Bijlage C3 OER Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
Tekst van het document
Omgevingseffectrapportage Omgevingsvisie Vijfheerenlanden Inclusief aanvulling
projectnummer 0472188.100 revisie 1.0 27 oktober 2023
www.anteagroup.nl
Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden Inclusief aanvulling projectnummer 0472188.100 revisie 1.0 27 oktober 2023
Auteurs V. Noordink H.W. Lindeboom J. Mannaerts
Opdrachtgever Gemeente Vijfheerenlanden Postbus 11 4140 AA Leerdam
Colofon Projectgroep H.W. Lindeboom V. Noordink L. Runia J.J. Verhoeven
Gecontroleerd J.J. Verhoeven
datum 27 oktober 2023
beschrijving definitief
vrijgave J.J. Verhoeven
datum 27 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
Inhoudsopgave Samenvatting
4
1
Inleiding
15
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding Het proces van de omgevingsvisie Een OER bij de Omgevingsvisie Publicatie en inspraak Leeswijzer
15 16 17 18 21
2
Kenschets van de gemeente
22
2.1
De gemeente Vijfheerenlanden
22
3
Ruimtelijke kaders, opgaven en alternatieven
26
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8
Wat is een omgevingsvisie? Ruimtelijk beleid Opgaven voor de gemeente Wonen Werken Mobiliteit Energie Groen, water en landschap
26 26 28 28 32 34 35 37
4
Rol en aanpak van het OER
39
4.1 4.2 4.3 4.4
De vraagstukken en de aanpak Staat van de fysieke leefomgeving Impactbeoordeling Aanzet voor monitoring en evaluatie
39 40 41 44
5
Leefomgevingsfoto van Vijfheerenlanden
45
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
Energie en circulariteit Vitaliteit en inclusiviteit Economie Mobiliteit Groen en landschap Gezondheid en milieu Klimaatadaptatie Samenvatting
45 51 61 66 74 85 97 105
6
Effecten van de omgevingsvisie
106
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6
Opgave 1: kansrijke woningbouwgebieden Opgave 2: kansrijke werklandschappen Opgave 3: mobiliteitsopgaven Opgave 4: toepassing duurzame energiebronnen Opgave 5: opgaven in het landelijk gebied Synthese opgaven
106 124 129 135 152 158
7
Aanbevelingen en vervolg
162
Bijlagen Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden, Antea Group 3 maart 2023 (versie 1.0) Locatieonderzoek Wind Vijfheerenlanden, Antea Group 27 oktober 2023 (versie 4)
datum 27 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
Samenvatting Leeswijzer Dit is de Omgevingseffectrapportage (OER, inclusief aanvulling) bij de Omgevingsvisie Vijfheerenlanden. De onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.) heeft op 30 augustus 2023 een toetsingsadvies uitgebracht. Op basis van dit advies is besloten het OER op onderdelen aan te vullen en aan te passen. De aanvullingen en aanpassingen in het OER zijn geel gearceerd. In paragraaf 1.4 vindt u een nadere toelichting op de procedure, het toetsingsadvies en aanvullingen. De gemeente Vijfheerenlanden werkt aan een omgevingsvisie. In de komende vijftien à twintig jaar staat de gemeente Vijfheerenlanden voor een aantal belangrijke en complexe opgaven die zij wil realiseren binnen het gemeentelijk grondgebied. De Omgevingsvisie Vijfheerenlanden stelt kaders aan toekomstige ontwikkelingen die gevolgen kunnen hebben voor het milieu. De gemeente doorloopt de procedure van de milieueffectrapportage om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig te betrekken bij de totstandkoming van de omgevingsvisie. De omgevingseffecten van de beleidsopgaven en mogelijke strategieën voor deze visie worden integraal in beeld gebracht. Het resultaat van deze procedure is een Omgevingseffectrapport (OER). In een OER wordt niet alleen ingegaan op de ‘klassieke’ milieuthema’s (zoals verkeer en geluid), maar bijvoorbeeld ook op gezondheid en energie.
Het OER heeft als primaire doel het in beeld brengen van de omgevingseffecten (in brede zin) van het voorgenomen beleid van de omgevingsvisie en van de alternatieven (beleidsopties) die daarbij aan de orde zijn. Een bijzonder onderdeel van de omgevingsvisie is het beleid van de gemeente met betrekking tot het opwekken van duurzame energie in relatie tot de uitkomsten van de RES. Het tweede doel van het OER is daarom het onderzoeken van de veertien mogelijke locaties voor windenergie. Vanwege de bijzondere onderzoeksvragen voor de potentiële locaties voor windenergie is dit in een apart spoor opgepakt, maar wel in onderlinge samenhang met de andere opgaven voor de omgevingsvisie.
Schematische weergave van de samenhangende processen in de o.e.r. en omgevingsvisie Vijfheerenlanden.
In de omgevingsvisie wordt nog geen concrete keuze gemaakt over voorkeurslocaties en ook op andere thema’s is er geen sprake van een duidelijk voorkeursalternatief. Dit betekent enerzijds dat er nog concretisering van de omgevingsvisie nodig is. Anderzijds is het niet zinvol bevonden om op dit moment een nader uitgewerkt voorkeursalternatief te beoordelen. Met de beoordeling van de voorgenomen aanpak van de verschillende opgaven en van zoekgebieden sluit het OER aan bij de omgevingsvisie en het daarin gekozen abstractieniveau. Bij verdere uitwerking kan uiteraard voortgebouwd worden op de reeds verzamelde informatie. Het OER bestaat uit achtereenvolgens 1) een beschrijving en beoordeling van de staat van de fysieke leefomgeving, inclusief de referentiesituatie, 2) een beschrijving en beoordeling van de gevolgen van het voorgenomen beleid ten opzichte van de referentiesituatie, inclusief een afweging van de zoekgebieden voor wonen, werklandschappen en windturbines, 3) een synthese van de opgaven, en 4) aanbevelingen voor het vervolg.
blad 4 van 163
datum 27 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
1) Staat van de fysieke leefomgeving De staat van de fysieke leefomgeving is in beeld gebracht aan de hand van zes hoofdthema’s, waarbinnen de gehele breedte van omgevingsaspecten is beschreven. De beschouwde aspecten (het beoordelingskader) zijn in onderstaande tabel opgenomen. De beschrijving van de huidige situatie van de leefomgeving uit de gemeenteatlas vormt de basis voor de referentiesituatie. De referentiesituatie is de toekomstige situatie (2040) in de gemeente, zonder het beleid uit de omgevingsvisie. Om de referentiesituatie te schetsen wordt ervan uitgegaan dat het huidige gemeentelijke beleid wordt voortgezet. Daarnaast beïnvloeden trends en ontwikkelingen de leefomgeving van de gemeente Vijfheerenlanden. De onderstaande beoordeling van de referentiesituatie geeft een beeld voor welke thema’s er nog grote stappen te zetten zijn naar de gewenste staat van de leefomgeving. Zo blijkt bijvoorbeeld uit de figuur dat de gemeente voor het thema energie en circulariteit nog grote stappen te zetten heeft, maar dat met het huidige beleid wel de gewenste beweging wordt gemaakt. Uit de figuur blijkt ook dat er voor het thema klimaatadaptatie grote onzekerheden gelden. Enerzijds wordt er met het huidige beleid ingezet op de gewenste beweging. Anderzijds is de mate waarin het klimaat verandert onzeker, waardoor de situatie richting de toekomst mogelijk verslechtert.
Voor de overige thema’s geldt over het algemeen dat er (als gevolg van het huidige beleid) een verbetering van de leefomgeving wordt verwacht.
Thema Energie en circulariteit
Vitaliteit en inclusiviteit
Economie Mobiliteit
Groen en landschap
Gezondheid en milieu
Klimaatadaptatie
Aspecten CO2-uitstoot Energievraag Duurzame energiebronnen Circulariteit (grondstoffengebruik, afval) Woningaanbod Voorzieningen Leefbaarheid Inclusiviteit Sociale cohesie Werkgelegenheid Werklocaties Bereikbaarheid openbaar vervoer Bereikbaarheid langzaam verkeer Autobereikbaarheid Verkeersveiligheid Archeologie Cultuurhistorie Landschap Natuurgebieden Biodiversiteit Groene leefomgeving en kwaliteit openbare ruimte Gezonde leefstijl Geluid Luchtkwaliteit Geur Omgevingsveiligheid Slagschaduw en schittering Bodemkwaliteit Waterkwaliteit Wateroverlast Waterveiligheid Hitte Droogte Bodemdaling
Beoordeling huidige situatie en referentiesituatie
In het OER zijn de effecten van de opgaven voor de omgevingsvisie in beeld gebracht. Hiermee zijn verschillende vraagstukken in relatie tot de ambities en opgaven uitgewerkt en verkend. Een deel van de opgaven en vraagstukken voor de gemeente is kwantitatief en programmatisch, bijvoorbeeld de groei met 3.000-4.000 woningen en daarnaast nog 2.250 woningen voor zogenaamd ‘zachte’ plannen, voldoende arbeidsmogelijkheden en de opwekking van duurzame energie. Andere opgaven zijn juist kwalitatief, zoals de ontwikkeling van vitale kernen, een duurzaam verkeers- en vervoerssysteem, de water- en klimaatopgaven en het versterken van de biodiversiteit.
blad 5 van 163
datum 27 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
De invulling van de verschillende opgaven zoals deze in de omgevingsvisie wordt beoogd is beoordeeld op effecten. Er zijn geen alternatieven onderzocht, omdat de omgevingsvisie met name door middel van een uitgebreid participatietraject en het bijeenbrengen van bestaand beleid tot stand is gekomen. Er worden zeer beperkt nieuwe keuzes gemaakt, waardoor het afwegen van alternatieven niet zinvol is bevonden. Voor de opgaven die een nadere invulling vereisen, is wel een alternatievenonderzoek uitgevoerd. Dat geldt voor de woon-, werk- en windlocaties. De keuze voor voorkeurslocaties wordt hiervoor nog niet gemaakt, al zijn voor de opwekking van windenergie inmiddels veel locaties afgewezen door de gemeenteraad. Afweging kansrijke woningbouwgebieden, werklandschappen en zoekgebieden voor wind In de onderstaande figuur zijn de beoordeelde zoekgebieden te zien: Voor de woningbouwbouwopgave zijn 34 gebieden in de kernrandzone rondom de steden en dorpen onderzocht, waar woningbouw niet op voorhand is uitgesloten. Rond de steden en dorpen is geïnventariseerd waar een uitbreiding met circa 50 woningen het meest passend is (ruimtebeslag van ca. 1 à 2 ha afhankelijk van woningtypevariant); De opgave voor werklandschappen bedraagt circa 30 hectare voor lokale bedrijvigheid en 40-45 hectare voor regionale bedrijvigheid tot 2040.
Voor deze opgave zijn nieuwe kansrijke gebieden voor werklandschappen geïnventariseerd in de kernen Vianen, Meerkerk, Leerdam en Lexmond. In de gebieden rondom deze kernen is de ontwikkeling van werklandschappen niet uitgesloten. Rond deze kernen is in 7 gebieden geïnventariseerd waar een uitbreiding het meest passend is; In het kader van de RES 1.0 van 16 Utrechtse gemeenten zijn in de gemeente Vijfheerenlanden veertien potentiële gebieden voor windenergie onderzocht.
4a
12
Beoordeelde woningbouwgebieden, werklandschappen en zoekgebieden wind.
blad 6 van 163
datum 27 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
In de navolgende tabellen zijn de beoordelingen van de gebieden voor woningbouw en werklandschappen weergegeven.
Energie en circulariteit Vitaliteit en inclusiviteit Economie Mobiliteit Groen en landschap Gezondheid en milieu
2
3
4
4a
5
6
7
8
9
10
11
Meerkerk
Kedichem
Leerbroek
Leerdam
Everdingen
Aspecten
1
Klimaatadaptatie
Hagestein
Vianen
Thema
Beoordeling zoekgebieden voor woningbouw
12
13
14
15
16
17
CO2-uitstoot
0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+
0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+
0/+ 0/+
Energievraag
0/-
0/-
0/- 0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
Duurzame energiebronnen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Circulariteit
0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+
0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+
0/+ 0/+
Woningaanbod
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
Voorzieningen Leefbaarheid
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
Inclusiviteit
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
Sociale cohesie
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
Werkgelegenheid
+
+
+
+
+
+
+
0/-
0/-
+
+
0/-
0/-
0/-
0/-
+
+
+
Werklocaties
0
0
0/- 0/-
0
0
0
0
0
0
0/-
0
0
0
0
0
0
0/-
Bereikbaarheid openbaar vervoer
0
+
0/-
+
+
+
+
-
-
0/+
+
0/-
0/-
-
-
0/+
-
0/+
Bereikbaarheid langzaam verkeer
0
0/+
0
+
+
0/+ 0/+
0
0
0/+
+
0/+ 0/+
0
0
+
0/+ 0/+
Autobereikbaarheid
++
+
+
+
+
+
0/-
0/-
+
+
0/+ 0/+
0/-
0/-
+
0/+
Verkeersveiligheid
0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+
0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+
0/+ 0/+
Archeologie Cultuurhistorie
0 -
0 0/-
0 0
0 0/-
0 0/-
-0/-
0 0/-
-
0 0/-
0 -
0 -
0 0
0 -
0 0/-
0 0/-
0 0/-
0 0/-
0 0/-
Landschap
0/-
0/-
0/- 0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
Natuurgebieden Biodiversiteit
0/-
0/0/-
0/- 0/0/- 0/-
0/0/-
0/0/-
0/0/-
0/-
0/0/-
0/0/-
0/-
0/0/-
0/0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/0/-
Groene en openbare ruimte
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
Gezonde leefstijl
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
Geluid Luchtkwaliteit
-
0 0
-
0 0/-
0 0/-
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0/0/-
0 0
0 0
0 0
0 0
-
0/0/-
0/0/-
Geur Omgevingsveiligheid
0 0/-
0 -
0 -
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 -
0 0/-
0 0/-
0 0
0 0
Slagschaduw en schittering
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Bodemkwaliteit
0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+
0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+
0/+ 0/+
Waterkwaliteit Wateroverlast
0 0/-
0 0/-
0 0 0/- 0/-
0 0/-
0 0/-
0 0/-
0 0/-
0 0/-
0 0/-
0 0/-
0 0/-
0 0/-
0 0/-
0 0/-
0 0/-
0 0/-
0 0/-
Waterveiligheid Hitte
0/0/-
0/0/-
0/- 0/0/- 0/-
0/0/-
0/0/-
0/0/-
0/0/-
0/0/-
0/0/-
0/0/-
0/0/-
0/0/-
0/0/-
0/0/-
0/0/-
0/0/-
0/0/-
Droogte
0/-
0/-
0/- 0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
Bodemdaling
0
0
0
0
0
0
0
0
0/-
0/-
0
0
0
0
0/-
0/-
0/-
0
+
0
+
+
blad 7 van 163
Klimaatadaptatie
Gezondheid en milieu
Groen en landschap
Mobiliteit
Econo mie
Vitaliteit en inclusiviteit
Energie en circulariteit
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
Hei- en Boeicop
Zijderveld
Schoonrewoe rd
Lexmond
Ameide
Aspecten
Nieuwland
Thema
datum 27 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
31
32
33
CO2-uitstoot
0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+
Energievraag
0/-
0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/-
Duurzame energiebronnen
0
0
Circulariteit
0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+
Woningaanbod Voorzieningen
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
Leefbaarheid Inclusiviteit
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
Sociale cohesie
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
Werkgelegenheid
+
0
0
0
0
0
0
0
0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/- 0/- 0/- 0/-
Werklocaties
0/-
0
0
0/-
0
0
0/- 0/- 0/-
Bereikbaarheid openbaar vervoer
0
0/+ 0/- 0/- 0/+ 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/-
Bereikbaarheid langzaam verkeer
+
0/+ 0/- 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/- 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/- 0/-
Autobereikbaarheid
+
0/+ 0/+ 0/+ 0/+
Verkeersveiligheid
0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+
Archeologie Cultuurhistorie
0 -
0 0 0 0 0/- 0/- 0/- 0/-
0 -
0 -
0 0 0/- 0/-
Landschap
0/-
0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/-
0/-
0/- 0/- 0/- 0/-
Natuurgebieden Biodiversiteit
0/0/-
- 0/- 0/- 0/- - 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/-
Groene en openbare ruimte
+
+
0
+
0
+
0
+
0
+ 0 -
0
+ 0 -
0
+
0
+
0
0
+
0 0 0 0/- 0/- 0/-
+
+
+
0
0/-
+
0
0
+
0
0
++
0
0
0
0
0
0
++ 0/+ 0/+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
0 -
+
0 -
+
Gezonde leefstijl
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
Geluid Luchtkwaliteit
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0/0/-
0
0
0/- 0/- 0/- 0/- 0 0 0 0 0/- 0/-
0 0
0 0
Geur Omgevingsveiligheid
0 0
0 0/-
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0/-
0 0
0 0/-
0 0
0 0/-
0 0
0 0
0 0
Slagschaduw en schittering
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Bodemkwaliteit
0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+
Waterkwaliteit Wateroverlast
0 0/-
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/-
Waterveiligheid Hitte
0/0/-
0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/-
Droogte
0/-
0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/- 0/-
Bodemdaling
0/-
0
0/- 0/- 0/- 0/-
0
0
0
0/-
0
0/- 0/- 0/- 0/- 0/-
blad 8 van 163
datum 27 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
Beoordeling gebieden voor werklandschappen.
Thema
Aspecten
Vianen 1 2 0/0/0/0/0 0/+ 0/+
3 0/0/0 0/+
Meerkerk 4 5 0/0/0/0/0 0 0/+ 0/+
Leerdam 6 0/0/0 0/+
Lexmond 7 0/0/0 0/+
Energie en circulariteit
CO2-uitstoot Energievraag Duurzame energiebronnen Circulariteit (grondstoffengebruik, afval)
Economie
Werkgelegenheid Werklocaties Bereikbaarheid openbaar vervoer Bereikbaarheid langzaam verkeer Autobereikbaarheid Verkeersveiligheid Archeologie Cultuurhistorie Landschap Natuurgebieden Biodiversiteit Groene leefomgeving en kwaliteit openbare ruimte
+ + 0/-
+ + -
+ + 0/-
+ + 0/-
+ + -
+ + 0/-
+ + 0/-
+
0/-
+
++
++
+
+
++ 0/0 0 0/0/0/+
0 0/0 0/0/0/+
0/+ 0/0 0/0/+
++ 0/0 0 0/0/0/+
++ 0/0 0 0/0/+
+ 0/0 0/-0/+
+ 0/0 0/0/0/0/+
Gezonde leefstijl Geluid Luchtkwaliteit Geur Omgevingsveiligheid Slagschaduw en schittering Bodemkwaliteit Waterkwaliteit Wateroverlast Waterveiligheid Hitte
+ 0/0/0 0/0 0/+ 0 0/0/0/-
+ 0/0/0 0/0 0/+ 0 0/0/0/-
+ 0/0/0 0/0 0/+ 0 0/0/0/-
+ 0/0/0 0/0 0/+ 0 0/0/0/-
+ 0/0/0 0/0 0/+ 0 0/0/0/-
+ 0/0/0 0 0 0/+ 0 0/0/0/-
+ 0/0/0 0 0 0/+ 0 0/0/0/-
Droogte Bodemdaling
0/0
0/0
0/0/-
0/0/-
0/0/-
0/0/-
0/0/-
Mobiliteit
Groen en landschap
Gezondheid en milieu
Klimaatadaptatie
De windlocaties zijn niet op dit detailniveau van plussen en minnen voorzien. In het locatieonderzoek wind zijn alle locaties uitgebreid beschouwd en afgewogen. De locaties die niet zijn afgewezen door de gemeenteraad zijn van een beoordeling per thema voorzien, zoals in de volgende dashboards samengevat.
blad 9 van 163
datum 27 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
Beoordeling opgaven De beleidsinzet voor de verschillende opgaven is ook beoordeeld aan de hand van het beoordelingskader, zie hieronder per opgave een toelichting op de beoordeling met de dashboards. Vanwege de grote rol die uitwerking van de visie in plannen en projecten heeft in de uiteindelijke impact, is de samenvattende beoordeling geen absolute waarheid, maar heeft deze het karakter van een kansen- en risicoanalyse. Bij het bepalen van een beoordelingsscore wordt geaccepteerd dat verschillende effecten worden gereduceerd tot één samenvattende beoordeling. Licht positieve effecten op het ene aspect kunnen daarbij wegvallen tegen negatieve effecten op een ander aspect. Deze werkwijze kent daarom nadelen maar is gekozen, omdat hiermee de beslisinformatie op verschillende abstractieniveaus voor verschillende lezers en gebruikers beschikbaar wordt. Met de onderstaande tabellen kan bij de concretisering van keuzes snel worden bepaald of een thema meer of minder aandacht vraagt. Opgave 1: Woningbouw Voor de aspecten rondom vitaliteit en inclusiviteit geldt dat de woningbouwopgave in de basis een positieve bijdrage levert. Vanzelfsprekend hebben vrijwel alle uitleglocaties in de kernrandzones licht negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het landschap. Het gaat bij bijna alle gebieden om het open en weidse karakter dat wordt aangetast door de ontwikkeling.
De uitleglocaties leiden in de regel tot een toename van verharding. Dit geeft risico’s rondom klimaatadaptatie: wateroverlast, hitte en droogte. Sommige gebieden bestaan grotendeels uit veen en hebben meer risico op bodemdaling. Bij de inrichting van deze woongebieden zijn klimaat en bodem daarom een aandachtspunt.
Opgave 2: Werklandschappen De werklandschappen leidt vanzelfsprekend voor het thema economie tot positieve effecten. De opgave draagt bij aan de vitaliteit en inclusiviteit vanwege de extra werkgelegenheid. Door de realisatie van werklandschappen neemt de mobiliteit toe, met name per (vracht)auto, de locaties nabij de snelwegen hebben een minder grote invloed op het lokale wegennet. Vrijwel alle uitleglocaties in de kernrandzones hebben licht negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het landschap. Ook kunnen, afhankelijk van de type bedrijven, negatieve gezondheidseffecten ontstaan op de omgeving (geluid, luchtkwaliteit, omgevingsveiligheid). Bij de inrichting van de werklandschappen zijn klimaat en bodem ook een aandachtspunt, o.a. vanwege de toename in verharding.
blad 10 van 163
datum 27 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
Opgave 3: Mobiliteitstransitie De mobiliteitsopgave omvat het veiliger, bereikbaarder en duurzamer maken van de mobiliteit binnen gemeente. Met de voorgenomen maatregelen wordt een verschuiving van vervoerswijzen gestimuleerd. Dit komt de multimodale bereikbaarheid ten goede. De mobiliteitstransitie biedt kansen om de vitaliteit en inclusiviteit binnen de verschillende kernen te verbeteren. Met de mobiliteitstransitie wordt de leefomgeving beweegvriendelijker (meer ruimte ontstaat voor bijvoorbeeld spelen en ontmoeten) en worden emissies van geluid en luchtverontreiniging (licht) verminderd. De voorgenomen ontwikkelingen bieden enerzijds risico’s ten aanzien van lokale aantastingen van het landschap met cultuurhistorische waarden en stikstofdepositie, anderzijds kan de kwaliteit van de leefomgeving worden verbeterd.
Opgave 4: Energietransitie De gemeente biedt voldoende potentie om te voldoen aan het huidige RES-bod tot 2030 voor duurzame energie. De energievraag neemt vanwege deze verduurzaming alleen wel toe, ook gezien de forse woningbouwopgave en de verwachte toename van het aantal inwoners de komende periode tot 2040. Uitgaande van de toepassing van all electric verwarmen (en verkoelen) kan er technisch gezien worden voorzien in de warmte- en koudevraag. De inschatting is echter dat, zeker als veel wordt gekozen voor ‘all-electric’ verwarmen en te koelen, de elektriciteitsopbrengst te laag is om te voldoen aan de elektriciteitsvraag. De energietransitie kan tot problemen in de netwerkcapaciteit leiden. Met de voorgenomen toepassing van duurzame energiebronnen neemt de CO2uitstoot drastisch af. De voorgenomen ontwikkelingen bieden risico’s ten aanzien van lokale aantastingen van het landschap met cultuurhistorische waarden. De effecten zijn sterk afhankelijk van de locatie van de duurzame energiebronnen. De overige effecten zijn neutraal tot licht positief beoordeeld.
Opgave 5: Landelijk gebied Met de Omgevingsvisie wordt ingezet op het ontwikkelen van een aantrekkelijk, vitaal en toekomstbestendig buitengebied in Vijfheerenlanden. De landschapsvisie van de gemeente is een eerste stap om te komen tot beleid gericht op een goede balans tussen landbouw, natuur, waterbeheer, bodemdaling, recreatie, het opwekken van duurzame energie en alle andere belangen die spelen in het landelijk gebied. De landschapsvisie zet in op het behouden (en versterken) van landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. Doordat deze kwaliteiten op de waardenkaart zijn vastgelegd, is het duidelijk welke waarden behouden moeten blijven. Dit heeft positieve effecten op het groen en landschap. De aanwezig landschappelijke waarden, de inzet om meer langzaamverkeersroutes te realiseren en de mogelijkheden voor dag- en verblijfsrecreatie, bieden kansen voor economische activiteiten in het buitengebeid. Er zijn ook kansen om de milieukwaliteit te verbeteren in het landelijk gebied en daarmee negatieve gezondheidseffecten te verminderen. Dit vraagt wel om een nadere uitwerking van maatregelen waarmee de impact van de landbouwsector op de omgeving wordt verkleind, zonder dat het toekomstperspectief van de agrarische sector (te veel) wordt belemmerd. Het landelijk gebied moet
blad 11 van 163
datum 27 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
klimaatrobuuster ingericht worden. Met pilots en experimenten worden de eerste stappen gezet en kunnen uiteindelijk positieve effecten ontstaan, het brengt het ook een risico met zich mee dat er weinig meters worden gemaakt ten aanzien van klimaatadaptatie. Dit is daarom neutraal beoordeeld.
3) Synthese opgaven Opgaven wonen, werken en energie meest bepalend De meest bepalende opgaven voor de fysieke omgeving zijn wonen, werken en de energietransitie. Dit is niet verrassend, aangezien deze tot de meeste omgevingseffecten leiden op vrijwel alle zeven thema’s uit het beoordelingskader. Deze keuzes hebben een grote ruimtelijke impact, zowel op het niveau van de gemeente (via de gevolgen voor ruimtegebruik en landschap) als voor wonen en werken ook op het niveau van de wijk en de openbare ruimte en voor de energietransitie op het landelijk gebied. De opgaven mobiliteit en duurzame energie zijn nauw verbonden met de keuzes voor wonen en werken. De overzichtskaart geeft de ligging van de beoordeelde woningbouwgebieden en werklandschappen en van de zoeklocaties voor wind weer (zie hiervoor). De maatregelen uit de overige opgaven zijn niet weergegeven op de kaart, omdat deze niet dermate grootschalig of locatiespecifiek zijn. Synthese opgave wonen en werken Woongebied 10 uit opgave 1 overlapt met het gebied voor werklandschappen 6 uit opgave 2. De figuur laat ook zien dat sommige beoordeelde woningbouwgebieden grenzen aan beoordeelde werklandschappen. Dit kan synergievoordelen geven: directe nabijheid van werkgelegenheid voor de nieuwe bewoners, met daardoor beperkte mobiliteitseffecten. Er zijn nog geen concrete keuzes over locaties voor wonen en werken gemaakt.
Daardoor is het niet te zeggen in hoeverre daadwerkelijk synergie of hinder tussen functies gaat optreden. Aanbevolen wordt om locatiekeuzes voor wonen en werken af te (blijven) wegen op gemeentelijk en regionaal niveau. Hiermee kan optimaal invulling gegeven worden aan de gemeentelijke en provinciale ambities, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid en bereikbaarheid. Dit draagt bij aan een evenwichtige toedeling van functies. Voor de gekozen ontwikkellocaties vormt de informatie in dit OER een kader voor verdere uitwerking. Synthese opgave wonen, werken en windturbines Voor wind wordt een groot deel van de locaties uitgesloten. Voor de resterende zoeklocaties (10, 12 en 14) is het volgende te benoemen: Aanbevolen wordt om tussen nieuwe woningbouwgebieden en zoekgebieden voor windturbines een afstand van 1.200 - 1.500 meter te hanteren, om relevante effecten (met name vanwege geluidhinder) te voorkomen. Zoekgebieden wind 10 en 14 liggen op circa 1.200 meter van respectievelijk Everdingen en Zijderveld. Wanneer hier windturbines worden gerealiseerd worden woonlocaties 7 en 30 wellicht minder wenselijk. Omdat eventuele windturbines waarschijnlijk nabij de snelweg A2 worden gerealiseerd, zal de afstand tot woongebieden echter groter dan 1.200 meter blijven. Dit is echter wel een aandachtspunt voor de nadere planuitwerking.
Zoekgebied wind 12 en werklandschap 2 overlappen elkaar. Nabij de bestaande windturbines is mogelijk ruimte voor bedrijvigheid, maar met een extra windturbine wordt de inpassingsopgave bemoeilijkt. Dat geldt voor alle toekomstige functies in dit gebied, dat vanwege de geïsoleerde ligging ook slecht bereikbaar is. Het risico is dat de realisatie van een extra windturbine de mogelijkheden voor andere functies in dit gebied verder beperkt. Daarom wordt aanbevolen bij de project-m.e.r. voor deze locatie te onderzoeken welke functies hier op de lange termijn een plek zouden kunnen krijgen. Dan is terug te redeneren welke eisen dit stelt aan de locatie voor een extra windturbine en andere infrastructuur. Woongebieden 3 en 4 liggen deels binnen 1200 meter van de drie bestaande windturbines (gelegen tussen de A27 en A2). De ontwikkeling van woningbouw is hierdoor minder wenselijk in een deel van de zoeklocaties 3 en 4.
blad 12 van 163
datum 27 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
Opgave 1 en 2: Kansrijkheid van woongebieden en werklandschappen met name bepaald door wijze van uitwerking Alle onderzochte woongebieden en werklandschappen liggen in de door de provincie aangeduide kernrandzones rondom de kernen, maar buiten beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden, NNN-gebieden, Groene Contour, weidevogelkerngebieden en stiltegebieden). Van sommige gebieden is al aan te duiden dat deze minder kansrijk zijn dan andere gebieden, o.a. vanwege een slechtere bereikbaarheid, hogere geluidhinder (bijvoorbeeld nabij snelwegen), hogere cultuurhistorische waarden en met een grotere verwachte bodemdaling. Niettemin, de kansrijkheid wordt met name bepaald door de wijze waarop de gebieden worden uitgewerkt qua invulling, zoals de cultuurlandschappelijke inpassing en de inrichting van het gebied met ruimte voor klimaatadaptatie, groen en spelen, bewegen en ontmoeten. Voor de woongebieden en werklandschappen gelden dan ook spelregels voor de uitwerking waaraan ze moeten voldoen, wil het mogelijk zijn op deze locatie te ontwikkelen. Opgave 3: Mobiliteitstransitie Bij die gebiedsuitwerkingen van de woon- en werkopgave is de mobiliteitsopgave uitstekend in te passen. Nieuwe woongebieden en werklandschappen bieden kansen om de mobiliteitstransitie, gericht op meer fiets- en OVgebruik en minder autogebruik, in het ontwerp goed te integreren.
Door op de strategische locaties bij Vianen en Meerkerk mobiliteitshubs te realiseren wordt gestimuleerd het OV naar andere gebieden nog meer te gebruiken. Opgave 4: Energietransitie Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw (waaronder bedrijvigheid, kantoren en voorzieningen), geldt dat deze moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energie neutrale Gebouwen (BENG). Daarnaast is er een ambitie voor Energie neutrale Gebouwen (ENG). Door deze eisen wordt bij nieuwbouw de energietransitie bewerkstelligd. Voor de bestaande bouw wordt dit een grotere uitdaging. Bovendien is het de vraag of de voorziene energiebronnen voldoende duurzame elektriciteit leveren. De regio U16, bestaande uit de 16 gemeenten, werkt samen met inwoners, ondernemers en andere betrokken organisaties verder aan de uitwerking van de Regionale Energie Strategie (RES). Concreet voor de gemeente Vijfheerenlanden gaat het om de keuze in windlocaties (zie opgave 5), de mogelijkheden voor zonne-energie op daken en mogelijk in (kleinschalige) zonneparken, en ook de mogelijkheden voor warmtelevering. Hiervoor lopen momenteel onderzoeken. Opgave 5: Wind Vanwege het beperken van de omgevingsimpact ligt het voor de hand om windenergie te concentreren. De omgevingseffecten van een enkele lijnopstelling van drie of vier turbines zijn kleiner dan die van twee of drie opstellingen van één of twee turbines.
Dit kan bijvoorbeeld worden afgeleid uit de berekende geluidcontouren voor de lijnopstellingen. Gezien het vermogen van de (zeer) kleine turbines kan worden geconstateerd dat om aan de gemeentelijk opgave te kunnen voldoen een zeer groot aantal turbines moet worden gerealiseerd. Dit lijkt ruimtelijk een weinig realistische optie. Voor de energieopbrengst zijn zeer grote turbines te verkiezen boven minder grote turbines omdat de (gemiddelde) windsnelheid op grotere hoogte groter is dan dichter bij het maaiveld en de energieopbrengst zich tot de derde macht verhoudt tot de windsnelheid. Voor de kans op geluidhinder is het verschil gering (zoals ook blijkt uit de berekende geluidcontouren), maar de landschappelijke impact is groter. Opgave 6: Voorbereiden op transitie van het landelijk gebied Keuzes in het stedelijk gebied en landelijk gebied zijn met elkaar verbonden via de energietransitie en de mate van verdichting en bouwhoogte: de ruimte die niet in de dorpen en kernen beschikbaar is voor de extra woningen en werklandschappen, moet daarbuiten gevonden worden. Aanbevolen wordt de eerste stappen te zetten richting een transitievisie voor het buitengebied, omdat niet alleen de energietransitie hier een rol speelt, maar ook de toekomst van de landbouw (transitie naar kringlooplandbouw), de klimaatadaptatie en de achteruitgang van natuurwaarden aandacht vragen.
Meekoppelkansen Extra woningen bieden draagvlak voor bestaande en nieuwe voorzieningen. Nabijheid van wonen en werken is in het kader van mobiliteit van belang: beperken woon-werkafstand. Kansen voor mobiliteitstransitie bij nieuwe woon- en werklocaties (OV, fiets/lopen, hubs), meer mogelijkheden en meer gebruik/draagvlak. Eventueel noodzakelijk grote infrastructurele ingrepen (bijvoorbeeld randweg bij Lexmond en/of Nieuwland) combineren met nieuwe woongebieden en werklandschappen. Hoogbouw nabij de grotere kernen beperken het ruimtebeslag voor de opgave wonen en werken.
blad 13 van 163
datum 27 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
Met een gebiedsgerichte aanpak van opgaven in het landelijk gebied (bodem, water, biodiversiteit, stikstofdepositie, landbouw, landschap) kunnen verschillende maatregelen elkaar versterken. Integrale aanpak van opgaven in stedelijk en landelijk gebied (energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit, recreatie, kringlooplandbouw).
Risico’s Ontwikkelingen in het landelijk gebied die niet aansluiten bij de bodem- en waterstructuur kunnen leiden tot risico’s voor klimaatadaptatie. Toename verkeer en mogelijke verkeersknelpunten van woon- en werklocaties ondanks mobiliteitstransitie. Voor diverse zoekgebieden voor woningbouw zijn er aandachtspunten met betrekking tot gezondheid en omgevingsveiligheid en behoud van het aanwezige waardevolle landchap. Zolang er geen keuzes worden gemaakt over waar ontwikkelingen plaatsvinden, heeft de gemeente minder regie op het behalen van de integrale ambities. 4) Aanbevelingen voor het vervolg De Omgevingsvisie Vijfheerenlanden bevat een kader voor ontwikkelingen dat bestaat uit onder andere de belangrijke waarden en een toekomstbeeld. Als afwegingskader voor nieuwe ontwikkelingen is het bruikbaar. De visie bevat ook concrete doelstellingen waar de gemeente op in zet. Hiermee ontstaat ook een helder kader voor de inzet van de gemeente: We bouwen woningen naar behoefte. We versterken en behouden onze landschappelijke en cultuurhistorische waarden. We zorgen voor duurzame werkgelegenheid. We zetten in op duurzame bereikbaarheid. We zetten in op een toekomstbestendige landbouw. De recreatie in de gemeente past bij onze identiteit. Er zijn voldoende, toegankelijke en bereikbare voorzieningen.
We realiseren een leefomgeving die positieve gezondheid stimuleert. We waarborgen een gezonde en veilige leefomgeving. We zijn een klimaatbestendige gemeente en we vergroten de biodiversiteit. We zetten in op een duurzame, energie- en klimaat neutrale inrichting. In de omgevingsvisie is geen concrete uitwerking opgenomen van de maatregelen die getroffen gaan worden en de locaties waar ontwikkelingen beoogd zijn. Wel zijn randvoorwaarden opgenomen, zoals: ‘bodem en water zijn randvoorwaardelijk voor locatiekeuzes’. Met de omgevingsvisie heeft de gemeente dan ook een integrale basis om te werken aan de grote opgaven, die gedefinieerd en onderzocht zijn. Er is geen concreet voorkeursalternatief te benoemen, waarvan het zinvol is om een volledige effectbeoordeling uit te voeren. Daarvoor zijn de uitspraken in de omgevingsvisie onvoldoende concreet. De beoordeling zou in hoofdlijnen neer komen op: de beleidsintentie is goed en de daadwerkelijke effecten zijn afhankelijk van de uitwerking. De opgaven hinderen elkaar niet bijzonder, zolang bij locatiekeuzes integraal gekeken wordt. Dit leidt tot de aanbeveling om de omgevingsvisie verder uit te werken in (bijvoorbeeld) programma’s met concretere keuzes op samenhangende thema’s. Voor de afweging van deze keuzes kan dit OER als basis dienen.
Dit kan worden aangevuld met een beoordeling op een hoger detailniveau, gericht op de per programma te maken keuzes, en een analyse van de samenhang tussen thema’s op het niveau van de omgevingsvisie. Zo ontstaat een geheel van omgevingsvisie als paraplu, met uitwerkingen op een concreter niveau, welke zo nodig vertaald worden in het omgevingsplan. Ook in de doelstellingen en ambities van de gemeente Vijfheerenlanden is er nog een slag te slaan door deze (op onderdelen) concreter te maken. Dit kan in de hiervoor benoemde programma’s of in het omgevingsplan. Daarnaast kan dit wanneer de omgevingsvisie gedurende de looptijd van 15 jaar een aantal keer wordt geactualiseerd (wanneer daartoe aanleiding is). Door de doelstellingen toetsbaar te maken, wordt het ook beter mogelijk om te monitoren of de staat van de leefomgeving de goede kant op gaat. Monitoring vormt dan ook een aandachtspunt bij de uitwerking van de omgevingsvisie en is aan te bevelen waar risico’s en onzekerheden spelen.
blad 14 van 163
datum 27 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De Omgevingswet zal naar verwachting op 1 januari 2024 in werking treden. De omgevingsvisie is één van de kerninstrumenten binnen de Omgevingswet. De omgevingsvisie is een strategisch instrument en bevat de visie en het langetermijnbeleid van de gemeente over de maatschappelijke opgaven binnen de fysieke leefomgeving. De gemeente Vijfheerenlanden (zie Figuur 1.1) is gestart met het opstellen van de omgevingsvisie. In de komende vijftien - twintig jaar staat de gemeente Vijfheerenlanden voor een aantal belangrijke en complexe opgaven die zij wil realiseren binnen het gemeentelijk grondgebied. Deze opgaven worden gevormd door mondiale ontwikkelingen zoals klimaatverandering en landelijke ontwikkelingen zoals het grote tekort aan woningen en de vele aspecten die hiermee samenhangen. Daarnaast zijn er ook ontwikkelingen op regionaal en gemeentelijk niveau. Een belangrijk onderdeel is de opgave met betrekking tot de energietransitie en meer specifiek de doorwerking van de afspraken die in de Regionale Energie Strategie (RES 1.0 U16) zijn gemaakt voor het opwekken van duurzame elektriciteit.
Figuur 1.1: Ligging van de gemeente Vijfheerenlanden.
De Omgevingsvisie Vijfheerenlanden stelt kaders aan toekomstige ontwikkelingen die gevolgen kunnen hebben voor het milieu. De gemeente doorloopt de procedure van de milieueffectrapportage 1 om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig te betrekken bij de totstandkoming van de omgevingsvisie. De omgevingseffecten van de beleidsopgaven en mogelijke strategieën voor deze visie worden integraal in beeld gebracht. Het resultaat van deze procedure is een Milieueffectrapport (MER). Omdat het gaat om een MER over de gehele fysieke leefomgeving wordt dit een Omgevingseffectrapport (OER) genoemd. In een OER wordt niet alleen ingegaan op de ‘klassieke’ milieuthema’s (zoals verkeer en geluid), maar bijvoorbeeld ook op gezondheid en energie. Onderliggend document is het rapport waarin de uitkomsten van de procedure samen komen. Met behulp van het OER wordt uiteindelijk één strategie gekozen die in de omgevingsvisie wordt vastgelegd.
1
Het is gebruikelijk de afkortingen (de) m.e.r. en (het) MER te gebruiken. De afkorting m.e.r. met kleine letters en puntjes ertussen staat voor de volledige procedure, de milieueffectrapportage. MER met hoofdletters, zonder puntjes staat voor het milieueffectrapport, het rapport dat hierbij opgesteld wordt. In deze m.e.r.-procedure bij de omgevingsvisie Vijfheerenlanden wordt gesproken over een o.e.r. (de procedure van de omgevingseffectrapportage) en een OER (het omgevingseffectrapport). Aan het begin van dit rapport is dit in de gebruikte afkortingen en begrippen ook toegelicht.
blad 15 van 163
datum 27 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
1.2
Het proces van de omgevingsvisie In het Plan van aanpak omgevingsvisie Vijfheerenlanden (vastgesteld door het College B&W op 16 juni 2020) is beschreven welke stappen worden doorlopen om tot de omgevingsvisie te komen. Dit betreffen: 1. Analyse beleid fysieke leefomgeving; 2. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving; 3. Uit stappen 1 en 2 volgen de hoofdlijnen ambities en ontwikkelingen (vijf opgaven), weergegeven in de bouwstenennotitie d.d. 8 juli 2021; 4. College en raad informeren en betrekken; 5. Participatie vormgeven en uitvoeren milieueffectrapportage (hier aangeduid als o.e.r.); 6. Opgaven prioriteren en toekomstagenda bepalen; 7. Omgevingsvisie vaststellen.
Figuur 1.2: Het proces richting de omgevingsvisie (bron: bouwstenennotitie, geactualiseerd in 2021).
Beleidsanalyse Stap 1 betreft een analyse van het lokale, regionale en provinciale beleid. Hierbij zijn ook de beleidsstukken meegenomen die op dat moment nog in ontwikkeling waren. Daarnaast zijn het Integraal Ruimtelijk Perspectief U10 (IRP), de RES 1.0 U16 en de Provinciale omgevingsvisie (POVI) belangrijke kaders voor de omgevingsvisie. Het gemeentebeleid is veelal nog sectoraal van aard, waar de omgevingsvisie een integrale benadering zoekt. Gemeenteatlas en bouwstenennotitie De tweede stap is de analyse van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De informatie over het huidige beleid en de huidige staat van de leefomgeving is vertaald naar de gemeenteatlas. De bouwstenennotitie is vastgesteld door de gemeenteraad (op 8 juli 2021). In de notitie zijn de bouwstenen en uitgangspunten van de omgevingsvisie beschreven, vertaald in vijf opgaven (zie hoofdstuk 3). Deze bouwstenen geven dus richting aan de op te stellen omgevingsvisie. Participatie Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. De Omgevingswet eist dat de omgevingsvisie onderwerp van participatie is en dat de gemeente ook verslag doet van de manier waarop de inbreng uit de participatie wordt verwerkt in de (ontwerp) omgevingsvisie. In het kader van de omgevingsvisie heeft de gemeente Vijfheerenlanden een communicatie- en participatietraject uitgevoerd.
Dit proces en de resultaten zijn beschreven in het participatieverslag omgevingsvisie (vastgesteld op 23 maart 2022). De resultaten van dit traject zijn verwerkt in dit OER. Uitvoeren omgevingseffectrapportage (OER) De procedure voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) wordt doorlopen. In de volgende paragraaf is beschreven wat deze procedure inhoudt. Het opstellen van het OER loopt parallel aan het opstellen van de omgevingsvisie. De ontwerp-omgevingsvisie en het OER komen gezamenlijk ter inzage te liggen. In het OER worden aanbevelingen gegeven om de ambities en doelstellingen uit de omgevingsvisie concreter te maken. Hierdoor ontstaat inzicht in de haalbaarheid van de visie en de kansen en risico’s die de visie met zich
blad 16 van 163
datum 27 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
meebrengt. Doordat het OER en de omgevingsvisie gelijktijdig worden opgesteld kunnen de inzichten uit het OER tijdig worden verwerkt in de omgevingsvisie. Opgaven prioriteren en toekomstagenda bepalen en vaststellen omgevingsvisie Gelijktijdig met het opstellen van het OER worden opgaven geprioriteerd, met behulp van de resultaten van de participatie en de (tussen)resultaten van het OER. De geprioriteerde opgaven, uitgewerkt in een toekomstagenda, maken onderdeel uit van de ontwerp-omgevingsvisie. De uiteindelijke beleidskeuzes worden afgestemd met de gemeenteraad voordat deze worden vastgelegd in de ontwerp-omgevingsvisie. De ontwerp-omgevingsvisie wordt met het OER ter inzage gelegd. Op basis van de terinzagelegging vindt een finetuning van de omgevingsvisie plaats, waarna deze wordt voorgelegd aan de gemeenteraad voor vaststelling.
1.3
Een OER bij de Omgevingsvisie Wat is een milieu- of omgevingseffectrapport? Een milieueffectrapport laat de milieugevolgen van een plan of project zien, in dit geval van de omgevingsvisie Vijfheerenlanden. Een omgevingseffectrapport (OER) geeft een ruimere invulling aan het milieueffectrapport, door meerdere onderwerpen die ruimtelijk relevant zijn, mee te wegen. Het gaat dus niet alleen om onderzoek naar de traditionele milieueffecten (verkeer, geluid, water, natuur, landschap, etc.), maar ook onderzoek naar effecten op thema’s als leefbaarheid, inclusiviteit, werkgelegenheid, gezonde leefstijl en circulariteit. In de omgevingsvisie Vijfheerenlanden worden de ruimtelijke ontwikkelingen opgenomen voor de komende vijftien-twintig jaar. Ook worden ambities opgenomen voor de fysieke leefomgeving over gezondheid, duurzaamheid en veiligheid. Het OER laat zien of er voor alle ontwikkelingen en ambities voldoende ruimte is en toont op hoofdlijnen wat de milieueffecten zijn. Ook wordt inzicht gegeven in strijdigheid tussen doelen en ambities. In het OER wordt onderzocht of hetzelfde doel ook bereikt kan worden met minder milieueffecten, door een objectieve analyse van meerdere beleidsopties.
Waarom een OER? In de Wet milieubeheer is vastgelegd dat kaderstellende plannen voor (mogelijk) m.e.r.-plichtige activiteiten de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.) doorlopen moet worden. Het doel van de m.e.r. is het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming mee te nemen. De omgevingsvisie is kaderstellend voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten, zoals stedelijke ontwikkelingsprojecten. Er is daarom sprake van een plan-m.e.r.-plicht voor de omgevingsvisie. Daarnaast kan op voorhand niet worden uitgesloten dat de ontwikkelingen binnen de omgevingsvisie (bijvoorbeeld door stikstofdepositie of recreatiedruk) niet tot significante gevolgen leiden voor Natura 2000-gebieden. Hierdoor is een passende beoordeling nodig. Daarom is ook sprake van een plan-m.e.r.-plicht voor de omgevingsvisie. Voor de omgevingsvisie Vijfheerenlanden wordt gekozen voor het opstellen van een omgevingseffectrapport om aan de m.e.r.-plicht te voldoen. In het OER worden de gevolgen van keuzes voor de gehele fysieke leefomgeving onderzocht, in plaats van enkel de gevolgen voor het milieu. Dit sluit beter aan bij de reikwijdte van de omgevingsvisie. Er wordt daarom gesproken over een o.e.r.-procedure in plaats van een m.e.r.-procedure. Wisselwerking tussen omgevingsvisie en OER De omgevingsvisie en het OER worden gelijktijdig opgesteld.
De vraagstukken, opgaven en keuzes uit de omgevingsvisie en de beoordelingen uit het OER worden op verschillende momenten in het proces met elkaar uitgewisseld (zie Figuur 1.3). Daarmee is het OER geen toets achteraf, maar wordt het omgevingsbelang vroegtijdig en volwaardig in het besluitvormingsproces meegenomen. Tijdens het proces levert het OER informatie over de mogelijke effecten - die kunnen positief of negatief zijn – van het voorgenomen beleid en de alternatieven (in beleidsopties) die daarbij in beeld zijn. Hierdoor draagt het OER bij aan het aanscherpen van het beleid en geeft informatie ten behoeve van het maken van keuzes.
blad 17 van 163
datum 27 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
Figuur 1.3: De wisselwerking tussen de omgevingsvisie en de o.e.r.
Plan-m.e.r.-onderzoek naar windlocaties koppelen aan het OER bij Omgevingsvisie De raad van de gemeente Vijfheerenlanden heeft op 30 september 2021 besloten dat de zoekgebieden voor windenergie uit de Regionale Energie Strategie (RES), zowel de kansrijke en minder kansrijke, nader worden onderzocht in een plan-m.e.r. Omdat energie ook één van de opgaves is voor de omgevingsvisies en omdat de (mogelijke) keuze van locaties voor windenergie impact kan hebben op de leefomgeving en ruimtelijk relevant is, wordt het plan-m.e.r. voor de windlocaties in samenhang uitgevoerd met het OER voor de omgevingsvisie. In dit OER bij de omgevingsvisie is daarom verdiepend onderzoek gedaan naar de veertien mogelijke locaties voor het opwekken van energie uit wind. De aanpak die hierbij wordt gevolgd is beschreven in hoofdstuk 4. Dit OER-onderzoek wordt dus gedaan voor het voorgenomen beleid van de omgevingsvisie, waar het thema energie onderdeel van is. In verband met de vastgestelde RES 1.0 U16 is specifiek voor de veertien mogelijke locaties voor windenergie verdiepend onderzoek uitgevoerd.
1.4
Publicatie en inspraak De m.e.r. kent de volgende procedurestappen, deze gelden ook voor dit OER:
Figuur 1.4: Procedurestappen
Openbare kennisgeving en terinzagelegging Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) Bij de start van de o.e.r.-procedure heeft inspraak plaatsgevonden en zijn adviezen ingewonnen. De NRD is na vrijgave door het College B&W ter inzage gelegd van 13 januari tot 24 februari 2022 (zes weken). Gedurende
blad 18 van 163
datum 27 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
deze periode is iedereen in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de voorgenomen reikwijdte en detailniveau van het OER. Ook is op basis van de NRD een advies gevraagd aan de overlegpartners van de gemeente, zoals buurgemeenten en het waterschap. Naar aanleiding van de binnengekomen zienswijzen en adviezen is de aanpak van het OER op twee punten gewijzigd. Dit betreffen: De aanpak van de alternatieven. In de NRD is beschreven dat een sober en een ontwikkelalternatief worden onderzocht. Deze aanpak is gewijzigd, waarbij per opgave onderzoeksvragen en alternatieven zijn geformuleerd; Er is een indicatieve geluidsberekening toegevoegd aan het windonderzoek om de geluidseffecten van windturbines in beeld te brengen. De reacties en adviezen zijn gebruikt bij het opstellen van het OER. Terinzagelegging OER bij ontwerp-omgevingsvisie Het OER is als bijlage bij de ontwerp-omgevingsvisie na vrijgave door het College B&W ter inzage gelegd gedurende een periode van zes weken vanaf 11 mei 2023 tot en met 22 juni 2023. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad om zijn of haar zienswijze in te dienen op de omgevingsvisie met het OER. Het OER is in dezelfde periode tevens ter toetsing voorgelegd aan de Commissie m.e.r.
Onderstaand is weergegeven op welke onderdelen het OER is aangevuld en/of aangepast naar aanleiding van de zienswijzen het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. en ambtshalve wijzigingen. Zienswijzen De gemeente heeft 25 zienswijzen ontvangen die betrekking heeft op het OER. Naar aanleiding van deze zienswijzen is in het onderzoek naar kansrijke woningbouwgebieden een extra woongebied opgenomen: locatie 4a in Hagestein (zie paragraaf 6.1.2). Verder is in het onderzoek naar kansrijke werklandschappen de straatnaam Ambachtsstraat vervangen door Ambachtsweg (zie paragraaf 6.2.2). Voor de beantwoording van de zienswijzen wordt verwezen naar de Nota van Antwoord bij de omgevingsvisie. Toetsingsadvies Commissie m.e.r. De onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.) heeft op 30 augustus 2023 een toetsingsadvies uitgebracht. Op basis van dit advies is besloten het OER op onderdelen aan te vullen en aan te passen. De Commissie m.e.r. signaleert bij de toetsing van het MER dat er nog belangrijke informatie ontbreekt. Ook heeft de Commissie op enkele milieuaspecten adviezen gegeven hoe zij idealiter ziet dat de milieu-informatie wordt uitgebreid. In het tekstkader op de volgende bladzijde is aangegeven welke aanvullingen in het MER zijn doorgevoerd op basis van het advies van de Commissie m.e.r.
Het volledige toetsingsadvies kunt u via deze link downloaden op de website van de Commissie m.e.r.: a3733ts (commissiemer.nl). Ambtshalve wijzigingen Via een aantal ambtshalve wijzigingen is een aantal teksten en figuren aangepast: De kwantitatieve woningbouwopgave tot 2040 is afgebakend in paragraaf 3.4. Deze tekst is niet meer actueel, mede door het inmiddels door de Provincie Utrecht vastgestelde Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023 (PPWW 2023) waarin de potentiële wijk Broekgraaf Noord met maximaal 500 woningen is toegevoegd; De kaart met historische bodemdaling door veenoxidatie (figuur 5.74) en bijbehorende analyse is aangepast; De landschappelijke waardenkaart (figuur 5.35 en 6.29) is aangepast. Vaststelling omgevingsvisie Het OER is naar aanleiding van de zienswijzen en het toetsingsadvies aangevuld met milieu-informatie. Vervolgens zal de omgevingsvisie met het OER via het college van B&W voor vaststelling worden voorgelegd aan de gemeenteraad van Vijfheerenlanden.
blad 19 van 163
datum 27 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
Aanvullingen in het OER op basis van het toetsingsadvies Commissie m.e.r. (blad 1 van 2) De Commissie m.e.r. start haar toetsingsadvies met complimenten over het OER: “De Commissie vindt het positief dat het OER ingaat op mogelijke locaties voor wonen, werken en windturbines. Het OER bij de visie is daardoor vrij concreet. Dat geeft volgens de Commissie meer en goede mogelijkheden om de milieueffecten te betrekken bij de besluitvorming. Verder is het OER goed leesbaar en gestructureerd.” Toch signaleert de Commissie dat er essentiële informatie ontbreekt en heeft zij op een aantal milieuaspecten enkele aanbevelingen gegeven. Hieronder zijn de hoofdpunten van het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. opgenomen en is te lezen hoe omgegaan is met het advies in dit OER. In de Nota van Zienswijzen Omgevingsvisie Vijfheerenlanden is de gehele reactie op het toetsingsadvies opgenomen en is het toetsingsadvies als bijlage bij de Nota van Zienswijzen toegevoegd: Wind: maak het onderzoek naar de zoekgebieden voor wind compleet en gedetailleerder voor natuur en landschap. Voeg daarnaast een onderbouwing toe van de keuze en omkadering van de zoekgebieden en de mogelijke invullingen van de zoekgebieden. Vergelijk tot slot de milieueffecten van de locaties niet met elkaar, maar met de situatie zonder besluit over de omgevingsvisie (referentiesituatie).
o Afbakening zoekgebieden: geef inzicht in de afbakening van de zoekgebieden. In het kader van de RES zijn de zoekgebieden reeds zorgvuldig afgebakend. In de memo ruimtelijke analyse zoekgebieden (Bureau Overmorgen, 19 juli 2021) is de afbakening van deze zoekgebieden voor wind binnen gemeente Vijfheerenlanden met gehanteerde criteria uiteengezet. In het windonderzoek is dit verhelderd, de memo ruimtelijke analyse is als bijlage opgenomen bij het windonderzoek. o Invulling zoekgebieden: geef inzicht in de mogelijke invullingen van de zoekgebieden. Ga specifiek in op locaties 6 en 13, die beide potentieel veel ruimte bieden aan meerdere windturbines. Er is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd op zoekgebieden 6 en 13 en (summier) op de overige zoekgebieden, deze analyses zijn opgenomen in het windonderzoek. Uit de gevoeligheidsanalyse blijkt dat er bij elk zoekgebied mogelijkheden zijn tot optimalisatie en inpassing. Deze vervolgstappen vinden plaats in het vervolgtraject van de projectMERs van de voorkeursgebieden, waarbij onderzoek wordt gedaan naar de effecten met concrete windturbine-opstellingen. De gevoeligheidsanalyse leidt niet tot wezenlijk andere conclusies: de beoordeling ten opzichte van de andere zoekgebieden zal bij mogelijke aanpassing van de zoekgebieden niet wezenlijk verschillen.
o Vergelijking milieueffecten: vergelijk de milieueffecten met de referentiesituatie in plaats van met andere locaties (ofwel: maak ze absoluut, in plaats van relatief). De effecten (zoals het aantal woningen dat mogelijk wordt beïnvloed, zie paragraaf 4.2 van het windonderzoek) zijn beschreven ten opzichte van de referentiesituatie. Dus in feite is dit al gedaan (absoluut, en ten opzichte van de referentiesituatie). Daarmee is ook de rangschikking in feite gebaseerd op de mate van impact. o Natuur: toon de uitvoerbaarheid aan van de alternatieven in het kader van de Wet natuurbescherming. Gebruik ook de provinciale windturbinerisicokaarten om de (mogelijke) effecten op vogels en vleermuizen vollediger te beschrijven. In het windonderzoek is reeds gebruik gemaakt van de kaarten voor de gevoeligheid van vogels (broedvogels en niet-broedvogels) voor windturbines waarnaar het advies van de Commissie verwijst. Het windonderzoek is wel aangevuld met een nadere effectanalyse op vleermuizen met de voorgestelde informatie van de Commissie.
Uit de aanvullende effectanalyse op vleermuizen blijkt dat, ook gezien de disclaimer in het bijbehorende rapport bij de gehanteerde kaarten “dat niet op voorhand met enkel deze kaarten te bepalen is of op een bepaalde locatie zonder problemen een windturbinepark geplaatst kan worden of niet”, met deze informatie geen nadere uitspraak worden gedaan kan worden over de haalbaarheid van de zoekgebieden met betrekking tot. vleermuizen. De analyse leidt daarom niet tot wezenlijke andere conclusies. Abusievelijk bleken de conclusies uit het windonderzoek in het OER op een paar punten niet goed te zijn overgenomen. Dat is in deze aanvulling op het OER hersteld, zie paragraaf 6.5 van het OER. o Landschap: breng de landschappelijke impact concreter in beeld voor de verschillende zoekgebieden. In het windonderzoek is een nadere analyse van de zoekgebieden op landschappelijke effecten uitgevoerd Uit de aanvullende effectanalyse op landschap blijkt dat de beoordelingen niet tot een voorkeur voor één van de zoekgebieden leiden. Wel kan worden gesteld dat voor de locaties in het veenweidegebied er een voorkeur is om – als er een windpark komt – te kiezen voor grootschaligheid en een duidelijke, herkenbare en éénduidige opstelling. Dat pleit meer voor een groter zoekgebied dan voor kleinere zoekgebieden.
o Mitigerende maatregelen: onderzoek ook voor alle locaties in grote lijnen welke maatregelen genomen kunnen worden om de milieueffecten te verminderen. Het heeft in deze planfase geen meerwaarde om mitigerende maatregelen te onderzoeken, omdat de windturbine-opstellingen nog niet bekend zijn. Bij de verdere invulling, uitwerking, en effectenstudie van de zoekgebieden voor windturbines in de projectMERs zal dit in beeld worden gebracht.
blad 20 van 163
datum 27 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
Aanvullingen in het OER op basis van het toetsingsadvies Commissie m.e.r. (2 van 2)
Landelijk gebied: ga uit van de kernkwaliteiten van de verschillende landschapstypen en laat de effectbeoordeling voor landbouw, klimaatadaptatie en CO1-uitstoot daarop aansluiten. Beschrijf mogelijke mitigerende maatregelen. Het plan-OER is aangevuld met een effectenanalyse van de opgave 5: opgaven in het landelijk gebied, zie paragraaf 6.5 van het OER. De analyse leidt niet tot wezenlijke andere conclusies en geen andere effectbeoordeling van de opgaven in het landelijk gebied. Mobiliteit: beoordeel de milieueffecten van de maatregelen uit het bestaande beleid (referentiesituatie) opnieuw. Baseer de beoordeling niet op (samenwerkings)afspraken, maar op de concrete maatregelen uit het bestaande beleid voor openbaar vervoer en fiets. De referentiesituatie zoals nu is beschreven lijkt namelijk te positief te zijn beoordeeld. Dat werkt door in de beoordeling van de nieuwe maatregelen in de omgevingsvisie. In het plan-OER is de referentiesituatie voor het aspect mobiliteit opnieuw beoordeeld, zie paragraaf 5.4 van het OER. De analyse leidt tot een wijziging van de beoordeling van een licht positieve tot positieve beoordeling naar een neutraal tot licht positieve beoordeling in de referentiesituatie 2040. De beoordeling van de huidige situatie, alsook de effectbeoordeling van de mobiliteitsopgaven wijzigen niet.
Op basis van de aanbevelingen uit het toetsingsadvies (geen essentiële tekortkomingen) is het OER ook aangevuld op het aspect haalbaarheid KRW-doelen, onderbouwing effectscore energievraag en een toelichting bij de effecttabellen in de samenvatting.
1.5
Leeswijzer Het rapport is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 geeft een korte kenschets van de gemeente waarin o.a. de ligging en de historie van de gemeente aan de orde komen; Hoofdstuk 3 bevat een overzicht van de ruimtelijke (beleids)kaders en de te onderzoeken opgaven en alternatieven voor de fysieke leefomgeving; In hoofdstuk 4 is een toelichting op de onderzoeksaanpak van de opgaven en alternatieven weergegeven en uiteindelijk het voorkeursalternatief dat wordt vastgelegd in de omgevingsvisie; Hoofdstuk 5 kenschetst de fysieke leefomgeving in de huidige situatie en de referentiesituatie (2030-2040), aangeduid als de leefomgevingsfoto; Hoofdstuk 6 bevat de effectanalyse van de opgaven en alternatieven en een interferentie tussen de opgaven onderling; Hoofdstuk 7 gaat in op de aanbevelingen en een doorkijk naar het vervolg na het OER.
blad 21 van 163
datum 27 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
2
Kenschets van de gemeente Dit hoofdstuk bevat een korte kenschets van de gemeente. O.a. wordt ingegaan op de ligging en de historische ontwikkeling van de gemeente Vijfheerenlanden
2.1
De gemeente Vijfheerenlanden Ligging binnen provincie en de regio De gemeente Vijfheerenlanden ligt in de provincie Utrecht en maakt deel uit van de regio’s U10/U16 (zie onderstaand figuur) en A5H (Alblasserwaard-Vijfheerenlanden). De U16 bestaat uit de volgende 16 gemeenten: Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist. Binnen de regio U16 wordt regionaal samengewerkt in het kader van bijvoorbeeld de regionale energiestrategie (RES) en is een gezamenlijke ontwikkelrichting tot 2040 uitgewerkt, het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP). De regio A5H is een werkregio van de DPRA (DeltaPlan Ruimtelijk Adaptatie) en bestaat uit de gemeenten Molenlanden, Alblasserdam, Papendrecht, Sliedrecht, Hardinxveld-Giessendam, Gorinchem, Vijfheerenlanden, provincie Utrecht, provincie Zuid-Holland en waterschap Rivierenland. Binnen dit regio verband wordt samengewerkt aan de klimaatatlas kaarten, Regionale Adaptatie strategie (RAS) en de uitvoeringsagenda voor het aanvragen van de impulsgelden.