Bijlagen BP Hazelaarplein.pdf
Tekst van het document
Stedenbouwkundige randvoorwaarden Hazelaarplein te Vianen
C B
Gebiedsomschrijving De ontwikkeling van de locatie Hazelaarplein in de wijk De Hagen is een verdere uitwerking van reeds eerder gemaakte afspraken. LekstedeWonen heeft een toezegging om minimaal 115 woningen te realiseren zo mogelijk in diverse woningtype. In dit document worden de karakteristieken en randvoorwaarden aangegeven waaraan een ruimtelijke invulling zal moeten gaan voldoen.
A
Het plangebied maakt onderdeel uit van de uitbreidingswijk De Hagen en grenst aan de noordzijde aan de uiterwaarden van de Lek en aan de wetszijde aan het Merwedekanaal. In combinatie met de naar dijkniveau oplopende Brugstraat aan de zuidzijde van het gebied, wordt het gebied hierdoor aan twee en een halve zijden begrenst door een dijk. Het plangebied is op de delen in drie deelgebieden A, B en C, waarbij elk gebied zijn eigen karakteristieken en randvoorwaarden heeft. Per deelgebied zijn deze karakteristieken en randvoorwaarden beschreven en met referentiebeelden verduidelijkt. Daarnaast zijn er een aantal algemene randvoorwaarden waaraan het plan moet voldoen. Deze randvoorwaarden zijn hieronder opgesomd.
Algemene randvoorwaarden
Er worden minimaal 115 woningen gerealiseerd zo mogelijk in diverse woningtypen; Circa 80% van bovengenoemd aantal betreft sociale huurwoningen en circa 20% betreft vrije sector huurwoningen; De dieprioolleiding die over het plangebied loopt (rode-witte stippellijn) zal niet worden verplaatst. Ter hoogte van de leiding mag een strook ter breedte van 5 meter niet worden bebouwd; Het effect van de meekoppelkansen met betrekking tot de voorgenomen dijkverzwaringswerkzaamheden zullen meegenomen moeten worden. Dit is van toepassing op gebied B en C. Hierbij valt op te merken dat gezien het programma van minimaal 115 woningen wel gebruik zal moeten worden gemaakt van deze meekoppelkansen. Zonder hiervan gebruik te maken kan in deelgebied C geen bebouwing worden gerealiseerd en in deelgebied B halveren de bebouwingsmogelijkheden; In verband met de grote toename aan woningen zal een extra ontsluiting moeten worden gemaakt op de Brugstraat. (indicatief bij rode pijl) Bij 115 woningen gaat het om 700 a 800 verkeersbewegingen per dag. Het is niet wenselijk om deze toename aan verkeerbewegingen aan de Hazelaarstraat/Prunusstraat/ Meidoornlaan toe te voegen. Mogelijk gaat dit ten kosten van een aantal parkeerplaatsen langs de Brugstraat die in het plan gecompenseerd moeten worden.
Parkeren Bij het stedenbouwkundig plan wordt rekening gehouden met een maximale parkeernorm van 1,6 parkeerplaats voor een sociale huurwoningen en 2,0 voor een vrije sector huurwoning. Er wordt gestreefd naar een parkeeroplossing waarbij ook voor de toekomstige bewoners in de sociale huurwoningen de betaalbaarheid niet in geding komt. Daarom wordt voor de sociale huurwoningen maximaal 30% van de te realiseren parkeernorm in gebouwde vorm gerealiseerd en voor de vrije sector huurwoningen maximaal 50% in gebouwde vorm gerealiseerd. De overige te realiseren parkeerplaatsen volgens de parkeernorm, worden in het toekomstig openbaar gebied gemaakt. Het realiseren van de parkeernorm in gebouwde vorm kan door parkeergarages/garageboxen op de begane grond onder de nieuwbouw dan wel door separate geschakelde garageboxen. In het geval dat elke nieuwbouw wordt uitgevoerd met een parkeergarage op de begane grond zal dit de beleving van dit deel van de wijk niet ten goede komen. Om dit te ondervangen kan ook worden gekozen voor één grote parkeergarage op de begane grond tegen de dijk aan. De parkeergarage vormt als het ware een soort stenen binnentalud waardoor het silhouet van de dijk blijft bestaan. Door deze oplossing kan aan de grote parkeervraag worden voldaan.
Door het dak groen uit te voeren en de garage aan de buitenrand te voorzien van een aarde talud kan een versteend karakter van dit deel van de wijk worden vermeden. Tevens zal de overgang van dijkniveau naar het niveau van het plangebied meer geleidelijk verlopen, waardoor het gevoel van een “put” wordt verkleind. Bij deze oplossing zal gebruik moeten worden gemaakt van de “meekoppelkansen”.
Hazelaarplein, Stedenbouwkundige randvoorwaarden Bardo Lammers / VHL Juni 2019
Deelgebied A
C B
A
Gebiedsomschrijving Deelgebied A is qua oppervlakte het grootste gebied en sluit direct aan op de bestaande woonwijk. De wijk de Hagen is een naoorlogse woonwijk waarbij de woonbuurten bestaan uit een compositie van eengezinswoningen, bejaardenwoningen en appartementengebouwen om of in een gemeenschappelijke (binnen)tuin. Dit patroon wordt enkele malen herhaald en wordt ook wel een 'stempel' genoemd. Een dergelijke structuur is kenmerkend voor stedenbouwkundige plannen uit de jaren '60. De wijk is als een totale compositie ontworpen. De plaatsing van de gebouwen, de zichtlijnen en de groenstructuur hebben een sterke relatie met elkaar. Binnen de locatie bevindt zich een waterpartij/vijver die moet blijven bestaan omdat deze onderdeel uit maakt van meerdere waterpartijen die onderling d.m.v. duikers met elkaar in verbinding staan. De vijver creëert tevens een natuurlijke afstand tot de aangrenzende bestaande bebouwing. Ondanks dat deelgebied A het grootste is qua oppervlakte is de inschatting dat hier maximaal de helft van de bouwopgave kan worden gerealiseerd. Dit heeft te maken met de “beperkte” hoogte in verband met de korte afstand tot de bestaande woonwijk. Om aan de bouwopgave te kunnen voldoen zal deze “beperkte” hoogte toch hoger worden dan die van de bestaande woonwijk.
In verband hiermee is segmentering in de volumen van essentieel belang om toch aan te sluiten bij de bestaande woonwijk.
Gebied specifieke randvoorwaarden
De bouwhoogte is maximaal 4 t/m 6 lagen, bij de bovenste laag kan gewerkt worden met een terugliggende kap (min. 3 meter). Om aan te sluiten bij de bouwhoogten van de bestaande woonwijk (twee- en drielagen met kap) de hoogte oplopend vanaf de bestaande woningen richting de Brugstraat; Schaalverkleining door segmentering; Extra ontsluitingsweg op de Brugstraat over het plangebied; Behoud bestaande vijver.
Hazelaarplein, Stedenbouwkundige randvoorwaarden Bardo Lammers / VHL Juni 2019
Deelgebied B
C B
A
Gebiedsomschrijving Gebied B grenst aan de westzijde aan het Merwedekanaal en aan de noordzijde aan de uiterwaarde van de Lek. Gezien deze locatie is hoogbouw hier mogelijk. De nieuwe bebouwing zal op de rand van het bebouwd en het landelijk gebied komen te staan. Vanaf het water, het Merwedekanaal, vormt dit een entree van Vianen. Door deze locatie zal de bebouwing in de vorm van hoogbouw beeldbepalend worden (een landmark), markante bebouwing op een markante plek. Het is daarom van belang dat extra aandacht wordt gegeven aan de verschijningsvorm. Door geleding aan te brengen met toepassing van verschillende hoogte moet een massief beeld worden vermeden. Daarnaast is transparantie, doorzichten naar het Merwedekanaal en de uiterwaarde, van essentieel belang. Het is niet wenselijk om hier een “muur” van bebouwing te creëren. Doordat het gebied zich bevindt tussen de dijk de dieprioolleiding is het een relatief smal gebied. Eén of twee woontoren(s) is hier dan ook de meest voor de hand liggende ontwikkeling.
Gebied specifieke randvoorwaarden
Er wordt geen maximale bouwhoogte voorgeschreven, dit wil niet zeggen dat de hoogte hier onbeperkt is. De maximale bouwhoogte wordt hier vooral bepaald door de afstand tot de nieuwe bebouwing aan de oostzijde en de bestaande bebouwing aan de zuidzijde (Hof van Batenstein). Schaalverkleining door segmentering; Transparantie / doorzichten richting Merwedekanaal (gele pijlen). Afstand tussen bouwvolumen (torens) is minimaal ¾ van de hoogte van de volumen; Onderzoek van de “meekoppelkansen” op de voorgenomen dijkverzwaringswerkzaamheden.
Hazelaarplein, Stedenbouwkundige randvoorwaarden Bardo Lammers / VHL Juni 2019
Deelgebied C
C B
Gebiedsomschrijving Gebied C grenst aan de noordzijde aan de uiterwaarde van de Lek en aan de oostzijde aan de bestaande woonwijk. Omdat dit relatief smalle gebied voor het grootste deel binnen de beschermingszone van de dijk bevindt, zal gebruik moeten worden gemaakt van de “meekoppelkansen”. Er zal in het stedenbouwkundig plan onderzocht moeten worden wat het effect tot de voorgenomen dijkverzwaringswerkzaamheden zijn.
A
Referentiebeelden voor woningbouw in dit gebied zijn dijkwoningen. Door enkel groepjes dijkwoningen langs de Lekdijk toe te voegen aan de bestaande dijkwoningen wordt het naderen van de stad als het ware geïntroduceerd. Hierdoor ontstaat er een geleidelijke overgang van het landelijk gebied naar de stad. Net als de kleine boerderijen in het verleden worden dijkwoningen gegroepeerd als eilanden “onderaan” de binnenzijde van de dijk. In het verleden, nadat de Lek was bedijkt, vestigden veelal kleine boeren bedrijven, landarbeiders en handwerkslieden zich langs de Lekdijk, op het veiliger gewaande, wat hoger gelegen binnentalud. De oorspronkelijke dijkwoningen zijn arbeiderswoningen die op de overgebleven smalle stroken binnendijk werden gebouwd. Door de beperkte breedte van deze stroken staan deze woningen bijna altijd evenwijdig aan de dijk. De nieuw te bouwen volumen zullen in tegenstelling tot de oorspronkelijke arbeiderswoningen loodrecht op de dijk gesitueerd moeten worden of een torenvorm moeten hebben. Dit met het oog op behoud van het transparante beeld met veel doorzichten. Het is niet de bedoeling om een “muur” van woningen te bouwen langs de dijk.
Gebied specifieke randvoorwaarden
De bouwhoogte is maximaal 4 t/m 10 lagen oplopend richting het Merwedekanaal waarvan de bovenste laag terug liggend (min 3 meter) of onder een kap en sluiten qua schaal aan bij de oorspronkelijk dijkwoningen en de drive-inwoningen langs de Hazelaarstraat; Schaalverkleining door segmentering; Transparantie / doorzichten richting uiterwaarden (gele pijlen). Afstand tussen bouwvolumen is minimaal ¾ van de hoogte van de volumen; Onderzoek van de “meekoppelkansen” op de voorgenomen dijkverzwaringswerkzaamheden.
Hazelaarplein, Stedenbouwkundige randvoorwaarden Bardo Lammers / VHL Juni 2019
Voorbeeld invulling
C B
A
Hazelaarplein, Stedenbouwkundige randvoorwaarden Bardo Lammers / VHL Juni 2019
RAPPORT Dijkversterking Vianen 22W Vooronderzoek bodem - conditionerende fase Klant:
Waterschap Rivierenland
Referentie: WATBF1769-101-100R001F01 Versie:
01/Finale versie
Datum:
12 maart 2017
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX AMERSFOORT Netherlands Water Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Dijkversterking Vianen 22W Ondertitel: Referentie: WATBF1769-101-100R001F01 Versie: 01/Finale versie Datum: 12 maart 2017 Projectnaam: Dijkversterking Vianen Projectnummer: BF1769-101-100 Auteur(s): Dorien Derks
Opgesteld door: Dorien Derks Gecontroleerd door: Robert van Bruchem Datum/Initialen: 2017-04-12 / RB Goedgekeurd door: Robert van Bruchem Datum/Initialen: 2017-04-12 / RB
Classificatie Projectgerelateerd
Disclaimer No part of these specifications/printed matter may be reproduced and/or published by print, photocopy, microfilm or by any other means, without the prior written permission of HaskoningDHV Nederland B.V.; nor may they be used, without such permission, for any purposes other than that for which they were produced. HaskoningDHV Nederland B.V. accepts no responsibility or liability for these specifications/printed matter to any party other than the persons by whom it was commissioned and as concluded under that Appointment. The integrated QHSE management system of HaskoningDHV Nederland B.V. has been certified in accordance with ISO 9001:2015, ISO 14001:2015 and OHSAS 18001:2007. 12 maart 2017
WATBF1769-101-100R001F01
i
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Locatie, opzet van het onderzoek en conclusie
1
1.1
Locatie en aanleiding
1
1.2
Bodem in de verkenningsfase
1
1.3
Conclusie
2
2
Conditionerend bodemonderzoek
5
2.1
Projectfase in relatie tot normdocumenten
5
2.2
Te verwachten werkzaamheden in de bodem
5
2.3
Wetgeving
6
2.3.1 2.3.2
Afbakening tussen water- en landbodem Bevoegd gezag
6 7
2.4
Relevante eisen voor grondverzet vanuit de wetgeving
8
3
Methodiek en resultaten inventarisatie
10
3.1
Methodiek inventarisatie
10
3.2
Inventarisatie
10
3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5
Historisch, huidig en toekomstig gebruik Diffuse bodemkwaliteit Puntbronnen en verdachte locaties Bekende bodemonderzoeksgegevens Terreinbezoek
11 12 13 14 16
4
Conclusie inventarisatie
17
Bijlagen Bijlage 1 – Functieklasse-, ontgravings- en toepassingskaarten Bijlage 2 – Puntbronnen en verdachte locaties Bijlage 3 – Onderzochte locaties
12 maart 2017
WATBF1769-101-100R001F01
ii
Projectgerelateerd
1
Locatie, opzet van het onderzoek en conclusie
1.1
Locatie en aanleiding
De primaire waterkering langs de Lek ter plaatse van Vianen is afgekeurd op het bezwijkmechanisme piping. Hierdoor ligt de actuele veiligheid ver onder de norm en is de versterking van de dijk urgent. Van het 1200 meter lange tracé is 600 meter afgekeurd. Dit afgekeurde dijkvak is gelegen in de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden in de provincie Utrecht en in gemeente Vianen (Afbeelding 1.1). In deze rapportage van het conditionerend onderzoek bodem zijn de, in de verkenningsfase bekende bodemrisico’s voor het gehele dijktracé van 1200 meter inzichtelijk gemaakt.
Afbeelding 1.1 Regionale ligging afgekeurd dijkvak (links in roze de contour van het vooronderzoek, in blauw de dijk en rechts in rood het afgekeurde dijktracé)
1.2
Bodem in de verkenningsfase
In de verkenningsfase kan ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit worden volstaan met een bureaustudie waarin beschikbare bodemgegevens worden geïnventariseerd en beoordeeld en risico’s voor het ontwerp of de uitvoer van de werkzaamheden inzichtelijk worden gemaakt. Op het uitvoeren van het grondverzet voor de dijkversterking zijn het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en de Regeling bodemkwaliteit (Rbk) van toepassing. In artikel 36.3 van het Bbk is vastgelegd dat het tijdelijk uitnemen1 van grond en weer op of nabij dezelfde locatie toepassen is vrijgesteld van onderzoek mits er geen indicatie is dat de bodem ter plaatse sterk verontreinigd (> interventiewaarde) is of dat op de locatie een puntbron aanwezig is. Milieukundig bodemonderzoek is vanuit de wetgeving dus niet verplicht. Puntbronnen en locaties die sterk verontreinigd (> interventiewaarde) vallen buiten de reikwijdte van het Bbk. Voor het inventariseren van de bodemgegevens is de methodiek van de NEN 5725, NEN 5717 en de NEN 5707 gebruikt. De gegevens van de inventarisatie zijn aangevuld met het te verwachten grondverzet en de daarop van toepassing zijnde wetgeving (Wet bodembescherming, Waterwet en Besluit bodemkwaliteit). Door de geïnventariseerde gegevens te relateren aan de wetgeving zijn de risicolocaties inzichtelijk gemaakt. 1
Toelichting tijdelijke uitname: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/vragen/grond-baggeralg/faq/reikwijdte-begrip/ 12 maart 2017
WATBF1769-101-100R001F01
1
Projectgerelateerd
1.3
Conclusie
Uit de inventarisatie van de bodemrisico’s voor de versterking van het dijktracé Vianen W22 blijkt dat de risico’s gering en goed beheersbaar zijn. Het vooronderzoek heeft betrekking op het gehele gebied binnen de roze contour in afbeelding 1.1. De conclusies van de inventarisatie zijn opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 1.1 Conclusies inventarisatie Onderdeel
Conclusies inventarisatie
Grondverzet binnendijks
Grondverzet binnendijks mag plaatsvinden: onder het regime van de bodembeheernota Regio Zuidoost-Utrecht; na onderzoek volgens het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit en; op basis van de uitzonderingen voor de onderzoeksverplichting zoals zijn opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit.
Grondverzet buitendijks
Grondverzet buitendijks mag plaatsvinden: na onderzoek volgens het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit en; op basis van de uitzonderingen voor de onderzoeksverplichting zoals zijn opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit. Volgens de bodemzoneringskaarten is er een kleine kans op het aantreffen van sterk verontreinigde baggerspecie in delen van het projectgebied.
Puntbronnen en verdachte locaties buitendijks
Buitendijks zijn de volgende puntbronnen en verdachte locaties aanwezig: Waterzuiveringsinstallatie Voormalig woonwagenkamp (mogelijk verontreinigd als gevolg van stortactiviteiten en autosloperij) Gedempte watergangen (dempingsmateriaal onbekend) Ophoging/demping ter plaatse van de voormalige steenfabriek/steenoven (materiaal onbekend).
Puntbronnen en verdachte locaties binnendijks
Binnendijks zijn de volgende puntbronnen en verdachte locaties aanwezig: Gedempte watergangen (dempingsmateriaal onbekend) Voormalige boomgaarden (hiervoor geldt gebiedsspecifiek beleid dat is opgenomen in de bodembeheernota)
Toelichting risico’s puntbronnen Waterzuiveringsinstallatie De waterzuiveringsinstallatie is nog in gebruik en ligt buitendijks op een afstand van minimaal 100 meter van de dijk af. Verwachting is dat op deze locatie geen grondverzet in het kader van de dijkversterking zal plaatsvinden. Voormalig woonwagenkamp Het woonwagenkamp is niet meer aanwezig. Tijdens het terreinbezoek zijn aan het maaiveld geen waarnemingen gedaan die duiden op mogelijke bodemverontreiniging. Mogelijk dat er in de bovengrond nog verontreiniging is achtergebleven. Dit type verontreiniging is standaard en eenvoudig te verwijderen. Afhankelijk van de ingreep is dit een (beperkt) risico. Gedempte watergangen Zowel buitendijks (in de uiterwaard) als binnendijks zijn watergangen gedempt. Meestal is er gedempt met gebiedseigen grond. In enkele gevallen is hiervoor bodemvreemd materiaal gebruikt, afhankelijk van de ingreep in de bodem kan dit een risico zijn. Naar verwachting is in het projectgebied geen bodemvreemd
12 maart 2017
WATBF1769-101-100R001F01
2
Projectgerelateerd
materiaal gebruikt voor demping van sloten. De gedempte watergangen zijn opgenomen op de kaart in bijlage 2.
12 maart 2017
WATBF1769-101-100R001F01
3
Projectgerelateerd
Ophoging/demping ter plaatse van de voormalige steenfabriek/steenoven De voormalige steenfabriek: ligt op een afstand van 300 tot 400 meter van de dijk in de uiterwaard. Indien op deze locatie grondverzet gaat plaatsvinden is dit een risico voor tijd en kosten, verwachting is echter dat grondverzet hier niet aan de orde is. Voormalige boomgaarden Binnendijks direct grenzend aan de dijk liggen enkele voormalige boomgaarden. In de bovenste 30 cm van de bodem kunnen als gevolg van het gebruik van bestrijdingsmiddelen OCB’s in verhoogde gehalten aanwezig zijn. Voor grond die afkomstig is uit deze zone en die wordt toegepast in een andere zone binnen de grenzen van de bodemkwaliteitskaart Regio Zuidoost-Utrecht geldt gebiedsspecifiek beleid. Grondverzet binnen de zone ‘boomgaard’ is toegestaan. Wel dienen boven- en ondergrond gescheiden te worden ontgraven en toegepast. Op de ontgravings- en de toepassingskaart in bijlage 1 is de ligging van de boomgaardzone aangegeven.
12 maart 2017
WATBF1769-101-100R001F01
4
Projectgerelateerd
2
Conditionerend bodemonderzoek
2.1
Projectfase in relatie tot normdocumenten
De dijkversterking Vianen bevindt zich in de verkenningsfase. Belangrijk onderdeel in deze fase is het in kaart brengen van de relevante omgevingsaspecten. Deze aspecten kunnen van invloed zijn op het ontwerp, op de uitvoeringswijze en bepalen welke vergunningen nodig zijn. Ook het thema milieuhygiënische bodemkwaliteit heeft direct invloed op het primaire proces, namelijk: kosten, doorlooptijd en omgevingsimpact in de uitvoeringsfase (bron: Handreiking ondergrond in verkenningsfase, RWS, september 2010) en wordt om die reden in kaart gebracht. Hoewel voor het inventariseren van de milieuhygiënische bodemgegevens in de ontwerp- en bestekfase geen wettelijke norm of richtlijn bestaat is het wel belangrijk die gegevens te verzamelen die ook in een later stadium bruikbaar zijn. Vandaar dat deze inventarisatie is uitgevoerd op basis van de NEN 5725: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek en de NEN 5717: Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat deze normen expliciet bedoeld zijn om die informatie en kennis te verzamelen waarmee de geschikte onderzoeksstrategie voor een milieuhygiënisch bodemonderzoek kan worden afgeleid.
Toch zijn deze normen zeer bruikbaar in de ontwerp- en bestekfase omdat dezelfde bodeminformatie die wordt gebruikt voor het vaststellen van de onderzoeksstrategie ook kan worden gebruikt voor het vaststellen van de bekende milieuhygiënische bodemkwaliteit en bodemrisico’s in de uitvoeringsfase.
2.2
Te verwachten werkzaamheden in de bodem
Bij het versterken van een dijklichaam zijn verschillende werkzaamheden in en met de bodem te verwachten. De meest voorkomende werkzaamheden zijn opgenomen in tabel 2.1: Tabel 2.1 meest voorkomende grondwerkzaamheden bij dijkversterking Aanleiding grondverzet / verbetermaatregel
Werkzaamheden
Piping: Aanleg verticaal zanddicht geotextiel of aanleg grofzand barrière
Verticaal zanddicht geotextiel: Uitname grond, infrezen geotextiel, toepassen grond ter afdichting van de freessleuf Grofzand barrière: Uitname fijn zand, vervangen fijn zand door sleuf grofzand, toepassen grond ter afdichting van de sleuf.
Piping: Klei-inkassing naast het dijklichaam binnen of buitendijks waarbij de omvang en de diepte afhankelijk is van het bodemprofiel. Vervanging grond onder de bodem in de contactzone.Vervanging grond met de bodem van de contactzone.
Vervanging grond onder de bodem in de contactzone. Verwijderen eventuele verharding/bekleding en in depot plaatsen of afvoeren Aftoppen van de bovenlaag en in depot op en nabij zetten. Verwijderen grondvolume tot gewenste diepte Aanbrengen geschikte grond (klei). Oorspronkelijke bodem contactzone weer terugplaatsen. Eventuele verharding/bekleding aanbrengen Afvoeren overgebleven grond.
Overloop/golfslag: De dijk is te laag en dient hoger gemaakt te worden Hierbij wordt de dijk hoger en het dijklichaam breder.
Verwijderen eventuele verharding en in depot plaatsen of afvoeren Aftoppen van de bovenlaag bekleding en in depot op en nabij zetten. Vergroten dijklichaam met aangevoerd materiaal. Oorspronkelijke bekleding weer aanbrengen. Eventuele verharding aanbrengen Eventueel verleggen van watergangen.
Afschuiven buitentalud en erosie binnentalud: Verbeteren van kwaliteit bekleding
Verwijderen eventuele verharding en in depot plaatsen of afvoeren Aftoppen van de bovenlaag en in depot op en nabij zetten. Nieuwe bekleding aanbrengen en/of oorspronkelijke bekleding weer aanbrengen.
12 maart 2017
WATBF1769-101-100R001F01
5
Projectgerelateerd
2.3
Wetgeving
2.3.1
Afbakening tussen water- en landbodem
Voor de Nederlandse wetgeving zijn waterbodem en overige bodems niet hetzelfde, de regelgeving is ondergebracht in verschillende wetten. De Waterwet is van toepassing op het beheer van de bodem en oevers van oppervlaktewaterlichamen (de waterbodem). De Wbb is van toepassing op de overige bodem. De Wet bodembescherming (Wbb) stelt regels om de bodem te beschermen. De Wbb maakt duidelijk dat grondwater een onderdeel van de bodem is. Daarnaast worden de sanering van verontreinigde bodem en grondwater in de Wbb geregeld. De waterbodemregelgeving die voorheen was opgenomen in de Wbb is in 2009 overgegaan naar de Waterwet. Door de wettelijke scheiding in regelgeving van water- en landbodem is de duidelijke ruimtelijke afbakening van landbodem en waterbodem belangrijk. Deze afbakening is opgenomen in artikel 1.5 van de Waterwet en sluit aan bij het begrip oppervlaktewaterlichaam: "een oppervlaktelichaam is een samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, evenals de bijbehorende bodem, oevers en, voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens deze wet, drogere oevergebieden, evenals flora en fauna". Aanvullend in artikel 3.1 onder lid 2 is opgenomen: bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt voor de onder de aanwijzing vallende oppervlaktewaterlichamen tevens de begrenzing vastgesteld.
Daarbij worden de oppervlaktewaterlichamen van de rivieren begrensd door de buitenkruinlijn van de primaire waterkering, voor zover die primaire waterkering is aangegeven op de kaart die als bijlage bij deze wet behoort. In Afbeelding 2.1 is aangegeven welk deel van het projectgebied onder de Waterwet en welk deel onder de Wet bodembescherming valt.
Afbeelding 2.1 Scheiding Waterwet (paars) en Wet bodembescherming (groen)
12 maart 2017
WATBF1769-101-100R001F01
6
Projectgerelateerd
2.3.2
Bevoegd gezag
Binnendijks Binnendijks (groen in afbeelding 2.1) is de provincie Utrecht bevoegd gezag Wet bodembescherming. De gemeente Vianen is bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit. De handhavingstaken zijn gemandateerd aan de omgevingsdienst. Voor het projectgebied is dat de Omgevingsdienst regio Utrecht.
Buitendijks Buitendijks (uiterwaarden, stranden) en voor de waterbodem is Rijkswaterstaat als waterbeheerder op basis van de Waterwet het bevoegd gezag (paars in afbeelding 2.1), behalve voor de drogere oevergebieden. Voor de drogere oevergebieden is de provincie op basis van de Wet bodembescherming en de gemeente op basis van het Besluit bodemkwaliteit het bevoegd gezag. Het projectgebied valt binnen kaart 154 van de Waterregeling. Uit deze kaart blijkt dat de buitendijks gelegen zuiveringsinstallatie een drogere oevergebied is aangewezen in het projectgebied (bron: Helpdesk water http://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/wetgeving-beleid/waterwet/kaarten/kaart-waterregeling/). Voor de waterzuiveringsinstallatie geldt dat deze gezien moet worden als een puntbron. Voor vrijkomende grond van deze locatie dient eerst vastgesteld te worden wat de milieuhygiënische kwaliteit is voordat deze kan worden toegepast.
projectgebied
Afbeelding 2.2 Drogere oevergebieden kaartblad 154
12 maart 2017
WATBF1769-101-100R001F01
7
Projectgerelateerd
2.4
Relevante eisen voor grondverzet vanuit de wetgeving
Besluit bodemkwaliteit In het Besluit bodemkwaliteit zijn de voorwaarden voor het toepassen van grond/baggerspecie en bouwstoffen opgenomen voor zowel binnen- als buitendijks. De Regeling bodemkwaliteit is de technische uitwerking van het Besluit bodemkwaliteit. In het Besluit is opgenomen dat puntenbronnen (zoals stortplaatsen) en sterke verontreinigingen niet binnen de reikwijdte vallen van het Besluit bodemkwaliteit. In Tabel 2.2 zijn hergebruiksmogelijkheden van de meest voorkomende vrijkomende materialen bij een dijkversterking van een dijk zoals in Vianen gekoppeld aan de wet- en regelgeving. Tabel 2.2 relatie materiaalstromen bij dijkversterking aan de wet- en regelgeving van het Besluit bodemkwaliteit en de Wet bodembescherming. Materiaal
Wet- en regelgeving
Opnemen en terugbrengen van verhardingsconstructie van de wegen
Het vrijkomende materiaal uit de weg (asfalt en funderingsmateriaal) mag worden hergebruikt zonder erkende kwaliteitsverklaring mits het onbewerkt, onder dezelfde condities weer wordt toegepast en niet van eigenaar verandert (artikel 29c Bbk). Uitzonderingen: Dit geldt niet indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat het funderingsmateriaal op grond van kennis of organoleptische waarneming niet voldoet aan de samenstellingswaarden. Indien asfaltgranulaat meer dan 75 mg/kg PAK-10 (VROM) bevat is er, op grond van Besluit bodemkwaliteit, sprake van teerhoudend asfaltgranulaat (TAG).Teerhoudend asfaltgranulaat mag sinds 2001 niet meer worden toegepast en volgens het Bbk ook niet worden hergebruikt.
Hergebruik bouwstoffen buitendijks
In afwijking van artikel 28 Bbk, eerste lid, onder a en c, worden de samenstellings- en emissiewaarden van de toe te passen bouwstof niet bepaald en is geen milieuhygiënische verklaring vereist, indien sprake is van de volgende handelingen: Het zonder bewerking opnieuw onder dezelfde condities toepassen van vormgegeven bouwstoffen van beton, keramiek, natuursteen en bakstenen; Het zonder bewerking opnieuw onder dezelfde condities toepassen van bouwstoffen, waarvan de eigendom niet wordt overgedragen; Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing, indien degene die de bouwstof toepast op grond van kennis of organoleptische waarneming kan aannemen of redelijkerwijs had moeten aannemen dat niet is voldaan aan artikel 28, eerste lid, onder b.
Tijdelijke uitname bovengrond/teelaarde van de dijk
Op het tijdelijk uitnemen van de bovengrond zowel binnen- als buitendijks is artikel 36.3 van het Bbk van toepassing. In artikel 36 lid 3 van het Besluit Bodemkwaliteit is aangegeven dat “Het tijdelijk verplaatsen of uit de toepassing wegnemen van grond of baggerspecie is toegestaan, indien deze vervolgens, zonder te zijn bewerkt, op of nabij dezelfde plaats en onder dezelfde conditie opnieuw in die toepassing wordt aangebracht”. Op basis van het bovenstaande is het oppakken en weer aanbrengen (= toepassen) van de bovengrond op de taluds in principe vrijgesteld van onderzoek. Verkennend milieukundig onderzoek is niet nodig, dit grondverzet kan wettelijk geborgd worden met een vooronderzoek conform de NEN 5725 (landbodem) of NEN 5717 (waterbodem) waarin is aangetoond dat er geen sterke verontreinigingen zijn te verwachten
Verleggen sloot
In de toelichting op de Regeling bodemkwaliteit is het voorbeeld van het verleggen van een sloot expliciet genoemd als voorbeeld van tijdelijke uitname en toepassing op en nabij. Het verleggen van een sloot is in principe vrijgesteld van onderzoek.
Hergebruik grond vrijkomend uit freessleuf
De grond die binnendijks vrijkomt uit de freessleuf mag, indien afkomstig uit het traject van 0,0 mmv tot 2,0 m-mv en (begrenzing diepte volgens de bodemkwaliteitskaart) worden toegepast onder de regels van de bodemkwaliteitskaart. Grond die vrijkomt uit een freessleuf buitendijks of uit een traject dieper dan 2,0 m-mv kan vervallen aan de aannemer of, indien voorzien van een wettelijk bewijsmiddel Bbk, worden toegepast .
12 maart 2017
WATBF1769-101-100R001F01
8
Projectgerelateerd
Materiaal
Wet- en regelgeving
Baggeren sloten en verspreiden baggerspecie
Het baggeren van sloten en het verspreiden op aangrenzend perceel zonder milieukundig bodemonderzoek is toegestaan onder enkele voorwaarden, deze zijn opgenomen in artikel 4.3.4.lid 4 van de Regeling bodemkwaliteit. De reden voor de vrijstelling is dat de milieukundige bodemkwaliteit van de slootbodem een vergelijkbare historische en huidige belasting heeft met de omliggende percelen. Hiermee wordt per definitie voldaan aan het “Stand still” principe. Artikel 4.4.4 lid 4: Bodemonderzoek is niet noodzakelijk voor het verspreiden van baggerspecie als bedoeld in artikel 35, onder f en i, van het besluit, indien deze niet afkomstig is van oppervlaktewateren in de gebieden: die zijn bebouwd, daaronder begrepen kassen- en industriegebieden; waar regelmatig beroeps- of pleziermotorvaart plaatsvindt; waar geloosd wordt na de laatste keer dat er is gebaggerd; grenzend aan wegen met een verkeersintensiteit van meer dan 500 voertuigen per dag, tenzij het betreft bermsloten op een afstand van ten minste 15 meter waarin de wegriolering niet loost; met een oeverbeschoeiing die bestaat uit met gecreosoteerde olie behandeld hout; waarvan redelijkerwijs vermoed kan worden dat deze niet voldoen aan de maximale waarden voor het verspreiden van baggerspecie als bedoeld in artikel 35, onder f en i, van het besluit, of die niet zijn aangegeven in een beheersplan als bedoeld in artikel 9
van de Wet op de waterhuishouding. Dit geldt voor alle sloten die verlegt worden en waarvoor gekozen wordt om de baggerspecie te verspreiden. Ook dit grondverzet is in principe vrijgesteld van onderzoek. Het grondverzet voor het verleggen van sloten is maatwerk.
Puinverhardingen (erf) en dammetjes
Puinpaden en puindammetjes zijn verdacht voor asbesthoudende materialen.
Toepassing grond
Voor het toepassen van grond van elders dient te worden voldaan aan de eisen zoals gesteld in het Besluit bodemkwaliteit. Hierbij wordt het principe “Stand still” gehanteerd. De toe te passen grond dient te zijn voorzien van een wettelijk bewijsmiddel.
Grootschalige bodemtoepassing
Een grootschalige toepassing is een toepassing waarin een grote hoeveelheid grond of baggerspecie wordt toegepast. Een grootschalige toepassing kent volgens het Besluit een 3 minimaal volume van 5.000 m en minimale toepassingshoogte van 2 meter.
Wet bodembescherming De Wet bodembescherming (Wbb) bevat regels om de bodem te beschermen. Bij de dijkversterking is de regelgeving van de Wet bodembescherming van toepassing op het moment dat sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. In de Circulaire bodemsanering (1 juli 2013) is in artikel 2 beschreven wanneer sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en wanneer niet. Indien er werkzaamheden gaan plaatsvinden in een geval van ernstige bodemverontreiniging dan moet de opdrachtgever/eigenaar de voorgenomen sanering melden aan het bevoegd gezag en de beschikkingsprocedure doorlopen. De gegevens bij de melding moeten afkomstig zijn van een persoon of instelling (bodemintermediair) die beschikt over een erkenning op grond van het Besluit bodemkwaliteit. Als daar geen sprake van is mag het bevoegde gezag geen beschikking nemen.
12 maart 2017
WATBF1769-101-100R001F01
9
Projectgerelateerd
3
Methodiek en resultaten inventarisatie
3.1
Methodiek inventarisatie
Scope Door de opdrachtgever is een kaart met daarop de projectbegrenzing aangeleverd. De scope van de conditionerende onderzoeken betreft de hele dijk over een lengte van 1200 meter. Doel hiervan is om voldoende gebiedsgegevens/kenmerken te verkrijgen voor aanscherping van de scope van de dijkversterking, ruimtelijke procedures (conditionering) en het opstellen van een uitvoeringsanalyse (is het werk uitvoerbaar/zijn er belemmeringen voor het gebruik van werkstroken).
Opzet De milieuhygiënische bodemkwaliteit en de risico’s zijn in kaart gebracht volgens de methodiek van de NEN 5725 (landbodem) en NEN 5717 (waterbodem). Hoewel dit protocol gericht op het voorbereiden van het milieukundig onderzoek en niet voor het vaststellen van bodemrisico’s is de methodiek wel bruikbaar. Voor de volledigheid is de inventarisatie volgens de NEN 5725 en NEN 5717 aangevuld met gegevens over de diffuse bodemkwaliteit en een overzicht van bekende puntbronnen en verontreinigingen. Uit de inventarisatie volgt een beeld van: het huidige, vroegere en toekomstige gebruik van de locatie en directe omgeving; de diffuse milieuhygiënische bodemkwaliteit puntbronnen en bekende bodemonderzoeksgegevens eventuele financieel-juridische aspecten.
Analyse en risico’s De milieukundige bodemrisico’s zijn afgeleid door geïnventariseerde gegevens te vergelijken met de wettelijke eisen en regels aan werkzaamheden in de bodem en grondverzet. Ondanks dat het proces van de dijkversterking in de verkenningsfase zit is wel een inschatting te maken van de werkzaamheden die plaats zullen vinden. De primaire dijkversterking zal gericht zijn op het tegengaan van piping.
Houdbaarheid onderzoek De gegevens van het conditionerend onderzoek bodem zijn in principe onbeperkt geldig zolang de bodemsituatie niet veranderd. Daarom is in de normdocumenten van de NEN 5725 en NEN 5717 geen houdbaarheidsdatum opgenomen. Dit geldt ook voor uitgevoerde landbodemonderzoeken conform de NEN 5740 maar niet voor waterbodemonderzoek conform de NEN 5720.
3.2
Inventarisatie
Voor de inventarisatie zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - Historische topografische kaarten (ontsloten via www.topotijdreis.nl) - Lucht- en locatiefoto’s uit 2016 (via Globespotter en PDOK) - Kadastrale gegevens (Kadaster) - Kaarten behorende bij de Waterregeling (https://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/wetgevingbeleid/waterwet/kaarten/kaart-waterregeling/detail_kaarten/3e-rij-kaart2/@28175/beheergrenzen_rws_33/) - Geoloket Omgevingsdienst Regio Utrecht (http://odru.gispubliek.nl/mdzou_basis/client/client.jsp?context=mdzou&guiconfig=mdzou)
12 maart 2017
WATBF1769-101-100R001F01
10
Projectgerelateerd
3.2.1
Historisch, huidig en toekomstig gebruik
Ontwikkeling locatie In Afbeelding 3.1 is de ontwikkeling van de locatie vanaf 1875 weergegeven. Uit het historische kaartmateriaal blijkt dat de Lekdijk bij Vianen al voor 1875 in ongeveer de huidige vorm aanwezig was. Ook de sluis in het Merwedekanaal is op de kaart van 1875 al zichtbaar. Buitendijks hebben de volgende ontwikkelingen plaatsgevonden: - Tussen 1875 en grofweg 1950 heeft al het bos dat aanwezig was in de uiterwaarden plaatsgemaakt voor grasland. Er is nog een kleine bosschage overgebleven. - Tussen 1975 en 2000 is de steenfabriek/steenoven ‘De Hooge Blieker ‘verdwenen. Deze steenfabriek/steenoven was al voor 1875 aanwezig in de uiterwaard. - Rond 1900 is een stoomgemaal geplaatst om water vanuit de achterliggende polder in de Lek te pompen. Tegenwoordig ligt op deze plaats een zuiveringsinstallatie. - Het slotenpatroon in de uiterwaard is in de loop der tijd vereenvoudigd. Een groot aantal van de sloten zijn gedempt. Tussen 1980 en 1990 is de woonwijk net ten zuiden van de Lekdijk ontwikkeld. Tot die tijd was het land in gebruik voor agrarische doeleinden en was er binnendijks wat dijkbebouwing aanwezig.
1875
1900
1925
1950
1975
2000
Afbeelding 3.1 Topotijdreis dijk bij Vianen
12 maart 2017
WATBF1769-101-100R001F01
11
Projectgerelateerd
Huidig en toekomstig gebruik Het huidige gebruik zal in de nabije toekomst niet veranderen. De dijk zal worden versterkt zodat het binnendijkse gebied beter beschermd is tegen hoogwater in de Lek.
3.2.2
Diffuse bodemkwaliteit
Buitendijks waterbodem: bodemzoneringskaarten De diffuse bodemkwaliteit buitendijks is vastgelegd in de Bodemzoneringskaart Rijntakken (Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat Oost-Nederland, 15 augustus 2002). De bodemzoneringskaart geeft een indicatie van de te verwachten waterbodemkwaliteit. In tegenstelling tot een bodemkwaliteitskaart bij landbodem geldt een bodemzoneringskaart niet als milieuhygiënische verklaring. Grondverzet op basis van alleen een bodemzoneringskaart is niet toegestaan. Op kaartblad 21 staan de uiterwaarden van de Lek bij Vianen weergegeven (zie Afbeelding 3.2). De waterbodemkwaliteit in de uiterwaard bij Vianen wordt in de kaart ingedeeld in zone 0 en zone 2. De monsters van de bovengrond die gebruikt zijn in de kaart hebben een kwaliteit tussen klasse 0 en klasse 2, met één monster in klasse 3, volgens de vervallen Regeling vaststelling klasse-indeling onderhoudsspecie. Deze oude klasse-indeling is niet één op één te vertalen naar het huidige toetsingskader (Besluit bodemkwaliteit). Een indicatieve vertaling van zone 0-1 naar kwaliteitsklasse AW en A en van zone 2-3 naar kwaliteitsklasse A en B is wel mogelijk. Op basis van deze indicatie van de waterbodemkwaliteit is grondverzet onder het huidige beleid van het Besluit bodemkwaliteit in de uiterwaarden mogelijk.
Puntbronnen, zoals de waterzuiveringsinstallatie, zijn uitgesloten van het Besluit bodemkwaliteit.
Afbeelding 3.2 Bodemzoneringskaart Rijntakken, kaart 21. 12 maart 2017
WATBF1769-101-100R001F01
12
Projectgerelateerd
Binnendijks landbodem: bodemfunctie, ontgravings- en toepassingskaarten De diffuse bodemkwaliteit van het binnendijkse deel van het projectgebied staat beschreven in de regionale bodemkwaliteitskaart en bodembeheernota regio Zuidoost-Utrecht (Nota bodembeheer, grondstromenbeleid Regio Zuidoost-Utrecht, Milieudienst Zuidoost-Utrecht, december 2014). De bijbehorende kaarten zijn ontsloten in het geoloket van de Omgevingsdienst Regio Utrecht. Uit de bodemkwaliteitskaart en de nota bodembeheer blijkt het volgende (zie bijlage 1)): - De dijk ligt in de zone met een bodemfunctieklasse Wonen. Het drogere oevergebied ligt in de zone met de bodemfunctieklasse Landbouw/Natuur. - De bovengrond heeft een kwaliteit Wonen (met gebiedsspecifiek beleid voor PCB) (roze kleur) of Boomgaard (donkergroen). De bodemkwaliteit van de ondergrond valt inde bodemkwaliteitsklasse Landbouw/Natuur. Het drogere oevergebied is niet gezoneerd. - De toepassingseis voor de bovengrond is klasse Wonen of Boomgaard. Voor de functie (moes)tuin en kinderspeelveld binnen de toepassingszone Wonen geldt dat niet meer dan 5 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal aanwezig mag zijn. De toepassingszone boomgaard houdt in dat grond uit voormalige boomgaardpercelen toepasbaar is, indien kwaliteit overeenkomt (of schoner is dan de lokale maximale waarden). De ontvangende bodem moet dan ook onderzocht worden.
Voor de ondergrond geldt een toepassingseis van Landbouw/Natuur (AW2000). Voor niet gezoneerde gebieden, zoals het drogere oevergebied geldt dat de toepassingseis AW2000 is.
3.2.3
Puntbronnen en verdachte locaties
In het geoloket van de Omgevingsdienst Regio Utrecht is informatie opgenomen over de ligging van puntbronnen en verdachte locaties. In bijlage 2 zijn deze gegevens op kaart weergegeven. Uit de gegevens blijkt dat in het projectgebied vier type verdachte locaties/puntbronnen voorkomt: 1. Slootdempingen. Deze zijn op de kaart met een blauwe streep weergegeven en zijn zowel binnen- als buitendijks aanwezig in het projectgebied. Het materiaal van de slootdempingen is onbekend. Verwachting is dat de dempingen met gebiedseigen grond zijn uitgevoerd. 2. Demping/ophoging (paarse vlak buitendijks). In de uiterwaarden is ter plaatse van de voormalige steenfabriek/steenoven een demping/ophoging aanwezig. Er is niet gespecificeerd met welk materiaal is gedempt/opgehoogd. 3. Voormalige boomgaarden (groene vlakken). De bovenste 30 cm van de bodem ter plaatse van de voormalige boomgaarden is verdacht op het voorkomen van verhoogde gehalten OCB’s. 4. Wegbermen (roze lijn over dijk en snelweg). De wegbermen zijn verdacht vanwege de hoge belasting als gevolg van het gemotoriseerde verkeer.
12 maart 2017
WATBF1769-101-100R001F01
13
Projectgerelateerd
3.2.4
Bekende bodemonderzoeksgegevens
In het geoloket van de Omgevingsdienst Regio Utrecht is een overzichten van locaties waarop bodemonderzoek is uitgevoerd opgenomen. In Afbeelding 3.3 en bijlage 3 is de kaart met de locaties opgenomen. Uit de gegevens in het geoloket blijkt dat 12 bodemonderzoekslocaties overlappen met de scope van dit onderzoek. Nummer in Locatienaam afbeelding (geoloket 3.3 Omgevingsdienst Regio Utrecht)
Toelichting uit geoloket Omgevingsdienst Regio Utrecht
Risico voor dijkversterking
1
Ruimte voor de Lek
Voor deze locatie zijn drie vermeldingen van bodemonderzoeken aanwezig: 1. Verkennend onderzoek NEN 5740 (17-12-2009) Beoordeling verontreiniging: Potentieel ernstig Vervolgactie Wbb: Uitvoeren aanvullend onderzoek 2. Verkennend onderzoek voor waterbodems (NVN 5720) (datum onbekend) Naam onderzoek: Verkennend waterbodemonderzoek fase 1 Beoordeling en vervolgactie zijn niet aangegeven 3. Verkennend onderzoek NEN 5740 (datum onbekend) Naam onderzoek: Verkennend onderzoek puntbronnen - Ruimte voor de Lek Beoordeling en vervolgactie zijn niet aangegeven
Geen risico Betreft onderzoek in de uiterwaarden, graafwerkzaamheden zullen hier beperkt zijn.
2
Lekdijk 2, (AWZI)
Meest recente onderzoek: Nader onderzoek (13-10-1994) Beoordeling verontreiniging: Potentieel ernstig Vervolgactie Wbb: Uitvoeren historisch onderzoek
Geen risico De werkzaamheden voor de dijkversterking zullen zeer waarschijnlijk niet op de locatie van de waterzuivering plaatsvinden.
3
Ledijk vm woonwagenkamp Vianen
Uitgevoerde onderzoeken: Oriënterend bodemonderzoek13-12-1982 Nader onderzoek 22-9-1992 Historisch onderzoek 18-9-2008
De locatie ligt buitendijks, direct grenzend aan de dijk, en is verdacht op het voorkomen van zowel stortmaterialen als verontreinigingen die te relateren zijn aan een autosloperij.
(Wbb locatie, ook geregistreerd op Bodemloket.nl)
Onderzochte activiteiten: auto- en motorensloperij stortplaats agrarisch afval en/of takkenbossen op land stortplaats puin en/of bouw- en sloopafval op land stortplaats industrieel- en bedrijfsafval op land Beoordeling verontreiniging: Ernstig, niet urgent Vervolg Wbb: Uitvoeren NO
4
Dijkversterking Lekdijk
Meest recente onderzoek: Verkennend onderzoek NEN 5740 (213-2012) Naam onderzoek: Historisch onderzoek dijkversterkingsprojecten Aanleiding onderzoek: Civieltechnisch Beoordeling verontreiniging: Niet ernstig Vervolgactie Wbb: Voldoende onderzocht
Geen risico.
5
Lekdijk 7 (Everdingen)
Meest recente onderzoek: Verkennend onderzoek NVN 5740 (2610-2000) Beoordeling verontreiniging: Niet ernstig Vervolgactie Wbb: Voldoende onderzocht
Geen risico.
6
Meidoornlaan 43-47
Meest recente onderzoek: Verkennend onderzoek NVN 5740 (35-2001)
Geen risico.
12 maart 2017
WATBF1769-101-100R001F01
14
Projectgerelateerd
Nummer in Locatienaam afbeelding (geoloket 3.3 Omgevingsdienst Regio Utrecht)
Toelichting uit geoloket Omgevingsdienst Regio Utrecht
Risico voor dijkversterking
Aanleiding onderzoek: Bouwvergunning Hypothese: onverdacht Beoordeling verontreiniging: Niet ernstig Vervolgactie Wbb: Voldoende onderzocht 7
Lekdijk 9
Meest recente onderzoek: Verkennend onderzoek NVN 5740 (185-1999) Aanleiding onderzoek: Transactie Hypothese: onverdacht Beoordeling verontreiniging: Niet ernstig Vervolgactie Wbb: Voldoende onderzocht
Geen risico.
8
Lekdijk 11
Meest recente onderzoek: Verkennend onderzoek NVN 5740 (1011-2005) Aanleiding onderzoek: Bouwvergunning Hypothese: onverdacht Beoordeling verontreiniging: Niet ernstig Vervolgactie Wbb: Voldoende onderzocht
Geen risico.
9
Lekdijk 2
Meest recente onderzoek: Verkennend onderzoek NVN 5740 (311-2000) Beoordeling verontreiniging: Niet ernstig Vervolgactie Wbb: Voldoende onderzocht
Geen risico.
10
Hagenweg
Meest recente onderzoek: Verkennend onderzoek NVN 5740 (294-1994) Aanleiding onderzoek: onbekend Hypothese: onverdacht Beoordeling verontreiniging: Potentieel ernstig Vervolgactie Wbb: Uitvoeren aanvullend NO
Onduidelijk om welke reden deze locatie als potentieel ernstig is aangeduid. Op basis van ouderdom van het meest recente onderzoek, het uitblijven van een vervolgonderzoek en de kleine overlap tussen onderzoekslocatie en de scope van de dijkversterking verwachten wij geen actueel risico.
Betreft een onderzoek over een groot oppervlakte. Slechts een klein deel van dit onderzoek overlapt met de scope van de dijkversterking.
11
Dijkversterking Uitgevoerde onderzoeken: Hagestein-Everdingen Historisch onderzoek, 1-6-1996 Oriënterend bodemonderzoek, 1-1-1998 Aanvullend onderzoek, 26-5-1998 Nader onderzoek, 30-6-1998 Saneringsplan, 15-10-1998 Saneringsevaluatie, 2-6-2005 Aanvullende rapportage, 4-7-2005 Saneringsevaluatie, 3-3-2008
Geen risico. Betreft een ander dijktracé en valt niet onder de scope van de dijkversterking Vianen. .
Onderzochte activiteiten: demping (niet gespecificeerd) schildersbedrijf verf- en verfwarendetailhandel hbo-tank (ondergronds) Vervolgactie Wbb: registratie restverontreiniging Besluit Wbb: Instemmen uitgevoerde sanering en instemmen zorgplan 16-10-2008
12 maart 2017
WATBF1769-101-100R001F01
15
Projectgerelateerd
1
2 4 5 3
6
7
11
8 9 10
Afbeelding 3.3 Onderzochte locaties (bron: geoloket Omgevingsdienst Regio Utrecht)
3.2.5
Terreinbezoek
Het terrein op en rond de dijk is samen met de opdrachtgever tijdens een terreinbezoek geïnspecteerd. Tijdens de inspectie zijn geen kenmerken van bodemverontreiniging of de toepassing van bodemvreemde materialen in de bovengrond waargenomen. Tijdens het terreinbezoek zijn geen sporen meer aangetroffen van het voormalige woonwagenkamp. Het woonwagenkamp is niet meer aanwezig en zijn geen bodemvreemde materialen op het maaiveld waargenomen (zie ook Afbeelding 3.4).
Locatie voormalig woonwagenkamp
Afbeelding 3.4 Locatiefoto’s voormalig woonwagenkamp (bron: Globespotter)
12 maart 2017
WATBF1769-101-100R001F01
16
Projectgerelateerd
4
Conclusie inventarisatie
Uit de inventarisatie van de bodemrisico’s voor de verbetering van het dijktracé Vianen blijkt dat de risico’s gering en goed beheersbaar zijn. De conclusies van de inventarisatie zijn opgenomen in Tabel 4.1. Tabel 4.1 Conclusies inventarisatie Onderdeel
Conclusies inventarisatie
Grondverzet binnendijks
Grondverzet binnendijks mag plaatsvinden: onder het regime van de bodembeheernota Regio Zuidoost-Utrecht; na onderzoek volgens het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit en; op basis van de uitzonderingen voor de onderzoeksverplichting zoals zijn opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit.
Grondverzet buitendijks
Grondverzet buitendijks mag plaatsvinden: na onderzoek volgens het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit en; op basis van de uitzonderingen voor de onderzoeksverplichting zoals zijn opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit. Volgens de bodemzoneringskaarten is er een kleine kans op het aantreffen van sterk verontreinigde baggerspecie in delen van het projectgebied.
Puntbronnen en verdachte locaties buitendijks
Buitendijks zijn de volgende puntbronnen en verdachte locaties aanwezig: Waterzuiveringsinstallatie Voormalig woonwagenkamp (mogelijk verontreinigd als gevolg van stortactiviteiten en autosloperij) Gedempte watergangen (dempingsmateriaal onbekend) Ophoging/demping ter plaatse van de voormalige steenfabriek/steenoven (materiaal onbekend).
Puntbronnen en verdachte locaties binnendijks
Binnendijks zijn de volgende puntbronnen en verdachte locaties aanwezig: Gedempte watergangen (dempingsmateriaal onbekend) Voormalige boomgaarden (hiervoor geldt gebiedsspecifiek beleid dat is opgenomen in de bodembeheernota)
Toelichting risico’s puntbronnen Waterzuiveringsinstallatie De waterzuiveringsinstallatie is nog in gebruik en ligt buitendijks op een afstand van minimaal 100 meter van de dijk af. Verwachting is dat op deze locatie geen grondverzet in het kader van de dijkversterking zal plaatsvinden. Voormalig woonwagenkamp Het woonwagenkamp is niet meer aanwezig. Tijdens het terreinbezoek zijn aan het maaiveld geen waarnemingen gedaan die duiden op mogelijke bodemverontreiniging. Mogelijk dat er in de bovengrond nog verontreiniging is achtergebleven. Dit type verontreiniging is standaard en eenvoudig te verwijderen. Afhankelijk van de ingreep is dit een (beperkt) risico. Gedempte watergangen Zowel buitendijks (in de uiterwaard) als binnendijks zijn watergangen gedempt (zie bijlage 2). Meestal is er gedempt met gebiedseigen grond. In enkele gevallen is hiervoor bodemvreemd materiaal gebruikt, afhankelijk van de ingreep in de bodem kan dit een risico zijn. Naar verwachting is in het projectgebied geen bodemvreemd materiaal gebruikt voor demping van sloten. Ophoging/demping ter plaatse van de voormalige steenfabriek/steenoven
12 maart 2017
WATBF1769-101-100R001F01
17
Projectgerelateerd
De voormalige steenfabriek: ligt op een afstand van 300 tot 400 meter van de dijk in de uiterwaard. Indien op deze locatie grondverzet gaat plaatsvinden is dit een risico voor tijd en kosten, verwachting is echter dat grondverzet hier niet aan de orde is.
12 maart 2017
WATBF1769-101-100R001F01
18
Projectgerelateerd
Voormalige boomgaarden Binnendijks direct grenzend aan de dijk liggen enkele voormalige boomgaarden. In de bovenste 30 cm van de bodem kunnen als gevolg van het gebruik van bestrijdingsmiddelen OCB’s in verhoogde gehalten aanwezig zijn. Voor grond die afkomstig is uit deze zone en die wordt toegepast in een andere zone binnen de grenzen van de bodemkwaliteitskaart Regio Zuidoost-Utrecht geldt gebiedsspecifiek beleid. Grondverzet binnen de zone ‘boomgaard’ is toegestaan. Wel dienen boven- en ondergrond gescheiden te worden ontgraven en toegepast. Op de ontgravings- en de toepassingskaart in bijlage 1 is de ligging van de boomgaardzone aangegeven.
12 maart 2017
WATBF1769-101-100R001F01
19
Bijlage Bijlage 1 – Functieklasse-, ontgravings- en toepassingskaarten Nota bodembeheer Omgevingsdienst Regio Utrecht
±
0
125
250
500
750
Meters 1.000
Esri Nederland & Community Maps Contributors Legenda Projectgebied
Titel
Datum 12-4-2017
Versie 170412-01
Project Dijkversterking Vianen BF1769-101-100
Schaal 1:10000
Formaat A4
Opdrachtgever Waterschap Rivierenland
Kaartnr. 5
Bijlage 1
Toepassingskaart ondergrond (bron: Geoloket Omgevingsdienst Regio Utrecht)
Opgesteld door Dorien Derks
±
0
125
250
500
750
Meters 1.000
Esri Nederland & Community Maps Contributors Legenda Projectgebied
Titel
Datum 12-4-2017
Versie 170412-01
Project Dijkversterking Vianen BF1769-101-100
Schaal 1:10000
Formaat A4
Opdrachtgever Waterschap Rivierenland
Kaartnr. 4
Bijlage 1
Toepassingskaart bovengrond (bron: Geoloket Omgevingsdienst Regio Utrecht)
Opgesteld door Dorien Derks
±
0
125
250
500
750
Meters 1.000
Esri Nederland & Community Maps Contributors Legenda Projectgebied
Titel
Datum 12-4-2017
Versie 170412-01
Project Dijkversterking Vianen BF1769-101-100
Schaal 1:10000
Formaat A4
Opdrachtgever Waterschap Rivierenland
Kaartnr. 3
Bijlage 1
Ontgravingskaart ondergrond (bron: Geoloket Omgevingsdienst Regio Utrecht)
Opgesteld door Dorien Derks
±
0
125
250
500
750
Meters 1.000
Esri Nederland & Community Maps Contributors Legenda Projectgebied
Titel
Datum 12-4-2017
Versie 170412-01
Project Dijkversterking Vianen BF1769-101-100
Schaal 1:10000
Formaat A4
Opdrachtgever Waterschap Rivierenland
Kaartnr. 2
Bijlage 1
Ontgravingskaart bovengrond (bron: Geoloket Omgevingsdienst Regio Utrecht)
Opgesteld door Dorien Derks
±
0
125
250
500
750
Meters 1.000
Esri Nederland & Community Maps Contributors Legenda Projectgebied
Titel
Datum 12-4-2017
Versie 170412-01
Project Dijkversterking Vianen BF1769-101-100
Schaal 1:10000
Formaat A4
Opdrachtgever Waterschap Rivierenland
Kaartnr. 1
Bijlage 1
Bodemfunctieklassen (bron: geoloket Omgevingsdienst Regio Utrecht)
Opgesteld door Dorien Derks
Bijlage Bijlage 2 – Puntbronnen en verdachte locaties Bron: Geoloket Omgevingsdienst Regio Utrecht
±
0
125
250
500
750
Meters 1.000
Esri Nederland & Community Maps Contributors Legenda Projectgebied
Titel
Datum 12-4-2017
Versie 170412-01
Project Dijkversterking Vianen BF1769-101-100
Schaal 1:10000
Formaat A4
Opdrachtgever Waterschap Rivierenland
Kaartnr. 1
Bijlage 2
Verdachte locaties(bron: Geoloket Omgevingsdienst Regio Utrecht)
Opgesteld door Dorien Derks
Bijlage Bijlage 3 – Onderzochte locaties Bron: Geoloket Omgevingsdienst Regio Utrecht
±
0
125
250
500
750
Meters 1.000
Esri Nederland & Community Maps Contributors Legenda Projectgebied
Titel
Datum 12-4-2017
Versie 170412-01
Project Dijkversterking Vianen BF1769-101-100
Schaal 1:10000
Formaat A4
Opdrachtgever Waterschap Rivierenland
Kaartnr. 1
Bijlage 3
Onderzochte locaties (bron: Geoloket Omgevingsdienst Regio Utrecht)
Opgesteld door Dorien Derks
Projectgerelateerd
12 maart 2017
BIJLAGE
WATBF1769-101-100R001F01
A1
Geluidbelasting wegverkeer op locatie Brugstraat te Vianen Versie 1 april 2021
opdrachtnummer
20-065
datum
1 april 2021
opdrachtgever
Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA UTRECHT
auteur
Ad Postma
INHOUDSOPGAVE bladzijde
INHOUDSOPGAVE .......................................................................................... I SAMENVATTING ............................................................................................ 1 1
INLEIDING .......................................................................................... 2
2
WETTELIJK KADER ............................................................................. 3
3
onderwerp
geluidbelasting woningen
opdrachtnummer
20-065
bestand
20-065r4
bladzijde
paginai
datum
1 april 2021
4
2.1
Wet Geluidhinder
3
2.2
Omvang geluidzone
3
2.3
Grenswaarden en hogere waarden
4
2.4
Wet RO en 30 km/u-wegen
5
2.5
Hogere waarden beleid gemeente Vijfheerenlanden
6
2.6
Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012
6
WEGVERKEER ................................................................................... 7 3.1
Verkeerscijfers
7
3.2
Rekenmodel
7
3.3
Resultaten
8
CONCLUSIES GELUIDBELASTING ....................................................... 10 4.1
Geluidbelasting wegverkeer
10
4.2
Maatregelen wegverkeer
10
4.3
Benodigde hogere waarden en toetsing geluidbeleid gemeente
11
4.4
Cumulatie en toets goede ruimtelijke ordening
12
4.5
Eis geluidwering
12
BIJLAGEN
SAMENVATTING In opdracht van Buro SRO is een onderzoek ingesteld naar de geluidbelasting door wegverkeer op maximaal 130 nieuw te realiseren woningen in 3 woongebouwen aan de Brugstraat te Vianen. De woongebouwen vervangen de voormalige schouwburg op dezelfde locatie. De ontwikkeling ligt binnen de bebouwde kom van Vianen binnen de geluidzone van de Brugstraat, het gezoneerde deel van de Lekdijk, de Brugdijk en de Jan Blankenweg Het deel van de Lekdijk langs de locatie is een 30 km weg zonder geluidzone. De woongebouwen liggen tevens op korte afstand van de nieuw te realiseren ontsluitingsweg, dit is een 30 km weg zonder geluidzone. De geluidbelasting door wegverkeer op de Brugstraat bedraagt ten hoogste 54 dB na aftrek van 5 dB ex art 110g Wgh op de zuidgevels. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt daarmee overschreden. De maximale hogere waarde van 63 dB wordt niet overschreden. De geluidbelasting op de Lekdijk (60 km/u) bedraagt ten hoogste 52 dB na aftrek van 5 dB. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt daarmee overschreden. De maximale hogere waarde van 63 dB wordt niet overschreden. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt niet overschreden door wegverkeer op de overige gezoneerde wegen. onderwerp
geluidbelasting woningen
opdrachtnummer
20-065
bestand
20-065r4
Maatregelen aan de bron zijn voor de Brugstraat en de Lekdijk zijn of reeds of worden getroffen in de vorm van een stil wegdek, een zeer hoge afscherming is stedenbouwkundig niet haalbaar. Voor de gevels van de woningen dient een hogere waarde te worden aangevraagd van 54 dB voor geluid door wegverkeer op de Brugstraat conform tabel III.2 en van 52 dB voor geluid door wegverkeer op de Lekdijk conform tabel III.3. Conform bijlage IV van de beleidsregel hogere waarden stelt de gemeente daarbij een aantal eisen in inspanningsverplichtingen aan het plan, zoals omschreven in paragraaf 4.3.
bladzijde
pagina1
datum 1 april 2021
Bij het toetsen of sprake is van een “goede ruimtelijke ordening” is aangesloten bij het toetsingskader van de Wgh en van het geluidbeleid van de gemeente. Aan dit toetsingskader kan worden voldaan met de in paragraaf 4.3 beschreven maatregelen. De geluidbelasting door alle wegen samen bedraagt ten hoogste 59 dB. Voor het aspect geluid sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening als voor de woningen wordt voldaan aan de eisen voor de geluidwering conform het Bouwbesluit. Bij het bepalen van de benodigde geluidwering mag geen aftrek plaatsvinden ex. artikel 110-g Wgh. Een aantal gevels van de woningen zal een geluidbelasting van meer dan 53 dB zonder aftrek gaan ondervinden; voor deze gevels zijn aanvullende geluidwerende voorzieningen nodig. Omdat de maximale geluidbelasting op de gevels 59 dB bedraagt, bedraagt benodigde geluidwering GA,k 26 dB(A).
1
INLEIDING In opdracht van Buro SRO is een onderzoek ingesteld naar de geluidbelasting door wegverkeer op maximaal 130 nieuw te realiseren woningen in 3 woongebouwen aan de Brugstraat te Vianen. De woongebouwen vervangen de voormalige schouwburg op dezelfde locatie. De ontwikkeling ligt binnen de bebouwde kom van Vianen binnen de geluidzone van de Brugstraat, de Lekdijk, de Brugdijk en de Jan Blankenweg De woongebouwen liggen op korte afstand van de nieuw te realiseren ontsluitingsweg, dit is een 30 km weg zonder geluidzone.
onderwerp
geluidbelasting woningen
opdrachtnummer
20-065
bestand
20-065r4
bladzijde
pagina2
datum 1 april 2021
Figuur I.1
overzicht locatie.
Een situatieoverzicht is tevens weergegeven in tekening 1 in bijlage I en figuur 1 – 2 in bijlage II.
2
WETTELIJK KADER Het wettelijk kader voor het berekenen en beoordelen van de geluidbelasting door wegverkeer wordt in grote lijnen bepaald door de Wet Geluidhinder (Wgh), de Wet Ruimtelijke ordening (Wro) en het Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012.
2.1
Wet Geluidhinder Er ligt langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen veelal een planologisch aandachtsgebied, de geluidzone. Binnen deze zone biedt de Wet Geluidhinder (Wgh) in een aantal gevallen bescherming tegen verkeerslawaai aan geluidgevoelige bestemmingen. Er ligt geen geluidzone langs 30/km/uwegen en langs wegen op een woonerf.
2.2
onderwerp
geluidbelasting woningen
Omvang geluidzone Wegen De breedte van de geluidzone is omschreven in Wgh art 74 en is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de aard van de omgeving, te weten stedelijk of buitenstedelijk gebied. Binnenstedelijk gebied is het gebied binnen de bebouwde kom, buitenstedelijk gebied is het gebied buiten de bebouwde kom. De zone langs een auto(snel)weg is echter altijd buitenstedelijk gebied, ongeacht of deze zone binnen of buiten de bebouwde kom ligt. Tabel II.1 geeft de breedte van de geluidzone voor de verschillende situaties. TABEL II.1: Breedte van de geluidzone vanaf de as van de weg (Wgh art 74)