Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 26 april 2021.pdf
Tekst van het document
BIODIVERSITEITSHERSTEL VIJFHEERENLANDEN 2030 Onderwerp: Routekaart naar herstel natuurwaarden 26 april 2021
1. Inleiding...........................................................................................................3 2. Betekenis biodiversiteit ......................................................................................4 2.1 Definitie biodiversiteit....................................................................................4 2.2 Maatschappelijke betekenis biodiversiteit .........................................................4 2.3 Natuurlijke betekenis biodiversiteit ..................................................................5 2.3.1 Voedsel .................................................................................................5 2.3.2 Variatie .................................................................................................5 2.3.3 Verbinding .............................................................................................5 2.3.4 Voortplanting .........................................................................................6 2.3.5 Veiligheid ...............................................................................................6 3.
Achteruitgang biodiversiteit ................................................................................7 3.1 Oorzaken afname biodiversiteit .......................................................................7 3.1.1 Klimaatverandering .................................................................................7 3.1.2 Intensief menselijk landgebruik ................................................................7 3.1.3 Intensieve landbouw ...............................................................................8 3.1.4 Afvoer van hemelwater ............................................................................8 3.1.5 Monoculturen en cultuurgewassen .............................................................8 3.1.6 Economisch meest voordelige wijze van beheer ..........................................9 3.2 Achteruitgang biodiversiteit in Vijfheerenlanden .............................................. 10 4. Routekaart naar biodiversiteitsherstel ................................................................ 11 4.1 Scope routekaart ........................................................................................ 11 4.2 Relatie met duurzaamheid: klimaatrobuust en biodivers ................................... 11 4.3 Strategie ...................................................................................................
12 4.3.1 Vier sporen .......................................................................................... 13 4.3.2 Drie werkwijzen .................................................................................... 13 4.3.3 Twee gebieden ..................................................................................... 14 4.3.4 Eén integrale aanpak ............................................................................. 14 5. Plan van aanpak .............................................................................................. 16 5.1 Drie niveaus .............................................................................................. 16 5.2 Twee termijnen .......................................................................................... 16 5.3 Eén structurele aanpak ................................................................................ 17 5.3.1 Natuurinclusief plannen ......................................................................... 18 5.3.2 Natuurinclusief bouwen en aanleggen ...................................................... 18 5.3.3 Natuurinclusief beheren ......................................................................... 19 6. Realisatie biodiversiteitsherstel ..........................................................................
20 6.1 Programma’s en Projecten ........................................................................... 20 6.1.1 Natuurvriendelijke oevers ......................................................................... 20
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
1
6.1.2 Ecologische bermen ................................................................................. 21 6.1.3 Vaste planten concept Vijfheerenlanden ...................................................... 22 6.2 Monitoring herstel ....................................................................................... 24 6.2.1 Samenwerken met maatschappelijke organisaties ..................................... 24 6.2.2 Meten is weten ..................................................................................... 24 6.2.3 Realisatie-doelen .................................................................................. 25 KPI 1: Verhouding gazon+bermen/kruidenrijk gras verbeteren ........................ 25 KPI 2: Verhouding verharding/groen verbeteren ............................................. 26 6.3 Handhaving biodiversiteit............................................................................. 28 Literatuurverwijzingen ...................................................................................... 30 Foto’s: Mark Kleyheeg (pag. 6, 12, 15 en 22); Edwin Koot (pag. 3, 19, 21 en 23); uit film biodiversiteitsherstel (pag 9)
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
2
1. Inleiding De laatste jaren horen we steeds vaker dat de kwaliteit van de natuur afneemt. Het aantal plant- en diersoorten dat bijvoorbeeld kenmerkend is voor het agrarisch landschap gaat onverminderd achteruit. De alarmerende afname van insectenpopulaties (onderzoek in Duitsland (1) in 2017 en Nederland (2) in 2018) is daar een zorgelijk voorbeeld van. Insecten zijn namelijk belangrijk voor onze landbouw/voedselvoorziening en het ecologisch evenwicht in onze natuur. Zij zorgen voor de bestuiving van gewassen en de afbraak van organische stof in de landbouwbodems. Het besef neemt gelukkig toe dat een grote variëteit aan soorten, ecosystemen en landschappen niet alleen van belang is voor een rijkere natuur, maar dat het ook de basis vormt voor ons welzijn en een toekomstbestendige voedselproductie. De Nederlandse Bank (DNB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) concluderen in juni 2020 (3) dat het wereldwijd verdwijnen van soorten als bijen, zo’n 510 miljard euro van Nederlandse financiële instellingen in gevaar brengt. Deze instellingen zijn voor hun investeringen namelijk deels afhankelijk van de natuur, bijvoorbeeld door bestuiving. DNB en PBL stellen dat de klimaatverandering een negatieve invloed heeft op de biodiversiteit. Terwijl aan de andere kant een gezonde biodiversiteit de opwarming van de aarde juist kan helpen afremmen.
In Nederland heeft om deze redenen een coalitie van boerenorganisaties, bedrijven, kennisinstellingen en natuur- en milieuorganisaties daarom de handen ineengeslagen om samen biodiversiteitverlies in Nederland om te buigen naar herstel. Dit heeft geresulteerd in het zogeheten Deltaplan Biodiversiteitsherstel 2030 (4). De gemeente Vijfheerenlanden onderschrijft het belang van biodiversiteitsherstel en de uitgangspunten van dit Deltaplan. De voorliggende routekaart geeft aan op welke wijze de gemeente het herstel gaat bevorderen. Het doel van deze routekaart is om de biodiversiteit in de groene buitenruimte van
gemeente
Vijfheerenlanden
te
verbeteren. Dat wil zeggen herstel van de soortenrijkdom
én
de
habitats
(leefgebieden)
nature
thuishoren.
zichtbaar
en
soortenrijkdom
In
merkbaar en
de
bijbehorende die
hier
2030 zijn
van moet
dat
de
variatie
in
leefgebieden verbeterd is.
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
3
2. Betekenis biodiversiteit 2.1 Definitie biodiversiteit Biodiversiteit ofwel biologische diversiteit heeft alles te maken met natuur, met ecologie en met soorten levende organismen. Biodiversiteit verwijst naar soortenrijkdom. Dat willen zeggen een verscheidenheid aan planten, dieren en andere organismen, maar ook genetische variatie binnen soorten. Altijd in relatie tot de specifieke ecosystemen (natuurlijke leefgemeenschap) waartoe ze behoren. Het gaat dus om de samenhang tussen soorten met hun omgeving. De geologische en klimatologische omstandigheden bepalen mede het karakter van het ecosysteem ter plaatse. Een natuurlijk loofbos kent zodoende een andere soortensamenstelling in Zuid Limburg dan in Vijfheerenlanden. Afstammelingen van eiken die al generaties in onze omgeving vertoeven verschillen van hun Limburgse soortgenoten. Door genetische variatie hebben zijn zich in de loop van de tijd aangepast aan het lokale klimaat en de plaatselijke bodem.
2.2 Maatschappelijke betekenis biodiversiteit Een zo rijk mogelijke natuur is een waardevol maatschappelijk bezit. Grote biodiversiteit bepaalt namelijk onze kwaliteit van leven. De natuur levert ons allerlei diensten (zogeheten ecosysteemdiensten). Dit zijn dus baten die de natuur levert aan de samenleving en de economie. Soortenrijkdom werkt als een natuurlijke veiligheidsbuffer. Een verscheidenheid aan planten en dieren maakt ons bijvoorbeeld weerbaarder tegen het veranderende klimaat en tegen plagen en ziekten. Meer groen in de bebouwde kom en meer variatie in groen zorgt tevens voor het beperken van overlast door piekbuien en het verminderen van hittestress. Een (natuurlijke) vegetatie vangt water op en houdt dit vast, waardoor ons rioolstelsel minder belast raakt. Planten en bomen zorgen voor extra verkoeling op warme dagen door verdamping. Soortenrijkdom zorgt voor een goed functionerend bodemleven en vruchtbare bodems. Bijen en hommels zorgen voor de bestuiving van onze fruitboomgaarden. En sluipwespen en zweefvliegen bestrijden ongewenste bladluizen op een natuurlijke wijze. De biologische diversiteit in onze omgeving is dus een belangrijk onderdeel van de waarde van ons natuurlijk kapitaal.
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
4
2.3 Natuurlijke betekenis biodiversiteit In de natuur draait alles om eten en gegeten worden. Elke natuurlijke leefgemeenschap is een web van voedselketens. De ene soort eet de andere soort en is zelf weer voedsel voor weer een andere soort. Als één van de soorten wegvalt, heeft dat gevolgen voor de overige soorten. Voor een gezonde biodiversiteit draait het om de juiste balans tussen soorten. Een verstoorde balans kan bijvoorbeeld leiden tot plagen. Voor een gezonde biodiversiteit dient de omgeving aan een aantal condities te voldoen. Deze basisprincipes worden ook wel de vijf V’s voor een gezonde biodiversiteit genoemd: •
Voedsel
•
Variatie
•
Verbinding
•
Voortplanting
•
Veiligheid
2.3.1 Voedsel De basis voor een goede biodiversiteit is een gezonde voedingsbodem. Herstel van het natuurlijke voedselweb begint met herstel van habitats en insecten- en wilde bijenpopulaties. Zijn die er weer in voldoende mate en zijn er bijvoorbeeld voldoende wormen, zaden, bessen, noten of vruchten dan zullen vogels en andere dieren volgen. Voorwaarden zijn een gezond bodemleven en water in de buurt van goede kwaliteit voor voortplanting voor diergroepen zoals amfibieën en insecten en als voedselbron voor andere diergroepen, bijvoorbeeld vogels.
2.3.2 Variatie Afwisseling in (stads)landschappen, maar bijvoorbeeld ook afwisseling in hoge en lage planten of in voorjaarsbloeiers en najaarsbloeiers, zorgt voor een grotere variatie in habitats. Dat trekt vervolgens weer verschillende soorten dieren aan, waardoor de biodiversiteit versterkt wordt.
2.3.3 Verbinding Het groen binnen de gemeente is versnipperd. Versnippering is een probleem omdat soorten zich dan moeilijker kunnen verspreiden, geen partners kunnen vinden of er in een specifiek gebiedje inteelt ontstaat. De ecologische waarde van dit soort groengebieden
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
5
vergroot door deze te verbinden middels groenstroken, bomenlanen of watergangen met andere groengebieden. Een samenhangend netwerk van groengebieden zorgt ervoor dat soorten zich makkelijker verspreiden.
2.3.4 Voortplanting Er moeten geschikte plekken zijn om te nestelen of jongen groot te brengen. Dit is noodzakelijk om de diersoort te behouden en de populatie te versterken.
2.3.5 Veiligheid Voor dieren is het belangrijk dat zij zich ergens schuil kunnen houden. Indien er geen plekken zijn waar ze snel naar toe kunnen vluchten bij dreigend gevaar is die omgeving onvoldoende aantrekkelijk voor hen. Er dienen dus voldoende groene schuilplekken te zijn waar ze zich veilig voelen. Voldoen aan deze vijf basisprincipes betekent behoud van soorten, aantrekken van nieuwe soorten en daarmee herstel van biodiversiteit.
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
6
3. Achteruitgang biodiversiteit 3.1 Oorzaken afname biodiversiteit De afname van soorten en habitats heeft te maken met een combinatie van factoren. De belangrijkste factoren voor de achteruitgang zijn (in willekeurige volgorde): •
Klimaatverandering
•
Intensief menselijk landgebruik
•
Intensieve landbouw
•
Afvoer van hemelwater
•
Monoculturen en cultuurgewassen
•
Economisch meest voordelige wijze van beheer
3.1.1 Klimaatverandering Hitterecords, extreme piekbuien, verdroging en zware stormen zijn fenomenen waar we de laatste jaren steeds meer mee te maken hebben De snelle veranderingen in het klimaat zorgen ook voor een ander verspreidingsgebied van soorten, nieuwe natuurlijke verstoringen (zoals verdroging) en voor veranderingen in de beschikbaarheid van voedsel door wijzigingen in de bodemsamenstelling. De natuur is van slag. Hele ecosystemen raken uit
balans,
soorten
verdwijnen
en
ziekten
en
plagen
steken
de
kop
op.
De
temperatuurstijging brengt tevens veranderingen teweeg in de fenologie (periodieke verschijnselen) van de levende natuur. Bloemknoppen openen vroegtijdig in het voorjaar, het broedseizoen en het pollenseizoen verlengt, de mitigatie van vogels verandert en de bladeren aan de bomen verkleuren later in het najaar.
3.1.2 Intensief menselijk landgebruik Het leefgebied voor plant- en diersoorten krimpt door een groeiende behoefte aan huizen, wegen, industrie, kantoren en bedrijventerreinen. Door uit- en inbreidingen verstenen steden, dorpen en kernen steeds verder. Leefgebieden worden doorkruist en versnipperen. De energietransitie zorgt voor energiezuinige woningen en kantoren. Bijkomend effect is dat
deze
gebouwen
minder
huisvestingmogelijkheden
bieden
voor
diersoorten.
Bijvoorbeeld omdat de spouwmuren gevuld zijn met isolatie.
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
7
3.1.3 Intensieve landbouw De
landbouw
is
sterk
ontwikkeld.
Niet
voor
niets
is
Nederland
het
tweede
landbouwexportland ter wereld. De intensivering en homogenisering van het agrarisch landgebruik en het gebruik van meer stikstof en fosfaat dan het landbouwkundig systeem kan
vasthouden,
ondermijnt
de
biodiversiteit.
Het
gebruik
van
gewasbeschermingsmiddelen (vooral insecticiden) versterkt de verschraling van de soortenrijkdom. Akkerplanten zijn sinds 1900 met 35 % achteruitgegaan, graslandvlinders met 80 %, en kenmerkende vogels van het open boerenland met 85 % (5).
3.1.4 Afvoer van hemelwater Het versneld afvoeren van hemelwater via het riool en via watergangen zorgt ervoor dat er minder water infiltreert in de bodem. Dit leidt tot verdroging omdat er minder water in de bodem wordt vastgehouden om droogteperiodes te kunnen compenseren. Verdroging heeft tot gevolg dat er te weinig goed grondwater aanwezig is om de natuur in stand te houden. Planten, struiken en bomen groeien minder goed. Vlinders, insecten en andere dieren die voor hun voedselvoorziening afhankelijk zijn van deze beplanting gedijen minder goed. Sommige soorten verdwijnen zelfs helemaal.
3.1.5 Monoculturen en cultuurgewassen Traditioneel is de groene buitenruimte in de bebouwde kom ‘netjes en strak’ ingericht. Met als gevolg monoculturen van bijvoorbeeld Engels raaigras en laanbeplantingen met louter platanen. De nadruk ligt van oudsher sterk op een eenduidig ontwerp en het economisch meest voordelige beheer van groen in plaats van op de ecologische meerwaarde. Het gebrek aan variatie in plant- en boomsoorten en de nadruk op het visueel ontwerp in plaats van de ecologie, leidt tot een universele, steriele omgeving, met een lage biodiversiteit. Doorgekweekte cultuurgewassen leveren weliswaar prachtige kleurrijke bloemen, maar voor wilde bijen zijn ze veel minder interessant. Kritische en kwetsbare soorten hebben stuifmeel nodig van zeer specifieke planten. Die gecultiveerde planten leveren wel nectar aan insecten, maar niet het gewenste stuifmeel. Streekeigen planten zijn beter opgewassen tegen extreme milieuomstandigheden en kunnen zich daardoor langer in bijvoorbeeld een akkerrand handhaven. Voor bosbouwkundige resultaten zijn in het verleden veel uitheemse boomsoorten aangeplant. Terwijl op de inheemse bomen en planten veel meer soorten (plantenetende) organismen voorkomen.
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
8
3.1.6 Economisch meest voordelige wijze van beheer De meest voordelige vorm van gazon- en bermbeheer is wanneer het maaisel kan blijven liggen. Bij het gebruik van de cirkelmaaier voor gazons en de klepelmaaier voor de bermen is dat veelal het geval. Het maaisel verteert en komt als voedsel ten goede voor de planten. Dit betekent dat de bodem rijk blijft aan voedingsstoffen. Dit is gunstig voor soorten als gras, koolzaad en brandnetel. Voor vele soorten die hier van nature thuishoren is een voedselrijke bodem echter ongunstig. Het gevolg is dat gazons en bermen die op deze wijze
Economisch voordelig beheren; maaisel blijft liggen
worden beheerd, arm zijn aan plantensoorten. Deze wijze van beheer zorgt bovendien voor een drastische afname van de insecten, wilde bijen en rupsen in het gemaaide veld of de geklepelde berm. Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 95% van de rupsen dood wordt geslagen door de klepelmaaier. Een alternatief is ecologisch beheer, met maaien en afruimen. Dit zorgt voor verschraling van de bodem en daardoor een grotere soortenrijkdom. Het maaisel blijft 5 tot 7 dagen liggen om te drogen en zaden af te kunnen geven. Gedurende deze rustperiode hebben insecten en andere dieren de gelegenheid om naar andere gebieden te trekken voor voedsel. Gedroogde vegetatie vormt voor deze dieren namelijk geen goede voedselbron. Het maaisel wordt daarna geschud en in balen
gedraaid.
Deze
werkwijze
arbeidsintensiever
is
(meerdere
werkgangen) en er moet meer maatwerk geleverd
worden
(is
afhankelijk
onder
andere
van
de
weersomstandigheden).
Zodoende
ecologische
duurder
beheer
is dan
bijvoorbeeld klepelen, dat slechts één werkgang nodig heeft. Ecologisch beheren; maaisel wordt afgeruimd
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
9
3.2 Achteruitgang biodiversiteit in Vijfheerenlanden In het algemeen verdwijnen er altijd soorten en komen er soorten bij. Uit alle beschikbare nationale of internationale onderzoeken blijkt echter dat structureel sprake is van een dalende tendens in soortenrijkdom. Er is geen specifiek onderzoek gedaan in gemeente Vijfheerenlanden. Onze gemeente vormt echter geen eiland binnen Nederland, dus ook onze gemeente ontkomt niet aan een afname van soorten en habitats. Ons omvangrijke groene buitengebied is in de loop van de tijd steeds verder bebouwd en versnipperd geraakt en ook de intensieve landbouw heeft hier zijn gevolgen. Daarnaast scoort de gemeente Vijfheerenlanden binnen de bebouwde kom laag qua groenindex (de hoeveelheid groene biomassa per oppervlak; groenmonitor 2017).
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
10
4. Routekaart naar biodiversiteitsherstel 4.1 Scope routekaart De
gemeente
wil
een
voorbeeldfunctie
vervullen.
In
het
buitengebied
heeft
Vijfheerenlanden vooralsnog nauwelijks grond in bezit. Om deze reden is de strategie voor biodiversiteitsherstel met name gericht op de openbare ruimte binnen de bebouwde kom. De natuur houdt uiteraard niet op bij de bebouwde komgrens, noch bij de gemeentegrens. Voor plant- en diersoorten bestaan deze grenzen immers niet. Versterken van natuurpotentiaal in het buitengebied en verbindingen maken met de kernen zijn essentieel voor het biodiversiteitsherstel. Daarom is samenwerken en afstemmen met stakeholders, buurgemeenten, waterschap, regio en provincie voor dit thema onontbeerlijk. De focus van dit herstelplan ligt op het initiëren van het versterken van de biodiversiteit binnen de bebouwde kom en het faciliteren daarvan buiten de bebouwde kom. Natuurbeleid staat niet op zichzelf. Het heeft een duidelijke link met ander ruimtelijk- en maatschappelijk beleid. Door de thema’s water, wonen, mobiliteit, werken, recreatie en natuur
te
verbinden
bouwt
Vijfheerenlanden
aan
een
aantrekkelijke,
gezonde
leefomgeving. Met de juiste groene bouwstenen zorgt de gemeente voor een duurzame toekomst. Het natuurbeleid krijgt een nadere uitwerking in de landschapsvisie en het groenstructuurplan (beiden zijn in voorbereiding).
4.2 Relatie met duurzaamheid: klimaatrobuust en biodivers Eén van de drie duurzaamheidspijlers in gemeente Vijfheerenlanden is ‘klimaatrobuust en biodivers’ (Samenhangend duurzaamheid beleid, januari 2021). Dit is dus een belangrijke pijler. Het geeft ook aan dat er een duidelijke relatie is tussen klimaat en biodiversiteit. Meer groen in de kernen betekent immers dat water beter wordt vastgehouden en hittestress wordt voorkomen. Tegelijkertijd vergroot het de soortenrijkdom en de groenbeleving. Vaak versterken klimaatrobuust en biodiversiteit elkaar. Investeren in het ene heeft positieve effecten op het ander. Al verschilt het effect natuurlijk per maatregel. Zo zal het vervangen van overbodige verharding door plantsoen een positiever effect op de biodiversiteit hebben dan het vervangen een parkeerplaats met klinkers door een groene parkeerplaats. Beiden zijn echter gewenst. Vijfheerenlanden
heeft
in
het
Duurzaamheidsbeleid
uitgangspunten
voor
biodiversiteitsherstel vastgelegd. Het beleid is gericht op het verbeteren van de
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
11
biodiversiteit en ervoor te zorgen dat bij alle activiteiten in Vijfheerenlanden wordt ingezet op biodiversiteitsherstel. Dat houdt in dat bij iedere omgevingsactiviteit als het bouwen van huizen, de aanleg van wegen, maar ook de organisatie van een evenement bekeken wordt op welke wijze deze activiteit kan bijdragen aan het herstel van de biodiversiteit. Daarnaast heeft de gemeente Vijfheerenlanden zich ten doel gesteld om in 2030 te behoren tot de bovenste helft van de gemeentes qua groenindex. Dat maakt een forse investering in het groen noodzakelijk. Dit betekent meer grote bomen, meer struiken en heesters en meer planten en kruiden in de kernen, in plaats van steen en gemaaid gazon.
4.3 Strategie Voor het bepalen van de juiste strategie moet goed in beeld komen hoe de natuur er in Vijfheerenlanden voor staat. Dat gebeurt door specifieke kennis aanwezig bij inwoners, lokale
natuurwerkgroepen,
terreinbeherende
organisaties
en
niet-terreinbeherende
organisaties, buurgemeenten, provincie en gemeentelijke groenspecialisten te bundelen. Daarnaast levert gericht onderzoek aanvullende gegevens op, zodat een goed beeld ontstaat van het natuurpotentieel van Vijfheerenlanden. Zodoende raakt steeds beter bekend wat we aan natuurwaarden hebben en kunnen we ons meer gaan richten op het stimuleren van doelsoorten. De resultaten van dit onderzoek worden niet afgewacht. Dat wil zeggen dat daar waar mogelijkheden
zich
voordoen
de
fysieke
buitenruimte
wordt
ingericht
voor
biodiversiteitsherstel. Dat houdt in: Uitgaan van wat eraan groen en natuur is, versleten groene plekken opwaarderen, groenarealen waar mogelijk uitbreiden en zorgen voor een samenhangend groen/blauw netwerk.
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
12
De weg naar een gezonde biodiversiteit kent 4 sporen, 3 werkwijzen, 2 gebieden en 1 integrale aanpak.
4.3.1 Vier sporen Voor biodiversiteitsherstel zijn de volgende vier sporen te onderscheiden; 1. Behoud 2. Versterken 3. Vergroten 4. Verbinden Behoud wil onder meer zeggen instandhouding van het groenareaal en het bestendigen van de groene kwaliteit van specifieke locaties. Versterken omvat alle activiteiten die bedoeld zijn om de waarde van een bepaald groengebied op te waarderen. Bijvoorbeeld door meer variatie in een bosschage aan te brengen. Vergroten slaat op de uitbreiding van het groenareaal. Onder andere door functieloze verharding te vervangen door groen. Het liefst op locaties waar groen een meerwaarde heeft voor verkoeling of een bijdrage levert aan de leefbaarheid van de omgeving (verhogen van de sociale cohesie). Verbinden houdt in dat niet-natuurlijke barrières tussen groengebieden worden overbrugd. Bijvoorbeeld door het ene groengebied aan te sluiten op het andere door aanleg van een laanbeplanting.
4.3.2 Drie werkwijzen Het bevorderen van de biodiversiteit doet de gemeente niet alleen. Er zijn drie werkwijzen: 1. Het faciliteren initiatieven van derden (gemeentelijke groenafdeling ondersteunt) 2. Meeliften op projecten (gemeentelijke groenafdeling is volgend) 3. Initiëren van projecten (gemeentelijke groenafdeling is leidend)
Samenwerken is de belangrijkste werkwijze voor biodiversiteitsherstel. Waar mogelijk ondersteunt en enthousiasmeert de gemeente initiatieven van derden. Aanhaken bij andere gemeentelijke activiteiten in de buitenruimte is een tweede, belangrijke handelswijze.
Bijvoorbeeld
bij
herinrichtingen,
woningbouw
of
(riool)renovaties.
Vergroenen biedt soms oplossingen voor dilemma’s, zoals het waterbergend en -afvoerend vermogen om piekbuien op te vangen. Vaak zijn groen en blauw van toegevoegde waarde, bijvoorbeeld bij een landschappelijke inpassing van een gebouw. De derde werkwijze is opzichzelfstaande groene projecten uit te voeren en daarover te communiceren. De
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
13
gemeente vervult hiermee een voorbeeldfunctie en zorgt voor bewustwording en draagvlak. Denk hierbij aan het aanbrengen van variatie in een bosschage, het opwaarderen en aanvullen van het aanwezige groen, het aanleggen van kruidenrijke bermen of natuurvriendelijke oevers.
4.3.3 Twee gebieden Er wordt onderscheid gemaakt in een aanpak voor kernen en buitengebied: 1. binnen bebouwde kom 2. buiten bebouwde kom Binnen de bebouwde kom is de gemeente regievoerend. Dat wil zeggen dat eigen initiatieven in de openbare ruimte de soortenrijkdom vergroten. De nadruk ligt op het variatie aanbrengen in het groen. Die variatie ontstaat door vroegbloeiers en laatbloeiers aan te planten of bijvoorbeeld door gelaagdheid in hoogtes aan te brengen (kruidlaag of vaste planten, struiken en bomen). Daarbij wordt een goede balans gezocht tussen ecologische zones enerzijds en zones met cultuurgewassen en niet-gebiedseigen soorten anderzijds. Buiten de bebouwde kom heeft de gemeente (nog) nauwelijks gebieden in beheer. Daarom zoekt de gemeente hier samenwerking met onder andere partijen die het belang van groen voorstaan,
het
waterschap,
de
provincie
en
particuliere
grondbezitters
om
de
natuurwaarden te versterken. De samenwerking beoogt vooral het versterken van de ecologische verbindingen (landschapsvisie en hoofdgroenstructuur). Buiten de bebouwde kom wordt zoveel mogelijk gewerkt met gebiedseigen plant- en diersoorten.
Het
toepassen van cultuurgewassen of niet-gebiedseigen soorten wordt buiten de bebouwde kom beperkt.
4.3.4 Eén integrale aanpak Er is slechts één allesomvattende werkwijze. Dat wil zeggen rekening houdend met en aansluiten op andere belangen in de openbare ruimte: 1. Systeemdenken Een ecosysteem is een complexe leefgemeenschap van levende organismen in wisselwerking met elkaar en met hun omgeving. Ieder diertje en ieder plantje heeft zijn functie in dit systeem en is onderdeel van de kringloop. In een goed functionerend ecosysteem is sprake van een evenwicht. Dit systeemdenken staat model voor de inrichting
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
14
van onze leefomgeving. Alles hangt met elkaar samen en multifunctioneel ruimtegebruik is noodzakelijk, gezien de beperkte ruimte die er is. Bij iedere herinrichting en bij iedere activiteit in de buitenruimte gaat in Vijfheerenlanden klimaatbestendigheid en biodiversiteit een rol spelen. Het systeemdenken komt ook bij het ecologisch ontwerpen zelf tot uitdrukking. Het begint met een inventarisatie wat er is, gevolgd door een visie wat er moet blijven en wat er moet
komen. Dan worden keuzes gemaakt en volgt een plan van uitvoering. Dat plan kan gebaseerd zijn op reeds succesvol gebleken methoden, maar het kunnen ook pilots zijn met nieuwe innovaties. Voor Vijfheerenlanden is biodiversiteitsherstel een traject van continue verbetering. Dat betekent een cyclus van plannen, uitvoeren, testen (meten of de gewenste verbeteringen optreden) en maatregelen bijstellen (kwaliteitscirkel van Deming: ‘Plannen Doen Controleren Actualiseren’). Net zo lang tot het gewenste resultaat is bereikt.
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
15
5. Plan van aanpak Niet iedere locatie is geschikt voor het bevorderen van de biodiversiteit. Noch is een ecologische inrichting op iedere locatie gewenst. Het gaat om een juiste balans tussen cultuur en natuur in onze leefomgeving. Vandaar dat Vijfheerenlanden kiest voor kansrijke locaties, die aansluiten bij de groene beleidsuitgangspunten. De prioriteiten die worden gehanteerd bij het bevorderen van de biodiversiteit kennen 3 niveaus, 2 termijnen en 1 structurele aanpak.
5.1 Drie niveaus Er wordt onderscheid gemaakt in drie categorieën groen: 1. Hoofdgroenstructuur en monumentale bomen 2. Nevenstructuren en waardevolle bomen 3. Groene oases De Hoofdgroenstructuur (Groenstructuurplan) en monumentale bomen (Groene Kaart) hebben de hoogste prioriteit wat betreft behoud en beheer. Daarom is het logisch om voor biodiversiteitsherstel in eerste instantie te focussen op deze twee gebieden. Initiatieven van derden voor het verbeteren van natuurwaarden krijgen op deze locaties de meeste ondersteuning. Eigen initiatieven vinden vooral op deze plekken plaats. In nevenstructuren en rond waardevolle bomen gebeurt dit alleen wanneer er zich kansen voordoen. In speciale gevallen vindt buiten deze zones een groene opwaardering plaats. Denk aan de aanleg van een Tiny Forest op een bedrijventerrein, een ecologische hotspot in de buurt van een school of groen/blauwe schoolpleinen met natuurspelen en educatie buiten.
5.2 Twee termijnen Er is aandacht voor resultaten op de korte termijn, maar het uiteindelijk doel op de lange termijn wordt niet uit het oog verloren: 1. korte termijn – habitats 2. lange termijn - doelsoorten Op de korte termijn ligt de nadruk op het herstel van het natuurlijk voedselweb, door bijvoorbeeld het uitbreiden van kruiden- en bloemrijke zones (V van voedsel). En daarnaast op het aanbrengen van verscheidenheid in de vegetatie, door boomsoorten af te wisselen of een struiklaag aan te planten (V van variatie). Waar mogelijk in combinatie
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
16
met het versterken van de hoofdgroenstructuur (V van verbinden). Bundeling van inventarisaties door verschillende lokale (vrijwilligers)organisaties in combinatie met de gegevens uit de Nationale Data bank Flora en Fauna (natuurloket.nl) levert een mooi startpunt,
maar
levert
geen
gebiedsdekkend
plaatje.
Soms
betreft
het
oudere
inventarisaties of waarnemingen, vaak ook nog van soorten die opvallen en gemakkelijk te tellen zijn. Een vogelaar zal de gangbare soorten immers vaak niet eens melden, waardoor een verkleurd beeld kan ontstaan. Deze ‘meetgegevens’ zijn wel te veralgemeniseren naar potentiële verspreidingskaarten, waardoor toch het gehele areaal van Vijfheerenlanden kan worden bestreken. Nederland kent geen endemische soorten (soorten die alleen hier voorkomen). Het Koninkrijk der Nederlanden wel overigens; de SSS eilanden herbergen 223 endemische soorten. Daarentegen koestert Vijfheerenlanden haar icoonsoorten: de purperreiger en de heikikker. Wij herbergen immers de grootste broedkolonie van deze reigersoort in ons land en onze laagveenpolders zijn een belangrijk leefgebied voor deze zeldzame kikkersoort. De purperreiger doet het goed in moerassige omstandigheden, zoals in de Zouweboezem. Van oudsher hebben de molens op de Zederikkade het overtollige polderwater naar rietvelden in deze omgeving toegemaald. Dit waren de productiepercelen voor de rietdekker. Nu is de Zouweboezem één van de mooiste natuurgebieden van de Vijfheerenlanden. Behoud en versterking van de kwaliteit van de Zouweboezem is daarmee een belangrijk uitgangspunt voor de gebiedseigen soorten. Een dergelijk habitat past natuurlijk niet binnen de bebouwde kommen.
Daar passen andere gebiedseigen soorten en specifieke ‘stadse flora en fauna’ als de huismus veel beter. Wat precies gebiedseigen soorten zijn, zal deels nog moeten worden bepaald. Wat is precies gebiedseigen? 1000 jaar geleden kwam bijvoorbeeld de bruine beer nog in Nederland voor.
Het lijkt echter onwaarschijnlijk dat dit een doelsoort wordt voor
Vijfheerenlanden. Zijn de doelsoorten bekend, dan zal bekeken moeten worden naar de eisen die deze soorten stellen. Sommige hebben geen probleem met verplaatsing langs een versnipperd landschap, terwijl anderen voor verplaatsing door het landschap aaneengesloten bermen of groen nodig hebben.
5.3 Eén structurele aanpak Ieder nieuw ontwerp en iedere (vergunningplichtige) activiteit in de buitenruimte is de resultante van een integrale beoordeling. Klimaatbestendigheid en biodiversiteit is één van de toetsstenen. Niet ad hoc, maar systematisch. Niet incidenteel, maar structureel. Klimaat- en natuurinclusief denken en werken wordt de nieuwe standaard. Geen symbolische ingrepen of greenwashing, maar bewuste toepassing van diverse soorten en
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
17
rekening houden met het netwerk op grotere schaal. Dit impliceert dat gemeente Vijfheerenlanden een keuze maakt voor ‘natuurinclusief’ voor de lange termijn. Deze aanpak werkt door op alle niveaus, zoals:
5.3.1 Natuurinclusief plannen Bij ieder voornemen een bepaalde (bouw)activiteit te ontplooien, wordt beoordeeld wat de natuurwaarden van de betreffende locatie zijn. Niet alleen om te voldoen aan de wettelijke eisen (Wet natuurbescherming, straks Omgevingswet), maar vooral om in te schatten wat de kansen zijn voor het bevorderen van de biodiversiteit ter plaatse.
5.3.2 Natuurinclusief bouwen en aanleggen Natuurinclusief bouwen is bouwen op een wijze dat mens en natuur er baat bij hebben. Het verbetert de kwaliteit van de leefomgeving van bewoners, voorkomt hittestress en wateroverlast én het verhoogt de biodiversiteit. Het inbouwen van verblijfplaatsen bij nieuwbouw of renovatie maakt gebouwen geschikt voor vogels en vleermuizen. Beplanting toevoegen op of aan het gebouw trekt weer andere soorten aan. Zorgen voor een verscheidenheid aan groene plekken in de directe omgeving van een gebouw versterkt het effect. Een samenhangend geheel van maatregelen leidt tot het beste eindresultaat.
Er zijn steeds meer innovaties waardoor natuurinclusief bouwen eenvoudig, goedkoop en duurzaam is toe te passen. Een goed functionerend stadsbiotoop vertoont samenhang.
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
18
Vastgoed
is
hierin
geen
eiland
maar
een
verbindende
schakel.
Neststenen,
vleermuiskasten, daktuinen en gevelgroen vergroten de biodiversiteitswaarde van een gebouw. Een sedumdak is een mooi alternatief voor een traditioneel plat dak. Een intensief groen dak, met grassen, kruiden, vaste planten en lage heesters is nog beter voor de biodiversiteit. Het totaalplaatje moet kloppen. Inmetselen van vleermuiskasten heeft alleen zin op locaties waar ‘s nachts het geluid en licht gedimd wordt en waar geschikte vliegroutes (ontworpen) zijn naar foerageergebieden. Natuurinclusief bouwen is tevens klimaatbestendig, doordat met groen beklede gebouwen een hogere isolatiewaarde hebben en water beter vasthouden.
5.3.3 Natuurinclusief beheren Zorgvuldig beheer speelt een sleutelrol in het bevorderen van de biodiversiteit. ‘Niets doen’ en de natuur zijn gang laten gaan resulteert vaak niet tot het gewenste eindresultaat. Met ‘anders’ beheren is daarentegen veel winst te halen voor de biodiversiteit. Dat kan op verschillende manieren: •
Verschralen
•
Frequentie verminderen
•
Faseren
•
Tijdelijke natuur realiseren
Verschraalde, voedselarme(re) wegbermen en slootkanten zijn over het algemeen rijker aan planten- en diersoorten. Verschraling ontstaat door het maaisel af te voeren en de bermen niet meer te klepelen waarbij het maaisel blijft liggen. Voor het verschralen van oevers is het belangrijk om bij het baggeren geen bagger op de kant te deponeren. Er is tevens winst te behalen met het tijdstip van maaien, door deze aan te passen op de aanwezige vegetatie en bloeitijden. Minder frequent beheren is sowieso te prefereren. Hoger gras met kruiden is niet overal gewenst, vanwege verkeersveiligheid of het traditionele idee dat de openbare ruimte netjes aangeharkt moet zijn. Dit is eenvoudig op te lossen door bijvoorbeeld alleen de eerste meter langs de weg te maaien en de vegetatie erachter te laten staan. In de lagere vegetaties kunnen zodoende insecten overwinteren, hetgeen leidt tot meer biodiversiteit. Faseren van beheer houdt de verscheidenheid in stand. Knotwilgen worden om deze reden niet allemaal in hetzelfde jaar geknot. Tijdelijke natuur kan fungeren als een groen noodverband voor de locatie en verhoogt de biodiversiteit. Door een kaal, onbegroeid bouwterrein in te zaaien met een kruidenmengsel van inheemse plantensoorten ontstaat een aantrekkelijke plek.
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
19
6. Realisatie biodiversiteitsherstel Bij aanleg en beheer van de (groene) openbare ruimte is de realisatie van het herstel van biodiversiteit een speerpunt. Waar mogelijk en gewenst vindt omvorming van vegetatie en een overgang naar ecologisch beheer plaats. Daarnaast worden de effecten van de genomen maatregelen nauwlettend gemeten en beoordeeld. En zo nodig vindt bijsturing plaats. Bestaand groen en natuur dient zoveel mogelijk behouden blijven. Daarom is handhaving een belangrijke schakel in de realisatie van het doel om de biodiversiteit te herstellen.
6.1 Programma’s en Projecten De focus ligt op gebiedseigen soorten en verscheidenheid aan habitats (leefgebieden) in de groene buitenruimte. Dat wil zeggen voor die delen van de kernen en het buitengebied die daarvoor het meest geschikt zijn. Ofwel de ecologische zones die voortkomen uit de landschapsvisie en de hoofdgroenstructuur (in voorbereiding).
6.1.1 Natuurvriendelijke oevers Binnen de ecologische zones wordt gekeken naar geschikte locaties voor de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Een natuurvriendelijke oever is een oever die een functie heeft voor de natuur in en om het water. Er is er een geleidelijke overgang van water naar land, waardoor
de
waterdiepte
geleidelijk
toeneemt.
Dit
zorgt
voor
variatie
in
groeiomstandigheden en een diversiteit aan oeverplanten, waterplanten en diersoorten. Watergangen met steile of beschoeide oevers bieden vrijwel geen kansen voor het ontstaan van een gevarieerde oevervegetatie. Door het aanleggen van natuurvriendelijke oevers kan deze natuurlijke oevervegetatie wel ontstaan en daar profiteren allerlei diersoorten van. Een dergelijke oever vergt ook aangepast beheer. Zonder gericht beheer groeit de watergang binnen de kortste keren dicht. Waterplanten als de waterlelie en de gele plomp, oevervegetatie als riet en lisdodde en ruigtekruiden op de iets hogere gronden maken dan plaats voor een elzenbroekbos. En dat komt de gewenste variatie in habitats en de bijbehorende biodiversiteit niet ten goede.
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
20
Voorbeelden van natuurinclusief aanlegggen en beheren van natuurvriendelijke oevers zijn: •
Bij de herinrichting van de Hagenweg te Vianen en langs Narva/Bohemen in Leerdam is de beschoeiing langs het water vervangen door een natuurvriendelijke oever. Er is een geleidelijke overgang van water naar land gecreëerd, waardoor er variatie is in waterdiepten. Dit geeft variatie in groeiomstandigheden, noodzakelijk voor een gevarieerde begroeiing van oever en watergang en voor een grote diversiteit aan waterdieren en vissen en uiteindelijk voor een goede ecologische waterkwaliteit.
Bij
Bohemen
en
Narva
is
de
oever
ingezaaid
met
een
kruidenmengsel.
6.1.2 Ecologische bermen Aanleg en beheer van ecologische bermen binnen ecologische zones is een belangrijke schakel op weg naar biodiversiteitsherstel. Dat bereiken we door te variëren in maaidata, in maaizones en in maai-intensiteit. Er komt daardoor variatie in de structuur van de vegetatie. Niet langer alles in één keer maaien in mei of juni, maar ook delen laten staan, waar mogelijk zelfs in de winter. Soms is afplaggen van de bestaande vegetatie nodig om de bodem te verschralen en ruimte te geven aan kruiden die beter gedijen op minder stikstofrijke grond. In andere gevallen is doorzaaien of inzaaien met wilde bloemenmengsels nodig, vooral om het aantal soorten in een gebied weer te laten toenemen. Uiteraard wordt de samenstelling van het inheems zadenmengsel aangepast bodem en de reeds aanwezige soorten in het veld.
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
21
Voorbeelden
van
natuurinclusief
aanlegggen en beheren van kruidenrijke bermen zijn:
•
Langs de Helsdingse Achterweg te Vianen was geen ruimte voor een bomenlaan, door de aanwezigheid van kabels en leidingen en riool in de berm. Daarom is hier een kruidenrijke berm ingezaaid;
•
In samenwerking met Stichting Blauwzaam
is
het
concept
Prachtlint uitgerold. In Leerdam en Zederik is een aantal stroken prachtlint ingezaaid. Stichting Blauwzaam heeft tevens met de Vlinderstichting het concept kleurkeur ontwikkeld, dat een consequent maairegime nastreeft; •
Aan de duurzaamheidsring in Meerkerk loopt een pilot voor ideaal oeverbeheer. Uit de bevindingen van de pilots volgt het meest ideale aanpak voor oeverbeheer, zowel boven- als onder water. Deze pilot is uitgebreid met de locaties: Meerkerk (Broekseweg), Zijderveld en Nieuwland;
•
Bij de ontwikkeling van de wijk Broekgraaf te Leerdam is een compensatiegebied voor de heikikker gerealiseerd, in samenwerking met Stichting Blauwzaam. Dit vormt een onderdeel van het blauwgroene netwerk in Leerdam. Het gazon langs de Parallelweg entree naar Ter Leede is eveneens onderdeel van het netwerk. Het gazon wordt hier nu nog maar 2x per jaar gemaaid. In percelen in Nieuw Schaik is eco-specifieke beplanting aangebracht en er is een Libellepad gemaakt. Beiden eveneens in samenwerking met Stichting Blauwzaam.
6.1.3 Vaste planten concept Vijfheerenlanden Het is niet overal mogelijk of wenselijk om een natuurlijke vegetatie te hebben. Sommige uitheemse boomsoorten hebben een meerwaarde in de kernen. Een plataan blijkt bijvoorbeeld beter bestand tegen stadse omstandigheden dan veel inheemse soorten. Ook kweekgoed heeft een (visuele) meerwaarde binnen de bebouwde kom, doordat deze planten zijn geselecteerd op hun grote, kleurrijke bloemen en lange bloeitijd.
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
22
Binnen de gemeente Vijfheerenlanden werken we aan een vaste planten concept voor in het openbaar groen. Dit concept is de tegenhanger van de traditionele monotone plantvakken van één soort vaste plant. Het VHL vaste planten concept is de cultuurlijke variant van de natuurlijke kruidenbermen. Dit concept richt zich meer op de beleving van de beplanting en minder op een onderhoudsniveau. Het uitgangspunt is om vaste planten met elkaar te combineren waardoor (on)kruiden als niet storend worden ervaren of zelfs een meerwaarde kunnen zijn in het beeld. Bijkomend voordeel
is
dat
een
deel
van
deze
onkruiden waardplanten zijn voor vlinders om de eitjes op af te zetten. Een groot gedeelte onkruid wordt dus geaccepteerd. Onkruiden die hierin bestreden worden zijn kruiden die het beeld verstoren, woekeren en concurreren tegen de gewenste beplanting. Denk hierbij aan distels, kweekgras en brandnetel. Samen met een lokale vaste plantenteler is de zoektocht naar een goede sortimentskeuze gestart. Voorwaarden voor de keuze zijn een lage kostprijs, lage beheerkosten op termijn én een bloeitijd van maart tot november. Het plantvak dient namelijk gedurende het gehele groeiseizoen een voedselbron te zijn voor insecten en vlinders. De bloemen van kweekgoed zijn echter niet automatisch aantrekkelijk voor insecten en vlinders. Veel kweekgoed is kleurrijk, maar vaak niet rijk aan nectar (lage nectarindex). Het VHL vaste planten concept wordt daarom voortdurend doorontwikkeld. Op zoek naar bij-vriendelijke varianten en nieuwe samenstellingen. Het VHL vaste planten concept onderscheidt zich bovendien van commerciële vaste planten mengsels door meer variatie in soorten en meer menging van soorten in de beplantingsvakken. Door vroegbloeiende planten toe te passen is er vroeg in het jaar voedsel voor bijen (eerste voedsel na de winterslaap) en laatbloeiende beplanting voor de laatste voedselvoorraad voor de winterslaap.
Door een breed beplantingsassortiment en een zekere tolerantie van onkruiden zijn deze vakken een verbreding van de biodiversiteit binnen het stedelijk gebied deze vakken dienen als voedselbron, bieden voortplantings- en schuilmogelijkheden.
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
23
6.2 Monitoring herstel Sinds 1992 zijn er reeds internationale afspraken voor de bescherming van de biodiversiteit, vastgelegd in het Biodiversiteitsverdrag van Rio de Janeiro. Eén van de afspraken die toen zijn gemaakt is dat de kwaliteit van de ecosystemen gemonitord moet worden. Dit is echter tot op heden onvoldoende gebeurd, zeker wat ecosystemen betreft. Het gevolg is dat er te weinig overzicht is over hoe de natuur er daadwerkelijk bij staat. Het is noodzakelijk te weten wat de effecten van maatregelen zijn, zodat de gebruikte methoden aangepast of doelen bijgesteld kunnen worden. Toch zijn er nog steeds geen universele biodiversiteitsmonitoren voor handen. De genoemde groenmonitor meet de biomassaindex, maar dat heeft nog geen indicatie van de natuurwaarden. Er is heel scala aan meetmethodes. De Rijksoverheid kent de Atlas Natuurlijk kapitaal. Voorts is er bijvoorbeeld de TEEB stad methodiek (The Economics of Ecosystems and Biodiversity) om de ecosysteemdiensten van groen in de stad in beeld te kunnen brengen. Verder zijn er het Model Schippers om vegetatie graslandtypes te beoordelen, Kleurkeur, nectarindexen en allerlei labels als IPC label of Greenlabel. In onze omgeving is men bijvoorbeeld in IJsselstein en Nieuwegein bezig om middels een ecoclassificatiemethode een natuurkaart te ontwikkelen. Er is dus nog geen goede biodiversiteitsmonitor beschikbaar.
Daarom zoekt de gemeente Vijfheerenlanden nadrukkelijk samenwerking met maatschappelijke organisaties en doet ervaring op door te experimenteren in het veld.
6.2.1 Samenwerken met maatschappelijke organisaties De gemeente Vijfherenlanden maakt gebruik van bestaande methodieken en ervaringen van derden. Om de biodiversiteit goed te kunnen herstellen moeten we immers (beter) weten wat we hebben. En weten wat werkt en wat niet. Dit overzicht is er nu nog niet. Er is sprake van versnipperde kennis. Bij maatschappelijke organisaties als Stichting Blauwzaam of de Natuur en Vogelwacht Vijfheerenlanden zit heel kennis en ervaring. Nauwe samenwerking met deze organisaties is daarom voor de gemeente cruciaal om het herstel van de biodiversiteit tot een succes te maken.
6.2.2 Meten is weten De gemeente Vijfheerenlanden voert zelf of in samenwerking met maatschappelijke organisaties pilots uit en meet regelmatig of het gewenste effect van maatregelen wordt behaald. Het is een kwestie van gewoon te doen en vervolgens het resultaat beoordelen. Bijvoorbeeld door het afplaggen van de huidige vegetatie om verschraling van de bodem
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
24
te realiseren. Het risico is dat dan alleen bijvoorbeeld koolzaad opkomt. Door twee proefvelden in te richten, kan de effecten van een verschil in beheer beoordeeld worden. Het ene proefveld wordt bijvoorbeeld 4x per jaar tussen de bloeiseizoenen geplukt en in het andere proefveld gebeurt niets. Het volgende groeiseizoen wordt dan bekeken of dit verschillend beheer tot een andere soortensamenstelling en bloeivariatie leidt in de plantvakken. Deze kennis is wenselijk om het beheer goed af te kunnen stemmen op de gewenste effecten voor het biodiversiteitsherstel.
6.2.3 Realisatie-doelen Op de korte termijn wil de gemeente resultaten boeken op het behouden, versterken uitbreiden van natuurlijke leefgebieden (habitats). Om dit inzichtelijk te maken maakt de gemeente gebruik van zogeheten Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s). Aan de hand hiervan is op elk willekeurig moment af te lezen of we nog op koers liggen wat betreft ons doel van biodiversiteitsherstel. De start KPI’s (in 2021) zijn de volgende:
KPI 1: Verhouding gazon+bermen/kruidenrijk gras verbeteren Het areaal kruidenrijk gras wordt groter ten opzichte van het areaal gazon. Momenteel hebben we 1.348.000 m2 aan graszones binnen de bebouwde kom. Daarvan is 90.000 m2 kruidenrijk gras. De rest zijn gazons en gemaaide bermen. Doel: Jaarlijks 10.000 m2 aan gazons en bermen omvormen naar kruidenrijke graszones en ecologische bermen Kostenindicatie: Omvormen houdt in: gazon afplaggen en de ondergrond verschralen door inmenging van zand. Een reguliere berm aanleggen kost 97 cent per m2 (peildatum 2021). Een ecologische kruidenrijke berm aanleggen kost 2,80 euro per m2. Van 2022 t/m 2024 is jaarlijks 55.000 beschikbaar voor de omvorming van saai gras naar ecologische waardevolle beplanting. Denk aan een omvorming van de gazons op de bedrijventerreinen in kruidenrijke bermen, in combinatie met struiken en bomen. De verwachting is dat er jaarlijks 30.000 euro wordt uitgegeven aan het inzaaien van kruidenmengsels en 25.000 euro voor het planten van extra bomen en struiken.
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
25
Ecologisch beheer vergt meer inspanning. Daaraan zitten meerkosten. Regulier klepelen kost 4 cent m2, terwijl ecologisch beheer door maaien en afruimen 8 cent m2 kost bij vlakbeheer en 10 cent m2 bij taludbeheer. De verwachting is echter dat het beheer na 58 jaar op een vergelijkbaar beheerniveau komt (kostenneutraal), omdat door de verschraling van de bodem de groeikracht afneemt en er meer natuurlijke kruiden zullen zijn. Ecologisch beheer betekent eveneens dat er meer gefaseerd moet worden beheerd: niet alles wordt in een keer gesnoeid, maar bijvoorbeeld in vier keer. Ook dit zijn blijvende meerkosten. Van 2022 t/m 2024 is voor beheer van de ecologische zones 84.000 per jaar beschikbaar.
KPI 2: Verhouding verharding/groen verbeteren In de openbare ruimte wordt de hoeveelheid verharding beperkt tot noodzakelijk. Net als in gemeente Utrecht hanteren wij het principe van: Geen verharding, tenzij… Ofwel het areaal groen wordt groter ten opzichte van het areaal verharding. Momenteel hebben we 2.433.142 m2 aan verharding (peildatum februari 2021) binnen de bebouwde kom, waarvan 7.960 m2 grasstenen en 1.863.074 m2 aan groen (peildatum december 2020). Sommige verharding binnen de bebouwde kom is overbodig. Het voegt niets toe en wordt niet of nauwelijks gebruikt. Een deel van deze overbodige verharding willen we de komende vier jaren omvormen naar groen. Het gaat om eenvoudige ingrepen, op plekken waar bewoners enthousiast over zullen zijn, omdat het de omgeving kleurrijker maakt. Doel: Jaarlijks 600 tot 1800 m2 overbodige verharding omvormen naar groen Kostenindicatie: Het omvormen van verharding naar groen kost gemiddeld 80 euro per m2, uitgaande van een oppervlakte van 10 tot 50m2. Voor actieve omvorming is jaarlijks budget nodig, dat (nog) niet is gereserveerd. Er zijn voor de keuze van het gewenste percentage om te vormen verharding verschillende scenario’s denkbaar:
Scenario 1:
Jaarlijks 0,07% van de totale verharding ofwel 1800 m2 verharding omzetten naar groen Kosten: 144.000 euro per jaar
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
26
Scenario 2:
Jaarlijks 0,05% van de totale verharding ofwel 1200 m2 verharding omzetten naar groen Kosten: 96.000 Euro per jaar
Scenario 3:
Jaarlijks 0,025% van de totale verharding ofwel 600 m2 verharding omzetten naar groen Kosten: 48.000 euro per jaar
In totaal is de hoeveelheid groen voor grijs over 4 jaar dus maximaal 0,29% van het areaal verharding. De gemeente Vijfheerenlanden wil echter in 2030 behoren tot de bovenste helft van de gemeentes qua groenindex. Dan is het noodzakelijk om een substantieel percentage verharding om te zetten in groen. Dat betekent dat naast deze kleinschalige ingrepen ook grote omvorming plaats moet vinden. Groen voor grijs wordt daarom ook een thema bij iedere grote renovatie of herinrichting. Bij dergelijke grote projecten speelt de participatie van bewoners en stakeholders een belangrijke rol. Dat kan (positieve) gevolgen hebben voor de mate van vergroening van een locatie.
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
27
6.3 Handhaving biodiversiteit De biodiversiteit herstellen is één, het herstel behouden is twee. De bescherming van soorten en hun leefgebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. De andere belangrijkste pijler van het overheidsbeleid is het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur - EHS): een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden, dat vanaf 1990 tot ca. 2020 wordt gerealiseerd. Binnen het Natuurnetwerk liggen gebieden die ook onder Europese bescherming vallen, de Natura 2000-gebieden. Voor Vijfheerenlanden zijn dat: • • •
Zouweboezem; Lingegebied en Diefdijk Zuid; Uiterwaarden Lek
Afbeelding 1: Natura 2000 gebieden binnen de gemeentegrens
Voor de bescherming en handhaving van natuur en biodiversiteit zijn de provincie en de gemeente gezamenlijk verantwoordelijk. Ieder kent zijn eigen bevoegdheden, die elkaar aanvullen. Dit betekent dus wel dat de gemeente de handhaving van biodiversiteitsherstel niet volledig in eigen hand heeft. De gemeente heeft in haar APV of Bomenverordening bepalingen opgenomen voor het beschermen van bomen en houtopstanden. Deze staan op de Groene Kaart. Daarnaast staan er in de verschillende bestemmingsplannen bepalingen ter bescherming van natuur en houtopstanden voor specifieke locaties. Al deze verschillende lagen van bescherming komen straks samen in het gemeentelijk Omgevingsplan.
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
28
De provincie is het bevoegd gezag wanneer het gaat om de bescherming van bossen, natuurgebieden en planten- en diersoorten. Soms is sprake van ‘overlap’ met de gemeentelijke bescherming. Bijvoorbeeld wanneer een monumentale boom wil kappen waar een beschermde diersoort in nestelt. Dan heeft hij/zij waarschijnlijk zowel een kapvergunning van de gemeente als een ontheffing flora- en fauna van de provincie nodig. Beiden kunnen overigens in één keer aangevraagd worden via het omgevingsloket. Verdeling bevoegd gezag:
1. APV – kapvergunning bij gemeente; 2. Bestemmingsplan - aanlegvergunning bij gemeente; 3. Wet natuurbescherming hfdst 2 (voorheen: Natuurbeschermingswet en Natura 2000) - ontheffing bij provincie; 4. Wet natuurbescherming hfdst 3 (voorheen: Flora en faunawet) - ontheffing provincie; 5. Wet natuurbescherming hfdst 4 (voorheen: Boswet) -melding provincie.
Het gemeentelijk beleid voor natuur en biodiversiteit is nader uitgewerkt in het Groenstructuurplan en de Landschapsvisie (beiden in voorbereiding). De uitwerking hiervan komt onder andere terug in het HIOR en de verschillende Beheerplannen buitenruimte.
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
29
Literatuurverwijzingen 1. More than 75 percent decline over 27 years in total flying insect biomass in protected areas; Hallmann et al: 2017; 2. Achteruitgang insectenpopulaties in Nederland: trends, oorzaken en kennislacunes: WUR, Vlinderstichting, EIS kenniscentrum insecten: 2018; 3. Biodiversiteit en de financiële sector: een kruisbestuiving? Verkenning van risico's van biodiversiteitsverlies voor de Nederlandse financiële sector; DNB Planbureau voor de Leefomgeving 2020; 4. Samen naar één Deltaplan Biodiversiteitsherstel: 2017 5. Persbericht CBS, SOVON, FLORON en Vlinderstichting: februari 2020
Biodiversiteitsherstel Vijfheerenlanden 2030
30