbaarheidsintervallen van het gemiddelde worden vermeld. Ter voldoening hieraan zijn deze betrouwbaarheidsintervallen voor de definitieve zones opgenomen in bijlage 7. De bodemkwaliteitskaart met de begrenzing van de zones is opgenomen in bijlage 8. Bijlage 9 bevat de ontgravingskaart voor de bovengrond en bijlage 10 bevat de ontgravingskaart voor de ondergrond.

BKK Vijfheerenlanden

21/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

133 deelgebieden → 4 zones met bebouwing Bijlage 4 bevat een kaart met 133 deelgebieden, ingedeeld op basis van de ouderdom van de bebouwing. Voor elk deelgebied zijn de beschikbare gegevens eerst afzonderlijk geïnterpreteerd. Enerzijds zijn per deelgebied de verschillende statistische kengetallen berekend (voor zover mogelijk). Anderzijds zijn de afzonderlijke monsters getoetst aan de klasse-indeling uit het Besluit bodemkwaliteit. Een aantal deelgebieden kan op basis van de statistische kengetallen worden ingedeeld in één van de bodemkwaliteitsklassen. Bij deelgebieden met minder waarnemingen is gekeken naar de toetsing van de afzonderlijke monsters. Een aantal kleine deelgebieden met (vrijwel) geen waarnemingen is samengevoegd met deelgebieden die vergelijkbaar zijn qua historie. Formeel moeten per niet-aaneengesloten deelgebied minimaal 3 waarnemingen beschikbaar zijn. Het is echter niet aannemelijk dat het verzamelen van 3 waarnemingen in dergelijke deelgebieden zonder gegevens voldoende betrouwbare informatie oplevert, op basis waarvan aan het deelgebied een ander classificatie kan worden toegekend. Uiteindelijk zijn de 133 deelgebieden uit bijlage 4 dus samengevoegd tot 4 zones met bebouwing, afhankelijk van de bodemkwaliteitsklasse van de boven- en ondergrond. In de zonering is geen onderscheid gemaakt tussen woonwijken enerzijds en bedrijfsterreinen anderzijds.

Deelgebieden met bedrijfsterreinen zijn in de zonering hetzelfde behandeld als deelgebieden met woonwijken.

Van nature verhoogde gehalten nikkel en molybdeen Het is bekend, dat in het rivierengebied van nature vaker gehaltes nikkel boven de Achtergrondwaarde worden gemeten dan in de rest van het land. Ook bij de afzonderlijke monsters in de dataset van Vijfheerenlanden is dit zichtbaar. De classificatie van de zones wordt hierdoor niet beïnvloed. Bij de toetsing van afzonderlijke partijen grond kan dit wel van invloed zijn op het toetsingsresultaat. Voor molybdeen wordt geen bodemtypecorrectie uitgevoerd. In veengrond blijken echter van nature hogere molybdeengehaltes voor te komen dan in andere bodemtypes (lit. 3 en 10).

BKK Vijfheerenlanden

22/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

5.2

Toelichting op de verschillende zones

5.2.1

Zone A: Bebouwing 1/1

In de zone A; Bebouwing 1/1 is een aantal grotere deelgebieden samengevoegd waar de bovengrond op basis van de beschikbare data aan de Achtergrondwaarde voldoet: de woonwijken en bedrijfsterreinen van na 1960 in Vianen (Monnikenhof, De Hagen, De Biezen) de wijk Noord, ten noorden van de spoorlijn in Leerdam het bungalowpark Merwede ten zuiden van Meerkerk recente nieuwbouwwijken zoals Hoef en Haag tussen Vianen en Hagestein de recente uitbreiding aan de zuidkant van het bedrijfsterrein Blommendaal in Meerkerk (het oudere deel van dit bedrijfsterrein zit in zone C: Bebouwing 2/2). Voor de eind vorige eeuw aangelegde wijk Amaliastein in Vianen bevat de dataset geen analyseresultaten. Aangenomen is, dat de kwaliteit van deze wijk niet slechter zal zijn dan de aangrenzende oudere wijk Monnikenhof. Op grond daarvan is Amaliastein bij de zone A: Bebouwing 1/1 gevoegd. Hetzelfde geldt voor het nieuwere deel aan de westkant van de wijk Noord in Leerdam. Verder zijn enkele kleine deelgebieden met naoorlogse bebouwing aan deze zone toegevoegd, op basis van de toetsing van de afzonderlijke monsters in deze deelgebieden (een klein deelgebied in Lexmond, de naoorlogse bebouwing in Zijderveld en de naoorlogse bebouwing in Hagestein).

5.2.2

Zone B: Bebouwing 2/1

Verschillende wijken in Leerdam zijn eerst afzonderlijk bekeken en op basis daarvan zijn de wijk Oost en de bebouwing na 1960 van de wijk West samengevoegd in de zone B: Bebouwing 2/1. Het bedrijfsterrein Nieuw Schaik in Leerdam is eveneens bij deze zone gevoegd. In de vorige bodemkwaliteitskaart waren zowel de boven- als ondergrond ingedeeld in klasse wonen. In de ondergrond worden de gemiddelden omhoog getrokken door de onderzoeksgegevens van rapportnr. 54500751 ter plaatse van het afvalbrengstation. Bij dit rapport staat in het bodeminformatiesysteem als aantekening vermeld: Er staan in dit rapport heel veel analyseresultaten. Alleen de overschrijdingen >S, T en I zijn ingevoerd. Zonder dit rapport voldoet de ondergrond van Nieuw-Schaik aan de Achtergrondwaarde, zodat ervoor gekozen is om Nieuw-Schaik bij de zone B: Bebouwing 2/1 te voegen. Ook de naoorlogse woonwijken in Meerkerk, Lexmond en Ameide zijn op basis van de beschikbare data opgenomen in de zone B: Bebouwing 2/1. Resterende deelgebieden met naoorlogse wijken met (vrijwel) geen onderzoeksgegevens zijn bij deze zone gevoegd (bijvoorbeeld de woonwijken in Everdingen).

BKK Vijfheerenlanden

23/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

5.2.3

Zone C: Bebouwing 2/2

De zone C: Bebouwing 2/2 bestaat vooral uit de lintbebouwingen, die (in de voormalige gemeentes Leerdam en Zederik) in de voorgaande regionale bodemkwaliteitskaart van Zuid-Holland Zuid waren opgenomen in de zona AV3 (met dezelfde classificatie). Als begrenzing van deze lintbebouwingen is uitgegaan van de eerdere grenzen uit de twee voorgaande regionale bodemkwaliteitskaarten. Enerzijds is de bodemkwaliteit van deze lintbebouwingen beter dan die van de vooroorlogse bebouwing. Anderzijds valt naast de bovengrond ook de ondergrond in klasse wonen. Nieuwland en Schoonrewoerd hebben van oorsprong niet echt een duidelijke vooroorlogse dorpskern. Het centrum bestond hier uit een kruispunt van wegen. In deze dorpen is daarom in de zone-indeling geen de vooroorlogse bebouwing niet apart onderscheiden. In deze dorpen is de overige bebouwing ook bij de zone C: Bebouwing 2/2 gevoegd, met name omdat er voor deze kleine deelgebiedjes geen (vrijwel) gegevens beschikbaar zijn en dus niet kan worden onderbouwd dat deze afwijken ten opzichte van de lintbebouwing. Hetzelfde geldt voor een kleine woonwijk in Hei- en Boeicop.

Op basis van de interpretatie van de gegevens zijn verder de volgende deelgebieden bij deze zone gevoegd: - de wijk Zederik ten zuiden van de oude binnenstad van Vianen (exclusief vooroorlogse lintbebouwing); het oudere deel van bedrijfsterrein Blommendaal in Meerkerk; de bebouwing uit de periode 1940-1960 in Leerdam-West (2 deelgebieden). De wijk Zederik in Vianen heeft een uiteenlopende historie. Deels heeft hier nieuwbouw van woningen plaatsgevonden op oude bedrijfslocaties. Dit gebied is als één geheel samengenomen, omdat differentiëren tussen kleinere de deelgebieden in deze wijk qua gegevens niet goed mogelijk is. Naast de bovengrond blijkt ook de ondergrond gemiddeld niet aan de Achtergrondwaarde te voldoen. Voor de 2 deelgebieden uit de periode 1940-1960 in Leerdam-West is ervoor gekozen om deze identiek te behandelen. Ook hier voldoet de ondergrond niet aan de Achtergrondwaarde, zodat deze deelgebieden bij de zone C: Bebouwing 2/2 zijn gevoegd.

5.2.4

Zone D: Bebouwing 3/3

Vrijwel alle deelgebieden met vooroorlogse bebouwing zijn opgenomen in deze zone, met uitzondering van Nieuwland, Schoonrewoerd en de lintbebouwing van Hei- en Boeicop. Voor de oude binnensteden van Leerdam en Vianen zijn ruim voldoende onderzoeksgegevens beschikbaar, op basis waarvan zowel de boven- als ondergrond gemiddeld in klasse industrie vallen. Ook de vooroorlogse bebouwing rond de binnenstad van Leerdam valt op basis van veel gegevens in zowel de boven- als ondergrond gemiddeld in klasse industrie. In verschillende vooroorlogse deelgebieden valt afzonderlijk getoetst zeker de helft van zowel de bovenals ondergrondmonsters in klasse industrie. In de gemiddelden komt dit minder tot uiting, omdat niet altijd dezelfde stof klassebepalend is.

BKK Vijfheerenlanden

24/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

Op grond van de afzonderlijke toetsingen zijn verschillende vooroorlogse deelgebieden bij de zone D: Bebouwing 3/3 gevoegd. Er is voor gekozen om geen onderverdeling te maken in vooroorlogse deelgebieden waar de ondergrond in klasse wonen valt en vooroorlogse deelgebieden die gemiddeld in klasse industrie vallen. Op basis van het gemiddelde voldoet de ondergrond van het deelgebied met vooroorlogse bebouwing in Ameide bijvoorbeeld aan klasse wonen, maar ook het vooroorlogse deel van Ameide is bij de zone D: Bebouwing 3/3 gevoegd. Enkele deelgebieden met vooroorlogse bebouwing hebben (vrijwel) geen gegevens. Deze zijn bij de zone D: Bebouwing 3/3 gevoegd, omdat niet valt te verwachten dat meer gegevens tot een andere classificatie van deze deelgebieden leidt. In de regionale bodemkwaliteitskaart van Zuid-Holland Zuid waren de lintbebouwingen langs de Lek opgenomen in de zone AV1 (boven- en ondergrond klasse industrie). Een deel van deze lintbebouwingen waarop dit was gebaseerd ligt in de gemeente Molenlanden. In deze bodemkwaliteitskaart is deze indeling voortgezet voor de lintbebouwingen van Achthoven en Tienhoven aan de Lek. De lintbebouwing langs de Lek bij Everdingen bevat vrijwel geen gegevens. Er is voor gekozen om deze lintbebouwing hetzelfde te behandelen als Achthoven en Tienhoven aan de Lek.

In de vorige bodemkwaliteitskaart was ook de naoorlogse woonwijk van Kedichem bij de zone AV1 gevoegd, omdat de beperkte gegevens in dit deelgebied klasse industrie vielen. Er zijn weinig gegevens bijgekomen in Kedichem, zodat deze keuze in voorliggende bodemkwaliteitskaart is voortgezet. In Leerdam is begin jaren 80 een woonwijk aangelegd in een gebied dat al voor de tweede wereldoorlog haven en industrieterrein was langs de Linge. Dit gebied is opgenomen in de zone D: Bebouwing 3/3, omdat er geen gegevens beschikbaar zijn waarmee een andere classificatie onderbouwd zou kunnen worden.

5.2.5

Zone E: Buitengebied

Het buitengebied bestaat uit één zone, waarvan de boven- en ondergrond gemiddeld aan de Achtergrondwaarde voldoen. Er is bij deze zone niet uitputtend gezocht naar verhoogde gehalten door bijvoorbeeld lokale puinbijmengingen, omdat het verder opsporen daarvan geen invloed heeft op de classificatie van de zone.

BKK Vijfheerenlanden

25/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

5.3

Zones met 95-percentielwaarde hoger dan interventiewaarde

De indeling van de zones uit de bodemkwaliteitskaart in verschillende bodemkwaliteitsklasses is gebaseerd op het rekenkundig gemiddelde van de verschillende stoffen. De concentraties van de verschillende stoffen hebben een zekere spreiding en een deel van de waarnemingen in een zone voldoet niet aan de bodemkwaliteitsklasse waarin de zone is ingedeeld. De meeste partijen grond die binnen een zone vrijkomen voldoen derhalve aan betreffende bodemkwaliteitsklasse, maar af en toe kan het vrij grondverzet ertoe leiden dat een partij grond wordt toegepast die niet aan de toepassingseis van een zone voldoet. Gemiddeld leidt dit niet tot een verslechtering van de bodemkwaliteit. Het grondverzet levert geen ‘nieuwe’ verontreiniging op, maar betreft een verplaatsing van al in het milieu aanwezige verontreiniging. Het grondverzet mag er echter niet toe leiden dat op de toepassingslocatie dusdanige milieuhygiënische risico’s ontstaan, dat volgens de Wet bodembescherming een spoedige sanering noodzakelijk zou zijn. Om de kans op dit laatste te minimaliseren is in artikel 4.3.5, lid 3c van de Regeling bodemkwaliteit een toetsing opgenomen van de 95-percentielwaarde van de bodemkwaliteitszone van de plaats van herkomst van de grond.

Op basis van de 95-percentielwaarde wordt getoetst of vrij grondverzet op de toepassingslocatie volgens de Wet bodembescherming kan leiden tot een noodzaak tot spoedige sanering. Een locatie kan in principe alleen spoedeisend zijn wanneer de interventiewaarde wordt overschreden. Voor deze risicobeoordeling is een standaardbeoordeling uitgewerkt in het computerprogramma Sanscrit. Hogere 95-percentielwaarden dan de interventiewaarde komen alleen voor in de volgende zone: Zone D: Bebouwing 3/3 (lood en PAK) In de Nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan.

BKK Vijfheerenlanden

26/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

6

BODEMFUNCTIEKLASSENKAART

Bijlage 11 bevat de bodemfunctieklassenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden. In de bodemfunctieklassenkaart zijn de vijf gemeenten ingedeeld in de volgende bodemfunctieklassen: Wonen Industrie Landbouw / natuur Strikt genomen onderscheidt het Besluit bodemkwaliteit alleen de bodemfunctieklassen ‘wonen’ en ‘industrie’. Het overig gebied (buitengebied) is ingedeeld in ‘landbouw / natuur’. Zoals verder beschreven in de nota bodembeheer is voor het overige gebied de feitelijke situatie maatgevend: op kavelniveau kan sprake zijn van de bodemfunctieklasse ‘wonen’. Zie verder de toelichting hierop in de Nota bodembeheer. Tezamen met de voorgaande regionale bodemkwaliteitskaarten (lit. 2 en 3) zijn destijds ook regionale bodemfunctieklassenkaarten gemaakt. Deze vormen de basis voor de huidige bodemfunctieklassenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden. De lintbebouwingen (zoals vermeld in bijlage 4) zijn met dezelfde grenzen opgenomen in de bodemfunctieklassenkaart als functie Wonen. De nieuwbouwwijken tussen Vianen en Hagestein (Hoef en Haag) zijn – voor zover dit nog niet het geval was – toegevoegd aan de bodemfunctieklassenkaart als functie Wonen.

Bungalowpark Merwede ten zuiden van Meerkerk is als functie wonen toegevoegd aan de bodemfunctieklassenkaart, met de kanttekening dat dit gebied volgens het bestemmingsplan een recreatiefunctie heeft waar permanente bewoning niet toegestaan is. In de nota bodembeheer is opgenomen dat de provinciale wegen, rijkswegen en spoorlijnen de bodemfunctieklasse industrie hebben, met inbegrip van de bijbehorende bermen. Dit is niet weergegeven in de kaart in bijlage 11.

BKK Vijfheerenlanden

27/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

BKK Vijfheerenlanden

28/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

7

CONCLUSIES

Zone-indeling In deze bodemkwaliteitskaart is de landbodem van de gemeente Vijfheerenlanden ingedeeld in 5 zones met een vergelijkbare algemene milieuhygiënische bodemkwaliteit. De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de stoffen uit het NEN5740-pakket, aangevuld met arseen en chroom. De bodemkwaliteitskaart van de gemeente Vijfheerenlanden bestaat uit de volgende 5 zones (classificatie op basis van het rekenkundig gemiddelde): Zone Bodemkwaliteitsklasse Bodemkwaliteitsklasse Bovengrond (0-0,5 m-mv) Ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Zone A: Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Bebouwing 1/1 Zone B: Wonen Achtergrondwaarde Bebouwing 2/1 Zone C: Wonen Wonen Bebouwing 2/2 Zone D: Industrie Industrie Bebouwing 3/3 Zone E: Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Buitengebied

Lokaal afwijkende situaties Met nadruk wordt erop gewezen, dat in de bodemkwaliteitskaart een gemiddelde achtergrondkwaliteit van grotere gebieden wordt vastgelegd. Plaatselijk kan de bodemkwaliteit hiervan afwijken, bijvoorbeeld in geval van verdachte locaties, wegbermen, boerenerven en bijmengingen van puin en koolas. Toepassen van grond op basis van deze bodemkwaliteitskaart is dus pas mogelijk, nadat eerst een historisch vooronderzoek is uitgevoerd. De verdere regels en randvoorwaarden voor het toepassen van grond zijn vastgelegd in de Nota Bodembeheer van de gemeente Vijfheerenlanden.

BKK Vijfheerenlanden

29/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

MARMOS Bodemmanagement

LITERATUUR 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12.

13. 14.

15.

16.

17.

Beleid bodem Vijfheerenlanden – grondverzet en bodembeheer; gemeente Vijfheerenlanden en ODRU, 2020. Bodemkwaliteitskaart regio Zuidoost-Utrecht; CSO Adviesbureau, 1 november 2011. Regionale bodemkwaliteitskaart Zuid-Holland Zuid – actualisatie 2013, 17 december 2013. Nota bodembeheer – Grondstromenbeleid Regio Zuidoost-Utrecht; Milieudienst Zuidoost-Utrecht, december 2011. Bodembeheernota Zuid-Holland Zuid; Milieudienst Zuid-Holland Zuid en Oranjewoud, 1 juli 2010, versie 08. Besluit bodemkwaliteit; Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang 2007, nr. 469. Regeling bodemkwaliteit; Staatscourant, 20 december 2007. Richtlijn bodemkwaliteitskaarten; Ministerie van VROM en Ministerie van Verkeer en Waterstaat; gepubliceerd via website NEN, 7 september 2007. Regeling houdend regels me betrekking tot het beheer en gebruik van watersystemen (Waterregeling); Staatscourant, 17 december 2009. Regionale bodemkwaliteitskaart Noordwest Utrecht; Marmos Bodemmanagement, 7 oktober 2014. NEN5740, Bodem – Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond; NEN, januari 2009. NEN5740, Bodem – Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond; NEN, april 2000, met wijzigingsblad NEN5740:1999/A1: 2008.

Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie; Kamerstukken II, 2018/19, 28089 nr. 146, bijlage bij Kamerbrief van 8 juli 2019. Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerde versie van 29 november 2019), Kamerstukken II, 2019/20, 35334 nr. 20, bijlage bij Kamerbrief van 1 december 2019. Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerde versie van 2 juli 2020), Kamerstukken II, 2019/20, 35334 nr. 116, bijlage bij Kamerbrief van 3 juli 2020. Nooit meer: Afzettingen van Duinkerke en Calais; H. Weerts, P. Cleveringa, W. Westerhoff, W. en P. Vos, P, Archeobrief (Methoden en Technieken), 28-34. Stichting voor de Nederlandse Archeologie (SNA), 2006. Pilotproject boomgaarden Zeeland – Gebruik gewasbeschermingsmiddelen 1945-1980 – Historie boomgaarden Zeeland. CONCEPT; DLV Plant BV, marktgroep fruitteelt, Boxtel, april 2003.

BKK Vijfheerenlanden

30/30

Eindrapport, 4 augustus 2020

Herkomstgemeenten voor een aantal gebiedsspecifieke beleidskeuzes

SCHAAL: 1:60.000

DATUM: 31-07-2020

BIJLAGE:

1

Begrenzing bodembeheergebied

PROJECT:

P19-11

Bodemkwaliteitskaart gemeente Vijfheerenlanden

OPDRACHTGEVER:

gemeente Vijfheerenlanden

MARMOS Bodemmanagement

BIJLAGE 2: VERANTWOORDING DATASET BODEMANALYSES

2.1

Herkomst van de gegevens

De regionale bodemkwaliteitskaart is gebaseerd op: de dataset van de eerdere regionale bodemkwaliteitskaart Zuidoost Utrecht (lit. 2); de dataset van de eerdere regionale bodemkwaliteitskaart Zuid-Holland Zuid (lit. 3); de gegevens uit de bodeminformatiesystemen van RUD Utrecht en ODRU; aangevuld met deels missende analyseresultaten van 5 bodemrapporten. Voor deze bodemkwaliteitskaart is geen aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd.

Dataset voorgaande regionale bodemkwaliteitskaart Zuidoost Utrecht In het verleden voerde de toenmalige milieudienst Zuidoost Utrecht geen analyseresultaten in het bodeminformatiesysteem in (lit. 2). De regionale bodemkwaliteitskaart Zuidoost Utrecht is gebaseerd op aanvullende invoer van een selectie van verkennend bodemonderzoeken na 1 juli 2008 en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd door het adviesbureau CSO. De dataset van deze bodemkwaliteitskaart is beschikbaar als Excel-bestand, inclusief x- en y-coördinaten. Dit bestand bevat in de voormalige gemeente Vianen 66 geanalyseerde grondmonsters, voornamelijk afkomstig uit het aanvullend bodemonderzoek. Van deze 66 grondmonsters liggen er 12 ten noorden van de oude binnenstad van Vianen, buiten de begrenzing van het bodembeheergebied. Verder zijn bij enkele monsters geen dieptes bekend. Deze zijn niet meegerekend in deze nieuwe bodemkwaliteitskaart. Zodoende zijn 51 grondanalyses uit de dataset van de regionale bodemkwaliteitskaart Zuidoost Utrecht meegenomen in voorliggende bodemkwaliteitskaart: 33 analyses van de bovengrond 18 analyses van de ondergrond Deze 51 analyses zitten niet in de bodeminformatiesystemen van RUD Utrecht en ODRU.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=1392cf7e-6425-4477-9893-aaf35e561f1f